Categorie

Afleveringen

Zwolse Historisch Tijdschrift 2019, Aflevering 1

Door 2019, Aflevering 1, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

‘Predikt dan elkander
de blijdschap in’
Frederik van Leenhof (1647 – 1713),
een ‘spinozist’ uit Zwolle
Zwols Historisch Tijdschrift
36e jaargang 2019 nummer 1 – 8,50 euro
■■■■
11 11-
Suikerhistorie
Inrichting Oefenbad (voor gehandicapten), 1962
Om het zwemmen voor ‘lichamelijk en geestelijk
gehandicapten’ in het Stilobad aan de Turfmarkt
een extra impuls te geven, werd in september
1961 het initiatief genomen tot de bouw van een
instructiebassin en oefenbad. De gemeente zou de
bouw financieren. Een actiecomité trachtte gelden
voor de inrichting in te zamelen. Zij ondervond
daarbij medewerking van de plaatselijke horeca.
Onder de bezielende leiding van kelner Wichert
de Roos (geb. 1919) uit de Korenbloemstraat
kwamen tal van acties van de grond, zoals een
oliebollenactie en een voetbalwedstrijd tussen de
Staphorster jeugd en een studentenvereniging –
gekleed in jacquet – uit Groningen. Ook liet men
bijgaand suikerzakje maken om via de Zwolse
horeca aandacht te vragen voor dit goede doel. Op
zaterdag 16 juni 1962 was de ‘finale’ van de actie
met een optocht in de stad, waaraan onder meer
reclamewagens, muziekkorpsen, carnavalsvereniging
‘De Eileuvers’, wagens van bierbrouwerijen
en van frisdrankfabrikanten meededen. In het
PEC-stadion werd die middag een voetbalwedstrijd
gespeeld tussen Zwols horecapersoneel en
Nederlandse artiesten. Onder hen zanger Willy
Alberti die – volgens het verslag in de krant – als
rechtsbuiten aardige dribbels had, maar het ook
druk had met zijn broekje, want dat gleed telkens
van zijn kogelronde buik… De Zwolse horeca
won met 3-1. ’s Avonds was het groot feest in de
Buitensociëteit met een optreden van de voetballende
artiesten. De actie van de horeca bracht
ruim 10.000 gulden op, een fantastisch resultaat.
Op 18 juni 1964 was de officiële opening van
het instructie- en oefenbad. Na sluiting van het
Stilobad op 1 mei 1991 kwam er een nieuw therapiebad
in het Hanzebad. Ook dat bad is intussen
met de grond gelijk gemaakt.
2 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
(Collectie HCO)
Het instructie- en oefenbad in het Stilobad aan de Turfmarkt, omstreeks 1990.
(Collectie HCO)
■■■■
11
inrichtinole fe n bad
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 3
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 2
‘Predikt dan elkander de blijdschap in’
Frederik van Leenhof (1647 – 1713),
een radicale verlichtingsman uit Zwolle
Jan Bijlsma 4
Troostwijk rijwielen Theo de Kogel 18
Wie is wie in Overijssel
Nieuw lemma: Wil Cornelissen
Annèt Bootsma – van Hulten 29
Leie, wöör is mien talles? Wil Cornelissen 31
Recent verschenen 36
In memoriam Lydie van Dijk 38
Mededelingen 40
Auteurs 41
Redactioneel
Later dan u van ons gewend bent ligt het eerste
nummer van de nieuwe jaargang voor u,
met een verscheidenheid aan artikelen.
Jan Bijlsma schrijft over Frederik van Leenhof, een
eigenzinnige dominee uit Zwolle rond 1700 die er
radicale opvattingen op na hield en verdacht werd
van spinozisme. Niet iedereen op aarde was blij
met het verschijnen van zijn Den Hemel op Aarden.
Het stadsbestuur van Zwolle bleef hem echter
door dik en dun steunen.
De verkoop van elektrische fietsen is de laatste
jaren in een stroomversnelling geraakt. Hoe
anders ging dat toe met de verkoop van fietsen in
de eerste helft van de vorige eeuw. Theo de Kogel
neemt ons mee naar de Zwolse fietsenmarkt van
toen en specifiek naar de rijwielgroothandel van
de firma Troostwijk.
Annèt Bootsma schreef voor de site WieiswieinOverijssel
een biografie over Wil Cornelissen, in
2014 overleden. Eveneens van haar hand is het In
Memoriam voor Lydie van Dijk, die in januari is
overleden. Beiden zijn van groot belang geweest
voor de redactie van dit tijdschrift.
Postuum is de ontroerende herinnering
opgenomen van Wil Cornelissen aan zijn Joodse
familieleden, die in de Tweede Wereldoorlog zijn
gedeporteerd en vermoord. Dit drama hield hem
zijn hele leven bezig, de talles van zijn opa staat
daar in zijn verhaal symbool voor.
Niet onvermeld mag blijven dat het onze
koning behaagd heeft mevrouw A.H.M Bootsmavan
Hulten, eindredacteur van ons tijdschrift, een
onderscheiding toe te kennen. Zij is benoemd
tot lid in de Orde van Oranje-Nassau vanwege
het vele werk dat zij op vrijwillige basis voor de
redactie van dit tijdschrift en het bestuur van onze
vereniging gedaan heeft. Annèt, proficiat!
Cover: Vijf Zwolse predikanten in ambtsgewaad in
1691. Frederik van Leenhof is de tweede dominee
van rechts. (Foto particulier)
■■■■ 11 11-
4 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
‘Predikt dan elkander de blijdschap in’
Frederik van Leenhof (1647 – 1712),
een radicale verlichtingsman uit Zwolle
In het voorjaar van 1710 maakten de gebroeders
Von Uffenbach een reis door de Nederlanden.
In de eerste week van mei brachten ze
ook een bezoek aan Zwolle. Van deze reis maakte
Zacharias von Uffenbach een verslag. In 1996
heeft Jeanine Otten voor het Zwols Historisch Tijdschrift
in het artikel ‘Schone kunst en vieze huizen’
het deel dat over Zwolle gaat geparafraseerd. De
eerste indruk van de heren was niet echt positief.
De straten waren hobbelig, smal en slecht en de
huizen smerig. Ook waren ze niet te spreken over
het geringe aantal klokken in de stad die ook
nog eens niet goed sloegen. Over de Grote of St.
Michaëlskerk waren ze duidelijk positiever. Von
Uffenbach:
‘De vijfde mei bekeken we ’s morgens eerst de
zogenaamde Grote of Michaëlskerk. Deze staat
op de markt. Het is een mooi, groot, hoog, licht
en prachtig gebouw. De mooie kansel in de kerk
is zeer beroemd. (…) De consistoriekamer is niet
groot maar wel mooi. In het midden, boven de
schouw, hangt een schilderij waarop de nu levende
vijf predikanten naast de koster om een tafel zitten
en consistorie houden, zeer goed geschilderd door
Hendrick ten Oever, 1691. Het schilderij is zó
goed dat, wanneer men het in de kerk van onder af
bekijkt, men denkt dat de mensen levensecht zijn.
We troffen onder die predikanten o.a. Van Leenhof
aan, beroemd vanwege zijn boekje “de Hemel
op aarde”. Op het schilderij is hij afgebeeld met
een veer in de hand.’1
Deze dominee Frederik van Leenhof was in
het begin van de achttiende eeuw niet alleen
beroemd, maar had ook voor grote opschudding
weten te zorgen en bleef na zijn dood in 1713 nog
lang een onderwerp van discussie. Van Leenhof
was een omstreden figuur. Voor zijn tijdgenoten
was hij een echte vrijdenker, iemand die er zeer
gevaarlijke opvattingen op na hield. Onderstaande
tekst, die op een kopergravure van Pieter van
Gunst prijkt, laat niets aan de verbeelding over:
‘Dit ’s beeld van LEENHOF die de Kerck
en ’t land beroerd en door zyn helsche leer veel
menschen heeft vervoerd. Foey! dat men sulck
een swyn, ’t welck loochend alle Godheyd. En
alle vreese Gods maer houd voor enkel sotheyd.
Bedienen laat den Doop en ’t Heyligh Avondmael,
’t Welck stryd met Gods gebod en onsen Heylands
tael. Wel vrienden, siet dan toe die syt in Kerck
Jan Bijlsma
De vijf Zwolse predikanten in ambtsgewaad in 1691. Frederik van Leenhof is
de tweede dominee van rechts. De staande man is de koster. Schilderij van
Hendrick ten Oever in de consistoriekamer van de Grote Kerk. (Zie ook cover)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 5
geseten, Gehoorzaamd God en quyt hier inne uw
geweten.’2
Ook de Middelburgse predikant Carolus Tuinman
(1659-1728) was een geharnaste bestrijder van
allerlei vrijgeesterij. In zijn geschriften trekt hij
van leer tegen ‘heillooze gruwelleeren der Vrijgeesten’
en ‘liegende en bedriegende vrijgeesten’.
Zelfs als die vrijgeesten overleden waren, bleef hij
hen achtervolgen. Dat lot trof Frederik van Leenhof
getuige onderstaand ‘grafschrift’ ook:
‘Dit ’s LEENHOFS graf.
Nu is zyn hemel hier beneen
noch boven. Niemand vraag’:
waar dan? Hy heeft er geen.’3
Dit grafschrift slaat op het door Van Leenhof in
1703 gepubliceerde traktaat Den Hemel op Aarden
dat tot zoveel consternatie in theologische kringen
in de Republiek zou leiden. De ophef was niet tot
de Republiek beperkt gebleven. Von Uffenbach
had er in Duitsland al het nodige over gehoord.
In onze tijd heeft Michiel Wielema al in 1999
in zijn dissertatie Ketters en Verlichters de nodige
aandacht aan de opvattingen van Van Leenhof
gegeven. Maar het is toch Jonathan Israel geweest
die met zijn indrukwekkende studie over de Radicale
Verlichting de hele affaire rond Van Leenhof
nog eens grondig uit de doeken heeft gedaan.
Volgens Israel is het onterecht dat Van Leenhof
zo goed als vergeten is. Er zijn goede redenen om
hem aan de vergetelheid te ontrukken.4
Jonathan Israel – de Radicale Verlichting
De Britse historicus Jonathan Israel (1946)
publiceerde in 2001 Radical Enlightenment, het
eerste deel van een spraakmakende studie over de
Verlichting. In 2005 verscheen een Nederlandse
vertaling. Het is er Israel om te doen het gangbare
beeld van de Verlichting te corrigeren. Tegenover
de Gematigde Verlichting plaatst hij de Radicale
Verlichting. Het overwinnen van bijgeloof en
onwetendheid en het bevorderen van verdraagzaamheid
was het oogmerk van de Gematigde
Verlichting. De Radicale Verlichting ging veel
verder. Volgens Israel zijn democratie, individuele
vrijheid, tolerantie en het recht afwijkende meningen
te verkondigen stuk voor stuk waarden die
door radicale verlichters verkondigd werden.
Nederland was volgens hem de bakermat
van deze Radicale Verlichting en Spinoza en het
spinozisme hebben in die hele ontwikkeling de
hoofdrol gespeeld. Bij Spinoza zie je voor het
eerst alle kernelementen van wat je de moderne,
progressieve waarden van onze seculiere samenleving
zou kunnen noemen. Spinoza is de eerste
filosoof die democratie verbond met individuele
vrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.
In een interview in de Groene Amsterdammer stelt
Israel onomwonden dat het absurd zou zijn om
te beweren dat de kernwaarden van de moderniteit
uit het christendom zijn voortgekomen. Die
waarden komen volgens hem uit het spinozisme,
om daar enigszins provocerend aan toe te voegen
dat zelfs als het waar zou zijn dat het christendom
het ultieme licht voor de mensheid is, dat dan nog
steeds de christenen bij Spinoza in het krijt staan.5
Getuige het hierboven geciteerde grafschrift van
dominee Tuinman werd hier in het begin van de
achttiende eeuw heel anders over gedacht.
Frederik van Leenhof is een belangrijke speler
in dit hele proces van radicale verlichting geweest.
Israel gaat zelfs zover met te beweren dat ‘een
evenwichtige beschrijving van de Europese Radicale
Verlichting niet mogelijk [is] zonder nauwkeurige
aandacht voor Van Leenhof en zijn “universele
filosofische religie”.’6 Frederik van Leenhof
heeft voor veel opschudding gezorgd. Niet alleen
in Nederland, maar ook in Duitsland. Voor een
goed begrip van alle commotie is een summiere
schets van het denken van Benedictus de Spinoza
onontbeerlijk.
God is de orde van de natuur
Dominee Tuinman had ook een grafschrift voor
Spinoza geschreven. Voor Tuinman was hij de
allergrootste vrijdenker en godsloochenaar. Er
moet op dat graf gespuwd worden en Tuinman
vindt het jammer dat zijn leer daar ook niet begraven
ligt – dan zou de stank namelijk geen ‘zielpest’
meer veroorzaken…
We moeten er voor waken dominee Tuinman
te kapittelen over zijn beperkte zienswijze. Het
denken van Spinoza moet voor de meeste gere-
Radicale Verlichting, de
Nederlandse vertaling
uit 2005 van Jonathan
Israels Radical Enlightenment.
(Internet)
■■■■ 11 11-
6 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
formeerde predikanten uiterst aanstootgevend
zijn geweest. Volgens Tuinman werd de kern van
het christelijk geloof op losse schroeven gezet.
Spinoza’s kijk op God staat namelijk mijlenver
af van wat er in de Heidelberger Catechismus en
de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat. Spinoza
wijst de gedachte dat God zich boven en buiten
de schepping bevindt, resoluut van de hand. God
staat niet boven de natuurwetten, maar de wetten
vormen een deel van zijn Wezen. Rampen zijn
geen uitingen van Gods toorn, maar een uitdrukking
van Gods wezen. Er zit geen enkele bedoeling
achter. Niet alleen de wetmatigheden in de
natuur zijn een deel van God, maar ook planten,
dieren en mensen. God is de orde van de natuur.
Mensen moeten leren inzien dat ze niet onafhankelijk
handelende personen zijn, maar zijn
opgenomen in een enorm netwerk van wetten van
oorzaak en gevolg. Aangezien het totaal van al die
wetmatigheden een uitvloeisel is van Gods wezen,
kunnen we onszelf uiteindelijk alleen maar begrijpen
vanuit God. Alleen door een goed gebruik
te maken van ons verstand kunnen we dit doel
bereiken.
Baruch of Benedictus de Spinoza (1632-1677)
was een telg uit een geslacht van Portugese joden.
Op vierentwintigjarige leeftijd was hij uit de
synagoge verbannen omdat hij zich niet stipt aan
de joodse wetgeving had gehouden. Omdat hij
na zijn verbanning onmogelijk handel kon blijven
drijven, legde hij zich toe op het slijpen van
lenzen. Vanaf die tijd ontwikkelde hij gaandeweg
een eigen gedachtensysteem dat zijn uiteindelijke
vorm vond in de postuum verschenen Ethica.
Het theologisch-politiek traktaat
De Ethica is een buitengewoon merkwaardig
boek. Direct na verschijning werd het al verboden.
Het is niet echt een gemakkelijk toegankelijk
boek omdat het geheel opgebouwd is rondom
definities en axioma’s en het van daaruit zijn stellingen
opbouwt. Verderop zullen we zien dat voor
Van Leenhof enkele definities uit dit werk centraal
staan. Het gaat dan om definities van de begrippen
blijheid en droefheid. Een werk dat voor hem erg
belangrijk is geweest, is de Tractatus theologicopoliticus,
het Theologisch-politiek traktaat dat in
1670 anoniem verscheen, in het Latijn. Volgens
Michiel Wielema zijn er aanwijzingen dat bestudering
van dit werk Van Leenhof tot een soort
spinozistische bekering heeft gebracht.7
Baruch of Benedictus
de Spinoza, 1632-1677.
(Internet)
Het Theologisch-politiek
traktaat uit 1670
van Spinoza. (Internet)
■■■■
11
TnACT/\TUs I
THEOLOGICOP
ü L IT Ic u s
Continens
Dilfertationes aliquot,
Qi_1ibu, o(kndimr libcrtatcm Philofoph1ndi non t,ntum
làlva Pict1te, & Rcipublic,e PaccpoOc concedi : fed
candem ni!i cum P•cc Reipuhlicx , ipfaquc
Pirtate tolli Don polie.
Juliin. Epifi. J. Cap. IV. w:rf. XllL
Ptr J,,g ,,•ofli,n1u fUoll in D11 ‘1t;t”111JIII, & DIMJ 11wu1
m “ahiJ, ‘”°”‘ a, Spiritu fo, dtdit 11oiil.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 7
Een groot deel van het Theologisch-politiek
traktaat is gewijd aan een kritisch onderzoek van
de bijbel. Volgens Spinoza is de bijbel niet het
vehikel om inzicht in het ware wezen van God
en het ware geluk te krijgen. Een goed gebruik
van ‘het natuurlijk licht’ van het verstand volstaat
daarvoor. De bijbelschrijvers bedienen zich van
beeldende voorstellingen. De grote massa bereikt
men niet door een beroep op het verstand te doen,
maar door gebruik te maken van zinnebeelden,
vergelijkingen, gelijkenissen en wonderen. De
persoon Jezus moet ontdaan worden van alle dogma’s,
die, zoals het dogma van de drie-eenheid,
daar in de loop der tijden omheen geweven zijn.
Jezus is niet Gods Zoon, maar de grootste en edelste
onder alle mensen. De bijbelse boodschap laat
zich simpel samenvatten: men moet God met een
oprecht gemoed gehoorzamen door rechtvaardigheid
en liefde te betrachten. Heb God lief boven
alles en de naaste als u zelf. Uiteindelijk is dat de
kern van alle bestaande godsdiensten. Essentieel is
dat aan een ieder absolute vrijheid gegeven wordt
om zelf de grondslagen van het geloof naar zijn
eigen aard uit te leggen. Ieders geloof moet uit zijn
daden beoordeeld worden.
‘Het geloof staat dus aan een ieder de opperste
vrijheid om te filosoferen toe, zodat hij over alles
kan denken wat hij maar wil zonder daarmee
een misdaad te plegen; het veroordeelt slechts als
ketters en scheurmakers diegenen die meningen
leren die tot weerspannigheid, haat, twist en toorn
aanzetten, en houdt omgekeerd slechts voor gelovigen
die tot gerechtigheid en liefde opwekken
naar de mate van hun mogelijkheden en redelijke
krachten.’8
Hij ziet er slim genoeg uit
Zowel de Ethica als het Theologisch-politiek traktaat
zijn door dominee Van Leenhof intensief
bestudeerd. Het denken van Spinoza moet voor
hem een regelrechte eyeopener zijn geweest. Zonder
dat hij ook maar één keer de naam Spinoza
noemt, is diens invloed duidelijk aanwijsbaar.
Het mag dan ook geen wonder heten dat hij door
collega-predikanten van spinozisme werd beticht.
Voor Van Leenhof begon de ellende in 1703 met
de verschijning van zijn Hemel op Aarden. Zeven
jaar lang heeft op kerkelijke vergaderingen deze
kwestie op de agenda gestaan en voor enorme
commotie weten te zorgen.
Interessant is dat de gebroeders Von Uffenbach
van de gelegenheid gebruik maakten om in
het voorjaar van 1710 hem een bezoek te brengen,
in zijn huis aan de Stads Aa (of Grote Aa). De
heren uit Duitsland waren van de kwestie op de
hoogte en waren nieuwsgierig naar de man die
voor zoveel beroering had gezorgd. Von Uffenbach
schrijft dat hij zich ‘de woede van de hele
geestelijkheid van alle provincies op de hals heeft
gehaald. Op zijn minst zijn zij er op uit dat hij uit
het predikambt stapt, maar de Magistraat (Zwols
stadsbestuur) en de Staten van de Provincie daarentegen
proberen hem vast te houden.’9
Tussen de regels door valt te lezen dat de heren
Von Uffenbach zich enigszins verbazen over de
coulante behandeling van deze ketterse dominee:
‘Enigen verzekerden mij dat hij deze week
voor de laatste keer preekt, maar dat de uitdeling
van het Avondmaal, het dopen van kinderen, het
troosten der zieken en dat soort zaken, met uitzondering
van het verkondigen van de leer, voor
hem behouden blijven. Wat de bezoldiging betreft
Zacharias von Uffenbach
(1683-1734),
omstreeks 1715. (Uit:
Een plezierreis in
de zomer van 1718,
Waanders 2017)
■ ■■■
11 11-
8 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
krijgt hij van de Magistraat in plaats van de 1000
gulden die hij kreeg 800 gulden, de Staten van
Overijssel geven hem echter uit bijzondere vrijgevigheid
400 gulden jaarlijks. Daar hij voorheen
van de Staten niets ontving, wordt hij er niet slechter
van. Hij kan er van rondkomen omdat hij nog
ongetrouwd is. (…) Of de beschuldigingen en
verdachtmakingen tegen de leer van Van Leenhof
onterecht zijn, laat ik in het midden. Uiteindelijk
ziet hij er slim genoeg uit, hoewel in het overige
zijn eruditie, voor zover ik dat in het discours kon
bespeuren, helemaal zo groot niet is.’10
Voordat de schijnwerper gericht gaat worden
op dat spraakmakende traktaat en alle consternatie
daar om heen, eerst enige biografische
informatie over deze man die toch wel een slimme
indruk maakte.
Een zedig, respectabel en beminnelijk mens
Frederik van Leenhof werd in augustus 1647 in
Middelburg geboren. Hij doorliep daar de Latijnse
School (gymnasium) en ging vervolgens theologie
studeren, eerst in Utrecht en daarna in Leiden. In
Utrecht had hij zich niet thuis gevoeld. De theoloog
Gisbert Voetius gaf daar de toon aan. Hij
was een pleitbezorger van een verinnerlijking van
het geloof. De christen diende zich af te keren van
vermaak en weelde, zich te richten op zuivering
van het dagelijkse gedrag en de zondag als een
strikte rustdag beschouwen. Het aardse leven
moest dienen als een voorbereiding op de eeuwigheid.
In Leiden zette de meer vrijzinnige theoloog
Coccejus de toon. Een belangrijk punt van geschil
in die dagen was de zondagsviering. Tegenover de
strenge opvatting van Voetius stelde Coccejus een
aanmerkelijk vrijere zondag voor.
Na zijn studie diende Van Leenhof in enkele
plaatsen als predikant. Eerst in het streng voetiaanse
Zeeland, waar hij niet op z’n plaats was. Na
enkele korte dienstbetrekkingen in onder meer
Parijs, Leeuwarden (hofprediker) en Velsen werd
hij in 1681 in Zwolle beroepen, waar men ervan
overtuigd was een uiterst bekwaam predikant binnen
te hebben gehaald.
Frederik van Leenhof
woonde sinds 1704 aan
het gedeelte van de Grote
Aa dat tussen de (huidige)
Ter Pelk-wijkstraat
en de Grote Markt
stroomde, in het midden
van de kaart. (Uitsnede
kaart van Blaeu uit
1649, collectie HCO)
Frederik van Leenhof
in 1706, kopergravure
door P. van Gunst naar
R. Koets, achttiende
eeuw. (Collectie v/h
SMZ)
■ ■■■
red,kant le Swo
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 9
Over Van Leenhofs privéleven is weinig
bekend. Uit de schaarse mededelingen over
hem komt hij naar voren als een buitengewoon
innemend mens. In een kort zelfportret schreef
Van Leenhof dat hij graag ‘in gezelschappen van
vreugde lustig en met reden en behoudenis van
mijn character’ verkeerde.11
Van Leenhof moet ook een vrijmoedig mens
zijn geweest. Hij toonde veel moed bij het aan de
kaak stellen van misstanden in kerk en samenleving.
Anders dan voetiaanse predikanten was
voor hem het aardse leven van grote waarde en
zeker niet alleen een voorbereiding op de eeuwigheid.
Muziek, bijvoorbeeld, is volgens hem aangenaam
voor ‘vrije verstanden’ en een buitengewoon
nuttig middel om blijdschap te bevorderen.
Mensen mogen op gepaste wijze genieten van alle
goeds dat de natuur en de samenleving te bieden
heeft. Blijdschap, daar was het hem om te doen.
‘Predikt elkander de blijdschap in’, moet voor
hem als richtlijn voor zijn predikbeurten hebben
gegolden.
Den Hemel op Aarden
Den Hemel op Aarden verscheen in 1703 bij
Berend Hakvoord, boekverkoper en uitgever aan
de Koornmarkt (nu Melkmarkt). Het traktaat telt
152 bladzijden en is opgedeeld in 11 hoofdstukken.
Om er kennis van te nemen hoeft men er
tegenwoordig niet meer voor naar een universiteitsbibliotheek
te gaan. Het boek is eenvoudig via
internet te raadplegen.12 Met enige moeite is het
onderhoudende betoog goed te volgen. Zoals op
het titelblad staat aangegeven, beoogt het traktaat
een ‘korte en klare beschrijving te geven van de
ware en standvastige blijdschap.’
Volgens Van Leenhof moet de ware godsdienst
de mens tot het ware geluk opvoeden. Blijdschap
is het ware geluk. De gelovigen kunnen al tijdens
hun aardse bestaan het blijde leven der zaligen
genieten. De hemel is niet een aanwijsbare plek
maar meer een gemoedstoestand, een toestand
van standvastige blijdschap en datzelfde geldt
voor de hel. Mensen moeten in het hier en nu het
geluk al grijpen. De bijbelse schilderingen van de
hemelse zaligheid zijn bedoeld om de gelovigen
‘een zoete inbeelding’ te geven van de hemelse toestand.
Langs de weg van de beelden kan de mens
tot gehoorzaamheid worden gebracht. Gehoorzaamheid
geeft nog geen inzicht. Dat is uitsluitend
mogelijk via het verstand. Het uiteindelijke doel
is dan ook de volmaking van het verstand of de
geest, waardoor we ons geestelijk verheffen boven
het toeval en van alles de noodzakelijkheid en
onvermijdelijkheid leren begrijpen.
In de Bijbel is ook veelvuldig sprake van ‘blijdschap’,
maar de inhoud die Van Leenhof er aan geeft
is daar niet te vinden. Van Leenhof definieert blijdschap
als een ‘overgang tot een grotere volmaaktheid’
en droefheid als een overgang naar minder
volmaaktheid. Deze definities komen rechtstreeks
uit de Ethica van Spinoza. Met deze begrippen als
uitgangspunt prijst hij met alle mogelijke argumenten
de blijdschap aan en waarschuwt hij voor de
droefheid. Om zijn beweringen te onderbouwen
verwijst hij naar allerlei bijbelteksten. Blijdschap
Titelblad van Den
Hemel op Aarden, uitgave
uit 1704 (tweede
druk) door Berend
Hakvoord uit Zwolle.
(Internet)
■■■■
H E M E
Of ern 11oite en fllaar.e~rfrD1!.lbfnnc
Van· de Waare en SrancvaO:ige
B L Y D S C HA P=
~oo uaor be \lellen/ aftl tic~- ~cb1tft/
boo: olie fla11 ban .flilcnfc!Jrn L m In
llllrrlcl lJ00!~allm. ‘
ZAAMEN-GESTELT
D O O R
FREDERICUS VAN LEEN HOF,
i\)1rOll1iln[ te Z WOL LE.
Te ZWOLLE,
!ee a: HA K vo 0K D • !1aorh11tr[lopre aan De
J\OCQll· Jl>aeltt, • 70+.

