Categorie

Aflevering 4

Zwolse Historisch Tijdschrift 2018, Aflevering 4

Door 2018, Aflevering 4, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
Zwolse beat in de sixties
35e jaargang 2018 nummer 4 850 euro
Suikerhistorie
Caf Restaurant De Toerist
Bij de Vechtbrug Zwollerkerspel
De toevoeging Zwollerkerspel in de adresaanduiding
van De Toerist geeft al aan dat het etablissement
buiten de stad lag namelijk aan de huidige
Kranenburgweg nr 10 Het cafrestaurant werd
in 1935 gebouwd door Hendrik Willem Henderiks
aan de nieuwe verkeersweg van Zwolle naar
Meppel en bij de nieuwe brug over de Vecht
In feite was De Toerist de voortzetting van
een al veel ouder caf een tol annex tapperij en
herberg bij het zogeheten Zwolse Tolhek dat ten
noorden van de Berkumerbrug lag Deze tol werd
in 1835 opgeheven maar de uitspanning bleef
bestaan en ging via vererving over van achtereenvolgens
de families Jansen Boerdijk en Ester op
Henderiks Na de oorlog werd het cafrestaurant
gexploiteerd door een schoonzoon van Henderiks
Albert Spijkerman De Toerist ontwikkelde
zich tot een bekend en gewaardeerd Zwols wegen
familierestaurant De eerste verbouwing vond
al plaats in 1954 en er volgden nog talloze andere
De aanvankelijke gunstige ligging aan de Rijksweg
28 werd echter wel teniet gedaan door de aanleg
van de A28 eind jaren zestig
In mei 1995 werd deze oude Zwolse familieonderneming
overgenomen door het Van der Valkconcern
Van der Valk gebruikte het pand tot eind
2013 en verhuisde toen naar een nieuw gebouwd
hotel en restaurantcomplex op de Hessenpoort
De oude Toerist kreeg geen nieuwe bestemming
Als antikraak en ter voorkoming dat het pand zou
verloederen had het een aantal jaren een curieuze
bestemming als huisvesting van een poppen en kinderwagenmuseum
De geplande sloop werd aanvankelijk
nog vertraagd door krakers en vleermuizen
maar in het voorjaar van 2018 werd dit stuk Zwolse
horecageschiedenis met de grond gelijk gemaakt
Wim Huijsmans
Collectie ZHT
Het braakliggende terrein aan de Kranenburgweg waar 83 jaar lang De Toerist
stond Er zijn nu woningen op deze locatie gepland Foto Elske Bootsma
174 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
Suikerhistorie Wim Huijsmans 175
Zwolse beat in de sixties
Harry Bouwhuis 176
Honderd jaar Zwolsche Boys
Arnoud de Vries 201
Het korte avontuur in Zwolle van
de Strauss van Sarajevo
Stervoetballler uit Joegoslavi voetbalde
twee maanden bij Zwolsche Boys
Steven ten Veen 212
Gerrit van der Brug de enige en
echte erevoorzitter van Zwolsche Boys
Steven ten Veen 219
Recent verschenen 226
Mededelingen 227
Auteurs 229
Voetbal en popmuziek dat zijn de onderwerpen
die in dit nummer van het Zwols
Historisch Tijdschrift uitvoerig aan bod
komen Harry Bouwhuis schetst in zijn bijdrage
de geschiedenis van de Zwolse beatmuziek in de
sixties de tijd dat de popmuziek nog in de kinderschoenen
stond en al gauw ht vehikel werd van
de opkomende jeugdcultuur Bouwhuis zelf ooit
muzikant in de Zwolse band Convent Witch geeft
het eerste complete overzicht van de Zwolse beatbands
die in de jaren zestig de vele kleine podia
van de Zwolse horeca en buurt en clubhuizen
betraden zoals die van de legendarische Tiger
Club in Suisse
Was de popmuziek vooral muziek van de
jeugd zelf en daarmee een uiting van volkscultuur
datzelfde gaat ook op voor het Zwolse voetbal
Daarbij gold Zwolsche Boys als de club van de
gewone jongen De club viert dit jaar zijn honderdjarig
bestaan reden temeer om Arnoud de
Vries het podium te geven om van de turbulente
geschiedenis van de Zwolsche Boys te verhalen
Zijn artikel wordt perfect aangevuld door twee
fijne portretjes geschreven door Steven ten Veen
Lees over Ivica Osim de Joegoslavische stervoetballer
die tot ieders verbazing in de jaren zestig
voor de Zwolche Boys ging voetballen maar er
al na twee maanden weer de brui aan gaf Of over
Gerrit van der Brug De absolute alleenheerser
van het roerig volkje uut de Diezerpoorte lange
tijd dominerend voorzitter van de voetbalclub en
uiteindelijk toch ook erevoorzitter naar eigen zeggen
geheel verdiend Veel leesplezier
Cover The Blues Dimension in 1966 temidden van
een selectie van de Zwolse beat in de sixties
Redactioneel Inhoud
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 175
176 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
Zwolse beat in de sixties
De jaren vijftig van de vorige eeuw De muzikale ontwikkelingen zijn stormachtig Rock n Roll en Soul komen
vanuit de Verenigde Staten overwaaien met namen als Chuck Berry Little Richard Elvis Presley Ray Charles
en Otis Redding Als de sixties zich aankondigen gaat de wind langzaam liggen De beatperiode breekt aan
Den Haag is met stip beatstad nummer n maar in het hele land staan de jaren zestig voor een kentering in
de tienercultuur en vooral de muziekscene Ook in de toen nog zo rustige provinciestad Zwolle
Graaf Toch verlaten talloze beginnende Zwolse
popmusici jarenlang trots de winkel met een
plectrum een set drumsticks een mondharmonica
een inplugsnoer een Egmondgitaar of een
tweedehands Dynacordversterker Niet in de
laatste plaats door de welgemeende adviezen van
de altijd vriendelijke uitbater Giel Lelieveld Als
je praat over een lieve man en een aimabel mens
glimlacht Henk Klompenmaker oudzanger van
The Rolling Guys en The Mozarts Ik heb er heel
wat spullen gekocht Hij was eigenlijk veel te goed
en deed alles voor je Zijn winkel was een zoete
inval en vooral ook een ontmoetingsplek voor veel
muzikanten
The Real Rollers
Voor La Faille is het bezit van zijn eerste drumstel
een mooie opmaat naar een geweldige carrire als
slagwerker Zijn eerste bandje is The Bluefinger
Rhythm Boys waarin naast La Faille ook accordeonist
Jan Bos en theekistbassist Fokke van Dam
actief zijn De thuisbasis is het Marsgebouwtje
in de buurt Het is niet het eerste Zwolse orkestje
dat in die tijd ontstaat Al wat eerder worden The
Black Masks opgericht waar een nog piepjonge
Freek Kamphuis n van de grondleggers van de
Zwolse beatperiode bassist is naast Hans Bernard
op sologitaar slaggitarist Martin Washinghton
en Klaas van Wijngaarden op drums Zanger is
Joop Wolf uit Wezep die met Kamphuis in 1960
overstapt naar The Real Rollers Eigenlijk kon je
The Black Masks en The Real Rollers in n adem
noemen We wisselden vaak heel eenvoudig van
Onder de Peperbus doen in het decennium
daarvoor uiteraard ook al andere
muziekstromingen hun intrede zoals de
Bebop de New Orleans Jazz en de Dixielandmuziek
De druk bezochte jazzavonden in hotel Van
Gijtenbeek de Harmonie caf Demmer en vooral
cafrestaurant Urbana met de nostalgische oude
zaal met houten vloer zijn erg in trek
Drumlegende Hans la Faille 1946 wordt ook
al vroeg gegrepen door de jazzmuziek Vooral
door The Jazz Messengers met bandleider en
drummer Art Blakey als zijn grote idool Hij
maakt kennis met hun repertoire via de in Duitsland
gestationeerde radiozender The Voice of
America Opgegroeid in de wijk de Pierik krijgt
hij eerder al op zijn tiende jaar een snaartrommel
in bruikleen en wordt hij aspirant lid van
het rode muziekkorps Voorwaarts Ik kwam er
terecht omdat onze achterburen lid waren van
Voorwaarts en vonden dat ik talent had Ik roffelde
thuis altijd op de tafel mee als er muziek op
de radio was Een uniform marcheren en optochten
lopen zijn echter niet aan hem besteed Als hij
daarom noodgedwongen zijn trommel weer moet
inleveren lijkt er een vroegtijdig einde te komen
aan een nog prille drumcarrire Dankzij zijn
ouders wordt echter een tweedehands drumstel
aangeschaft bij muziekhandel Lelieveld in de Sassenstraat
een begrip voor jonge Zwolse muzikanten
De krap bemeten ruimte heeft lang niet de
historie en uitstraling van de bekende Zwolse
muziekhandels Ansingh Reichenbach en De
Harry Bouwhuis
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 177
samenstelling weet Freek Kamphuis 1945 nog
Wolf wordt in mei 1960 in de Zwolse Buitensociteit
gekozen tot de Nederlandse Cliff
Richard Niet verwonderlijk dus dat de band
vooral veel covers speelt van de populaire Engelsman
en zijn begeleidingsband The Shadows die
samen al in 1959 een eerste hit hebben met Living
Doll Hans la Faille is nog een tijdje drummer bij
The Real Rollers op voorspraak van Kamphuis
als Marinus van t Hart om studieredenen moet
afhaken Het was hooguit een kwestie van een
paar maanden Ik had eerst eigenlijk niets met de
muziek van The Shadows ik kende het niet eens
vertelt La Faille Al met al was het toch een leuke
periode met best goede muzikanten en Willem
Lenzen die uit het westen kwam bleek een uitstekende
zanger
Kamphuis knikt The Real Rollers was altijd
een prima band We hadden in caf Brabant aan
de Veemarkt dat werd gexploiteerd door de
moeder van onze bassist Peter Veens een geweldige
oefenruimte We werden vooral van optredens
voorzien via impresario Harry Brienne uit Kampen
Hij was president van The Everly Brothers
fanclub en organiseerde in het hele land tienerfestivals
en showavonden Brienne bezorgde ons veel
werk Niemand had een rijbewijs dus we werden
regelmatig met een grote taxi naar optredens gereden
Ik was nog maar vijftien maar gedroeg me
niet als broekie Sterker nog ik had misschien
wel de grootste mond van het hele stel
Kamphuis is leerling aan het Christelijk Lyceum
in een tijd dat er maar weinig kan Dansen op
de schoolavonden is uit den boze maar desondanks
doet de moderne tijd ook in dit voortgezet
onderwijs haar intrede Tot ieders verbazing is er
zomaar groen licht om na het traditionele toneelstuk
in stadsschouwburg Odeon te dansen in de
rotondezaal van de Buitensoos overigens wel na
schriftelijke aanmelding Maar rocknroll was
nog niet aan de orde Een jaar later mochten wij er
met de Real Rollers wel spelen Onze godsdienstlerares
raakte door het lawaai compleet van de
kook Muziek maken was mijn lust en leven totdat
mijn vader er een stokje voor stak en vond dat
ik mijn studie maar eens voorrang moest geven
Kamphuis geeft het toe hij was ook niet bepaald
Boven The Real Rollers Vlnr Jacky van Dijk Peter Veens Freek Kamphuis
Onder The Real Rollers 19591960 voor caf Brabant aan de Veemarkt Vlnr
Ton Berg Willem Lenzen Hans la Faille Jacky van Dijk Voor Peter Veens
178 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
het braafste jongetje van de klas In een tijd dat op
zaterdagmorgen iedereen nog gewoon naar school
moet komt hij doodleuk om half elf opdraven als
de Real Rollers de avond ervoor ergens hebben
opgetreden Voor de school is de maat vol Hij kan
definitief inrukken
Herman Brood
Hans la Faille speelt na zijn korte Real Rollers
periode nog enkele jaren in The Jailhouse Jazzband
met de gebroeders Ton en Willem Hekkert
op contrabas en trompet en Bertil Liebregt op
de piano Ook is hij actief op de jaarlijkse kunstmarkt
De Suikerberg waar hij met pianist Henk
Gunneman en bassist Han van der Poot landelijk
bekende artiesten als Karin Kent en Corry Brokken
begeleidt
Hij is dan allang dikke vrienden met leeftijdgenoot
Herman Brood die met zijn ouders broer
en zussen ook in de Pierik woont in de naburige
Fuchsiastraat De vaders Brood en La Faille
werken samen bij garagebedrijf De Graaf en er
ontstaat een vriendschap tussen beide gezinnen
De twee maatjes halen allerlei fratsen uit Brood
is weliswaar kunstzinnig maar bespeelt op heel
jonge leeftijd nog geen instrument La Faille In
de kantine van het latere constructiebedrijf van
zijn vader aan de Ceintuurbaan stond een piano
Daar heeft hij leren spelen want hij had in de gaten
dat je als muzikant aanzien had Daar was hij best
gevoelig voor
Menigeen in de nog prille Zwolse beatscene
kent natuurlijk de latere rockster maar Brood
speelde nooit in n echt Zwolse band Pas in Arnhem
waar hij aan de kunstacademie studeert sluit
hij zich als pianist aan bij The Moans en treedt hij
regelmatig op in Zwolle Hij verkast daarna naar
The Jailhouse Jazzband
Links op trompet
Willem Hekkert
Rechts Hans la Faille
The Moans uit Arnhem
Tweede van rechts
Herman Brood
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 179
Cuby Blizzards en wordt vooral in de tijd van
The Wild Romance n van de meest spraakmakende
popartiesten cultfiguren en kunstenaars in
Nederland
Trendsetter
Landelijk gezien blijft de zogeheten lichte muziek
nog lang beperkt tot om wat namen te noemen
De Selveras De Spelbrekers Mieke Telkamp en
The Kilima Hawaiians Gaandeweg ontstaan
vooral in de periode na 1963 ontelbare bandjes
Het is het gevolg van de populariteit van eerst The
Beatles en The Rolling Stones en later ook The
Kinks Them The Pretty Things The Who en The
Animals De beat in de sixties is in 1965 en 1966
op het hoogtepunt Den Haag is trendsetter met
groepen als The Golden Earrings Sandy Coast
The Motions en het rauwe Q65
Amsterdam telt bands als The Hunters en The
Outsiders uit Delft komt de Tee Set en Beverwijk
heeft al heel snel The Bintangs Overijssel blijft
niet achter Enschede spant met zijn textielbeat
de kroon met The Honestmen The Rowdies en
uiteraard The Buffoons Ook in Almelo en Deventer
schieten nieuwe bands als paddenstoelen uit
de grond Kampen en IJsselmuiden met The Rocking
Specials The Gamblers The Jiggs en The Rolling
Guys timmeren eveneens aan de weg
Genemuiden en Zwartsluis kennen hun idolen
in Freddy and The Flintstones later The Mops en
Nieuwleusen is trots op The Keystones van Aalt
Westerman De hoofdstad van Overijssel doet
uiteraard ook prima mee met de orkestjes van het
eerste uur zoals The Beatnicks The Mozarts en
They and the Misery Men Later ontstaan onder
meer The Mistrals The Conspirations The Freebirds
en Together met gitarist Jan Holsappel als
boegbeeld The Miscarries Les Fidocques The
Fools Anno SixtieFive en The Ants zijn ook min
of meer bekende bands In The Ants speelt onder
meer Tony Lau zoon van de uitbater van Wen
Chow het als eerste geopende Chinese restaurant
in Zwolle aan de Sassenstraat Illustratief voor de
beatperiode is dat de bandjes veelal ontstaan uit
schoolvriendengroepen en buurtclubs dat er
veelvuldig interne mutaties zijn en ze vaak snel
weer verdwijnen Ook in Zwolle Neem bijvoorbeeld
The Fakirs opgericht in 1963 en genspireerd
door de Zwolse fakir Alfred Boersma We
speelden meestal op zondagmiddag in het speeltuingebouwtje
aan de Hortensiastraat We traden
The Beatnicks vlnr
Jelle van der Laan
Piet Vermaning Freddy
Scholten Robbie van
Kuik Peter van der
Laan
Les Fidocques Vlnr
Joop Eikenaar
Jan Verkley
Adri van Amelsfoort
Ben Hultink
Henny Willemsen
180 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
in Duitsland op stonden ook in de Buitensociteit
en een keer op de Suikerberg tijdens de jaarlijkse
kunstmarkt We hadden een gevarieerd repertoire
met ook nummers van The Beatles Qua zang was
dat niet altijd even gemakkelijk maar ik kon er
mee uit de voeten vertelt zanger Joop Bredewold
die zijn actieve rol in de beatperiode halverwege
1964 al voor gezien houdt
Bert Evenboer Willem Buning en de broers
Jan en Joop van Lennep maken een doorstart met
later zus Ria als zangeres erbij onder de naam
Ria The Lizzards Een klein unicum want de
beatscene is bijna honderd procent een mannenaangelegenheid
Bredewold legt zich later toe
op het Nederlandse en ook Italiaanse repertoire
onder de artiestennaam John Bred Hij heeft nog
een bescheiden hit met Het Vissersmeisje Ik heb
in die tijd veel te danken gehad aan de in Zwolle
woonachtige Russische zanger Michael Minsky
Hij leerde mij mijn stem anders en beter te gebruiken
Indorock
De zogeheten indorock ontbreekt natuurlijk ook
niet Het is de verzamelnaam van muziek gemaakt
door Indos maar ook door de Molukkers van
Ambon en de Keieilanden De uit Surabaya
afkomstige familie Jekel strijkt in de beginjaren
vijftig vanuit Kamp Conrad in Rouveen neer aan
de Campherbeeklaan in Berkum Het familieorkest
De Jekels en hun Rekels spelen de vaak wat
weemoedige krontjongmuziek maar ook wel
Hawaaans repertoire De Jekels zijn in Zwolle min
of meer de vroege voorlopers van de indorock
Wim Jekel is later nog drummer bij The Ants en
The Lizzards De eerste indorock bandjes worden
vooral genspireerd door Ren and The Alligators
Anno SixtyFive Vlnr
Rikus Teters Henk van
Aefst Jos Slegers
Aad Schalke
The Fakirs met zanger Joop Bredewold Jan en Joop van Lennep Bert Evenboer
en Willem Buning tijdens carnaval in dansschool Drenth Zwolle
Ria and the Lizzards met Hans van Dam Jan en
Joop van Lennep Bert Evenboer Willem Buning en
zangeres Ria van Lennep
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 181
The Hot Jumpers en vooral The Tielman Brothers
die al vanaf 1957 actief zijn
Rikus Teters 1948 komt in de zomer van
1950 met zijn ouders en broers vanuit Celebes het
huidige Sulawesi in Zwolle wonen Zijn Nederlandse
vader een rasechte tukker is KNIL militair
zijn moeder groeit op in de stad Menado Als
tiener gaat Teters bij Anno SixtyFive spelen een
echt beatbandje Maar ook bij hem zit de indorock
in de genen Als er iemand van n van de
vele Indisch getinte bandjes verhinderd is valt de
bassist en gitarist zonder problemen in Ik werd
enthousiast gemaakt voor de muziek door mijn
broer Rein En ik was heel vaak bij de families
Jekel Hielckert Bollemeijer en Van Motman die
allemaal n gezamenlijke passie hadden muziek
In elke huiskamer stond wel een gitaar
De indorock vormt wel een wereld van verschil
met de muziek die Teters speelt bij Anno
SixtyFive Daar staan veel nummers van The
Stones en ook The Who op het repertoire We
speelden ook wel werk van The Jumping Jewels en
The Shadows maar op de oogstfeesten in de Achterhoek
wilde het publiek alleen ruige nummers
horen We hadden over optredens trouwens nooit
te klagen en hebben ook veel in Deventer gespeeld
in de Zam Bar op de Brink In Zwolle stonden we
op de bekende plekken zoals de Wiekelaar en de
Klooienberg in Holtenbroek
Daar in die aan het eind van de jaren vijftig uit
de grond gestampte nieuwbouwwijk zijn vooral
The Six Valiants succesvol een formatie met de
The Black Eyes met
Jitro Ubro Max Pohowainjaan
Andreas
Rahajaan Jo Rahanmetan
Johannes Lefitar
en Johnny Balubun
Collectie HCO
Een deel van familieorkest De Jekels en hun Rekels
met midden op de theekistbas Wim Jekel
The Six Valiants met de broers Karel en Theo Elbracht Erik en Alex van
Amerongen en Andr Sellier Midden zanger Benny Morsink
182 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
broers Karel en Theo Elbracht uit de Lortzingstraat
en Benny Morsink als zanger Benny was
geen Indo maar wel compleet vertrouwd met de
Indische cultuur Hij kwam uit de Kamperpoort
en had een perfecte stem Ook de broers Erik en
Alex van Amerongen en Andr Sellier speelden
erin The Six Valiants waren een prima formatie
maar ik vond ze altijd zo bescheiden terwijl ze wel
even een prestigieuze talentenjacht met heel veel
goede indobands in Scheveningen wonnen Ook
onder de Keiese families die eveneens veelal in
Holtenbroek woonden zaten echt topmuzikanten
The Black Eyes was bijvoorbeeld een orkest met
heel veel talent
Teters speelt op invalbasis wel eens mee met
The Shaking Beats een uniek bandje met uitsluitend
de nog piepjonge broers Hielckert De
indorock is heel anders dan de beatmuziek
Melodieuzer met meer echo en tremolo en vaak
met twee sologitaristen waardoor het geluid
voller klinkt Ook het getokkel wat nog doet
denken aan de krontjongperiode met de nodige
Portugese invloeden is karakteristiek De Tielman
Brothers en vooral Andy Tielman blijven
altijd mijn grote voorbeelden Ik vergeet nooit dat
bij de Pasar Malam in Den Haag in de jaren zestig
The Shaking Beats
Vlnr de broers Hielckert
Jim Ren Hannie
en Frankie
De eerste Mozarts
Vlnr Joop Blom Leen
Ripke Lolke Nijhuis
Willem Kasper Ferdy
Berse
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 183
vanuit de hele wereld fans kwamen om ze te zien
Hun populariteit is door het grote publiek altijd
onderschat
Net als de meeste andere Zwolse groepen blijven
ook de lokale indorock bands in de schaduw
staan van de twee meest gewilde popgroepen in de
stad They and the Misery Men onder leiding van
Freek Kamphuis die na zijn tijd bij The Real Rollers
een nieuwe groep formeert en The Mozarts
met de charismatische en swingende zanger Leen
Ripke
The Mozarts
Ripke 1947 opgegroeid aan de Kleine Baan in
de wijk de Kamperpoort is klasgenoot van Willem
Kasper op de Rijks HBS aan de Bagijnesingel
Kasper is drummer bij een buurtbandje dat
oefent in zijn ouderlijk huis aan de Oosterlaan
en verder bestaat uit een groepje vrienden uit
Assendorp Joop Blom Ferdy Berse en Lolke
Nijhuis Een zanger ontbreekt nog Ripke vult
met verve die leegte op Als Jan van Werven de
stokken overneemt van Willem Kasper gaan
The Mozarts een prachtige carrire tegemoet
Ripke Het was eerst wel heel primitief met de
destijds bekende distributieradios als speakers
We bouwden daar zelf houten kasten omheen
met daarop de letters VOX een topmerk toen
Het moest wat lijken toch Joop onze sologitarist
kocht een setje met ingebouwde versterker
van het merk Supreme de Supro Het vermogen
was maar iets van twintig watt maar voor ons
voelde het als een muur van geluid The Mozarts
oefenen in gebouw SIO in Ittersum en treden
daar ook voor het eerst op Het was het bekende
repertoire van Cliff Richard en The Shadows
Later kwamen daar onder meer ook nummers
van The Stones en The Who bij Al snel speelden
we ook buiten de stad In het Wapen van Ens
verkochten we zelf de kaartjes de opbrengst was
voor ons We werden steeds bekender en traden
later veel op in Duitsland
Een hoogtepunt in die tijd is een optreden met
Linda van Dijck en Les Barocques in de Buitensociteit
met ook de Zwolse Miscarries en Les Fidocques
Producer van die avond John de Mol ziet een
grote toekomst voor de Zwolse groep weggelegd
Dat vindt ook Leon Kleerekoper diskjockey van
Radio Veronica en eveneens zanger onder de
artiestennaam John van Doren Onder die naam
presenteert hij de avond in de Buitensoos die door
achthonderd tieners wordt bezocht Als Ripke in
militaire dienst moet en later naar Blues Dimension
overstapt is de Amsterdammer nog even een
kandidaat om de vacante plek in te nemen Het
gaat niet door Kleerekoper zal later in 1969 onder
een ander pseudoniem DavidAlexandre Winter
in Frankrijk nog wel een enorme hit scoren met
Oh Lady Mary
Bert Vrieling 1948 is dan al toegetreden als
saxofonist De uit Coevorden afkomstige muzikant
en zanger is tot op heden nog steeds een
bekende naam in de Zwolse popscene Als ik de
schooloptredens op de lagere Wilhelminaschool
in Coevorden meereken zit ik nu al zon zestig jaar
in het vak We deden op school nummers van
het van Little Banjo Boy bekende duo Jan en Kjeld
Ik speelde mondharmonica Daarna heb ik nog
een tijdje met de broers Hartung muziek gemaakt
die als Hartung Sounds later een heel bekende
indorock band werden
Vrieling die in 1961 verhuist naar de Zwolse
Wethouder Lansinkstraat weet nog precies hoe
hij bij The Mozarts terecht kwam Tijdens een
The Mozarts met Jan
van Werven op drums
voor Willem Kasper
184 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
muzikale sessie van Herman Brood zanger Sjoerd
van der Duim en Gijs Hendriks op de installatie
van The Mozarts is hij van de partij Hij vraagt
brutaalweg aan Lolke Nijhuis die op de spullen
moest passen of de band soms een blazer zoekt
Dat blijkt het geval Hij oefent mee op een door
zijn vader bij de firma Ansingh aangeschafte tweedehands
saxofoon Vrieling wordt door de meeste
bandleden compleet genegeerd maar mag wel
blijven
Vrieling Vooral in Duitsland dat op muzikaal
gebied altijd een beetje achterliep waren we
echte popsterren Meisjes schreven met lipstick
op de bus Mozarts we love you En in Emsdetten
een plaats in de buurt van Rheine waar we
ook veel speelden moesten we tijdens de kermis
in het reuzenrad op de foto met de burgemeester
Impresario Willy Schenken van het gelijknamige
Konzertburo zorgde dat we vaak in Duitsland
aan de bak kwamen
De vaste schare fans groeit Ze zijn er altijd
ook als er buiten Zwolle wordt opgetreden De
aanhang komt voor een groot deel uit de Kamperpoort
Gitarist en toetsenist Lolke Nijhuis herinnert
zich nog dat de hondstrouwe fans tijdens n
van de vele talentenjachten in bussen hun idolen
nareisden Ze scandeerden continu onze naam
ook toen de jury zich aan het beraadslagen was
Het had iets intimiderends Of het geholpen heeft
weet je niet maar we werden tot ieders verrassing
derde terwijl er toch hele goede bands uit het
westen stonden
Nijhuis denkt nog vaak aan zijn tijd bij The
Mozarts We straalden vooral vrolijkheid uit en
waren ook niet vies van allerlei acts Geen optreden
