Categorie

Aflevering 3

Zwolse Historisch Tijdschrift 2019, Aflevering 3

Door 2019, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
36e jaargang 2019 nummer 3 – 8,50 euro
De burgemeesters
van Zwolle
■■■■
Suikerhistorie
Café De Rozeboom, Nieuwe Deventerweg 26
Ruim honderdvijftig jaar geleden werd in Ittersum
aan de doorgaande weg naar Deventer een boerenherberg
gebouwd die de naam De Rozeboom
kreeg. Tevens kon men er kruidenierswaren en
later ook brood kopen. De bouw op deze plek hing
nauw samen met de nieuwe weg naar Deventer,
die parallel liep aan de in 1866 aangelegde spoorlijn
van Arnhem naar Zwolle. Voor die tijd was
er al een herberg met dezelfde naam, eerst aan de
Zwarteweg en daarna rond 1840 aan de (wat nu
heet) Oude Deventerstraatweg, destijds nog de
doorgaande verbinding naar Deventer.
In 1947 nam Johannes Freriks café De Rozeboom
over van Willemina (Miene) van Riele,
weduwe van P.M. Jansen aan de Haar. Miene was
jarenlang het gezicht van De Rozeboom. Men
wandelde op zondag vanuit de stad graag daar
naartoe voor de door haar bereide ‘dikke melk’.
Achter De Rozeboom was een grote tuin met
prieeltjes. Ook stond daar een houten gebouwtje
waar onder meer de muziekvereniging ‘Kunst na
Arbeid’ oefende.
Toen er in de jaren zestig van de vorige eeuw
aan weerszijden van de Nieuwe Deventerweg
parallelwegen werden aangelegd, moest het pand
worden afgebroken. Iets verder van de weg af liet
Freriks een hotel-café-restaurant bouwen. De
naam De Rozeboom bleef. Ook diende het als
pension.
In maart 1984 kwam het pand in bezit van de
familie Hsu, die er een Chinees-Indisch restaurant
begon onder de naam Sing-Long. En nog steeds
kun je er voor een Chinese maaltijd terecht.
Om de herinnering aan de oude naam te
bewaren heeft het college van B en W vorig jaar
besloten aan de nieuwe straat naast de Chinees de
naam Rozeboomlaan toe te kennen.
114 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
(Collectie Hogenkamp)
Het Chinees-Indisch restaurant Sing Long aan de Oude Deventerstraatweg.
Rechts de huizen aan de nieuwe Rozeboomlaan. November 2019.
(Foto Elske Bootsma)
‘llt .. ~1elz \\ ~~
mt ~ oJtboom
J. A. J. FRERIKS
NIEUWE OEVENTERWEG 26
TEL: (65~00) 1 30 83 ITTERSIJM BIJ ZWOLLE
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 115
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 114
‘Zwollenaren zijn trotser op hun stad geworden’
Henk Jan Meijer groeide in zijn rol als
burgemeester Annèt Bootsma – van Hulten
en Steven ten Veen 116
De burgemeesters van Zwolle
Steven ten Veen 123
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 17 en slot: Dromen tussen
Groot Zwolle en Madurodam (1969)
Jan van de Wetering 136
‘Oom Paul veroverde weer aller hart’
Het bezoek van Paul Kruger aan Zwolle
Frank Inklaar 154
Een wolkammer aan de Molenstraat
(Thomas a Kempisstraat) in de Zwolse
Nieuwstad: Philip Peter Banck (1787-1859)
Geert Banck 161
Boeken 173
Mededelingen 175
Auteurs 177
Cover: Burgemeester Henk Jan Meijer op de fiets op
het Grote Kerkplein en zijn voorgangers. Zie voor
namen het artikel op p. 123 e.v. (Gemeente Zwolle
en collectie HCO)
Redactioneel
In dit nummer van het Zwols Historisch Tijdschrift
veel aandacht voor de burgemeesters
die Zwolle in het verleden hebben gediend.
Aanleiding daarvoor is het vertrek van Henk Jan
Meijer uit zijn ambt van burgervader. De eerste
Zwolse burgemeester in de huidige vorm was
Arnoldus Johannes Vos de Wael. Na hem zouden
er nog velen volgen, u vindt ze allemaal terug in
een overzicht van Steven ten Veen. Samen met
Annèt Bootsma interviewde hij ook scheidend
burgemeester Henk Jan Meijer over zijn ambtsperiode
in Zwolle, met als conclusie dat de Zwollenaren
de afgelopen negentien jaar trotser op hun
stad zijn geworden.
Frank Inklaar stofte de oude kranten af die
verslag doen van het bezoek van Paul Kruger aan
Zwolle in de zomer van 1901. Deze voormalige
president van de Zuid-Afrikaansche Republiek
(1883-1900) was mateloos populair in ons land.
En in Zwolle was dat niet anders.
Jan van de Wetering brengt ons in de slotaflevering
van zijn reeks over de jaren zestig terug
naar het Zwolle van het jaar 1969 en u bent vast
gewaarschuwd, sommige illustraties zijn fel realistisch
van aard.
Geert Banck geeft een uitgebreide beschrijving
van de Molenstraat (nu Thomas a Kempisstraat)
en omgeving in de eerste helft van de negentiende
eeuw, toen ‘rafelrand’ van Zwolle. Hij doet dat aan
de hand van het leven van zijn voorouder Philip
Peter Banck, een wolkammer die daar zijn nering
dreef. De straat maakte deel uit van de Nieuwstad,
door historicus Thomas de Vries ooit met enige
overdrijving ‘een eldorado voor smokkelaars’
genoemd.
Ten slotte, let op de Mededelingen, met informatie
over de nieuwe editie van de Grote Zwolle Quiz.
Veel leesplezier!
■■■■ 11 11-
116 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
‘Zwollenaren zijn trotser op hun stad geworden’
Henk Jan Meijer groeide in zijn rol als burgemeester
Mr. A.J. Vos de Wael was in de vorm
waarin we het burgemeesterschap
sinds twee eeuwen kennen in 1813 de
eerste burgemeester van Zwolle. Liefst 42 jaar
bekleedde hij dit ambt. Burgemeester Henk Jan
Meijer was de vijftiende in rij, twee waarnemers
niet meegerekend. Een vergelijking met zijn
illustere voorganger in de negentiende eeuw valt
uiteraard nauwelijks te maken. Het grootste deel
van de bevolking leefde toen in bittere armoede
en de blauwe dood (cholera) waarde door de
stad. Maar toch zijn er overeenkomsten te vinden.
Bijvoorbeeld de groei van de stad. Toen Vos
de Wael burgemeester werd, telde Zwolle amper
13.000 inwoners, bij zijn vertrek in 1855 waren
het er bijna 19.000. Ook Meijer heeft het inwonertal
sterk zien groeien: van 105.000 in 2000
naar meer dan 128.000 nu. Vos de Wael was,
ondanks de standencultuur die in Zwolle heerste,
voor de bevolking goed te benaderen. Hij ging
dan wel deftig gekleed, in een kniebroek, schoenen
met zilveren gespen en een pruik, maar als
hij een wandeling door de stad maakte sprak hij
met iedereen. Ook burgemeester Meijer had er
plezier in aangesproken te worden, maar anders
dan zijn illustere voorganger heeft hij die rol van
burgervader in de loop der jaren wel moeten
leren.
Burgemeester Henk
Jan Meijer in gesprek
met Annèt Bootsma
en Steven ten Veen op
het terras van de Hofvlietvilla,
met uitzicht
op het Kraanbolwerk
(de voormalige locatie
van Schaepman’s Lakfabrieken)
en het daar
verrezen appartementengebouw
De Stelling
en met inkijk in de
Thorbeckegracht,
22 augustus 2019.
(Foto Hessel Bootsma)
Annèt Bootsma –
van Hulten en
Steven ten Veen
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 117
We spraken met Henk Jan Meijer op een mooie
zomerse dag in augustus op het terras van de
Hofvlietvilla, een van zijn favoriete plekjes in de
stad. Toen hij in 2000 in Zwolle kwam, lag de villa
– met een overdaad aan hosta’s in de tuin – er op
die prachtige plek nog armoedig bij en bevond
zich aan de andere kant van de stadsgracht het
grauwe fabriekspand van Schaepman. Meijer
prijst zich gelukkig dat die situatie totaal anders
is geworden. ‘We zitten hier over de stadsgracht,
maar jarenlang werd de stadsgracht als de grens
van de binnenstad beschouwd. Ze was als het ware
een mentale barrière. We hadden de discussie over
de bibliotheek, die moet in de binnenstad blijven
werd er gezegd. Maar in de binnenstad hebben
we niet zoveel ruimte dat we er een mooie bibliotheek
en een mooie bioscoop kunnen bouwen.
Dus moet je over de stadsgracht heen. Hedon zit
er ook buiten. Omdenken noemde ik dat wel ’s in
het college.’
Toen Zwolle in 2000 een nieuwe burgemeester
moest krijgen, was het een harde wens van de
gemeenteraad dat hij of zij voor langere tijd dit
ambt zou gaan bekleden. Aan Loek Hermans en
Jan Franssen werden wel goede herinneringen
bewaard, maar na respectievelijk vier en zes jaar
waren zij alweer vertrokken. Zij zagen de hoofdstad
van Overijssel als een mooie tussenstap in
hun carrière. Henk Jan Meijer, wethouder in Den
Haag en toen 48 jaar oud, wilde graag aan die
voorwaarde voldoen. Elf jaar was hij wethouder
in Den Haag geweest, het burgermeesterschap
lonkte. ‘Ik zette hoog in. Het moest een gemeente
met meer dan 100.000 inwoners zijn met een historische
binnenstad en het liefst boven de grote
rivieren. Ik heb naar Amersfoort gesolliciteerd,
maar dat werd het niet. Mag ik achteraf misschien
wel blij mee zijn. De centrumfunctie van Zwolle
is veel groter en ik wist meteen dat deze stad veel
meer potentie heeft dan het inwonertal doet vermoeden.’
Wennen
Van de negentien jaar dat Meijer eerste burger
van Zwolle was, beschouwt hij het eerste als zijn
moeilijkste. ‘Ik moest echt aan mijn nieuwe positie
wennen. In Den Haag heerst een heel andere
mentaliteit dan in Zwolle. Daar zijn de mensen
veel directer, zeggen meteen wat ze van iets vinden.
Hier kijkt men de kat uit de boom, lig je snel
onder het vergrootglas en wordt gezegd “doe maar
gewoon, dan doe je al gek genoeg.” Daar moest ik
wel aan wennen. Nee, het eerste jaar viel niet mee.’
Bovendien kende Meijer de hoofdstad van Overijssel
amper. ‘Ik kwam hier wel ’s bij twee vrienden
uit m’n studententijd op bezoek, maar in de binnenstad
was ik nog nooit geweest. Zwolle kende ik
zo’n beetje alleen van de stop bij De Toerist als we
op weg waren naar familie in Oost-Groningen.’
Na dat moeilijke eerste jaar bouwde Meijer
steeds meer gezag op, leerde men hem kennen als
een bekwame bestuurder die hard werkte, boven
de partijen stond (wie wist dat hij lid van de VVD
was?) en feilloos aanvoelde waar de kansen van
Zwolle lagen. ‘Toen na zes jaar mijn herbenoeming
aan de orde was, heb ik gekscherend gezegd
dat ik misschien wel tot aan mijn pensionering in
Zwolle zou blijven. Dat was een grapje, maar zo
is het wel gegaan. Of ik minder ambitie had dan
mijn voorgangers? Tijdens mijn tweede termijn
heb ik wel eens om me heen gekeken naar iets
nieuws, maar niet zo actief. En ik begreep dat
ik bij vertrek ook iets los zou laten. Ik kon goed
besturen, kon mijn werk doen, had draagvlak en
Henk Jan Meijer in zijn
rol als burgemeester bij
de landelijke intocht
van Sinterklaas in
Zwolle, november 2003.