10 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
op aarde is het hoogste goed en komt voort uit de
kennis en de liefde tot God. De blijdschap is niet
alleen goed voor het eigen zielenheil, maar is ook
van invloed op de regering, de kerk, de handel, de
scholen, de familie en zelfs het leger.
Van Leenhof gaat ook uitgebreid in op de verderfelijke
invloed van de droefheid en naargeestigheid.
Vooral droefgeestige predikanten moeten
het ontgelden:
‘Zy waanen, als Gods gezanten boven alles te
zijn, en magt te hebben (…) zy zugten en steenen
quansuis over ’t schenden van Gods eere, als haar
de menschen niet naar haare zinnelijkheid en
haare droomeryen blindelijk eeren en gehoorzamen,
en door uitwendig gelaat, en devotie willen
ze Heiliger, dan and’re geschat worden en zy gaan,
zeggen ze, de boosheid der waerelt tegen. Zy agten
zig ’t steunzel van Gods Kerke te zijn, en zijn vol
linkernije, bedrog, kuiperijen, onverzadelijke
gierigheid, die de menschelijke bescheidenheid,
en onverschilligheid van arme en rijke dienst te
doen, al lange verzaakt hebben.’13 Droefgeestige
mensen zijn verder eenvoudig bang te maken voor
tovenarij, duivels en spoken die ’s nachts door het
sleutelgat kruipen.
In Den Hemel op Aarden worden allerlei adviezen
verstrekt over de middelen die de kerk, het
gezin en de school ter beschikking staan om de
blijdschap te bevorderen. Ook de overheid heeft
een duidelijke opdracht. Ze moet er op toezien
dat in kerken niet alleen maar over hel en verdoemenis
wordt gepreekt. Ze dient verder publieke
gebeurtenissen en plechtigheden die de droefheid
bevorderen tegen te gaan. Doden zouden niet
meer in de kerk maar ‘buiten de Steden in zekere
afgezonderde en eenzame plaatzen’ begraven
moeten worden.14
Van Leenhof wordt niet moe te benadrukken
dat de godsdienst in tegenstelling tot de filosofie
vooral eenvoudige dingen leert, dat ze gericht is
op deugd, fatsoenlijk leven, gerustheid en blijdschap.
Het zoeken naar waarheid is de taak van de
filosofie. De overheid moet er op toezien dat de
godsdienst niet voor geestelijke onderdrukking
misbruikt wordt. Evenals Spinoza pleit Van Leenhof
voor een eenvoudige algemene godsdienst,
De intro van Den Hemel op Aarden, waarin Van Leenhof meteen al de
‘Blijdschap’ prijst als hoogste goed in het leven. Bron: DBNL, digitale
bibliotheek voor de Nederlandse letteren.
‘Voorreden aan den waarheids-lievenden lezer.
Ik ben, Goedgunstige Lezer, al vroeg aan ‘t schrijven gekomen, en heb nu en
dan de Waerelt al iets mede gedeelt ter gemeene stigtinge over veelerhande
zaaken.
Nu blijkt het, dat ik nog ben bepaalt geweest, om in ‘t licht te geven een
korte Verhandelinge van de Stantvastige Blijdschap, die ik in de Verklaaringe
van eenige Texten mijn Gemeente heb voorgedragen, en naar ernstige
aanmaaninge van eenige Vrienden, onder de Drukpars heb gebragt met de
naam van den Hemel op Aarden.
En dit mogt wel het laatste wezen, ‘t geen ik in mijn Moedertaal aan de
Liefhebberen van Waarheid en Deugt mede deelen zal.
Boven den Hemel kan niemand iets meer begeeren, en die ‘t zoo verre
brengt, dat hy een Hemel op Aarden kan bezitten, behoeft zig zijn studie
en arbeid niet te beklagen, en hy mag daar in wel vrylijk rusten: want hy
geniet dan alles, dat een vol genoegen baart, en hem oneindig verheft boven
‘t geen zienlijk, en vergankelijk is.
Dezen Hemel op Aarden namentlijk begrijpt een zaalig en vergenoegt
leven, daar in elk een zijn lust vind, en een eeuwige verzadinge, ’t zy na
‘t verstand, ‘t zy na de verbeeldinge, die de Heilige Schrift doorgaans te
hulpe komt.
Ik heb dit Schrift die naam gegeven; hoewel ze, dog niet in die kragt,
aan meer dingen kan werden toegeeigent: want ik zou komen van de locht
spreken, daar in, als een Hemel de Vogelen sweven; en beschrijven, hoe ze
ons doet leven, en welke haaren aard op de vlakte des Aardrijks is; ‘t geen
de naam kan dragen van een Hemel op Aarden; gelijkerwijs ook, indien ik
toonde, dat, gelijk de and’re Planeten tot den Hemel van onzen draaykloot
behooren, dat ook alzoo den Hemel is om onze aarde of Planeet. Ik zoude
insgelijks de twee laatste Hooftdeelen van de Openbaaringe van Johannes,
gemeenelijk van den Hemel uitgelegt, konnen brengen tot den staat der
Kerke op Aarden; als ‘t nieuwe Jerusalem in kragt van den Hemel op Aarden
zal nederdalen, en noemen ’t den Hemel op Aarden.
Dog deze Verhandelinge kan best dezen Tijtel voeren; om dat ze toont,
dat alles, dat in de Heilige Schrift tot den Hemel der Zaligen betrokken
werd, alhier aanvankelijk werd genoten van de Heilige der hooge Plaatzen,
al in den Hemel gestelt in dit leven; daar in ze alle vergenoegen en stantvastige
Blijdschap vinden, en al vry verre konnen vorderen in de Goddelijke
gemeenschap, die den waaren Hemel uitmaakt: daar alle blijdschap en een
duirzaam genoegen geschonken word.’ enz.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 11
waarin naastenliefde en gehoorzaamheid en burgerlijke
wetten centraal staan.
‘Maar als men de Godsdienst tot swaarhoofdigheid
misbruikt, of de Menschen prangt door
gebod op gebod en regel op regel, en ze slaafagtig
maake aan concepten, en uitspraken, die tot de
algemeene Godsdienst niet en behooren, zo komt
‘er walge, ongerustheid, dispuiten, tweedragt, veroordeling
van elkanderen, verwerringen en allen
boozen handel.’15
Den Hemel op Aarden in Zwolle
Van dominee Van Leenhof zijn geen preken
bewaard gebleven. Toch zal Van Leenhof niet wat
je noemt een ‘zware’ predikant zijn geweest. Hij
had een grote hekel aan donder en bliksempreken
waarin zondige gelovigen met hellestraffen
gedreigd werden. Zo’n toon hoort volgens hem
in ‘t geheel niet bij het ‘vreedzaam en vrolijk
Evangelium’. Toch zullen zijn preken evenals zijn
geschriften aan Spinoza schatplichtig zijn geweest.
Had dan niemand onder de Zwolse lezers van Den
Hemel op Aarden of toehoorders van zijn preken
door dat hier verboden boeken als de Ethica en
het Theologisch-politiek traktaat zo’n grote rol
speelden? Kennelijk niet. Den Hemel op Aarden
was zonder probleem door de Zwolse boekenvisitators
in orde bevonden. Beschuldigingen van spinozisme
kwamen, zoals we verderop zullen zien,
allemaal van buiten.
Van de Zwolse kerkgangers kon natuurlijk
ook niet verwacht worden dat ze Spinoza gelezen
zouden hebben en collega’s waren onvoldoende
onderlegd om de spinozistische uitspraken in zijn
preken of geschriften te herkennen. Wat ook een
rol kan hebben gespeeld, is dat Van Leenhof een
heel innemend mens moet zijn geweest. In een
anoniem pamflet wordt een beeld geschetst van
een zedig, respectabel, beminnelijk, vredelievend
en vooral ook wereldlijk en geleerd man die zijn
De Grote Kerk in 1716,
tekening door Daniel
Marot. (uit: Ten Hove,
Geschiedenis van
Zwolle)
11
12 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
inzichten graag deelde met anderen.16 Volgens
Von Uffenbach stond hij vanwege zijn humaniteit
bij hoog en bij laag in hoog aanzien.17 Door de
Zwolse regenten werd hij hogelijk gewaardeerd en
op alle mogelijke manieren gesteund. Niet alleen
omdat ze waardering voor hem hadden, maar
zeker ook om haar eigen gezag te laten uitkomen.
18 Van zijn kant deed Van Leenhof zijn best
om de onderdanen tot gehoorzaamheid aan de
overheid te brengen. Verderop zullen we zien dat
toen Van Leenhof in zwaar weer terecht was gekomen
en alle Nederlandse gereformeerde dominees
krachtige maatregelen eisten, het Zwolse stadsbestuur
en de kerkenraad hem altijd zijn blijven
steunen.
Pas met de komst van dominee Kelderman
naar Zwolle in 1711 verandert de situatie. Van
Leenhof wordt dan uitgesloten van deelname aan
het Avondmaal. Of deze strafmaatregel hem echt
geraakt heeft is de vraag, getuige zijn uitspraak dat
‘ik weet dat niemand ontnemen kan mijn Hemel
op Aarde.’
Een slepende kwestie
Toen de kwestie rond Frederik van Leenhof escaleerde,
kwamen de stad Zwolle en de Staten van
Overijssel lijnrecht tegenover de andere provincies
van de Republiek te staan. Het conflict zou
zich tot een regelrechte loopgravenoorlog ontwikkelen.
Het begon ermee dat er van verschillende
kanten de nodige kritiek kwam op Van Leenhofs
traktaat. Van Leenhof probeerde de zaak te sussen,
maar het bleef rommelen. Om de zaak definitief
te regelen begon in het voorjaar van 1704
de Zwolse kerkenraad samen met Van Leenhof
aan het formuleren van een reeks Artikelen van
Satisfactie (genoegdoening). Er werd een kleine
commissie ingesteld om Spinoza’s teksten met die
van Van Leenhof te vergelijken. De kerkenraad
maakte zich er niet met een Jantje van Leiden af.
In de deftige consistoriekamer werd gedurende
enkele maanden bijna alleen nog over Spinoza
gesproken.
Van Leenhof wist zijn collega’s ervan te overtuigen
dat er een onderscheid moest worden
De lijst van Zwolse predikanten
van 1579 tot
1945, op de muur van
de consistoriekamer in
de Grote Kerk. Frederik
van Leenhof is de
zevende van onderen
in de linker kolom.
(Foto particulier)
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 13
gemaakt tussen de definities en waarheden die
Spinoza heeft ontdekt en de eigen mening van
Spinoza zelf, het eigenlijk atheïstische spinozisme.
Van die definities en waarheden mag je best
gebruik maken. Je kunt dan denken aan definities
die hij geformuleerd heeft.19 Zodra een waarheid
(bijvoorbeeld een definitie) eenmaal ontdekt is,
gaat die deel uitmaken van het bestand van menselijke
kennis en mag er dus vrijelijk gebruik van
worden gemaakt.
Van Leenhof werd overigens wel gedwongen
te erkennen dat hij bij het schrijven van zijn
Hemel op Aarden ‘te inadvertent (ondoordacht)
en onvoorzigtig’ was geweest in zijn woordkeus en
dat hij zo onverstandig was geweest veel uitdrukkingen
van Spinoza te gebruiken, waardoor hij de
indruk had gewekt het met Spinoza eens te zijn.
Op de eerste zondag in november 1704 werd in de
drie grote Zwolse kerken afgekondigd ‘dat Dominee
Van Leenhof aan de kerkeraad satisfactie
heeft gegeven en zig gezuivert van heterodoxie en
Spinosistische gevoelens.’ Van Leenhof werd weer
als orthodox en rechtzinnig verklaard.20 Voor de
goede orde: alleen in Zwolle. De rest van kerkelijk
Nederland begreep namelijk niets van wat daar in
Zwolle gebeurde.
Mochten de Zwolse kerkenraad en de regenten
namelijk gedacht hebben dat met deze artikelen
de zaak als gesloten beschouwd kon worden, dan
moeten ze wel erg teleurgesteld zijn geweest door
reacties vaan buitenaf. De kritiek kwam er op neer
dat Van Leenhof veel te coulant behandeld was.
Geëist werd nu dat hij de opvattingen van Spinoza
expliciet diende af te wijzen. Hij moest door het
stof. Het synodebestuur stelde samen met de classis
Zwolle een lijst met aanvullende punten op.
Van Leenhof zou moeten verklaren dat hemel
en hel werkelijk bestaande plaatsen zijn en geen
gemoedstoestanden zoals hij in zijn traktaat had
beweerd In de andere provincies waren predikanten
en synodes niet bereid de Zwolse oplossing te
accepteren. De opwinding nam alleen maar toe,
de ene na de andere kritische publicatie zag het
licht met als enig resultaat dat men in Zwolle en de
Overijsselse Staten de hakken in het zand zette.21
Het was niet alleen de inhoud, maar ook de
toon waarop de kritiek geuit werd, waaraan men
zich in Zwolle en de Overijsselse Staten ergerde.
Waar bemoeide men zich eigenlijk mee? De kerkelijke
procedures werden door de magistraat dan
ook voortdurend doorkruist tot ‘maintain van de
souvereiniteit en het hoge gezagh van d’overigheit
[overheid]’. Men voelde zich diep gekrenkt in
hun waardigheid.22 De Gedeputeerde Staten van
Overijssel rechtvaardigden hun handelwijze door
uit te leggen dat hun eigen synode herhaaldelijk
had verzocht Van Leenhofs boeken te verbieden,
maar dat zij er tot dan toe de voorkeur aan hadden
gegeven dat niet te doen ‘uyt vreeze dat sulks
maer meerdere aanleidinge tot het lesen der selve
soude geven.’23 Oftewel: je kunt maar beter geen
slapende honden wakker maken.
Verdraagzaamheid
Een van de vele predikanten die van leer trok
tegen Van Leenhof was Franciscus Burmannus
(1671-1719). Deze predikant uit Enkhuizen was
bang dat Spinoza’s denkbeelden zich snel zouden
verspreiden in de Nederlanden en dat als dat
zo doorging de Republiek aan de rand van een
godsdienstige, morele en sociale ondergang zou
brengen. Maatregelen tegen Van Leenhof waren
volgens hem dan ook onvermijdelijk. Wat de
opvattingen van Spinoza zo gevaarlijk maakten,
was dat Spinoza het gewaagd had het bestaan te
ontkennen van ‘geesten, van engelen, van Opstandinge,
van oordeel, van eeuwig Leven.’ Maar
waar Burmannus zich interessant genoeg nog het
meest aan stoorde, was dat Van Leenhof in navolging
van Spinoza het verderfelijke principe van
verdraagzaamheid huldigde.24 ‘Veragt niemand
om zijn Godsdienst, als hij er door vreedzaam
leeft,’ had Van Leenhof in zijn Hemel op Aarden
geschreven.25 Net als Spinoza in zijn Theologischpolitiek
traktaat pleitte hij voor de vrijheid van
denken. De wetten van de staat moeten er op
gericht zijn het de mensen mogelijk te maken
om volgens de rede te leven. Grote waarde moet
worden toegekend aan maatschappelijke rust en
stabiliteit. In een dergelijke samenleving zouden
religies dan ook dezelfde rechten moeten hebben.
Volgens Burmannus en zijn rechtzinnige collega’s
was dat een volstrekt ketterse gedachte. Wat
kon erger zijn dan dat de wereldlijke autoriteiten
■ ■■■
11 11-
14 | jrg. 36 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift
aan iedereen vrijheid van denken en vrijheid
van meningsuiting zouden toestaan. Volgens de
gangbare gereformeerde opvatting was bescherming
van de ware religie de taak van de staat. De
Gereformeerde Kerk was niet de staatsgodsdienst,
maar wel degelijk de bevoorrechte kerk.
Problemen met attestaties
Door Van Leenhof uit de wind te houden, gingen
de gereformeerde kerken in de andere gewesten
zich steeds meer ergeren aan de handelwijze van
Zwolle en de Overijsselse Staten. Tekenend voor
de verziekte verhoudingen was de behandeling
van nieuwe kerkleden uit Zwolle. Als een gemeentelid
uit Zwolle naar een andere stad verhuisde,
kon die op een kritische ontvangst rekenen.
Het was gebruikelijk dat gemeenteleden bij
verhuizing een zogenaamde attestatie meekregen,
met daarin zakelijke gegevens en het verzoek het
nieuwe lid passende pastorale zorg te bieden. Om
druk op Zwolle uit te oefenen werden steeds vaker
Zwolse attestaties geweigerd. Er vonden ook allerlei
vreemde gesprekken plaats. Een nieuw ingekomene
deed er verstandig aan luid en duidelijk te
verklaren dat hij of zij een grondige afkeer had van
de afschuwelijke ideeën van Van Leenhof. Vaak
hadden de nieuwe kerkleden geen flauw idee waar
het eigenlijk om ging. Toen bijvoorbeeld in 1712
de Zwolse Jannetje Bruynvis met een attestatie in
Den Haag arriveerde, moest de predikant haar
eerst uitleggen wat ‘de gronden (waren) waarop
Frederik Van Leenhof zijn boekje genaamd “de
Hemel op Aarden” hadden gebout’, voordat hij
kon bevestigen dat zij ‘de stellingen van harte verklaarde
te verfoeijen.’26
De afloop
In maart 1709 was er een kentering. De Staten van
Overijssel waren bereid om een algemeen verbod
op Van Leenhofs teksten af te kondigen. Hij zou
zichzelf geheel moeten zuiveren van de verdenking
van spinozisme. Na steeds maar weer kerkelijke
procedures te stremmen of te blokkeren,
gaf Zwolle zich dan uiteindelijk toch gewonnen.
Van Van Leenhof werd verwacht dat hij de aanvullende
Artikelen van Satisfactie zou onderschrijven.
In datzelfde jaar moest Van Leenhof ook nog voor
de synode in Deventer verschijnen. In zijn eentje
stond hij daar voor een geërgerde en bijzonder
vijandige vergadering. Hij hield daar voet bij stuk.
Hij zou nooit ‘Spinosisme geleert of gedogmatiseert’
hebben.27 Het mocht niet baten. Zijn boeken
werden in totaliteit verboden. Er werd op aangedrongen
dat hij uit z’n ambt gezet zou worden.
De Zwolse magistraat bleef halsstarrig weigeren
aan dat verzoek gehoor te geven.
Pas in 1710 werd een oplossing gevonden
waaraan het stadbestuur zonder gezichtsverlies
kon meewerken. De Overijsselse Staten gaven
Zwolle een subsidie voor het benoemen van een
nieuwe predikant. Van Leenhof werd tegelijk in
het oor gefluisterd zelf ontslag aan te vragen. Tot
woede van de Gereformeerde Kerk en de hele
Republiek bleven de burgemeesters en de kerkenraad
nog steeds achter hem staan. Hij kreeg
gewoon betaald en hij kreeg een uitstekend pensioen
toegekend en mocht blijven deelnemen aan
de avondmaalsviering. Hij bleef in de Grote Kerk
recht hebben op de bank die voor de predikanten
van de stad gereserveerd was. Hij bleef kortom
een gerespecteerd persoon.
Zo heeft in Zwolle dus een in 1703 al ‘ontmaskerd’
en kort daarop door alle vergaderingen veroordeelde
spinozist toch kans gezien om nog een
aantal jaren op de preekstoel actief te zijn – een
bijzondere, voor zover bekend unieke situatie,
niet alleen in de Republiek maar ook in de Europese
verhoudingen.28 Pas op 1 januari 1711 hield
Van Leenhof zijn officiële afscheidspreek. Na zijn
overlijden op 13 oktober 1712 werd hij in de Grote
Kerk te Zwolle begraven.29
Het overlijden van Frederik van Leenhof
in 1712 betekende geenszins het einde van alle
opwinding. In Duitsland en de Baltische landen
was veel belangstelling voor alle commotie rond
deze eigenzinnige Zwolse predikant, wat volgens
Jonathan Israel zou bijdragen aan een verdere verspreiding
van spinozisme en radicaal denken in de
achttiende eeuw.
Een centrum van spinozisme in de Republiek
Frederik van Leenhof was in Zwolle niet de enige
die in het begin van de achttiende eeuw in de
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 1 | 15
ban was geraakt van het radicale denken van de
‘godloochenaar’ en ‘atheïst’ Spinoza. Zo had je
bijvoorbeeld de voorzanger en catechiseermeester
Berend Hakvoord (1660-1730), die een boekenzaak
en uitgeverij had aan de Koornmarkt. Hij
was de auteur van De Schole van Christus. Deze
Hakvoord was door de Zwolse kerkenraad van
spinozisme beschuldigd. Dan had je ook nog de
chirurgijn Hendrik Smeeks (1654-1721), die zijn
filosofische ideeën in een roman getiteld Beschrijvinge
van het magtig Koninkrijk Krinke Kermes
had neergelegd. De kerkenraad achtte de geest
van Spinoza in dit boek eveneens duidelijk aanwijsbaar.
Volgens Jonathan Israel was Zwolle een
van de voornaamste centra van spinozisme in de
Republiek.30
Dat Van Leenhof en de andere spinozisten
in Zwolle onderbelicht zijn geweest zoals Israel
beweert, is slechts ten dele waar. Michiel Wielema
had in zijn dissertatie uit 1999 over spinozistische
denkers al uitdrukkelijk op het belang van Van
Leenhof attent gemaakt. In zijn dissertatie kondigde
hij een uitvoerig verslag van de hele affaire
rond van Van Leenhof aan in zijn boek Frederik
van Leenhof en zijn ‘Hemel op Aarden’(1703). Spinozisme
en Spinoza-kritiek in de vroege Verlichting.
Dit boek zou ook een geannoteerde editie bevatten
van Den Hemel op Aarden.31 Helaas heeft
Wielema dit interessante project niet kunnen
afronden. In januari 2018 is hij overleden. Gelukkig
zijn een aantal hoofdstukken die hij voltooid
had op internet geplaatst.32 Hopelijk komt er ooit
toch nog eens een heruitgave van Den Hemel op
Aarden. Het is een onderhoudende tekst. Niet
alleen die tekst verdient aandacht – ook dat er
in Zwolle aan het eind van zeventiende en het
begin van de achttiende eeuw van die interessante
mensen als Van Leenhof, Hakvoord en Smeeks
woonden en werkten. Was de huur van de consistoriekamer
in de voormalige Grote Kerk niet zo
prijzig, dan zou dat uiteraard de aangewezen plek
zijn om met een studiegroep deze Zwolse radicalen
te bestuderen.
Titelblad van het imaginaire reisverhaal Krinke
Kesmes uit 1708, geschreven door de Zwolse chirurgijn
Hendrik Smeeks. Het is het overlevingsverhaal
van de twaalfjarige jongen El-ho, die op een onbewoond
eiland strandt, maar zichzelf in leven houdt
mede dankzij een onwankelbaar geloof in God. Een
van de lessen die dit verhaal leert is dat autoriteiten
– vorsten, regeringen, staatslieden, kerken, dominees
– niet bang zouden moeten zijn om burgers
hun vrijheid te geven op religieus, politiek en maatschappelijk
gebied. Een redelijk denkende persoon,
zoals hoofdpersoon El-ho, gedraagt zich toch wel
verantwoordelijk. (Internet)
■■■■
11
1’
. . ‘ ‘ . . . b,,lJ~,
ÖJHiéHltY.VING&
• ‘ , _ V;iiti. het ma:gttg Kor1ingryl
KRINKE-KESMES·
. Zynde eeii groot, eu ve.e.lë k.foini{CN
– · l.il:mdèada,ar,111Mlrtrm;:l!l,ck5 _
,’ , lrhh,~ te :z:amc11 cC”C!li g~cette’l’~m. lu:c
· o □&kmdc . –
ZUID·LA. ND~
Or j.:gen o.m&:r den TmplctJ~ CApr.ico’mu~.
(),,,,ldr l4w- ,uw Jf;;, .
1 U A N :tii; . J> 0 S •O s •
. & “” .kr4_ .!üii.,,,ifi~ u, :;,m,,,, t,,fi-