was hetzelfde De fans waren altijd benieuwd
We oefenden later op de Pierik en ook nog aan
de Ossenmarkt bij het bedrijf in jaloezien van
Runhaar en vaak zagen we ze daar door de ramen
gluren Als zanger Leen Ripke wordt weggekaapt
door Blues Dimension blijven de overgebleven
Mozarts ontredderd achter Het is vooral behelpen
zonder de beweeglijke showman en het smoel
van de band Het repertoire wordt omgegooid en
het is lastig om een goede vervanger voor Ripke te
vinden Vrieling Ik had toen ik bij de band kwam
niet bepaald een innige relatie met Leen maar wel
snel enorm veel waardering voor zijn kwaliteiten
Hij zong goed en was een podiumbeest net een
springveer Toen ook Lolke Nijhuis vertrok en bij
The Geebros ging spelen kwam vanuit Kampen
zanger Henk Klompenmaker over en Martin Bastiaan
werd de nieuwe toetsenist We konden weer
vooruit
The Mozarts met in
hun midden John van
Doren alias David
Alexandre Winter
Derde van links
Bert Vrieling
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 185
They and the Misery Men
Freek Kamphuis is de regelneef van die andere
succesvolle Zwolse formatie They and the Misery
Men We speelden heel lang in een vaste samenstelling
met drummer Fred Wandscheer bassist
B Mengerink zangerpianist Ger Romunde en
Henk van der Kamp en ik op gitaar We waren
van oudsher geen vrienden van elkaar en hadden
vooral in het begin uitsluitend een zeg maar muzikale
relatie
Al snel heeft de band een mooi repertoire
en wordt er veel op festivals gespeeld zoals in
1965 op het vermaarde JazzenBeatconcours
in Deventer Qua vervoer was het eerst wel erg
behelpen legt de gitarist uit Ik weet nog dat we
voor een optreden in speeltuin Madrid in Vilsteren
de beschikking hadden over een Opel Olympia
om de spullen in te laden maar we moesten er
zelf wel met de fiets naar toe een best pokkenend
Mijn moeder een hele creatieve vrouw heeft ons
ook regelmatig naar optredens gereden Zij onthield
zich altijd van commentaar maar ik denk
dat ze het diep in haar hart best wel leuk vond
Later kochten we een VWbusje Er kon veel bij
ons thuis aan de Badhuiswal Het was altijd een
komen en gaan van muzikanten Maar vervoer en
ook het vinden van een goede oefenruimte was
voor veel bands uit die tijd toch het grote probleem
Romunde en Kamphuis zijn de muzikale leiders
van de band Ger was niet alleen een prima
zanger maar ook een goede pianist Muziek
maken is een serieuze aangelegenheid We waren
echt niet vies van een drankje maar pas na het
optreden werd er gedronken Max Middelbosch
was lang onze manager Hij regelde veel dat kon
je wel aan hem overlaten Het was al met al een
geweldige tijd mijmert Kamphuis Er verschenen
wel eens verhalen in de pers dat de rivaliteit
tussen ons en The Mozarts groot was maar ik
vond dat wel meevallen Beide bands hadden
hun eigen aanhang ik denk dat daar misschien
wel wat animositeit lag Ik denk liever terug aan
al die festivals waar we optraden En ook aan ons
vaste contract bij caf Fanfare in Giethoorn waar
we drie jaar achter elkaar in de zomermaanden
eens in de twee weken in een grote schuur achter
het caf speelden Het was er altijd volle bak en
bloedheet met geboren en getogen Gietersen en
de nodige toeristen waaronder veel Zwollenaren
They and the Misery
Men in de oude kleedkamer
van Odeon
Vlnr Henk van der
Kamp Fred Wandscheer
Ger Romunde
Freek Kamphuis B
Mengerink
The Misery Men en de luxe van een eigen VWbus
Vlnr Freek Kamphuis
Ger Romunde Henk
van der Kamp van They
and the Misery Men
186 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
die er op de camping stonden Ook in dorpen op
de Veluwe waren we vaak present in gelegenheden
waar dansschool Drenth vestigingen had Ik kon
er als jonge jongen eigenlijk best goed van leven
In de latere jaren zestig verandert de scene Uiterlijk
vertoon wordt steeds belangrijker zoals glitter
en oorbellen Kamphuis Het ging niet meer om
de muziek Het hoefde niet meer voor mij In 1968
zijn we gestopt ook omdat optreden steeds moeilijker
te combineren viel met ons werk
Top of Flop
Terug naar het hoogtepunt van de Nederbiet in
de jaren 1965 en 1966 waar de talloze bandjes in
Zwolle op veel plekken de gelegenheid hebben
om te spelen Het zijn vooral de buurthuizen en
jeugdsociteiten waar wordt opgetreden zoals
de Bruiskolk de Dageraad de Jeugdsoos op het
Aplein de Wiekelaar Gebouw SIO en de Klooienberg
Ook de door Gerrit van der Kooy en Hans
de Haan opgerichte tienerclubs Avantgarde in
hotel Derboven op de Veemarkt en Otsieknotsie
in het daarnaast gelegen hotel Wijnberg zijn een
prima podium En uiteraard zijn er de speeltuingebouwtjes
zoals het Noorden in de Schildersbuurt
speeltuin Assendorp en Ons hoekje in
Berkum
In heel Nederland zijn de teenagers los en
laten vaak tot afschuw van de oude garde het
haar groeien De nieuwe tijd wordt gekoesterd
onder het bekende motto liever langharig dan
kortzichtig De Provobeweging in Amsterdam
van Roel van Duijn en Luud Schimmelpennink
ziet in 1965 het levenslicht En waar eind jaren
vijftig Radio Luxemburg voor een deel van de
jeugd d zender is wordt er daarna massaal naar
de zeezenders geluisterd Radio Veronica is
uiteraard in trek maar later ook het Britse Radio
Caroline en Radio London De transistorradio is
in die tijd een onmisbaar bezit
Pas in oktober 1965 verschijnt Hilversum 3
in de ether met als doel de gunst van de jonge
luisteraar te heroveren Ook de tv doet een duit in
het zakje De AVRO vervangt het wat oubollige
jongerenprogramma Rooster dat al vanaf 1960
loopt voor het eigentijdse Moef Ga Ga De KRO
pikt een graantje mee met het door Theo Stokkink
gepresenteerde Waauw een gedanste hitparade
En de VARA zet in op Top of Flop met de van het
radioprogramma Tijd voor teenagers bekende
diskjockey Herman Stok
In augustus 1965 strijkt de bekende presentator
neer in Zwolle Voor de laatste keer presenteert
hij zijn succesvolle tienerprogramma waar een
jury kan kiezen of een zojuist uitgebrachte plaat
They and the Misery
Men in avondkleding
Augustus1965 Top of Flop doet Zwolle aan per trein Herman Stok tweede van
rechts met zijn fans op Amsterdam CS Foto Kroon collectie Anefo
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 187
het predicaat top of flop meekrijgt Een zelfs voor
die jaren flinterdun format maar met Herman
Stok in hun midden reizen wel hordes fans vanuit
Amsterdam met de trein naar Zwolle en zorgen
voor een regelrechte invasie in de tegenover het
station gelegen Buitensociteit
Mooi zijn ook nog steeds de herinneringen
aan het bezoek van popster Dave Berry ruim vier
maanden later in november 1965 aan de stad Hij
staat wekenlang op n in de hitparade met het
door Ray Davies gecomponeerde This Strange
effect De zanger uit Sheffield is gecontracteerd om
platenzaak De Artist in de Luttekestraat te openen
Er wordt massaal gespijbeld door de Zwolse
schooljeugd De belangstelling is enorm en er
sneuvelt zelfs een ruit
De in Zwolle wereldberoemde politieagent
Franke Frankie Bootsma een diender in de
categorie ruwe bolster blanke pit moet er aan te
pas komen en veegt zwaaiend met zijn gummiknuppel
in zijn eentje het kruispunt Luttekestraat
KamperstraatBlijmarkt schoon Voor oudFakirs
zanger Joop Bredewold heeft de komst van de
popster nog een vervelend staartje Hij werkt bij
Tijl aan de Voorstraat en neemt nieuwsgierig
geworden in diensttijd met een collega een kijkje
in de naburige Luttekestraat Hij wordt prompt
door zijn werkgever ontslagen wegens werkverzuim
Ik mocht blijven maar dan moest ik mijn
excuses aanbieden Dat heb ik altijd geweigerd
Ook doet vanaf ongeveer 1965 de jongerenmis
ofwel beatmis haar intrede in de roomskatholieke
kerk De in 1964 nieuw ingezegende Sint Michalkerk
aan de Middelweg nu Bisschop Willebrandlaan
is n van de locaties waar de eucharistieviering
wordt aangevuld met eigentijdse muziek en
waar het jongerenkoor drums bas sologitaar en
elektronisch orgel een mooi plekje krijgen op het
altaar Doel is de ontkerkelijking bij de jeugd tegen
te gaan maar het helpt niet echt De beatmis verdwijnt
weer snel geruisloos naar de achtergrond
Ook de Zwolse winkels in vrijetijdskleding
pikken een graantje mee van de hausse De eerste
Zwolse tienerboutique Hip 35 van Jan Kooistra
speelt in op de populariteit van de beat Tijdens
de opening geven The Mozarts een concert in zijn
kersverse winkel aan de Roggenstraat 35 gestoken
in goednieuwe en uiteraard hippe kledij De band
Stand By poseert trots voor het winkelpand van
Reitsma Vak en tienerkleding aan de Oude Vismarkt
eveneens gekleed in een eigentijdse outfit
aangeboden door de gulle sponsor
In de pikorde van de Zwolse bands midden
jaren zestig kan Stand By overigens na The
Mozarts en They and The Misery Men als derde
worden genoemd Opgericht als The Mistrals en
November1965 Complete
hysterie bij aankomst
Dave Berry in
Zwolle Rechtsboven in
het rondje Joop Bredewold
The Mozarts in hippe kledij aangeboden door Boutique Hip 35
188 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
daarna The Clarks wordt de formatie in 1965
definitief omgedoopt tot Stand By Met zanger
Dick Schipper als frontman worden in de beginperiode
veel covers van The Kinks gespeeld wat de
band in Duitsland de bijnaam The Bomber Kinks
oplevert Als Machiel Scholder als trompettist toetreedt
ligt het accent meer op de soulmuziek met
veel werk van Wilson Pickett Na het vertrek van
Scholder naar Blues Dimension valt de band na
vijf jaar in 1967 uit elkaar
The Tigerclub
Spelen in speeltuingebouwtjes en jeugd sociteiten
kent zijn charmes maar optreden op
zondagmiddag in de legendarische Tigerclub in
zaal Suisse met de ingang aan de Blijmarkt is het
summum Het begint allemaal in zaal Donker
een feestzaal van roomse signatuur gelegen op de
bovenverdieping van n van de zijstegen aan de
Oude Vismarkt Het schijnt dat de Vereniging
van Indisch gerepatrieerden en sympathisanten
Viges aan de wieg heeft gestaan van de populaire
Tigerclub Leen Ripke Toen ik nog een jochie
was ging ik er al met de bekende beatkapper
Frans Horsting uit de Van Karnebeekstraat naar
toe Ripke herinnert zich vooral de enorme populariteit
bij de Zwolse tieners Er was verder ook
maar weinig te doen in Zwolle Uren van te voren
stonden ze al te wachten totdat de zaal open ging
Eenmaal binnen ging het er altijd heel netjes aan
toe Bij schuifelnummers hield de bekende ober Jo
van Huet een man van de oude stempel nauwlettend
in de gaten wat zich allemaal op de dansvloer
afspeelde en greep hij in waar het nodig was Via
de Tigerclub leerde ik Herman Deinum uit Kampen
kennen Hij was sologitarist van The Rocking
Specials waar Frank Huijbers zanger was Herman
heeft nog een tijdje bij ons gespeeld Hij is later via
mij bij Blues Dimension gekomen en bouwde een
geweldige reputatie als bassist op
Een andere band uit Kampen die ook te gast
is in de Tigerclub zijn The Rolling Guys Henk
Klompenmaker is er zanger In Kampen vormden
wij met The Rocking Specials en The Gamblers
de bekendere bands We oefenden in de Vrijmetselaarsloge
aan de Burgwal Er deden allerlei
geheimzinnige verhalen de ronde Ach wisten
wij veel We waren nog piepjong Kampen had in
de Hanzestad Gebouw Concordia en vooral De
Buitenwacht mooie zalen voor beatgroepen Daar
speelden ook de Zwolse bands Van onderlinge
rivaliteit tussen Zwolse en Kamper groepen heb ik
nooit veel gemerkt Suisse was een markante zaal
met een bijzondere sfeer weet Klompenmaker
nog Er werd in de Tigerclub volgens mij uitsluitend
Sneeuwwitje geschonken Links van de
garderobe zaten de nozems met hun vetkuiven
en meisjes met opgestoken haar De kakkers
Stand By in eigentijdse
outfits gesponsord door
Reitsma Tienerkleding
Vlnr Herman Hoek
Aart Stegeman Theo
Tiggelhoven John Staheli
en Dick Schipper
De Suissezaal witte
pand in het midden
aan de Blijmarkt waar
de Tigerclub gevestigd
was omstreeks 1970
collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 189
die cafetaria Van Akker als thuisbasis hadden
verzamelden zich verderop onder het verlaagde
gedeelte Buiten stonden de Puchs en Tomos
bromfietsen met de hoge sturen aan de ene en de
Kreidlers en Eysinks de buikschuivers aan de
andere kant
Freek Kamphuis met zijn band ook regelmatig
present in de Tigerclub heeft ook zoete herinneringen
aan het zondagmiddaggebeuren aan de
Blijmarkt Zelf muziek maken is toch het mooiste
wat er is Het geluid van een Dynacord Bass King
45 in die mooie akoestiek van Suisse Trillingen
in je onderbuik Ik kan er nog steeds een kick van
krijgen
Voor menig huistuinenkeukenband is
optreden in de Tigerclub een onvervulde droom
Ook voor The Fools een groepje uit de Zeeheldenbuurt
Leo Sebel 1950 geboren in Voorburg
en opgegroeid in Apeldoorn mag na zijn verhuizing
naar Zwolle in 1965 op zijn vijftiende voorzingen
bij de band die na het vertrek van zanger
Dick Schipper maar geen opvolger kan vinden
Sebel wordt aangenomen Als je in een bandje zat
had je status vooral ook bij de meisjes Dat trok
me eerlijk gezegd best aan
De eerste contacten in het Zwolse popwereldje
lopen via klasgenoot op de Middelbare Detailhandelschool
Bert van der Poot Sebel wordt gentroduceerd
bij The Fools door bassist Cor Mestebeld
die hij al eerder had leren kennen We oefenden
op de zolder van het huis van de broers Johnny
en Jos ten Berge aan de Olivier van Noortstraat
Frank Reuvers was onze drummer Het was tijdens
die repetitieavonden een kabaal van jewelste
maar we kregen nooit klachten van de buren We
speelden net als zoveel andere bandjes vooral in
buurthuizen en speeltuingebouwtjes en zomers op
de campings in de buurt van Elburg Ons repertoire
bestond uit nummers van The Kinks The
Stones en Wayne Fontana and The Mindbenders
Ik ben er na zon twee jaar uitgestapt en dook later
in 1970 weer op als zanger van Window Een jaar
na mijn vertrek was het definitief over voor The
Fools toen de broers Ten Berge prima gitaristen
trouwens naar Australi emigreerden Het
was een leuk bandje maar we stonden wel altijd
nadrukkelijk in de schaduw van de grote groepen
als The Mozarts en They and the Misery Men
Links Leen Ripke
en Herman Deinum
links in de muziektent
op het Assendorperplein
The Rolling Guys aan
de boorden van de IJssel
in Kampen Vlnr Jan
Nuijen Pieter Bredewold
Gerard Meuleman
Ab van Sloten
Voor Henk Klompenmaker
190 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
Blues Dimension
Ondertussen bestaat al vanaf 1964 een orkest
onder de naam Het Holland Kwintet met slagwerker
Hans la Faille Rudy van Dijk uit de Zwolse
Hoogstraat op saxofoon trompettist DirkJan van
den Boogaard en organist Helmig van der Vegt Er
wordt om de veertien dagen gespeeld op de altijd
keurige dansavonden op zondag in zaal Suisse met
de onvermijdelijke Foxtrot Quickstep en Engelse
wals La Faille Het werd een beetje suf allemaal
En we raakten langzamerhand volledig in de ban
van de soul Als probeersel deden we zonnebrillen
op en speelden een blokje van drie nummers van
ik meen Otis Redding Het werd geen succes De
zaaleigenaar sommeerde ons onmiddellijk met
die negermuziek te stoppen
De toon is echter gezet en het repertoire
schuift steeds meer op naar de soul en blueskant
De groep intussen door Rudy van Dijk omge
De hoofdrolspelers
Freek Kamphuis de man achter het succes van Kookwinkel Oldenhof
maakt vanaf 1972 acht jaar deel uit van de Cake City Jazzband in Deventer
In 1993 worden They and the Misery Men herenigd In 1999 komt de cd
40 jaar Blue Finger Beat uit en wordt er dat jaar en ook in 2000 gespeeld op
het Country Piknik festival in Mragowe Polen De band komt nog regelmatig
bij elkaar om te oefenen en op te treden
Hans la Faille maakt na zijn periode bij Cuby Blizzards deel uit van
onder meer Sweet dBuster Flavium en Cyril Onder het motto no music
no life speelt hij nog in de door hemzelf opgerichte band Bromance en is hij
op projectbasis actief met onder meer saxofonist Bertus Borgers Daarnaast
geeft hij nog altijd drumles
Leen Ripke houdt de muziek lang voor gezien Later duikt hij op als diskjockey
uitbater van een caf en chef kok bij restaurant De Librije Daarna
is hij lang werkzaam in de organisatie en entertainmentbranche Hij pakt
het zingen weer op en is solo nog steeds actief In 2016 is hij in Odeon gastzanger
bij de succesvolle theatertour De Pioniers van de pop
Lolke Nijhuis werkt na zijn muzikale carrire op een scholengemeenschap
en is nadien als bedrijfsleider lang werkzaam in de horeca in Arnhem en
later Doetinchem en Almelo Momenteel vult hij zijn meeste uren als vrijwilliger
bij de Zwolse voetbalvereniging HTC
Leo Sebel speelt na Window nog voor Tale Sebelli Bunch en The Bunch
Daarna is hij met zijn markante stemgeluid nog decennia lang het boegbeeld
van The Syndicate Hij is intussen gestopt
Bert Vrieling speelt na zijn tijd bij Strange Power voor veel bands waaronder
Jumpn Jive en Reverend Toney Wheeles Mission Hij is nog steeds
volop betrokken in de popscene en maakt momenteel deel uit van de aloude
bluesformatie Flavium
Henk Klompenmaker is de muziek ook trouw gebleven The Friendsband
is jarenlang een begrip in Zwolle Klompenmaker is ook als solozanger nog
steeds te boeken In september jl krijgt hij landelijke bekendheid als hij het
met Nick Woearbanan brengt tot de finale van The Voice Senior
Leen Ripke en Lolke Nijhuis poseren in de Zwolse
Diezerstraat
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 191
doopt in Blues Dimension beschikt na het vertrek
van Ramses Kolfin een Antilliaanse HTSstudent
en na een tijdje Sjoerd van der Duim niet over een
voor soul geschikte zanger Het oog valt op rooie
Leen Ripke Hans la Faille moet hem vragen We
waren best een beetje benauwd voor de reacties
van de fanatieke Mozartsfans uit de Kamperpoort
We hadden Leen in het vizier omdat hij
naast een voor onze muziek perfecte stem ook een
echt podiumdier was Het werd nog een lastige
beslissing voor Ripke Ik was toch eigenlijk het
uithangbord van The Mozarts Ik heb een paar
keer met Blues Dimension mee geoefend in de
Wiekelaar bij de Jeruzalemkerk en heb na lang
aarzelen de knoop doorgehakt en in 1967 gekozen
voor een overstap Muzikaal gezien misschien
een vooruitgang maar mijn oude maten waren
behoorlijk pissed Begrijpelijk natuurlijk
Voor Lolke Nijhuis is de transfer van zijn
vriend niets minder dan een drama Ik heb het
er nog wel eens met hem over The Mozarts werden
nooit meer hetzelfde Het was een tijdje in
alle opzichten behelpen Gelukkig werd later in
de persoon van Henk Klompenmaker een prima
zanger aangetrokken maar ik was toen al overgestapt
naar de Geebros
Ripke komt na zijn overstap naar Blues
Dimension in een compleet andere wereld terecht
In n keer zat ik in een groep met jongens met
een cht muzikale achtergrond zoals Rudy van
Dijk Hans la Faille en Helmig van der Vegt We
namen voor het Havoc label de lp You cant leave
the past behind en singles op Dat ik in militaire
dienst zat was soms een lastige bijkomstigheid Ik
weet nog dat ik voor onze eerste single Think of
Me en Emergency 999 buitengewoon verlof kreeg
Ed Politiek werd na Leon Kleerekoper onze manager
Hij timmerde enorm aan de weg Als hij ons
ergens kon boeken dan gebeurde dat gewoon Hij
werd er natuurlijk ook beter van
Links De eerste single
van Blues Dimension
Think of meEmergency
999
Blues Dimension met
de fans op het podium
Van rechts naar links
Leen Ripke Herman
Deinum midden en
Cees de Best
Get Ready was de
grootste hitsingle van
Blues Dimension
192 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
Met inmiddels Herman Deinum als bassist
en Machiel Scholder op trompet erbij krijgt Blues
Dimension steeds meer werk op Koninginnedagen
soms vijf keer kris kras door het hele
land We werden geleefd in die tijd Ik denk nog
wel eens aan de Sneekweken waar we met landelijke
topbands zoals Livin Blues the Bintangs
Q65 en the Motions op de bhne stonden Of de
optredens in de legendarische beatboerderij
Sarasani in Den Burg op Texel We produceerden
een muur van geluid met het hammondorgel van
Helmig van der Vegt en onze blazerssectie The
Golden Earrings speelden niet graag met ons
samen We speelden er menig band compleet af
We traden ook vaak op in voorprogrammas zoals
in de Eurobeurs in Apeldoorn met the Kinks
Toetsenist Helmig van der Vegt was zon beetje de
gangmaker van de groep en ook de man van de
arrangementen bij de eigen nummers Ik zorgde
voor de zangpartijen en de tekst Saxofonist Rudy
van Dijk gaf er dan uiteindelijk een klap op Nee
ik was als autodidact geen vreemde eend tussen al
die geschoolde musici Dat viel best mee De sfeer
was nooit verkeerd
Intussen is de band overgestapt van het Havoc
label naar Phonogram waar de bekende producer
Tony Vos actief is Hij neemt Get Ready van The
Temptations op in een uptempo versie Een goede
zet Get Ready staat wekenlang in de Top 40 Er
komen in totaal zeven singles uit en drie albums
Vooral het tweede album Blues Dimension wordt
door muziekkenners zoals de recensenten van
het toonaangevende popblad Hitweek hogelijk
gewaardeerd Ook BNers als diskjockey Jan van
der Veen en Mart Smeets ontpoppen zich steeds
meer als fan van misschien wel de beste maar in
ieder geval de bekendste popgroep die Zwolle ooit
heeft gehad
Onverwachts komt er ineens zand in de motor
Drummer Hans la Faille en bassist Herman Dei
Blues Dimension live
Vlnr Cees de Best
Herman Deinum Leen
Ripke Hans la Faille
Machiel Scholder Rudy
van Dijk Niet op de
foto toetsenist Helmig
van der Vegt
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 193
num een ijzersterke ritmesectie geven na een
optreden in Hoogezand aan Blues Dimension te
verruilen voor Cuby Blizzards Het blijkt het
begin van het einde La Faille Tijdens de Sneekweken
was altijd de hele Nederlandse popscene
present Tussen de optredens door werd er vaak
onderling gejamd Met Herman had ik vanaf het
moment dat hij bij Blues Dimension kwam direct
een muzikale klik Dat viel anderen ook op In
Sneek lag eigenlijk de basis van ons vertrek
Er volgt nog wel een doorstart bij Blues
Dimension Bassist Jaap van Eijk en drummer
Herman Boeijen komen maar Rudy van Dijk
verhuist naar Amsterdam en ook trompettist
Machiel Scholder vertrekt snel daarna Er zijn nog
wel veel optredens bijvoorbeeld in augustus 1969
op het prestigieuze en vermaarde jazz en rock
festival Jazz Bilzen in Belgi waar Blues Dimension
met bands als Deep Purple en Humble Pie
de lineup vormt We hadden daar voor het eerst
de beschikking over een geavanceerd PAsystem
van het Italiaanse merk Davoli met een geweldig
retourgeluid weet Ripke nog Een verademing
Een grote foto van dat festival met ons op de achtergrond
heeft Davoli nog een hele tijd gebruikt
als reclameaffiche
Het repertoire wordt compleet omgegooid
maar de onderlinge verstandhouding laat te wensen
over Ripke Het werd nooit meer als vanouds
Het was geen al te leuke tijd Vooral met Herman
van Boeyen kon ik absoluut niet door n deur
Ik wilde niet meer en heb de zangpartijen voor
het laatste album BD is dead Long live BD in mijn
eentje ingezongen Geen probleem Ik was toch
al altijd meer een podiumdier dan de man van de
studio In 1969 was het voorbij
Doodzonde vinden de fans De laatste single
van de groep Battlefield of Love waar voor Ripke
een fameuze zangpartij is weggelegd is het sprekende
bewijs Ik ben nog wel een tijdje in beeld
Blues Dimension
op Jazz Bilzen 1969
Belgi
194 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
geweest bij de soulformatie Pepper and Salt uit
Amsterdam maar heb ze uiteindelijk afgebeld Ik
had er geen zin meer in Zo valt na al na drie jaar
het doek voor een geweldige soul en blues formatie
La Faille blikt nog wel eens met weemoed
terug op die tijd Als ik soms naar nummers als
Twilight mood en You cant leave the past behind
luister klinkt dat zo goed Net als de versie van
Born to be wild van Steppen Wolf met een eigen
arrangement Het is altijd n van mijn favoriete
nummers om live te spelen gebleven Waar La
Faille als slagwerker bij Cuby Blizzards en ook
daarna een geweldige loopbaan opbouwt houdt
Leen Ripke het turbulente bestaan van popmuzikant
al op 22jarige leeftijd voor gezien
Geebros
Lolke Nijhuis verlaat na Leen Ripke in 1967 The
Mozarts De groep gaat verder met zanger Henk
Klompenmaker Martin Bastiaan als toetsenist en
de van Blues Dimension overgekomen trompettist
DirkJan van den Boogaard Klompenmaker Ik
wilde graag wat meer de soulkant op Daarom ben
ik uit The Rolling Guys gestapt De loyaliteit was
na al die jaren trouwens ook een beetje verdwenen
Met de nieuwe Mozarts hebben we nog een
paar mooie jaren gehad met veel optredens
Klompenmaker heeft nog de meeste herinneringen
aan de tijd rondom de eerst uitgebrachte