(Gemeente Zwolle)
■ ■■■
11 11-
118 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
groeide nog steeds in mijn rol als burgemeester.
Ik zit trouwens nog steeds in die groeistand. De
laatste maanden zei ik wel eens in het college dat
we bepaalde zaken volgend jaar anders zouden
kunnen gaan doen om me vervolgens te realiseren
dat ik er dan niet meer bij ben.’
Binnenstad
Wat Meijer verbaasde toen hij burgemeester van
Zwolle werd, was dat er in het collegeprogramma
niets over de binnenstad stond. ‘In Den Haag
was ik de wethouder van de binnenstad geweest.
Eigenlijk moet je voortdurend aandacht aan de
binnenstad besteden. Een van de eerste dingen
die ik in Zwolle heb gedaan, was een gesprek
aangaan met de ondernemers van de binnenstad.
Daar werden we het er over eens dat er wat aan de
Grote Markt en de Melkmarkt moest gebeuren en
dat we als gemeente en ondernemers meer met
elkaar moesten samenwerken. De plannen om het
Broerenkerkplein autovrij te maken leverden een
geweldige discussie op. Toen het eenmaal gerealiseerd
was, was iedereen blij. Over de sloop van
de panden aan de Melkmarkt waar de Primark is
gekomen, is ook lang discussie gevoerd. Daar ben
ik nog door mijn voorganger Drijber over aangesproken.
Maar opvallend gladjes is de besluitvorming
over de uitbreiding van De Fundatie verlopen.
Daar ging het om een spannend project, waar
een beetje durf voor nodig was. En Zwolle durfde
dat aan, een bewijs dat men hier grootstedelijker
is gaan denken. Je ziet trouwens de functie van
de binnenstad veranderen: minder winkels, meer
horeca en cultuur.’
Benut je mogelijkheden, is altijd de leidende
draad in het beleid van Meijer geweest. ‘Ik ben
niet zo’n visionair. Toen ik hier in 2000 kwam,
De burgemeester op de
fiets, Grote Kerkplein.
(Gemeente Zwolle)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 119
wist ik niet hoe Zwolle er in 2019 uit zou zien. Ik
zal dus ook niet zeggen hoe de stad in bijvoorbeeld
2030 zal zijn. Ik heb veel meer gestuurd op
het benutten van je mogelijkheden. Ik kan geen
boeken in een kerk bedenken en een koepel op
De Fundatie. Daar heb je mensen voor nodig die
initiatieven nemen en die wij als gemeente dan
faciliteren. Zwolle heeft meer dingen die buiten de
stad bekend zijn. Toen ik hier kwam, was dat De
Librije, maar daar hield het ongeveer wel bij op.
Nu praat men over Waanders in de Broeren en De
Fundatie en vijf jaar geleden hebben we een periode
gehad dat PEC Zwolle een geweldig uithangbord
voor de stad was. Als ik bij een minister of
staatssecretaris op bezoek was, praatte je de eerste
vijf minuten altijd over dat soort zaken. Minister
Ivo Opstelten begon altijd over PEC. Als je meer
aanknopingspunten hebt, krijg je een breder beeld
van de stad. Wat een mooie binnenstad hebben
jullie, wat doen jullie het economisch goed. Dat
soort associaties krijg je er ook bij en dan heb je
een mooi gesprek. Want dan praat je vanuit een
zelfbewuste positie in plaats van een positie waarbij
je de hand moet ophouden. Als ik naar de toekomst
kijk zou ik zeggen, houd dit soort dingen
vast.’
Adviezen
Kijkend naar de toekomst van Zwolle blijft Meijer
terughoudend. Hij wil zijn opvolger niet voor de
voeten lopen. Maar adviezen heeft hij natuurlijk
wel. ‘Het stationsgebied bijvoorbeeld beter benutten.
Het is ook een prachtige ontmoetingsplek.
Binnen een uur of anderhalf uur kunnen mensen
vanuit een groot deel van het land elkaar hier
ontmoeten. De spoorzone is een goede plek om
woningen te bouwen voor tweepersoonshuishoudens
die korte tijd in Zwolle willen wonen. Een
Zwolle-Zuid of Stadshagen moet er in Zwolle niet
bij komen. Er zijn voldoende mogelijkheden om
een paar duizend woningen te bouwen waarbij de
bewoners dan op bestaande voorzieningen terug
kunnen vallen. En als er besloten wordt om in
Berkum-Zuid te bouwen, kan het winkelcentrum
daar uitgebreid worden.’ Meijer is er ook voorstander
van om het station en de binnenstad meer
met elkaar te verbinden ‘Als er een passarel over
het spoor komt, heb je een aantrekkelijke route
om naar de binnenstad te lopen.’
Meijer heeft de stad niet alleen groter zien
worden, maar ook het zelfvertrouwen van de
Zwollenaren zien groeien. ‘Toen ik in Zwolle
begon, verliep de besluitvaardigheid stroperig.
Over de bouw van een nieuw theater en een nieuw
stadion werd bijvoorbeeld gezegd: kan dat allemaal
hier wel. De PvdA vond een nieuw theater
elitair, anderen wilden een onderzoek naar een
andere plek. En dan waren er twijfels over de
grootte van beide accommodaties, waren ze niet
te groot voor Zwolle? Waarbij uit het oog werd
verloren dat PEC er niet alleen is voor de voetballiefhebbers
uit Zwolle maar uit de hele regio. En
hetzelfde geldt voor het theater. Door dit soort
discussies kan de besluitvorming eindeloos worden
vertraagd. Je moet de moed hebben om een
besluit te nemen. Zoals dat bijvoorbeeld met de
Grote Kerk is gegaan. Dat gebouw is niet alleen
een kerk, maar ook een monument waar je op
andere manieren gebruik van kunt maken.’
Regio
De samenwerking binnen de regio is misschien
wel een van de grootste verdiensten die Meijer
voor Zwolle heeft gehad. Aanvankelijk bestonden
er slechts losse contacten tussen de gemeenten en
werd er soms ook met enig wantrouwen naar de
Theater de Spiegel werd
op 30 september 2006
officieel geopend door
koningin Beatrix. (Provincie
Overijssel)
■ ■■■
11 11-
120 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
grootste stad gekeken. Bijvoorbeeld door Kampen,
dat scholen voor hoger onderwijs zoals de
kunstacademie en de school voor journalistiek
naar Zwolle zag vertrekken. Het is de positie die
Zwolle inneemt die het tot de vanzelfsprekende
hoofdkern maakt waar bedrijven als Zara, Primark
en Ikea zich vestigen. Er zijn geen concurrerende
steden in de buurt. ‘Maar dat neemt niet
weg dat je moet proberen om je in de anderen te
verplaatsen, dat je elkaar respectvol moet behandelen’,
vindt Meijer. Mede vanuit die gedachte
is een regioverband ontstaan waar niet minder
dan 21 gemeenten aan meedoen en waarbij ook
bijvoorbeeld het bedrijfsleven en het onderwijs
vertegenwoordigd zijn. ‘De structuur is licht, we
hebben slechts een soort dagelijks bestuur en
tweemaal per jaar wordt er een Regiodag gehouden.
De laatste was in Dronten. De opzet is om
begrip voor elkaar te hebben, elkaar ook wat te
gunnen. In tegenstelling tot Twente hebben we
hier niet zo’n duidelijke regio, maar toch hebben
ze daar veel meer ruzie met elkaar. Misschien
ook wel omdat er drie grotere steden zijn. In onze
regio is Zwolle de grootste, het boegbeeld. Maar je
moet wel bescheiden blijven.’
De manier waarop binnen de regio Zwolle
wordt samengewerkt, is landelijk bekend en ontmoet
waardering en bewondering. Ook in Den
Haag, waarmee goede contacten bestaan. ‘Je moet
er een goed netwerk hebben’, zegt Meijer. ‘Maar
contacten met anderen zijn minstens zo belangrijk,
zoals op ambtelijk niveau, met Kamerleden
en met andere steden. Daarom vind ik het ook
noodzakelijk dat de wethouders in allerlei clubjes
zitten. Zo krijg je informatie. Blijf naar buiten kijken,
je doet het niet alleen, je bent onderdeel van
een geheel.’
Burgervader
Van burgemeester is Meijer in de loop der jaren
ook in een burgervader veranderd. Dat ging niet
vanzelf. ‘Ik ben van nature vrij terughoudend.’
Maar de burgemeester werd in de loop der jaren
steeds spontaner en toegankelijker, ook tijdens
het carnaval zonder dat je kunt zeggen dat hij een
echte carnavalsvierder is. ‘De rol van burgervader
betekent bijvoorbeeld dat je naar plekken gaat van
een brand of een ongeluk. Je praat er met slachtoffers,
biedt vanuit je functie troost. Dat heb ik moeten
leren. Je merkt dat het helpt als je troostend
je arm om een slachtoffer legt en hem of haar een
jaar later nog eens belt om te vragen hoe het gaat.
Je ziet dat het betekenis heeft.’
Veel vaker kreeg Meijer als hij samen met zijn
vrouw Petra in de stad wandelde ook de blikken
van voorbijgangers op zich gericht. ‘Kijk, dat is
de burgemeester’, werd er dan gezegd. Vooral
het laatste half jaar toen bekend was dat hij met
pensioen zou gaan, werd hij vaak aangesproken.
‘We willen u even bedanken voor wat u voor de
De samenwerking binnen
de Regio Zwolle is
provincie overschrijdend
en betreft een
groot aantal gemeenten,
een uniek fenomeen
in Nederland.
(Uit: Lange lijnen)
■■■■
fitten en cijfers:
21 gemeenten
730.000 inwoners
4 provincies
3,3% economische groei in 2017
22,8 mnl bruto regionaal product
16,5 mrd exportwaarde
10 mnl importwaarde
76% familiebedrijven
57.645 bedrijfsvestigingen, waarvan
70% eenmanszaken
65% van de banen is te vinden in het MKB
41.020 personen werken in de industrie
339.550 arbeidsplaatsen
Meppel
SiaphorSI De Wolden
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 121
stad heeft gedaan’, kreeg hij dan te horen. ‘Wat er is
gedaan, kan ik natuurlijk niet alleen op mijn conto
schrijven. Maar het deed me wel goed, ik was er
best trots op.’
Over de vraag of Meijer na zijn pensionering
in Zwolle zou blijven wonen, is niet lang nagedacht.
‘Daar hebben we geen seconde over getwijfeld.
We voelen ons hier thuis, onze beide dochters
zijn hier opgegroeid en we hebben hier van alles
meegemaakt. Mijn vrouw Petra werkt op het stagebureau
van Talentstad en dochter Merle (18) zit
op het Meander. Laura (20) studeert psychologie
in Leiden.’ Zelf zal hij als oud-burgemeester ook
nog van alles te doen hebben. Zo is hij voor de
VVD lid van de Eerste Kamer en is hij presidentcommissaris
van Wildlands Adventure Zoo, de
dierentuin in Emmen.
Trots
Het is aardig om aan het einde van dit artikel nogmaals
een vergelijking te maken met Vos de Wael.
In zijn Geschiedenis van Zwolle schreef Thom. J.
de Vries, gemeentearchivaris in de jaren zestig, dat
deze burgemeester Zwolle bracht van de diepste
armoede tot een opmerkelijke graad van bloei.
Toen hij begon zag Zwolle grauw van ellende; toen
hij aftrad in 1855 waren er tenminste twee stoomwerktuigen
en een gasverlichting.