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2017, Aflevering 3

Door 2017, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
30 jaar archeologie
in Zwolle
34e jaargang 2017 nummer 3 – 8,50 euro
Suikerhistorie
Eindhoven en Zn., houthandel
Houthandel Eindhoven werd rond 1785 in Blokzijl
opgericht. Nadat de houtzaagmolen daar door
brand was verwoest, vestigde Lambert Eindhoven
zich in 1825 aan het Zwartewater in Zwolle. Dit
had alles te maken met de aanleg van de Willemsvaart
in 1819. Zwolle kreeg daardoor een verbinding
met de IJssel, waardoor de aanvoerroute voor
hout aanzienlijk werd verkort.
De eerste molen van Eindhoven was een windhoutzaagmolen,
die in 1857 vervangen werd door
een molen die gebruik maakte van stoom, later – in
het begin van de vorige eeuw – van elektriciteit.
Men importeerde het hout grotendeels uit het
buitenland. De bomen werden vaak gebundeld tot
enorme houtvlotten, die met sleepboten naar het
terrein aan het Zwartewater werden gebracht. Rond
het bedrijf lagen vele pas gekapte bomen in het
water om de kwaliteit van het hout te verbeteren.
De oprichting van Houthandel voorheen
Eindhoven en Zoon N.V. (zoals vermeld op het
suikerzakje uit ca. 1960) vond plaats in 1900.
Leden van de familie Eindhoven zaten toen al niet
meer in het bedrijf.
Eindhoven werd in 1973 overgenomen door
The Southern Evans Ltd, een grote Engelse houthandel.
De aandelen van de Nederlandse dochter
kwamen in 1989 in handen van de Stichtsche
Houthandel (Stiho), met meerdere vestigingen in
Nederland. De Zwolse vestiging aan de Gasthuisdijk
46 biedt een compleet assortiment aan hout-,
bouw- en plaatmaterialen. Met kennis, plezier en
passie wordt de klant er geholpen. En nog steeds
is – ook volgens de website – de klant welkom om
een kop koffie te komen drinken. De naam houthandel
Eindhoven is echter van het suikerzakje
verdwenen.
114 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
(Collectie ZHT)
Luchtfoto uit het begin van de jaren zestig van bedrijventerrein Voorst-A (huidige
naam), met houthandel Eindhoven prominent op de voorgrond, gelegen op
een punt tussen het Zwartewater en het Zwolle-IJsselkanaal (net niet zichtbaar
op de afbeelding). Achter de houthandel stond nog de Blokmelkfabriek, rechts
voor is de opvallende haloverkapping te zien van de toen recent gebouwde staalgroothandel
IJzerleeuw. De rij bomen markeert de loop van de Gasthuisdijk.
De olietanks zijn verdwenen. Op dit terrein verrijst momenteel een bouwmarkt.
(Collectie HCO)
APELDOORN
telelooft: 12795
DEVENTER
T .a.fooa: 39 64
:J,fo.ult Cl.( a.u leo11t,
~oflW leo1d ,,u:at Mt jo1o&t .
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 115
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 115
Uit Zwolse klei getrokken
Team Archeologie bestaat 30 jaar
Hemmy Clevis en Michael Klomp 116
VV Edon, kroniek van een bedrijfsclub
Harry Bouwhuis 137
Willem Elberts, een wandelaar door
de Zwolse geschiedenis
Jan van de Wetering 148
De kaak aan de kaak gesteld …
een vervolgverhaal
Annèt Bootsma – van Hulten 162
Vernieuwde website Zwolse Historische
Vereniging Jan van de Wetering 166
Mededelingen 168
Auteurs 169
Redactioneel
In dit nummer alles over de vuile handen die
je soms moet maken wanneer je het verleden
naar boven wilt halen. En dat mogen we letterlijk
nemen. Het hoofdartikel vertelt het verhaal
van dertig jaar archeologisch bodemonderzoek in
Zwolle.
Harry Bouwhuis plaatst ons in gedachten op de
tribune van voetbalvereniging Edon, een club
tachtig jaar geleden ontstaan uit de activiteiten
van de personeelsvereniging van de IJsselcentrale.
Voetbal met vallen en opstaan.
Jan van de Wetering beschrijft, boeiend als altijd,
het leven en werken van de vroegere schoolmeester
en geschiedschrijver Willem Elberts. Zijn
Historische wandelingen in en om Zwolle (1865) is
nog steeds het lezen meer dan waard en vormt de
basis voor een serie filmpjes over de geschiedenis
van Zwolle, die de komende maanden te zien zullen
zijn op de website van de Zwolse Historische
Vereniging. En nu we het toch over de website
hebben. Die is grondig vernieuwd en biedt een
schat aan informatie over de vereniging en de
Zwolse geschiedenis. Een aanrader. In dit nummer
zetten wij de belangrijkste veranderingen op
een rij.
Tot slot is er opmerkelijk nieuws over de onlangs
teruggevonden kaak van Thomas a Kempis. Veel
leesplezier, en lees vooral ook aandachtig, want
binnenkort kunt u uw historische en verdere kennis
van Zwolle testen in de Grote Zwolle Quiz
2018, zie de ‘Mededelingen’.
Coverfoto: Team Archeologie van de gemeente
Zwolle aan het werk op het Rodetorenplein, met
op de achtergrond de fundamenten van de Jan
Baghstoren, 2005.
■■■■
11
@cii@[]o~@cmu~
~w-~
11-
116 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Op 1 januari 2017 bestond het team Archeologie
van de gemeente Zwolle maar liefst dertig jaar.
In deze dertig jaar hebben verschillende spraakmakende
onderzoeken plaatsgevonden die de
landelijke media hebben gehaald. In Van Gewest
tot Gewest kwam al eind 1987 het onderzoek in de
Broerenkerk uitgebreid aan de orde. Later volgde
een pikant interview in de laatste ontbijtshow van
Dieuwertje Blok.
De periode vóór 1987
Het eerste bericht in de media dat betrekking
had op archeologie stamt al uit 1959. Het ging
over vondsten die gedaan waren tijdens de grootscheepse
verbouwing van schouwburg Odeon
aan de Blijmarkt en leidde tot een ware rel op
archeologisch gebied. Directeur J. Schotman van
het toenmalige Provinciaal Overijssels Museum
sprak van een ‘bulldozermentaliteit’ en hekelde
het verdwijnen en verkopen van gevonden voorwerpen
in de kranten. Het college van B en W en
de gemeenteraad sprongen in de verdediging. De
wethouder van Openbare Werken gaf aan dat het
een zaak betrof die alleen de gemeente aanging
en dat er correct gehandeld was. Hij had immers
de gemeentearchivaris op de hoogte gebracht van
de vondsten, maar deze gaf aan dat het allemaal
van weinig betekenis was. Ook de directeur van
Openbare Werken bemoeide zich met de zaak en
rapporteerde dat er geen prehistorische vondsten
waren gedaan en dat goed was gelet op menselijke
skeletresten. Het geheel illustreert dat met
betrekking tot archeologische zaken de gemeentearchivaris
de belangrijkste persoon was en dat het
ontbrak aan daadkracht en enige vorm van archeologische
kennis. Het doel was om de verbouwing
zo snel mogelijk af te ronden. Het inschakelen van
een archeoloog zou een te grote vertraging betekenen
en hoge kosten met zich meebrengen.
De aanstelling van een provinciaal archeoloog
van Overijssel, Ad Verlinde, in 1969 zorgde voor een
belangrijke kentering. Onder zijn leiding werden in
Zwolle door een handvol amateurs de eerste gestructureerde
archeologische onderzoeken in de binnenstad
van Zwolle uitgevoerd. We spreken dan over het
jaar 1973 en doelen op het onderzoek in de kelder
van het zogenoemde Celehuisje in de Papenstraat
en de opgravingen in de bouwput van het nieuwe
stadhuis aan het Grote Kerkplein. Tijdens dit onderzoek
werd voor het eerst aangetoond dat de stad veel
ouder was dan 1230, het jaar waarin Zwolle stadsrechten
kreeg. Het materiaal dat onder het stadhuis
te voorschijn kwam is enkele jaren geleden opnieuw
gedetermineerd aan de hand van de nieuwste
inzichten. Het dateert uit de periode 825-875. Menig
onderzoek door de amateurs, vaak onder leiding van
de vermaarde Zwolse amateurarcheoloog Ruud van
Beek, volgde en in 1986 werd dan ook gepleit voor
het aanstellen van een gemeentearcheoloog.
Uit Zwolse klei getrokken
Team Archeologie bestaat 30 jaar
Hemmy Clevis en
Michael Klomp
Het zeven van de
vondsten uit de Celekelder,
vlnr. Ruud van
Beek, Ger Oostingh en
Dirk de Vries, 1973.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 117
De aanstelling in 1987
Op 1 januari 1987 werd archeoloog Hemmy
Clevis aangesteld voor de gemeenten Zwolle
en Kampen samen voor respectievelijk 11,4 en
7,6 uur per week. De gemeentearcheoloog werd
ondergebracht bij Monumentenzorg en viel onder
de afdeling Bouwkunde en Monumentenzorg.
De uitwerking en restauratie van de gevonden
voorwerpen vond plaats in de kelder van het Celecomplex
(Domus Parva). De ondersteuning vond
vanaf het prille begin al plaats met de inzet van
vrijwilligers, circa twaalf personen. Deze vrijwilligers
kwamen op de maandag- en woensdagavonden
bijeen. Ze kregen van de gemeentearcheoloog
uitgebreide instructies op het gebied van restauratie
en het tekenen van aardewerk. Ze richtten
zich op een groot deel van het vondstmateriaal
dat uit de onderzoeken van zowel vóór als na 1987
afkomstig was.
Het eerste archeologisch onderzoek vond
plaats in de periode van 16 tot 24 februari 1987,
toen het extreem koud was en de grond bijna een
halve meter bevroren. Het onderzoek was gericht
op het lokaliseren van het klooster in Windesheim.
Deze opgraving kwam meteen al vaak in
het nieuws en zorgde voor felle discussies. Een
klooster werd niet gevonden, maar wel een halve
boerderijplattegrond uit de Midden Bronstijd.
Het eerste stadskernonderzoek vond nog datzelfde
jaar plaats in de bouwput van het Gasthuisplein.
Helaas mocht de archeoloog pas
graven na de diepsloop. En dan zijn natuurlijk
alle grondsporen al vernield. Het was duidelijk
dat de gemeente Zwolle nog moest wennen aan
gedegen archeologisch onderzoek, net zo goed als
de archeoloog moest wennen aan het feit dat hij
hierin eerst een stuk opvoedingswerk te doen had.
Dat gebeurde in oktober 1987 met de spectaculaire
opgraving in de Broerenkerk. Deze opgraving
zorgde niet alleen voor een hoop publiciteit,
maar legde ook de basis voor een grote groep
vrijwilligers. Het tv-programma Van Gewest
tot Gewest besteedde een documentaire aan de
opgraving. Meer dan 30.000 mensen hebben op
beperkte openingstijden de opgraving kunnen
bezoeken.
Hoornen bril van een
van de monniken van
het klooster in Windesheim,
1987.
‘Opgraven’ in de modder
op het Gasthuisplein,
1987.
Twee vrijwilligers, Ruud van Beek en Harriët Wevers, begin jaren negentig in
gesprek in het restauratieatelier in de Oranjeschool aan de Jufferenwal, dat daar
toen gevestigd was.
■ ■■■
11 11-
118 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Nog steeds nemen vrijwilligers van het eerste
uur deel aan de opgravingen en de uitwerking
daarvan en er zijn zelfs toenmalige vrijwilligers als
professional in de archeologie werkzaam geraakt.
De periode na 1987 zorgde voor een groei van
de Zwolse archeologie. De deeltijdbaan werd
uiteindelijk een fulltimebaan. De voorraad werk
nam toe en er werd een vast team geformeerd
met een archeoloog, veldtechnicus en een aantal
ondersteuners. Grote opgravingen op het Eiland
en Ittersumerbroek passeerden de revue en menig
nieuwsitem verscheen in de lokale en zelfs landelijke
media. Ook werden internationale congressen
georganiseerd en ontstonden samenwerkingsverbanden,
zoals bijvoorbeeld de samenwerking
met de Clwyd-Powys Archaeological Trust in
Wales.
In 2002 kwam er door de groei van de werkzaamheden
behoefte aan een tweede archeoloog
en vanaf dat moment is er sprake van een volwaardig
team dat opereert binnen de gemeentegrenzen
van Zwolle. Ook zijn samenwerkingsverbanden
aangegaan met de gemeenten Zwartewaterland,
Kampen en Hattem.
Het begin: de Broerenkerk
Het skeletonderzoek naar aanleiding van de
opgraving in de Broerenkerk in 1987 was spectaculair
voor Nederland. Van de honderden
opgegraven skeletten kon een vijftigtal gekoppeld
worden aan een persoon, aan de hand van de
grafboeken. Alle onderzoekers moesten blind hun
onderzoek doen en na afronding daarvan kregen
ze de gegevens van deze vijftig personen. Dit was
nog nooit eerder gebeurd en de verschillende
onderzoeksmethoden moesten naar aanleiding
hiervan bijgesteld worden. Clevis regelde ten tijde
van het onderzoek twee lesbrieven, een vijftal brochures
en een expositie, alles met sponsorgelden.
Later volgde het boek De doden vertellen. Eind
dit jaar zal in een publicatie over stedelijke begra-
Archeologie
Praat je over geschiedenis, dan komt je kennis van geschreven bronnen.
Praat je over archeologie, dan komt je kennis uit opgravingen en de analyse
van de sporen en het vondstmateriaal. Daar waar de geschreven bronnen
ophouden, ben je uitsluitend afhankelijk van archeologisch onderzoek.
Maar ook in de historische tijd vormt archeologie een onmisbare aanvulling
op het geschreven woord. Neem bijvoorbeeld de stadsbrand in Zwolle
in 1324. De eerste schriftelijke bron daarover dateert van driekwart eeuw
later. In geen enkele opgraving die in Zwolle heeft plaats gevonden, is echter
bewijs voor een stadsbrand gevonden. Elk spoor daarvan ontbreekt.
Een ander voorbeeld waarin archeologie een onmisbare aanvulling
vormt op de historische gegevens zien we bijvoorbeeld bij de industriële
keramiek die aangetroffen is in de gracht van de havezate Kranenburg of in
de Kleine Aa. Tot circa 1840 is alles geïmporteerd uit Engeland, waarbij de
keramiek eerst uit het westen kwam (Staffordshire) en later uit het oosten
(Sunderland). Zelfs als we nu stortplaatsen uit het begin van de twintigste
eeuw zouden gaan opgraven, komen we zaken tegen waarvan het historisch
bronnenmateriaal al verloren is gegaan. Neem bijvoorbeeld het hele
vormenspectrum van geëmailleerd goed. Kortom, archeologisch onderzoek
vult niet alleen de geschiedenis aan, maar verrijkt deze ook.
Links: Vrijwilligers aan
het werk in een van de
sleuven in de Broerenkerk,
1987.
Rechts: Tijdens de
opgraving in de Broerenkerk
in 1987 was
publiek op bepaalde
dagen welkom. Meer
dan 30.000 mensen
hebben de opgraving
bezocht.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 119
ving een update verschijnen van het skeletonderzoek
in de Broerenkerk en de resultaten daarvan.
En op dit ogenblik vindt er nog verder onderzoek
plaats aan de Universiteit Leiden, maar nu op
DNA-gebied.
Na dit spectaculaire begin volgde een periode
die iets rustiger was, waarin opnieuw gegraven
moest worden in Ittersumerbroek naar de restanten
van het Windesheimer klooster (de archeoloog
had het nog niet helemaal voor het zeggen),
er kleine onderzoekjes plaats vonden zoals in de
Waterstraat, waar de restanten van de werkplaats
van een geelgieter (bewerker van (geel)koper)
zijn opgegraven, of aan de Zalnéweg waar een
waterput uit de eerste eeuwen na Christus aan het
licht kwam en aanwijzingen voor een complete
nederzetting op het aangrenzende grasland. Dit
zijn slechts enkele kleine grepen uit een groter
aantal onderzoeken. De archeologie was nog
niet gevestigd waardoor het kon gebeuren dat er
geen archeologisch onderzoek plaats vond in de
bouwput voor de Xenos waar de restanten van
de Kleine Aa onder lagen. Sterker nog: ze werden
door de aannemer met opzet vernietigd zodat de
archeoloog geen onderzoek meer kon doen. Maar
in 1990 kwam de grote verandering.
1990: de omslag
Er zou op het Eiland een parkeergarage komen
en de archeoloog moest aan de slag. En dat moest
nog vóór de bouwvak, want daarna zou met de
bouw begonnen worden. Later bleek dat er nog
zeker tien jaar op die bouw gewacht moest worden,
een geluk, want daardoor konden later grote
delen van het Eiland opgegraven worden die van
enorm belang waren voor de geschiedenis van de
stad Zwolle. Terwijl de opgravingen op het Eiland
plaats vonden, ontdekte een amateur in Ittersumerbroek
bij de aanleg van cunetten (uitgravingen
in de ondergrond) voor de straten verkleuringen
in het zand en prehistorische scherven. Dit
gebeurde op zaterdag 21 april 1990. De volgende
dag, zondag, stonden om half negen ’s ochtends
al zestien amateurs en de gemeentearcheoloog in
het veld om de sporen in te tekenen. Het waren
sporen die hoorden bij een bronstijd- en ijzertijdnederzetting.
Het college van B en W reageerde
heel alert en in grote delen van de wegcunetten en
aangrenzende terreinen kon opgegraven worden,
gevolgd door later heel belangrijke opgravingscampagnes.
Ook deze opgraving haalde het landelijke
nieuws op het journaal. Ittersumerbroek
werd een begrip in de Nederlandse archeologie,
maar daar komen we later op terug.
Het Eiland
De opgraving in 1990 op het Eiland werd gevolgd
door een tweede campagne in 1994/95 en daarna
door opgravingen in 1996 en 1999. De opgraving
in 1994 leverde een sensationele ontdekking op:
de wijk ‘de Smeden’ was ommuurd geweest met
een heuse stadsmuur. Allerlei theorieën over de
vroegste ommuringen van de stad Zwolle konden
overboord gegooid worden. Dat werd helemaal
duidelijk bij de opgraving ‘Achter de Broeren’ in
2003, toen hier twee stadsmuren gevonden werden
waarbij de oudste uit de periode 1230-1300
dateerde.
Gestaag werden grote delen van het Eiland
opgegraven en in 1996 werd er een vondst gedaan
die jaren later de ontbijtshow van Dieuwertje
Blok zou halen. Aanvankelijk werd besloten om
deze vondst niet in de openbaarheid te brengen
om te voorkomen dat Zwolle ‘voor lul’ zou staan.
Prachtige plattegrond
van drieschepige bronstijdboerderij
in Ittersumerbroek.
■ ■■■
11 11-
120 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De vondst betrof namelijk een natuurgetrouw
handgesneden houten kunstpenis met balzak. Het
geheel had een vloeistofreservoir dat geledigd kon
worden door middel van een zuigerstang zoals bij
een fietspomp. Daarnaast werd nog een kleiner,
meer stilistisch exemplaar gevonden. Natuurlijk
werd gelijk gedacht aan seksspeeltjes, uit de zeventiende
eeuw, maar onderzoek, onder andere bij
het Museum Boerhaave in Leiden, wees uit dat het
hier ging om voorwerpen die werden als een soort
voorbehoedsmiddel. Het was de bedoeling om na
de geslachtsdaad de vagina schoon te spoelen met
een vloeistof uit zo’n kunstpenis.
De reden waarom de vondst niet direct openbaar
gemaakt werd, was het feit dat Zwolle net
in het nieuws geweest was door een bezoek van
twee burgemeesters van gemeenten uit Drenthe
en Friesland aan een bepaald etablissement waar
dames van lichte zeden verkeerden.
Clevis stemde later toe om bij de ontbijtshow
van Dieuwertje Blok deze bijzondere vondst te
tonen, op voorwaarde dat hij het voorwerp niet
in zijn handen hoefde te nemen om te demonstreren
hoe het werkte. Hij wilde niet voor de
eeuwigheid te boek staan als ‘die archeoloog met
de houten kunstlul’. Dieuwertje hield zich niet aan
de afspraak. Maar de schade viel gelukkig mee. De
enige polemiek die ontstond was dat sommigen
vonden dat het toch seksspeeltjes waren en geen
voorbehoedsmiddel. De Zwolse archeologen hebben
zich hier echter niet verder in verdiept. Dat
zou een aparte monografie tot gevolg gehad kunnen
hebben. De Zwolse vrouwenspuit heeft heel
wat landen bezocht en kon daar bekeken worden
in de reizende expositie ‘100.000 jaar seks’. Het
was een expositie die georganiseerd was door het
Drents museum in Assen.
Grondboog op twee poeren
bij de opgraving op
‘Het Eiland’. Het eerste
bewijs van een tot dan
toe onbekende stadsmuur
om ‘De Smeden’, 1994.
Onder: Opgraving op
‘Het Eiland’. Naast de
veldtechnicus die tekent
zijn er twee vrijwilligers
te zien die nu archeoloog
zijn, 1994.
De in 1996 gevonden ‘vrouwenspuit’, een natuurgetrouwe
houten kunstpenis uit de zeventiende eeuw,
met het meer stilistische exemplaar ernaast.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 121
De opgravingen op het Eiland leverden echter
veel meer gegevens op, zoals de restanten van een
glashuis aan de Klokkensteeg, de aanwijzingen
voor een klokkengieter en de restanten van het
proveniershuis van de Dominicanen van het
Broerenklooster aan de hand van vondsten uit
een beerput. De kroon op de opgravingen van
het Eiland vormde de opgraving onder de Aldi,
tussen Eiland, Pijpenbakkerstraat en Drie Pistolengang.
Hoewel deelonderzoeken reeds gepubliceerd
zijn, moet een publicatie van het totaalbeeld
nog even op zich laten wachten.
De Aldi en de Kleine Aa
Voor de archeologen was bekend dat de Aldi gelegen
was op de Kleine Aa. Zij wilden in 1999 derhalve
dit terrein koste wat kost onderzoeken. Dat
kon, maar het budget was veel te klein, evenals
de periode waarin opgegraven kon worden. Er is
toen met man en macht met veel vrijwilligers alles
aan gedaan om zoveel mogelijk informatie aan
deze opgraving te ontrekken. Er werd gewerkt met
twee ploegen en alle gelden werden ingezet op de
opgraving. Daarna zouden we wel zien hoe we een
en ander zouden uitwerken en publiceren. Zo was
de tijdgeest. Het terrein kon daarom maar tot een
beperkte diepte worden onderzocht.
Deel van de inhoud van
beerput 17-4 op het
Eiland uit 1996, met op
de voorgrond de inmiddels
beroemde twee
zeventiende-eeuwse
houten kunstpenissen.
Zware erfscheidingsmuur
voor de huizen
aan de buitenzijde
van de Kleine Aa bij
de opgraving onder de
Aldi. Op de voorgrond
de bedding van een
oude fase van de Kleine
Aa, 1999.
■ ■■■
11 11-
122 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De grootste aandacht ging uit naar de Kleine
Aa. En dat leverde een enorme bron aan gegevens
op. De Kleine Aa was in de loop der tijd van een
brede gegraven gracht steeds kleiner geworden
tot een smalle, gekanaliseerde watergang, die uiteindelijk
gedicht werd en vervangen is door een
gesloten ondergronds riool. Voorafgaand aan die
laatste fase is enorm veel afval van de aangrenzende
panden in die laatste open Kleine Aa gedumpt
en kunnen we onder andere herleiden dat er een
school is geweest en Joodse bewoning. De veelal
negentiende-eeuwse vondsten werden gepubliceerd
en dat was voor Nederland een novum,
omdat tot dan toe aan deze periode weinig aandacht
besteed was. Men ging er altijd van uit dat
archiefonderzoek voldoende was om huisraad uit
deze periode te beschrijven. Niets bleek minder
waar te zijn. Het was pionierswerk.
Eén vraag werd bij deze opgraving nog niet tot
tevredenheid beantwoord: was de Kleine Aa een
natuurlijke watergang of gegraven? Dit werd pas
duidelijk bij de opgraving op de Smeden in 2007.
De Kleine Aa was gegraven.
Ittersumerbroek
Ittersumerbroek is een opgraving die heeft plaats
gevonden over meerdere jaren en zowel nationaal
als internationaal heel wat stof heeft doen opwaaien.
Zowel voor de vondsten uit de Bronstijd en de
IJzertijd betrof het boerderijen met bijgebouwen:
een boerenerf dus. De vorm van de boerderijen
heeft in de loop der tijden een ontwikkeling doorgemaakt,
waardoor gesproken wordt van verschillende
typen.
Wat Ittersumerbroek nu zo bijzonder maakte
is dat Ruud van Beek de boerenerf-theorie ontdekte.
Als je een boerderij hebt, dan ligt daar een
beperkte lege ruimte omheen en daarachter krijg
je het hele scala aan bijgebouwen. Dit geldt dus
ook andersom. Als je een scala aan bijgebouwen
hebt, dan ligt op zeer betrekkelijke afstand daarvan
de boerderij, het hoofdgebouw. We hebben
deze theorie mogen toetsen op verschillende locaties
en het klopte. Revolutionair.
Er waren in het Overijsselse nog twee fenomenen
waargenomen. De provinciaal archeoloog
Ad Verlinde en Ruud van Beek stonden
hier achter. Dat waren driepalige hooibergen
en schaapskooien, een ronde structuur met een
slurf als ingang. Voorheen werden deze structuren
verguisd, maar in Ittersumerbroek kon men
er niet omheen omdat verschillende van deze
grondsporen vrij in het zand te zien waren, zon-
Hemmy Clevis bekijkt
de houten zijkanten
van de jongste bedding
van de Kleine Aa, bij
de opgraving onder de
Aldi, 1999.
Ruud van Beek (1915-1997)
In zijn werkzame leven was Ruud van Beek in dienst van het kadaster.
Daardoor was hij voornamelijk buiten aan het werk en kreeg hij oog voor
het landschap, de details en de veranderingen. Hij zag scherven op het land
liggen en wilde weten hoe oud ze waren. Vervolgens ging hij zich verdiepen
in de literatuur en werd correspondent van de Rijksdienst Oudheidkundig
Bodemonderzoek. Ruud werd de belangrijkste amateurarcheoloog in deze
regio en hij ontpopte zich ook als amateurhistoricus. Hij dook de archieven
in op zoek naar gegevens over de vroegste landindelingen en gegevens over
de marke. Westerheem, het tijdschrift voor amateur archeologen, was zijn
belangrijkste medium, maar artikelen van hem zijn ook opgenomen in een
bundel over Windesheim of in de Kamper Almanak. Dat Ruud gewaardeerd
werd bleek wel uit het feit dat hij bij zijn zeventigste verjaardag een
feestbundel kreeg, ‘Van Beek en land en mensenhand’ waaraan niet de
minste beroepsarcheologen hun bijdrage leverden. Bij de opgravingen in
Ittersumerbroek ontwikkelde hij de boerenerf-theorie, die in de praktijk
getoetst kon worden. Zijn verdiensten voor de geschiedenis van Salland en
speciaal Zwolle zijn groot.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 123
der ruis van andere grondsporen. Zo verdwenen
heilige huisjes.
Maar toen, toen ontdekte Jan de Jong, destijds
hoofd Monumentenzorg en gepromoveerd op
de gulden snede in de Griekse bouwkunst, dat
een van die ronde structuren onderdeel geweest
moest zijn van een zogenaamde zonnekalender.
In Nederland was dit vloeken in de kerk, maar
in Engeland was men uitermate geïnteresseerd,
temeer omdat De Jong niet alleen via een mathematische
analyse de zuivere kunstmatige aanleg
kon aantonen, maar ook door middel van kansberekening
kon bewijzen dat deze structuur geen
toeval was. Zwolle had een heuse houten Stone
Henge.
Dit was volgens velen onmogelijk. De weerstand
was enorm binnen Nederland. Maar
Engeland omarmde Ittersumerbroek. Engeland
was het land van de Stone Henges en de Wood
Henges. Er werd een congres georganiseerd over
het fenomeen in de Buitensociëteit. Ongeveer 700
belangstellenden hebben dit congres bijgewoond,
waarbij een vooraanstaand Engels archeoloog als
Alex Gibson sprak.
Uit deze tijd dateert de uitwisseling tussen
leden van de archeologische dienst van Wales en
de archeologische dienst van Zwolle, wat resulteerde
in een tweetal projecten die gefinancierd
zijn door de Europese Unie. Niet om het een of
ander, maar geen enkele archeologische dienst van
een Nederlandse stad heeft dit ooit gerealiseerd.
De Vrouwenlaan
In 1994 vond opnieuw een toevalsvondst plaats
in de wegcunetten die werden aangelegd voor
nieuwbouw in deze buurt. Er werden vele tientallen
haardkuilen gevonden uit het Mesolithicum
(9000-5300 vóór Chr.), voornamelijk uit de periode
tussen 7300 en 5700 vóór Christus. Jagers/
verzamelaars hebben dit gebied vele eeuwen
aangedaan en er vuren gestookt. Ouder nog was
een vuursteenwerkplaats in dit gebied die in de
periode 8800-7100 vóór Christus gedateerd moet
worden. Later werden op veel meer vindplaatsen
in Zwolle mesolithische haardkuilen gevonden.
Deze grondsporen horen tot de oudste resten van
menselijke activiteit in het Zwolse gebied.
Bikkenrade
Het terrein achter Bikkenrade aan de Hollewandsweg
kwam in aanmerking voor beplanting
met bos. Nu lag dit terrein op een dekzandrug
Reactie in de Zwolse
Courant op de ontdekte
zonnekalender in Ittersumerbroek.
Om de mesolitische
haardkuilen aan de
Vrouwenlaan in te
meten en te bemonsteren
werd op volle
sterkte gewerkt, 1994.
■ ■■■
11 11-
124 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
tussen de nederzettingen in Ittersumerbroek en
de Aalvangersweg/Vrijhof. Reden om in 2002 te
kijken of er prehistorische sporen aanwezig waren
en wat de aanplanting van bos voor invloed zou
hebben op deze sporen. Een van de vondsten
was een nederzetting uit de tweede helft van de
tweede eeuw tot het begin van de vijfde eeuw, een
zogenaamde Germaanse nederzetting. Er werd
in deze nederzetting aan ijzerwinning gedaan.
Oerslakken werden in de beekdalen verzameld en
in smeltovens opgestookt om ijzer te winnen. Met
hout konden de hoge temperaturen niet gehaald
worden die nodig waren, waardoor er houtskool
geproduceerd werd. In het gebied zijn dan ook
veel ijzersmeltovens en houtskoolmeilers (constructie
om houtskool te maken) gevonden. Het
ijzer werd waarschijnlijk als grondstof verhandeld
naar het stedelijk gebied van het Romeinse rijk.
De nederzetting van Bikkenrade maakte onderdeel
uit van een heel netwerk van kleine nederzettingen
die slechts op enkele kilometers afstand
van elkaar gelegen waren en zich bezig hielden
met ijzerwinning. Toch hebben ze waarschijnlijk
ook voor eigen gebruik ijzeren voorwerpen
gemaakt. De grondsporen die voor een deel uit
standgreppels van huizen bestonden, duiden op
houten wanden die gemaakt waren van planken.
Om planken aan elkaar te bevestigen heb je spijkers
nodig… En die contacten met het Romeinse
rijk? Er zijn enkele scherven gevonden van import
Romeins aardewerk en glas. Dat wil dan niet zeggen
dat de Romeinen hier geweest zijn, maar wel
dat de mensen van hier bij de Romeinen (in Nijmegen)
geweest zijn.
Veenbos
Een losliggende veeneik die langs de weg lag en
waargenomen werd door een collega archeoloog
uit Lelystad vormde de aanleiding voor de archeologische
dienst Zwolle om een nader onderzoek
te verrichten in de laag gelegen nieuwbouwwijk
Stadshagen, onderdeel van de polder Mastenbroek.
Het bleef die dag niet bij één boom. Er
lagen er meer en een eerste datering wees uit dat
deze boom dateerde uit het begin van de jaartelling.
Enige tijd later bleek bij het bouwrijp maken
van een nieuw stuk woonwijk dat er vele tientallen
stammen te voorschijn kwamen. Tijd voor actie.
Samen met de onderzoeksinstituten Ring,
Biax en Alterra werd besloten een inventariserend
onderzoek te doen. Dit gebeurde in het jaar 2000.
Op twee stukken van 15 x 80 meter werden 167
bomen bemonsterd voor houtsoort determinatie.
Van 34 eiken en 3 essen zijn monsters genomen
voor dendrochronologisch onderzoek. De resultaten
waren veelbelovend en in onderling overleg
werd besloten een stuk bos officieel op te graven.
Dit was nog nooit eerder gebeurd in Nederland.
De opgraving zou veel informatie opleveren over
Restanten van een
ijzersmeltoven uit de
inheems Romeinse tijd
achter Bikkenrade, 2002.
Grondsporen van
huizen en ijzersmeltovens
(de donkergrijze
verkleuringen) van
een inheems Romeinse
nederzetting achter
Bikkenrade, 2002.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 125
het landschap van Nederland in de eerste eeuwen
van de jaartelling.
Duidelijk was al dat het een veenbos was met
een datering tussen 150 voor en 600 na Christus.
Er werden nog vier terreinen gekozen waar
opgravingen zouden plaatsvinden. Van de in totaal
520 opgegraven bomen zijn 60 eiken en 40 essen
bemonsterd voor dendrochronologisch onderzoek.
Dit toonde onder meer aan dat de oudste eik 343
jaar is geworden, de oudste es 245 jaar en de laatste
eik doodging in 586 na Christus. De bomen hebben
in natte omstandigheden gestaan waardoor ze heel
dunne groeicirkels hebben. Een eik met een kleine
diameter kan daardoor toch heel oud zijn. Duidelijk
is dat dit typische veenbos door verdrinking
aan zijn einde is gekomen. Dat vond plaats in een
tijd dat in Noordwest-Europa hetzelfde bij andere
veenbossen gebeurde. Dat was ook het geval met
groeidepressies die soms wel 20 jaar duurden en
om de 20 tot 40 jaar voorkwamen. Rond 300 was er
een opleving, een minder natte periode en kiemden
vele nieuwe eiken en essen uit, tot de definitieve
teloorgang die rond 530 na Christus inzette. Het
verhaal van het veenbos in Stadshagen is in verschillende
internationale vaktijdschriften gepubliceerd.
Onlangs werd bij toeval op het landgoed de
Treek in Amersfoort eveneens een oerbos gevonden.
Ook hier was veel landelijke publiciteit voor.
Rij je met de auto van Stadshagen naar Hasselt, dan
zie je anno 2017 nog altijd stapels veeneiken bij de
zandwinningsplassen liggen.
Opgravingsput van het
veenbos in de Mastenbroekerpolder,
2000.
Rondleiding bij de
opgraving van het veenbos
in Mastenbroek
voor de verschillende
vakdisciplines en de
pers, 2000.
■ ■■■
11 11-
126 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De POMtuin
De eerste opgraving in het hart van de stad vond
plaats in 1995 in de tuin van het POM (Provinciaal
Overijssels Museum), tegenwoordig de plek onder
de nieuwbouw van het Stedelijk Museum tussen
Voorstraat en Melkmarkt. Voor de geschiedenis
van Zwolle waren de resultaten enorm belangrijk.
Zo kon aangetoond worden dat de perceelsindeling
zoals die vooral op de kadastrale minuut van