single Dr Kitch een van oorsprong Caribisch
nummer We kwamen ermee in 1968 op de televisie
bij de KRO in het programma Disco Duel
eigenlijk de opvolger van Top of Flop en ook
gepresenteerd door Herman Stok Twee nieuwe
platen werden live gespeeld waarna ze door een
jury werden verdedigd of aangeklaagd Rechter
Herman Stok sprak daarna zijn oordeel uit
Gekraakt of gemaakt De tekst van Docter Kitch
was nogal dubbelzinnig Toen de jury daar over
viel wisten we genoeg We werden dus gekraakt
en niet zon beetje ook Onze tegenstander was
trouwens Zen met Hair Je kunt van minderen
verliezen
In 1969 is het gedaan met The Mozarts Klompenmaker
die later nog opduikt bij de Dedemsvaartse
formatie The Captures moet in dienst net
als toetsenist Bastiaan De fut is eruit de groep
gaat ter ziele
Lolke Nijhuis speelt van 1967 tot halverwege
1969 twee jaar bij de ApeldoornsZwolse band
Geebros waar de drie lokale sterren en broers
Dr Kitch De eerste
en laatste single van
The Mozarts
You cant leave the
past behind eerste
langspeelplaat van The
Blues Dimension 1966
Staand vooraan Rudy
van Dijk helemaal achteraan
Hans la Faille
Verder vlnr Cees de
Best DirkJan van den
Boogaard Helmig van
der Vegt Jaap van Eijk
en Leen Ripke
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 195
Andr Henk en Ben Groote uit Apeldoorn de
grote blikvangers zijn De groep noemt zich eerder
The Goldstar Brothers Bijna tegelijkertijd
met de komst van Nijhuis wordt ook bassist Cor
Mestebeld die bij The Fools speelde aangetrokken
waardoor de Zwolse inbreng verdubbeld
wordt Nijhuis Ik wilde altijd al beroepsmuzikant
worden Muzikant zijn is mooi en heeft iets
romantisch maar vergeet niet dat ik na twee jaar
Ambachtsschool en een timmercertificaat al heel
snel bij een voegbedrijf aan het werk ging in de
bouw Hard werken hoor en dan ook nog al die
optredens erbij
Een droom komt dus uit voor Nijhuis Van je
hobby je beroep maken Geebros is een professionele
band met veel eigen nummers en aangesloten
bij het bekende impresariaat Paul Acket Dat
betekent veel optredens in binnen en buitenland
We speelden regelmatig zon vier of vijf keer in de
week Onze eerste single was Let me find the sun
in 1968 Daarna hadden we met Henry the Horse
een top veertig hit Het was niet echt onze muziek
maar commercieel gezien een schot in de roos
De band heeft vooral veel succes in Noord
Holland Vooral in de buurt van Volendam
Zij houden daar van koren Misschien dat het
de reden van onze populariteit was want ons
zangwerk en closeharmony was perfect en heel
uitgebalanceerd De hele familie Groote was trou
Henry the Horse was de grootste hit voor de
Geebros
1968 De laatste bezetting
van The Mozarts
Vlnr DirkJan van de
Boogaard Martin Bastiaan
Joop Blom Ferdy
Berse Henk Klompenmaker
Jan van Werven
Bert Vrieling
196 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
wens nauw betrokken bij de band Vader Groote
haalde ons vaak bij nacht en ontij nog op na een
optreden En Karel Jansen onze eerste manager
was weer een zwager van de broers Maar het werk
droogde steeds meer op De vraag naar livemuziek
werd minder De tijd van plaatjes draaien en de
disco brak aan Zwollenaar Henny Backers neemt
het als toetsenist over van Nijhuis De band gaat
verder als Crying Wood en later als Airbubble
waarmee ze met Racing Cars in 1976 nog een
mooie hit hebben
Symfonische rock
De hoogtijdagen van de Nederbiet zijn in de late
jaren zestig voorbij en het aantal beatbandjes is al
fors afgenomen Ook de flowerpowertijd is alweer
langzaam op haar retour De plaatjesperiode
breekt aan en overal ontstaan steeds meer bars
dancings en discotheken Dijkhof aan de Harm
Smeengekade is in Zwolle al een tijd een begrip
In de Voorstraat ook toen al d uitgaansstraat in
Zwolle is De Raadskelder na nachtclub The Mercury
Club van Tinus Bonhof de eerste bar
Dancing In Den Herbergh volgt met diskjockey
Bert Vaatstra die ongekend populair zal worden
Daarna opent TufTuf met Freddy Dokter en
later Rens Pols achter de knoppen en ook GoIn
op de Melkmarkt uitgebaat door de familie Pierik
Convent Witch in een
gang in het Dominicanenklooster
1969 Vlnr
Theo Rthengattter
Paul Woolthuis Harry
Bouwhuis Arthur
Siero Hans van Raan
Geebros live met vlnr
Lolke Nijhuis Andr
Groote Henk Groote
Ben Groote Cor Mestebeld
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 197
Van de ooit zo grote hoeveelheid jeugdsozen en
andere gebouwtjes waar de bands terecht kunnen
blijven er maar een paar gelegenheden over zoals
De Tille in de Aalanden De Link op de Nieuwe
Markt en de voorloper van het huidige Hedon
het Sesjunteejater aan de Thorbeckegracht waar
vooral de progressieve jeugd zich thuis voelt De
muziek zelf maakt eveneens een flinke omslag
waarin de blues maar ook de symfonische rock
sterk in opkomst raakt
Groepen als Flavium Brainbox en Earth and
Fire nemen het stokje over van de traditionele
beatgroepen Net als in de rest van het land zijn
ook in Zwolle verreweg de meeste beatbandjes
ter ziele Toch staan er ook weer nieuwe bands
op zoals Selected Blues Soft Line Blues College
de hippieband Sunrise Travel en Convent Witch
die oefenen in het Dominicanenklooster en veel
optreden in de Noordoostpolder Iets later ontstaat
ook de groep Window De band wordt op
een mooie nazomerse dag in 1970 opgericht aan
de Agnietenplas uit de puinhopen van The Backdoorman
en New Blues College
Leo Sebel is de zanger Het verschil met mijn
tijd bij The Fools was niet alleen de natuurlijk
sterk verbeterde apparatuur maar vooral ook de
kwaliteit van het repertoire De tijd van de drie
en vier akkoorden schemas was allang voorbij en
we speelden voornamelijk eigen werk
Sunrise Travel Staand
vlnr Mitch de Jong
Set van Zuidam Peter
de Jong Zittend Hugo
Boschman en Paul van
Weert
Window in 1970 Vlnr
Leo Sebel Roel Schuit
Henk Heijink Peter Uil
Ren van den Bos en
Henny Elbrink
Voor in het midden
Dick Zoetewey
Soft Line met onder meer Henk Disselhof
Jan Beens Joop Kiewiet en Theo Mathijssen
198 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
Er stonden nog wel covers van onder meer Traffic
en de Stones op ons repertoire maar daar
voegden wij onze eigen arrangementen aan toe
zodat de nummers soms onherkenbaar werden
Peter Uil was onze bassist en linkshandig Hij
speelde alleen geen linkshandige basgitaar maar
draaide de gitaar gewoon om met de gsnaar
boven Ik vond dat altijd frappant Ons eerste
optreden was in december 1970 in De Tille Later
werd de groep omgedoopt in Tale Sebelli Bunch
en The Bunch Bert Vrieling sloot al eerder aan
als saxofonist
Strange Power
De basis van de groep Strange Power stamt uit
1967 Daar wordt een schoolbandje opgericht
onder de naam Crash Naast de bandleden Peter
Hollander Frank van Leeuwen en Menno Arends
zou Rik Elings later de bekendste worden als zeer
gewaardeerd arrangeur pianist en docent aan
het Zwolse conservatorium En niet te vergeten
natuurlijk Henk Zomer die als twaalfjarige zijn
debuut als talentvol drummer maakt en vooral in
het jazzmetier een grote naam wordt Hij speelt
samen met jazziconen als Chet Baker Chris Hinze
en Pia Beck Collega drummer Hans la Faille heeft
een hoge pet van Zomer op Ik heb Henk altijd
een geweldige slagwerker gevonden en nooit
gezien als concurrent Wie de beste was Een
vergelijking tussen ons gaat niet op We spelen
Trademark Vlnr Dick
Zoetewey Henk Zomer
Rik Elings Peter Hollander
Gerrit Blues
Pick Berends
Hoes Thats the way
van Strange Power
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 199
totaal verschillenden genres Ik heb alleen maar
respect voor hem Met sologitarist Dick Zoetewey
erbij krijgt Crash in 1968 een nieuwe naam
Trademark Niet veel later doet zanger Gerrit
Berends in Zwolle beter bekend als Blues Pick
zijn intrede Na verloop van tijd ontstaat Strange
Power uit een mix van Trademark en Early Grave
Bert Vrieling die ondertussen de artiestennaam
Barry Freeman heeft aangenomen sluit
zich later aan als zanger en saxofonist Hij is de
opvolger van Jan Woldberg die in dienst moet en
de groep verlaat Er ontstaat enige verwarring als
de single Thats The Way uitkomt in een dubbele
versie En onder de naam Strange Power met
zanger Woldberg nog prominent op de platenhoes
Daarnaast een exemplaar van een opname
onder het RCAlabel getiteld Barry Freeman with
Strange Power Het was allemaal inderdaad wat
onoverzichtelijk geeft Bert Vrieling toe Hij is na
het uiteenvallen van The Mozarts blij weer in een
vaste band te spelen En een hele goede band
benadrukt hij Strange Power was een geweldige
groep De uitgebrachte single Mary in the morning
geschreven door zanger Guy Fletcher lijkt
een regelrechte hit te worden totdat de componist
het nummer zelf ook uitbrengt De versie van
Vrieling en zijn maten wordt snel gedegradeerd
tot een cover We waren in AVROs Top Pop van
Ad Visser geweest en bij Willem Duijs in zijn
massaal bekeken Voor de vuist weg Heel verve
Strange Power Vlnr
Henk van Ling bas
Henk Zomer drums
Rik Elings toetsen
Bert Vrieling zang
Stanley Kho gitaar
200 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
lend allemaal De band ging daarna ook al snel
muzikaal een andere kant op richting Fusion een
combinatie van jazzrock en jazzfunk Het werd
me allemaal te ingewikkeld Uiteindelijk ben ik
eruit gestapt de band werd omgedoopt tot Scope
De nederbeat raakt verderop in de jaren
zeventig volledig in de vergetelheid maar kan
nog steeds als de bakermat worden gezien van
een levendig en kwalitatief goed popklimaat En
de jaren zestig Die episode zal vooral voor de
naoorlogse jeugd de geschiedenis ingaan als de
definitieve omslag naar een compleet nieuwe en
andere tijd
Alle bij dit artikel afgebeelde fotos komen uit de
persoonlijke fotoarchieven van de genterviewden
tenzij anders vermeld
Blues Dimension in de
nadagen tijdens een tvopname
in Hilversum
1969
Literatuur
Herman Aarts ea Kenang Kenangang Herinneringen
Molukkers in Zwolle Historisch Centrum Overijssel
2012
Hans la Faille Showbizz Blues Bruna 2012
Tanja Nijholt 30 jaar Zwolse Popmuziek in vogelvlucht
1996
De Stentor Sterke arm sterke verhalen 1909 2008
Ach lieve tijd 1980 Uitgeverij Waanders
Zwolle mijn stad 2002 Uitgeverij Waanders
Internet sites
wwwbeeldengeluidnl
wwwnederbietnl
wwwmijnstadmijndorpnl
Met dank aan
Peter de Jong en Johan Teunis
Interviews Joop Bredewold Freek Kamphuis
Henk Klompenmaker Hans la Faille Lolke Nijhuis
Leen Ripke Leo Sebel Rikus Teters en Bert Vrieling
Fotobewerking Benny Michel Rudy Spanhak
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 201
Arnoud de Vries
Honderd jaar Zwolsche Boys
Voetbal voor de arbeidersklasse In Zwolle is dat
sinds 1918 mogelijk dankzij Zwolsche Boys De vereniging
viert dit jaar haar honderdjarig jubileum
Een puike prestatie gezien de rumoerige tijden die
de voetbalclub doormaakte Over de underdogpositie
grote ambities keiharde klappen en een nog
altijd voortdurende overlevingsdrang
In 1918 werd een club hier opgericht door
enkele jongens op de Turfmarkt gesticht
Bij de opkomst van het eerste elftal voor
het duel tegen VEVO 26 mei 2018 galmen deze
beginregels van het clublied over sportpark Jo van
Marle in ZwolleZuid Het is het laatste duel van
jaar honderd in het bestaan van Zwolsche Boys
Zon 93 jaar eerder worden de woorden op papier
gezet
Het tot stand komen van het clublied vindt
plaats in een caf aan de Voorstraat De kroeg is
eigendom van Theo van Doorn en staat bekend als
clubcaf van de Boys Sterker in die tijd bekleedt
het de functie van kantine Voor uitwedstrijden
verzamelen de spelers hier en aan het eind van de
middag keren ze daar al dan niet in feeststemming
terug
In het caf waar de rechtsbuiten van het eerste
elftal Gaije Bronius dienst doet als ober treden
met regelmaat muzikanten en humoristen
op Een van die cabaretiers Maup Biemans biedt
op een zondagochtend in januari 1925 aan om een
clublied uit zijn mouw te schudden De als vlotte
jongen omschreven Maup krijgt van de spelers
informatie over de vereniging en gaat aan de slag
Sneller dan de leestijd van deze pagina schrijft hij
een tekst op de melodie van Le Rve Passe een
Frans strijdlied voor soldaten De woorden van
Biemans literair niet hoogstaand maar dat zou
ook niet bij Zwolsche Boys passen gaan al 93 jaar
mee Iedereen met een Boyshart kan het clublied
dan ook in ieder geval gedeeltelijk meezingen
De eerste regel van het clublied laat geen twijfel
bestaan over plaats en tijd van de oprichting
Het in 1925 geschreven clublied van Zwolsche Boys
202 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
Een mooi verhaal alleen zou je er wel wat tegenin
kunnen brengen De oprichting van de vereniging
dateert eigenlijk van een jaar eerder 1917
Voordat de Turfmarkt in beeld kwam voetbalde
een groep jongens op het terrein bij de huidige
Gennestraat en Berkumstraat Op dat moment
een stuk bouwgrond tegenwoordig ligt er een
trapveldje met twee aluminiumdoelen Dertig
jaar later bij het kampioenschap van de oostelijke
tweede klasse B schrijft Hendrik Ester medeoprichter
van de vereniging daarover het volgende
in het clubblad
Weer zie ik ze voor mij A Voulon L vd
Bend en H ter Zweege mij vragend gezamenlijk
een voetbalclub op te richten waarover wij het
spoedig eens waren en de oprichting van de voetbalclub
genaamd Prinses Juliana nog dezelfde
avond een feit was
Ik maak nogmaals de verdere besprekingen
mede bij moeder Voulon op het Eiland die veel
voor ons voelde en leefde voor de voetbalsport
ik hoor haar aanmoediging van Hallo jongens
als jullie winnen krijgen jullie vanavond chocolade
Zwolsche Boys in het seizoen 19181919 Staand vlnr A Doorn E Gieliam J Kamphuis J Mooy
L vd Bend Ter Horst H ter Zweege J de Vries Midden G de Weerd H Ester J vd Gronde
Vooraan F ten Brakel De Weerdt G Kuper
PEC en Zwolsche Boys
ook al rivalen in 1921
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 4 203
Als vanzelf grijp ik mijn portefeuille en haal
een foto tevoorschijn een foto van het elftal dat op
het ZACterrein haar eerste wedstrijd speelde
Arbeiders
Prinses Juliana dus Zo begon het met een groep
jongeren uit arbeidersgezinnen Met moeder
Voulon die zorg droeg over de shirts wit met
oranje omslagen en oranje borstzakje De groep
krijgt meer en meer aanloop en besluit in 1918
toe te treden tot de NoordCentrale Voetbalbond
NCVB In een vergadering in Ons Tehuis
aan de Voorstraat dopen de aanwezigen de verenigingsnaam
om in Zwolsche Boys De reden
daarvoor is praktisch in de NCVB speelt al een
Prinses Juliana uit Heino De clubnaam en het
spelen van aan een bond gelieerde wedstrijden
vinden dus hun oorsprong op 1 mei 1918 het
Juniorenelftal seizoen
19281929
Zwolsche Boys in 1933
een seizoen overigens
waarin ze ternauwernood
degradatie ontliepen
Vlnr F van Zon
S Scheffer Jan Mooy
Jan Flik Willem vd
Weide Willem Meekers
H Scheffer
Pieke Beltman Kees
Oordijk Dieks van
Dijk A Oldenhof
204 jrg 35 nr 4 zwols historisch tijdschrift
clubje voetballers dat ten grondslag ligt aan de
vereniging is dan al een tijdje bij elkaar Mogelijk
zelfs al sinds 1916
Dat de vereniging in die jaren tot bloei komt
is overigens geen toeval in de jaren na de Eerste
Wereldoorlog springen nieuwe voetbalclubs als
paddenstoelen uit de grond Gemobiliseerden
nemen het spel goedkoop en eenvoudig te leren
vanuit de kazernes mee naar huis De voetbalsport
voorheen vooral tijdverdrijf voor de elite
wordt in die periode opgepakt door andere lagen
van de bevolking In Zwolle is het Zwolsche Boys
dat ruimte biedt aan de arbeidersklasse vooral uit
de Diezerpoort en Indische buurt Een groep die
de sport aanzienlijk anders benadert dan de elite
Voetbal is niet alleen meer prettig tijdverdrijf
maar ook een kwestie van eer en presteren De
sport verruwt fanatisme doet zijn intrede En daar
zit niet iedereen op te wachten Elit

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2021, Aflevering 4

Door 2021, Aflevering 4, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
38e jaargang 2021 nummer 4 – 8,50 euro
ThThemanummer:
Wijthmen, Herftfte en
Zalné in vogelvlucht
allee moest soms veel geduld hebben. Het kon
gebeuren, dat de vrouw des huizes net een dutje in
de stoel deed of druk was in het achterhuis. Dus
het kon even duren voordat je als klant geholpen
werd. En dan stond de tijd even stil. Dat bood je
de gelegenheid om de volgestouwde omgeving
eens goed in je op te nemen. De winkel puilde
werkelijk uit met alles wat je zo gek niet bedenken
kon. Het rook er – in mijn verbeelding althans –
naar kamferballen. Oh ja, ze verkocht ook ansichtkaarten
met de groeten uit Wijthmen.
Haar inkopen deed ze zelf. Daarvoor had ze
zelfs een rijbewijs gehaald en een Daf aangeschaft,
een automatische auto, die ze wekelijks met bestellingen
inlaadde. Met diezelfde Daf reed ze ook op
een zondagmorgen naar de kerk (Rehoboth), toen
de deur niet goed dichtzat en ze in een scherpe
bocht uit de auto viel en over straat rolde. Het liep
goed af.
Hendrikje was als dienstmeisje uit Dalmsholte
gekomen. Na het vroegtijdig overlijden van de
eerste vrouw van Anton Boeve trouwden ze. De
laatste 25 jaar van haar leven kwam ze er alleen
voor te staan. Ze wist zich uitstekend te redden,
molk de koe, mestte het varken en dreef de winkel
in haar uppie. Ze was een geëmancipeerde vrouw
avant la lettre. Toen Wijthmen vlak voor haar
dood in de ban raakte van een schoolstrijd zou
ze in vertrouwde kring tot verzoening en de ‘toekomst
aan de jeugd’ hebben opgeroepen.
Een kleindochter durfde dat niet met zekerheid
te bevestigen. ‘Want ze was ook diplomatiek
en wilde aan iedereen verkopen’. Ze overleed uiteindelijk
thuis, te midden van haar naasten,
op 23 oktober 1993. Ze was 84 en ligt begraven in
het familiegraf op Bergklooster. Bij het leeghalen
van het huis werd een grote voorraad vuurwerk
op zolder gevonden. Want ook dat explosieve
goedje verkocht ze.
198 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Hendrikje Boeve
Iedereen in Wijthmen en Herfte kocht wel eens
iets in de winkel van sinkel van ‘Vrouw Boeve’,
zoals ze in het dorp werd genoemd. Hendrikje
Boeve had niet alleen van alles te koop. Ze was
strabant en pront, maar bovenal een buitengewoon
vriendelijke vrouw. Voor iedereen. Ze was
echter bepaald niet voor de poes als men kwaad
in de zin had. Ze werkte ooit een paar zigeunervrouwen,
dat op roverspad was, eigenhandig met
behulp van haar wandelstok de deur uit.
Wie binnentrad in het snuisterijenparadijs
van Hendrikje Boeve-Dekker aan de Kroesen-
Koen Nijmeijer
‘Kleurrijke Zwollenaren’
(Particuliere collectie)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 199
‘Kleurrijke Zwollenaren’ 198
Koen Nijmeijer
Wijthmen, Herfte en Zalné in vogelvlucht 200
Gerard Hülsmann / Steven ten Veen
De Heinoseweg, centrum van bedrijvigheid 208
Gerard Hülsmann / Steven ten Veen
Van ‘stadion De Mol’ naar de Elshof 214
Gerard Hülsmann / Koen Nijmeijer
Hoe het plaatselijke onderwijs op
een bijzondere wijze bleef bestaan 220
Koen Nijmeijer
Herinneringen van een professor 227
Derk-Jan Dijk
Herman Pot woont op een kruispunt
van wegen 230
Steven ten Veen
Schooljongen uit Wijthmen werd
burgemeester van Heerenveen 232
Tjeerd van der Zwan
Wijthmen liep uit om de skelters
van Karba te zien 234
Steven ten Veen
Een dorp van boeren 236
Koen Nijmeijer
Zwolle in de greep van de blauwe knoop 242
Jan van de Wetering
‘Uit het Drostenhuis’ 250
Saskia Zwiers
De Peperbus na ruim 65 jaar verdwenen 252
Steven ten Veen
Auteurs 261
Redactioneel
De eerste jaargang van de nieuwe redactie
is compleet met dit nieuwe nummer.
We kunnen tevreden terugkijken. Er
zijn wat nieuwe elementen in het Zwols Historisch
Tijdschrift gekomen, zoals de rubrieken ‘Kleurrijke
Zwollenaren’ en ‘Uit het Drostenhuis’. Deze
rubrieken zijn ook weer aanwezig in dit nummer,
met respectievelijk winkelierster Hendrikje Boeve
uit Wijthmen en fotograaf Robert Ziegler als
hoofdpersonen.
Maar er zijn ook veel dingen bij het oude gebleven.
Daarom eindigen we het jaar met een
themanummer. Centraal staan de buurtschappen
Wijthmen, Herfte en Zalné. Onze redacteur
Steven ten Veen heeft kunnen samenwerken met
twee kenners van de lokale geschiedenis, Gerard
Hülsmann en Koen Nijmeijer. Het heeft een
themanummer opgeleverd met veel couleur locale.
Naast de artikelen over Wijthmen, Herfte en
Zalné luidt Steven ten Veen weekblad De Peperbus
uit. Na ruim 65 jaar kwam een einde aan het
bestaan van dit huis-aan-huisblad. En voordat u
zich gaat wentelen in de feestmaand december
waarschuwt Jan van de Wetering u met een artikel
over de geschiedenis van de geheelonthouders
(de blauwe knoop) in Zwolle voor al te veel alcoholgebruik.
Hoe dan ook wenst de redactie u goede feestdagen
en veel leesplezier!
Coverfoto: Luchtfoto omgeving Wijthmen.
(foto Rick van der Kamp)
Inhoud
200 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Wijthmen, Herfte en Zalné in vogelvlucht
Van de voormalige gemeente Zwollerkerspel
zijn Berkum, Frankhuis, Ittersum en
Westenholte al ingelijfd door de naar groei
hunkerende stad Zwolle. Wijthmen met in zijn
kielzog de buurtschappen Herfte en Zalné zijn de
dans nog ontsprongen. De bewoners daar voelen er
trouwens ook niets voor om onderdeel van de stad te
worden. Veel liever blijven ze op veilige afstand van
Zwolle, hoewel de invloed van de stad zowel tijdens
de vorige eeuwen als zeker in de huidige tijd sterk
aanwezig is.
Toch kunnen de ruim duizend mensen die in
Wijthmen, Herfte en Zalné wonen er niet gerust
op zijn dat hun leefgebied niet alsnog onderdeel
van groot Zwolle gaat worden. In de jaren zestig
van de vorige eeuw moest daarvoor al worden
gevreesd toen de gemeente op zoek ging naar een
nieuwe woningbouwlocatie omdat Zwolle-Zuid
nagenoeg vol was gebouwd. Twee gebieden werden
geschikt bevonden om die rol te gaan spelen,
Herfte en Stadshagen. Na ze aan een milieueffectrapportage
(MER) te hebben onderworpen,
viel de keuze op Stadshagen. Maar nu, een kleine
dertig jaar later, is Herfte opnieuw in beeld om
woningbouwlocatie te worden. Wel onder een
andere naam, Vechtpoort, maar dat zal voor de
bewoners in het gebied geen verschil maken.
De naam Vechtpoort duikt op in de zogeheten
‘Omgevingsvisie’ die een paar maanden geleden
door de gemeenteraad is vastgesteld. De locatie
waar het om gaat, is in twee delen geknipt. Vechtpoort
1, waar de grond voor een groot deel in
handen is van projectontwikkelaars, ligt tussen de
Nieuwe Vecht bij Berkum en de spoorlijn naar het
noorden, Vechtpoort 2, waar de gemeente op vrijwel
alle grond, grofweg tussen de spoorlijn naar
Emmen en de Wijthmenerplas, een optie heeft om
er te kunnen bouwen. Duizenden woningen zouden
er gebouwd kunnen worden. Maar pas na de
gemeenteraadsverkiezingen van 2022 wordt waarschijnlijk
besloten waar de uitbreiding van Zwolle
eventueel plaats gaat vinden.
Honderd woningen
Niet alleen in Herfte maar ook in Wijthmen, met
afstand de grootste van de drie buurtschappen,
houden ze hun hart vast. Dat er de komende jaren
in Wijthmen wordt gebouwd, is al nagenoeg zeker.
Een project van honderd woningen staat op stapel
in de buurt van het sportpark en het Kulturhus.
Daar is iedereen blij mee, want het is ondertussen
al bijna zestig jaar geleden dat er in het dorp
überhaupt sprake van woningbouw op grote
schaal was. En dat doet pijn omdat het voor jongeren
vrijwel onmogelijk is om in de eigen buurt te
blijven wonen. Maar op duizenden woningen op
loopafstand zit bijna niemand te wachten.
Het zijn dus spannende tijden voor Herfte en
Wijthmen, die elk een eigen identiteit hebben,
maar ook een gemeenschappelijke geschiedenis.
In dit themanummer is Wijthmen als grootste van
de drie buurtschappen de rode draad. Een oor-
Gerard Hülsmann
Steven ten Veen
Ansichtkaart. (Particuliere
collectie)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 201
konde uit 960 van de Germaanse tijd bevat de eerste
vermelding van het dorp, aangeduid als ‘Wie’,
wat zoveel betekent als klein heiligdom of heilige
plaats. Het verklaart ook waar de voor velen merkwaardige
naam Wijthmen vandaan komt. Dat die
naam wordt uitgesproken als ‘Wietum’ heeft ongetwijfeld
met het Sallands dialect te maken. Een
latere vermelding dateert uit 1207, waarin de bisschop
van Utrecht de ‘novelle tienden’ (een soort
belastingheffing) voor onder andere de buurtschappen
Ittersum en Wijthmen heeft geschonken
aan het kapittel van Deventer. Het kreeg daarmee
recht op tien procent van de opbrengst van het
ontgonnen en nog te ontginnen land. Deze akte
maakt duidelijk dat het gebied Wijthmen in die
tijd nog in een ontwikkelingsfase verkeerde en dat
er dus ontginningen plaats vonden.