Als burgervader bij
het slot defilé van de
Avondvierdaagse.
(Foto Frans Paalman)
Koningsdag 2016 in
Zwolle. (Foto Pedro
Sluiter)
■ ■■■
11 11-
122 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
‘De oudere Zwollenaren waren trots op hun burgemeester
en op hun stad.’ Henk Jan Meijer trof in
2000 geen stad in armoede aan, maar er was wel
werk aan de winkel. Hij zorgde er voor dat er niet
alleen over de grenzen van de gracht, maar ook die
van de stad en van de provincie heen werd gekeken,
waardoor een constructieve samenwerking met
de regio is ontstaan. Twee belangrijke projecten
die tot stand zijn gekomen, theater De Spiegel en
het stadion van PEC Zwolle, hebben een capaciteit
gekregen die is afgestemd op de centrumfunctie die
Zwolle in deze regio heeft. En de Zwollenaren zijn
in de afgelopen negentien jaar trotser geworden op
hun stad en hun burgemeester.
Literatuur
Vries, Thom.J. de, Geschiedenis van Zwolle, dl II.
(Zwolle 1961)
Groepsfoto bij een naturalisatieceremonie in de Schepenzaal. (Foto Cathelijn
van den Akker)
Burgemeester Meijer tussen een oud en een nieuw Zwols icoon, de Peperbus en
de Fundatie. (Gemeente Zwolle)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 123
De burgemeesters van Zwolle
De steden in ons land, waaronder Zwolle,
wisten eeuwenlang redelijk autonoom
te blijven binnen het centrale gezag van
landsheer, staten of stadhouder. Alle belangrijke
zaken, inclusief defensie, rechtspraak en regels
waaraan de bewoners zich dienden te houden,
werden doorgaans door het stadsbestuur bepaald.
Dit veranderde met de komst van de Fransen, de
Bataafse Republiek, het Koningrijk Holland en
vervolgens de inlijving bij Frankrijk. Nadat in
1813 Napoleon was verslagen en twee jaar later
het Koninkrijk der Nederlanden werd gesticht,
werd de verhouding van de steden tot het Rijk
in 1824 wettelijk vastgelegd. Zwolle schikte zich
echter al veel eerder in deze nieuwe orde. Daarmee
kan burgemeester A.J. Vos de Wael de eerste
burgemeester van dit nieuwe tijdperk worden
genoemd. In de rij van Zwolse burgemeesters
sindsdien is de pas aangetreden Peter Snijders
nummer zestien.
A.J. Vos de Wael, 1813-1855
Arnoldus Johannes Vos de Wael (1787-1859), lid
van een vooraanstaande Zwolse katholieke (!)
familie was 42 jaar lang burgemeester van Zwolle.
In zijn Geschiedenis van Zwolle schreef stadsarchivaris
Thom. J. de Vries dat onder zijn bewind
Zwolle was omgevormd van een middeleeuwse
stad tot een moderne provinciale hoofdstad. Dat
dan wel bekeken door de ogen van de negentiende
eeuw. Allerlei voorzieningen die nu als
normaal en onontbeerlijk worden beschouwd,
ontbraken toen en de meeste inwoners van de stad
verkeerden in bittere armoede. Maar onder het
bewind van Vos de Wael werden verbeteringen
tot stand gebracht die Zwolle de weg naar meer
economische voorspoed en ontplooiing boden,
zoals de aanleg van de Willemsvaart. Volgens De
Vries werd daarvoor echter wel een hoge prijs
betaald: prachtige monumenten uit het verleden
sneuvelden onder de slopershamer, zoals het oude
raadhuis en het wijnhuis, de raadstoren, en vele
poorten waaronder de Vispoort en de Grote Jan
Baghs. ‘Indien Zwolle destijds de beschikking had
gehad over een stadsbestuur, dat oog had voor het
werkelijke schone, dan had men toen van Zwolle
het mooiste stadje van Nederland kunnen maken’,
aldus De Vries, die Vos de Wael portretteerde als
een perfecte democraat in een ondemocratische
wereld. Iedere dag maakte de burgemeester een
flinke wandeling door de stad en sprak dan met
iedereen. Iedere morgen en iedere middag kwam
hij een half uurtje op het stadhuis om de ingekomen
stukken te zien, de uitgaande te tekenen en te
vernemen wat er van doen was…
Burgemeester A. J. Vos
de Wael. (Collectie
HCO)
Steven ten Veen
■■■■ 11 11-
124 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Mr. J.A.G. baron de Vos van Steenwijk, 1855-1867
Was zijn voorganger geliefd in Zwolle, van Jan
Arend Godert de Vos van Steenwijk (1818-1905)
kon dat niet worden gezegd. Bij Vos de Wael kon
iedereen terecht, De Vos van Steenwijk liet zich
zelden zien. Hij bestuurde de gemeente vanaf
zijn buitenverblijf Mataram tussen Wijthmen en
Dalfsen en kwam alleen als dat nodig was met
zijn vierspan naar het stadhuis om stukken te
ondertekenen of incidenteel de raad voor te zitten.
Het feit dat De Vos van Steenwijk zich maar af
en toe vertoonde in de stad kwam mede doordat
hij het burgemeesterschap combineerde met het
lidmaatschap van de Eerste Kamer. Hoogtepunt
tijdens zijn ‘bewind’ was de aansluiting van Zwolle
op het spoorwegnet. Op 4 juni 1864 arriveerde de
eerste trein waarvoor heel Zwolle uitliep. De Vos
van Steenwijk trad drie jaar later tamelijk onverwachts
af. Een afscheidsfeest werd niet gehouden,
wel kreeg hij een ‘modern’ cadeau, namelijk een
album met foto’s van Zwolle. De Vos van Steenwijk
vestigde zich in Den Haag, en werd vanaf
1874 voorzitter van de Eerste Kamer. Hij verliet de
Kamer in 1880 vanwege zijn benoeming tot Commissaris
van de Koning in Utrecht, maar omdat
hij weigerde naar Utrecht te verhuizen, kwam daar
in 1881 al weer een einde aan.
Jhr. W.C.T. van Nahuijs, 1867-1897
Burgemeester was hij geweest van achtereenvolgens
Diepenheim, Ambt Almelo, Stad Ommen,
Ambt Ommen, Wijhe en Enschede toen Willem
Christiaan Theodoor van Nahuijs (1820-1901)
tot burgemeester van Zwolle werd benoemd. De
overstap van Enschede naar Zwolle was in die tijd
een promotie, Enschede was nog slechts een dorp.
Echter wel een dorp dat in 1862 door een hevige
brand voor een groot deel in de as was gelegd. Bij
de wederopbouw was Van Nahuijs zo voortvarend
te werk gegaan, dat hij geschikt werd geacht voor
het burgemeesterschap van de hoofdstad van
Overijssel. Omdat hij uit een dorpsmilieu kwam,
had hij tijd nodig om aan de stad te wennen. Hij
zocht zijn relaties vooral in de Groote Sociëteit
en openlijk werd gezegd dat belangrijke benoe-
Het oude, begin negentiende eeuw gesloopte stadhuiscomplex van Zwolle. Vlnr.
het Mosterthuis, het meentehuis en het achter één gevel gelegen raadhuis en
wijnhuis. Aan het Mosterthuis hangt een walviskaak, ten teken dat hier recht
gesproken werd. (Reproductie tekening Cornelis Pronk, 1732, collectie HCO)
Burgemeester mr.
J.A.G. baron de Vos van
Steenwijk. (Collectie
HCO)
Burgemeester jhr. W.C.T. van Nahuijs. (Collectie
HCO)
■■■■ 11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 125
mingen hier tot stand kwamen. Van Nahuijs kon
nog wel eens in woede uitbarsten als iets hem niet
zinde. Dan bulderde zijn stem door het stadhuis,
waar overigens maar vier klerken werkten… De
burgemeester, klein van stuk, woonde in het pand
waar Grand Hotel Wientjes uit voortgekomen is.
Dertig jaar was hij eerste burger van Zwolle en
onder zijn leiding is veel tot stand gekomen, zoals
rond 1870 de vestiging van de centrale werkplaats
van de spoorwegen bij het station en de aanleg van
de nieuwe Katerveersluis en verdere verbeteringen
van de Willemsvaart. In dezelfde tijd vond de
uitbreiding van de gemeentereiniging plaats die
de hygiëne in de stad sterk verbeterde, de stichting
rond 1880 van een gemeentelijk ziekenhuis (het
Sophia) en rond 1890 de aanleg van een centrale
drinkwaterleiding. Het inwonertal van de stad
groeide van 20.000 naar 30.000. Toen hij in 1897
op 77-jarige leeftijd aftrad, was zijn gezondheid zo
slecht dat hij kort daarna overleed.
Mr. dr. I.A. van Roijen (1897-1933)
Isaäc Antoni van Roijen (1859-1938) was een
geboren en getogen Zwollenaar. Zijn wieg stond
in de Bloemendalstraat. Net zoals zijn vader en
grootvader was hij naast zijn praktijk als advocaat
actief in de politiek. Toen door het vertrek van Van
Nahuijs een nieuwe burgemeester werd gezocht,
deed het raadslid mr. P.J.G. van Diggelen zijn best
om deze functie in de wacht te slepen. De man was
mede vanwege zijn gewoonte om altijd de eerste
viool te willen spelen echter verre van populair, in
tegenstelling tot wethouder Van Roijen die werd
voorgedragen en benoemd. In zijn lange ambtsperiode
kreeg Van Roijen te maken met de opkomst
van links in de politiek. De verkiezing in 1903 van
de eerste socialist in de gemeenteraad – K. Admiraal
– zorgde nog niet voor een ‘revolutie’, maar de
sfeer werd anders toen de marxist Henk Sneevliet
vier jaar later raadslid werd, want die legde zich
toe op het omverwerpen van de bestaande orde.
Zijn raadslidmaatschap duurde overigens slechts
kort, hij vertrok uit Zwolle en zou later internationale
bekendheid krijgen als revolutionair in
Nederlands-Indië en China. In 1919 verschenen
ook de eerste twee vrouwen in de raad, voor de
SDAP en de Vrije Liberalen. Van Roijen was gezien
De jonge burgemeester
mr. dr. I.A. van Roijen
in zijn ambtskostuum.
(POZC, 26 jan. 1933)
Tot 1931 werden koeien verhandeld op de Beestenmarkt (nu Harm Smeengekade),
varkens aan de Pannekoekendijk en paarden op de Brink. Vanwege toenemend
ruimtegebrek en overlast werden alle markten begin jaren dertig op één
locatie samengebracht. Deze nieuwe veemarkt werd op 30 april 1931 geopend
door burgemeester Van Roijen, de grote man met lichte hoed in het midden.
(Collectie HCO)
■ ■■■
11 11-
126 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
in Zwolle, hij was minzaam, benaderbaar en sprak
zo nodig Zwols, maar hij bestuurde de stad als een
ouderwetse en behoudende regent. Hij zette de
rem op alle investeringen die de stad geld konden
kosten, met als gevolg dat Zwolle zich begin twintigste
eeuw weinig ontwikkelde. Tijdens een van
de laatste jaren van zijn ambtsperiode beleefde
Van Roijen nog wel een hoogtepunt: de opening
op 15 januari 1930 van de IJsselbrug, die mede
op initiatief van zijn vriend, oud-wethouder en
minister van Waterstaat mr. H. van der Vegt was
gerealiseerd. In datzelfde jaar opende hij, zelf oudleerling,
ook het nieuwe gebouw van het gymnasium
aan de Veerallee en een jaar later de nieuwe
veemarkt. Toen Van Roijen per 1 februari 1933
aftrad, geloofde half Zwolle dat hij zou worden
opgevolgd door zijn zoon, die in Amsterdam een
drukke praktijk als advocaat had. Maar het werd
zijn schoonzoon, Jacob Evert de Vos van Steenwijk.