1832 terug te vinden is, zijn oorsprong al had in
de dertiende eeuw en aantoonde dat het hier ging
om individuele erven. Daarnaast bleek dat deze
locatie onderdeel uitgemaakt heeft van de haven
van Zwolle. De woningen lagen op de zandrug
die de Voorstraat vormde, maar de achtererven
kwamen uit op de Grote Aa. De vroegste vondsten
dateerden uit de Pingsdorf-periode, ca. 900-1200.
De ouderdom van deze site ging niet verder terug
dan de elfde eeuw.
Aplein
De opgravingen aan het Aplein in 1999 waren
belangrijk in verband met de ouderdom van ‘het
Eiland’, het gebied buiten de stadsmuren, die gelegen
waren aan binnenzijde van de Kleine Aa. Hier
kwamen niet veel nieuwe gegevens te voorschijn,
vooral omdat de afstand van het opgravingsterrein
tot de oorspronkelijke bedding van de Kleine
Aa nog te groot was. Het meest interessante was
de vondst van een verlaagde keuken waarvan de
muren nog tot circa een halve meter bewaard
gebleven waren. Deze muren waren bekleed met
deels blauw geschilderde tegels en rondom de
haard met blauw geschilderde bijbeltegels.
Achter de Broeren
Opnieuw vond in 2003 een opgraving plaats op
een voor de geschiedenis van de stad cruciale
plek. De archeologen vonden hier muurwerk dat
behoorde tot twee stadsmuren uit verschillende
perioden. De oudste stadsmuur die in de periode
1230-1300 gedateerd moet worden, lag aan de
voet van een dekzandhoogte, een hoger gelegen
plateau. Er heeft echter afkalving van deze zandhoogte
plaats gevonden door de Kleine Aa waardoor
de effectiviteit van de stadsmuur onbetrouwbaar
werd. Er moest een nieuwe muur gemaakt
worden. Deze nieuwe muur werd feitelijk in de
bedding van de Kleine Aa gebouwd met allerlei
bouwtechnische aanpassingen. Deze tweede
stadsmuur moet tussen 1324 en 1378 gebouwd
zijn. Aan de Bitterstraatzijde is ook muurwerk
en afval aangetroffen dat bij de werkplaats van
een pottenbakker hoorde. Afval van deze pottenbakker
is gevonden in een beerkelder bij de al
genoemde opgraving van de Aldi in 1999.
Palenrij die de scheiding
aangeeft tussen
twee individueel opgehoogde
percelen onder
de nieuwbouw van het
Stedelijk Museum aan
de Melkmarkt, 1995.
Verlaagde keuken aan
de Waterstraat (Aplein
opgraving), met blauw
geschilderde tegels.
Links de haardplaats
met blauw geschilderde
bijbeltegels, 1999.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 127
Rodetorenplein
Het terrein naast café-restaurant de Belgische Keizer
op de hoek van de Melkmarkt en het Rodetorenplein
was een van de vele buitenkansen om in
2005 meer over de vroegste stedelijke verdediging
van de nederzetting Zwolle te weten te komen. Al
vrij snel kwamen de muurfunderingen van de Jan
Baghstoren en van de Rodetoren tevoorschijn,
evenals een heel grote beerput die tegen de Jan
Baghstoren was aangebouwd. Er kon slechts een
deel van de Rodetoren opgegraven worden en het
muurwerk daarvan bestond uit meerdere fasen.
Deze toren moet vóór 1334 gebouwd zijn en de
Jan Baghstoren vóór 1482-83. Van de stadsmuur
resteerde alleen de uitbraaksleuf. Onder die uitbraaksleuf
kwamen rechthoekige kuilen tevoorschijn
die mogelijk wijzen op spaarbogen. Maar
ook de sporen van houten huizen met gedateerd
hout uit 1243. En dat plaatst de archeologen voor
een raadsel. Heeft de oudste stadsmuur nu net
buiten de opgravingsput gelegen? Vragen nog
voor de toekomst.
Ook van deze opgraving is een monografie
verschenen.
Links de oudste stadsmuur die gebouwd is tussen
1230 en 1300. Rechts de jongere stadsmuur die
dateert uit de periode tussen 1324 en 1378, opgraving
2003.
Boven: Slieten (houten palen) fundering van steenbouw op het Rodetorenplein,
met op de achtergrond de fundamenten van de Jan Baghstoren, 2005.
Onder: De fundamenten van de ronde Jan Baghstoren, met daartegenaan
gebouwd een beerput, 2005.
■ ■■■
11 11-
128 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Pannekoekendijk
In de periode 2008-2011 heeft op de parkeerplaats
van de Pannekoekendijk een opgraving in fasen
plaats gevonden. Naast de woonhuizen die hier
gestaan hebben, sprongen drie zaken in het oog.
In de eerste plaats werden de funderingen gevonden
van de blekerij met zijn stookketels die hier
gestaan heeft. Het was nog een geluk dat de hoogbejaarde
heer De Vries met zijn zoon kon komen
kijken. Hij was hier beheerder geweest en kon aan
de hand van zijn herinneringen en de funderingen
precies beschrijven hoe de blekerij er uit had
gezien.
Op het diepste niveau waren talloze afvalkuilen
van een pottenbakker, Godeken Potman, die
hier tot uiterlijk 1410 zijn bedrijf uitoefende. Hij
woonde aan de Mussenhage, maar helaas kon
niet tot aan de straatzijde opgegraven worden.
Godeken Potman voerde hier minder dan twee
decennia zijn bedrijf uit. Zijn bedrijfsafval, de
misbaksels, is helemaal geanalyseerd. Hij heeft
zowel roodbakkend als grijsbakkend aardewerk
geproduceerd, maar veelal ongeglazuurd, of bij de
grapen, kookpotten op drie poten, spaarzaam. Hij
heeft met glazuur en gele slib geëxperimenteerd,
maar het bleef daarbij. Er waren ook bijzondere
vormen onder de vondsten, zoals een kaarsentrekbak.
Deze was wellicht voor de inwoners van
het naast hem gelegen witte vrouwenklooster
bedoeld. Ook werd er een alambiek (destilleertoestel)
aangetroffen om sterke drank te maken,
alsmede een tweetal keramische kolven met ronde
bodem. Bijzonder was ook de vondst van meer
dan twintig potten met een spongat. Deze potten
moeten een industriële functie gehad hebben, om
bijvoorbeeld een troebele vloeistof te laten bezinken
waarbij de heldere vloeistof via het spongat
boven het bezinksel afgetapt kon worden. Dit is
in heel Zwolle op één andere plek aangetroffen,
namelijk aan de Hoogstraat waar ook een schoenmaker
en eventueel een leerlooier hun bedrijf
hadden.
Aardewerk van Godeken is goed herkenbaar. Op
verschillende plekken in Zwolle is dit materiaal
Bij de opgraving aan
de Pannekoekendijk
in 2008 werd ook een
zeldzame gemarmerde
Italiaanse veldfles uit
het begin van de zeventiende
eeuw gevonden.
Muurwerk van onder
andere de blekerij aan
de Pannekoekendijk,
2008.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 129
gevonden, onder andere in kuilen in een ophogingspakket
tegen de ommuring van de Smeden
die we op het Eiland zijn tegengekomen.
Het derde bijzondere vondstcomplex heeft
toebehoord aan de vrouwen in het Wytenhuis
(begijnhuis) aan de Mussenhage. Een beerput met
huisraad is hier geledigd, waarbij onder andere
een houten klepper is gevonden. Waarschijnlijk is
deze gebruikt om de vrouwen op te roepen voor
het gebed.
Havezate Werkeren
Voorafgaand aan de opgraving in 2001 zijn door
Hemmy Clevis en vele vrijwilligers de nodige
zaterdagen besteed aan het maken van een hoogtelijnenkaart
van het gebied. Dat gebeurde in deze
tijd nog met een waterpas, baak en meetlinten.
De hoogtepunten werden ingemeten in een 3×3
meter grid (rooster). Daaruit kwamen redelijk
duidelijk de hoogte en de beide grachten naar
voren, wat bij de opgraving bewezen werd. De
opgraving startte met een aantal lange zoeksleuven.
Er werd niets gevonden, ja toch, in het profiel
van één zoeksleuf waren nog net een paar lagen
baksteen te zien. Hier vond uitbreiding plaats
naar een eerste put, die uiteindelijk leidde tot de
opgraving van de complete havezate. Het oudste
gedeelte bestond uit een zaalburcht met in de
fundering brokken tufsteen en kloostermoppen
met een formaat van 32x16x7 cm. Via een brug
kon men op de voorburcht komen en vandaar uit
via een brug bij de zaalburcht. Van de brug naar
de voorburcht kon een paal gedateerd worden
Roodbakkende pot met spongat van Godeken
Potman uit ca 1400.
Houten klepper uit
de beerkelder van het
Vrouwenklooster aan
de Mussenhage,
ca. 1400.
■ ■■■
11 11-
130 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
uit het jaar 1367. Dit geeft een datering voor de
zaalburcht die een paar jaar na de verwoesting
van de burcht van de heren Van Voorst in 1362
is gebouwd. Een van de zonen van Zweder van
Voorst heeft, na zich verzoend te hebben met de
landsheer, de bisschop van Utrecht, in het hart van
de familiebezittingen in de Mastenbroekerpolder
een nieuwe burcht gebouwd. Nieuw historisch
onderzoek van Jan ten Hove kon de Van Voorsten
koppelen aan de Van Ittersums, die in de vijftiende
eeuw de zaalburcht overnamen en uitgebreid hebben
tot een fors kasteel. Er werden vele vondsten
gedaan en in 2005 verscheen een monografie over
de havezate Werkeren.
Havezate Kranenburg
Een tweede havezate kon door Michael Klomp in
2004/5 opgegraven worden vanwege de bouw van
een nieuw uitvaartcentrum op de Kranenburg.
Het was een spectaculaire opgraving, waarbij de
complete plattegrond blootgelegd kon worden en
het de moeite waard was om luchtfoto’s te laten
maken. Droons waren er nog niet, dus vond dit
plaats met een klein vliegtuigje. Jan ten Hove werd
ingehuurd voor het historisch onderzoek waardoor
vondstmateriaal aan bewoners gekoppeld
kon worden. Daarbij springt de spilzieke Hoyko
Overzicht van de funderingen
van het muurwerk
van de havezate
Werkeren (2001).
Medewerkers legen de
inhoud van de beerkelder
die bij het zaalgebouw
van de havezate
Werkeren hoorde
(2001).
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 131
Manninge tot Pewsum naar voren die in 1565
de Kranenburg verwerft. Prachtige vloertegels
en majolicategels uit Antwerpen versierden de
vertrekken, alsmede een zogenaamde tegelkachel
met reformatorische symbolen.
Niet alleen de havezate, maar ook het tweede
bouwhuis en de grachten konden opgegraven
worden. In de buitenste gracht kwam een vracht
keramiek uit de negentiende eeuw te voorschijn
die duidde op enerzijds het verblijf van de familie
gedurende de zomer en anderzijds op de werkers
die het landgoed moesten verzorgen. Van havezate
en de grachtvondsten zijn twee monografieën
verschenen in 2008.
Hermen
In 2010 werd bij een opgraving aan de Spinhuis/
Bredehoek op het terrein waar de ‘twaalf apostelen’
(kleine huisjes voor arme, oudere alleenstaanden)
hebben gestaan, een bijzondere vondst
gedaan. In het zand kwam een skelet tevoorschijn.
Omdat dit hier niet thuis hoorde, is direct een
fysisch antropoloog ingeschakeld. Bijzonder aan
het skelet was dat de handen aan de voorzijde van
het lichaam, ter hoogte van de schenen, bijeen
gebonden waren met een leren band om de polsen.
Tussen de elleboog- en kniegewrichten door
was een houten staak geplaatst. Duidelijk was dat
het hier om een moord ging. Voor deze moordzaak
werd een cold case team samengesteld.
Duidelijk werd dat het om een 22- à 24-jarige
jongeman ging uit Zwolle of uit de buurt, die
leefde tussen 1316 en 1440. Hij was door een klap
op het hoofd om het leven gebracht.
Luchtfoto van de havezate
De Kranenburg.
Midden boven zijn
restanten te zien van de
ringmuur met kantelen
rondom het hoofdgebouw,
2005
Links: De vondst van
‘Hermen’ in 2010.
■ ■■■
11 11-
132 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Er werd een driedimensionale gezichtsreconstructie
gemaakt en uiteindelijk kwam de
complete reconstructie van ‘Hermen’ terecht bij
Waanders In de Broeren waar hij voor iedereen
te zien is. Zijn reconstructie ligt in een kist op de
bovenste verdieping. Met dank aan Wim Waanders
die dit mogelijk heeft gemaakt.
Kraanbolwerk
In 2013 kon er gegraven worden op het voormalige
Schaepmanterrein op het Kraanbolwerk. Eerst
moest er een en ander aan verontreiniging verwijderd
worden, maar toen konden de archeologen
aan de slag. De oudste sporen dateren van een
dijklichaam aan de buitenzijde van de Thorbeckegracht,
ergens tussen 1325 en 1375. Daarna is er
twee eeuwen niets gebeurd, tot de aanleg van het
Kraanbolwerk kort na 1620. De oudste gebouwen
op het Kraanbolwerk dateren van ongeveer 1650.
Het betreft onder andere een blauwververij. Ook
heeft er een factorijgebouw gestaan dat op exact
dezelfde manier gefundeerd is als het Hopmanshuis
(uit 1663) aan de andere kant van de gracht.
Het Hopmanshuis is in oorsprong ook een factorijgebouw
geweest. Het gebouw op het Kraanbolwerk
heeft meerdere fasen gekend, waarbij
De gereconstrueerde
‘Hermen’ bij Waanders
in de Broeren.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 133
vooral de vloer met extra zware poeren (steunen)
is versterkt. Tussen de bakstenen poeren werd veel
gruis van Bentheimer zandsteen gevonden. Mogelijk
is dit factorijgebouw gebruikt voor de opslag
van Bentheimer zandsteen.
Melkmarkt
Voorafgaand aan het onderzoek aan de Melkmarkt
in 2015 heeft een herwaardering plaats
gevonden van de archeologische sporen en
vondsten onder het oude stadhuis aan de Sassenstraat.
Daaruit kwam naar voren dat het oudste
materiaal uit de periode 825-850 moet dateren.
Het materiaal wees op een ‘nederzetting’ met
een landelijk karakter. Hierbij moet aangetekend
worden dat de archeologen met twee of drie boerderijen
al een ‘nederzetting’ bedoelen. Meer sporen
uit deze tijd zijn in de stadskern van Zwolle
niet gevonden. Daaruit moeten we concluderen
dat dit een gebied was met hier en daar een boerderij.
Geen wonder dat er geen Noormannen
zijn geweest, want er viel hier niets te halen. De
vondsten aan de kop van de Melkmarkt wijzen
duidelijk op havenactiviteit en internationale
handel. Scheepssintels en keramiek uit Duitsland
(Pingsdorf) en de zuidelijke Maasstreek
(Andenne) wijzen hierop. Dat betekent dat er
nog een eeuw overheen gegaan is voordat je van
een kleine ‘handels’nederzetting kunt spreken.
Zo’n nederzetting kan snel groeien, vooral als
De bakstenen fundering
van een factorijgebouw
op het Kraanbolwerk
die identiek is aan die
van het oudste deel
van het Hopmanshuis,
2013.
■ ■■■
11 11-
134 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
van hogerhand (de kant van de landsheer, de bisschop
van Utrecht) de groei gestimuleerd wordt,
bijvoorbeeld door de bouw van een kerk. Bewijs
dat er een kerk was is er in 1040. Hoe lang de kerk
er toen al stond is onduidelijk. Daarvoor moeten
de archeologen in de kerk gaan opgraven. De
opgravingssporen en vondsten moeten nog uitgewerkt
worden. Maar zovéél is al duidelijk. De
Grote Aa heeft hier ook een aftakking gehad. Hoe
moeten we dit gaan interpreteren. En hoe oud
zijn de oudste vondsten hier precies? Die eerste
nederzetting is niet groot geweest, want de oudste
sporen onder de nieuwbouw van het Stedelijk
Museum dateren uit de eerste helft van de elfde
eeuw en naast café-restaurant de Belgische Keizer
op het Rodetorenplein is sprake van houtbouw
uit het midden van de dertiende eeuw.
Diezerstraat/Spoelstraat
In de jaren zeventig zijn hier door amateurs
grondsporen waargenomen. Deze zouden mogelijk
tot de Karolingische periode teruggaan. Dit
was een van de redenen waarom hier archeologisch
onderzoek noodzakelijk was. Er werden
echter helemaal geen grondsporen die ouder
waren dan de dertiende eeuw aangetroffen.
Maar de opgraving in 2015 achter de bibliotheek
aan de Diezerstraat leverde wel interessante
gegevens op. Eén daarvan is wel héél bijzonder.
Het betreft fragmenten van enkele wijnflessen.
Het is een bijzonder type wijnfles die in Engeland
‘ladies leg’ wordt genoemd, omdat de hals langer
is dan het lichaam. Het is een fles die vooral
gebruikt is voor Constantia wijn uit Zuid Afrika.
De fles heeft een inhoud van ongeveer 1/3 liter.
Een pakket grondverbetering,
zogenaamde
speklagen, bij de opgraving
aan de kop van de
Melkmarkt, 2015.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 135
De fles had een glaszegel met de naam Constantia
en kon zo verbonden worden met de Constantia
plantage in Zuid Afrika. Er waren maar liefst drie
glaszegels. En hier begint het verhaal.
De Constantia plantage werd gesticht door
Simon van der Stel in 1684. Hij was door de VOC
in 1679 benoemd als gouverneur van Kaap de
Goede Hoop. De wijnplantage werd gerund met
slaven uit allerlei landen. Van der Stel heeft waarschijnlijk
met de VOC een overeenkomst gehad
om elk jaar een aantal vaten van deze exclusieve,
zware wijn te leveren.
Deze wijn werd in Zwolle gedronken door
Arend, baron Sloet van Tweenijenhuizen (1722-
1786). Hij was drost van Salland en voorzitter
van de Staten. Als zodanig had hij invloed op
benoemingen in verschillende commissies voor
de Raad van State, onder andere die van de VOC.
Hij had verder veel familierelaties met adellijke
geslachten, onder andere de Bentincks die in die
tijd op de havezate Werkeren woonden. Tijdens de
opgraving van deze havezate is een zelfde type fles
gevonden, zonder glasmerk.
Het is duidelijk dat deze exclusieve wijn alleen
in de hoogste kringen werd gedronken. De Constantia
plantage bestaat nog steeds.
Links: Drie zogenaamde
‘Ladies Legs’ zonder
zegel, uit de achttiende
eeuw.
Rechts: Deel van een
van de drie flessen met
het glaszegel Constantia
wijn, tweede helft
achttiende eeuw.
Glaszegel Constantia
wijn, tweede helft achttiende
eeuw.
■ ■■■
11 11-
136 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
En de toekomst?
Dertig jaar professionele archeologie in Zwolle
betekent dat de eerste archeoloog reeds op leeftijd
moet zijn. Dat klopt. Hemmy Clevis die vóór zijn
Zwolse periode al tien jaar bij de Rijksdienst Oudheidkundig
Bodemonderzoek heeft gewerkt met
langdurige opgravingen in Dordrecht, Deventer
en Nijmegen gevolgd door een promotieonderzoek,
is reeds 64 jaar. Jaren geleden heeft hij het
buitenwerk al overgedragen aan Michael Klomp,
die inmiddels sinds een tweetal jaren ook de leiding
van het team overgenomen heeft. Saillant
detail is dat Michael als twaalfjarige in hetzelfde
jaar als Hemmy Clevis bij archeologie Zwolle
begonnen is, maar dan als vrijwilliger bij de Broerenkerk
opgraving. Je zou kunnen zeggen dat
Michael, wiens roots in de Kamperpoort liggen,
bij zijn pensionering dan 55 jaar archeologie in
Zwolle bedreven heeft.
De samenwerking met de gemeenten Kampen,
Zwartewaterland en Hattem bieden een solide
basis voor een professioneel team. Het archeologisch
team van Zwolle verstrekt advies en doet
vooral de uitvoering: het opgraven en uitwerken
van de vondsten.
In 2016 en 2017 is veel werk verricht aan de
certificering van het team archeologie. Dit houdt
in dat het team overal opgravingen mag verrichten.
Die certificering is gerealiseerd. In 2017 is het
team ook versterkt met een derde deeltijd archeoloog,
Sanne van Zanten. Hoewel het team slank is,
is het uitgerust voor de toekomst.
Voor het team archeologie breken spannende
tijden aan. Er zal een oplossing gevonden moeten
worden voor de huisvesting. En in Zwolle zelf liggen
nog enkele heel grote projecten op uitvoering
te wachten, waarvan er hier slechts één genoemd
wordt: de Papenstraat.
* Alle afbeeldingen bij dit artikel zijn afkomstig van
het team Archeologie.
Publicaties van het team Archeologie Zwolle
Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle deel 1-5 (1993-
2005).
Overijssels Erfgoed. Archeologische en Bouwhistorische
kroniek (2002-heden).
Clevis, H. en A.D. Verlinde. 1991. Bronstijdboeren in
Ittersumerbroek. Opgraving van een Bronstijdnederzetting
in Zwolle-Ittersumerbroek.
Clevis, H. en T. Constandse-Westerman (eds.) 1991.
De doden vertellen. Opgraving in de Broerenkerk te
Zwolle 1987-88.
Clevis, H. 2000. Zwolle ondergronds. Zeven blikvangers
van archeologische vondsten in Zwolle.
Clevis, H. en M. Klomp. 2005. Havezate Werkeren. De
Heren van Werkeren en hun kasteel.
Clevis, H. e.a. 2007. Gevonden verhalen. Archeologische
speurtochten in Zwolle: Het verhaal achter de vondst.
Clevis, H. 2007. Opgeruimd staat netjes. Keukengoed
en tafelgerei van een bouwhuis van de Kranenburg
(1840-1865).
Klomp, M. 2008. Een Steenhuijs ontmanteld. Archeologisch
en historisch onderzoek van de havezate Kranenburg
in Zwolle.
Hove, J. ten en M. Klomp. 2011. Aan de monding van de
Grote Aa. Het havenfront van Zwolle.
Vries, D.J. de en H. Kranenborg. 2015. Onzichtbaar
Zwolle. Archeologie en bouwhistorie van de stad.
Verder zijn er inmiddels meer dan tachtig Archeologische
Rapporten Zwolle verschenen.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 137
VV Edon, kroniek van een bedrijfsclub
Edon bestaat tachtig jaar. Oorspronkelijk was de Harry Bouwhuis
club onderdeel van de op 10 november 1937 opgerichte
personeelsvereniging van de IJsselcentrale.
Lang rekruteerde men haar leden uit het werknemersbestand
en directe familie van het energiebedrijf.
Door onder meer bedrijfsfusies kwam de
vereniging uit onder de namen Electra, IJC, IJsselmij
en Edon en stond (en staat) in de regio vooral
bekend als ‘de club met de houten palen’.
Officieel begint het in restaurant Beenen aan de
Grote Markt in Zwolle. Daar wordt op 10 november
1937 door middel van hand opsteken de
‘Personeelsvereniging der IJsselcentrale Zwolle’
opgericht. Het ontstaan van de PV vloeit feitelijk
voort uit de onderlinge voetbalwedstrijdjes tussen
de technische dienst/administratie en de werknemers
van IJC (IJsselcentrale) aan de Weteringkade.
Na contacten met de voetballers Van
’t Blik, Mojet, Mooij en Zegeling wordt binnen het
bedrijf een enquête gehouden of er behoefte is aan
een personeelsvereniging. De uitslag is dusdanig
positief dat snel daarna de oprichtingsvergadering
wordt gehouden, gevolgd door een feestavond
in de Pius-Sociëteit aan de Oude Vismarkt. Er
worden vrolijke cabaretliedjes gezongen, er is een
uitvoering door eigen personeel van de eenakter
‘Voor de derde maal’ en Joop Louwen heeft een
speciaal IJC-lied gecomponeerd waaruit een grote
genegenheid voor zijn werkgever blijkt:
De entree naar het voetbalveld
vanaf de Weteringkade,
oktober 2017.
(Foto Annèt Bootsma)
■ ■■■
11 11-
138 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
‘Des avonds wordt het scheemrig en duister om ons heen
en onwillekeurig gaat er je hand naar ’t knopje heen.
En dra schijnt er een zee van licht tot in de diepste nis.
Was het vroeger soms een helse toer, nu grijp je nimmer
mis
Refrein
Druk op de knop en het licht is daar,
druk op de knop en het is voor elkaar.
’t gaat zo makkelijk, ’t gaat toch zo goed.
Daar de IJC al het werk voor u doet.’
De hommage is kenmerkend voor het ‘wij gevoel’
bij de werknemers van de in 1911 opgerichte NV
Electriciteitsfabriek IJsselcentrale. Na de totstandkoming
van de PV worden er allerlei activiteiten
ontwikkeld. Er komen onder meer een tennis-,
klaverjas- en bridgeclub en ook een toneelgroep.
De voetbaltak, eigenlijk toch de bakermat van de
personeelsvereniging, raakt daardoor een beetje
de identiteit kwijt. Daarom wordt al snel besloten
om de voetballers onder te brengen in een zelfstandige
afdeling.
Bedrijfsvoetbal
Maar vóór de officiële oprichtingsdatum van
10 november 1937 wordt er dus al gevoetbald
door de mannen van IJC aan de Weteringkade,
waar in 1915 een kolencentrale in gebruik wordt
genomen. ‘Het huidige sportcomplex ontstond
toen er voor die oude centrale een afvoerkanaal
noodzakelijk was om een goede koelwaterafvoer
te bewerkstelligen’, weet Paul Benning, vanaf 1961
tot 2003 werkzaam bij het bedrijf en voetballend
lid tot midden jaren zeventig. ‘De gemeente
Zwolle had geen bezwaar tegen het graven van het
kanaal, links van het clubhuis achter de dijk, mits
de laaggelegen strook grond tussen het nieuwe
afvoerkanaal en het Almelose Kanaal wel benut
zou worden voor recreatieve doelen. Het aangelegde
sportveld was erg zompig. Gelukkig functioneerde
de sloot achter de kleedkamers als een
perfect en dubbel draineringssysteem, zowel bij
droogte als regenval. Er kwamen twee tennisbanen
en rondom het veld werd een sintelbaan aangelegd
waar getraind werd voor de sportdagen en
die we ook gebruikten voor onze touwtrekploeg.
Het was een prachtig sportparkje, een mooi visitekaartje
waardoor het “IJC gevoel” alleen maar
werd versterkt. Want die onderlinge band was
toch wel uniek.’
Oud-speler en ex-secretaris Albert Veld
onderschrijft dat. ‘De personeelsverenigingen
waren vroeger de kurk waar bedrijven op dreven.
Het kweekte een collectiviteits- en collegialiteitsgevoel.
De bedrijfsleiding, ook bij IJC, wist dat
donders goed. Dat was zo bij de vestiging Hengelo
waar ik ben begonnen en in Zwolle was het niet
anders. De sportdagen waren heilig. Niets was te
gek. Het welbevinden van de werknemer stond in
die tijd voorop. Dat is intussen wel veranderd.’
Terug naar de beginjaren van de voetbaltak
waar clubveteranen en andere bedrijfsteams doorgaans
de tegenstanders van IJC zijn. In mei 1937
vindt de eerste wedstrijd plaats op het roemruchte
ZAC-complex aan de Oude Veerweg. Er wordt
met 2-1 van de ZAC-veteranen verloren. Na de
oprichting is IJC, een tijd spelend onder de naam
Electra, prominent deelnemer aan de Zwolse
Bedrijfscompetitie die van 1938 tot en met 1940
wordt georganiseerd door Zwolsche Boys. Op
Sportpark De Vrolijkheid nemen onder andere
teams als Tilia (Tijl) en de Blazende Veiligheid,
de spoorhazen van de NS, het tegen elkaar op.
Het voetbalveld van
Edon, gelegen tussen
het Almelose Kanaal en
het voor de oude elektriciteitscentrale
gegraven
afvoerkanaal, met
rondom het veld een
sintelbaan, afgebeeld op
een kaart van Zwolle
uit 1964. Rechts onder
het voetbalveld de oude
IJsselcentrale. (Collectie
HCO)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 139
Na de Tweede Wereldoorlog worden de bedrijfscompetities
hervat en wordt er vier keer op rij de
titel binnengehaald. Tijdens de kampioensfeesten
wordt er flink uitgepakt. Het bedrijfsvoetbal is
mooi met veel successen maar vooral ook erg kort,
namelijk uitsluitend in de maanden mei en juni.
Dankzij secretaris Willem Nijmeijer, die in zijn
functie als telefonist bij het bedrijf veel contacten
had, worden er wedstrijden georganiseerd tegen
collega’s van andere bedrijven zoals de Provinciale
Utrechtse Elektriciteitsmaatschappij N.V. en
het Gemeentelijke Energiebedrijf Enschede. De
KNVB had nooit veel bezwaar tegen dat ‘wilde
voetbal’, als er maar geen eerste elftalspelers van
KNVB-verenigingen bij betrokken waren
Transfer
Bij IJC groeit dan langzaamaan de behoefte om
mee te gaan doen aan de reguliere competitie in
het zaterdagamateurvoetbal. Op 17 oktober 1953
gaat er een brief uit naar de heer De Roos van de
KNVB-afdeling Zwolle met het verzoek over te
gaan van de bedrijfscompetitie naar het officiële
zaterdagvoetbal. In het verzoekschrift wordt hoog
opgegeven over de accommodatie. Het nieuwe en
nog steeds markante kleedkamercomplex is voor-
Eén van de eerste IJC teams in de jaren dertig, met
staand derde van links Joop Zegeling Sr.
De selectie van IJC met op de achtergrond de oude IJsselcentrale aan de Weteringkade. Staand tweede van
links Cees Spanhaak, vierde van links grensrechter Bernard van Nee, vijfde van links Wezenberg, zesde van
links Joop Zegeling sr. Eerste van rechts Van Heerde, tweede van rechts secretaris Wim Nijmeijer. Zittend,
eerste van links Steven Spanhaak.
■ ■■■
11 11-
140 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
zien van twee badcellen en in beide kleedlokalen
zijn langs de hele lange zijde tevens wastafels aangebracht.
De tijd van de pomp is definitief voorbij.
IJC directeur ir. G.H. Rietveld is zo trots op het
onderkomen dat hij aan zijn wekelijkse ronde
langs het bedrijf op zaterdag het sportcomplex
toevoegt. De voetbalbond is ‘om’. De club gaat uitkomen
in de derde klasse van de KNVB-afdeling
Zwolle.
De promotie naar de tweede klasse is er snel,
gevolgd door een titel, maar met het jaar daarop
alweer degradatie. Naast de sportieve ontwikkeling
laat men zich ook sociaal van zijn beste
kant zien. Dat blijkt wel uit de ‘verkoop’ van
toptalent Hennie van Nee, zoon van Bernard van
Nee die zich lange tijd verdienstelijk maakte als
clubgrensrechter. Hennie stapt in 1957 op achttienjarige
leeftijd over naar Zwolsche Boys, dat
in de tweede divisie acteert. Het is het begin van
een imposante profcarrière die hem naar onder
andere Heracles, PEC, Kickers Offenbach, Cercle
Brugge en Haarlem zou brengen. Van Nee debuteert
op 30 september 1964 in Oranje en komt tot
vijf interlands. De in 1996 overleden spits brengt
door zijn transfer naar Zwolsche Boys 450 gulden
in de clubkas, voor die tijd toch een aardig bedrag.
Door het bestuur wordt daarvan grootmoedig 250
gulden geschonken aan de ‘Vrienden van de Buitenschool’,
het huidige De Ambelt.
Het vertrek van het grootste talent ooit van IJC
is een sportieve aderlating maar men vult de leemte
snel in door Ben Spanhaak over te nemen van
PEC, een jaar later gevolgd door Jan Kattenberg.
Opmerkelijk is wel een in het overschrijvingsformulier
opgenomen passage dat als Kattenberg
weer voor PEC wil voetballen er geen transfersom
bedongen zal worden.
In 1960 kan de vlag uit. In eigen huis wordt
concurrent SVM uit Marknesse met 4-0 verslagen,
de titel wordt uitbundig gevierd in zaal Urbana.
Scribent ‘Toone de Skierder’, het pseudoniem voor
A. Volkers, is present en verhaalt in het Zwols in
personeelsblad ‘IJC Schakel’ dat aanvoerder en
pro Deo trainer Remmelt Wagenaar een bon voor
een paar voetbalschoenen cadeau krijgt.
Na het succes blijft IJC lang op het hoogste
(afdelings)niveau, ook door de komst van een
aantal spelers die niet altijd zelf werkzaam waren
bij de IJC maar via familieleden wel een band
hadden met het bedrijf. Casper Kamp wordt lid
omdat zijn vader als portier bij de IJC werkte. Zijn
zwager en sterkhouder (drijvende kracht in team)
Eef Wink, die eerder als semiprof voor PEC had
gespeeld, kon in dienst komen van IJC en kwam
over van Be Quick ’28. Als de lidmaatschapsregels
wat losser worden is IJC in die periode ook een
toevluchtsoord voor de nodige ZAC’ers en voormalige
PEC semiprofs zoals de bij IJC werkzame
Wannie Sterken, Jan ’de kriele’ Horst, Hennie
Goudbeek en Harry Schakelaar, maar ook Jan
Tielbaard en Harrie Kornelis.
Vooral qua accommodatie timmert de club in
de jaren zestig flink aan de weg. In 1965 wordt een
lichtinstallatie in gebruik genomen, uniek voor
die jaren want kunstlicht beperkte zich doorgaans
tot hooguit twee houten lichtmastjes met wat
‘peertjes’ om toch in het donker nog een beetje te
trainen. ‘De masten kwamen van de opgeheven 10
KV (kilovolt) hoogspanningslijn Haaksbergen-
Eibergen’, herinnert Benning zich. De heuglijke
gebeurtenis wordt opgesierd met een wedstrijd
tegen Kabel-Boys, een elftal samengesteld uit personeel
van de firma Van Gelder. Het wordt onder
Hennie van Nee, het grootste talent ooit van IJC, in zijn PEC-tijd, seizoen
1962/63. Staand vlnr. Hennie van Nee, Wannie Sterken, Gerrit van der Kreeft,
Gerrit Voges, Adri Jansen, Adri van Gorp, Leo Koopman. Gehurkt vlnr. John
Abma, Bert Teunissen, Gerrit Kerkhof, Wout Pelzer. (Foto Jan Drost)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 141
erbarmelijke weersomstandigheden 1-5. In 1966
besluit de directie van de IJC tot de plaatsing van
een kantine op het complex. Maar eerst wordt in
1967 op 10 november nog het dertigjarig jubileum
gevierd. De receptie is in de Voordrachtzaal van
het IJC gebouw aan de Zeven Alleetjes.
De ‘Zegelingen’
Joop Zegeling sr., al dertig jaar preses, ontvangt
van de voorzitter van de KNVB-afdeling Zwolle Jo
van Marle de zilveren bondspeld, een hoge onderscheiding
voor een clubbestuurder. De naam
Zegeling is door de jaren heen onlosmakelijk met
de IJC verbonden. Op de elftalfoto’s, vooral in de
eerste decennia, prijkt altijd wel een Zegeling.
‘Mijn vader Joop was doelman bij PEC. Hij werkte
vanaf zijn dertiende 49 jaar voor het bedrijf en
heeft sinds de oprichting zijn hele ziel en zaligheid
in de club gelegd’, zegt Joop Zegeling jr. ‘Hij was,
met een onderbreking van enkele seizoenen in de
beginjaren zeventig, voorzitter vanaf het oprichtingsjaar
in 1937 tot 1994. Tamelijk uniek lijkt mij.’
Op de Algemene Ledenvergadering op 8 november
1994 worden Joop Zegeling sr. en zijn vrouw
Pietje in het zonnetje gezet door zijn opvolger
Frans Kwakman. Als dank voor bewezen diensten
krijgt het clubicoon na een voorzitterschap van
ruim vijftig jaar onder meer keeperhandschoenen
en knielappen cadeau. Het stond op zijn verlanglijstje,
zo wisten zijn zonen. ‘Mooi ak nog eens
mut invall’n.’
Joop Zegeling jr. zelf speelde van 1978 tot 2000
bij de club en trad in de voetsporen van zijn vader.
Hij was voorzitter van 200