Boerderijen
Het eerste overzicht van het aantal huishoudens
in Wijthmen en Herfte dateert van een belastingkohier
uit ongeveer 1400, waarin 31 hoofden van
huishoudens staan vermeld. Dit aantal zou daarna
eeuwenlang nauwelijks toenemen. De bevolking
woonde op de hoger gelegen gronden ter bescherming
van de overstromingen, die bijna jaarlijks
plaatsvonden. De bebouwing bestond grotendeels
uit boerderijen die in een lint op de zandheuvels
achter elkaar stonden. Op een kadastrale kaart
van 1810-1832 komen namen van erven voor als
Anderlo, Assevoort, Hoekseboer, Vondeman,
Homberg, Konstapel, Kroes, Bulder, Kolks, Mannes,
Wittebelt, Hoekbrink en Fakkert. Tegenwoordig
staan er nog zo’n dertig boerderijen, merendeels
melkveebedrijven.
Zo ontstond in de loop der tijd een kleine
hechte gemeenschap van mensen die op elkaar
aangewezen waren in noodsituaties, maar ook
voor zaken als onderhoud van wegen, bruggen en
sloten. Iedereen maakte er deel van uit, of je nu
landeigenaar, pachter, een keuter of een grote boer
was. Samen moesten de klussen worden geklaard.
Het noaberschap – de verplichting van buren
om elkaar te helpen – speelde een grote rol in de
buurtschappen. Zelfs nu is die, zij het in geringere
vorm, nog aanwezig. Bijvoorbeeld bij overlijdens
waarbij buren voor hulpverlening zorgen.
Grote invloed
Zwolle oefende altijd al een grote invloed uit op de
buurtschappen. Ook op religieus gebied bijvoorbeeld,
was de bevolking afhankelijk van de stad
omdat daar de kerken stonden voor het dopen
van kinderen, het sluiten van huwelijken en voor
begrafenissen. De schout van Zwolle was belast
met de uitvoering van instructies van de hogere
overheden en zorgde voor de uitoefening van de
rechtspraak, het handhaven van orde en veiligheid
en het opmaken van notariële akten. Ook op
defensief gebied waren Wijthmen, Herfte en Zalné
aangewezen op de stad. In tijden van geweld kon
men er binnen de muren schuilen. En natuurlijk
ging men er naar toe om er inkopen te doen.
Dwars door Wijthmen liep eeuwenlang de
oude landweg die Zwolle verbond met Twente en
het Duitse achterland. Veel kooplieden maakten
er gebruik van en bezochten dan vaak herberg
De Mol of café De Zon om hun paarden te laten
rusten en zelf een maaltijd te nuttigen of een borrel
te drinken. In het najaar was de weg dikwijls
als gevolg van het weer en het overstroomde land
vrijwel onbegaanbaar. Dat veranderde omstreeks
1830 toen de weg met klinkers werd bestraat
zodat men er gedurende het hele jaar gebruik van
kon maken. Gevolg hiervan was dat de toen nog
zanderige Hessenweg richting Ommen snel aan
betekenis verloor.
Café De Mol zoals het
in 1955 langs de Heinoseweg
lag. (Particuliere
collectie).
202 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
De verbinding tussen Wijthmen en Herfte was
lange tijd bedroevend slecht, bij nat weer veranderde
de zandweg in een modderpoel en hartje zomer
leek ze wel een woestijn. De sociale contacten tussen
de beide buurtschappen waren daardoor zeer
beperkt. Wim Beltman (1912-1981), die in Herfte
woonde, liet kort voor zijn dood in een verslag van
de commissie ‘40-jaar parochie Herfte-Wijthmen’
optekenen dat hij als twintigjarige in Wijthmen
alleen bakker Israël en (hoef)smid Pot kende.
Opvallend was dat de mensen in Herfte modieuzer
gekleed gingen dan die in Wijthmen. Toen de
rooms-katholieke kerk aan de Erfgenamenweg net
gebouwd was, verbaasden de kinderen van Beltman
zich over de Sallandse mutsen die sommige
vrouwen uit Wijthmen droegen. ‘Kijk allemaal zusters’,
zeiden ze spontaan. Omgekeerd keken kerkgangers
uit Wijthmen licht geïrriteerd naar hun
buren uit Herfte. ‘Met die stadse ummegoan dá kan
nie’, werd er gezegd. Maar gaandeweg raakte men
aan elkaar gewend. De weg tussen de kerk en Herfte
werd tenslotte ook aangepakt en in 1947 officieel
geopend door burgemeester Catharinus Slager, die
een lintje mocht doorknippen.
Een eigen parochie
Na de reformatie en het verbod om het katholieke
geloof uit te oefenen, stapte een grote meerderheid
van de bevolking van Zwollerkerspel over
naar de protestantse kerk. Opmerkelijk is dat de
meeste inwoners van Wijthmen en Herfte trouw
bleven aan het katholieke geloof van de moederkerk.
Dit was vooral te danken aan vooraanstaande
en welgestelde families die priesters onderdak
verleenden en bescherming boden. Daaronder
bevond zich de adellijke familie Rutenberg die in
de buurt van Dalfsen aan de Vecht woonde. Hier
stichtte de Zwolse pastoor Arnoldus Waeijer in
1645 de statie ‘Broekhuizen’ met een schuilkerk.
Omdat de afstand naar die kerk toch wel erg lang
was, werden vanaf 1690 diensten gehouden in een
boerderij in de buurtschap Emmen.
Toen tien jaar later Johannes Josephus Kattenberg
uit Zwolle pastoor was geworden, verhuisde
de schuilkerk naar een boerenhoeve aan de vroeger
belangrijke Oude Twentseweg, die nu Oude
Wythmenerweg heet. Volgens een kroniekschrijver
van die tijd deed de pastoor dat ‘omdat daar
bijna geen ander als catholycken woonden alsof
hij nabij midden onder de gelovigen was van dit
tijdstip af.’ Uit een register van midden achttiende
eeuw van het schoutambt Zwolle blijkt dat 75
procent van de inwoners van Wijthmen katholiek
was. De schuilkerk van pastoor Kattenberg werd
het ‘Thoonenhuus’ genoemd en deed tot ongeveer
1770 dienst, waarna Gerardus Michael Hampzinck
de kerk verplaatste naar het meer centraal
gelegen Hoonhorst. In Wijthmen was men niet
blij met die verhuizing, waardoor sommigen uit
protest in Zwolle gingen kerken.
Omdat de parochie
Onze Lieve Vrouwe van
Altijddurende Bijstand
nog geen kerkgebouw
had, werd in de boerderij
van Jan Meiberg
aan de Erfgenamenweg
een noodkerk ingericht.
Meiberg schonk de
parochie een stuk land
ter grootte van zo’n drie
hectare, waarop niet
alleen de kerk, de pastorie,
het parochiehuis
en de r.k. school werden
gebouwd, maar ook een
kerkhof kwam.(Particuliere
collectie)
Het rooms-katholieke kerkhof. (foto Steven ten Veen)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 203
De Bataafse revolutie in 1795 zorgde er voor
dat in ons land alle godsdienstige gezindten gelijk
werden gesteld. De katholieken in Wijthmen en
Herfte moesten echter nog tot 22 december 1943
wachten voor de Aartsbisschop van Utrecht,
Johannes de Jong (1885-1955), voor deze buurtschappen
de parochie ‘Onze Lieve Vrouwe van
Altijd Durende Bijstand’ stichtte. Pastoor Theodorus
van Wee liet een schuur op het voormalig
‘Buiten Veldwijk’ tot gebedshuis verbouwen in
afwachting van een echt kerkgebouw. De grond
hiervoor werd geschonken door landbouwer
Meiberg; de eerste steen werd in 1950 gelegd door
deken Antonius F.J.M. de Wit (1891-1965). Een
jaar later kon de nieuwe kerk in gebruik worden
genomen.
Dankzij de eigen parochie bloeiden de sociale
contacten tussen Wijthmen en Herfte op. Pastoor
Van Wee richtte een toneelclub op, WIK (Willen
Is Kunnen) met dan nog wel aparte afdelingen
voor jongens en meisjes. Later ontstond uit WIK
de toneelstichting Sagezo (samenstelling van
Samen GEraapt Zooitje), die nog altijd actief is.
Er werd een voetbalclub opgericht met de veelbelovende
naam Eendracht Maakt Macht (EMS),
die een veldje tot zijn beschikking kreeg bij de
boerderij van Klink die uiteindelijk plaats moest
maken voor de Wijthmenerplas.
In februari 2001 ontstond door een fusie van
de parochie van Wijthmen en Herfte met nog vier
andere parochies de Zwolse parochie Thomas a
Kempis. Voor de parochie ‘Onze Lieve Vrouwe
van Altijd Durende Bijstand’ bleek dat al snel
grote gevolgen te hebben. Vier jaar na de fusie
werd namelijk besloten om de kerk aan de Erfgenamenweg
te sluiten. De heftige protesten leken
niets uit te halen. Maar toen op 22 november
2015 de sluitingsdienst werd gehouden, kregen de
parochianen groot nieuws te horen: het Bisdom
had besloten dat de kerk toch bleef bestaan. Een
eigen pastoor hebben de katholieken in Wijthmen
en Herfte echter niet meer. Het huis van de zielenherder
wordt nu bewoond door Jan Stappenbelt,
die grote bekendheid kreeg als persfotograaf van
De Telegraaf. In het parochiehuis is een softwarebedrijf
gevestigd, nadat het aanvankelijk een horecafunctie
had gekregen. Met dit soort problemen
werden de protestanten in Wijthmen niet geconfronteerd,
maar tot de bouw van een min of meer
monumentale kerk is het nooit gekomen. Lange
tijd hadden ze slechts de beschikking over een
bescheiden kerklokaal dat op 7 mei 1911 plechtig
in gebruik was genomen. Twee jaar daarvoor was
al een zondagsschool opgericht, later gevolgd
door een evangelisatievereniging. In 1949 stelde
Pastoor Van Wee.
(Collectie Gerard Hülsmann)
Meisjes bij een processie
door de tuinen van de
kerk. (Particuliere collectie)
De kerk Rehoboth, die
naast café De Mol staat.
(Collectie Gerard Hülsmann)
Het koor Zanglust van
Rehoboth in de jaren
zestig. (Particuliere collectie)
A. Kok een stuk grond aan de Heinoseweg naast
De Mol beschikbaar voor de bouw van een kerk.
Dominee C.D. van Noppen legde op 12 december
1949 de eerste steen en een jaar later kon het kerkgebouw,
dat als naam Rehoboth kreeg, in gebruik
worden genomen. Dat betekende tevens dat de in
1937 opgerichte zangvereniging een nieuw repetitie-
lokaal had gekregen.
Verzuiling
De twee grote levensbeschouwelijke stromingen
waren tot ongeveer de jaren zestig van de vorige
eeuw duidelijk zichtbaar. Wie katholiek was, kocht
brood bij bakker Jac. Israël en toen die gestopt was
bij Willem van de Kamp in de Kroesenallee. De
protestanten gingen naar bakker Jan Huzen aan
de Heinoseweg. Voor de meeste boodschappen
was men echter aangewezen op nabijgelegen dorpen
als Dalfsen en Heino, want het grote Zwolle
werd lang niet altijd als een logische winkelstad
beschouwd. Op cultureel gebied bestond de
splitsing tussen rooms en protestants eveneens.
Zang en toneel op één kussen was heel lang niet
mogelijk. Maar langzaam maar zeker groeiden de
beide bevolkingsgroepen toch naar elkaar toe, ook
omdat in de liefde religie veel minder een rol ging
spelen en katholieke jongens dus gingen trouwen
met protestantse meisjes en omgekeerd. Het eerste
signaal van de hechtere samenhang was in
1956 de oprichting van de begrafenisvereniging
Draagt Elkanders Lasten waarin bestuursleden
van beide religieuze richtingen zitting namen.
DEL, waarin de oude begrafenisvereniging van
Wijthmen opging, was in feite een voortzetting
van het noaberschap waarbij hulp bij het overlijden
van een buurtgenoot een belangrijk onderdeel
is. Met de keuze voor de plek waar de dode
begraven zou worden, had ze niets te maken. Voor
de katholieken was daarvoor het kerkhof achter de
parochiekerk aan de Erfgenamenweg de aangewezen
plaats. De protestanten lieten hun dierbaren
meestal op Bergklooster begraven.
Sport
De toenadering tussen de geloofsgemeenschappen
werd vooral in de sport goed zichtbaar. In
1960 leidde dat tot de opening van de ijsbaan
204 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
H.W.Z. (Herfte Wijthmen Zalné) aan de Kuyerhuislaan
en negen jaar later tot de oprichting
van de Sport Vereniging Wijthmen, waarvan
Johan Elshof (1939-1970) de eerste voorzitter
was. Gestart werd met voetbal op het terrein
achter herberg De Mol, waarvan uitbater Hennie
Smeenk zijn land om niet beschikbaar stelde.
Over de sportvereniging die in 1973 een nieuwe
accommodatie aan de Erfgenamenweg in gebruik
kon nemen en het Kulturhus dat naast de velden
werd gebouwd, staat een apart artikel in dit nummer.
De primeur voor het voetbal in de buurtschappen
had echter niet Wijthmen maar Herfte.
Hier werd in november 1922 de voetbalvereniging
Herfte opgericht, die zich als lid bij de Noord-
Centrale Voetbalbond aanmeldde. Als levensbeschouwing
werd ‘neutraal’ vermeld. De voetballers
speelden op een veldje aan de Watersteeg (nu
Kuyerhuislaan). Een lang leven was de club echter
niet beschoren. In het seizoen 1923/1924 werd
nog in de 2e klasse Oost gespeeld, maar nog geen
jaar later trok Herfte zich uit de competitie terug
om zich begin 1926 op te heffen.
Buitenplaatsen
De eigenaren van de buitenplaatsen hadden grote
invloed op de gang van zaken in de buurtschappen.
In 1737 was van de in totaal 608 hectare
landbouwland zo’n zestig procent in bezit van de
families Van Grootveld en Royer. Andere grondbezitters
waren afkomstig uit de elite van Zwolle
Rechts: De officiële
opening in 1960 van de
ijsbaan HWZ aan de
Kuijerhuislaan. Onder
de vlag voorzitter Hendrik
van Gerner, naast
hem burgemeester
Reinhard Crommelin
van Zwollerkerspel.
(Collectie Gerard Hülsmann)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 205
en Zwolse instellingen als het Hervormd Weeshuis.
Lokale bewoners bezaten slechts een klein
deel van het agrarisch gebied. Buitenplaatsen als
Soeslo in Wijthmen en Boschwijk en Landwijk
in Zalné bestaan nog altijd, evenals Helmhorst
in Herfte. Veldwijk in Wijthmen, een buitengoed
dat door een gracht was omgeven, werd in 1856
gesloopt om er een boerderij neer te zetten. Een
van de eigenaren van deze buitenplaats had een
zeer opvallende naam: Otto Maximiliaan Theodorus
Adolphus baron van Hugenpoth tot Aerdt. In
Herfte verdwenen Assevoort, dat ook wel Hassenvoort
werd genoemd en Huize Den Valkenberg.
Het landhuis op Soeslo is in 1815 gebouwd,
maar een buitenhuis (spijker) stond er al veel langer
en is er achter het grote huis nog altijd. Lange
tijd was het in het bezit van de gerenommeerde
Zwolse familie Roijer. In 1965 kwam Soeslo in
handen van de gemeente Zwolle, waarna een tijd
aanbrak waarin het landhuis in verval raakte. Van
1983 tot 1992 was het Gereformeerd Vormingsinstituut
in Soeslo gevestigd.
Buitenplaats Boschwijk ligt langs de Heinoseweg
tussen Zwolle en Wijthmen en werd in
1770 gebouwd. De bekendheid dankt zij aan de
eerste bewoner, de beroemde dichter Rhijnvis
Feith (‘Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als
een schaduw heen’). In 1950 werd het landgoed
gekocht door de gemeente Zwollerkerspel als
ambtswoning voor burgemeester Slager. Een
jaar later werd een vleugel van het landhuis ingericht
als raadszaal. De laatste vergadering van de
gemeenteraad van Zwollerkerspel werd er in 1967
gehouden, want per 1 augustus van dat jaar werd
de gemeente opgeheven en voor het grootste deel
aan Zwolle toegevoegd. Boschwijk is net zoals
Soeslo tegenwoordig in particulier bezit.
Scholen
In 1818 stichtte de gemeente Zwollerkerspel in
Wijthmen een openbare school, die tot 1931 bleef
Huize Soeslo. (foto Jan
van de Wetering)
Antonia van Dorf, hulp in de huishouding van de
familie Roijer, bij de voordeur van huize Soeslo.
(Particuliere collectie)
Huize Boschwijk. Later
werd het eigendom
van de gemeente Zwollerkerspel
en werden
er raadsvergaderingen
gehouden. Burgemeester
en later gedeputeerde
Crommelin woonde er
in die tijd. Na opheffing
van de gemeente Zwollerkerspel
werd Boschwijk
particulier bezit.
(Collectie Overijssel)
Rhijnvis Feith. (Collectie
Overijssel)
Sorghvliet. In 1989 werd de school gesplitst in een
afdeling voor moeilijk opvoedbare kinderen en
een afdeling voor langdurig zieke kinderen. Op
het hoogtepunt, zo rond 2010, telde De Ambelt
zestienhonderd leerlingen, daarbij inbegrepen die
van de vestigingen buiten Herfte. Taxibusjes reden
over de Herfterlaan af en aan om de kinderen naar
school te brengen en weer op te halen. De Wet
passend onderwijs van 2014 zorgde ervoor dat het
leerlingenaantal sterk zou dalen. De tijd dat toenmalig
bestuursvoorzitter Frits Prins in de film
‘100 jaar Ambelt’ zei dat het in Herfte een wirwar
van gebouwen was, dat spottend wel eens woonwagenkamp
De Ambelt werd genoemd, is definitief
voorbij. Er rijden nu minder busjes van en
bestaan. De grondwetswijziging in 1917, die het
mogelijk maakte dat ook bijzondere scholen financiële
steun van het rijk kregen, resulteerde in 1922
in de bouw van een school op protestants-christelijke
grondslag in Wijthmen. De kinderen van de
katholieken gingen naar school in Hoonhorst tot in
1932 ook in Wijthmen een katholieke school werd
geopend. Die werd gehuisvest in de voormalige
openbare school. Toen in de jaren zestig van de
vorige eeuw bleek dat dit gebouw niet meer aan
de eisen voldeed, werd naast de katholieke kerk
aan de Erfgenamenweg (nu Valkenbergweg) een
nieuwe school gebouwd. In 1992 bleek dat het
voortbestaan van zowel de protestants-christelijke
als katholieke school in gevaar kwam vanwege het
alsmaar teruglopend aantal leerlingen. Die situatie
mondde uit in een schoolstrijd.
Naast de twee lagere scholen was er in de
eerste helft van de vorige eeuw nog een onderwijsinstelling
in Herfte. Het betrof de zogeheten
Buitenschool, die werd gesticht door de Zwolse
Vereniging tot bestrijding van Tuberculose, die
in 1919 grond aankocht van het landgoed de
Helmhorst. Aanvankelijk was er nog sprake van
een dagcentrum voor tbc-patiënten, maar toen
in 1928 het landgoed De Ambelt kon worden
gekocht dankzij een gift van het Zwolse schoolhoofd
Gjalt Kuiper (hij had kinderen die aan
tbc waren gestorven), ontstond de mogelijkheid
om een school aan het centrum toe te voegen.
De Buitenschool, die later De Ambelt als naam
kreeg, groeide uit tot een belangrijk orthopedagogisch
centrum in ons land.
De latere uitbreidingsnoodzaak resulteerde
in nieuwbouw en de aankoop in Herfte van een
aantal boerderijen, het Kastjeshuis en Huize
206 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Een foto uit 1925 van
het dagsanatorium, dat
van hout was gemaakt.
(Archief Ambelt)
Dokter van Tienen.
(Particulier bezit)
Het stationnetje
In Herfte was ooit een halte van de trein tussen Zwolle en
Emmen (toen zelfs met Stadskanaal als eindpunt). Het
piepkleine station was in bedrijf tussen 15 januari 1903
tot en met 5 mei 1941. Op het simpele perron was geen
spoorwegpersoneel aanwezig en de machinist liet de trein
alleen stoppen als er iemand had aangegeven uit te willen
stappen of als er iemand op de trein stond te wachten.
Van die oude stopplaats is niets meer terug te vinden.
Ze bevond zich vanaf de spoorwegovergang op de Valkenbergweg
een paar honderd meter in de richting van
Zwolle, waar de lijn naar Emmen zich afsplitste van de
lijn naar het noorden. Vooral bezoekers en kinderen van
De Ambelt maakten er veel gebruik van.
De stopplaats Herfte-Veldhoek op de spoorlijn Zwolle-
Emmen. De eerste trein die er stopte was vol kinderen
die op de Buitenschool (nu Ambelt) zaten. (Collectie
Overijssel)
gemeente is het de taak om net zoals met evenementen
in Zwolle deze overlast tot een minimum
te beperken. Van de golfbaan ondervindt niemand
in de buurt hinder. Leden van de Zwolse Golfclub
sloegen hun eerste holes overigens begin jaren
negentig op een stuk grasland nabij Sauna Swol.
Voor Wijthmen is het een verademing dat
sinds 2020 het verkeer niet meer over maar naast
de Heinoseweg raast, nu er een vierbaans autoweg
tussen Zwolle en de afslag naar Hoonhorst
is gekomen. Als er, zoals de plannen zijn, ook
nog vanaf die N35 een aftakking richting Dalfsen
komt, is Wijthmen helemaal autoluw geworden.
Die rust biedt kansen om het authentieke karakter
van het dorp te bewaren en te koesteren. Doordat
op de Kroesenallee dan geen doorgaand verkeer
richting Dalfsen meer mogelijk is, ontstaat de
mogelijkheid om van dit stukje Wijthmen een
dorpskern te maken die de sociale samenhang
tussen de bewoners nog verder zal versterken. De
innige band die er met Herfte en Zalné is zal nog
lang blijven bestaan. Een band die zichtbaar wordt
tijdens de zogenaamde ‘Grassparty’ die jaarlijks in
Wijthmen wordt gehouden.
naar Herfte, maar de omwonenden vinden het op
de Herfterlaan nog altijd (te) druk.
Veranderingen
Voor de bewoners van de drie buurtschappen is
er veel veranderd. De invloed van Zwolle is steeds
duidelijker zichtbaar geworden en vormt voor de
toekomst een gevaar voor het behoud van dit karakteristiek
stukje ‘Zwols platteland’. De weilanden, de
beplantingen die de eigenaren van landgoederen
lieten aanleggen, de zandruggen die voor hoogteverschillen
zorgen, dit alles maakt van Herfte, Wijthmen
en Zalné een gebied waar wandelaars en fietsers
heel graag naartoe komen. ‘Wijthmen zou zichzelf
recreatief kunnen versterken’, is de overtuiging van
Janco Cnossen, die eerst als wijkwethouder en nu
als voorzitter van Stichting Ouderenzorg Wijthmen
meedenkt over de toekomst van het dorp.
Recreatie is er trouwens al, maar dan van een
heel andere orde en op een grote schaal. Dan gaat
het over de Wijthmenerplas en de golfbaan met
achttien holes. Die ontwikkeling werd ingeluid
door de aankoop in 1964 van een aantal percelen
grasland door de firma Van Ossel uit Zoetermeer.
Zij kreeg van de gemeente een vergunning om er
zand te winnen, dat werd gebruikt voor de aanleg
van wegen rond Zwolle en het ophogen van
nieuwbouwwijken. In 1974 werd de miljoenste
kubieke meter zand afgevoerd. De zandwinning
was toen in handen gekomen van de gebroeders
Tielbeke uit Lemelerveld. Uiteindelijk ontstond er
een plas met een grootte van ongeveer 22 hectare.
Dat die een recreatieve functie zou krijgen, was al
in1964 bij het afgeven van een ontgrondingsvergunning
door de gemeente bepaald. Inclusief het
land eromheen is het recreatiegebied Wijthmenerplas
circa vijftig hectare groot. Honderdduizenden
mensen komen er tijdens de zomermaanden
verpozing zoeken. De bewoners van Herfte,
Wijthmen en Zalné hebben er over het algemeen
weinig last van, omdat ze redelijk ver van de plas
wonen en de parkeerproblemen die aanvankelijk
bij de Erfgenamenweg en Valkenbergweg
ontstonden, zijn opgelost. Maar anders ligt dat
met de evenementen die zo nu en dan bij de plas
worden georganiseerd. Die kunnen namelijk tot
geluidsoverlast voor omwonenden leiden. Aan de
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 207
Luchtfoto van de Wijthmenerplas.
(foto Rick
van der Kamp)
208 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Niet alleen vanwege de aanwezigheid van de
agrarische sector kon de Heinoseweg in het
verleden het centrum van bedrijvigheid in
Wijthmen worden genoemd. Dat begon al net buiten
Zwolle in Zalné, waar tegenover landgoed Boschwijk
een groentehandel en een automobielbedrijf waren
gevestigd en eindigde voorbij De Mol, waar loonbedrijf
Mulder-Eijkelkamp nog altijd de grootste werkgever
van Wijthmen is. Van al die bedrijvigheid is het
grootste deel verdwenen maar tot achteruitgang, laat
staan verloedering, heeft dat niet geleid. De mensen
in Wijthmen, Herfte en Zalné houden niet van stilzitten,
maar steken liever de handen uit de mouwen.
Dat blijkt in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld uit
het grote aantal zzp’ers dat de buurtschappen telt. In
dit artikel beschrijven we de bedrijvigheid langs de
Heinoseweg vanuit Zwolle in de richting van Heino
door de eeuwen heen.
Wie vóór 1967 vanaf de Wipstrikkerallee de
bebouwde kom van Zwolle verliet, hoefde bij wijze
van spreken maar een paar stappen te zetten om
op het grondgebied van de gemeente Zwollerkerspel
te staan. Daar, aan de Heinoseweg voorbij de
spoorlijn richting noorden, stond het markante
landhuis waar de beroemde dichter Rhijnvis Feith
woonde. Nadat er om hem te parafraseren uren,
dagen, maanden en jaren als een schaduw vervlogen
waren, hadden Stel en later Berend aan ’t Rot
er een groente- en fruithandel en Gait Mestebeld
een autobedrijf. Van die zakelijke activiteiten is
niets meer terug te vinden, of het zou het Heuvelhuis
moeten zijn waar een van de zoons van
Mestebeld woonde. Het bedrijf dat in 1937 in
Ittersum werd opgericht en in de jaren zestig naar
de Heinoseweg verhuisde, bestaat nog steeds en
is uitgegroeid tot een internationaal opererende
onderneming die in trucks handelt. Sinds een paar
jaar is ze onder leiding van Manfred Mestebeld,
de kleinzoon van de oprichter, in Lemelerveld
gevestigd.