Dr. J.E. baron de Vos van Steenwijk, 1933-1937
Toen Jacob Evert de Vos van Steenwijk (1889-
1978) tot burgemeester van Zwolle was benoemd,
zei een van zijn vrienden: ‘Wat gebeurt er als een
astronoom burgemeester wordt? Dan helpt hij
zijn gemeente naar de maan.’ De in Zwolle geboren
De Vos van Steenwijk was namelijk wis- en
sterrenkundige. Hij had ook politieke aspiraties,
wat hem er toe bracht om te solliciteren naar het
burgemeesterschap van Zwolle. Minister Ruys de
Beerenbrouck vond dat De Vos van Steenwijk het
maar moest proberen. ‘In een kleine gemeente kan
ik u niet gebruiken, in een grote zal het misschien
wel gaan’, zou hij hebben gezegd, want dan konden
de ambtenaren hem voldoende ondersteunen…
Onder het bewind van de nieuwe burgemeester
ging een heel andere wind waaien dan tijdens
het bewind van zijn schoonvader het geval was
geweest. De Vos van Steenwijk was een buitengewoon
welwillend man, waardoor de sfeer in
Groepsfoto van het college
van B en W en de
Zwolse gemeenteraad
in de Schepenzaal op
26 januari 1933, ter
gelegenheid van het
afscheid van burgemeester
Van Roijen.
(Collectie HCO)
Burgemeester dr. J.E.
baron de Vos van Steenwijk.
(Collectie HCO)
■■■■ 11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 127
de raad prettiger, menselijker en minder formeel
werd. De raadsvergaderingen duurden echter wel
eindeloos, want de voorzitter hield de teugels niet
strak. Dat De Vos van Steenwijk grotere ambities
had, zou al snel blijken. Amper vier jaar na zijn
aantreden in Zwolle werd hij namelijk al benoemd
tot burgemeester van Haarlem en niet veel later tot
Commissaris van de Koningin in Noord-Holland.
Die functie zou hij echter slechts twee jaar uitoefenen,
omdat hij door de Duitse bezetter werd
afgezet. Na de oorlog werd hij president-curator
van de Leidse Universiteit.
A. van Walsum, 1938-1940
Het burgemeesterschap van Arnoldus van
Walsum (1890-1957), die lid was van de Christelijk
Historische Unie (CHU), duurde slechts
twee jaar. Op 26 juni 1940 werd hij als eerste
burgemeester van Nederland door de Duitsers
ontslagen. De diepgelovige Van Walsum was
voor Zwolle een totaal onbekende. Op 25-jarige
leeftijd werd hij al burgemeester van Krimpen
aan de IJssel, waarmee hij de jongste persoon in
Nederland was die dit ambt bekleedde. Daarna
was hij tien jaar burgemeester van Vlaardingen. In
Zwolle ontpopte Van Walsum zich als een dorpsburgemeester
die zich met allerlei nietige details
bemoeide. Toen begin 1940 de oorlog dreigde,
nam hij een historisch raadsbesluit: de gemeente
schafte voor 4.500 gulden zestig karabijnen aan
voor de politie en de luchtafweer. Op de morgen
van de capitulatie sprak Van Walsum de Zwolse
bevolking via het lokale radiodistributienet toe.
Daarbij reageerde hij zeer ontdaan op het vertrek
van koningin Wilhelmina naar Londen. Hij veroordeelde
deze vlucht, ‘terwijl er nog jongens voor
haar in het vuur gaan.’ Hij gebruikte daarbij zelfs
de term ‘misdadig’, wat hem nog heel lang zou
worden nagedragen. Daar stond tegenover dat
Van Walsum officieren van de Sicherheitspolizei
in juni 1940 inzage weigerde in het bevolkingsregister,
omdat hij vermoedde dat ze op zoek waren
naar namen van Joodse families. Van Walsum
werd daarop eerst kort vastgezet en vervolgens uit
zijn ambt ontslagen. De toespraak voor de radiodistributie
noemde Van Walsum later ‘de fout van
mijn leven’. Het blokkeerde na de bevrijding ook
een mogelijke terugkeer in zijn functie als burgemeester
van Zwolle, waarop hij wel had gehoopt.
Zijn bestuurlijke carrière bleef daarna beperkt
tot waarnemend burgemeester in de jaren vijftig
van Waarder, Barwoutswaarder en Rietveld, drie
kleine gemeenten in Zuid-Holland.
Jhr. mr. M.P.M. van Karnebeek, 1940-1944,
waarnemend in 1945
Op 3 oktober 1940, nog geen vier maanden na de
bezetting van ons land, werd Maurits Peter Marie
van Karnebeek (1908-1985) als burgemeester van
Zwolle geïnstalleerd. Jhr. G.A. Strick van Linschoten,
de burgemeester van Zwollerkerspel, was na
het vertrek van Van Walsum korte tijd waarnemer
geweest. Van Karnebeek, liberaal maar politiek
ongebonden, was daarvoor burgemeester van
Zuidlaren. Tijdens zijn inhuldiging pleitte hij,
plichtsgetrouw als hij was, voor samenwerking
met de bezettende macht en eensgezindheid,
teneinde ‘het schip va A. van Walsum. (Collectie HCO) n dit gemenebest door de
■ ■■■
11 11-
128 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
branding van dezen moeilijken tijd veilig heen te
loodsen.’ Toen de Duitsers na de slag om Arnhem
besloten om de IJssellinie te versterken, kreeg Van
Karnebeek opdracht om mannelijke inwoners
van Zwolle in te schakelen voor het graafwerk. De
burgemeester weigerde dat en dook onder. Op 11
oktober 1944 werd hij uit zijn ambt gezet. Na de
bevrijding is hij nog een paar maanden waarnemend
burgemeester van Zwolle geweest. Terugkerend
van zijn onderduikadres werd hij al op 14
april 1945, de dag van de Zwolse bevrijding, door
het Militair Gezag geïnstalleerd. De zuivering
doorstond hij met vlag en wimpel, maar niettemin
trad hij in de herfst van 1945 plotseling af. Officieel
heette het dat Van Karnebeek zich gekrenkt
toonde door opmerkingen van de minister van
Binnenlandse Zaken over het gebrek aan beginselvastheid
van bestuurders die tijdens de oorlog
te lang op hun post waren blijven zitten. Maar
onofficieel speelde zijn scheiding ook een rol. Van
Karnebeek richtte zich daarna op de diplomatieke
dienst, waarbij hij onder andere ambassadeur in
Oslo was.
Mr. A. Meerkamp van Embden, 1944-1945
Het lag voor de hand dat Zwolle na het ontslag
van Van Karnebeek een NSB-burgemeester
zou krijgen Dat werd Adriaan Meerkamp van
Embden (1882-1954), die rijksarchivaris van
Zeeland en vanaf 1942 NSB-burgemeester van
Middelburg was geweest. De man stond bekend
als een wereldvreemde kamergeleerde en had
in Zwolle niets te vertellen, de bezetters maakten
de dienst uit. Dat kwam mede doordat het
hoofdkantoor van de Sicherheitspolizei werd
verplaatst van Den Haag naar Zwolle. De plaatselijke
ondergrondse ondervond daar de gevolgen
van, want velen van hen werden opgepakt
en gefusilleerd. Toen de Duitsers de burgemeester
opdracht gaven om mannelijke inwoners
van Zwolle aan te leveren voor het versterken
van de IJssellinie werden twintig vooraanstaande
Zwollenaren in gijzeling genomen met
de waarschuwing dat een aantal van hen zou
worden geëxecuteerd als er zich niet genoeg
gravers zouden melden. Na de bevrijding zei
Meerkamp dit als een fiasco van zijn beleid te
zien. Na zeven maanden hechtenis werd hij
mild gevonnist, met alleen ontzetting uit zowel
het actieve als passieve kiesrecht, omdat hij als
burgemeester daar waar mogelijk had geprobeerd
om de Duitse maatregelen te verzachten.
Hij keerde terug naar Zeeland en leidde daar tot
zijn overlijden een teruggetrokken leven.
Burgemeester Van
Karnebeek spreekt bij
de herbegrafenis van
Zwolse gefusilleerden
op Kranenburg in april/
mei 1945. (Foto Voerman,
collectie HCO)
Mr. A. Meerkamp van Embden (links) in 1934 op straat in Middelburg, toen hij
nog rijksarchivaris van Zeeland was. (Beeldbank Zeeland)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 129
Jhr. mr. G.A. Strick van Linschoten, 1946-1959
Gustaaf Adolf Strick van Linschoten (1894-1968)
– ‘Strick’ werd hij in Zwolle genoemd – was dertien
jaar burgemeester van Zwollerkerspel geweest
en daarvoor officier bij de cavalerie. Aan heel zijn
houding was te zien dat hij een statige aristocraat
was. Daarbij was hij nuchter, beminnelijk en
lichtelijk excentriek. Strick, lid van de Christelijk
Historische Unie (CHU), reed bij voorkeur met
de fiets door de stad. ‘Ja, van een auto schijnt een
soort cachet uit te gaan, maar misschien ben je
over zoveel jaar wel deftig als je op de fiets zit’,
zou hij er over hebben gezegd. Als burgemeester
was hij bij de bevolking geliefd, maar hij miste
daadkracht. In het kerspel, een pure plattelandsgemeente,
was dat niet zo erg, maar in Zwolle was
iemand nodig om de stad op sleeptouw te nemen.
Toen hij in het jaar van zijn afscheid (1959) door
Bibeb van Vrij Nederland werd geïnterviewd zei
hij het volgende er over: ‘Zwolle heeft een beetje
de naam gehad van een erg rustige, antieke stad.
Dat was vroeger, maar er is veel veranderd. Toch
als je eenmaal de naam hebt, verander je die
niet van vandaag op morgen.’ Gebeurde er dan
helemaal niets onder het bewind van Strick van
Linschoten? Zeker wel. De internationaal vermaarde
architect en stedenbouwkundige W.M.
Dudok werd eind jaren veertig aangetrokken om
een uitbreidingsplan en een structuurplan voor
de binnenstad te maken. Men wist echter geen
consensus te bereiken over zijn in 1951 gepresenteerde
ontwerp en Dudok haakte boos af. Vervolgens
werd stedenbouwkundige S.J. van Embden
gevraagd een plan te maken hoe Zwolle zou moeten
groeien. Als uitvloeisel daarvan werd op 17
september 1958 de eerste paal voor nieuwbouwwijk
Holtenbroek geslagen. Tegelijkertijd werd
een gemeentelijk structuurplan gepresenteerd met
daarin de ambitieuze doelstelling om op termijn
te groeien naar een stad met 200.000 inwoners…
Zwolle telde op dat moment zo’n 55.000 inwoners.
Drs. J.A.F. Roelen, 1960-1969
In de negen jaar dat de planoloog Johannes
Antonius Franciscus (Hans) Roelen (1920-2005)
burgemeester was, is er in Zwolle ontzettend veel
gebeurd. Er kwam met het Zwolle-IJsselkanaal
Burgemeester jhr.
mr. G.A. Strick van
Linschoten. (Collectie
HCO)
Burgemeester drs. J.A.F.
Roelen presenteert
een van de ambitieuze
groeiplannen van
Zwolle, oktober 1967.
(Collectie HCO)
■■■■ 11 11-
130 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
een verbinding tussen de IJssel en het Zwartewater,
Holtenbroek werd gebouwd en de aanleg van
de Aa-landen lag daarvan in het verlengde. Met
de komst van een fabriek van Scania Vabis haalde
Zwolle een grote vis binnen en veel oude Zwolse
bedrijven trokken uit de binnenstad naar nieuw
aangelegde industrieterreinen. De VVD’er Roelen,
die vanuit Delfzijl naar de Overijsselse hoofdstad
was gekomen, liet een totaal andere wind dan
zijn voorganger waaien. Met zijn frisse aanpak en
overtuigingskracht gaf hij de stad nieuwe dynamiek.