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2015, Aflevering 2

Door 2015, Aflevering 2, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

■ ■■■
11 11-
46 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Wim Hujj man Suikerhistorie
Speciaal adres -voor
“‘odern• Cottlures
Brederostr al 2
ZWOLL E – Te 1· 05200 -1óóó8
(Collectie ZHT)
Kapsalon Kn/f, op rl lioek ww de Brederostmat en de Herftenveg/Herenweg,
zomer 201 5, (Foto Elsk Boot mn)
■ ■■■
Kap alon Kalf, Bredero traat 2
In Zwoll wordt bij de achternaam Kalf nel
gedacht aan een kapper zaak. Er zijn meer peronen
met die naam, die kapper zijn (gewee t) in
onze tad.
Kap alon Kalf aan de Brederostraat 2 (op de
hoek met de Herfterweg) dateert van 1932, toen
de uit alten afkom tige broer er rit ( 19 J 2-
1970) en Bernardu Kalf(l91 -1986) hunzaakop
dit adre begonnen. De eer te ‘deed’ de dame en
de tweede de heren. De zaak draaide goed. Bijna
elk jaar ver chen n in de Zwolse ourm11 wel e n
of meer advertenti waarin een leerling- ofeen
ervaren kapper of kap ter gevraagd werd. 1 n 1950
moe tde gevraagde kap ter goed kunnen onduleren
en watergolven. In latere advertenti i prake
van haar tyli ten die p de h gte moe t n zijn
van de laatste haarm de en trend .
a de Tweede Wereldoorlog begon Kalf in
een pand aan de Herenweg tegenover de kap al n
keen zaak voor het huren van gelegenheid –
en tone !kleding. In de interklaa tijd k men er
bijna aan de lopende band in ten en pieten naar
builen, keurig aangckJeed n ge hminkl. Rond
1970 trad d volgend g neratie aan. Han Kal f,
e n zoon van erril ging met zijn lijd mee. Zijn
modern ingerichte zaak staat garant voor kwaliteit
en com ort waar alle draait 0111 hair en beaut}’,
aldu een advertentie uit J 980, waar je al m dcbewu
te vrouw de deur ni t voorbij kunt gaan. De
kap alon aan de Breder traal maakt nu met drie
andere ve tigingen i_n Zwoll deel uit van Han
KalfTntercoiffure waar ‘er atieve haarstyli ten’
werken. Zij mo t n er vo r zorgen dat de klant
met een goed haargevoel weer naar huis gaat.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 47
11 Redactioneel
Jan uliker en d vaJl Halem hebben al twee
boeken met een prachtige combi natie van
lek I en fotografie op hLU1 naam taan.
Die bo ken zijn gewijd aan het If selgebied.
Wij zijn verh ugd met hun pubUcatie nu in dit
z mernummer van het Zwols Historisch Tijdschrift
ver een ander land chapsthema, namelijk
het landgoed Winde heim. Maar aangezien wij
een hi tori ch tijd chriftzijn, bevat hun artikel
ook e n aantal interessante en (deel ) nog niet
eerder g publi eerde foto’ uit een particuliere
c llectie, beelden van e n trom rij op het hui
Winde heim een jaar v ordat d ze havezate in
1944 d or geallieerd vuur verw e twerd.
Het bijna driehonderd jaar oude chnitgerorgel
in d Grote Kerk i een van de belangrijkste
barokorgel ter wereld. Henny Wu!J ink besteedt
aandacht aan de balgentreders van dit in trum nt,
en beroep waarvan u wellicht nog nooit gehoord
hebt. Dankzij recent nderzoek naar dit orgel zijn
er in dit artikel een aantal nieuwe gegeven verwerkt
over d b oefenaar van dit ambacht. Ook
bij dit artikel taan intere sante afbeeldingen die
het verhaal aan ch uwelijk maken.
Will m van der Veen heeft zijn aflevering
zeven van d Tijlg chieden1 vanuit een nieuw
per pectief ge chreven, want hij i nu aangekom
n bij cl periode waarin hij uit zijn per oonlijke
h rînnerîngen kan putten en dat heeft een înteresant
verhaal pgeleverd.
Bij de rubriek ‘Recent ver chenen’ onder
meer aandacht voor h t nieuwe boek van Jan van
de Wetering over twee ondernemende families,
een landgoed en een Overij sel verzekeri ngsbedrijf;
aan de ver chijning van dit b ek i ook een
tent on telling in het redelijk Mu eum Zwolle
gek ppeld. Wij wen en u veel lee plezier en een
z nnig z mer.
Inhoud
uikerhi torie Wim Huij man
Landgoed Windesheim Jan Guliker en
Ad van Halem
Balgentreder van het Schnitgerorgel
Henny Wullink
Twee eeuwen de krant van Tijl
Aflevering 7: Met nieuwe hoofdredacteur
op weg naar groter verspreidingsgebied
Willem van der Veen
Recent verschenen
Mededelingen
Auteur
Coverfoto: De hoofdingang van het lr111dgoed
Windesheim. (Foto Ad van Halem)
■ ■■■
48
62
68
74
76
77
11-
48 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Jan Guliker en
d van Halem
De kerk van Wi11desheim
in 1974, voorde
resta11ra1ie in de tweed
helft van rfe j r1ren tacl, tig.
(Collectie HCO)
Landgoed Windesheim
Het d rp Windesheim is hi tori eb gezien
van gr te betekenis. Bij het nader n
van het dorp vanuit Zwoll valt de fraai
gere taureerde hervormde kerk op. Oor pronkelijk
wa dit gebouw de br uwerij van een belangrijk
ki o tercomplex. Aan het einde van de ve rti
nd em ve tigden de ‘Br eder de emenen
Leven ‘zi h vanuit Zwoll en Deventer op deze
plek. Vanuit dit moederklooster heeft de beweging
van de Modern Devotie zich over oordwe tEur
pa verspreid. Maar er zijn meer hi tori ch
interes ante pi kken te vind n in Winde heim.
Ten zu idwe ten van de dorpskern en h t voormalige
ki o ter ligt he landgoed Wind heim ,
gelegen op en tro mrug van de [J l 11 grenzend
aan d poorlijn Zwolle-Deventer. H t totale
landgo d omvat ongeveer 570 hectare, waarvan
470 he lare in gebruik i als landbouwgebied.
Bij de nicu, e parke rplaar bij de ingang van het
landgoed taal vermeld dat er al in de twaalfde
eeuw (lijkt n gal vro g .. ?) op deze plek prake wa
■ ■■■
van een ‘Hof WLn em: een middeleeuw ever terking
di in 1745 i afgebroken.
In de Zwolse Regesten van oud- tad archivari
Berkenvelder wordt melding gemaakt van de verko
pin Ma tenbr ck in 1370 van ‘ … 12 morgen
land die al slagen behoren bij de hof te Wynde im
••• ‘ 1 In J 959 wijdt de Vereeniging t t eoefening
van Overij seL h Regt en hiedeni (VORG)
in haar jaarlijk e bundel een artikel aan het hui
Winde heim.2 uteur (en oud-rijk ar hi ari )
Haga begint met d con tatering dat er heel weinig
gepubliceerd i over de havezate. Hij maakt
melding van een artikel uit 1922 in het tijd chrift
Buiten waarin raaie foto’ zijn pgenomen an
het hui • het prachtige interieur en van de tuinen
van de havezate. In 1983 i er in een publicatie
ver de hav zaten an aUand en hun b w ner
door ever en ien erna aandacht be t ed aan de
ge chiedeni van hui Wind h im.3 1J1 een bo k
over de ge chiedeni van Winde heim uil 1987,
uitgebracht ter gelegenheid van het 600-jarig
bestaan van het dorp, i ook en h ofd tuk gewijd
aan het hui .~
e chied ni v,m het landgoed
ever en Men erna vermelden dat H nd1·ik
chaep, een man van Twent e alkom t, in 1408
door de proo t van t. Lebuïnus beleend werd met
het huis Winde heim.5 In die tijd wa er n g prake
van een eenvoudig c mple · van bo renerv n.
en ratie lang bi efhet landgoed in het bezit
van de familie cha p. ermoedelijk heeft Reinier
haep in 1596 d be ch ikking gekregen over n
deel van de go d r n van het landg eden heeft er
en hui ‘naar zijn tand’ lat 11 bouwen, ‘het huy
l in em’.6 Aan het einde van de zeventiende
eem kwam de laatste vertegenw ordiger van de
familie cha p, Helmich Maximiliaan, in fin anciële
problemen en in l 727 zag zijn weduwe zich
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 49
11 geno dzaakt het oude familiegoed publiekelijk te
erkopen. D havezate Winde heim werd in 1730
g k cht do r ij b rt van Dedem, dijkgraaf van
alland, die in Wijhe al de havezate De eider
b zat.
a het verlijden van het echtpaar Van Dedem
kwam hui \ inde heim in handen van Paukt
B nelle, een k pman afkom tig uit Amsterdam e
regentenkringen. Tu en 1744 en 1750 liet hij het
hui aanm rkelijk verfraaien en omtoveren tot een
‘Am t rdam grachtenpaJei ‘. 7 Door de aankoop
van b rderij n en land werd ook het landgoed
v rgroot. Benell kocht bovendien havezate Den
Dam in Hellend rn, maar kennelijk gingen zijn
uitgaven zijn financiële draagkracht te boven.
Enkele jaren later kon hij niet meer aan zijn financiële
verplichtingen voldoen en werden al zijn
bezittingen op la t van de chuldei er openbaar
geveild.
Aan het ind van de achttiend eeuw kwam huis
Winde heim in het bezit van Joachim van Plettenburg
n ornelia harlott F ith. Al gouverneur
van Kaap de Goede Hoop had Van Plettenburg
enig fortuin gemaal’t en de vergaarde chatten
uit Oo t-Indië en Zuid-Afrika werden in hui
Wind heim uitge tald. Zijn weduwe lier later de
geh Ie tuinaanleg rondom het hui veranderen en
grote gedeelten van het omliggende land werden
erbij getrokken. Het ontwerp van het parkbos
in d Eng I land chap tijl, met zijn bo en
en vijver , lingerpaden en hoogtever chillen i
g maakt in 17 9 door architect Jacob Otten Hu –
ley. pmerkelijk, want tten Hu ley was veeleer
een architect van gebouwen, zoals het tadhui
van Gr ning n; r zijn vru1 hem geen andere tuin ontwerpen
bek nd. In het ontwerp neemt de lin gervi”
ver e n b langrijkc plaa in. Bij de aanleg i
gebruik gemaakt van het feit dat met weinig ko –
ten tromend, ater van de ‘beek op Windesheim’
d or de waterpartijen op het landgoed geleid kon
worden. De architect geeft in zijn ontwerp nauwkeurige
aanwijzingen voor de lingerbeweging,
de breedte, de diepte en zelfs hel reliëf van de
b dem: ‘De b dem moet zoveel mogelijkwaterpa
g graven worden m te voorkomen dat er in
de kuilen vuil acht rblijft, dat gaat rotten en een
■ ■■■
onaangename reuk ver pr idt ( … ) H t eiland dat
door de lingervijver ont taat, moet ontoegan kelijk
blijven. De grond op hel eilaud moet min
of meer oneffen en berga htig gemaakt w rden
( … )Middenop het eiland hoo1i een urn, vaa f
tombe geplaat t te zijn of wellicht een kleine piramide
op een voet waarop ge chreven staat “Aan
Laura’: ”Aan Phylli ” f i t derg lijk ( … ) Alle
Beukenlaan in
het parkl1os.
11-
50 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Het kerkhof van
Windesheim met het
familiegraf vn11 de
Jnmili De Vos van
tee11wijk ge11aa111d
vn,1 Essen.
De slingerbeek op
het landgoed.
moet met i11zicht en maak gearrangeerd wordeD
en zo natuurlijk mogelijk zijn, slecht hier en daru·
op kunstmatige wijze een beetje geholpen.’8 Op
een eilandje in d lingervijver werd een heuvel
aangelegd (later de ‘kogelvanger’ genoemd, omdat
d kogels daar in I egen als de baron vanuit het
huis zijn chietoefeningen deed) en er werden ook
bruggetje en een tuinkoepeltje in Chine e tij!
aangelegd.9
a de dood van de weduwe Van Pletten burg werd
het landgoed bij publieke veLling in 1813 gekocht
door mr. Hendrik Anthony Zwier baron de Vo
■ ■■■
van Steenwijk genaamd van E en, afkomstig uit
Vollenhove. 10 Via zijn tweede zoon Evert rederik,
lid van de ridderschap van Overij el en, net
al zijn vader, lid van Provinciale taten van Overij
el, ging h t landgoed in 1879 over op Jan Arend
Frederik, die benoemd werd tol burgemee ter van
Zwoller kerspel en dijkgraaf van alland. 11 [n 1910
kwamen de bezittingen in handen van Frederik
Henri de Vo van teenwijk (1882- 1973), die in
1914 te Dî pen heim huwde met Rutgera gravin
Schirnmelpenninck van ’t ij eD huis. De tuinen in
de directe omgeving van het hoofdgebouw en de
bouwhuizen werden in die tijd opnieuw aangelegd
en vorm gegeven door de bekende tuinarchitect
en dendroloog Leonard Anthony pringer ( l 55-
1940).
In het hart van het landgoed stond een hoofdgebouw
– er wordt gesproken van havezate,
herenhuis en zelf ‘ka teel’ – dat in 1944 door de
geaUieerden werd verwoe . Van de havezate, ook
bekend als hui Winde heim, i ]echt de ruïne
van de kelderverdieping overgebleven. a de verwoe
tingvan dit huis in 1944werden de tuin en
en de twee symmetri che bouwhuizen, voorgebouwen
van het hoofdgebouw, decennia lang
verwaarloo d.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 51
:F11to M. Duvcen, (; ronlngeo ,
1)e ,!/(,uize Windesheim, Broei uit Windesheim.
11
■ ■■■
T11gekleurd prentbriefkaart
11n11 huis
Wi11desheim uit 1905.
( ollectie H 0)
Li11ks: Grafsteen op
het graf v1111 de familie
De os va11 teemvijk
ge1111a111d vn11 Es. en.
PI’. 11tbriefkaart vn11
/wis Windesheim met
de beide bomvlwizen
begin jnre11 twintig
van de twintigste eeuw.
(Collecti , H OJ
Onder: De t11i11 va11
/wis Winde heim voor
de oorlog. (Riek R11ite11-
berg, Historische \\’erkgro
p Windesheim)
11-
52 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Ruïne va11 huis Windesheim,
na de beschieti11g
e11 brand in I 944. (Riek
Ruit nbe,g, Historische
Werkgroep Windesheim)
Verwoe tingva11 de havezate
1-1 ndrik te nbergen,geboren io 1917,heeftvrijw
I zijn hel arbeidzame leven op het landgoed
Winde heim doorgebracht. ‘In 1942 ben ikin
dien l gekomen bij baron de Vo van teenwijk.
Op h t landgoed vond ik w rk en, wat mis chien
n g belangrijker wa , mijn vrouw en ik kregen er
k en w ning. Vanaf mijn vijfentwintigste tot
mijn zeven nn gentig te heb ik met veel plezier
in een dien twoning op het landgoed gewoond.
Dankzij de steun van mijn dochter en mijn zoon
heb ik zo lang ze lf: tandig kunnen wonen. ind
een half jaar woon ik nu hier i11 het verzorging tehui
H t Weijtendaal in Wijhe, het geboortedorp
van mijn verleden vrouw, maar ik mis Winde –
heim w l. Elke woen dagmiddag ga ik er nog
h en, naar de bejaarden oos om ere n kaartje
te leggen n wat bij te praten. Maar zelf tandig
wonen zat er niet meer in: ik zie heel . lecht, mijn
geho r i minder geworden en lopen kan ik alleen
met behu lp van mijn rollator~
Hendrik teenb rg n wa ooggetuige van de
verwoe ting van de havezate, ru im zeventig jaar
gel d n. 1 hij er over praat komen de beelden
, eer helder vo r zijn geest:
‘Het wa op en zondag, eind oktober 1944.
Pal t gen h t bo van het landgoed stond een
■ ■■■
Duit e goederentrein til. Het wa een stralende
dag. PlotseU ng kwamen er een paar Engel ejager
overvliegen die de h·ein be choten. Later hoot
ook een van de jager dwar door het dak van het
grote hui , waarbij veel ruiten neuvelden. Kennelijk
hadden ze het gemunt op d laf van de Duit
legereenheid die in he grolc hui zijn intrek had
genomen. De generaal liep mank, mi chien vermoedden
de geaUi rden dat ey -lnquart zi h
hier schuil hield. De bar n en de jonkheer waren
eerder: al onderg doken, maar de ba rone een
de fre ule, haar oud te dochter, waren er nog wel,
amenmetdebutl r, dek kki.11enhetlinn nmei
je. De freule wa een opvallende verschijning
met haar knal rode haar. Diezelfde avond hebben
de Duit e bezetter het hui verlaten. In de dagen
daarna was het overgebleven per oneel druk
doende met het pruimen van de ravage en de
aannemer wa bezig met het her l Ivan het dak
en de ramen. Op donderdag meldde de aannem r
dat hij de dag erna ni t kon k men, mdat hij
er teen andere klus in Wijh m e t klaren.
Op rijdagochtend keek mijn vrouw naar de lucht
en zei: “Je moet de baron s n het per oneel
waar chuw n, er zitten opnieuw vli gtuigen in
de buurf’ Dat heb ik gedaan en dat wa maar
goed ook. Om precie 12 uur ‘ middag choten
Engelse jag r met brisantgranaten op h t gr te
hui s. Het waren net glo iende pijkers di d r de
lucht vloge n. In n mum van tijd tond h t hui
i.n Uchterlaaie. Vooral de pla ond , die met tr en
plei terwerk waren afgewerkt, brandden al fakkels.
Ik stond r met mijn neus boven p, ik chat
op een af tand van een met r ofvijfüen. G lukkig
hadden de bewoners dekking ku nnen vinden in
de kelder van het hui , er vielen geen doden of
ge~ onden. Ik h b m wel een afge raagd wat
er gebeurd zou zijn al ronder de Duit ers w J
lachtoffers waren gevallen? Hadden de bezetter
dan wraak genomen op de dorp bew ner , zoal
gebeurd i in Putten? Maar de Duit er waren
al daarvoor vertr kken, vermoedelijk omdat ze
reeds op zondag de con Ju ie hadden getrokken
dat h ter niet langer veilig wa . Pa p vrijdag
27 oktob r i het hui helemaal verwo l. Volgen
de gemeente wa het op 20 oktober, maar ik weet
bijna zeker dat het een week later wa :
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 53
11 Werken op het landgoed
amen m I Hendrik teenbergen kijken we terug
op en lange periode van werk n op het landgoed:
‘H t wa wel mooi werk, altijd in de bui enlucht.
Maar” nz meneer” was )echt met betalen.
Ik verdiende op een gegeven moment ongeveer
60-65 gulden per week, terwijl ong veer 100 guld
n n n rmaal loon wa in die tijd. T: en ik met
de baron prak ov r loon erhogil1g kreeg ik te
h ren: ‘Je verdient al een v: rm gen. Je kan wel
meer verdien n, maar dat gaal dan ten koste van
·utlie w ninS:’ Di pm rkil1g heeft hem veel geld
gekost! lk wa bepaald ni l “bange” voor “onze
meneer” en ik heb me toen aangesloten bij de
vakbond. Zo kreeg ik toch mijn I on waar ik recht
op had, m l t rugwerkende kra ht. Maar de vertandh
uding heeft er niet onder geleden, de oude
baron wilde mij niet kwijt.’
Op het landgoed werkten vi r of vij 111 n n,
onder leiding van werkbaa an Werven. Aan
h t einde van de oorlog werden door de Duit ers
bomen gekapt bij de ingang van het landgoed.
Er wa een t k rt aan brand tof voor de legervoertuigen
en daarom w rden d ze met hout ge tookt.
~ en de bar n na d orl g terugkeerde op zijn
landg eden zag dal er b men verdwenen waren,
werd bo wa ht r Br d wold ter v rantwoording
geroepen. Hij had dat moet n voorkomen.
teen berg n: ‘Ja, de oude baron was echt boo .
De b wachter werd nl lagen, maar later heeft
hij h 111 to h weer aangen men. Hij kon hem ni t
mi en. “Onze meneer” hielde ht van het b s. Al
hij nu zou zien dat er zoveel mooie eiken en beu-
■ ■■■
ken gekapt zijn, dan zou hij r erg veel moeite mee
hebben. Zijn zoon, de jonker, li t later d zaak ve 1
meer op zijn beloop:
a veertig jaar trouwe dien t werd Hend rik
teenbergen op zijn vîjfenze tig -te aange teld al
jacht pzîener en hij zou dal blijven 1 1 zijn la htig
te. ‘ e , ik wa geen b wa hter, daar mo t
je een offi ieel papiertje voor hebben. Ik z rgd
r voor dat er voldoende fazanten war n voor de
jacht. lk kocht de jonge kuiken in Raait en liet
ze d or mijn krielkippen verd r grootbrengen.
Het opfi kken van die fazan ten wa voor mij e ht
een liefhebberij en als ze groot waren liet ik ze p
het landgoed lo . De jonge bar n had in middel
een jachtvergunning verleend aat1 en zekere he r
Groen uit Leiden. Een paar keer per jaar kwam hij
jagen p het landgoed en behalve fazanten werd er
af en toe ook een re ge h ten. g leed zillen
er reeën op landgoed Winde heim maar minder
dan in mijn tijd:
Landgoed in verval
ad o rlog en na de verwoe ting van h t hui
Winde h im vertr kken de bar n en de barone
naar Frankrijk. De beid dochter waren al ecrd r
in h t huwelijk getreden en woonden ni l meer
op het landgoed. De oudste dochter Jmjana Margri
t huwde 111 t jhr. Maurits Lodewijk Quarle
van Ufford, die van 1937 tot aan zijn ov rlijden
in 1944 burgemee ter van IJ lmuid n wa .
jong te dochter hri tinehuwdeinl943m Ljhr.
Abraham Gever . ‘Meneer Frit ‘ en ‘mevrouw os’
verbl ven in de zomermaand n n g w I in de villa
R11ï11 vnn de ltn vezn te
gezi II vrmaf de noordzijde,
links het oo telijke,
rechts het westelijke
bo11wl111is.
11-
54 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Frederik Henri baron
de Vos van tee11wijk
genaamd van Essen zet
zijn liandteke11ing bij
het huwelijk van zijn
jongste dochter hri –
tine mei jhr. Abraham
Gevers. Zij trouwden
op 5 november 1943 i11
huis Wi11deshei111. (Particuliere
collectie)
Rechts: Rut era de Vos
van tee11wijk genaamd
van Essen – chimmelpe1111i11ck
bij het huwelijk
van haar dochter
Christine, november
1943. (Parti 1,/iere collectie)
De brniloftssto I va11
Christine de Vos v11 11
teemvijk ge11aamd
van Essen en Abraham
Gevers va11 de hm1ezale
op weg 11aar de kerk.
(Pnr tiwliere olle tic)
Rechts: Koetsjes staan
te wachten voor het oostelijke
bo11wl111is bij het
huwelijk van Cliristi11e
de Va van teemvijk
genaamd van Essen
met Abmha111 Gevers.
(Particuliere collectie)
tegenover het v ormalige grote hui , waar zoon
Jan Arend (1922-2008) zijn intrek had genomen.
amen m t teen fabrikant Quirijn en wegenbouwer
Te iepe behoorde de baron tot de belangrijkste
per on n in het dorp. Op mmige gedeelten
van het landgo d i de klei afg graven ten behoeve
van de teenfabricage. ln de ‘Br ziel, een van de
udste ontginning tukken niet ver van de havezate,
werd de kJei in het begin van de twintig te
eeuw n g ge token met een chop en werden de
t nen in veldovens met de hand ge tapeld en
met turf afgest okt. 12 Lat rwerd de klei met een
draglin gewonnen en g bakken in vlamoven .
D or het afgraven van de klei zijn de tichelgaten
■ ■■■
op en rond het landgoed Winde heim nt taan,
een natuurgebied dat beheerd wordt door taat –
bo beheer.
De men en in Wind heim keken tegen de
famili.e op en vooral de oudere bewoner gedroegen
zich onderdanig: bij een ntm etingging
de pet af. ‘ [eneer Frit • gedroeg zich ook als n
e hte baron, hij had feoda le trekje . In het dorp
wordt verteld dat hij veel geld had gebeurd als
compensatie voord verwoe ting van de havezate.
Het wa zijn bedoeling om Winde heim weer op
te bouwen en plann n zijn er inderdaad gemaakt,
door de architect A. de Maaker. alg n de verhalen
had zoon Jan Arend echter in het geheel geen
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 55
11 intere e daarin en zijn de plannend or de baron
niet ten uitvoer gebracht. De barone overleed in
1969 in Zwolle en de baron in 1973 i.r1 Wmdeshcim.
Beiden zijn aldaar begraven in het fomi liegrar
op h t kerkhof.
Z on jan Arend v rkrceg na hun overlijden
alle onr erende goeder n en bleef al vrijgez 1
wonen in het hui · achter de hoge beukenhaag.
In de gen van zijn ouders kon ‘ Pietje; zoals hij
door hen geno md werd, geen goed doen. Riek
Ruitenberg, lid van de hi tori che werkgroep
van Winde heim, heeft de jonker goed gekend.
‘Hij wa de j ng te van het gezin, een li ve man,
maar ook een bijzondere man. Hij had op de Rijks
Hogere ch ol voor Tuin- en Land chap imichting
in B koop ge tud erd en op het landgoed
kon hij zijn kcnni en kund in praktijk brengen.
Hij l nd dicht bij de natuur en in het dorp zeiden
we dat hij met bomen kon preken. Hij hield zich
bezig 11el het uitdunnen en noeien in het parkbo
en met Hendrik teenbergen overlegde hij
ver de werkzaamheden. Maar de j nk r wa ni l
aJtijd even handig. Zo tond hij een keer bedremmeld
bij de vrouw an Hendrik op de toep.
Hij wa uit een b om gevallen omdat hij de tak
waarop hij zat had afgezaagd … De jonker gaf niet
■ ■■■
veel om uiterlijk vertoon. Toen hij peen dag in
een ge cheurde regenja rondliep en ik hem voorstelde
0111 deze te her tellen want wat m ten cl
men en wel niet denken, a11twoordd hij: “Maak
je geen zorgen, d men en in het d rp weten heu
wel da ik betere kleren heb.” Het beheer van zo’n
groot landgoed wa voor hem een hele opgave:
Aan het bo werd wel onderh ud gepleegd,
maar in de loop der jaren dreigde het parkbo
dicht te groeien. De baron had er, net al zijn
vader, moei.te 111 e om nog gezonde bomen w g
te halen. Het oorspronkelijke ontwerp van h t
parkbos raakte steeds meer op de a ht rgrond
en de fraaie tuinen rond de voormalige havezate
verwilderden. Omdat de bouw huizen tientallen
jaren niet meer bewoond werden raakt n dez in
verval.
Li11ks: Jn11 Are11d de Vos
van tee111vijk ge11aamd
vn11 Essen bij het huwelijk
van zijn wst r
hrisli11 , no vember
1943. (Pnr/iculiere collectie)
Onder: De Jrmdamenten
va11 het verwoeste
huis met het oostelijke
bouwhuis i11 1978.
( o/lectie HCO)
11-
56 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 De lwofdi11ga11g va11
het landgoed.
Her tel van het landgoed
Rond J 980 trok het echtpaar Warrnolt en Ruth
van der Feltz-Quarle van Uflord – Ruth wa een
nicht van de baron – zich het lot van het complex
aan en kocht het landgoed. Het bouwhui aan
de oo telijke kant werd gere taureerd en voor
bewoning ge chikt gemaakt. Het bouwhui aan
de linkerkant van de oprit was oor pr nkelijk de
paarden tal, waar de Arabieren, die ooit door de
bar ne als ko t paarden gebruikt werden, onderdak
vonden. Ze zijn op het landgoed begraven
en met grafstenen zijn de plekken g markeerd.
Datzelfde geldt voor de begraafplek van de hon den.
In h t parkbo zijn verder nog re tanten van
■ ■■■
een oude koelkelder te vinden. ‘ Winter werd n
blokken ijs uit de gracht gehaald en in een diep gat
in d grond ge tape Id. Daar bleef het z koud dat
ook in de z mermaanden nog re tanten van het ij
voor voldoende koeling z rgden om leven middelen
(vlee , bier en wijn) le bewaren. e ij kelder
i er nog wel, maar hij i zwaar be chadigd door
een orngeva!Jen boom.
Warmolt en Ru. h van der Feltz hadden a!Jebei
kun tge chiedenis ge tudeerd. Al cultuurminnaar
hadden zij plannen m bijvoorb eld d or
middel van expo iti en hui oncerten de expl itatie
van het landgoed mogelijk te maken. ok
aan het h r tel van de tuinen werd door de nieuwe
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 57
11 bewoner veel zorg be teed. Zij hebben echter
niet lang van hun in panningen kunnen genieten,
want zij kregen te kamp n met per oonlijke en
financiële tegen lag n. Ruth raakte na een autong
luk in maart 1992 ern tig gewond en heeft
ongeveer twee jaar in coma gelegen voor zij in
1994 overle d. Zij werd in Winde heim begraven.
De expl italie van het landg ed viel daarnaa t
hog ruit dan wa begr ot, waarop bar n Van der
feltz het landg ed weer van de hand deed aan de
oor pr 11k lijke ig naar Jan Arend de Vo van
t nwijk. 13
lichting Landgoed Windesheim
Ook na het overlijden van zijn ouder bleef Jan
Arend de Vo van teenwijk vo r de Wind sheimer
‘de jonker’ f de ‘jong ‘baron. T: en hij in
2008 overleed, werd het landgoed, conform zijn
wen , ondergebracht in de tichting andgoed
Win e heim. p deze manier wUde de baron
d enh id van h t landg ed bewaren en de toekom
t zeker tellen.
p d web ite van de ti hling taal het
volg nde: ‘H t doel van de tichting Landgoed
Winde heim i het beh ud van het landgoed aJ
parti ulicre ec nomi he e nheid ( … ) m het
landgoed p kortere te1mijn v or publiek intere –
an ter te maken maar ook m het op de lange termijn
(duurzaam) t be t ndigen, wil het be tuur
■ ■■■
een aantaJ vernieuwingen do rvoeren. V, or de
lange termijn wordt nagedacht over (her)be temming
van het terrein, bijvoorbeeld in d i ervan
een taJencentrum, vergadercentrum of zorghotel.
Voor de lange termijn wordt niet uitgesloten dat
alsnog onderzocht wordt of het oude landhui
opnieuw kan worden herb uwd, mit haalbaar en
met een pa sende be temming:
Hoewel het langetermijnper pectiefvan het
landgoed nog niet b kend i , heeft de tichting
een aantal project n in gang gezet om het landgoed
voor publi k b ter toegankelijk en aantrekkelijker
te maken. Aan de poorzijde i in 2013
en nieuwe brug met toegang hek v, or wandelaar
geplaat ten er i en parkeergelegenheid
met infoborden bij d (hoofd)ingang gereali eerd.
Ook de wand lroute op h t landgoed zijn in middel
goed aangegeven. Wellicht wordt de geometri
che rozentuin emipermanent voor publiek
toegankelijk g maakt. De ude taxu en zijn
in.middel vervangen door nieuwe exemplaren.
Overwogen wordt ook om d histori ch bloementuin
te her tellen. Het bestuur onderzoekt
verder in ho verre de ruï11e meer beleefbaar en
weUkht toegankelijk kan worden gemaakt. De
ruîn vraagt hoe dan ook om actie, niet d en
leidt tot verder verval.
Een krantenartikel in de te11tor uil 200 naar
aanleiding van het verlijden van Jan Arend
ieuwe brug met toega11gshek
tot het landgoed
voor wand laars.
11-
58 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 De bouwlwizen – li11ks
het oostelijk, rechts
het wesstelijk – gezien
vanuit de voormalige
rozentuin.
baron de Vi van teenwijk g naamd van E en
h eft al kop ‘De fundamenten van het verwoe te
ka t el inde heim zakken langzaam weg in de
slotgracht.’14 De baron had voor zijn overlijden de
ugge tie gedaan om niet al leen de fLmdame nten
te re taureren, maar meteen de hele haveza te te
herb uwen. Dat bl ek en brug te ver, de finaniële
con equenties van een dergelijk project
war n aanzienlijk. Zijn vader, Frederik Henri,
had kort na de orlog al oven ogen het kasteel te
her tellen, maar dat bleek niet haalbaar. De re ten
van de muren werden daarop omver gehaald, tot
enkel de fondamenten overbleven die we vandaag
de dag n g kunnen zien.
■ ■■■
Rijk monument
Het gehele centrale deel van het landgoed Windesh
im, in clusief een deel van het t rrein met
de dien twoningen direct aan d zuidzijde van
de Winde heimerweg, heeft tegenwoordig de
status van Rijk monument met al kwalificatie
‘zeer hoge waarde’. Niet alleen zijn de hi tori che