Te Siepe Wegenbouw is er onder deze naam
niet meer maar is opgegaan in KWS (Koninklijke
Wegenbouw Stevin). Het hoofdkantoor van
Te Siepe stond in Ittersum, waar een grote stoomwals
nog aan die tijd herinnert. Op een terrein aan
de Heinoseweg, waar nu ongeveer het sorteercentrum
van Post NL pakketten staat, liet het bedrijf
in de jaren zestig van de vorige eeuw een asfaltfa-
Luchtfoto Heinoseweg. (foto Rick van der Kamp)
Heinoseweg jaren vijftig. (Particuliere collectie)
De Heinoseweg, centrum van
bedrijvigheid
Gerard Hülsmann
Steven ten Veen
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 209
briek bouwen. Hendrik van Gerner (onder andere
bekend als voorzitter van de ijsclub HWZ), die er
precies tegenover een boerderij had, verhuurde
de grond en zei tegen iedereen die het maar horen
wilde dat hij nog nooit een betere melkkoe had
gehad. Of dat enthousiasme in de buurt werd
gedeeld, valt te betwijfelen. Het gloeiend hete
asfalt dat door vrachtwagens werd uitgereden,
verspreidde namelijk een allesbehalve prettige
lucht. De ‘Mölle’ werd het fabriekje genoemd,
waarvan Bernhard de Ruiter de baas was. Samen
met vrouw en kinderen woonde hij in een salonwagen
die niet ver van de molen stond.
Van huize Zalné naar De Mol
Verscholen achter de geluidswal van de N35 staat
huize Zalné, dat in zijn bestaan voornamelijk een
woonfunctie had, tegenwoordig in combinatie met
een B&B. Gerhardus Bos en zijn zoon Hermen lieten
het statige huis in 1919 bouwen. Een bijzonderheid
is dat zij op het dak een bel plaatsten die aangaf
wanneer het personeel mocht ‘schaften’. Tijdens
de Tweede Wereldoorlog diende huize Zalné als
opvang voor de zusters Dominicanessen van het
Catharina Apostolaat, die hun onderkomen aan
Leo Major
Op de avond van 13 april 1945 verschenen twee Canadese
soldaten, Leo Major en Willie Arsenault (links), op het
erf van boer Van Gerner aan de Heinoseweg. Ze wilden
weten hoe ze op een veilige manier Zwolle konden bereiken,
waar ze moesten uitzoeken hoe het met de verdediging
van de stad door de Duitsers gesteld was. Toen ze
korte tijd later bij de spoorwegovergang waren, werden ze
beschoten door Duitse soldaten waarbij Arsenault om het
leven kwam. Major bracht het lichaam van zijn vriend
de volgende ochtend naar de boerderij van Van Gerner,
maar niet nadat hij zijn missie had volbracht. Zijn boodschap
dat er in Zwolle nauwelijks sprake van verdediging
was, behoedde de stad voor een bombardement en leverde
hem er eeuwige roem op. De boerderij van Van Gerner
ging in februari 1986 in vlammen op waarna alleen het
woonhuis werd herbouwd.
De asfaltfabriek van Te Siepe. (Particuliere collectie)
210 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
de Burgemeester van Roijensingel op last van de
bezetters moesten verlaten. Pastoor Theo van Wee
kwam er in 1943 en 1944 elke dag de Heilige Mis
lezen. In de jaren zestig was in huize Zalné de praktijk
van notaris Erftemeijer gevestigd.
Even verderop stond De Zon, maar in Wijthmen
zei iedereen ‘de Zunne’. De boerderij annex
café werd in 1845 gebouwd, was jarenlang een
belangrijke pleisterplaats voor reizigers van en
naar Twente, maar ook een geliefd kroegje om een
borrel te drinken. Volgens overlevering kwamen
er veel stropers over de vloer. Iedereen in de buurt
kende broer en zus Gait en Toos Reuvekamp, de
eigenaren van de Zunne. Gait deed de boerderij,
Toos zwaaide met strenge hand de scepter in het
café. Omdat broer en zus katholiek waren, werd
hier de oprichting van een eigen kerk in Wijthmen
bezegeld. In 1970, na het overlijden van Toos, die
in haar testament de kerk rijkelijk bedeelde, hield
De Zon op te bestaan. Het pand werd gekocht
door Johan en Jenny Onderdijk die er een melkveebedrijf
begonnen, alsmede de teelt van bloemen.
In 1991 stapten zij over naar vleesvee. In
2017 moest het pand wijken voor de aanleg van de
nieuwe N35. Het had nogal wat voeten in de aarde
voor met de sloop kon worden begonnen, want
toen het pand leeg was, bleken dwergvleermuizen
het in bezit te hebben genomen en toen die eindelijk
waren vertrokken, werd asbest aangetroffen.
Een eindje verder van de N35 kreeg het echtpaar
Onderdijk een nieuwe woning met bedrijfsruimte.
Huize Zalné, gebouwd
in1919 in opdracht van
Gerhardus Bos. Tijdens
de oorlog woonden de
zusters Dominicanessen
van het Catharine
Apostolaat er en was
het een centrum van
sociale activiteiten.
(Particuliere collectie)
Benzinestation Nuri
Aan de Heinoseweg stond vanaf de jaren zeventig het benzinestation van
Nuri Bakaryildiz, die in 1965 als arbeidsmigrant vanuit Turkije naar ons land
was gekomen en in Zwolle een succesvolle carrière als ondernemer opbouwde.
Hij zorgde bijvoorbeeld voor de primeur van een autowasstraat, die onder zijn
voornaam, maar met een andere eigenaar, nog altijd aan de Ceintuurbaan te
vinden is. Nuri was manager van het tankstation op de Brink toen hij in 1974
het benzinestation overnam van Eshuis, die op last van Rijkswaterstaat met
zijn pompen van de Ganzepan naar deze plek moest verhuizen. Ook al omdat
er goedkoop kon worden getankt, kreeg Nuri veel klanten, maar de locatie was
verre van veilig vanwege de auto’s die er plotseling afsloegen of de weg op draaiden.
Het leidde er uiteindelijk toe dat Nuri zijn station in 1993 moest sluiten.
Het benzinestation van Nuri Bakaryildiz, die rechts zelf bij de pomp staat.
(Particuliere collectie)
Café De Zon, voor de mensen in de buurt de Zunne,
was niet alleen een pleisterplaats voor reizigers, maar
ook een plek waar stropers graag een borrel kwamen
drinken. Het achterste gedeelte van het pand was
overigens gewoon een boerderij. (foto Jan Drost)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 211
Aan dezelfde kant van de Heinoseweg vlogen
de karts over de baan van Karba. Daar voorbij lag
de rijwielzaak van Gerrit Marsman, hoewel het
woord zaak misschien wel een beetje overdreven
was voor zijn onderneming. De winkel bestond
uit een klein kamertje van het al even kleine
woonhuis waar voornamelijk onderdelen stonden
en wie een nieuwe fiets wilde kopen, moest
die uitzoeken bij de fabriek van Union in Den
Hulst (Nieuwleusen). Achter het huis repareerde
Marsman fietsen, bijvoorbeeld die van kinderen
van de christelijke school, die aan de andere kant
van de weg stond. Als je vroeg wat de reparatie
kostte, zei hij meestal: ‘Geef maar een dubbeltje of
een kwartje’. Mijn ouders vroegen zich wel eens af
waar Marsman van leefde’, herinnert Hennie van
Ittersum-van Gerner uit Wijthmen zich. Het pand
werd later afgebroken om er een nieuw huis voor
in de plaats te zetten.
De Mol
Wat de Librije is voor fijnproevers is De Mol voor
mensen die ‘gewoon’ lekker en niet te duur willen
eten. Het café dankt zijn naam aan de man die het
in 1732 heeft gesticht, Herm Mol. Overal langs
de weg tussen Zwolle en Twente met het Duitse
achterland stonden herbergen waar vermoeide
reizigers een maaltijd konden gebruiken, postkoetsen
halt hielden om de paarden uit te spannen
en marskramers de nacht doorbrachten. Mol
kocht de ‘Caterstede den witte Belt’ op een veiling
en gaf het de naam ‘De Mol’. Ruim een eeuw lang
was het in bezit van deze familie. In 1895 werd
Hermannus Westenenk, die behalve landbouwer
ook wethouder in Raalte was, de nieuwe eigenaar.
In 1905 verpachtte hij het café aan Dieks Smeenk,
die er ten slotte in 1929 inclusief het omringende
land eigenaar van werd voor een bedrag van
veertienduizend gulden. Zijn dochter Gerrie en
haar man Henk Teusink namen in 1974 de exploitatie
over en sinds 2006 doen Henry en Mariëtta
Teusink dat. Door de aanleg van de nieuwe N35
Gerrit Marsman. (Particuliere collectie)
Luchtfoto van café
De Mol met op de achtergrond
het dorp
Wijthmen. (foto Rick
van der Kamp)
De oudst bekende foto
van De Mol. Voor het
café staan familieleden
van de eerste generatie
die het café exploiteerden.
(Particuliere collectie)
212 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
vroegen zij zich bezorgd af of dat niet ten koste
van hun bedrijf zou gaan, maar nog altijd weet
iedereen De Mol te vinden. Ook de vele vrachtwagenchauffeurs
die in het café een douche nemen,
een maaltijd gebruiken en vervolgens de nacht
doorbrengen in de cabine van hun wagen op het
parkeerterrein dat eens het voetbalveld van de
SV Wijthmen was. Café De Mol, met op de gevel
een bord met de figuur van een mol op een molshoop
en de tekst ‘Al vroetende komt men er door’
staat op de Rijksmonumentenlijst.
Schuin tegenover De Mol hadden de broers
Albert, Peter en Martend Lindeboom een aannemersbedrijf.
Peter had er overigens nog een baantje
bij. Als een koe een dood kalf droeg of het kalf
bij de geboorte te zwaar was, werd hij gebeld om
als ‘koeienverloskundige’ hulp te verlenen. Bovendien
was hij ook nog imker. Als laatste van de drie
broers overleed hij in 1999. Het jaar daarvoor was
hij slachtoffer van een nachtelijke overval geworden,
waarbij hij ernstig werd mishandeld. De
daders zijn nooit gepakt.
Concurrentie
Terug naar het begin van de Heinoseweg, bij de
boerderij van Van Gerner. De volgende bedrijvigheid
richting Wijthmen was de caravanhandel van
de familie Krul gevolgd door Vels die bij boeren
langs ging om textiel aan de man te brengen en Jan
Smid waar je petroleum kon kopen. Bij Jan Pieters
kon men terecht als de hulp van een installateur
moest worden ingeroepen. Maar hij had ook een
Henry Teusink van de
vierde generatie van de
familie Smeenk zwaait
nu de scepter over het
café-restaurant annex
chauffeurscafé. (foto
Frans Paalman)
Sauna Swol
In 1979 kochten Gerrit en Willy Bredenhof, enkele
honderden meters verder vanaf De Mol richting
Heino, een boerderij met land. Zij waren op dat
moment eigenaar van een sauna in de Van Karnebeekstraat
in Zwolle, die uit zijn jasje was gegroeid.
De plek die zij voor Sauna Swol hadden uitgekozen
was bij uitstek geschikt voor een dergelijke onderneming:
gemakkelijk bereikbaar en onopvallend
te midden van een mooi landelijk gebied. In 1999
namen dochters Minoes en Esther de leiding over
en in 2012 werd een omvangrijke verbouwing
afgerond. Toen vijf jaar later het 45-jarig bestaan
kon worden gevierd, was Sauna Swol uitgegroeid
tot een modern bedrijf dat in alle opzichten kon
voldoen aan de eisen die aan een dergelijke onderneming
worden gesteld. Helaas maakte oprichter
Gerrit Bredenhof dit feest niet mee. Hij kwam door
een ongelukkige val in de Rehoboth kerk die naast
De Mol staat om het leven.
Het complex van sauna Swol. (foto sauna Swol)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 213
winkel met huishoudelijke artikelen en je kon bij
hem je fiets laten repareren of een nieuw exemplaar
aanschaffen. Wijthmen was met drie rijwielzaken
(Marsman, Pieters en Pot aan de Kroesenallee) zo
rijkelijk bedeeld, dat het aanbod groter was dan de
vraag. De concurrentie die dat opleverde bestaat
niet meer want een fietsenwinkel is er in Wijthmen
niet meer. Ook is er geen bakker meer. Daarvan
had het dorp er ooit twee. Bij Jan Huzen op de hoek
Heinoseweg/Kroesenallee werd ‘protestants brood’
gebakken, terwijl de katholieken het brood kochten
bij Willem van der Kamp in de Kroesenallee, die
deze bakkerij had overgenomen van Jacobus Israël.
Maar dan kwamen er dagelijks ook nog bakkers uit
Zwolle, Dalfsen en Heino naar Wijthmen om klanten
te bedienen. Geen wonder dat Van der Kamp er
op een gegeven moment letterlijk en figuurlijk geen
brood meer in zag en ook Huzen met zijn nering
stopte. Op deze plek is nu het autobedrijf van
Willems gevestigd.
Wijthmen heeft ook nog een derde café gehad.
Het heette ‘de Poppenallee’ en stond tegenover bakkerij
Huzen op de andere hoek van de Heinoseweg
en de Kroesenallee die aanvankelijk net zoals verder
op het grondgebied van Dalfsen Poppenallee
heette. De straatnaam werd veranderd ter herinnering
aan de joodse familie Kroesen die hier voor de
oorlog woonde. Het café werd vooral door boeren
die van en naar de markt in Zwolle gingen bezocht.
Zij konden er met paard en wagen zo naar binnen
rijden. Maria Huis in ’t Veld-Dute stond achter het
buffet, haar man Gerardus in het achterhuis, waar
hij schoenen repareerde. ‘De Poppenallee’ hield al
ver voor de oorlog op te bestaan, want Maria overleed
in 1924 en haar man in 1939.
Andere bedrijvigheid
Onze tocht langs de Heinoseweg eindigt ten slotte
op de plek waar het loonbedrijf van Mulder-
Eijkelkamp staat. Gait Mulder, later opgevolgd
door zijn zoon Theo, begon met de dienstverlening
aan boeren die bij zaken als oogsten en hooien
wel hulp konden gebruiken. De activiteiten
breidden zich in de loop der jaren steeds verder
uit, zeker nadat het tot een samenwerking met
Frans Eijkelkamp was gekomen. Het loonbedrijf is
nu met meer dan vijftig man personeel de grootste
werkgever van Wijthmen. Ook de bedrijvigheid
aan de Kroesenallee moet nog worden genoemd.
Naast de al genoemde bakker Van de Kamp waren
hier nog de smederij en werkplaats van de firma
A.A. Pot en Zn., schoenmaker Rienties en de winkel
van Sinkel van Anton Boeve.
Voor het verkeer leverde de Heinoseweg veel
gevaar op. Zoveel gevaar zelfs dat ze wel de ‘dodenweg’
werd genoemd. Met name op drie plaatsen
was het oppassen geblazen: de bocht ter hoogte van
Karba, de bocht bij Lindeboom en de kruising met
de Kroesenallee. Er zijn verschrikkelijke ongelukken
gebeurd, die ook mensenlevens hebben gekost.
Eerdere ingrepen zorgden al voor meer verkeersveiligheid,
maar nu de nieuwe N35 er is gekomen
rijdt er op de oude Heinoseweg nauwelijks nog
verkeer. Het wachten is nu nog op een nieuwe weg
vanaf de N35 naar de Poppenallee en dan is Wijthmen
een autoluw dorp geworden.
Bij Jan Huzen werd het ‘protestantse brood’ gebakken.
(Particuliere collectie)
Links: Café de Poppenallee zat ver voor de oorlog op
de hoek van de Heinoseweg en de Kroesenallee, die
toen nog Poppenallee heette. Voor het café staat Dien
Huis in ’t Veld (rechts), dochter van de uitbaatster,
samen met een vriendin. (Particuliere collectie)
Gerard Huis in ’t Veld
en Maria Dute. (Particuliere
collectie)
Peter Lindeboom met
zijn bijenkorven. (Particuliere
collectie)
Gait Mulder (links) en
naast hem Bernard Klink.
(Particuliere collectie)
Bakker Van der Kamp.
(Particuliere collectie)
Van ‘stadion De Mol’
naar de Elshof | Bij voetbalclub Wijthmen
staat de deur altijd open
Gerard Hülsmann
Koen Nijmeijer
214 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Waar anders dan in Café-restaurant De
Mol kunnen de plannen beraamd zijn
om in Wijthmen een voetbalclub op te
richten? Na een gezellig partijtje biljarten brachten
Dieks Smeenk en Jan Groters dat onderwerp in
1969 ter sprake. Beide mannen waren lid van de
voetbalvereniging in Heino, waar op zondag werd
gespeeld en met name tijdens de herfst tot hun
ongenoegen veel wedstrijden op het laatste moment
werden afgelast waardoor hun hele weekeinde in
de war raakte. Tonnie Vosman, die het gesprek
aanhoorde, kende dat probleem als lid van de voetbalclub
in Hoonhorst ook. En zo stond er in De Mol
een drietal op dat Wijthmen een voetbalvereniging
zou gaan bezorgen.
Natuurlijk moesten er nog wel wat problemen
worden opgelost. Zou er in Wijthmen en Herfte
wel voldoende animo zijn om lid van de club te
worden en waar zou er moeten worden gespeeld?
Sportvelden had men in de beide buurtschappen
immers niet. Maar intussen zorgde het thuisfront
er wel voor dat Smeenk, Groters en Vosman hun
droom niet zouden opgeven. Hun echtgenotes
wilden maar wat graag dat hun mannen èn dichterbij
huis èn op zaterdag zouden gaan voetballen.
Zaten ze op zondag niet helemaal alleen thuis met
de kinderen…
Stencils werden rondgebracht om de bewoners
van Herfte en Wijthmen op de hoogte te brengen
van hun plannen en dat leverde zoveel respons
op dat aan de levensvatbaarheid van de nieuwe
voetbalclub niet hoefde te worden getwijfeld.
Maar hoe zat het met een speelveld? Ook dat
probleem werd snel opgelost. Hendrik (Hennie)
Smeenk van De Mol (vader van Dieks) had een
stuk land achter het café-restaurant liggen dat hij
wel beschikbaar wilde stellen. ‘De Molle’, die zijn
koeien in de stal achter het café nog met de hand
molk, had stiekem natuurlijk ook een zakelijk
belang, want de derde helft zou mooi in de oergezellige
dorpskroeg (met ouderwetse potkachel)
worden gehouden. Naast de rijkelijk gevulde
glazen bier, zo bedacht de cafébaas zich met handelsgeest,
zouden de schalen met kroketten van de
geliefde uitbaatster Derkie gretig aftrek vinden en
voor een flinke stijging van de omzet zorgen. Zo
gebeurde het.
Zaterdag
Op 28 april 1969, uiteraard in De Mol, werd de
vereniging officieel opgericht en een kleine maand
later een bestuur gekozen, waarvan Johan Elshof
voorzitter werd, Jan Groters secretaris en Rein
Visscher penningmeester. Visscher was vanuit de
Zwolse Berkumstraat (naast de melkfabriek) op
zoek naar een huis in Wijthmen terechtgekomen en
had zich moeiteloos aangepast aan het buitenleven.
Hij was één van diegenen, die zich achter de schermen
van de dorpsgemeenschap onmisbaar maakte
en tal van klussen met de spreekwoordelijke gezelligheid
combineerde. Zoals bijvoorbeeld ook Harm
Rienties en Willy en Marietje Rosendaal en later
Jan van der Kolk, Wim Meijerman en Sjors Jansen
Van links naar rechts:
Dieks Smeenk, Jan Groters,
Tonnie Vosman
en de eerste voorzitter
Johan Elshof (1939-
1970). (Particuliere
collectie)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 215
of Lorkeers dat jarenlang deden. Zij vormen slechts
een kleine afspiegeling van het immense vrijwilligerskorps
in de loop der jaren. Nee, aan vrijwilligers
heeft het in Wijthmen nooit ontbroken. En
nog steeds draait de club louter op vrijwilligers,
tegenwoordig een bijna onbegonnen opgave.
Om de club ook open te stellen voor andere
sporten werd als naam Sportvereniging Wijthmen
(SV Wijthmen) gekozen. De keuze om op zaterdag
te spelen was eigenlijk voor de oprichting al
een feit. Het betekende ook dat de mensen die op
zondag in het naast De Mol gelegen Rehoboth ter
kerke zouden gaan, geen hinder van schreeuwende
voetballers zouden hebben.
Met Henk Nijmeijer als een soort technisch
directeur, die aanvankelijk ook de trainingen verzorgde
– twee keer per week was er een conditieloop
over Soeslo waarbij hij op zijn Solex achter de
groep reed – bereidde de SV Wijthmen zich voor
op de start van de competitie. Intussen werd het
bestuur met de nodige problemen geconfronteerd.
Rein Visscher, in het dagelijks leven werkzaam
als landmeetkundige, was bijvoorbeeld tot de
ontdekking gekomen dat het veld achter De Mol
een paar vierkante meter te klein was om aan de
spelregels van de voetbalbond te voldoen. Stichting
Hervormd Weeshuis Zwolle bracht uitkomst. Zij
stelde een strook aangrenzende grond beschikbaar,
waardoor het probleem was opgelost, nadat verse
koeienvlaaien, paardenbloemen, konijnenholen
en molshopen waren verwijderd om de voetballers
ruim baan te geven. Jan Peters, die samen met zijn
vrouw het op steenworpafstand gelegen gezinsvervangend
tehuis ‘t Rechterink voor verstandelijk
gehandicapten runde en overdag werkzaam was bij
de IJssselcentrale, legde een paar lantaarnpalen aan.
Daardoor kon er ‘s avond bij licht worden getraind
en hoefde niet langer bij invallende duisternis een
beroep te worden gedaan op het licht van autolampen
langs de zijlijn.
Hennie en Derkie
Smeenk in 1960 met
(van links naar rechts)
hun drie zonen Henk,
Derk-Jan en Dieks.
(Particuliere collectie)
216 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Teil met water
Een ander probleem was het ontbreken van kleedkamers
en sanitaire voorzieningen. Besloten werd
dat de spelers zich maar op de deel van De Mol
– waar eerst de koeien stonden – moesten omkleden
en dat hier een teil met water zou worden
neergezet zodat ze zich konden wassen. Een dergelijk
primitieve voorziening wilde men de spelers
van bezoekende clubs niet aandoen. Die mochten
zich in de kelder van Rehoboth omkleden.
Zo kon het gebeuren, dat in de rust van de
wedstrijd boven de verhitte hoofden van de
bezoekende spelers werd gerepeteerd door de
christelijke zangvereniging Zanglust. Men kan
zich waarschijnlijk het verschil in toonhoogten
tussen beide partijen voorstellen. Stromend
water ontbrak ook hier en daarom moest er
gebruik worden gemaakt van een teil met water.
Wat dit betreft baadden de scheidsrechters in
luxe. Zij mochten zich in een ruimte van De Mol
omkleden en, als ze dat wilden, de douche van de
familie Smeenk gebruiken. Die situatie duurde
echter slechts anderhalf jaar. Dankzij Te Siepe
kreeg de club toen de beschikking over enkele
barakken die als kleedkamers konden worden
gebruikt. De grote wastafels werden derdehands
via een zwager van Henk Nijmeijer aangeschaft
bij de voetbalvereniging in ‘t Harde, die ze op
haar beurt van de plaatselijke legerplaats had
overgenomen. Rechtsback Eef van Dam was
installatiemonteur en kon mooi de waterleiding
aansluiten.
De bal gaat aan het rollen
Op zaterdag 23 augustus 1969 ging de bal op het
veld achter De Mol voor de eerste keer echt rollen.
Wethouder J. Hubers verrichtte de aftrap en riep
de nieuwe club op om de spreuk boven de ingang
van De Mol, ‘Al wroetende komt men er door’, na
te leven. Dat met 6-2 van Nieuwleusen werd verloren,
mocht de pret niet drukken. Zeker niet voor
Herman Mulder die de primeur had om de eerste
voetballer in het bestaan van de SV Wijthmen te
zijn die een doelpunt in de competitie maakte.
Maar aan het einde van een geslaagd seizoen werd
de club wel in diepe rouw gedompeld door het
plotselinge overlijden van voorzitter Johan Elshof
die slechts 31 jaar oud was.
Het allereerste elftal van
het seizoen 1969-1970
met op de achtergrond
café De Mol. Boven van
links naar rechts Henk
Stoel, Hans Bendijk,
Joop Hekkink, Henk
Fidder, Wim Meijerman,
Henk Nijmeijer
(trainer), Aivo Jobben
(grensrechter), Eef van
Dam, Wim Beltman.
Onder van links naar
rechts Harry Klink,
Derk-Jan Smeenk,
Jan Wesseldijk, Dieks
Smeenk, Anton Logtenberg,
Frits van Dam
en Tonnie Vosman.
(archief VV Wijthmen)
Herman Mulder,
de maker van het
eerste doelpunt voor
SV Wijthmen. (archief
VV Wijthmen)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 217
Sterspeler
Tijdens haar bestaan heeft de vereniging tal van
hoogtepunten meegemaakt, zoals het winnen van
de KNVB-beker afdeling Zwolle in het seizoen
1970/1971. Absolute sterspeler van dat team was
topscorer Jan Wesseldijk. Hij kwam uit Delden
en was vanwege zijn werk als voorlichter bij een
landbouworganisatie in Zwolle neergestreken.
Wesseldijk was een ouderwetse spits, type stormram,
erg snel op de eerste meters, ging recht op het
doel af en had een vlammend schot. Ook was hij
een echte winnaar, die al juichte voor de bal over
de doellijn was teneinde de doelman te overbluffen.
Lange tijd speelde hij met een zakdoek in een
zakje achterop zijn voetbalbroek; trainen deed
hij in een oud shirt van voormalige ploeg Delden
(blauw-geel) en altijd in hetzelfde wollen trainingspak.
De finale om de KNVB-afdelingsbeker,
tegen de reserves van IJVV op Sportpark
De Marslanden, besliste hij met twee treffers binnen
de twintig minuten.
De te jong overleden Wesseldijk was een
energiek mens. Hij was op de zaterdag voor de
wedstrijd altijd in zijn ruim bemeten groentetuin
aan het werk of druk met het verzorgen van zijn
schapen en kwam altijd in tijdnood. Hij kwam
dan op het allerlaatste moment op de fiets bij De
Mol aangereden; de tas op het stuur omdat hem de
tijd had ontbroken het ding onder de snelbinders
te stoppen. Niet zelden was aanvoerder Dieks
Smeenk op de middenstip al druk bezig met de
toss als Wesseldijk in de verte aan kwam racen.
Trainer Nijmeijer had zich daar al een tijdje
aan geërgerd en overwoog in te grijpen. In de uitwedstrijd
tegen Rouveen was het zover. De oefenmeester
van de koude grond (ook bekend van de
organisatie van de Ster van Zwolle) besloot zijn
topscorer vanwege te laat komen naast hem op de
reservebank te laten beginnen. En hoewel Wijthmen
tot diep in de tweede helft tegen een achterstand
aankeek, deed Nijmeijer alsof zijn neus
bloedde. Wesseldijk liep zich intussen warm alsof
hij een stierenarena in moest, trapte de graspollen
eruit aan de zijlijn, maar mocht pas in de slotfase
opdraven. Met zijn winnende doelpunt bewees de
Twentse doelpuntenmachine het ongelijk en tegelijk
daarmee ook het gelijk van zijn trainer.