Belangrijk daarbij was dat Zwolle al een jaar
voor zijn aantreden door het Rijk was aangewezen
als ontwikkelingskern. Daarmee kwam geld
binnen dat kansen bood om de infrastructuur
belangrijk te verbeteren. De binnenstad ging
op de schop, rond de Broerenkerk werd driftig
gesloopt en daardoor ontstond een troosteloze
zandwoestijn waar een winkelcentrum moest
worden gebouwd. Ook de neogotische St. Michaëlkerk
met karakteristieke toren in de Roggenstraat
ging tegen de vlakte. Nauwelijks een woord
van protest in Zwolle, de stad was in de greep van
de vooruitgang en daar hoorde sloop bij. Door
de opheffing en annexatie van het grootste deel
van Zwollerkerspel in 1967 groeide het aantal
inwoners in dat jaar naar 73.000. Volgens de ontwikkelde
plannen zou de stad overigens nog veel
groter moeten worden, tot zeker 250.000 inwoners
in het jaar 2000. Ondertussen begon er wel
publieke discussie te ontstaan over de plannen van
de gemeente voor de bouw van een groot modern
stadhuis, naar een ontwerp van architect ir. J.J.
Konijnenburg, midden in de oude binnenstad. In
juli 1969 promoveerde Roelen naar Arnhem. Op
de vraag of Zwolle tijdens zijn verblijf was veranderd
zei hij: ‘Het is minder provinciaal geworden,
provinciaal dan in zijn slechte betekenis van
bekrompen. Het is allemaal wat royaler geworden,
wat meer open. Niet alleen uiterlijk, maar ook in
de denkwijze van de bewoners.’
Mr. J. Drijber, 1969-1980
Na al dat slopen dat nog steeds niet ten einde
was, was Zwolle zo langzamerhand wel toe aan
een periode waarin de zandwoestijn in de binnenstad
zou verdwijnen. Johannes (Job) Drijber
(1924-2016) was daar de ideale man voor. Als
burgemeester van Middelburg had hij al bewezen
hoe zorgvuldig met een monumentale binnenstad
moest worden omgegaan. In Zwolle
aangekomen trapte hij onmiddellijk op de rem
bij de sanering van de binnenstad. Waar dat nog
mogelijk was, werd sloop van panden die het
waard waren om behouden te blijven afgelast.
Zo leverde Drijber een essentiële bijdrage aan
de herwaardering van de oude binnenstad. De
lange en soms felle strijd rond de bouw van een
nieuw stadhuis kwam ook tot een goed einde. Op
15 mei 1976 vond de officiële opening plaats. In
dat jaar werd ook het Aldo van Eyckplan gerealiseerd,
een aansprekend stadsvernieuwingsproject
dat bekijks uit de hele wereld trok. Werd er
aan restauraties tussen 1960 en 1970 bijna 2 miljoen
gulden besteed, van 1970 tot 1980 vertwintigvoudigde
dat bedrag tot 39 miljoen. De Aalanden
verrezen en de grondslag voor de sprong
over het spoor, Zwolle-Zuid, werd gelegd.
De ambtsketen is sinds
1852 in gebruik in
Zwolle. Na het samengaan
van een groot
gedeelte van Zwollerkerspel
met Zwolle in
1967 kwam er een nieuwe
ambtsketen voor
de burgemeester. De
wapens van Zwolle en
Zwollerkerspel (Zwolle:
wit kruis op een blauw
vlak, Zwollerkerspel:
blauw kruis op een wit
vlak) met koggeschepen
(verwijzing naar de
Hanze) en een afgietsel
van het oudste stadszegel.
(Collectie HCO)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 131
In januari 2000 werd Drijber (als eerste!) het
ereburgerschap van Zwolle uitgereikt, op grond
van zijn bijzondere inspanningen voor de stad.
Mr. G. Loopstra, 1980-1990
Toen Gauke Loopstra in een artikel in de Zwolse
Courant (1925-2000) een dorpsburgemeester
werd genoemd, voelde hij zich danig in zijn wiek
geschoten. Toch was deze betiteling niet onvriendelijk
bedoeld. Zij was gebaseerd op de manier
waarop hij zijn ambt in Zwolle vervulde: vriendelijk,
onopvallend, bescheiden en vooral ook
menselijk. De benoeming van de in Leeuwarden
geboren Loopstra, evenals zijn beide voorgangers
lid van de VVD, was een verrassing. Via Finsterwolde
en Vlagtwedde was hij burgemeester van de
Noordoostpolder geworden, hij stond niet als een
hoogvlieger bekend en zou bij de invulling van de
vacature in Zwolle niet op de hoogste plek hebben
gestaan. Maar misschien was de stad na de turbulente
jaren zestig en zeventig wel aan een eerste
burger toe die het wat kalmer aan zou doen. Sneu
voor Loopstra was dat hij als bijnaam aan zijn
jaren in Zwolle de betiteling ‘Sloopstra’ overhield.
Burgemeester
mr. J. Drijber, ereburger
van Zwolle. (Collectie
HCO)
Mr. J. Drijber aan het
woord bij zijn installatie
tot burgemeester van
Zwolle op 24 november
1969 in de Schepenzaal.
(Foto Henneke, collectie
HCO)
■ ■■■
11 11-
132 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Toen in 1985 het Gouverneurshuis aan het Ter
Pelkwijkpark door een projectontwikkelaar werd
aangekocht en in grote haast gesloopt, duikelden
boze Zwollenaren over de burgemeester heen. Hij
had er echter nauwelijks of geen schuld aan. Het
Gouverneurshuis was geen monument, de sloop
kon niet worden verhinderd. Zwolle hield er wel
een gemeentelijke monumentenlijst aan over.
Drs. L.M.L.H.A. Hermans, 1990-1994
Loek Hermans (geb. 1951), de burgemeester met
de meeste voornamen (Louis Marie Lucien Henri
Alphonse) kende een kort verblijf in Zwolle. Het
Tweede Kamerlid van de VVD, toen 39 jaar oud,
barstte van de ambitie. In Zwolle wilde hij laten
zien wat hij in zijn mars had om vervolgens de
bestuurlijke weg omhoog te vinden. Dat lukte,
Burgemeester
mr. Gauke Loopstra.
(Collectie HCO)
Bekladding op het
Gouverneurshuis tegen
burgemeester Loopstra,
maart 1985. (Collectie
HCO)
■■■■ 11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 133
want in 1994 werd hij benoemd tot Commissaris
van de Koningin in Friesland en in het
tweede kabinet van Wim Kok was hij minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De ‘erfenissen’
die Zwolle van hem kreeg, waren het Natuureducatiepark
Ecodrome, gesloten in 2012, en De
Stadshof, het museum voor naïeve en outsiderkunst
in het voormalig Paleis van Justitie aan de
Blijmarkt, dat ook allerminst een succes werd. In
tegenstelling tot de huidige bestemming van dat
gebouw: de Fundatie.
J. Franssen, 1994-2000
De opvolger van Hermans was opnieuw een liberaal
Tweede Kamerlid en van dezelfde leeftijd
als zijn voorganger: Jan Franssen (geb. 1951).
Een half jaar na zijn aantreden kon Franssen de
100.000ste inwoner van Zwolle verwelkomen. Op
27 november 1995 werd de eerste paal geslagen
voor de Vinexwijk Stadshagen, de eerste Zwolse
woonwijk aan de overkant van het Zwartewater.
Franssen bleef uiteindelijk twee jaar langer dan
Hermans in Zwolle om daarna Commissaris van
de Koningin in Zuid-Holland te worden. Jan
Franssen voelde zich zo thuis in Zwolle, dat hij er
De jonge burgemeester
Hermans. (Collectie
HCO)
Burgemeester Loek
Hermans met uitgever
Wim Waanders bij
de presentatie van het
eerste nummer van de
reeks Als de Dag van
Gisteren, 1991. (Collectie
HCO)
■ ■■■
11 11-
134 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
nog regelmatig terugkeert. Vlak voor zijn vertrek
in 2000 had hij een opmerkelijk interview met
de Zwolse Courant, waarin hij openlijk over zijn
homoseksuele geaardheid sprak.
Hermans en hij zouden ‘tussenpausen’ kunnen
worden genoemd. Met hun ambitie werkten
zij enthousiast mee aan de verdere ontwikkeling
van Zwolle, maar toen Franssen naar Den Haag
vertrok snakte de stad naar een bestuurder die
langere tijd op zijn post zou blijven.
Drs. H.J. Meijer, 2000-2019
Na twee burgemeesters die Zwolle zagen als een
mooie tussenstap in hun carrière was de stad toe
aan een eerste burger die niet met een schuin oog
naar een belangrijker positie keek. Die man was
Henk Jan Meijer, op 5 augustus 1951 geboren in
Wassenaar, lid van de VVD en wethouder in Den
Haag. Aan die wens van de gemeenteraad zou hij
voor de volle honderd procent voldoen, Meijer
bleef tot aan zijn pensioen dit jaar leiding aan de
stad geven. De stap van Den Haag naar de hoofdstad
van Overijssel, die zijn beide voorgangers
probleemloos maakten, kostte Meijer meer moeite.
Hij moest wennen aan de nieuwe rol die hij
speelde, maar toen hij eenmaal was ‘ingeburgerd’
ontpopte hij zich tot een bekwame bestuurder die
een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan
de positie die Zwolle nu heeft: een stad met een
sterke economische positie, een belangrijke cen-
Burgemeester Jan
Franssen met de honderdduizendste
inwoner
van Zwolle, de op
14 december 1994 in
Westenholte geboren
Kyra Mepschen. (Foto
Frans Paalman, collectie
HCO)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 135
trumfunctie en een potentie die nog lang niet volledig
is benut. Bij zijn afscheid in augustus 2019
werd hij tot ereburger van de stad benoemd. (Zie
ook het interview met Meijer op p. 116 e.v. en de
bespreking van het boek Lange lijnen op p. 173).
P.H. Snijders, 2019-
De nieuwe burgemeester van Zwolle zal er geen
moeite mee hebben om zich hier thuis te voelen.
Peter Snijders is immers vier jaar lang chef van het
kabinet van de Commissaris van de Koningin in
Overijssel geweest. De op 11 mei 1966 in Dalen
geboren Snijders studeerde bestuurskunde en
bedrijfskunde in Groningen, werd daarna beleidsmedewerker
bij de provincie Drenthe en vertrok
vervolgens naar het Provinciehuis in Zwolle. In
2005 werd hij wethouder in Coevorden, in 2007
burgemeester van De Wolden (Ruinen en omgeving)
en vier jaar later burgemeester van Hardenberg.
Wie deze plaats in Noordoost-Overijssel na
lange tijd weer eens bezoekt, zal verbaasd zijn over
de expansie die hier heeft plaats gevonden. Peter
Snijders heeft een jaar de tijd om met zijn echtgenote
Geeke en hun zoon (20) en dochter (18) naar
Zwolle te verhuizen.
Bronnen
Andere Tijden, ‘Burgemeester in oorlogstijd’, 7 mei
2006 https://www.anderetijden.nl/aflevering/390/
Burgemeester-in-oorlogstijd
Bootsma-van Hulten, Annèt en Wil Cornelissen,
‘Mr. Job Drijber, ereburger van Zwolle. Een portret’,
in ZHT 20 (2003) p. 40-65
Hove, Jan ten, Geschiedenis van Zwolle (Zwolle 2005)
Huijsmans, Wim, ‘De Zwolse Burgemeesters’, in ZHT
17 (2000) p. 34-36
Vries, Thom.J. de, Geschiedenis van Zwolle, dl II. (Zwolle
1961)
Burgemeester Henk
Jan Meijer tijdens een
gemeenteraadsvergadering,
oktober 2018.