geb uwen en de monumentale entre m t de
hekwerken beschermd, maar ook de ruïne van
het grote huis, diverse tuin ieraden en vazen en
verder enkele bak tenen bruggetje hebben een
be chermde tah1 . ok de totale parkaanleg valt
onder Rijk be cherming en daarbij worden al
afzonderlijke elementen genoemd:
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 59
11 – Hel v rterrein met h t voorplein
– De rozentuin aan de o tzijdevan het bouwhuis
(ontwerp van L onard Anth ny pringer)
– De bloementuin ( ntw rp van Springer)
– Het land chap park (ontwerp van Jacob tten
Hu leyuitl7 9)
– Het Engel B ( ntv,erp van tten Hu ley)
– De v ormalige mo tuin.
De parkaanleg wordt gekwaHfi eerd al ‘van
algemeen belang’. Daarnaa the ft het gehele landg
ed keen be chermde tatus al nderdeel van
d Ecol gi he H ofd tructuur (EH ).
De rentmee ter
G rb n uchtenbell he ft vanaf 1992 al rentmee
t r voord bar n gewerkt. Hij houdt kanto r
in een ged elt van het oo telijk b uwhui . an
1996 tot 2009 heeft hij m l zijn gezin ook in dit
hui gewoond. ‘Wellicht dat we in de nabije toek
m teen deel van dit bouwhui beperkt gaan
op n tellen voor het publi k. Dit hui i in 19 2
ger taureerd, het identieke hui aan de verzijde
i in 19 grondig gere taur rd n in erfpacht
uitgegeven aan een famili . H t begrip “b uwhui
” heeft te maken m t “verbouwen”: de og t
■ ■■■
van het landgoed werd in deze huizen opge lag n
en verwerkt. OpvaUend bij deze huizen i vooral
h e fraai de ronding van de voorgevel , die ook
doorloopt in de dakcon tructie, vorm i geg ven.
Zo i er mooie harn1 nie nt ·taan met der nding
van het voorplein:
ind 200 i Luchtenbelt al r ntmee ter
nauw betrokken bij de a tiv.iteiten van het ti htingsbe
tuur. Het interieur an h t kanto .r i rijk
ver ierd met opgez tt dieren: bo uil, kerkuil,
havik, diverse marterachtig n, een vo . p de
grond liggen nog tientallen opgezette vo . enk ppen.
‘Die moeten nog rgen pgehangen w rden.’
Tijden on ge prek spit t hij plot eling zijn oren:
‘H ren jullie de bo uil? Opvallend, z midden p
de dag.’
ucht nb lt: ‘De bar n heeft bij Lestam nt
bepaald dat het landgoed in een stich ing ondergebracht
zou worden. Een van de eer te activi teiten
van het tichting be tuur wa het laten
op tellen van een h ofdlijnenrapp rt. In dat rapp
rt kwam ok de vraag aan de rde fherb uw
van hel hoofdgebouw een reël ptie kon zijn.
Z al we er nu tegen aankijk n i herb uw p
korte en ook op middellange termijn niet aan de
Ee11 vnn de tuin en va11
hel landgoed.
11-
60 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Klassieke schoonheid.
Links het westelijk,
rechts het oostelijk
bouwhuis.
orde. In theorie zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn
om in en herbouwde havezate appartementen
te maken, maar een dergelijke be temming past
niet bij het karakter van het landgoed. Door het
uitbreken van de financiële crisi i de optie van
herbouw sowieso verder uil beeld geraakt. Maar
, e hebben wel allerlei andere activiteiten in gang
g zet, die m de mog lijk zijn gemaakt door ubidie
van de provincie, de gemeente en een niet
nader te noemen tichting. In 2011 zijn we begonnen
met hel grondig uitdunnen van het parkbo
en het herstel van paden en zichtlijnen naar het
oorspronkelijk ontwerp van de land chapsarchitcct.
p bepaalde plaat n hebben we ook beuken,
■ ■■■
eiken en een aantal ka tanjebomen ni uw aangeplant.
Daarbij hebben we zoveel mogelijk gebruik
gemaakt van de oor pronkelijke plantgaten. Ook
de toegankelijkheid van het parkbo hebben we
verbeterd d or een nieuwe ingang te maken m t
een bruggetje over de sloot en een parkeervoorziening
aan de andere kant van d weg. Het i nu
mogelijk om een ommetje door het bo te maken
en het via een andere toegang weer te verlaten.
Vorig jaar hebben we ook het hele grachten tel el
op het landgoed laten uitbaggeren en hier en daar
wat gammele bruggetjes v rvangen. De trorning
van het water in de grachten kunnen we reguleren
met tuwdammetje . De verbetcri ng van de paden
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 61
11 is een apart probleem, omdat bijna alle verharding
wegzakt in de vette klei. Bij de nieuwe ingang hebben
we een proefvak gemaakt, om de begaanbaarheid
te verbeteren. Al het proefvak voldoet, en
daar lijkt het op, dan worden ook de andere paden
op die manier ingericht.’
Het verdere her tel van het landgoed is een
kwestie van lange adem. Het tichtingsbestuur
telt prioriteiten op ba i van het hoofdlijnenrapport,
dat fungeert al een oort parapluplan. Aan
de re tauratie van de ruïne wordt geen prioriteit
gegeven. Wel word nagedacht over de restauratie
van de toegang brug. Luchten belt: ‘Als je het
go d wilt doen, dan ben je een vermogen kwijt
bij de re tau rat ie van de ruïne en vervolgen is
de belangrijk t vraag welke bestemming er dan
aan gegeven wordt, in samenhang met de reeds
bestaande bouwhuizen. Het bestuur heeft er voor
gekozen om het geld aan andere zaken te bested
n. Bij de afweging van veel zaken die op het
landg ed pelen i de hi torie de leidraad:
Wie nu en wandeling maakt over het landgoed
merkt dat er de laatste jaren flink wat werk
i verzet. rote bomen zijn gekapt om oude zichtlijn
n wel:!r in ere te herstellen en op veel plekken
zijn er jonge beuken en eiken aangeplant om gaten
in de tructuur van de lanen pte vullen. Het
landgoed Winde ·heim krijgt weer de allure van
een lusthof, e 11 hommage aan de erAater en de
laat te vert genwoordiger van de familie De Vo
van Steenwijk.
Het interview met Hendrik teenbergen vond
plaat op 22 december 2014, met Ri.ek Ruitenberg
op 15 januari en met rben Luchtenbelt op 23 januari
2015.
•• De afbeeldingen waar ge n bronvermelding bij
taal, zijn gemaakt d or Ad van Halem in het voorjaar
van _Q 15.
oten
1. 13 rkenvelder, F.C., Zwolse Regesten J, 1350-1399.
Zwolle, 1980, regest 101 , 10 november 13 70
2. Haga, A., ‘De havezate Winde heim’ in: VMORG 74
( 1959), p. 46-61
3. Gevers, A.J. en A.J. Mensema, De Hnvezaten i11 Snlla11d
e11 /11111 bewon ers. Alphen aan den Rijn, 1983.
4. Men erna, A.J. en A.J. Gever , ‘Het huis Windesheim’.
In: Berkenveldcr, F. . e.a. (red.), Windesheim,
■ ■■■
studies over een Sallands dorp bij de 1 /ssel. Kampen,
[Jsselakademie, 1987, p. 151 – 164
5. Gever , A. J. en A.J. Men ema, De Ha11ezate11 i11
nlland en /nm bewo11ers. Alphen aan den Rijn,
2005, 4e druk, p. 476-484
6. [dem, p. 4 77
7. Mensema, A.J. en A.J. Gevers, ‘Het huis Winde –
heim’, 1987, p. 155
8. Baan, Dammis, Fjlll. Windesheim voorbij? tichting
Kunst en Cultuur Overijs el, 1995, p. 92 en 93
9. Over het tuinontwerp van Otten Hu ley is meer
gepubliceerd: H. W.M. van der Wycken J. EnklaarLagendijk,
Overijsselse b11ite11plaatscn, Alphen a.m
den Rijn 1983, p. 130-132; E. de Jong, ‘Schoon en
schilderachtig: de landschappelijke tuin tijl, in: C.
Grijzenhout e.a. (red.), Edele Ee11 vo11d:, eo -classicisme
i11 ederla11d 1765-1800, Zwol! 1989, p. 72-87;
. de Jong, ‘Met management en maak: Ja ob Ollen
Hu ly’s advies voor de aanleg van een lands hap ·park
te Windesheim in 1789; in: Groen, 46 ( 1990),
nr. 7, p. 14-20; H.M.). Tromp, De lederla11dse lt111dschapsstijl
in de achttie11de eeuw, Leid n 2012
JO. Baan, Dammi , Fjttl. Willdesheim voor/Jij? 1995,
p. 158
1 J. Gevers, A.J. en A.f. Mensema, De Havezate,, in
Salland en hu11 bewoners, 2005, p. 483
12. Waar chijnlijk is ‘Breziel’ een verbastering van
‘Bree(de) Ziel: dat wil zeggen brede zijl of brede
sluis. Zie W.A. Huij mans, ‘Veldnamen in Windesheim’.
In: Berkenvelder, E . c.a. (red .) Wi11dcs/i ei111,
si 11dies over een Salla11ds dorp bij de IJssel. Kampen,
!Jsselakadernie, 1987, p. 395
13. Het echtpaar Van der Feltz-Quarle vM lford
investeerde zo’n twee miljoen guld n in het landgoed.
Ze waren er van uitgegaan dat een deel van
de ko ten door subsidies gedekt zou worden. maar
dat bleek tegen te vallen. a het tragische overlijden
van zijn echtgenote, de oplopende financiële la ·ten
en bovendien zijn eigen slechte gezondheid wilde
baron Van der Feltz van het landgoed af. Er wa al
een koopovereenkomst met een geïnteresseerde koper
gesloten toen De Vos van teenwijk al nog ge bruik
wenste te maken van zijn voorkeur recht. De
koopovereenkomst met de eer te gegadigde moe t
toen op last van de rechter ontbonden worden. De
Vo van teenwijk kocht h t landgoed terug, maar
wel voor een aanmerkelijk .lager bedrag dan de an dere
partij had geboden. Zie: Zwolse Co11m111,
11 mei en 4 juni 1996
14. De tentor, ‘De fundamenten van het verwoc te
ka teel Winde heim zakken langzaam weg in de
slotgracht: 18 jan uari 2008
11-
62 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 HennyWullink
Het imposante clmilgerorgel
uit 1721 in de
Grote Kerk. (Foto Jnn
van de Wetering)
■ ■■■
Balgentreders van het Schnitgerorgel
Hier ru/11 Peter Knus/
ol l zu e’1re11 /1ad er gepust
Bis er se/bst den Pust beka111
U11d i11111 Gott de11 Pust benaltm 1
In klober2014zijn aan wethouder Jan Brink
de re uJtaten gcprc cnteerd van een tweejarig
onderzoek naar de taal van het ber emde
chnitger rgel uit de rote of int Michaëlskerk
te Zwolle, uitgevoerd en ge chreven door orgelb
uwadvi eur ee van der P el. p ba i van dit
uitgevoerde onderzoek w rdt een plan van aanpak
gemaak1: voor re lauratie van hel bijna driehon derd
jaar oude orgel. Vooruitlopend hier p zijn in
2013deblaa balgenvanh torgelalg r laur erd.
Het chnitger rgel be chikt over een unieke et
van twaal blaa – f paanbalgen. Deze installatie
v r de windvoorziening v or het org l i een van
de gr ot te in Eur pa en bovendien nog origineel.
De blaa balgen of kortweg balgen werden van
ud her bediend door balgenlreder .
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 63
11 Boven: De werkplek voor de balge11treders in de
Grote Kerk, een ruimte boven de consistoriekamer.
De uit de wa11d van de balgen kast stekende balken
zijn aan de blaa balgen gemonteerde hefbomen.
Daan11ee worden de balgen met lucht gevuld; bij
/1 t leeglope11 wordt de ‘wind’ liet org I i11 geblazen.
De baige11tr ders staan met /11111 geziclll naar de
kast en k1111ne11 zich aan de aan de wand gemonteerde
balk vasthouden.
Balgentreders of orgeltrapper
oor de balgentreder of orgeltrapper waren verchili
nde benamingen in omloop, zoal calcant,
puy tertr cker, p lertrapper of pui tertreder.
D laat te drie woorden zijn g relateerd aan het
Duit · ‘pu ten: hetgeen bij nze oo terburen blazen
of hijg n betek nl. Onze o terburen k nnen
o k het woord ‘Pu te’ voor adem (ihm is die Pu t
au gegangen = hij i buiten adem). In het Eng I
i het werkwoord l pu h (dm en) hier ook mee
verwant.
■ ■■■
D r o bruikmaking van e n bell tje (calcant)
ontving de dien tdoende balgentreder een eintje
van de organi t. Dit was voor hem h t teken om
in actie te komen. Vooral wanneer er veel verzen
f coupletten van één p alm of gezang w rd n
gezongen kon er fy iek nogal wat van je worden
gevraagd. In Liederholthui , gem enre Raalte,
bedong d org !trapper boven zijn jaarlijkse
bezoldiging e n paar tevige schoenen. ewoonlijk
liep hij op klomp n.
Windmachine
lnhetb ginvandevorigeeeuwwerdh hnit –
ger rgel vo rzien van een windma hine, waarmee
de balgentreder overbodig w rd. ind di n wa
de organi t om te pelen niet meer afhankelijk van
derden. In een relatief kort tijd be tek werden her
en der windmachine be telden aange I ten p
de balgen van het org 1. D inve tering zou van zelf
worden terugverdiend zo r deneerde men,
want orgeltrapper werden de laan uitge tuurd.
De blaasbalgen in
de baigenkn t.
11-
64 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Eén van de twee in
1920 geplaatst elektrische
111i11dma hi11es,
aan beide zijde11 vo11
de balge11ka111er staat
er een.
Rechtsboven: /-let originele
fabrieksplaa tje op
de wi11d111 achi11e.
Rechtso11der: Er wa ·
maar net genoeg ruimte
om de balgen door d
sponning te krijgen,
omdat er voor de ramen
am1 de b11itenka11t
nogeen ijzeren laaf
-:;it. (Archief tichti11g
clmitgerorgel Zwolle)
Een dergelijke gang van zaken pa te geheel in het
tijd b Id en v nd zijn o r prong in techni che
nt, ikkelingen. Men – en paardenkracht\ erden
ing ruild vo r moderne vormen van tractie.
M t n windmachine I ordt bedoeld een
door een elektromotor aangedreven centrifugaalntilator.
In ns land zijn mee ta] de merken
Vi mu en Meidinger toeg pa t, in d Gr te Kerk
ov rigen niet. en di cu ie over het af: chaffen
van de 1 ktri he windmachin i er nooit
gewe t, terwijl andere technisch verworvenheden
in d orgelb uw na verloop van tijd o er
b ord werden gezet, zijnde i.n trijd met de ware
orgclcultum. Het gemak van onafhankelijkheid
werd ni t 111 er prij gegeven. verigen zijn er in
de jar n ta htig an de vorige eeuw in n land wel
p gingen ondernomen om meer aandacht te vragen
voord or pronkelijk , door men en pgewckte,
indvoorziening, maar er wa nauwelijks
draagvlak v or dil o rt ideeën. Er werd oms
wat la herig over gedaan, alsof het een ektari che
pvatting betrof.2
Re tauratie
In 2013 zijn door Flentrop rgelbouw alle twaalf
balgen van het Zwol e rgel gere taureerd. Daar!
e zijn a ht van de twaalf balgen met e n gr te
takel uit de balgen kamer (de ruimte boven de
c n i toriekamer) gehe en nadat e r teen raam
■ ■■■
uit de p nning wa verwijderd. D blaa balgen
wegen ngeveer 180 kg per exemplaar en hadden
ind, de plaat ing nimmer de balgen kamer
verlaten. TI1an zijn vijf balgen in g bruik. Vóór de
re tauratie ‘Naren op de windmachine vier balgen
aangesloten.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 65
11 Het i een g ede uggestie m het chnitgerorgel
bij tijd en wijle weer te be pelen met behulp
van balgentreder , want dit i nog teed mogelijk.
Z al in trecht het gilde van kl kkenluider
actiefi om de kJ kken van de Dom handmatig
te luiden, zo zou in Zwolle met een gilde van balgentreder
op authentieke wijze he orgel weer van
org lwind kunnen worden v orzien. B endien i
het een int r ant aspe t om hiervan d invloed
p pel en klank te beoord Jen.
Zwolse balg ntreder
In en tijd b tek van twee eeuwen – vanaf de
oplevering van het orgel in 1721 tot aan de plaating
van een windmachine – heeft en lange rij
balgentreder di n l gedaan. Velen hebben hun
namen achtergelaten op de balgenka tin de balgenkamer.
Anderen deden dit overigen ook, de
oudste (waar chijn lîjk, ommîgen zijn moei.lijk
te lezen) naamsv rm lding op de ka twand i die
van D. . Rooy uit 1746. Het i onwaarschijnlijk
dat hij dienst gedaan heeft al balgentreder want
zijn naam i niet terug te vinden in de kerkelijke
admini trati . D eer te balgentreder wa een
vrouw: Maria Lauw .3 Dit i uitzonderlijk, want
bijna altijd waren het potig mannen, die gelegenheid
kregen hun been pieren goed te ontwikkelen.
Ov rigen be tonden er even n rgel met een
handpompinrichting.
■ ■■■
algen ees van der Poel was Maria Lauw
vanaf juli 1717 balgen tred r in de Bethlehem
Kerk. Ze woonde in een huisje ‘aan de groote kerk’.
Vanwege de slechte taal van dit onderkomen
kreegzijin 1719vanh t tad be luureenw ning
aangeboden op de hoek Papen traat/Papendwar –
traat. Vermoedelijk v rhui de zij in het voorjaar
van 1722 amenm tde rgani tvandeBethlehem
e Kerk naar de Grote Kerk. Op grond van de
betalingen in de kerk lijk admini tratie valt op
\foor de restaumtie
werden i11 augus/11s
2013 a ht l’rl/1 de twaalf
blaasbalgen ( 180 kg per
stuk) uil de balgenkast
getakeld en vin het raam
vn11 de balge11kamer
111et een hoogwerker
11erder getm11sporteerd.
(Archief ti hti11g
c/111itgerorgel Zwolle)
Onder: D.D. Rooy,
i11gekerfd op de wand
w111 de balgenkast.
H’aarsc/1ij11/ijk gee11
balgentreder, maar op
de balgrnknst staan veel
meer nn111e11 dan alleen
die w111 de balgen/reders.
11-
66 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
11 Johannes Peter
Burbacf1 kerfde in 1784
zijn 11aa111 i11 de balk
waaraan de treders zich
vasthouden in de bnlgenkame,:
te maken dat Lauws eind mei 1748 overleden is.
Ze wa du bijna eenendertigjaar in dienst van
het tad be tuur. fn 1726 had de magi traat haar
jaarwedde verhoogd tot ze tig gulden, maar toen
meteen het be luit genomen om in geval van een
va ature van haar functie deze te laten vervullen
door ‘een man per oon’. Dat werd Derk Overink,
dien betaling al balgentreder ging in op 26 mei
1748. Hij wa in di n t tot l april 1780.4
Familie Burbach
Het i niet mogelijk over de balgen van het
chnitgerorgel iet te zeggen z nder de naam
van Burbach e noemen. De gelijknamige fam i-
1 ie heeft voor de Grote Kerk vier generatie lang
balgentreder geleverd. De eer te wa Johanne
Peter Burbach ( 1752-1816), geboren in Löhnfeld,
Duit land. Hij trad aan op I april l 780, al opvolger
van Derk Overink. Tot aan de ingebruikname
van de windmachine in 1920 bleven er Burbachs
orgel rapper. De fu n tie ging niet alleen over
van vader op zo n, maar werd ind 1838 ook
d r vader en zo n amen gedaan. 5 De laatste
org ltrapper uit de fam ilie wa Willem Johannes
lui Liaan (1868-1950), een achterkleinzoon van
Johanne Peter. Hij vervulde de functie samen met
Jan Willem Beijer.
Vermoedelijk had Johanne Peter eerst al
militair deel uitgemaakt van het Regiment a au
■ ■■■
Friesland dat in 1773 Zwolle al domicilie koos.6
In l 784 kerfde hij zijn naam in de balk waaraan
de treder zich va thielden in d balgenkamer.
Enkele jaren later huwde hij de in Zwolle geboren
Johanna van Dort (1757-1831). Zij kregen ze
kinderen, waarvan twee zonen en twee dochter
de volwa en leeftijd b reikten. Balgentreder
Johanne Peter Burbach n zijn zoon Jacob Burbach
(1798-1876), die eveneen de nevenfunctie
van balgentredervervulde, waren van profe ie
boekbinder.
Voorkomende b roepen bij de familie waren
met name cheerder (barbier of kapper), kl ermaker
en choenmaker. Vanaf 1855 tot 1922 wa
aan het Grote Kerkplein 4 een kapperszaak van
Burbach geve tigd. Willem H ndrik Burbach
(1894-1983) had aan de Lutteker raat 31 een kapper
zaak, waar hij tot op gevorderd leeftijd n g
klanten bediende. Hij had het vak geleerd van zijn
vader Cornelis Johanne Adrianu Burbach en
gro tvader orneli Johanne Bmbach.
Veel borelingen binn n de familie ontvingen
bij de doop de voornaam Jac bof Johanne , hetgeen
voor genealogen geen aantrekkelijke bijkomtigheid
is. Een Jacob Burbach (ca. 1 29-1904)
wa aanvankelijk scheerder en nadien ko ter bij
de ( 1ederduit ch) Hervormde Gemeente. Zijn
oudere broer Johanne Peter Burba h begon a.l
choenmaker, maar trad later op al aan preker.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 67
11 Jacob (Co) Burbach (1885-1974), zoon van de
kleermaker Johanne Peter Burbach en Maria
Niggebrngge, werd in 1907 te Wijhe aangewezen
voor de post van organist van het Quellhorstorgel
aldaar. Hij woonde toen aan de Voor traat 33 te
Zwolle. Al cellist verleende hij al medewerking
aan de kerkconcerten in de Grote Kerk door Jacobus
Cornelis van Apeldoorn (1856-l 932). Met de
heren J.B. Rensen, eerste viool, J.C. Wartena, tweede
viool en mr. J.G. ysingh, altviool, formeerde
Burbach het Zwols Strijkkwartet, dat ook buiten
de eigen provincie optrad. Cello had Burbach
leren spelen bij de Zwolse violist en muziekleraar
André van Riem dijk (1848-1904), die als pedagoog
in Zwolle uitstekend werk heeft verricht.
De viool pedagoog Felice Togni en de gebroeders
Jsaäk en Abraham Troostwîjk, beiden concertmeester
, behoorden tot zijn pupillen.7
Dat er na eeuwen een relatie is blijven bestaan
tussen de familie Burbach en het orgel bewijst een
boek i11 de boekenka t van schrijver dezes, waarin
met balpen staat geschreven: ‘van Hans Burbach
t.g.v. tentoon telling orgelbouw Zeister Slot 13-1 ·
77′.8 Wonderlijk welke route een boek kan afleggen
alvorens op een nieuwe bestemming aan te
komen!
Alle foto’s bij dit artikel waarbij geen bronvermelding
taat zijn op lo atie gemaakt door Elske
Boot ma, met dank aan de Stichting Schnitgerorgel
Zwolle vo r de bereidwillige medewerking. Het is
mogelijk donateur van deze tichting te worden,
zie W\Vw.schnitgerorgelzwolle.nl
■ ■■■
Noten
1. Grafschrift in de abdijkerk te Doberan (Mecklen burg),
in: H. de Jong, Predikheren en kerkekn echte11,
Edei980
2. Tijdens de restauratie van het uit 1696 daterende
Schnitgerorgel te Noordbroek werd bij wijze van
proef in 1995 een mechanische calcant ontwikkeld,
waarmee de balgentreder en de windmotor overbodig
werden. Dit experiment werd in overleg met de
Rijksdienst voor Monumentenzorg uitgevoerd door
de orgelmakers Winold van der Putten en Berend
Veger in nauwe samenwerking met de Faculteit
Teclmiek van de Hanzehogeschool te roningen en
het lnnovatiecentrum Groningen.
3. Cees van der Poel, Verleden en tegenwoordige staat
va11 het-orgel in de Grote Kerk van Zwolle (ver ic
september 2014), Hilver um/Zwolle 2014, p. 238
4. Idem, p. 238-242
5. JuLst omdat het balgensysteem in de GK zo uitgebreid
was en alle balgen aUe delen van het orgel van
wind voorzagen, was het eenvoudig door één persoon
te behappen. a een verbouwing in 1837 toen
men het systeem scheidde in tw e onafhankelijke
delen (acht+ vier) , kwamen er problemen en vroeg
de toenmalige balgentreder Jacob Burbach om een
assistent.
6. Mededeling van Wim Burbach op Genealogy.nel;
site www.online-ofb.de. vVim Burbach schreef:
‘Ganz wahrscheinlich war er musikalisch und Lu sikali
tät gibt es noch immer v iel in der Familie:
7. Zie: HennyWullink, ‘J.C. van Apeldoorn ( 1856-
1932), organist en muziekleraar’ in ZHT 8 (2009)
nr. 1, p. 23-30
8. A.C.M. Lutein, De o,gelpijp uit, Baarn 1976. Het
boekje ve rscheen in opdracht van de Vereniging
van Orgelbouwers in samenwerking met de Rijk –
dien t voor de Monumentenzorg en het I lin isterie
van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
naar aanleiding van de gelijknamige expo itie in
Slot Zeist. Een en ander hield verband met de opvatting
dat in het Monumentenjaar 1975 \ einig
aandacht was besteed aan het historis he orgel.
Links: Fraaie ach/erge/
Men naam 11a11 een
Willem Burbach op de
wand van de balgenkast.
11-
68 | jrg. 32 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Wi ll em van der Veen
De Zwols 011mnt
koesterde in I 949
110g altijd de aloude,
extreem lang e titel m ei
de antieke ‘sc/ 1’ di e /Jij
de oude spelling hoorde .
Het dagblnd bleef dat
doen tot ver in de jare11
zestig. (Particuliere co llec
tie)
HOate Ju,_, Na. 239
■ ■ ■ ■
Twee eeuwen de krant van Tijl
Aflevering 7: Met nieuwe hoofdredacteur op weg naar
een groter verpreidingsgebied
\!lijn verhaal over Tijls stokoude ‘nieuwspapier’
gaat va naf dit hoofdstuk over de laatste halve eeuw
van zijn bestaan. Die periode biedt mij een perspecti
ef dat aan zienlijk verschilt van het meeste dat ik
tol 1111 toe over de geschiedenis van de krant vertelde.
Bijna alle mensen, dingen en gebeurtenissen
waarover ik h et in dit vervolg zal hebben, maakte ik
uil eigen ervaring mee. Dat geeft mij – niet onwelkom
– de mogelijkheid het verhaal veel persoonlijker
te kleuren dan in het voo rgaand e zó nder mijn
lijfelijke aanwezigheid het geval was
adeoorlog
Deze historie begint al meteen twee dagen na het
einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de nieuwe
hoofdredacteur, mr. J.C. de Wit (1896- L983),
zijn intrede deed bij de Zwolse Courant. Of nauwkeuriger
gezegd: bij Het Vrije Dagblad, een krant
die uit de illegaliteit wa opgedoken en die toen
bij Tij ! werd gedrukt. Dit blad – zeg maar blaadje
– zou een half jaar lang de vervanger worden van
de aloude Provinciale Overijsse/sche en Zwolsche
Coura nt , omdat die nog niet mocht verschijnen
maar ee r t de gerechtelijke perszuivering moe t
o nd ergaan, zoal al die andere ederlandse kran ten
die in de oorlogsjaren actief waren gebleven.
Mijn oud -collega Jan Louwen, met wie ik
lange tijd samenwerkte, vertelde me weleens over
zijn eer te tappen in de journalistiek, die hij na
de oorlog in de redactieruimte van het Tijlgebouw
aan de Melkmarkt zette. og niet voor de
Zwolse Courant, maar voor het genoemde Vrije
Dagblad. De Wit was blij dat hij na een werkloze
onderduiktijd weer aan de slag kon e n zat daar
op 5 mei 1945 te redigeren met de hulp van I wee
piepjonge, totaal onervaren a i tenten, van wie
Louwen er één wa . De tel exe n op de redactie
werkten nog niet en het nieuw werd mondeling
op dicteersnelheid via de radio doorgegeven.
Zijn eerste journalistieke les kreeg Jan Louwen al
hee l vlug toen de radio meldde dat d e capitu latie
van de Duit er op 5 mei in hotel De · ereld in
Wageningen was getekend. Louwen noteerde het
nieuws braaf, maar liet de mededeling weg dat het
hotel wit geplei terd was. De jonge journalist vond
deze bijkomstighe id niet ter zake doende. De Wit
reageerde meteen en zei dat Louwen die observatie
nu ju ist moest laten staan, omdat ze een beetje
couleur locale aan het bericht gaf. Sedertdien heeft
Louwen zich deze les a ltijd ter harte genomen .
Ruim een half jaar later – op 6 februari 1946
– mocht de Zwolse weer ver chijnen en b zette
mr. J.C. de Wit officieel zijn hoofdredactionele
plek in een eigen kamer(tje) met uitzicht op de
Melk.markt. In zijn bagage bracht hij ee n veeljarige
ervaring in de landeli jke journalistiek mee. Hij
werkte jarenlang b ij De Telegraaf en chreef toen
onder meer buitenlandse en ociaal-economi ch
PROVINCIALE OVERIJSSELSCHE EN W-,la1 lZ Od.i.. 1949
111 ZWOLSCHE COURANT~
A~U.1°lJllllftftfÜtt-;. ~ cm
__. • d. ~ 1 UO llOwJ, ~
,-10d. .. • . —1-ft. ~oput1.w,
~UI f UI ,… kw. SI”‘- p. w.
Dagblad voor Overijsse l. Noord yelderland en Zuid Drente Vltpwi1 NV. Dnanail tn lrnlff8G …
Da .,._ :,. l . ,,l.~ 1>-ll l..U•
T•.L NU-01ro11•-~ ……. TUL
zwols historisch tijdschrift jrg. 32 – nr. 2 | 69
11 reportages, ver lagen van de Am terdam e
gemeenteraad en rechtbankver laggeving. ln de
r erige jaren d rtig an de vorige euw wa hij
parlementair reda teur en chef van de Haagse
redactie. B vendien bekl dde hij landeJjjke
functi als voorzitter van de ederland e Journali
tenkri ng en het ontactorgaan Politie-Ju titiePer.
Al ud-Zwollenaar, die zijn hele jeugd iJ1
deze tad doorbrach waar hij ook het gym na ium
afliep, z rgd hij er in de er te jaren na de oorlog
voor dat de Zwol.se weer gauw het too naangevende
blad in de tad en in de teed groeiende regio
werd.
Die ingreep voltrok zich ucce vol ondank
de aanvank lijk concurrentie van een aantal
plaat elijke editie van landelijke dagbladen, zoal
Het Parool, Het Vrije \folk, De Waarheid en Trouw,
die zi h geleidelijk in een periode van ruim een
decennium allemaal weer uit Zwolle erugtrokken.
Twee concurrenten bleven over, Het Vrije
Volk tot 196 en het katholieke Overijssels Dagblad,
dat z ich nog tientallen jaren met een kleine
redactie handhaafde, geve tigd in een pand op
de Melkmarkt pal tegen ver hel gebouw van de
Zwolse oura11t en later in een kantoor in de Lutteke
traat.
Flair en kenni
De Wit vertoonde de trekken van een nu nagenoeg
uiLge larven ra : de allround journali t
die over alle rn gelijke en onmogelijke dingen
chreef. Een journali tieke in telling die mij desLijd
d or udere coU ga’ ook als de mee t jui te
werd ingeprent. In Zwolle groeide hij niet alleen in
zijn functie als hoofdredacteur maar werd daarbij
ook een zeer actief deelnemer aan het maat chap pelijke
leven. Er i een tijd gewee t dat hij naa t
7.ijn dag lijk e werk bij d krant in wel twintig
bestur n n commis ie zat. In een in ter iew dat
ikh min 19ï 0 bij zijn ï5 te verjaardag afnam,
zei hij: ‘Op een kwaad ogenblik vroegen ze mij
v r mijn eenentwintig te be tuur functie. Mijn
vrouw zei: ‘J bent gek als je het aanneemt. Maar
ik dacht: die en kan er ook nog wel bij en toen
ging ik t ch door de knieën. ek ben ik er niet van
geworden .. .’
■ ■■■
De Wit deed dat alle met d zelfde flair en
kenni waarmee hij ook de krant leidde. chrijven
deed hij vrijwel elke dag in zijn ‘Vandaagje: een
colw11n op pagina 2 rechtsboven. Bovendien had
hij o keen hobby die hij in dien t van de krant
kon uitleven. Al toneelliefhebber ‘deed’ hij graag
all voor tellingen die in Zw Lle om recen ie
vroegen. En heu niet alleen de pre tatie van het
eer te klas beroepstoneel in schouwburg Ode n.
Voor amateurtoneel en zelf: vo r de jaarlijk e
opvoer.ingen van de Zwolse middelbare chol n
voelde hij zich niet te go d. Onder zijn recen, ie
zette hij altijd n-vee be ch iden lettertje : Wt.
In het dagelijk e reilen en zeil n van de redactie
b toonde hij zich de journali t pur sang. De norm n
van