Henkie en Polleke
Een andere opvallende speler in de beginfase bij
Wijthmen was Henk (‘Henkie’) van ‘t Hul, een
echte, beweeglijke nummer tien en een echt gezelligheidsmens.
Hij had in de betaalde jeugd van
PEC en bij Berkum gespeeld. De Zwollenaar was
bij toeval komen aanwaaien, tot groot afgrijzen
van zijn vader en grootvader, zijn twee grote fans,
die geen wedstrijd oversloegen. De middenvelder
werd elke zaterdag als een prins in een zetel naar
de wedstrijd gereden. Maar eigenlijk was hun
(klein)zoon veel te goed voor Wijthmen, vonden
Links: Aanvoerder
Dieks Smeenk van SV
Wijthmen overhandigt
zijn collega Jan Dunnink
van Nieuwleusen
een bloemetje voor de
aftrap van de eerste
wedstrijd. Wethouder
Hubers kijkt toe.
(archief VV Wijthmen)
De legendarische Jan Wesseldijk in actie tijdens de
finale om de KNVB-afdelingsbeker tegen de reserves
van IJVV. (archief VV Wijthmen)
218 | jrg. 38 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
ze. Niet een heel gewaagde veronderstelling. Maar
niet heel uitnodigend voor de medespelers om
het vuur uit de sloffen te lopen voor een primadonna
tegen wil en dank, die in de ijdele hoop
op een betere voetbalomgeving werd volgestopt
met goedbedoelde adviezen van pa en opa. Die
kwamen erop neer: geen bal afspelen en vooral
zelf scoren. Toch was het doodzonde, dat Wijthmen
slechts anderhalf seizoen van Van ‘t Hul kon
genieten. De begenadigde spelverdeler brak zijn
been op het voetbalveld. Einde loopbaan. (Ook de
voormalige oprichters Tonnie Vosman en Dieks
Smeenk liepen een beenbreuk op in die periode,
het ging er destijds stevig aan toe in de derde
klasse van de onderbond.)
Niet veel later kwam Wim Hakkenhaar in het
eerste elftal. Deze frêle linksback woonde destijds
in de Zeeheldenbuurt en was met een collega uit
Wijthmen van de Ford-garage in Zwolle (Sietsma)
op de voetbal achter De Mol beland. Iedereen
noemde hem Hakkie of Polleke, zijn werkelijke
naam kende bijna niemand. Op zaterdagmiddag
rinkelde steevast de telefoon achter de bar in De
Mol: een medewerker van de Zwolse Courant aan
de lijn om te informeren naar de hoogtepunten en
doelpuntenmakers van de zojuist gespeelde wedstrijd.
Hakkenhaar had die middag voor de allereerste
keer gescoord en ook nog eens de winnende.
Maar hij moest vroeg naar huis en niemand
van de aanwezige stamgasten en voetballers kon
zijn correcte naam noemen. Nu werden in Wijthmen
velen bij een bijnaam genoemd. Zo speelden
er onder andere Sam (of Paco), de Aannemer,
Torres, Touwgien, Mauf, Goofie en Momfer. De
verslaggever toonde begrip en samen werd een
poging ondernomen een naam te bedenken die
nog iets op de echte leek. En zo kwam Wim Hakkenhaar
als doelpuntenmaker in de sportkrant
op maandag onder het Vlaams-Zwols klinkende
pseudoniem Polleke Akkena.
Nadat Wijthmen in 1969 de eerste promotie
(als nummer twee op de ranglijst) misliep door
een herindeling van de competitie, volgde het
eerste kampioenschap in 1973 in Windesheim
bij VSW. Goudhaantje in die wedstrijd was Frans
Mulder, de jongere broer van de allereerste doelpuntenmaker
van de club, met twee doelpunten.
VSW – Wijthmen (of andersom) is sindsdien
altijd een wedstrijd met een bijzondere lading
(ook wel derby genoemd) gebleven en nog steeds
treffen beide ploegen elkaar. Trainer toen was
Frits Stappenbelt uit Heino. Grensrechter was
de ervaren Rein Visscher, die debuteerde bij het
grote WVF uit de jaren zestig met toonaangevende
spelers als Aalt Docter, Johan Pannen,
Bé Zandink en Herman Schrijver, de postbode,
die later nog trainer van Wijthmen zou worden.
Visscher, in 1981 op 46-jarige leeftijd overleden,
stond bekend om zijn uiterst sportieve optreden
als vlaggenist. Als eerbetoon was zijn uitvaartdienst
in de voetbalkantine waaraan hij zelf had
helpen bouwen.
Een hoogtepunt van andere orde was de verhuizing
in 1974 naar een gloednieuw sportveldencomplex
aan de Erfgenamenweg. Hoe blij men
er ook mee was, het afscheid van ‘stadion De Mol
deed wel pijn. Het was er, hoe primitief ook, altijd
gezellig en er heerste een grote mate van kameraadschap.
De voetballers van weleer zullen die
tijd aan de Heinoseweg nooit vergeten. Op
15 januari 1977 verrichtte burgemeester Job Drijber
de officiële opening van het gemeenschapscentrum
dat bij de sportvelden was gebouwd. Het
kreeg als naam De Elshof, verwijzend naar de
eerste voorzitter van de club.
Het kampioensteam
1975-1976. Boven van
links naar rechts Rein
Visscher (grensrechter),
Gerard Klink, Wim
Beltman, Henk Kok,
Hans Bendijk, Wim
Hakkenhaar, Wim
Dommerholt, Louis van
Gurp, Frits Stappenbelt
(coach). Onder van
links naar rechts Henk
Smeenk, Bart Reuvekamp,
Frans Mulder,
Gerard Holterman,
Frans van Gurp en
Ben Ohms. (archief
VV Wijthmen)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 4 | 219
Kulturhus
SV Wijthmen werd uitgebreid met een afdeling
volleybal en een afdeling gymnastiek. Dat bleek
voor de voetballers aanleiding om in 1983 weer
zelfstandig te worden en als voetbalvereniging
Wijthmen verder te gaan. De band met de andere
clubs werd echter niet afgesneden door de oprichting
van de Federatie Sport Wijthmen waarvan
zowel volleybal en gymnastiek als voetbal deel
uitmaken. Ook dat tekende de saamhorigheid
van het dorp: als de mannen op hun favoriete
sport voetbal kunnen, dan moet er ook ruimte en
gelegenheid zijn voor de vrouwen. Oorspronkelijk
begonnen de volleybal en de gymnastiek in een
sportzaal van De Ambelt, om later te verhuizen
naar een zaaltje in het gemeenschapscentrum De
Elshof, dat in 2007 plaats maakte voor een nieuwe
accommodatie waarvan de omschrijving ‘Kulturhus’
onder meer duidelijk maakt dat zij ruimte
biedt aan allerlei activiteiten die in Wijthmen
en Herfte worden ontwikkeld. Sport komt in het
Kulturhus, dat officieel werd geopend door Erica
Terpstra, echter op de eerste plaats. Er is een kantine
voor sporters en bezoekers van wedstrijden,
er is een bestuurskamer, een massageruimte, een
gymzaal en er kunnen volleybalwedstrijden worden
gespeeld. Een belangrijk onderdeel van het
Kulturhus is de oecumenische basisschool.
En de verbintenis tussen De Mol en Wijthmen?
Beide blijven nauw met elkaar verbonden. Nadat
Hennie en Derkie Smeenk de start van de club hadden
mogelijk gemaakt met hun voormalige weiland
achter het café, speelden de drie zonen Dieks,
Derk-Jan en Henk in het eerste elftal. Maar ook de
kleinzonen Freddy, Dick en Henry (de huidige kastelein-
ondernemer) hebben jarenlang op het vlaggenschip
van de club gediend. De volgende generatie
is in opleiding en het lijkt – voor zover wij kunnen
inschatten – een kwestie van jaren of zij verdedigt de
rood-witte kleuren. Tenslotte staat de naam van het
monumentale en roemrijke café sinds vele jaren als
hoofdsponsor afgedrukt op het shirt van het eerste
elftal (destijds uitgezocht om zijn dieprode wijnkleur).
Nog steeds komen de voetballers en fans van
Wijthmen er graag verpozen.
De voetbalclub vierde drie jaar geleden
het vijftigjarig bestaan in een sfeer van groot
optimisme. De zorgen over vergrijzing en een
teruglopend ledenbestand werden namelijk weggenomen
door de plannen om op korte termijn in
Wijthmen meer dan honderd nieuwe woningen
te bouwen. De komst van nieuwe gezinnen zal de
club ongetwijfeld meer leden en nieuwe levenskracht
opleveren. Bovendien is de voetbalvereniging
Wijthmen, om de woorden van de huidige
voorzitter Robert Hulsmann te gebruiken, een
club waar de deur altijd voor iedereen open staat,
waar saamhorigheid heerst en waar gastvrijheid
en gezelligheid de boventoon voeren.
Links: De officiële
opening van De Elshof
werd verricht door burgemeester
Job Drijber.
(Collectie Gerard Hülsmann)
De bouw van het
Kulturhus met kantoorgedeelte.
Links

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2020, Aflevering 4

Door 2020, Aflevering 4, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
37e jaargang 2020 nummer 4 – 8,50 euro
Afscheid Annèt Bootsma – van Hulten Met egodocumenten én
interview Margriet Meindertsma
zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 207
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 206
Afscheid van het Zwols Historisch Tijdschrift
Annèt Bootsma – van Hulten 208
Louis Cohen in ‘Hotel de Houten Lepel’
Jan van de Wetering 212
De herinneringen van Steven van Egten
Annèt Bootsma – van Hulten 222
Burgers in een kleine stad
Steven van Egten (†) 224
Een rooms-katholiek jongetje in
het protestantse Zwolle in de jaren vijftig
Harry Koopman 243
‘Hoogtes van zeventig meter horen thuis
in Rotterdam, niet in Zwolle’
Gesprek met oud-wethouder Margriet
Meindertsma Koen Nijmeijer 254
Oud Nieuws – Jong talent voor oude stukken
Kiekès Agterom 267
Recent verschenen, digitaal 269
Recent verschenen 270
Mededelingen 271
Auteurs 273
Redactioneel
Voor u ligt het laatste nummer van 2020.
Het was een bijzonder jaar en dat geldt
ook voor dit tijdschrift. Niet alleen het
jaar loopt ten einde, maar ook het hoofdredacteurschap
van Annèt Bootsma. Maar liefst twintig
jaar heeft Annèt deze functie bekleed, naast de
vier jaar dat ze gewoon redacteur was. In die periode
is het Zwols Historisch Tijdschrift uitgegroeid
tot dit mooie tijdschrift. Zonder Annèt, ons
schaap met de zeven poten, zou dat onmogelijk
zijn geweest. Het laatste nummer van haar hoofdredacteurschap
heeft Annèt zelf ingevuld. Ze
heeft een voorliefde voor egodocumenten, die het
persoonlijke element in de geschiedenis zo goed
weergeven. Daarom is dit tijdschrift gevuld met
Zwolse egodocumenten: jeugdherinneringen van
Steven van Egten (†) en van Harry Koopman, een
enquête over de detentie van Louis Cohen en een
interview met Margriet Meindertsma.
Wat ook ten einde loopt is de rubriek
Suikerhistorie, want ook Wim Huijsmans stopt als
redacteur, na een carrière van maar liefst 35 jaar.
Met zijn enorme kennis van de Zwolse geschiedenis
is Wim altijd ons ijkpunt en onze vraagbaak
geweest.
Het zal raar zijn om in het volgende nummer
van het ZHT de namen van Annèt en Wim niet
meer in het colofon te zien staan. We zullen hun
enthousiasme en kennis enorm missen. Maar het
tijdschrift zal blijven bestaan met een vernieuwde
redactie, die gaat proberen om het hoge niveau
dat we hebben bereikt te handhaven. Zodat u ook
in het volgens jaar kunt blijven genieten van een
mooi tijdschrift.
De redactie wenst u goede feestdagen
en veel leesplezier!
206 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Cover: Scheidend eindredacteur Annèt Bootsma –
van Hulten kijkt naar diverse jaargangen van het
tijdschrift, die door de jaren heen onder haar vakkundige
leiding van de pers kwamen rollen.
Suikerhistorie
Provinciehuis, Luttenbergstraat
Al bijna vijf eeuwen vormt Overijssel een zelfstandige,
staatkundige eenheid. In 1528 droeg de bisschop
van Utrecht, na jaren van oorlog met de hertog van
Gelre, het wereldlijke gezag over Overijssel over aan
Karel V, koning van Spanje en keizer van het Duitse
Rijk. Tot die tijd stond dit gewest bekend als het
Oversticht. In Overijssel liet Karel V zich vertegenwoordigen
door een stadhouder. Vertegenwoordigers
van edelen en de drie steden (Deventer, Zwolle
en Kampen) vormden het bestuur, samen de Staten
van Overijssel vormend, bekend onder de naam
Ridderschap en Steden. Zij hadden geen vaste vergaderplek
maar kwamen na 1578 twee keer per jaar bij
elkaar in de stadhuizen van een van deze drie steden.
Deze situatie veranderde in 1802 toen Zwolle
hoofdstad van de provincie werd. Vanaf 1848
vormden Provinciale Staten het hoogste bestuursorgaan
in de provincie, was het college van Gedeputeerde
Staten het dagelijks bestuur en zat de
gouverneur of commissaris der koning(in) beide
vertegenwoordigende lichamen voor. Het provinciaal
bestuur kreeg een eigen onderkomen in de
Diezerstraat op de hoek met de Rodehaanstraat
waar het was gehuisvest tot 1973. In dat jaar werd
aan de Luttenbergstraat het nieuwe provinciehuis,
ontworpen door architect H. Duintjer, geopend
door koningin Juliana. In de jaren negentig vond
een aanzienlijke uitbreiding plaats aan de zijde
van het Almelose Kanaal. Een kunstwerk in de
vorm van een vel papier met potlood siert sinds
2006 het dak van het provinciehuis.
Na 35 jaar stop ik met mijn redactiewerk voor
het Zwols Historisch Tijdschrift. Dat houdt in dat
ik na twaalf jaargangen ook een punt zet achter
deze rubriek. Dit is mijn laatste bijdrage. Ik hoop
dat u al die jaren met genoegen de informatie over
de afgebeelde Zwolse suikerzakjes hebt gelezen.
Wim Huijsmans
(Collectie ZHT)
Het Provinciehuis kort na de opening in de jaren zeventig. (Collectie HCO)
ONTWERP pRov1NCIEHUIS
ovERIJSSf.1,.
208 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 209
het ZHT. In 2000 vertrok toenmalig eindredacteur
Ingrid Wormgoor vanwege een verhuizing
naar Groningen. Ik werd haar opvolger en ben dat
al die jaren gebleven.
Ik heb me in de redactie altijd als een vis in het
water gevoeld. Het is buitengewoon inspirerend en
geeft veel voldoening om met gelijkgestemden en
een op elkaar ingespeeld team in een goede sfeer
een fraai eindresultaat te maken. We hebben in de
loop der jaren het tijdschrift steeds verder uitgebouwd,
waarbij het mes aan twee kanten sneed, een
goed tijdschrift trok meer leden, en dat gaf weer
meer financiële armslag voor omvang, kwaliteit en
uiterlijk. Een vanwege moderne technieken gestage
verlaging van de drukkosten speelde hierin ook een
belangrijke rol. Een echte mijlpaal was de introductie
van kleur in het tijdschrift, vanaf 2007, eerst nog
gedeeltelijk, daarna volledig.
ZHT: podium voor iedereen die resultaten
van onderzoek over Zwolle wil publiceren
De Zwolse Historische Vereniging is opgericht
voor iedereen met belangstelling voor de
geschiedenis van Zwolle en het Zwols Historisch
Tijdschrift is destijds bedoeld als podium voor
iedereen die resultaten van (serieus) onderzoek
over Zwolle wil publiceren. Dit is altijd een
belangrijke richtlijn voor ons geweest. Het ZHT is
geen wetenschappelijk tijdschrift, maar we streven
uiteraard wel naar een bepaald kwaliteitsniveau.
Niet alle aangeboden stukken bleken daarom
publicabel, maar we hebben altijd zorgvuldig
gekeken wat voor potentie er in een bepaald
onderwerp zat en of het, indien nodig, herschreven
moest of kon worden. Als lokaal tijdschrift
ben je sowieso afhankelijk van ‘amateurs’, het
aantal echte vak professionals, – historici, archivarissen,
archeologen, kunsthistorici, journalisten –
dat zich beroepsmatig met de Zwolse geschiedenis
bezighoudt, is simpelweg te klein. Zo is het tijdschrift
in de loop der jaren op drie verschillende
manieren ingevuld, met aangeboden artikelen van
auteurs, eigen artikelen van redactieleden en artikelen
geschreven door auteurs op verzoek van de
redactie (met name het geval bij themanummers).
We hebben altijd ingezet op verantwoorde,
maar ook leesbare en toegankelijke artikelen, met
een afwisseling van korte en lange stukken, een
spreiding in onderwerp en spreiding in tijd. Een
streven dat in de praktijk moeilijk genoeg bleek,
met name een goede spreiding in de tijd en korte
artikelen. Er zijn helaas maar weinig auteurs die
een goed artikel kunnen schrijven over de tijd
van het Ancien Regime, die periode blijft daarom
structureel onderbelicht. En wat de lengte van de
artikelen betreft, geef een historicus, amateur of
professial, een pen, en hij/zij raakt op dreef en valt
moeilijk meer te stoppen… Regelmatig kreeg ik
een mailtje in de trant van, ‘Annèt, je zei maximaal
3000 woorden, maar ik heb zoveel interessante
dingen ontdekt, ik zit inmiddels op 5000, in hoeverre
is dat een bezwaar…’
Een ander belangrijk uitgangspunt was om
aan te sluiten bij wat ik altijd noem de ‘historische
actualiteit’, zoals bijvoorbeeld dit jaar het
themanummer bij 75 jaar bevrijding, vorig jaar
de aandacht voor de burgemeesterswissel en het
themanummer 200 jaar Willemsvaart.
Ons lezerspubliek beslaat een breed spectrum,
met aan de ene kant degenen die geïnteresseerd
zijn in geschiedenis en meer willen weten over de
stad waarin ze wonen, en aan de andere kant degenen
voor wie herkenbaarheid een grote rol speelt,
met een heel groot menggebied daar tussenin. Als
redactie moet je hier een evenwicht in vinden.
Puur historische artikelen worden vaak als moeilijk
of taai ervaren, maar te veel aandacht voor
herkenbaarheid wordt nostalgie, want het moet
ons inziens wel altijd gaan om de context.
Egodocumenten
Context speelt ook een belangrijke rol bij egodocumenten.
Het woord egodocument staat voor
autobiografische teksten, zoals memoires, dagboeken,
brieven en reisverslagen. De term werd
rond 1955 bedacht door de historicus Jacques
Presser. Hij definieerde egodocumenten als teksten
waarin de ‘ik’, de schrijver, als schrijvend en
beschrijvend subject voortdurend in de tekst aanwezig
is.* Het heeft een flinke tijd geduurd voordat
egodocumenten als volwaardige historische
bron gezien werden. Maar inmiddels is het inzicht
wel algemeen dat één getuigenis meer zeggingskracht
kan hebben dan onderzoekresultaten op
basis van vele strekkende meters archiefmateriaal.
Egodocumenten zijn per definitie subjectief, maar
met deze wetenschap en het in acht nemen van de
context vormen ze een zeer directe toegang tot het
verleden. Memoires laten zich vaak lezen als fictie,
maar gaan over de werkelijkheid, zie bijvoorbeeld
de herinneringen van Steven van Egten in dit
nummer op pagina 222.
De persoonlijke benadering van het verleden
is voor de lokale geschiedschrijving van wezenlijk
belang, het zijn de ooggetuigenverslagen
die het kleine verhaal van binnenuit vertellen
en het verleden kleur geven. Bekende Zwolse
egodocumenten zijn bijvoorbeeld de Zwolse
mijmeringen, herinneringen aan de jaren 1881-
1914 van C.M. van Hille-Gaerthé en Van Zwolle
tot Brest-Litowsk van Igor Cornelissen (zie voor
meer titels de website van de ZHV). In het ZHT
hebben we veel egodocumenten gepubliceerd,
ik noem in dit verband Wil Cornelissen (†) en
Willem van der Veen, allebei meesters in het
genre. We hebben in de vorm van themanummers
twee manuscripten met memoires uitgebracht,
‘De Oude Gaper, Herinneringen rond
een oude en vermaarde drogisterij’ van Steven
van Egten in ZHT 21 (2004) nr. 4, en ‘Jeugdherinneringen’
van Joh.J. Doyer, in ZHT 23 (2006)
nr. 4. Heel geslaagd waren mijns inziens ook de
uitgaven waarin een en ander gecombineerd kon
worden: de special over de Zwolse ziekenhuizen
in december 2013 die gelardeerd was (na een
oproep van de redactie) met persoonlijke herinneringen,
en de persoonlijke herinneringen aan
de Oude Veerweg in het 200 jaar Willemsvaartnummer
uit de zomer van 2019.
Persoonlijk heb ik altijd een zwak voor het persoonlijke
in de geschiedenis gehad. Het is daarom
dat ik in mijn laatste nummer afscheid neem
Afscheid van het Zwols Historisch Tijdschrift
Annèt Bootsma –
van Hulten Voor u ligt het laatste nummer van het Zwols
Historisch Tijdschrift (ZHT) dat onder
mijn eindredactie verschijnt. Daarmee
komt voor mij een einde aan 24 jaar redactiewerk,
waarvan 20 jaar als eindredacteur van dit blad.
De Zwolse Historische Vereniging (ZHV) werd
in december 1983 opgericht, mijn eigen lidmaatschap
van de vereniging dateert uit 1984. Na mijn
studie geschiedenis in Leiden woonde en werkte ik
toen nog in Rotterdam, ik was er bestuurslid van
het Historisch Genootschap Roterodamum en was
actief binnen de WIARIJN (Werkgroep Industriële
Archeologie Rijnmond). Het lidmaatschap van de
ZHV was een cadeautje van mijn aanstaande Zwolse
schoonfamilie: ‘Echt iets voor jou’. De verandering
van focus van de wereldhavenstad Rotterdam
naar de provinciestad Zwolle vergde wel enige tijd.
Ik moet bekennen dat ik als het toenmalige blaadje
van de Zwolse vereniging, met doorwrochte artikelen
maar in een buitengewoon simpele uitvoering,
in de brievenbus viel ik het met een half oog scande
en dacht, dat komt nog wel eens… achteraf een
voorspellende gedachte. In 1990, ik woonde inmiddels
vijf jaar in Zwolle, werd ik via Ingrid Wormgoor
bestuurslid van de ZHV. De jonge vereniging
had zich in korte tijd al stevig genesteld in de stad.
De ZHV telde toen zo’n 450 leden, een aantal dat
met twee grote ledenwerfacties opgekrikt was naar
goed 700 eind jaren negentig. In dat verband wil
ik hier Jaap Hagedoorn, Ben Kam (†) en Joke van
Ulsen memoreren. Zij hebben enorm veel werk
verzet, destijds en later ook nog om de ZHV tot
bloei te brengen; Jaap en Ben vooral op organisatorisch
en inhoudelijk vlak, Joke in praktisch
opzicht. Tegenwoordig telt de ZHV zo’n 900 leden.
Voor een rechtgeaard historicus is het echte
historische werk natuurlijk veel leuker dan
bestuurswerk, dus daarom stapte ik in 1996 over
van het bestuur van de ZHV naar de redactie van
210 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 211
met een aantal egodocumenten. We beginnen
met de getuigenis van de activistische socialist
Louis Cohen over zijn verblijf in het Zwolse Huis
van Bewaring in 1893, vervolgens met jeugdherinneringen
van Steven van Egten aan zijn protestants-
christelijke jeugd in de eerste decennia
van de twintigste eeuw in Zwolle en de terugblik
van Harry Koopmans op zijn katholieke jeugd
in de Zwolse binnenstad in de jaren vijftig. Drie
representanten van het verzuilde Nederland, drie
verschillende belevingswerelden, allen levend in
hun eigen waarheid. Louis Cohen bestempelt de
destijds grootste ondernemer van Zwolle,
G.J. Wispelweij, als een ‘uitzuiger’, dat label kregen
waarschijnlijk alle ondernemers per definitie
van hem. Voor Steven van Egten waren in zijn
jeugd alle katholieken ‘papen’, en Harry Koopman
ervoer als kind in een missieoptocht in de
jaren vijftig al dat zoiets in het overwegend protestantse
Zwolle niet op prijs gesteld werd, het
aantal katholieken betrof destijds ongeveer een
vijfde van de bevolking.
Ten slotte een interview met oud-wethouder
Margriet Meindertsma over haar ambtsperiodes
in de jaren tachtig en negentig. Een interview is
officieel geen egodocument, maar het heeft veel
raakvlakken, er staat een ik-figuur centraal en er
moet rekening gehouden worden met de subjectiviteit
van zowel de geïnterviewde als de interviewer.
Interviewer Koen Nijmeijer en geïnterviewde
Margriet Meindertsma nemen stelling tegen de
nieuwe uitbreidingsplannen van het gemeentebestuur,
een stellingname die ik overigens persoonlijk
van harte onderschrijf.
Tot slot
In mijn functie van eindredacteur heb ik de afgelopen
jaren veel bijzondere en gepassioneerde
mensen leren kennen en de stad heeft voor mij
een enorme verdieping gekregen. Ik ben van
Zwolle gaan houden en fiets of loop er graag door
heen, om de verhalen die de huizen en straten mij
inmiddels vertellen te ervaren.
Binnen de redactie heb ik met bevlogen en kundige
redacteuren mogen samenwerken. Hoogtepunten
waren er vele, themanummers met bijzondere
presentaties, om er slechts een paar te noemen: ‘De
busse van Skutte’ (2004), ‘Carina en Harro Bouman,
een bijzonder echtpaar op Koestraat 18’ (2005),
‘Zwolle IJzersterk, Wispelwey’ (2007), ‘Terug naar
de Eindstraat’ (2008), ‘De Zwolse beurtvaart’ (2009),
‘Speuren naar Spoolde (2010), ‘De oude spoorbrug
1862-2011’ (2011), ‘Westenholte-Voorst-Frankhuis’
(2012), ‘Vijftig jaar gemeentelijke monumentenzorg’
(2013), ‘De Zwolse Ziekenhuizen’ (2013) en ‘Odeon
175 jaar’ (2014).
Gedenkwaardig is de reis die Jan van de Wetering,
Lydie van Dijk en ik namens de redactie
samen met filmer Martin de Fluiter in oktober
2016 ondernamen naar een klooster in Frankrijk,
op zoek naar de verdwenen kaak van Thomas a
Kempis. We hebben dat uitvoerig beschreven in het
tijdschrift en de filmbeelden staan op de website.
Persoonlijk hoogtepunt was de koninklijke
onderscheiding die ik in 2019 mocht ontvangen op
instigatie van de ZHV. Persoonlijk dieptepunt, zij
het dat dit niet rechtstreeks met het tijdschrift of
de vereniging in verband stond maar wel impact
had op het hele Zwolse historische wereldje, was de
sluiting van het Stedelijk Museum Zwolle door de
gemeente in 2017. Het kind is daarbij met het badwater
weggegooid, en alle goedbedoelde inspanningen
van Allemaal Zwolle ten spijt schiet het tot
nu toe weinig op met de totstandkoming van een
nieuw museum en zijn de mogelijkheden daartoe
ook veel beperkter.