(Foto Frans Paalman)
Burgemeester Peter
Snijders. (Gemeente
Hardenberg)
■ ■■■
11 11-
136 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 17 en slot: Dromen tussen Groot Zwolle en
Madurodam (1969)
Jan van de Wetering (72) verplaatst zich vijftig jaar
terug in de tijd. Hij laat zich verrassen door wat hij
in de kolommen van de Zwolsche Courant (verder:
Zwolse Courant) tegenkomt over de stad van zijn
jeugd. Na het voor Zwolse begrippen tumultueuze
jaar 1968, is het jaar 1969, althans in de kolommen
van de Zwolse Courant een oase van rust. De oudere
Zwollenaren lijken hun afkeer van de uitingen van de
nieuwe generatie jongeren te hebben verwerkt. Tegen
de vermeende uitwassen van de jeugdcultuur is geen
kruid gewassen. Dat gevoel heerst ook onder de journalisten,
waarvan de samenstelling langzamerhand
ook een verjongingskuur heeft ondergaan. Maar ook
de stad zelf moet mee met zijn tijd en daar wringt de
schoen nogal eens in 1969.
Op de eerste dag van het nieuwe jaar ontdekte
de bode van het stadhuis dat het
dooiwater de Schepenzaal was binnengedrongen.
Het water lekte langs de muren tot over
de vloer. En zo begon de eerste werkdag in het
stadhuis met dweilen en dat was achteraf gezien
een metafoor voor wat het jaar 1969 met zich mee
zou brengen.1 Had Roelen, burgemeester sinds
1960, er een vermoeden van? En wist hij al dat
dit zijn laatste jaar in Zwolle ging worden? Ongetwijfeld.
Met enorme energie en bezieling had hij
de afgelopen jaren geprobeerd invulling te geven
aan de utopische ideeën van de regering over een
duizelingwekkende groei van de bevolking van
Nederland, maar ook van Zwolle. De stad moest
ruim baan maken voor industrialisatie. De banen
die dat zou opleveren zouden duizenden werkzoekenden
naar Zwolle doen verhuizen. En daar bleef
het niet bij. Net als zoveel andere steden in ons
land wilde Zwolle na de Tweede Wereldoorlog een
nieuwe start maken. Daarvoor was in de ogen van
de bestuurders een volledige herinrichting in het
hart van de stad nodig en een al even ingrijpende
verbetering van de infrastructuur met nieuwe
wegen en een nieuwe brug over de IJssel, om de
toenemende bedrijvigheid te faciliteren en om in
één klap een einde te maken aan de opstoppingen
en onveilige situaties bij de toegangswegen van
de stad. De bedrijven en daarmee de banen zouden
dan vanzelf wel komen. Maar die bedrijven
kwamen niet, althans niet in de gehoopte mate, en
zouden ook niet komen. Dat moet Roelen op de
eerste dag van het nieuwe jaar geweten hebben.
Die lekkage, dat voelde niet lekker als begin van
een nieuw jaar.
Zwolle pijlstad naar het noorden
In 1966 leek het allemaal nog zo mooi. Zwolle zou
volgens de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening in
het jaar 2000 zijn uitgegroeid tot een stad van een
kwart miljoen inwoners. ‘Groot Zwolle’ heette het
einddoel, de weg er naartoe ‘Zwolle Groeistad’
en later ook wel ‘Zwolle pijlstad naar het noorden’.
Aan beeldende taal geen gebrek. Een grote
opwinding moet zich meester hebben gemaakt
van de bestuurders op het stadhuis. Burgemeester
en wethouders gingen in de Structuurschets
Zwolle 2000 (1968) nog een reuzenstap verder
dan de regering. Het werd niet voor onmogelijk
gehouden dat Zwolle op den duur een half miljoen
inwoners zou tellen. Een emmer koud water over
de hoofden van de adviserende planologen had
wonderen kunnen verrichten, maar dat gebeurde
niet. Er werden al kaarten getekend van de plekken
waar woningen gebouwd moesten worden
voor de verwachte duizenden gloednieuwe
Zwollenaren. In de Structuurschets staat dan ook
onomwonden: ‘De tot dusver ontwikkelde structuurplannen
beslaan een gebied met een straal van
circa vier kilometer vanuit de stadskern. Zwolle
2000 echter beslaat een gebied met een straal van
circa acht tot tien kilometer.’2
Jan van de Wetering
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 137
Menig Zwollenaar – nuchter als altijd – had
in 1966 de wenkbrauwen gefronst. Was de burgemeester
vergeten dat zijn stad nog maar net
de 60.000-ste inwoner had mogen begroeten?
Natuurlijk wist hij dat, maar hij wist ook dat Zwolle
een jaar later zijn grondgebied zou vervijfvoudigen
door de inlijving van Zwollerkerspel (van
2.000 naar 10.000 hectare). Daarna was het alleen
nog maar een kwestie van industrie aantrekken
voor de werkgelegenheid en woningen bouwen,
heel veel woningen bouwen. Over de boeren die
daar woonden en over het landschap – ‘de groene
schil’ rond Zwolle – werd, afgezien van de grens
die de IJssel aan het grondgebied stelde, met geen
woord gerept.
Nu, in 1969, was duidelijk dat de komst van
nieuwe grote bedrijven ernstig stagneerde. De
komst van Scania Vabis op bedrijventerrein
Voorst in 1965 sprak nog het meest tot de verbeelding.
Belangrijk was ook de vestiging van het
hoofkantoor van Wavin in Holtenbroek en het
bedrijf M&R Dietetics (onder meer babyvoeding
Similac, nu Abbott) op Voorst. Andere grote
bedrijven zoals Stork en Philips waren al in de
jaren vijftig naar Zwolle gekomen. In hun voetspoor
vertrokken vele kleinere Zwolse bedrijven
uit de binnenstad naar industrieterrein Voorst.
In zijn nieuwjaarstoespraak moest Roelen mededeling
doen van alweer een droom die in duigen
viel. Zwolle had zich al jaren geleden aangemeld
als kandidaat voor de achtste medische faculteit,
maar de commissie die zich daar in opdracht van
de regering over had gebogen (de commissie Van
Walsum), had onze stad te licht bevonden. En
dat, merkte Roelen verongelijkt op, terwijl Zwolle
de laatste jaren door structurele en verkeersverbeteringen
sterk vooruit was gegaan; ook vanuit
landelijk perspectief gezien. Dat een flink deel van
die verbeteringen, zoals de aanleg van de nieuwe
IJsselbrug, nog niet gerealiseerd was, liet hij wijselijk
achterwege.3
De tijden veranderden snel. Drie jaar na de
verschijning van de Tweede Nota Ruimtelijke
Ordening zetten niet alleen gewone Zwollenaren,
maar ook beleidsmakers op landelijk en regionaal
niveau vraagtekens bij de prognoses van de overheid.
Zou Nederland in het jaar 2000 werkelijk
twintig miljoen inwoners tellen? Waarschijnlijk
niet. Als Zwolle in dit tempo zou doorgroeien dan
mocht de stad blij zijn met honderdduizend inwoners
in 2000, in plaats van de verwachte tweehonderdvijftigduizend.
Zo vroeg een onderzoeker van
het Instituut voor Planologie (drs. E.F. Nozeman)
zich af of Zwolle de rol van ‘Pijlstad naar het noorden’
wel waar kon maken. De migratie van nieuwe
inwoners liep in Zwolle ver achter bij steden als
Apeldoorn, Zutphen en Deventer. Door nieuwe
vestigingen en een gevarieerd industriepakket
kon eerder Apeldoorn dan Zwolle uitgroeien
tot ‘metropool van het oosten’. De onderzoeker
zag wel andere kansen: samen met Kampen kon
Het nieuwe bedrijventerrein
Voorst, toen nog
aangeduid als Gasthuislanden
en Grote
Voort, met bedrijfsaanduiding
op een kaart
van Zwolle eind jaren
zestig. (Uitsnede, particuliere
collectie)
11-
138 | jrg. 36 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Zwolle uitgroeien tot springplank voor Zuid-
Nederland naar de periferie. Een stapje terug voor
Zwolle dus, maar er was nog hoop.4
Toch waren er planologen die nog steeds met
hun hoofd in de wolken liepen. De studiegroep
Zwolle van de afdeling bouwkunde van de Technische
Hogeschool te Delft, presenteerde in een rapport
het idee ‘Bandstad Zwolle-Kampen’, dat een
verdere uitwerking was van de Zwolse structuurschets.
Zelfs met het gebied van Zwollerkerspel
erbij bood Zwolle te weinig mogelijkheden om
bedrijven te plaatsen en woningen te bouwen. De
studiegroep dacht aan een samenhangend geheel
van industrieën en woningen, ondergebracht in
een band van aaneengeschakelde steden, dorpen
en buurtschappen. Dat wil zeggen: Windesheim-
Zwolle-Westenholte-’s Heerenbroek-Wilsum-
IJsselmuiden en Kampen. Dit alles uiteraard
onder de vlag van Zwolle, maar dat werd er niet
met zoveel woorden bij gezegd. De vlucht van de
gedachten van de werkgroep bereikte grote hoogten:
Wilsum zou in het jaar 2000 veertigduizend
inwoners tellen en ’s Heerenbroek maar liefst zestigduizend
inwoners. Op het Kampereiland was
een industrieel havencomplex geprojecteerd.5
Zo buitelden de ideeën over elkaar heen.
Ruim een maand na het rapport Bandstad Zwolle-
Kampen kwam het Economisch Technologisch
Instituut van Overijssel met een iets getemperde
indicatie van de groei van Zwolle. Geen half
miljoen, ook geen kwart miljoen inwoners zou
Zwolle in het jaar 2000 tellen, maar ‘slechts’ tweehonderdduizend.
Zwolle was daarmee wel de kern
van de IJssel- en Vechtdelta. Dit gebied mocht
volgens het instituut wel ‘de Zwolse regio’ worden
genoemd.6 En zo droomde Zwolle voort, in de
ban van de grote getallen. Hoe ironisch was het
dat burgemeester Roelen juist dat jaar een dagje
afreisde naar Den Haag om een bezoek te brengen
aan Madurodam. Met een vorkheftruc plaatste hij
een model van de Sassenpoort in het mini-stadje
ter gelegenheid van de expositie ‘Duizend jaar
Zwolle’. In zijn toespraak memoreerde hij hoe
spijtig het was dat al die fraaie stadspoorten – op
de Sassenpoort na – in de loop der tijden gesloopt
waren.7 De historische panden die tijdens zijn
burgemeesterschap onder de sloophamer vielen,
liet hij wijselijk onvermeld.
Citycentrum: een stuk allure in de presentatie
Roelen moest in zijn laatste jaar als burgemeester
van Zwolle meerdere bordjes zien hoog te houden.
De binnenstad maakte na de sloop van de
afgelopen jaren een desolate indruk. Dat was tijdelijk,
dat wisten bestuurders en inwoners, maar
het antwoord op de vraag hoe het centrum eruit
Veel drukte op de nieuwe
rondweg, augustus
1969. (Foto Henneke,
collectie HCO)
Groot-Zwolse voetballiefhebbers
De futuristische ideeën over Groot Zwolle riepen weinig reacties op bij de
Zwollenaren. Althans niet in de kranten uit die tijd. De Zwolse Courant
publiceerde onverstoorbaar elk nieuw idee – rijp of groen – maar leverde
geen inhoudelijk commentaar. Slechts in de marge zijn wat reacties te lezen,
soms uit onverwachte hoek. Een supporter van Zwolsche Boys schreef op
2 januari in een ingezonden brief aan de krant dat de aankoop van Ivica
Osim, een voetballer uit het voormalige Joegoslavië, een goed voorbeeld
was van ‘Groot Zwolle, een stad met allure’, want met zijn komst zette hij
Zwolle niet alleen nationaal, maar ook internationaal op de kaart.