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2011, Aflevering 3

Door 2011, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

■ ■■■
11 11-
114 | jrg. 28 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Wim Huij man
Urbann i11201 /.
11
(Collectie ZHT)
■ ■■■
Suikerhistorie
Café ‘ rbana’, Wip trikkerallec
Aan hel eind van de Wip trikkcra!Jce ligt grand
café restaurant rbana. Het i een begrip voor
Zwolle en wijde omgeving. 1 n de negentiende
eeuw wa Urbana een buitenplaat je. Het pand
werd in 192 n,gc1ovc rd tot een theehui m t
pc ltu in. VeleZw llenaren wandelden in die
lijd p zondagmiddag ri hting Urbana. Terwijl
de ouders in de hou ten erre een c n umptie
geb ru ikten, vermaakten de ki nderen zi hop de
wip en in de chommel.
errit Ma ier werd in 1932 eigenaar an
rbana. Hij wa een gr t wielcrfanaat. hter
rbana w rd een wielerbaan g bouwd waar
ondermc r Rinus hotman gr te ·u ce ·en vierde.
Tijden d Tweede Wereld orl g ve rd\ een
de baan al brandhout in Zwol e kachel . Hendrik
Ma icr nam na de oorlog de zaak van zijn
vader over. Vele Zw llcnaren vi rden er toen hun
bruiloft. Er k n op zat r- n zondagav nel o k
gcdan t wo rden. a aft p wa de peel tuin het
domein van verliefde t lletj . k jazzliefhebber
konden bij het th ehui terecht. rbana wa.
het eerst Zwol e jazz ntrum. Hendrik la sier
k\ am in 1973 bij e n ongeluk om het leven.
1 n 1978/9 werd rbana ingrijpend verbouwd
en uitgebreid. De lran formatie van thcchui 1 1
café- re ta urant met ver hili ndc zalen en vier
bowlingbanen cri iep zeer gr ndig: in la, bleven
slechts het tena. , enkele kozijnen en eend kkapel.
Burgemee ter rijber op nd Urban, p
3 januari 1980. J p Rcimink was d ni uwe
exploitant. Hij crcëerd een uit tekende ac om-
( Foto jan van de Wetering) modatic waar sind dien h cl veel fee ten, partijen
en v rgadcri ngen hebben pla, 1· g v nden. 1 n
199 deed hij rbana ov r aan l\ ec van zijn p ron
el leden. og leed geldt de re lamc I g n
uit de jaren ze Lig: it, 111nar to Il thuis.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 28 – nr. 3 | 115
11 Redactioneel
o r u ligt wc reen nummer van het Zwols
Historisch Tijdschrift. Hét blad over de ge chiedcni
van Zwolle. Rijk en gevarieerd, zo mag dit
nummer met r cht worden gen emd. In een
t,v ctal bijdragen wordt ingegaan op de laatmidclclccuw
er ligi uze vernieuwing beweging
van de M dcrnc Dev tic en de b langrijke rol die
Zwol! daarin peeld , dit naar aan leiding van de
huidige tentoon tel lingen hierover in mu eum De
Funda i , h t Hi tori h Centrum Overij el en
het tedclijk Mu eum Zwolle. Ton Hendrikman
refereert aan de gr te invloed die deze bewegi ng
in de ederlanden en daarbuiten heeft gehad
en Lydie van ijk verhaalt over de prachtige en
waarde olie hand hriften die Zwol e br eder
111 tl ll r!ijk monnik ngeduld maakten; z, ol e
ge hiedeni p zijn m oi t.
crrit van Vilsteren neemt on mee op een
reis door de ge chiecleni van een vergeten Zwols
buiten: De Ketel kolk, gelcg n in Fra nkhui . Of
h e glorie kan vergaan. iel vergeten maar I gendarisch
zijn de tien Zw llenar n van wie \i im
H uij man de portretten chct te ten beh eve van
z rg ent rum Het Zand (Zandh ve ). ok aan d
v rgctclheid ntrukt w rdt de hrijf ter moene
van Hacr ofte ( 1890-J 952). Zij w n al eer te in
1947 de prestigieuze P. . Hooft-prij met een
boek dat nu d r niemand meer w rdt gelezen.
tto azernier vertelt on er alle over.
Tot si t maakt Jan van de Wetering weer een
· enlimental journey’ naar het Zwolle van vijftig
jaar geleden. Daarbij bes hrijft hij de impa t van
Brigit! Bard top de Zwol e jeugd en laat hij
zien hoe het kon gebeuren dat de altijd zo rustige
Wilgen traat in zomer l 961 veranderde in ‘een
h k nk tel ol cheltercnde reclamewagens en
een gillende brandweerauto’. Dame en heren, wij
wen en u , eer veel lee plezier!
Inhoud
11ikerf1istorie Wim Huij man
De uitstraling van de Moderne Devotie
Ton Hendrikman
Beroemd laahniddeleeuw handwerk
Ha11dschrifte1111it Zwolle Lydie van Dïk
Amoene van Haersolte
Eerste wi11naar P. C. Hooft-prijs
Otto Cazemier
De Ketelkolk errit van Vilsteren
ien Zwol e portretten Wim Huij man
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 5: Zwolle wordt modern (196 l)
jan van de Wetering
Recent ver chenen
Auteur
Omslag: Detail uit de Zwolse Bijbel.
(Universileitsbiblioth ek U1rec/1t)
■ ■■■
117
1.20
126
130
143
150
152
154
11-
11
■ ■ ■ ■
AD ERTENTIE
Rond 1500 werd met het werk van kunstenaars als Abrecht Dürer en
Quinten Massys de middeleeuwen op grootse wijze afgesloten, terwij l de
renaissance zich al aandiende. De 15e en het begin van de 16e eeuw was
ook de tijd waarin de Moderne Devotie haar hoogtepunt beleefde en
Thomas a Kempis zijn Navolging van Christus schreef, na de Bijbel het
meest gelezen boek in het christendom. De Moderne Devotie inspireerde
de kunstenaars van de Sarijs-handschriften. Deze prachtig versierde
handschriften werden in het Fraterhuis in Zwolle gemaakt en met name
de verluchtingen van de ‘Zwolse meesters’ behoren tot de top van de
laat-middeleeuwse boekverluchtingen in Nederland. De kwaliteit (en
populariteit) van dit soort bijzondere stukken kwam in 2005 nog nadrukkelijk
naar voren in de tentoonstelling rond de ‘Gebroeders van Limburg~
De Zwolse Sarijs-handschriften, die zelden voor een groot publiek worden
getoond, vormen dan ook een van de absolute hoogtepunten van de
tentoonstelling die Museum de Fundatie en het Historisch Centrum
Overijssel presenteren. Naast Dürer, Massys en de Sarijs-handschriften
wordt in het Paleis a/d Blijmarkt werk getoond van ondermeer Amt van
Zwolle, de Meester van Hoogstraten en kunstenaars uit de omgeving van
Dieric Bouts en Jan Gossaert.
Van Albrecht Dürer en Thomas a Kempis is opgebouwd rond de thema’s
uit het lijden van Christus, die zowel in de Moderne Devotie als in de
beeldende kunst van die tijd centraal stonden.
VAN ALBRECBT DÜRER EN THOMAS A KEMPIS
PALEIS A/D BLIJMARKT, BLIJMARI