In het ZHT is een wezenlijk stuk van de Zwolse
geschiedenis vastgelegd en ik ben oprecht trots op
het aandeel wat wij als redactie daar aan geleverd
hebben. Cultuur-historisch werk krijgt over het algemeen
helaas niet de maatschappelijke waardering,
laat staan beloning die het zou verdienen. Daarom
des te meer respect voor al degenen met wie ik in de
redactie heb samengewerkt en die dit jarenlang op
vrijwillige basis toegewijd en kundig hebben gedaan,
ieder met zijn eigen specifieke vaardigheden en kennis.
Een groot applaus voor, in chronologische volgorde:
Ingrid Wormgoor, Jean Streng, Menno van der
Laan, Wil Cornelissen (†), Harry Stalknecht, Lydie
van Dijk (†), Jan van de Wetering, Frank Inklaar,
Steven ten Veen en Michael Klomp.
Twee redacteuren staan niet in dit rijtje omdat
ik ze speciaal wil noemen: Wim Huijsmans en
Wim Coster. Zij verlaten nu net als ik de redactie.
Wim Huijsmans is in dienstjaren altijd onze nestor
geweest, hij maakte 35 (!) jaar deel uit van de
redactie. Als (oud)archivaris is hij buitengewoon
nauwkeurig en heeft hij een ongelofelijke kennis
van de Zwolse geschiedenis en het Zwolse (Stads)
archief. Op Wim kon ik altijd een beroep doen:
‘Wim klopt dit wel, klopt dat wel? Kijk het svp.
nog even na.’ Afgezien van al zijn eigen bijdragen
zijn er zo weinig artikelen in het ZHT verschenen
waar Wim Huijsmans niet zijn blik over heeft
laten gaan. De redactie zal zijn enorme kennis en
kunde in de toekomst node gaan missen.
Wim Coster is een buitengewoon creatief en
productief historicus. Helaas heeft hij maar een
korte periode deel uitgemaakt van de redactie,
maar hij betoonde zich meteen een zeer voortvarend
redactielid en hij had in 2019 een belangrijk
aandeel in de totstandkoming van het themanummer
over de Willemsvaart en dit jaar bij het
Bevrijdingsnummer. Daarnaast is hij al jarenlang
betrokken bij de ZHV, hij was onder meer voorzitter
van 1998 tot 2000. Wim neemt nu wegens
tijdgebrek afscheid, maar hopelijk blijft hij, of zijn
alter ego Kiekès Agterom, nog veel bijdragen voor
het tijdschrift leveren. Wim en Wim, mijn grote
dank voor de plezierige samenwerking en een
diepe buiging voor jullie allebei!
Het is een zware taak om een tijdschrift als het
ZHT op de huidige basis op de rails te houden.
Ik eindig daarom met de oude en de nieuwe
redactieleden daarbij heel veel sterkte, inspiratie
en succes te wensen.
* Arianne Baggerman en Rudolf Dekker, ‘ “De gevaarlijkste
van alle bronnen.” Egodocumenten:
nieuwe wegen en perspectieven’, in Tijdschrift voor
Sociale en Economische Geschiedenis 1 [2004] nr. 4
p. 3-22
Wim Coster, Annèt
Bootsma en Wim
Huijsmans in september
2007, op de
afscheidsreceptie van
archivaris Albert Mensema
in het Historisch
Centrum Overijssel.
(Particuliere collectie)
212 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 213
aan, zodat op zeker moment de politie gedwongen
was de straten met ‘de blanke sabel’ schoon te
vegen en hulp in te roepen van de in Zwolle gelegerde
militaire macht. Net als in Amsterdam was
er geen directe aanleiding voor de volkswoede,
maar ook hier zal ongetwijfeld de machteloosheid
om verandering te brengen in een armoedig leven
de voedingsbodem zijn geweest.
Hoe schrijnend de situatie was, laat een berekening
zien van het huishoudboekje van een
doorsnee Zwolse arbeider. In 1872 verdiende een
gewone werkman ongeveer f 5,- per week (zes
werkdagen van doorgaans twaalf uur per dag),
terwijl de wekelijkse uitgaven voor een gezin met
drie kinderen f 8,- bedroegen en dat terwijl in
dat bedrag de uitgaven voor vlees (als er al geld
voor was alleen op zondag), kleren en schoeisel
niet zijn meegenomen.1 Wie het verschil tussen
inkomsten en uitgaven wilde rechttrekken had
de keus tussen bezuinigen (minder eten, minder
brandstof voor de kachel) of bij een van de plaatselijke
armeninstellingen aankloppen, zoals de
Zwolsche Armeninrigting, waar je een uitkering
kon krijgen op basis van werkzaamheden die je
thuis moest verrichten, zoals breien, spinnen en
mattenvlechten.
De gesjochten jongens
Onder deze voor hem maar al te bekende omstandigheden
kwam Levie Cohen, roepnaam Louis,
samen met zijn vrouw (Betje Os) en jonge gezin
(drie kinderen), in 1890 naar Zwolle. Ze gingen
wonen in de Tuinstraat, waar ook zijn leeftijdsgenoot
Helmig Jan van der Vegt woonde. In het
hele land, ook in Zwolle, hing iets in de lucht
dat niet meer te stoppen was: steeds meer arbeiders
gingen zich organiseren in vakbonden en
belangenverenigingen om betere werk- en leefomstandigheden
af te dwingen. Zo ontstonden
hier in de jaren tachtig en negentig snel achter
elkaar onder meer een afdeling van het Algemeen
Nederlandsch Werkliedenverbond, de christelijke
werkliedenvereniging Patrimonium, de roomskatholieke
werkliedenvereniging Sint Jozef, een
afdeling van de Bond voor Algemeen Kiesrecht,
de Zwolse Spoorwegvereniging, de Zwolse Schilders-
en Behangersvereniging en de Zwolse Kalken
Steenbewerkersbond. En voor dit artikel het
belangrijkste: de oprichting in 1881 van de Sociaal
Democratische Bond (SDB), gevolgd door een
Zwolse afdeling van die bond in 1885.
De SDB was een revolutionair-socialistische
partij, opgericht door de charismatische Ferdinand
Domela Nieuwenhuis, een voormalige predikant
uit Friesland. Door zijn lezingen ‘bekeerden’
zich overal in het land arbeiders tot het socialisme.
Dat was ook het geval bij Louis Cohen –
nog in zijn Amsterdamse tijd – en Helmig Jan van
der Vegt. Al gauw vonden de twee buurtgenoten
elkaar om zich in te zetten voor de nieuwe partij.
Daar was behoefte aan, want in arbeiderskringen
waren er nog maar weinig mensen met voldoende
opleiding of natuurlijke capaciteiten om de partij
leiding te geven en de belangen van de arbeiders
te behartigen, zoals de strijd voor het algemeen
kiesrecht, de achturen-werkdag en betere lonen.
Noodzakelijkerwijs werd de strijd dus voor een
groot deel ‘van onderaf ’ gevoerd door sociaal
bewogen mensen als Cohen en Van der Vegt.
Er waren veel mensen nodig om propaganda
te voeren: lezingen houden, debatteren, artikelen
in socialistische bladen schrijven en op wat eenvoudiger
niveau het colporteren van die bladen.
Wie zich daartoe geroepen voelde, moest voor de
duvel niet bang zijn. De propagandisten kregen
op straat ontelbare keren te maken met scheldpartijen
en soms ook fysiek geweld. De landelijke
en plaatselijke vergaderingen van de SDB werden
steevast onmogelijk gemaakt door intimidatie van
de zaaleigenaren door de Zwolse politie. Tijdens
het colporteren legde de politie aan de lopende
band bekeuringen op en wie niet op zijn woorden
lette, kon een paar dagen de gevangenis in.
Zo kwam het dat een curieus gezelschap van
laag opgeleide, maar verbaal vaardige mannen uit
Zwolle hun krachten bundelden om zich in te zetten
voor de SDB. In de kolommen van de kranten
uit die tijd komen we met enige regelmaat Zwollenaren
tegen als P. Arnolli, J.M. van Vlaardingen,
Izaak Os, C.A. Stalenhoef, J. Tuyten, M. Spits en
Hartger de Vries. ‘We waren allemaal gesjochten
jongens’, schreef Helmig Jan van der Vegt, waar-
Louis Cohen in ‘Hotel de Houten Lepel’
Jan van de Wetering
De voedingsbodem van het Zwolse socialisme
Of de Amsterdammer Louis Cohen op die dag in
het najaar van 1893, drie jaar na zijn verhuizing
naar onze stad, al een beetje gewend was in Zwolle
is niet bekend, maar de problemen binnen het
milieu waarin hij zich begaf, zullen hem bekend
zijn voorgekomen. Het proletariaat had vele jaren
van werkloosheid en sociale discriminatie achter
de rug. In de Jordaan was het volk al in 1886 massaal
de straat opgegaan tijdens het Palingoproer.
Er was naar het leek een marginale aanleiding
voor de volksopstand: de politie had het volksvermaak
palingtrekken verboden, daarmee was
volgens de Jordanezen hen het laatste pleziertje
dat ze nog hadden afgenomen. Maar de onderliggende
aanleiding lag dieper.
Dat was in Zwolle niet anders. De Zwolse socialist
Helmig Jan van der Vegt verwoordde het zo:
‘In de achterbuurten heerschten verschrikkelijke
toestanden: lage loonen, ellendige krotten, lange
werktijden, onmenschelijke behandeling.’ Ook in
Zwolle was het de afgelopen jaren tot ongeregeldheden
gekomen. In 1885 nog trok een oncontroleerbare
massa van een paar honderd jongeren en
soldaten rellend door de Zwolse binnenstad. Ze
gooiden ruiten in en richtten andere vernielingen
Op 18 oktober 1893 meldde Zwollenaar Louis Cohen zich bij de gevangenis aan de (nu) Menno van
Coehoornsingel voor het uitzitten van een celstraf van één maand. Hij voelde zich een politieke
gevangene en daar viel wat voor te zeggen, hoewel het ‘bevoegd gezag’ er destijds een andere mening
over zal hebben gehad. Het was niet de eerste keer dat hij door het uitdragen van zijn politieke opvattingen met
de politie in aanvaring was gekomen. Cohen was een socialist in hart en nieren en dat werd in die jaren door
velen als een bedreiging van de gevestigde orde gezien. De sinds 1848 in de grondwet vastgelegde vrijheid van
vereniging en vergadering, van meningsuiting en van drukpers was geen belemmering voor politie en rechters
om socialisten, hun partijen en hun publicaties te vuur en te zwaard te bestrijden. Dat is precies wat Louis
Cohen overkwam. Het pièce de résistance van dit artikel is de letterlijke tekst van een schriftelijke enquête,
waarin Louis Cohen antwoord geeft op vragen over zijn verblijf in de Zwolse gevangenis. Daaraan vooraf
gaat een korte beschrijving van het leven van Louis Cohen en de tijdsomstandigheden waardoor hij in de
gevangenis terecht kwam.
Helmig Jan van der
Vegt (1864-1944),
omstreeks 1904.
(Delpher, Geheugen)
Louis (Levie) Cohen
(1864-1933). (Uit:
Vliegen, De Dageraad
der volksbevrijding)
Het vaandel van de
Christelijke Metaalbewerkersbond,
opgericht
1900, afdeling Zwolle,
1917. (Delpher, Geheugen)
Ferdinand Domela
Nieuwenhuis (1846-
1919), in 1903.
(Delpher, Geheugen)
214 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 215
schijnlijk degene met de beste opleiding, in zijn
opgeschreven herinneringen.2 De herinnering
aan Izaak Os, zwager van Louis Cohen, is levend
gehouden door zijn kleinzoons Wil en Igor Cornelissen,
die veelvuldig over hem, ook in dit tijdschrift,
geschreven hebben.
De Volksvriend en een hoopje koemest
Louis Cohen verdiende zijn brood met de kleinhandel
in bier, boter en alles waar maar handel in
zat. Dat was geen vetpot. Hij woonde nog maar
net een half jaar in Zwolle toen hij ook politiek
gezien aan de slag ging en er tegelijkertijd een
extra inkomensbron bijkreeg. Op 27 juni 1891 liet
hij de eerste aflevering verschijnen van De Volksvriend,
Socialistisch Weekblad voor Drenthe en
Overijssel. Hij was uitgever en redacteur tegelijk.
Cohen schreef een groot deel van de (voor zover
mij bekend) niet bewaard gebleven afleveringen
vol, zorgde voor de distributie en hielp zelfs mee
colporteren op straat. Dat leverde hem in 1892
zijn eerste gevangenisstraf op. Samen met zijn
partijgenoten Stalenhoef, Arnolli en Van Harte
werd hij opgepakt wegens colporteren, waar ze
geen vergunning voor hadden. Cohen kreeg acht
dagen gevangenisstraf, zijn vrienden respectievelijk
vier, twee en nog eens twee dagen.3 Socialisten
in andere steden hadden in die tijd dezelfde ervaringen.
Cohen liet zich niet ontmoedigen. Hij publiceerde
in De Volksvriend op scherpe toon zijn
politieke opvattingen, net zoals hij dat inmiddels
in lezingen en spreekbeurten gewoon was te doen.
Dat moest een keer misgaan en dat gebeurde dan
ook. In aflevering 44 van 22 april 1893 schreef hij
een artikel, getiteld ‘Lage streken’. Daarin beschuldigde
hij politieagent Spanhak ervan een eenvoudige
arbeider van de Zwolse gemeentelijke reinigingsdienst
brodeloos te hebben gemaakt. Wat
was het geval? De arbeider had tijdens het laden
van straatvuil op de veemarkt een hoopje koemest
zelf meegenomen, in plaats van dat samen met
de andere mest af te leveren bij de mestverzamelplaats.
De arbeider kreeg van de directeur van de
reinigingsdienst eerst een boete van 1 gulden (een
kwart weekloon), maar schorste zijn medewerker
alsnog omdat burgemeester Van Nahuijs geklaagd
had dat de boete te laag was. Volgens Cohen had
niet de directeur de burgemeester getipt, maar de
politieagent. Aan het eind van zijn artikel had hij
de lezers gewaarschuwd voor de boze opzet van
Spanhak, met de woorden: ‘houd hem in de gaten’.
De officier van justitie was van mening dat
Cohen de agent valselijk had beschuldigd, zonder
grondig onderzoek en dat hij alleen ‘op verzekering
van de eerste de beste’ zijn artikel had
geschreven. Cohen ontkende het beledigende van
zijn artikel en vond dat hij alle reden had om de
politie vijandig te bejegenen, gezien het ongemotiveerde
optreden van de politie tegen sociaaldemocraten.
Hij kreeg tijdens de rechtszaak de lachers
op zijn hand toen hij de dagvaarding nietig wilde
laten verklaren omdat daarin gesproken werd van
Spanhak en Spanhaak ‘en hem alzoo de beleediging
van twee personen wordt ten laste gelegd’.4
Hotel de Houten Lepel
Louis Cohen werd tot een maand gevangenisstraf
veroordeeld. Op 18 oktober 1893 meldde hij zich
aan de poort van ‘De Houten Lepel’, zoals de gevangenis
spottend door de socialisten werd genoemd.5
Zijn opname ging niet ongemerkt voorbij:
‘Een tiental partijgenooten vergezelden hem
naar de gevangenis. Aan den ingang gekomen riep
hij, toen de cipier de deur opende: “Leve de sociale
revolutie!”, wat door de hem vergezellende partijgenooten
werd beantwoord met een luid hoera!
Uit een brief door hem aan zijn vrouw geschreven,
vernemen wij dat de ‘droge baden’ (van een droog
bad word je niet mat, ook cynisch bedoeld, in de
gevangenis waren geen baden en er was ook geen
goede wasgelegenheid) hem geen nadeel doen.
Hij oefent zich in de schoone kunst van mattenvlechten.
Het zou hem zeer aangenaam zijn als de
partijgenooten hem eens schreven, zijn adres is:
No. A 245 Strafgevangenis Zwolle.’6
Terwijl Cohen in de gevangenis zat, ging de uitgave
van De Volksvriend gewoon door. Als redactieadres
werd vermeld: Hotel de Houten Lepel.
Gedurende zijn maand gevangenisstraf mocht hij
voor één dag zijn cel verlaten. Hij moest getuigen
ten gunste van een arbeider die tijdens de kermis
in conflict gekomen was met een politieagent.
Advocaat was niemand minder dan Pieter Jelles
Troelstra. Cohen werd tot ongenoegen van de
rechter met een daverend applaus ontvangen door
zijn partijgenoten op de tribune.7 Op 22 november
werd Cohen weer vrijgelaten. Ook nu weer
had hij niet over belangstelling te klagen:
Uit de socialistische liederenbundel
Liederen speelden een belangrijke rol in de socialistische beweging. Ze werden
op straat gezongen en tijdens de meifeesten in het Engelse Werk. De
tekst van de liederen liet niets aan duidelijkheid te wensen over, zoals bijvoorbeeld
het lied ‘Moeder ga voor je kindje staan’. Hier het eerste couplet:
Moeder ga voor je kindje staan,
Want daar komt de justitie aan.
De justitie is een kwade man
Die geen arme menschen lijden kan.
En waar hij komt met zijn grimmig gelaat
Is ’t krom of recht
Is ’t valsch of waar,
Daar luistert geen justitieman naar.
Heeft hij je kindje eenmaal vast
Dan komt het zeker in de kast.
Socialistische liederenbundel uit 1912. (Collectie auteur)
‘Hotel de Houten Lepel’,
het Huis van Bewaring
in Zwolle omstreeks
1890, toen nog zichtbaar
vanaf de stadsgracht.
Nu is het driesterrenrestaurant
De
Librije hier gevestigd.
(Collectie HCO)
6 Cll:NT
SOCIALISTISCHE
LIEDERENBUNDEL
■■ oc:auauunn DEI ,. D • .1. , • • IMSUll&ll
216 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 217
‘Vrijdagmiddag is onze partijgenoot Cohen
te Zwolle weer in vrijheid gesteld. ’s Morgens
bevonden zich reeds een 100-tal partijgenooten
en geestverwanten voor de gevangenis, die nadat
ze ongeveer een half uur lang de Carmagnole [lied
dat populair werd tijdens de Franse revolutie,
JvdW] en andere liederen hadden gezongen, weer
aftrokken doordat de cipier kwam zeggen dat
Cohen om 12 uur pas ontslagen zou worden, wat
echter niet gebeurde. Om één uur, toen er natuurlijk
niemand meer was, werd hij losgelaten.
Zaterdagavond trad hij in een openbare
vergadering als spreker op, met het onderwerp:
“Moderne ketterjacht”. Nadat spreker zijn wedervaren
in de gevangenis had uiteengezet en er op
gewezen had hoe hij, evenals zoovele anderen,
was geworden het slachtoffer der vervolgingen
waaraan wij blootstonden, verklaarde hij met des
te meer ijver voor onze zaak te zullen strijden.
Een daverend applaus viel spreker ten deel.’8 Louis
Cohen was in korte tijd een echte Zwollenaar
geworden.
Een zwaar leven
Cohen liet zich niet afschrikken en ging onvermoeibaar
door met het uitgeven van De Volksvriend
en met zijn spreekbeurten. Maar ondertussen
begon zich een schisma af te tekenen binnen
de SDB. Een deel van de leden wilde in de lijn van
Domela Nieuwenhuis de kant van de revolutie
op, desnoods met alle middelen, al werd nooit
concreet verwoord wat daaronder verstaan moest
worden. Een ander deel van de leden neigde steeds
meer naar de parlementaire weg om hun doelen te
bereiken. Op die manier konden concrete zaken
als het algemeen kiesrecht, de achturen-werkdag
en betere lonen sneller bereikt worden. En dat was
precies wat de niet theoretisch geschoolde arbeiders
wilden. Helmig Jan van der Vegt en Louis
Cohen kozen voor de sociaal-democratische weg
en speelden een belangrijke rol bij de oprichting
van de SDAP in de Atlas aan de Ossenmarkt op 26
augustus 1894.9 De initiatiefnemers zouden onder
leiding van Pieter Jelles Troelstra al gauw bekend
staan als ‘de twaalf apostelen’.
Wat de sociaaldemocraten in de kaart speelde,
was dat de SDB een jaar eerder was verboden
omdat de rechter van opvatting was dat de partij
onwettige middelen propageerde om haar revolutionair
doel te bereiken. De oprichting van de
SDAP was een stap in de richting van een onzekere
toekomst. De woede onder de achtergebleven sympathisanten
van de SDB over de breuk was groot.
Louis Cohen en de zijnen werden verketterd door
hun vroegere vrienden, die partijloos achterbleven.
De inkomsten uit advertenties in De Volksvriend
verminderden zodat het blad niet meer rendabel
was. Tot overmaat van ramp verloor Cohen door
zijn politieke activiteiten veel klanten van zijn
kleinhandel. Samen met zijn gezin verhuisde hij in
1896 terug naar Amsterdam, waar hij zijn propaganda
voor de SDAP voortzette en daarnaast werk
vond als handelsreiziger.
Tussen 1905 en 1917 was hij voorzitter van
handelsreizigersvereniging Eendracht. In die
functie kwam hij in botsing met de in 1906
opgerichte NVV-bond van handels- en kantoorbedienden.
Cohen verhinderde de toetreding
van de Eendracht tot het NVV, omdat die bond
volgens hem niets voor de reizigers had gedaan.
De voorzitter van het NVV sloeg terug met de
opmerking dat Cohen ‘een apostel in ruste was’
en een ‘water-en-melk sociaal-democraat’. Door
zijn harde opstelling vervreemdde Cohen langzamerhand
van zijn partijgenoten van de SDAP. In
1927 verhuisde hij naar Brussel, werd daar ziek,
keerde berooid terug naar Amsterdam, waar bleek
dat hij aan een ongeneeslijke kwaal leed. In 1930
vroeg een familielid om financiële steun voor hem
aan het partijbestuur. In advertenties werd ook
nog een oproep gedaan hem financieel te steunen,
maar uiteindelijk verwees het partijbestuur Cohen
naar het armenbestuur. Hij overleed in Amsterdam
op 5 augustus 1933 in tehuis De Joodsche
Invalide, hoewel hij zich al vóór zijn Zwolse tijd
tot atheïst had verklaard.10
Een politieke misdadiger
In 1897-1898 werd een enquête over de Behandeling
van Politieke misdadigers in Nederlandsche
Gevangenissen uitgevoerd op initiatief van de
redactie van de Jonge Gids. Redacteur van dat
tijdschrift was de bekende socialistische (toneel)
schrijver Herman Heijermans (Diamantstad, Op
Hoop van Zegen).11 Er was zeker sprake van vooringenomenheid,
hoe voorstelbaar die ook was.
Voorstelbaar omdat in de jaren tachtig en negentig
van de negentiende eeuw niet alleen Louis
Cohen om curieuze redenen gevangen was gezet,
maar met hem honderden anderen, vaak om
geen andere reden dan dat ze voor hun politieke
mening waren uitgekomen. Heijermans wond in
de inleiding van de enquête geen doekjes over zijn
standpunt: ‘Het feit dat er in Holland niet alleen
een afschuwelijk gevangenis-systeem bestaat, dat
dit daarenboven zonder eenige verzachting wordt
toegepast op zogenaamde “politieke misdadigers”,
heeft ons doen besluiten de erbarmelijke behandeling
der gevangenen, die om een politiek misdrijf
gemarteld worden, aan eene enquête te onderwerpen
en deze in ons tijdschrift te publiceeren.’
Deze tekst stuurde hij ook naar de door de
redactie geselecteerde respondenten, samen met
een lijst van vijftien vragen, met het verzoek deze
binnen acht dagen te beantwoorden. Bij de plaatsing
van de antwoorden sprak Heijermans de volgende
wens uit: ‘De bourgeois-lezers van de Jonge
Gids kunnen voorloopig allergezelligst de bestialiteiten
van het Nederlandsch gevangeniswezen
overpeinzen.’12
De onheilspellende woorden van Heijermans
brachten de ondervraagde personen niet het
hoofd op hol. Allemaal gaven ze nuchter antwoord
op de gestelde vragen. Van de veronderstelde
martelingen en bestialiteiten werd geen melding
gemaakt, van erbarmelijke omstandigheden
en een hondse behandeling van het personeel des
te meer. In totaal werden vijftien, merendeels landelijk
bekende socialisten ondervraagd, deels uit
de tijd van de SDB en deels uit die van de SDAP.
Onder hen Domela Nieuwenhuis en drie van de
twaalf apostelen: Cohen, Fortuyn en Vliegen.
Voor we het woord geven aan Louis Cohen
zelf, merk ik nog op dat met de genoemde ‘uitzuiger,
fabrikant Wespelweij’, de Zwolse ondernemer
G.J. Wispelweij van de bekende Zwolse ijzergieterij
en machinefabriek wordt bedoeld, destijds de
grootste onderneming in Zwolle. Geneesheer dr.
J.C. Gaerthé was een bekend Zwols huisarts uit
de Walstraat. Hij was de vader van de schrijfster
C.M. van Hille-Gaerthé, die in haar boek Zwolse
mijmeringen menige herinnering aan hem heeft
opgehaald.
‘De Twaalf Apostelen’,
de oprichters van de
SDAP in Zwolle in
1894. (collectie HCO)
Het fabriekscomplex
van Wispelweij in
vogelvlucht, omstreeks
1900. De fabriek lag
op het Noordereiland,
links de Assiesstraat,
rechts de stadsgracht.
Er werkten toen ongeveer
tweehonderd
mensen. (Collectie
Wispelweij, HCO)
~nn~lun!midekv!Gclnn
Tot ~lll2l!’OOdan bond.
Olllwcrlll!llnil!Uwewnlvedllan
~llnrlwcrtbelodde lood-/
Dot’t-fldemvilllf1e11do~
Oor’t-fldtetoo,Qn>OIQrokkur,
DorlYI! de dooperHm den ctoot –
Doadodoodl
Zwolsche IJierglelorij on Machinefabriek •/d. Firma G. J. WISPELWEIJ & Co., ZWOLLE.
218 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 219
‘De enquête, inlichtingen van den Heer L. Cohen
Wanneer en waar werdt gij veroordeeld?
En ter oorzake van wat?
In Juli 1893 werd ik te Zwolle veroordeeld,
wegens een persovertreding, namelijk beleediging
van een ambtenaar in de uitoefening van zijn
functie tot een maand gevangenisstraf. Dit vonnis
werd door ’t Hof te Arnhem bevestigd. In Oktober
van datzelfde jaar onderging ik die straf, in het
huis van arrest en bewaring te Zwolle.
Hoe was de behandeling door U van de politie
ondervonden tijdens eerste verhoor, arrest, enz.?
Ik werd alléén voor dat feit gehoord door den
commissaris van politie, die toen niet vriendschappelijk
tegen mij gestemd was, daar ik qua
redacteur-uitgever van het toen aldaar verschijnend
socialistisch weekblad De Volksvriend, niet
goed bij hem stond aangeschreven.
Hoe was de behandeling door den directeur
uwer gevangenis, door de commissie van
toezicht, door den geneesheer?