Het leek wel of de gedachte van Groot-Zwolle vooral in voetbalkringen
populair was. De als altijd lichtvoetige Kantwerker schreef op 31 december:
‘Zwolle wordt toch zo langzamerhand een hele stad! We hebben al meer
dan 76.000 inwoners, de Diezerstraat wordt een promenade, op de Zwartewaterallee
krijgen we roodlicht-camera’s en PEC trekt soms tienduizend
toeschouwers. Dat kan straks wat worden als we in de eerste divisie zitten
om maar te zwijgen over de eredivisie.’
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 36 – nr. 3 | 139
zou gaan zien was nog allerminst duidelijk. Die
duidelijkheid leek er te komen toen in de Zwolse
Courant een advertentie verscheen met de kop
‘Belangrijk bericht voor het Zwolse bedrijfsleven
in de binnenstad’. Burgemeester Roelen zou op 15
april in de concertzaal van Odeon een lezing houden
over ‘De functie van de Zwolse binnenstad in
de toekomst’. De lezing was georganiseerd door
Citycentrum Zwolle.8
Het is in meerdere opzichten een wat vreemde
advertentie. Een belangrijk bericht alleen voor
het bedrijfsleven? Wilden andere Zwollenaren na
al die kaalslag ook niet graag weten wat er met de
binnenstad zou gebeuren? En wat was dat Citycentrum?
Die naam was nog niet eerder gevallen,
sterker nog, Citycentrum Zwolle was nog niet
eens opgericht. Een paar jaar later zou wethouder
Witvliet het onnavolgbaar verwoorden: ‘Het
Zwolse City-centrum beoogt het verkopen van
Zwolle als koopcentrum en dat houdt in dat men
een commercieel doel heeft.’9
Een paar dagen later werd alles duidelijk.
Het ging simpelweg om de oprichting van een
winkeliersvereniging. De bijeenkomst trok 150
bezoekers, waaronder vertegenwoordigers van
115 Zwolse winkels. Volgens Roelen moesten de
ondernemers elkaar niet tegenwerken maar elkaar
stimuleren en vinden. Hij had zich het idioom
van de jaren zestig al aardig eigen gemaakt, gezien
zijn uitspraken als ‘We hebben een aanvulling van
het winkelapparaat nodig met een aantal magneten
(…) het geeft frisheid, een stuk allure in de
presentatie.’ En ook nog: ‘(…) de functie van het
winkelapparaat is niet afgenomen, in tegendeel, er
heeft een allurevergroting plaatsgevonden en dat
is winst.’
Wat concreter was zijn opmerking dat ‘artikelen
die met een hoge frequentie verkocht worden
[levensmiddelen] niet in de binnenstad thuis
horen en dat wij [B en W, jvdw] voor het nieuwe
winkelgedeelte bij de Broeren zijn uitgegaan van
enkele grootwinkelbedrijven, aangevuld met
kleine winkels van niveau.’ Zijn standpunt was
in lijn met de in Nederland gangbare ideeën over
stadsontwikkeling: de binnenstad is voor winkels,
banken en horeca; wonen en werken doe je buiten
het centrum. Roelen: ‘Het is uiterst onverstandig
de binnenstad alleen te zien als winkelcentrum.
Afwisseling en variatie maken de binnenstad tot
binnenstad. Hoe meer functies, hoe meer mensen
zich er bewegen en dat geeft juist de levendigheid.’
En dat was volgens de burgemeester de reden dat
het stadhuis in de Sassenstraat moest blijven. De
bijeenkomst was een groot succes. Winkeliersvereniging
Citycentrum Zwolle bestaat vijftig jaar
later nog steeds.10
Roelen onderstreepte in zijn lezing nog eens dat
‘de functie wonen’ niet in een moderne binnenstad
paste. Dat kon in 1969 ook amper meer: het
grootste deel van de woningen was de afgelopen
jaren gesloopt en de grond opgekocht door de
gemeente om ruimte te krijgen voor winkels.
Het grote proble

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2017, Aflevering 3

Door 2017, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
30 jaar archeologie
in Zwolle
34e jaargang 2017 nummer 3 – 8,50 euro
Suikerhistorie
Eindhoven en Zn., houthandel
Houthandel Eindhoven werd rond 1785 in Blokzijl
opgericht. Nadat de houtzaagmolen daar door
brand was verwoest, vestigde Lambert Eindhoven
zich in 1825 aan het Zwartewater in Zwolle. Dit
had alles te maken met de aanleg van de Willemsvaart
in 1819. Zwolle kreeg daardoor een verbinding
met de IJssel, waardoor de aanvoerroute voor
hout aanzienlijk werd verkort.
De eerste molen van Eindhoven was een windhoutzaagmolen,
die in 1857 vervangen werd door
een molen die gebruik maakte van stoom, later – in
het begin van de vorige eeuw – van elektriciteit.
Men importeerde het hout grotendeels uit het
buitenland. De bomen werden vaak gebundeld tot
enorme houtvlotten, die met sleepboten naar het
terrein aan het Zwartewater werden gebracht. Rond
het bedrijf lagen vele pas gekapte bomen in het
water om de kwaliteit van het hout te verbeteren.
De oprichting van Houthandel voorheen
Eindhoven en Zoon N.V. (zoals vermeld op het
suikerzakje uit ca. 1960) vond plaats in 1900.
Leden van de familie Eindhoven zaten toen al niet
meer in het bedrijf.
Eindhoven werd in 1973 overgenomen door
The Southern Evans Ltd, een grote Engelse houthandel.
De aandelen van de Nederlandse dochter
kwamen in 1989 in handen van de Stichtsche
Houthandel (Stiho), met meerdere vestigingen in
Nederland. De Zwolse vestiging aan de Gasthuisdijk
46 biedt een compleet assortiment aan hout-,
bouw- en plaatmaterialen. Met kennis, plezier en
passie wordt de klant er geholpen. En nog steeds
is – ook volgens de website – de klant welkom om
een kop koffie te komen drinken. De naam houthandel
Eindhoven is echter van het suikerzakje
verdwenen.
114 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
(Collectie ZHT)
Luchtfoto uit het begin van de jaren zestig van bedrijventerrein Voorst-A (huidige
naam), met houthandel Eindhoven prominent op de voorgrond, gelegen op
een punt tussen het Zwartewater en het Zwolle-IJsselkanaal (net niet zichtbaar
op de afbeelding). Achter de houthandel stond nog de Blokmelkfabriek, rechts
voor is de opvallende haloverkapping te zien van de toen recent gebouwde staalgroothandel
IJzerleeuw. De rij bomen markeert de loop van de Gasthuisdijk.
De olietanks zijn verdwenen. Op dit terrein verrijst momenteel een bouwmarkt.
(Collectie HCO)
APELDOORN
telelooft: 12795
DEVENTER
T .a.fooa: 39 64
:J,fo.ult Cl.( a.u leo11t,
~oflW leo1d ,,u:at Mt jo1o&t .
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 115
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 115
Uit Zwolse klei getrokken
Team Archeologie bestaat 30 jaar
Hemmy Clevis en Michael Klomp 116
VV Edon, kroniek van een bedrijfsclub
Harry Bouwhuis 137
Willem Elberts, een wandelaar door
de Zwolse geschiedenis
Jan van de Wetering 148
De kaak aan de kaak gesteld …
een vervolgverhaal
Annèt Bootsma – van Hulten 162
Vernieuwde website Zwolse Historische
Vereniging Jan van de Wetering 166
Mededelingen 168
Auteurs 169
Redactioneel
In dit nummer alles over de vuile handen die
je soms moet maken wanneer je het verleden
naar boven wilt halen. En dat mogen we letterlijk
nemen. Het hoofdartikel vertelt het verhaal
van dertig jaar archeologisch bodemonderzoek in
Zwolle.
Harry Bouwhuis plaatst ons in gedachten op de
tribune van voetbalvereniging Edon, een club
tachtig jaar geleden ontstaan uit de activiteiten
van de personeelsvereniging van de IJsselcentrale.
Voetbal met vallen en opstaan.
Jan van de Wetering beschrijft, boeiend als altijd,
het leven en werken van de vroegere schoolmeester
en geschiedschrijver Willem Elberts. Zijn
Historische wandelingen in en om Zwolle (1865) is
nog steeds het lezen meer dan waard en vormt de
basis voor een serie filmpjes over de geschiedenis
van Zwolle, die de komende maanden te zien zullen
zijn op de website van de Zwolse Historische
Vereniging. En nu we het toch over de website
hebben. Die is grondig vernieuwd en biedt een
schat aan informatie over de vereniging en de
Zwolse geschiedenis. Een aanrader. In dit nummer
zetten wij de belangrijkste veranderingen op
een rij.
Tot slot is er opmerkelijk nieuws over de onlangs
teruggevonden kaak van Thomas a Kempis. Veel
leesplezier, en lees vooral ook aandachtig, want
binnenkort kunt u uw historische en verdere kennis
van Zwolle testen in de Grote Zwolle Quiz
2018, zie de ‘Mededelingen’.
Coverfoto: Team Archeologie van de gemeente
Zwolle aan het werk op het Rodetorenplein, met
op de achtergrond de fundamenten van de Jan
Baghstoren, 2005.
■■■■
11
@cii@[]o~@cmu~
~w-~
11-
116 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Op 1 januari 2017 bestond het team Archeologie
van de gemeente Zwolle maar liefst dertig jaar.
In deze dertig jaar hebben verschillende spraakmakende
onderzoeken plaatsgevonden die de
landelijke media hebben gehaald. In Van Gewest
tot Gewest kwam al eind 1987 het onderzoek in de
Broerenkerk uitgebreid aan de orde. Later volgde
een pikant interview in de laatste ontbijtshow van
Dieuwertje Blok.
De periode vóór 1987
Het eerste bericht in de media dat betrekking
had op archeologie stamt al uit 1959. Het ging
over vondsten die gedaan waren tijdens de grootscheepse
verbouwing van schouwburg Odeon
aan de Blijmarkt en leidde tot een ware rel op
archeologisch gebied. Directeur J. Schotman van
het toenmalige Provinciaal Overijssels Museum
sprak van een ‘bulldozermentaliteit’ en hekelde
het verdwijnen en verkopen van gevonden voorwerpen
in de kranten. Het college van B en W en
de gemeenteraad sprongen in de verdediging. De
wethouder van Openbare Werken gaf aan dat het
een zaak betrof die alleen de gemeente aanging
en dat er correct gehandeld was. Hij had immers
de gemeentearchivaris op de hoogte gebracht van
de vondsten, maar deze gaf aan dat het allemaal
van weinig betekenis was. Ook de directeur van
Openbare Werken bemoeide zich met de zaak en
rapporteerde dat er geen prehistorische vondsten
waren gedaan en dat goed was gelet op menselijke
skeletresten. Het geheel illustreert dat met
betrekking tot archeologische zaken de gemeentearchivaris
de belangrijkste persoon was en dat het
ontbrak aan daadkracht en enige vorm van archeologische
kennis. Het doel was om de verbouwing
zo snel mogelijk af te ronden. Het inschakelen van
een archeoloog zou een te grote vertraging betekenen
en hoge kosten met zich meebrengen.