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2008, Aflevering 2

Door 2008, Aflevering 2, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

54 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Annèt Boot mavan
Hulten en
Wim Huij mans
GEMEENTE
ZWOLLE
ARCHIEF
(Collectie HCO)
Groeten uit Zwolle
,,.
Diezerplein
Post tempel: 7 augustus 1926
Christiaan
Het Diezerplein is eigenl ijk een zijs traat van de
Diezerkade, die uitmondt in het afgebeelde pleintje.
De opname i gemaakt omstreek 1915. Het
huizenblok achte r het groepje men en, Diezerplein
29 tot en met 39, was toen gloed nieuw. De
huizen werden in 1909 ontworpen door de bekende
archite t G.G. Po t, die n groot aan hanger
van de Jugends til wa . H t huizenblok taat er
egenwoordig nog en het i ook nog ·teed een
knu pleintje met een aan tal winkel , maar de
omg ving is verder wel veranderd. p de afbeel ding
kijkt men rechts de Langenholterweg in en
links de Diezerweg. De Langenholterweg bevindt
zich nog op die plek, maar de bebouwing i tegen woord
ig grotendeel modern. De Diezerweg
be taat helemaal niet meer. De straat die zich nu
links van het huizenblok bevindt heet Br, illestraat,
deze loopt met een knik om hel voorplein
van de daar, meteen naast het Diezerplein gelegen,
grote A !-vestiging.
Dieze transformeerde in de tweede helft van de
negentiende eeuw van een agra risch gebied in een
tadswijk. Een naam als de Langcnholterwcg verwij
t nog naar een doorgaande weg, die van het
landelijk Diezc naar de nabijgelegen buurtschap
Langenholtc voerde. 1 n Diez verrezen v ornamelijk
eenvoudige huizen, goedkope arbeider woningen
die in de jaren zestig en zeventig van d
twintigste eeuw weer ma saai g saneerd werden.
oms verdwenen niet all en de huiz n, maar werd
de hele traat van de kaart geveegd. it gebeurde
bijvoorbeeld met de Eind traat, een zijweg van de
liddelweg. ln dit themanummer kunt u all
lezen ver deze verdwenen traat in Dieze.
zwols historisch tijdschrift jrg. 25 – nr. 2 | 55
Redactioneel
De Ei ndstraat. Behoorlijk wat ederlandse
plaatsen kennen een straat met deze
naam: Venraij, Breda, Dru nen, Schinveld
en zo nog een ha nd vol meer. Wist u dat Zwolle
ook een ind traat heeft gehad? Van 1882 tot 1965
lag deze traat aan het ei nde van de stedelijke
bebouwing van Dieze, op de plek waar nu de
St. Miclnëlskerk en de AJd i aan de bisschop Willebrandslaan
zijn gebouwd. Hoogstwaarschij nl ijk
kent u de Eindstraat niet en weet u al helemaal
niets va n de gesch iedenis van deze straat.
De Ei nd traat krijgt langzamerhand wel een
steeds duidelijker plek op de Zwolse historische
plattegrond. Bij de open ing van het Historisch
entrum Overijssel vond een reünie van oudbewoner
plaats. Buurtg noot Leo Schotman
bleek van alles verzameld te hebben over de straat.
Foto’s, verha len, interviews met oud-bewo ners,
wat al niet. Tot een publi catie was het echter nooit
g komen. Daar brengt dit themanummer van het
Zwols J-/istorisch Tijdsc/ 1r~~ vera nder ing in. Een
van onze redacteuren, Jan van de Wetering, heeft
het materiaal in overleg met Leo Schotman
bewerkt en aangevuld met historische informatie
over Dieze. Het heeft geleid to een mooi themanummer
over het vo lksleven in een bij na vergeten
straat in Dieze.
Want weet u hoeveel privaten er op zevenentwintig
arbeiderswon ingen tenminste aa ngelegd
moe ten worden bij de aa nleg va n de indstraat in
1882? \ et u wa nneer deze straat pas deze naam
kreeg? Of weet u de wi nnaar van de wielerwedstrijd
van Eindstraatbewoners in 1952? Kent u het
kindersp I slof-slof? Hebt u al kenn is gemaakt met
de fam ilie Van Marle, of K rnet en Apeldoorn?
Weet u iets van de herinneringen van mevrouw
Dekien J-lofs ver haar jeugd in de indstraa t?
ce? Dan wensen wij u veel leesplezier!
Inhoud
Groeten uit Zwolle Annèt Bootsma – van Hulten en Wim Hu ijsmans
Inleiding Jan van de Wetering
Terug naar de Eindstraat
Volksleven in een bijna vergeten straat in Vieze ( J 882 – 1965)
Leo Schotrnan en Jan van de Wetering
Ee11 paard itr de 111i11
Het begi11 v,m de Ei11dstraat
De Ei11dsrraa1, l 882 – l 930
De Ei 11dstrnat, 1930- 1965
Ki11derspele11
Oorlog op li et Zwartewegje
Straatleve11
Trammelant
Bijvoorbeeld de familie …
Bijvoorbeeld de familie Go ris
Bijvoorbeeld de familie Di11kelberg
Bijvoorbeeld de familie Hakke11/war
Bijvoorbeeld de familie Apeldoorn
Bijvoorbeeld de familie peek
Bijvoorbeeld de familie De R11iter
Bijvoorbeeld de familie Va 11 Marle
De geschiedenis van Dieze in vogelvlucht
t5e marke Dieze
De Nie11wstad
De koemelkers va11 Dieze
A11gs1ig 11oodgesclrrei
‘Maatschappelijke toesrm,de11 der arbeiders’
Dieze als moesh1i11 va11 Zwolle
Voor11itga11g: de droog11wki11g der Diezer 11wrke
Wa11dele11 door Dieze
Dieze i11 de jare11 dertig
Een soort Jordaan Herin11eri11gen van Dekien Hofs
Geborgen
Scl,ool
Platteland
Het einde van de Eindstraat
Mededelingen
Auteurs
Omslag: Musicerende jonge/ui i11 de Ei nrlst rnnr 0111st reeks 1950.
54
57
75
101
102
56 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Jan an de Wetering
Leo c/101111n11 nn,1 de
de Bisschop \ Ville brandlnn11,
11,et 11itzic/1t
op de plnnts wnnr de
Ei11dstrnnt ooit Ing.
Links de 11oon1111/igc
t. Micha ëlskerk.
Inleiding
0 peen v orjaar dag, nu al weer en paar jaar
geleden, werd bij mij aan de deur gebeld.
Toen ik opendeed, zag Lk een mij onbekende
wat oud re man voor de deur taan met een map
onder zijn arm. Leo chotman wa de naam. Hij
viel maar meteen met de deur in huis: ‘U weet aUe
van Dieze en nou wilde ik weten of u mij ook nog
wat kunt vertellen ver de Eind traat.’
Mijn belang telling voor Dieze wa zonder
m r aanwezig: mijn moeder i in Dieze geb ren en
g t •en en mijn vader wo nde aan de Midd ]weg,
waar zijn vader al melkb er de ko t v rdiende.
Maar d ind traat? ou nee, van die traat had ik
\ erkelijk nog nooit geho rd en al had ik in Vergeten
Levens1 een heel ho fd tuk aan Dieze gewijd,
e n échte Diezekenner was ik allermin t. Ik had er
z lf nooit gewoond. Teleu rge teld vertrok hij weer,
maar zijn vraag hield mij b zig. Daarom pakte ik er
een plattegrond bij, maar hoe ik ook zocht, in de
do lhofvan tra ten in Dieze kon ik geen Ei nd traat
vinden. De straat bestond gewoon niet’.
Ik vergat de zaak, t t Leo Schotman maanden
later d or toeval weer op mijn weg kwam . Bij die
gelegenheid be loot ik een goed naar zijn map met
aantekeningen over de fand traat te kijken. e
straat had wel degelijk be taan, maar de huizen die
er stonden waren in de jaren ze tig van de v rige
eem afgebroken. Schotman had verhalen verzameld
over het leven in di lraat van arbeiders, kleine
handelaren en hun g zinnen. Dat alles in een tijd
die werd g kenmerkt door armoede en de onafgebroken
strijd van de bewoners 0111 het hoofd boven
water te houden. ok had hij foto’ , die jui t door
hun amateuristis he karakter ntr erden.
Het aard ige wa dat veel van zijn materiaal nu
een niet was verzameld via hi torisch onderzoek in
archieven, maar rechtstreek wa pgetekend uit de
mond van de men en die ooit in de Eind traat
gewoond hadden . Tot op de dag van vandaag verzamelt
Leo Schotman alle wat met die vergeten
traat uit Zwolle te maken heeft. Ter gelegenheid
van de open ing van het Hi tori eb Centrum Overijs
el (dat ook i11 Dieze ligt) in 2006 organi eerde hij
een reünie van oud-bewoner van de Eindstraat en
dat wa voor iedereen die erbij wa een gedenkwaardige
bijeenkom t.
lk begon te lezen in de aanzet voor e n verhaal
over de indstraat dat hij al had geschreven. Zijn
inleidende woorden troffen mij meteen: ‘Toen ik,
ja ren terug, bij na klaar wa met het schrijven van de
geschiedeni ov r de luchtoorlog rond Zwolle2,
be loot ik dat, al de tijd mij gegev n zou zijn ik
graag iet uit mijn jeugd aan het papier wilde toeve
rtrouwen. Over het onderwerp hoefde ik niet
lang na te denken, want mijn gedachten gingen
vaak terug naar de buurt , aar ik geboren en geto gen
was: Dieze. Dat het de indstraat moe t worden,
tond va t, want hier had ik vrienden en leerde
Lk wat vriend chap wa . Hoewel ik er nooit
gewoond heb, leef ik voort met mijn herinneringen
aan een straatje waar ik heb gevochten en heb lief
gehad. Het ver ch ilde niet van andere tratcn, al
kreeg het door anderen de naam van een achterbuurt
opgelegd. Voor mij bleef het een traat waar
het ociaal gevoel leefde zoals nergen anders.’3
Leo chotman vroeg mij zijn materiaal te ordenen
en er een mooi verhaal van te maken. et
re ultaat treft u hierbij aan. De d or hem verzamelde
verhalen over de vroegere bewoner van de
Eindstraat heb ik aangevuld met wat hi t ri che
informatie over Diez .
zwols historisch tijdschrift jrg. 25 – nr. 2 | 57
Terug naar de Eindstraat
Volksleven in een bijna vergeten straat
in Vieze ( 1882 – 1965)
In het najaar van 193 trok er van uit h t oo ten
een torm over Zwolle, zo tormachtig dat het
water bijna lett rlijk uit de gracht n werd
geblazen in de ri htjng van h t Zwarte Water. De
ch pen di in de grachten aangemeerd lagen,
kwam n op ommige plekken bijna droog te liggen.
Zo ook in het KJein rachtje, waar de tjalk
van Derk Kornet door de lage water tand dreigde
om Le laan. 1 n allerijl moest zijn gezin van boord
en tijdelijk Id rs onderdak zoeken. Deze noodgreep
raakte direct de broodwin ning van Kornet.
‘ Z mer lr k de fam ili e er met het sch ip op uit
om mei ha ndel de kost te verdienen in de wijde
omgeving van Zwolle. Kom t hi Id zich bezig met
het opkopen van lompen en metalen en nog veel
meer. Vooral bij boeren was altijd wel iets van zijn
gading te vinden. Lompen, kippen of konijnen,
het maakte hem niet uit, hij kon letterlijk al le
gebruiken, als er maar handel in zat.
De torm versnelde zijn be lis ing de tjalk van
de hand te doen, de boot was toch al in lechte
taal. iel lang daarna verhui de het gezin, met
zeven kinderen naar de Eind traat, een dubbele
rij arbeiderswo ningen gebouwd aan het eind van
de negenti nde eeuw. De traat deed zijn naam eer
aan: p die plek eindigde de tedelijke bebouwing
van Dieze. Het wa niet het einde van Dieze zelf,
want dat omvatte toen n g de landerijen van
onderme r d Oo ter- en We ter nk, Holtenbr
ek, Langen holte n de Aa-landen.
Een paard in de tuin
De amilie K rncl kwam op nummer 27 te wonen,
het all rlaat re hui , helemaal aan het eind van de
indslraat. Vanuit hun raam kond en ze de tuin derijen
zien van de tuinder en daara hter de naast
elkaar gelege n !gemene Begraafplaat en de
R om Katholi k Begraafplaat . AJ na drie maanden
verhui de het gezi11 naar nummer 10. Als ze
ri hri ng rad li pen dan kwamen ze op d iddelweg
terecht. og verder richting tad volgden dan
al die andere trat n die het oudst bebouwde deel
van Diez ormd n, zoal de La ngenh lt 1-weg, d
Berkum traat en de Warmo straat.
D verhuizing naar de Eindstraat bracht g n
verandering in de werkzaamheden van Derk Kornet.
Hij bleef handelen in lompen, metalen en
alJe wat maar lo en va t za . Dat ere n handelaar
bij wa g komen (er woonden r meer), bl f ni t
onopgemerkt in de straat. Zo kwam Kornet op
zekere dag met een gekocht paard thui , dat hij
vervolgen dwar door de ga ng en de hui kamer
naar d tuin bracht. Daar s aide hij het dier enige
ijd tot hij er een goede prijs voor kJ-eeg. Kornet
zou tot 1961 in de · ind traat bl ijven wonen. -en
jaar daarvoor was zijn huis onbewoonbaar verklaard.
Dat lot trof niet alleen zijn hui s, maar ook
dat van de mee te andere bewoner van de · indtraat.
De dagen van de traa t waren geteld.
L o chotman en
Jan van de Wetering
M lkboer fnnp \Volters
i11 rle Ei11rlstrnnt, 11nnst
he111 Trijntje Di11kelberg,
op de stoel Derk
Kornet. n. 1950- 1960.
58 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Op deze plnt teg roll(l
(jnnr 011beke11rl) is rle
Ei11ristmnt ( 0111cirkeld)
i11ge1eke11ri rec/11sbove11
rle 1iddelweg. Bo11e11
rie Eindstmnt loopt
het Zwa rtewegje ( ook
Achter- of \llooie11wegje
genoemd).
Het begin van de Eindstraat
In het midden an de nege ntiende eeuw woonden
ruim 11.000 van de in totaal bijna 19.000 Zwollenaren
in het en trum, du binnen de ring va n de
tad grachten. Daarmee wa d binnenstad bomvol.
De geleidelijke toename van het aantal inwoners
k n all en w rden opgevangen door wonin gen
buiten de stad grachten t bouwen. Dat deed
Zwol! dan ook, in As endorp (vooral na de kom t
van de entrale Werkplaat van de sp orwegen
rond L 70), in de Kamperpoort en ook in Dieze.
Tijden een raadsve rgaderi ng in 1843 vatte burgemee
ter Vo de Wael de noodzaak to tadsu itbreiding
n daarme de vera nderende verhouding
tu en de binnensta I en de bu itenwijken bondig
amen: ‘Op de voor teden worden than deze lfd
neringen en bedrijven uitge efend waarmede d
b w n r der tad hun leven onderhoud verdienen.
De tijd is du daar, om de kring om de tad te
vergr ten en niet evem el zo, als dit in oude tijden
gebruikelijk, a , do r het gra ven van brede grachten,
of h t pwerpen van h ge wallen n bolwerken
. it om h t nieuwe gro ndgebied tegen vijan-
«n da• bol nld 11I d”• yerd
l lt ~kh allh•o, nadorbu.d ,o,IJt lo
•tt, dl” hft vr t nt r rnuklr,
lie t , orslrk ,:un 1111 hacl dt ma,._
rh u eu utt1tnódt1d t f!ns mr:c t 11:a.n
nur de Eindura,1. ~•n 10 hlJ die 11no1
r-m, mtt !l~n • • nv<-crn . \ •orc,ru ct.tu l, r,. ~r d hil hvre da11:rn lalirr. hJdtl'O hrt ~·rrhool, ""~ onb, ho rt o. Ho:,a.st e! •. o,
DOUU :tt hlt:T hah•tf’ rd1 &o’lll’ t l dr c'”‘””
flll~ ,·uo l”‘l, ,1r-rdrlt!t”1! vriJh•ld-:,lrd •I• 1 •Ic h lr
De ‘Zwolse Co11m11t
de Ei11rls1mat op de
knnrl, 6 111nart I 95ï.
zet
70 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
\ Vim (de’ iesse ‘) Rijke
en zij11 echtRenotc.
Bijvoorbeeld de familie …
Le chotman is in Dieze opgegroeid. Hoewel
hij nooit in d Eind traat heeft
gewoond, had hij wel veel contact met d
bewoner ervan. De tuin van zijn ouderlijk hu is
grensde namelijk aan het Zwartewegje, ook wel
looienwegje genoemd, en al je dat wegje afliep
kwam je al nel bij de Ei ndstraat terecht. Ook zijn
m eder had veel c ntact met d men en uit de
Eindstraa : tijden de Tweede Wereldoorlog versteld
zij kleren voor hen. Ook na zijn ve rtrek uit
Di ze onderhield Leo Schotman con tacten met
zijn j ugdvrienden. V or dit artikel voerd hij de
afgelopen jaren vele gesprekken met oud-bewoners.
De vele heri nneri ngen en anekdotes geven
een goed beeld van het I v n in de Eind traat in de
jaren tu en 1930 en 1965.
Bijvoorbeeld de famili e Goris
Het gezin an Leonardus en Fennigje Goris heeft
bijna het langst van allemaal in de Eindstraat
gewoond. Ze kwamen er in de jaren twintig. In
hun hui op nummer 6 oefende Leonardu zijn
beroep uit van bl ikslager en loodgieter. Hij werd
in de buurt geprezen om zijn v, kman chap. Tijdens
de oorlog hielp hij de hele buurt vooruit met
het her tel len van uiteen lopende zaken als lekke
pa nnen en ketels, en het vervaa rdigen van kachel pijpen
en fietsendrager . De familie ori zou in
wisselende amenstell ing tot 195 in de Eindstraat
blijven wonen. ln augu tu 19 0 werd hun
woning onbewoonbaar verklaa rd.
zwols historisch tijdschrift jrg. 25 – nr. 2 | 71
Bijvoorbeeld de familie Dinkelberg
Ook de familie Di nkelberg woonde erg lang in de
Eindstraat, van 1927 tot 1962 op nummer 7. Het
wa met elf kinderen een groot g zin. -n dat
breidde zich alleen maa r uit toen de oudsten verkering
begon nen te kr ijgen. Daarom moe en ze
er in 1960 zelfs een tweed woning bijhuren. Martinus
inkelberg wa van beroep grondwerker.
amen met zijn vrouw joukje moest hij hard
werken om al die monden te voeden. Veel Eind straatbewoners
her inneren zich haar al oma Dinkelberg
of tante Jo. Ze wa een sociaal voelende
vrouw die altijd klaar tond om haar medemen en
met raad n daad terzijde te staan.
Bijvoorbeeld de familie Hakkenhaar
Op Eindstraal 13 woonde sinds 1941 de fam ilie
Hakkenhaar. Het gezin bestond toen uit vader
Will m moeder Marie, ook wel opoe Bol le
genoemd, en vier kinder n. Marie Hakkenhaar
was de onb zoldigde vr edvrouw van de traat.
Als er een kind op kom t wa , werd opoe Bol le
gevraagd te a isteren bij de blijde gebeurten is,
oms bijge taan door andere buurvrouwen.
Links: Joha11 Dinkelberi
,net accorrfeo11 in de
Einrlstmat, ca. J 950.
Rechts: jo11kje Dinkelberg.
Zij werd wel de
koni11gi11 van rle Eindstmat
genoemd.
\ Ville111 en Marie Hakken/
war. Marie was de
011/Jezoldigde vroedvrouw
i11 rfe Ei11dstraat.
72 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Piet cliippers 111et tn11te
Jo Apeldoorn, en. 1950.
1et al veel andere Eind traatbewon rs had
het gezin in de o rl gsjaren en radio verstopt. In
dit geval tu sen de loerdelen van de laapkamer.
Op een av nd dat Willem naar de radio had
geluisterd, vergat hij de vloerdelen weer in h t gat
te leggen, waardoor zijn vrouw Marie met haar
voet in het gat tapte en dwar door het plafond
dreigde te vallen. Een van de dochter vertelde dat
zij in die tijd er dag lijk op uit 111 e t m igarettenp
uken te zoeken, waarvan haar vader ve rvolgen
weer nieuwe igarell n draaid .
Bijvoorbeeld de familie Apeldoorn
Jaap Apeldoorn werkte bij ver ch illende bedrijven,
ond r andere bij de vu ilnisstortplaat We tervcld.
Hier vond hij peen dag een goed regen pak.
jaap, die vi sen al hobby had,, a er erg blij
mee. Zodra aan het water de eer te regendruppels
vielen, t nd Jaap al met zijn regenpak klaar. Zo
ook op een keert n hij met C bus peek, kuit
de Eind traal, uit vis n ging. D vissen b t n
goed maar het weer veranderde nel, z dat ze
be loten maar op te breken. Voordat h t zover
was viel de regen met bakken uit de hemel. Cobu ,
die geen regenpak aan had, wa t t op zijn huid
doorwe kt. Terwijl jaap de staken uit de gr nd
tr k zei hij vol tr t legen zijn vi maal: ‘Ik eb een
goed regenpak, ik wörrc niet nat, mar iej w I.’
Al of het zo gebeuren m est, knapte op hetzelfde
moment de taak waar Jaap aan trok n hij buitelde
achterover in de Ve ht. a hem op het dr ge
getrokken te hebben , wa de eer te reactie van
Cobu : ‘ Ie eb nou wel een regenpak an, maar ic
bint natter dan ikke.’
zwols historisch tijdschrift jrg. 25 – nr. 2 | 73
[edereen in de Ei ndstraat wist dat Jaap graag
mocht peuren (vi en op paling), jammer dat hij
geen eigen b ot had. Jaap be I ot er een te kopen.
Na veel zoeken had hij zijn oog laten vallen op een
grote roeiboot, maar toen Jaap na en ige keren
peuren erg weinig ving, kwam hij erachter dat de
boorden van de boot veel te hoog boven het water
uit lagen, \ aardoor de paling van de peur viel.
Goede raad wa duur. Hij bes loot om dertig centimeter
van de b orden af te zagen, zodat de boot
lager op h t water kwam liggen. Het du urde niet
lang of hij had weer goede va ngsten en dat mocht
iedereen in de Eindstraat weten ook. Daarmee
bracht hij zijn buurtgenoten Gerard de Jong en
Olly Hendrik op een idee. Z vroegen aan Jaap of
ze de boot een keer mochten lenen. Met enige
tegenzin v nd Jaap het uiteindel ijk goed. Toen de
beide mannen op de Vecht hun hengel uitgooi den,
waren zij zich er niet van bewust dat de boot
door de verlaagde boorden niet berekend was op
twee per onen en veel te diep in het water lag. Elke
keer dat zij zich bewogen of chommelden, kwam
er een paar liter water over de rand van de boot.
u is elke liter een kilo en dat tikte dus vlug aan.
Zij waren zo verdiept in het peuren da t zij zich er
pa van bewust waren dat de boot zonk toen het al
te laat was. De boot verdween onder wa ter en met
veel hulpgeroep en ge partel, kwamen de twee vi –
ser aan de wal.
Jaap Apeldoorn werkte het laatst bij de loop
van de ude IJssel entrale, aan het Almelo ekanaal.
Hier kreeg hij een ernstig ongeval dat een
inde maakte aan zijn werkjaren. adat hun
woning in de Eind traat onbewoonbaar wa verklaard,
verhuisde het gezin in l962 naar Mu –
chenhage21 in de Kamperpoort.
Bijvoorbeeld de familie Speek
erard Speek, childer van beroep, en zijn vrouw
Dien woonden in de Akkerstraat. oen hun gezin
zi h alsmaar uitbreidde, vertrokken ze in oktober
1940 naar de Eind traat, waar kort daarvo r de
woningen met de n ven hui nummer vergroot
waren. let toe temming van tandart iks, die
toen de eigenaar van de pand n wa , betrokk n zij
het hui met nummer 15. Het vergroten van de
woning wa geen overbodige lux want erard en
Dien hadden lf kinderen, zeven jongen en vier
mei je . Het wa. een hele toer om het gezin draaiende
te houden en de kinderen werden dan ook al
jong aan het werk gezet. De oud te jongens trokken
er voor dag en dauw op uit om kle ine noekvisje
te vangen, die ze verkochten aan de Zwolse
hengel portwinkels. om vingen ze wel zo’n driehonderd
visje op één morgen. De m i jes werkten
mee in de huishoudi ng, wat erg zwaar wa .
Ook in de andere gezinnen in de Eind traat wa
het kinderaantal trouwens groot. ezin nen met
acht kinderen of meer waren geen uitz ndering.
“en van de kinderen peek kan zich zijn kindertijd
nog goed herinneren: ‘Je kunt ru tig zeggen
dat we meer bu iten waren dan in hui , zowel
in de zomer als in de winter. Vaak gingen wc m
de jongen uit de traat Dieze in 111 slootje te
springen, kievitseieren te zoeken of gewoon op
avontuur. Dat was in de jaren vijftig heel gemakkelijk,
omdat de indstraat en de w ilanden van
Dieze aan elkaar grensd n. Binnen enkel minu ten
stond je op het platteland. Verderop gingen we
trouwens ook wel, bijvo r eeld snoek vangen in
de Wijde Aa. We waren erop gekleed. M tal
droegen we klompen, zowel door de week als op
zondag. Bijzonder waren ook de contacten met de
boeren in de buurt. Vooral de tuinder aan de
iddelw g, waar we vaak groente ko hten omdat
ze die daar onder de veilingprijzen verkochten.
Falllilie peek op her
Achtenvegje ( Vlooie11 –
wcgje) 111et op de achtergrond
liet rool/lskMholieke
kerkhof Op
de foto stnn11 011rler111eer
Marie, 1 inie, \ Viebe,
Henk, Aleirl e11 Cony
Speek.
74 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Melk haa lden we bij de veeboeren verderop in
Dieze, vooral bij chutte op de Hogenkamp.
Vech ten deden we ook wel hoor, vooral met
kinderen uit de andere straten. We gooiden elkaar
verrot met tenen, graspollen en alle waarmee je
gooien kon. Ook was er wel lichamelijk contact en
dan sloeg je er op lo . Maar ach, de volgende dag
ging je weer gewoon met elkaar om. Er bleef geen
haat achter. Mee tal wa het gezell ig in de Ei ndtraat.
Als er iets te vieren viel kwam het draaiorgel
er aan te pas, en dan dan te iedereen op straat. En
dan had je ome Kees ie, een bekend Zwols volkstype.
Hij was een graag g ziene ga tin de straat.
Ook de oorlogstijd za l ik niet gauw vergeten.
De straat was verdeeld. Er waren een paar SB’
ers, maar ook men ·en die onderduikers hielpen.
Bij ons thu i woonden geruime tijd twee joodse
mei jes, maar het fijne weet ik er niet van. Wel dat
mijn vader naar Duitsland moest om te werken en
dat wij als kinderen toen voor de ko t moe ten
zorgen.
oms heb ik nog wel een klein beetje heimwee,
niet naar de woningen, maar naar de saamhorigheid.
Dat i iet wat ik nu in deze tijd mis.
Als ik een cijfer moet geven voor het wonen in de
Eindstraa t, dan geef ik een tien.’
Bijvoorbeeld de familie De Ruiter
Op 7 maart 1941 kwam d familie De Ruiter vanuit
Wezep in de Eindstraat wonen, op nummer
21. Het gezin bestond uit Albert de Ruiter, zijn
vrouw Alie n hun zeven kinderen. In de Eindtraat
werden r nog en twee geboren. Albert
verdiende zijn brood onder andere in de bouw, de
laat te ja ren bij chagen Wegenbouw. Met een
groot gezin in een klein huis wa het vaak improvi
eren geblazen. Dochter Jenny herinnert zich:
‘Er waren boven vijfledikanten, verdeeld over drie
slaapkamers. Een paar kinderen moesten op de
laapkamer van de ouder lapen. Achteraf verbaas
ik me er ver dat er met de regelmaat van een
klok ook nog mensen te logeren kwamen. Voor
hen tond altijd een matra klaar in de kast onder
de trnp. Ook gebeurde het wel een dat er een logé
in de kast moe t !apen, met het hoofd naar de
openstaa nde deur.’ De familie De Ruiter erh ui –
de na 21 jaar van lief en leed naar de umatratraat.
Bijvoorbeeld de familie Van Marle
De fami.lie Van Marle verhuisde in 1935 van Kampen
naar Zwolle. Hun eerste hui tond in de
Kamperp ort, maar op 15 juni 1940 verhuisden
zij naar Eindstraat 17. Het gezin be tond uit tien
personen, vader Jaap, 1110 der Grietje en acht kinderen.
Vader van Marle verdiende de ko t voor
zijn gezin met allerlei los werk. Zo werkte hij als
sjouwerman bij her lo en van schepen met hout,
cement en kolen . Ook was hij geru ime tijd
schi llenophaler.
In de vroege morgenuren tr k hij oms met
een of meer van zijn kinderen erop uit om lang de
huizen schi llen en oud brood op te halen. De
opbreng t verkocht hij aan de boeren in de
omtrek, die het al veevoeder gebruikten. Een
deed een van de ki nderen stenen onderin de zakken
om het geheel zwaarder te mak n en zo een
paar cen ten meer te beuren. De eer te k er lukte
het hem dat, maar toen hij het n geen probeerde
viel hij al snel door de mand. Met een waar huwing
en zo nder extra geld werd hij door de nijdige
boer weggestuurd.
Dat het erg moei lijk was om een gro t gezin in
de oorlog te voeden en te kleden, laat zich raden.
Er wa nauwelijks genoeg eten en kleding voor de
gewone dagen en aan fi tdagen en verjaardagen
werd in die tijd bijna niet gedaan. Toch gingen z
niet ongemerkt voorbij. Een van de zonen herinnert
zich dat hij voor het Sinterklaasfee t van de
achter hen wonende boer Dekker wat tro en een
wortel kreeg. Deze pullen deed hij thuis in zijn
eigen klomp. Die avond w rd hij wakker door een
knagend geluid. Het bi ek een van zijn broertje te
zijn, die door de honger g dreven de wortel aan
het opeten was.
Het gezin woonde tot eptember 1961 in de
Eindstraat, toen moe ten ook zij door de naderende
afbraak verhuizen en wel naar de Fran Hal –
traat.
zwols historisch tijdschrift jrg. 25 – nr. 2 | 75
De geschiedenis van Dieze in vogelvlucht1
De Eind traat h eft in de korte tijd van zijn
be taan, 1882 tot 1965, zijn eigen geschiedenis
gehad, om lijkend op die van
andere straten in de buurt, maar soms ook daarvan
af, ijkend. De Eind traat taat niet model
voor het leven v,n Dieze in die tijd, maar het is er
wel nadrukkelijk mee verb nden. Geen enkele
straat i immer e n iland, ook de ind traat niet.
De kostwinner verdienden merendeel hun
brood in Dieze of andere delen van Zwolle en hun
kinderen zwermden ui l over de hel bu urt. En niet
t vergeten, zowel het begin als het einde van de
Einds traat markeert nadrukkel ijk een ontwikkeli
ng fa e van Dieze. Hel begin valt samen met de
opkomende aa ndacht voor sociale woningbouw
in arbeiderswijken. De Eindstraa was een van de
trat n in Dieze die daaraan hun bestaan te da nken
hadden. Het einde va lt amen met de moderniser
ing van grote delen an Zwolle in de jaren
zestig. Veel van de hu izen in Dieze waren letterlijk
onbewoonbaar geworden en rijp voor de loop.
Tijden de jar n van de Ei nd traat veranderde
Dieze van een eeuwenoud la ndbouwgebied met
een bescheiden aan tal arbeider woni ngen in de
Nieuwstad tot een modernere wijk, waarin teed
meer boeren plaat maakten voor arbeid rs en
andere niet-agrarië rs. Daarom geven we hier een
bescheiden ov rzicht van de geschieden is van Dieze.
Tegenwoordig heet de wijk als geheel de Diezerpoort.
Die wijk wordt dan weer verdeeld in DiezeWest,
Dieze-Oo t en de Indische buurt. Veel
bewoners onderscheiden binnen Dieze-West nog
weer de bomenbuurt (Bollebieste) en de schildersbuurt.
Dat was vroeger ander . Dieze werd meest-
De ie111vstnd i11 Dieze,
1111 Tho111ns n Kempisstmnt.
p de grond
voor de huizen liggen
mesthopen. Teke11i11g
door Gerard ter Borch
jr., en. /6 2. ( it: Ten
1-/ove, eschiede11is van
Zivolle)
76 | jrg. 25 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
al aangeduid al Buiten de Diezerpoort. En dat
gebied wa weer ve rdeeld in rvee goed van elkaar
te ond r chciden delen: het ene deel be tond uit
het grote landbo uw- en weidegebied van de marke
Dieze ( waarover verderop me r ). Het andere deel
, erd de ieuwstad g noemd (ook wel de Ny tad ).
Hier werden al in d late middeleeuwen huizen
gebouwd, bedoeld al uitbreid ing van de tad
Zwol! . amen met A endorp en de Kamperpoort
behoorde de icuw tad tot de drie voor teden
van Zwolle. De twee verschill ende delen van
Dieze waren niet alleen verschillend van karakter
De ourlste pin/Ie rond vn11 Zwolle uit 1565, getekend rloor Jn cob vnn Deventer.
Bo ven Zwolle i · go ed te zien hoe leeg Dieze nog was. Toch is de ie11 wstarl al
rluirlelijk n1111wez ig. 1111111,er 6 geeft de plnats an11 va11 de l111 idige Thomns a
Ke111pisstm111 e11 de 11l1111111ers 4 e11 5 ge1,e11 de h11idige La11genholterweg na 11.
(boeren in de marke n arbeiders en kleine handel
lieden in d i uw tad ), maar ook wat betreft
de opper lakt van hel gebied. De marke nam
meer dan negentig pro en van d grondoppervla
kte in be lag, de ieuws ad nauwelijk tien
procent. De mark omvatte niet alleen het gebied
van Dieze uit onze tijd, maar ook Hol tenbroek,
e n d el van Langenholte de oster- en de
\ s erenk en de Aa-la nden. De Nieuwstad werd
gevormd d o r de huidige Diczerkade, de Th ma
a Kempi traat, de Achtergracht en wat traten
daara hter. E n daarvan wa de angenholterweg,
waarvan alle n het voorste deel bebouwd wa .
E n ander verschi l tu en deze twee oudst
delen van Dieze i de omvang van de b volking.
Om en voorbeeld te geven: in 1795 w onden 283
boeren in de marke Dieze en 1.168 men en in de
‘ ieuw tad (ter vergelijk: in hel centrum van
Zwolle wo nden toen 12.220 mensen ). Me nam
het gebied van de marke wa du zeer dunbev 1kt.
In de arch ieven zijn de gr nzen tu sen de m, rke
Di ze en de ieuwstad lang niet altijd ch rp
afgebakend. Z werd de Dui teresteeg, de tegen woordige
choolstraat, nu een tot Dieze gerekend
dan weer tot de ieuw tad. om , om het
helemaal ingewikkeld te maken, werden beide
stad delen amen ook wel Voor de Diezerpoort, f
Buiten de Diezerp ort geno md.
De marke Dieze
Diezenaren zijn er al eeuwenla ng. De naam Dieze
komt vo r het eer t voor in een oorkonde uit
1278; in die tijd wa de bi chop van trecht de
land heer van verij se l. 1 n l 384 voegde bi hop
Flori van Wevelink.hoven 12 de marke Dieze toe
aan ‘de vrijheid van Zw lle’, da t ~ il zeggen het
gebied buiten de tad muren. Daa rdoor werd het
tad re ht van Zwol! ook in Dieze van toepa –
sing. itgang pun t· van een marke wa · het
gemeenschappelijk grondbezit; iedere eigenaar
had recht op e n de I van de grond (een ‘ware’ of
‘ waardeel’ genoemd). Deze eigenaren werden de
‘gewaarden’ of d ‘erfgenamen’ genoemd. Een
marke, ook die van Dieze, werd forme I gezien
be tuurd d or een ‘ markerichter’ en twee ‘he mraden’,
g k zen d r de erfgenamen. Hel dagelijk
be tuur was in handen van de ‘enkheer’. Het
zwols historisch tijdschrift jrg. 25 – nr. 2 | 77
markebe tuur bewaakte de zaken van algemeen
belang in Dieze: het beheer an d dijk n, de !oen,
d wegen en niet te ve rgeten de gemeen chappelijke
weiden.
In het ar hief van het Historisch Centrum
Overij el bevindt zich het Markeboek van Dieze.
Het omvat de jaren tu. en 159 J en 1850. Al te
opwindende litcrat1.1ur is het niet, maar dat wa
ook allermin t de bed el ing van de diver e schrijver
. Iall\ geze t noteerden ze jaar in jaar ui l
in~ rmati over het onderhoud en het behe r van
de ma rk . Het belang van het boek wordt op de
eer te bladzijden stevig aangezet: ‘Desse Markensedul
I n oort oprichting akte] van Dieze all
·il tiJdt wc en nde b waert worden bij den Dijck,
gh reven in der tijdt van Diese 18 fe bruari 1591’.
Uit de vers lagen in het larkeboek blijkt dat d
eer te prioritei lag bij het droog houden van Dieze.
Een groot deel van de polder werd regelmatig
overstr omd, ten gevolg van doorbraken van de
dijken la ng hel Zwartewater.
i t t tellen zijn de vermeldingen van d
repa ratie aan d dijken. Een paar voorbeelden: na
een tor111 in 1765 taat in het Markeboek opgetekend
da t door ‘de langdurige storm en aanhoude
nde hoge wa ter, de dijk langs het Swarte Water
grotelijks be chadigd was geworden.’ En kele ja ren
later was het weer raak door een zeer zware torn,
die p 21 november 1776 over ederland tr k. Er
was een gro t ga t in de dijk bij Westerveld ge lage
n. · e chade was zo gr ot dat de landerijen van
d bewoner van Dieze en andere buurt chappen
‘bl ijven bloot leggen te ebbe en te vloed .’ De erfgenamen
van ieze en angenh !te droegen hun
markcrichter op zo spoedig mogelijk de oever
met ‘een bes lag’ ( rij werk) te repareren, al was het
maar voorlopig.
Een bela ngrijke taak van de nkheer was het
t czicht p het weiden van het v e op de gemeenchappelijke
weiden van Dieze. Dat weiden wa
aan strenge regels gebonden. Va rken mochten
alleen gekJamd op de markeweiden rondlopen.
Dat wil zeggen dat ze een ring van ijzerdraad door
hun ncu gestoken kregen om het wroeten te
beletten. ok waren er ver ch illen tussen de boeren
tanden: de ‘ meijermannen’ (de wat grotere
boeren) mochten vier varken laten weiden, de
‘kotter ‘ (d k uterboeren) lecht twee. o g –
brok n v e loot de enk.heer

Lees verder