De cipier was over het algemeen zeer welwillend
en ik merkte dat hij – hoewel in mindere
mate – dit ook tegen andere gevangenen was. In
het eerst was één der beambten met name Willink,
zeer tegen mij ingenomen. Hij had vooraf te kennen
gegeven – dit werd ik officieus gewaar – mij
te zullen donderen. Later, toen hij daarvan last
ondervond, doordat het publiek hem daarover
lastig viel, zeer vriendschappelijk; zoodat hij soms
enkele uren dat hij vrij had mij in mijn cel gezelschap
hield. Dit deed trouwens de directeur ook
dikwijls.
Van de commissie van toezicht heb ik weinig
bezoek gehad. Een dier heeren, zekeren Wespelweij
[=Wispelweij], fabrikant en als uitzuiger dikwijls
door mij in het blad gesignaleerd, durfde mij
beleedigen. Ik heb hem behoorlijk op zijn plaats
gezet, zoodat hem den lust benomen werd dit
voor de tweede keer te doen.
Hoe was de voeding?
De voeding was slecht toebereid; het brood
van slechte kwaliteit. Het gewone menu was :
gortsoep, erwtensoep, gestampt eten (rats) elken
dag afwisselend. Daar het onsmakelijk eten mij
den eetlust niet opwekte, hield ik elken dag over.
Voornamelijk de gortsoep was voor iemand met
niet al te fijne tong, oneetbaar. Dr. Gaerthé, een
der commissieleden, die zijdelings gehoord had,
dat ik over het eten had geklaagd, vroeg mij wat
ik daarop aan te merken had. Doordat ik nog al
tamelijk het roggebrood nuttigde en daarvan bij
dit slechte eten niet voldoende had, probeerde ik
een weinig van het middagmaal te bewaren om
het bij het brood te eten. In kouden toestand stonk
het. Gedurende twaalf dagen heeft hij het eten
geproefd en kwam tot de conclusie dat de oorzaak
der wansmaak daarin bestond, dat het eten in
blikken bakken werd rondgediend. Daarin is echter
geen verandering gekomen.
Welk werk moest gij verrichten en was het
U veroorloofd te weigeren?
Ik moest aan een zeer ontzenuwend werk
arbeiden, aan matten vlechten; d.w.z. korte
strookjes aan elkander zetten en vlechten. Weigeren
is niet geoorloofd, doch ik werkte wanneer ik
wilde. Het reglement schrijft echter 10 uren daags
arbeid voor, waaraan een strenge bewaarder de
hand kan houden. Dit werd op andere gevangenen
wel eens toegepast.
Heeft men U veroorloofd werk te verrichten naar
uw eigen keuze?
Ik heb gevraagd om copieerwerk. De cipier
antwoordde, dat hij gaarne iets anders voor mij
zou willen, doch er was niets. Andere partijgenooten
mochten hun handwerk, bijvoorbeeld
schoenmaken, voor eigen rekening uitoefenen.
Het reglement laat dit toe, voor die bedrijven die
geen hinderlijk geraas veroorzaken.
Stond men U lectuur toe? En in hoeverre was deze
aan censuur onderworpen?
De lectuur in de gevangenis was gewone feuilletons
van bladen of kleine novellen. Op verzoek
is mij toegestaan de Algemeene Geschiedenis van
Streckfuss te lezen en Flamarion’s Hemel en Aarde.
Natuurlijk moest dit volgens het reglement door de
commissie van toezicht gekeurd worden. Bladen en
tijdschriften zijn onvoorwaardelijk verboden.
Hoe dikwijls mochten familie of vrienden
U komen bezoeken en welke voorwaarden
worden daarbij gesteld ?
Een dag per week mocht ik bezoek hebben van
familie of vrienden. Dit bezoek vindt plaats in een
daarvoor ingerichte spreekcel. De gevangene wordt
in een cel gebracht, voorzien van traliën en ten overvloede
nog bekleed met ijzerdraad, gebruikelijk voor
kippenhokken; daarvoor staat een bewaarder. Ook
deze cel is afgesloten op dergelijke wijze; en daarvóór
mogen de familieleden den gevangene toespreken.
De afstand tusschen bezoeker en gevangene is dus
zoodanig, dat in een cel tusschen bezoeker en gevangene
de bewaarder staat die alles moet contròleeren
wat gesproken wordt. Voorwaarden, voor zoover ik
weet, zijn mij niet gesteld.
Heeft uwe gezondheid door de opsluiting geleden?
Niets.
Zijt gij tijdens uw verblijf in de gevangenis in uw
godsdienstige of anti-godsdienstige overtuiging
gekrenkt?
Ik behoefde geen godsdienstoefeningen bij te
wonen. De rabbijn kwam mij nimmer bezoeken.
Indien de opsluiting langer duurt dan twee maanden,
verplicht het reglement bijwoning van godsdienstoefeningen,
ook al is die oefening ook van
De zandstenen ingangspartij
van het Huis van
Bewaring, evenals het
gebouw uit 1739. (Foto
J. de Koning, collectie
HCO)
Links: Een cellengang
op de benedenverdieping
van het Huis
van Bewaring, toen
Penitentiaire Inrichting
genaamd, omstreeks
1980. Eind negentiende
eeuw was er uiteraard
nog geen centrale verwarming
of elektrische
verlichting. (Foto Ben
Kam)
Slot van een celdeur,
omstreeks 1980. (Foto
Ben Kam)
220 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 221
andere religieuze strekking. In mijn atheïstische
gevoelens ben ik niet gekrenkt.
Stond men U voldoende lichaamsbeweging en
lucht toe?
Het reglement verplicht beweging in de open
lucht gedurende één half uur per dag. In een cel
van een paar vierkante meter, van voren met
traliën, van boven open, moet men heen en weer
marcheeren, evenals een wild dier onrustig in een
dierentuin op en neer loopt. Ik was altijd blij als
dien tijd om was.
Hoe was de ligging?
Niet zoo goed als de sluiting. Doch daar ik
milicien [= als dienstplichtige in dienst] geweest
ben, verwachtte ik niet beter. Een stroomatras,
dito hard kussen, maar voldoende dekens.
Hoe was de kleeding?
Zeer bourgeois-democratisch. Allen gelijk
gekleed: Een grof buis van katoen, dito broek en
gelen halsdas en gemerkt katoenen ondergoed.
Een fatsoenlijk mensch schaamt zich om daarmede
op straat te loopen. Het schoeisel bestaat uit
een paar klompen. En daar men in een dergelijke
inrichting het “niet zo nauw moet neemen”, waren
ze mij te wijd. Ik moest mij derhalve oefenen in
het loopen, wat mij veel moeite kostte.
Hoe was de inrichting der cellen en hoe de reinheid?
Natuurlijk zeer ongezellig. De eerste cel die ik
betrok was zeer donker. Daarna kreeg ik een cel
die voldoende licht doorliet. De cel was geheel
opgetrokken van steen; ook de vloer was “versteend”
en wanden en zoldering gewit. Indien
ik een vergelijking moest maken, zou ik zeggen:
Verbeeld u, indien u al schaatsenrijdende onder
een pijp – steenen brug – doorgaat. Het ameubelement
bestond uit: een ledikant, wat aan de muur
werd gehaakt, een paar plankjes als kastje in den
hoek, een tafel van een halve vierkante meter en
een tabouret van plusminus 25 kilo als zitplaats.
Boven het tafeltje een vleermuisgasvlam. De
wandversiering bestond uit een paar uittreksels
van reglementen van het huis. De reinheid liet
niets te wenschen over.
Welke is uw meening over het tegenwoordig
celsysteem in het algemeen ?
Ik ben van oordeel, dat het gevangenisstelsel
op normale menschen zeer demoraliseerend
werkt. Een der ellendigste uitvindsels is het celsysteem.
De eenzaamheid, het gevangeniswerk,
de weinige afwisseling in het leven maakt dat men
allengs in een toestand komt, die verstandsverbijstering
ten gevolge moet hebben. Het was mij
onmogelijk te studeeren. Ik las en herlas, maar
had moeite te begrijpen en nog minder kon ik iets
onthouden. Hoewel ik geen wroeging gevoelde
of mij schaamde over mijn misdaad, was het mij
meermalen onmogelijk te slapen. Ik geloof dan
ook, dat langdurige gevangenisstraf, bijvoorbeeld
twee jaren, den mensch verstandelijk knakt.
L. Cohen’
Noten
1. Rapport aan het hoofdbestuur der Maatschappij tot
Nut van ’t Algemeen, door het Departement Zwolle
over den toestand en de onderlinge verhouding van
arbeidgevers en arbeiders in en om Zwolle, 1872,
p.20-21
2. Vegt, Helmig Jan van der, ‘De klop op de Zwolsche
deur’, in: Zwolsch Nieuws- en Advertentieblad, 1931-
1932, bibliotheek HCO
3. Recht voor Allen, 4 november 1892
4. POZC, 26 mei 1893
5. Vegt, Helmig Jan van der, De klop op de Zwolsche
deur
6. Recht voor Allen, vrijdag 27 oktober 1893
7. Meer hierover zal te lezen zijn in een serie artikelen
die ik hoop te schrijven voor het ZHT over de opkomst
van het socialisme in Zwolle.
8. Recht voor Allen, 22 november 1893
9. Frits David Zeiler , ‘ “De Atlas” omstreeks 1894;
danshuis of socialistenhol’ in Zwols Historisch Tijdschrift
11 (1994 ), nr. 3 p. 92-99
10. Reinalda, Bob, ‘Levie Cohen’, Biografisch Portaal,
BWSA 1 (1986), laatst gewijzigd 22-05 2002
11. De Jonge Gids, onder redactie van Herman Heijermans
jr., eerste jaargang 1897/1898, p. 709-712, Uit
Enquete over de Behandeling van Politieke misdadigers
in Nederlandsche Gevangenissen
12. De Jonge Gids, 1897/1898, p. 709-712, Uit Enquete
over de Behandeling van Politieke misdadigers in Nederlandsche
Gevangenissen
Interne trap met afsluithek,
omstreeks 1980.
(Foto Ben Kam)
Uitzicht op de binnenplaats,
omstreeks 1980.
(Foto Ben Kam)
222 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 223
Een van de mooiste zaken van het historisch
bedrijf is als je tijdens een onderzoek van
het een in het ander rolt en bevindingen
met elkaar kunt verbinden. Tijdens de voorbereidingen
in 2002 van het themanummer ‘Koopmansgeest’,
Zwols Historisch Tijdschrift 19 (2002)
nr. 3, kreeg ik een prachtig fotoalbum uit 1903
onder ogen van de drogisterij en grossierderij
‘de Oude Gaper’, gevestigd aan het begin van de
Diezerstraat en destijds eigendom van Jurriaan
ten Doesschate. Het fotoalbum bevond zich in het
bezit van de familie Ten Doesschate. Vervolgens
kwamen we er achter dat zich in het HCO nog
een manuscript met herinneringen aan de Oude
Gaper bevond, geschreven door Steven van Egten,
zoon van een voormalige bedrijfsleider van het
bedrijf. Een schat aan materiaal, waarvan we op
dat moment maar een fractie kwijt konden. Deze
twee gegevens resulteerden vervolgens opnieuw
in een prachtig themanummer in december 2004,
getiteld De Oude Gaper, Herinneringen rond een
oude en vermaarde drogisterij. (ZHT 21 (2004)
nr. 4). De herinneringen van Steven van Egten
waren hierin praktisch letterlijk opgenomen, in
combinatie met de foto’s uit het fotoalbum.
Steven van Egten was inmiddels overleden,
maar ten behoeve van deze uitgave in 2004 lukte
het ons zijn zoon en dochter op te sporen in het
midden van het land. Uit dit contact bleek dat Van
Egten veel herinneringen op schrift had gesteld,
onder meer aan zijn jeugd in Zwolle en aan zijn
tijd als militair in Kampen. Deze manuscripten
hebben wij nu al weer zestien jaar in portefeuille,
dit nummer met egodocumenten is een mooie
gelegenheid om daar een deel van te publiceren.
Steven van Egten werd in 1899 in Zwolle geboren
als derde kind en enige zoon in het gezin
van Berend van Egten (1865-1935) en Jentje van
Dingstee (1862-1936). Vader Berend was een boerenzoon
uit Assendorp, die vanwege de noodzaak
om geld te verdienen op 15-jarige leeftijd in dienst
trad bij de Oude Gaper, het begin van een 55-jarig
dienstverband. Berend was niet alleen trouw aan
zijn werkgever, maar ook aan zijn christelijke
geloofsovertuiging. Hij behoorde in 1888 tot de
(her)oprichters van een christelijke jongelingsvereniging
en hij was 45 jaar zondagsschoolonderwijzer
in Berkum, een verdienste waarvoor hij bij
zijn veertigjarig jubileum in 1930 een koninklijke
onderscheiding ontving. Hij bracht het zelfs tot
kerkenraadslid van de Nederlands Hervormde
Gemeente in Zwolle, een eerbiedwaardig college
waarvan het lidmaatschap doorgaans alleen aan
notabelen was voorbehouden. Het gezin Van Egten
woonde achtereenvolgens aan de Spoelstraat, de
Van der Laenstraat in Assendorp en vanaf 1908 aan
de Oude Vismarkt 7, een pand dat in het verlengde
van de winkel aan de Diezerstraat lag en dat tot dan
door de familie Ten Doesschate zelf bewoond werd.
Berend van Egten bekleedde vanaf toen ook de
positie van bedrijfsleider in de Oude Gaper.
Steven van Egten ging net als zijn zusjes Aaltje
(1895), Geertje (1897) en Hermien (1901) naar de
Oranjeschool, een in 1902 opgerichte school voor
Christelijk Volksonderwijs aan de Jufferenwal.
Daarna volgde hij de Mulo aan de Marnixschool aan
de Korte Kamperstraat. Steven van Egten was een
levendig en ondernemend kind en een ongedurige
puber, die het niet kon uithouden in de twee kortstondige
kantoorbaantjes die hij na zijn eindexamen
had. Eerst bij de Firma O. de Leeuw, een groothandel
in ijzerwaren en landbouwgereedschappen in de
Diezerstraat, een baantje dat hij kreeg omdat de heer
De Leeuw net als zijn vader ouderling in de hervormde
kerk was, zij het dat De Leeuw veel vrijzinniger
was dan de rechtzinnige Van Egten. Maar de hele
dag (van 8 tot 12, van 2 tot 5 en van 6 tot 8 uur) op
een kantoorkruk was voor Steven een te zware opgave.
Vervolgens probeerde hij zijn geluk bij de Cooperatieve
Stoomzuivelfabriek Hoop op Zegen in de
Philosofenallee, waar de goede naam van zijn vader
eveneens tot aanbeveling strekte. Met de beoordeling
‘Het is een erg aardige jongen, maar hij is zo gauw
afgeleid en ook nogal speels’ kwam ook daar een einde
aan zijn dienstverband. In 1916 vertrok Steven op
17-jarige leeftijd naar het garnizoen in Kampen om
beroepsmilitair te worden, een vurige wens van hem.
Hij schopte het tot sergeant, maar de dienst bracht
hem niet wat hij zich er van voorgesteld had. In 1922
verliet hij het leger met antimilitaristische gevoelens
en bleef de rest van zijn leven pacifist. Hij vervolgde
zijn carrière bij het KNMI in De Bilt, waar hij belast
was met waarnemingen. Hij bleef daar werkzaam
tot zijn pensionering. Steven trouwde in 1925 met
Anna Elisabeth Volbeda (1899-1994). In hun woonplaats
De Bilt richtte Steven een padvindersgroep
op, hij was ouderling bij de Nederlands Hervormde
Gemeente, ambtenaar van de burgerlijke stand en hij
werkte mee aan een boek over de geschiedenis van
het KNMI. Steven van Egten overleed in 1984.
Geschiedenis had Stevens grote belangstelling. Met
al zijn nagelaten memoires heeft hij ook zelf letterlijk
geschiedenis geschreven. Stond in zijn verhaal
‘De oude Gaper’ vooral het wonen, leven en werken
in dit bedrijf centraal, in ‘Burgers in een kleine stad’
beschrijft hij met name het christelijke kleinburgerlijke
milieu waarin hij opgroeide. Het manuscript
werd in 1980 afgerond. Omdat het hele verhaal te
lang is, is hier gekozen voor de fragmenten waarin
Steven de kerkelijke activiteiten van zijn vader
Berend beschrijft, die letterlijk belijdend lidmaat
van de Nederlands Hervormde Gemeente was; een
levensvervulling die met hart en ziel werd beleefd.
Fragmenten die bijvoorbeeld over Stevens schooltijd
op de Marnixschool gaan, zijn te lezen op de
website van de Zwolse Historische Vereniging.
Berend van Egten zal niet hebben kunnen bevroeden
dat zijn leven ooit nog zo in de openbaarheid
zou komen, als echte Zwollenaar had hij dat waarschijnlijk
maar uiterst matig gevonden. Maar dankzij
zijn zoon hebben we nu veel informatie over de
sociale werkelijkheid waarin Berend en zijn gezin
leefde, zien we bijvoorbeeld van binnenuit hoe het
er in de zondagsschool in Berkum aan toe ging of
op het jaarlijkse Zendingsfeest in het Engelse Werk.
Steven van Egten kijkt met een milde blik en af en
toe licht ironisch terug op zijn christelijke jeugd in
Zwolle, hij schrijft levendig met een bewonderenswaardig
geheugen voor sprekende details. De originele
tekst is licht aangepast qua taal en spelling, en
her en der wat ingekort of voorzien van jaartallen.
Op de volgende pagina’s zijn verhaal.
Cover Zwols Historisch
Tijdschrift 19 (2002)
nr. 3. Berend van Egten
staat in de deuropening
van de Oude Gaper,
1903. Dit tijdschrift
staat op de website van
de Zwolse Historische
Vereniging.
Links: Cover Zwols
Historisch Tijdschrift
21 (2004) nr. 4. Berend
van Egten zit aan een
tafel in het taplokaal
van olijf- en slaolie in
de Oude Gaper. Dit
tijdschrift staat op de
website van de Zwolse
Historische Vereniging.
Annèt Bootsma –
van Hulten
De herinneringen van Steven van Egten
224 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 225
ken was, moesten rente en aflossing van de hypotheek
klaar liggen. Er moest dan ook op een of
andere manier geld binnenkomen. Sociale hulp
bestond niet en mensen op hun geld laten wachten,
dat strookte niet met de geldende moraal. De
oudste zoon Berend moest dus geld verdienen.
Door de narigheid thuis had hij zelfs de lagere
school niet helemaal kunnen afmaken. Maar er
was geen andere mogelijkheid.
’s Morgens vroeg, nog voor de Gaper zijn deuren
opende, was de jonge Berend al uit de veren.
Hij liep dan met zijn moeder naar een weiland in
Dieze om daar de koeien te melken. Berend droeg
de volle emmers naar de rand van de stad, waar
zijn moeder het juk overnam en de emmers verder
naar de Assendorperstraat droeg.
Om klokslag zes uur stond Berend voor de
Gaper om aan zijn lange werkdag daar te beginnen.
Ondanks zijn gebrekkige schoolopleiding of
misschien juist daardoor, was Berend geweldig
leergierig. Van de enkele centen die hij als loopjongen
fooi kreeg, kocht hij op de markt boeken
die hij dan ’s nachts in zijn bed bij een stompje
kaars lag te lezen, en dat na een werkdag van minstens
veertien uur. Het was dan ook begrijpelijk
dat de eigenaar van de Oude Gaper, meneer Ten
Doesschate,3 plezier had in deze pientere jongen
en dat hij een waardevolle kracht werd in de zaak.
Geleidelijk kreeg Berend moeilijker en verantwoordelijker
taken. Toen bleek dat hij goed met
mensen kon omgaan, werd hij winkelbediende.
Dat ging zo goed dat hem uiteindelijk de volledige
verantwoordelijkheid voor de winkel toevertrouwd
werd. Dat was goed gezien, want vader
had twee belangrijke eigenschappen: hij was eerzuchtig
en hij had veel plezier in zijn werk, zodat
hij al heel gauw als een vakkundig drogist bekend
stond.
De familie Van Egten was hervormd. In vaders
ouderlijk huis aan de Assendorperstraat heerste
een wat vrome, ietwat piëtistische geest. Het
Réveil had deze mensen niet onberoerd gelaten.4
Ik herinner mij dat in de boekenkast van vader de
mannen van het Réveil goed vertegenwoordigd
waren: Spurgeon, Da Costa, Bilderdijk. Het was
allemaal degelijke lectuur. Vanzelfsprekend hoorde
hierbij ook het lidmaatschap van de hervormde
jongelingsvereniging.
De Doleantie
In 1886 kwam de Doleantie,5 de kerkelijke afscheidingsbeweging
geleid door Abraham Kuyper,
die ook de hervormde gemeente van Zwolle niet
onberoerd liet. Zwolle was een in grote meerderheid
vrijzinnige gemeente. Er stond maar één
rechtzinnige predikant, ds. J. Vermeer. Hij was een
overtuigend kanselredenaar, volgens de overlevering
stonden de mensen, als hij preekte, lang voor
de dienst begon in de rij om een plaatsje in de kerk
te bemachtigen.6
Geen wonder dus, dat toen Kuypers oproep
klonk om tot de belijdenis der vaderen terug te
keren of anders de hervormde kerk te verlaten, de
hoop van scherp slijpend Zwolle gericht was op
het verlossende woord dat van Vermeer zou moeten
komen. Maar Vermeer was zo verknocht aan
de hervormde kerk dat dat verlossende woord uitbleef.
Integendeel: hij riep op om trouw te blijven
aan de ‘vaderlandse’ kerk.
De jongelingsvereniging was door de gebeurtenissen
in hevige beroering geraakt. Er waren
twee stromingen. De meerderheid van het bestuur
was op de hand van Kuyper en pleitte voor
afscheiding. Een minderheid, waaronder vader,
pleitte voor de bestaande toestand: één ongedeelde
christelijke jongelingsvereniging, die vrij stond
van de kerk. In de vergaderingen werd fel gediscussieerd.
In de hitte van de strijd ontzagen de
tegenstanders elkaar niet en bittere verwijten rolden
over de tafel. Een derde deel van de leden ging
uiteindelijk mee met de dolerenden. Jarenlange
vriendschappen werden verbroken. Als vader hier
jaren later over vertelde, klonk er bitterheid in zijn
stem over datgene dat hij als een ernstige misstap
beschouwde.
Op 1 mei 1888 werd, mede door vader, een
nieuwe vereniging opgericht. Zij koos als naam:
‘De Heer is onze Banier’.7 Deze wat zonderlinge
naam was in het dagelijkse spraakgebruik moeilijk
te hanteren. Het werd dan ook al gauw: ‘De
Banier’. Niemand kon toen nog vermoeden welk
een belangrijke plaats deze jongelingsvereniging
in hervormd Zwolle zou gaan innemen. Al
gauw kwamen er afdelingen in de verschillende
Zwolse buurten. Er kwamen knapenverenigingen
en jongeliedenverenigingen met weer allerlei
onderafdelingen. Vanuit de jongelingsvereniging
werden zondagsschoolonderwijzers gekweekt
voor de zondagsschool ‘De Zaaier’, die verspreid
over Zwolle en aangrenzende buurtschappen
vele honderden kinderen bereikte. De vormende
waarde, die van de jongelingsvereniging op de
leden uitging, valt moeilijk naar waarde te schatten.
De meeste jongens hadden net als vader weinig
schoolopleiding. Op de jongelingsvereniging
leerden ze Bijbelstudie, discussiëren, reciteren van
gedichten, organiseren. Doordat de activiteiten
bovendien niet uitsluitend gericht waren op de
kerk, werd het vormend karakter ervan nog in
belangrijke mate versterkt. Naar onze moderne
smaak mankeerde er nog wel wat aan, maar in
die tijd was deze invloed erg belangrijk. Vader zei
De kalender wees 1 mei 1880, toen mijn
vader Berend van Egten2 op vijftienjarige
leeftijd zijn intrede deed in de Oude
Gaper, de bekende drogisterij aan de Diezerstraat
14. Het was een ongewone stap voor deze boerenzoon,
die op de boerderij van zijn vader maar
node gemist kon worden. Maar het waren bar
slechte tijden. De landbouwcrisis van de tachtiger
jaren teisterde de boerenstand. Ze hadden het
moeilijk, de boeren. Het lot trof mijn grootvader
Steven van Egten in bijzondere mate. Hij had
een kleine boerderij aan de Assendorperstraat.
Maar het waren niet alleen de slechte tijden die
zijn leven moeilijk maakten. In de kracht van zijn
leven was grootvader blind geworden, doordat
van beide ogen het netvlies losliet. Daar was toen
nog geen kruid tegen gewassen, zodat grootvader
in diepe duisternis het leven door moest.
Geen wonder dat de boerderij achteruit holde.
Dit te meer omdat grootmoeder een hartkwaal
had. Te eten was er wel, maar als het jaar verstre-
Tot ongeveer 1880 had
Assendorp nog een landelijk
karakter, met veel
(kleine) boerderijen.
Hier een boerderij aan
de Assendorperdijk.
Het pad rechts is de
huidige Sallandstraat,
gezien in de richting
van de Molenweg. Op
de achtergrond is al
nieuwbouw zichtbaar.
(Collectie HCO)
Berend van Egten, 1865-1935, als jonge man.
(Particuliere collectie)
Steven van Egten (†)
Burgers in een kleine stad1
226 | jrg. 37 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 37 – nr. 4 | 227
later vaak: ‘Wat ik geworden ben, ook maatschappelijk,
heb ik aan de jongelingsvereniging te danken.
Hier is mij de lust tot studie bijgebracht.’
De jongelingsvereniging vulde na de lange
werkdagen hun leven en daar vonden ze ook hun
vrienden. Een van de leden was Cornelis van
Dingstee, een jonge onderwijzer. Hij was opgevoed
in het Burgerweeshuis in Zwolle. Zwolle was
een liberale stad en dat betekende dat hij onderwijzer
bij het Openbaar Onderwijs werd. Maar al
gauw had Cornelis daar geen vree mee en ging hij
over naar het Christelijk Onderwijs, hetgeen voor
hem een fikse salarisverlaging betekende, naar ik
meen van f 600,- naar f 500,- per jaar. Cornelis van
Dingstee en Berend van Egten werden vrienden
en zijn steeds vrienden gebleven.
Verkering
Cornelis van Dingstee had een zuster Jentje. Zij
diende in Amsterdam. Doordat zij drie broers
had die in Zwolle woonden, kwam zij haar vrije
dagen in Zwolle doorbrengen. Haar vader, mijn
grootvader Van Dingstee, had indertijd een kruidenierszaak
in Hasselt gehad.8 Hij kwam jong te
overlijden en liet daardoor zijn gezin in moeilijke
omstandigheden achter. In de denkwijze van die
dagen paste het niet van gaven te leven, hoewel
grootmoeder gefortuneerde familie had. Vandaar
dat met name de oudste kinderen al vroeg leerden
de handen uit de mouwen te steken. De jongens
werden uitstekende vaklieden. Zij zorgden voorbeeldig
voor hun moeder, die niet sterk was. Ook
moeder moest hard werken en sober leven. Deze
gang van het leven en waarschijnlijk ook haar
preutse aard zullen wel de reden zijn geweest, dat
Jentje, hoewel ze een knap

Lees verder