De aanstelling van een provinciaal archeoloog
van Overijssel, Ad Verlinde, in 1969 zorgde voor een
belangrijke kentering. Onder zijn leiding werden in
Zwolle door een handvol amateurs de eerste gestructureerde
archeologische onderzoeken in de binnenstad
van Zwolle uitgevoerd. We spreken dan over het
jaar 1973 en doelen op het onderzoek in de kelder
van het zogenoemde Celehuisje in de Papenstraat
en de opgravingen in de bouwput van het nieuwe
stadhuis aan het Grote Kerkplein. Tijdens dit onderzoek
werd voor het eerst aangetoond dat de stad veel
ouder was dan 1230, het jaar waarin Zwolle stadsrechten
kreeg. Het materiaal dat onder het stadhuis
te voorschijn kwam is enkele jaren geleden opnieuw
gedetermineerd aan de hand van de nieuwste
inzichten. Het dateert uit de periode 825-875. Menig
onderzoek door de amateurs, vaak onder leiding van
de vermaarde Zwolse amateurarcheoloog Ruud van
Beek, volgde en in 1986 werd dan ook gepleit voor
het aanstellen van een gemeentearcheoloog.
Uit Zwolse klei getrokken
Team Archeologie bestaat 30 jaar
Hemmy Clevis en
Michael Klomp
Het zeven van de
vondsten uit de Celekelder,
vlnr. Ruud van
Beek, Ger Oostingh en
Dirk de Vries, 1973.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 117
De aanstelling in 1987
Op 1 januari 1987 werd archeoloog Hemmy
Clevis aangesteld voor de gemeenten Zwolle
en Kampen samen voor respectievelijk 11,4 en
7,6 uur per week. De gemeentearcheoloog werd
ondergebracht bij Monumentenzorg en viel onder
de afdeling Bouwkunde en Monumentenzorg.
De uitwerking en restauratie van de gevonden
voorwerpen vond plaats in de kelder van het Celecomplex
(Domus Parva). De ondersteuning vond
vanaf het prille begin al plaats met de inzet van
vrijwilligers, circa twaalf personen. Deze vrijwilligers
kwamen op de maandag- en woensdagavonden
bijeen. Ze kregen van de gemeentearcheoloog
uitgebreide instructies op het gebied van restauratie
en het tekenen van aardewerk. Ze richtten
zich op een groot deel van het vondstmateriaal
dat uit de onderzoeken van zowel vóór als na 1987
afkomstig was.
Het eerste archeologisch onderzoek vond
plaats in de periode van 16 tot 24 februari 1987,
toen het extreem koud was en de grond bijna een
halve meter bevroren. Het onderzoek was gericht
op het lokaliseren van het klooster in Windesheim.
Deze opgraving kwam meteen al vaak in
het nieuws en zorgde voor felle discussies. Een
klooster werd niet gevonden, maar wel een halve
boerderijplattegrond uit de Midden Bronstijd.
Het eerste stadskernonderzoek vond nog datzelfde
jaar plaats in de bouwput van het Gasthuisplein.
Helaas mocht de archeoloog pas
graven na de diepsloop. En dan zijn natuurlijk
alle grondsporen al vernield. Het was duidelijk
dat de gemeente Zwolle nog moest wennen aan
gedegen archeologisch onderzoek, net zo goed als
de archeoloog moest wennen aan het feit dat hij
hierin eerst een stuk opvoedingswerk te doen had.
Dat gebeurde in oktober 1987 met de spectaculaire
opgraving in de Broerenkerk. Deze opgraving
zorgde niet alleen voor een hoop publiciteit,
maar legde ook de basis voor een grote groep
vrijwilligers. Het tv-programma Van Gewest
tot Gewest besteedde een documentaire aan de
opgraving. Meer dan 30.000 mensen hebben op
beperkte openingstijden de opgraving kunnen
bezoeken.
Hoornen bril van een
van de monniken van
het klooster in Windesheim,
1987.
‘Opgraven’ in de modder
op het Gasthuisplein,
1987.
Twee vrijwilligers, Ruud van Beek en Harriët Wevers, begin jaren negentig in
gesprek in het restauratieatelier in de Oranjeschool aan de Jufferenwal, dat daar
toen gevestigd was.
■ ■■■
11 11-
118 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Nog steeds nemen vrijwilligers van het eerste
uur deel aan de opgravingen en de uitwerking
daarvan en er zijn zelfs toenmalige vrijwilligers als
professional in de archeologie werkzaam geraakt.
De periode na 1987 zorgde voor een groei van
de Zwolse archeologie. De deeltijdbaan werd
uiteindelijk een fulltimebaan. De voorraad werk
nam toe en er werd een vast team geformeerd
met een archeoloog, veldtechnicus en een aantal
ondersteuners. Grote opgravingen op het Eiland
en Ittersumerbroek passeerden de revue en menig
nieuwsitem verscheen in de lokale en zelfs landelijke
media. Ook werden internationale congressen
georganiseerd en ontstonden samenwerkingsverbanden,
zoals bijvoorbeeld de samenwerking
met de Clwyd-Powys Archaeological Trust in
Wales.
In 2002 kwam er door de groei van de werkzaamheden
behoefte aan een tweede archeoloog
en vanaf dat moment is er sprake van een volwaardig
team dat opereert binnen de gemeentegrenzen
van Zwolle. Ook zijn samenwerkingsverbanden
aangegaan met de gemeenten Zwartewaterland,
Kampen en Hattem.
Het begin: de Broerenkerk
Het skeletonderzoek naar aanleiding van de
opgraving in de Broerenkerk in 1987 was spectaculair
voor Nederland. Van de honderden
opgegraven skeletten kon een vijftigtal gekoppeld
worden aan een persoon, aan de hand van de
grafboeken. Alle onderzoekers moesten blind hun
onderzoek doen en na afronding daarvan kregen
ze de gegevens van deze vijftig personen. Dit was
nog nooit eerder gebeurd en de verschillende
onderzoeksmethoden moesten naar aanleiding
hiervan bijgesteld worden. Clevis regelde ten tijde
van het onderzoek twee lesbrieven, een vijftal brochures
en een expositie, alles met sponsorgelden.
Later volgde het boek De doden vertellen. Eind
dit jaar zal in een publicatie over stedelijke begra-
Archeologie
Praat je over geschiedenis, dan komt je kennis van geschreven bronnen.
Praat je over archeologie, dan komt je kennis uit opgravingen en de analyse
van de sporen en het vondstmateriaal. Daar waar de geschreven bronnen
ophouden, ben je uitsluitend afhankelijk van archeologisch onderzoek.
Maar ook in de historische tijd vormt archeologie een onmisbare aanvulling
op het geschreven woord. Neem bijvoorbeeld de stadsbrand in Zwolle
in 1324. De eerste schriftelijke bron daarover dateert van driekwart eeuw
later. In geen enkele opgraving die in Zwolle heeft plaats gevonden, is echter
bewijs voor een stadsbrand gevonden. Elk spoor daarvan ontbreekt.
Een ander voorbeeld waarin archeologie een onmisbare aanvulling
vormt op de historische gegevens zien we bijvoorbeeld bij de industriële
keramiek die aangetroffen is in de gracht van de havezate Kranenburg of in
de Kleine Aa. Tot circa 1840 is alles geïmporteerd uit Engeland, waarbij de
keramiek eerst uit het westen kwam (Staffordshire) en later uit het oosten
(Sunderland). Zelfs als we nu stortplaatsen uit het begin van de twintigste
eeuw zouden gaan opgraven, komen we zaken tegen waarvan het historisch
bronnenmateriaal al verloren is gegaan. Neem bijvoorbeeld het hele
vormenspectrum van geëmailleerd goed. Kortom, archeologisch onderzoek
vult niet alleen de geschiedenis aan, maar verrijkt deze ook.
Links: Vrijwilligers aan
het werk in een van de
sleuven in de Broerenkerk,
1987.
Rechts: Tijdens de
opgraving in de Broerenkerk
in 1987 was
publiek op bepaalde
dagen welkom. Meer
dan 30.000 mensen
hebben de opgraving
bezocht.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 119
ving een update verschijnen van het skeletonderzoek
in de Broerenkerk en de resultaten daarvan.
En op dit ogenblik vindt er nog verder onderzoek
plaats aan de Universiteit Leiden, maar nu op
DNA-gebied.
Na dit spectaculaire begin volgde een periode
die iets rustiger was, waarin opnieuw gegraven
moest worden in Ittersumerbroek naar de restanten
van het Windesheimer klooster (de archeoloog
had het nog niet helemaal voor het zeggen),
er kleine onderzoekjes plaats vonden zoals in de
Waterstraat, waar de restanten van de werkplaats
van een geelgieter (bewerker van (geel)koper)
zijn opgegraven, of aan de Zalnéweg waar een
waterput uit de eerste eeuwen na Christus aan het
licht kwam en aanwijzingen voor een complete
nederzetting op het aangrenzende grasland. Dit
zijn slechts enkele kleine grepen uit een groter
aantal onderzoeken. De archeologie was nog
niet gevestigd waardoor het kon gebeuren dat er
geen archeologisch onderzoek plaats vond in de
bouwput voor de Xenos waar de restanten van
de Kleine Aa onder lagen. Sterker nog: ze werden
door de aannemer met opzet vernietigd zodat de
archeoloog geen onderzoek meer kon doen. Maar
in 1990 kwam de grote verandering.
1990: de omslag
Er zou op het Eiland een parkeergarage komen
en de archeoloog moest aan de slag. En dat moest
nog vóór de bouwvak, want daarna zou met de
bouw begonnen worden. Later bleek dat er nog
zeker tien jaar op die bouw gewacht moest worden,
een geluk, want daardoor konden later grote
delen van het Eiland opgegraven worden die van
enorm belang waren voor de geschiedenis van de
stad Zwolle. Terwijl de opgravingen op het Eiland
plaats vonden, ontdekte een amateur in Ittersumerbroek
bij de aanleg van cunetten (uitgravingen
in de ondergrond) voor de straten verkleuringen
in het zand en prehistorische scherven. Dit
gebeurde op zaterdag 21 april 1990. De volgende
dag, zondag, stonden om half negen ’s ochtends
al zestien amateurs en de gemeentearcheoloog in
het veld om de sporen in te tekenen. Het waren
sporen die hoorden bij een bronstijd- en ijzertijdnederzetting.
Het college van B en W reageerde
heel alert en in grote delen van de wegcunetten en
aangrenzende terreinen kon opgegraven worden,
gevolgd door later heel belangrijke opgravingscampagnes.
Ook deze opgraving haalde het landelijke
nieuws op het journaal. Ittersumerbroek
werd een begrip in de Nederlandse archeologie,
maar daar komen we later op terug.
Het Eiland
De opgraving in 1990 op het Eiland werd gevolgd
door een tweede campagne in 1994/95 en daarna
door opgravingen in 1996 en 1999. De opgraving
in 1994 leverde een sensationele ontdekking op:
de wijk ‘de Smeden’ was ommuurd geweest met
een heuse stadsmuur. Allerlei theorieën over de
vroegste ommuringen van de stad Zwolle konden
overboord gegooid worden. Dat werd helemaal
duidelijk bij de opgraving ‘Achter de Broeren’ in
2003, toen hier twee stadsmuren gevonden werden
waarbij de oudste uit de periode 1230-1300
dateerde.
Gestaag werden grote delen van het Eiland
opgegraven en in 1996 werd er een vondst gedaan
die jaren later de ontbijtshow van Dieuwertje
Blok zou halen. Aanvankelijk werd besloten om
deze vondst niet in de openbaarheid te brengen
om te voorkomen dat Zwolle ‘voor lul’ zou staan.
Prachtige plattegrond
van drieschepige bronstijdboerderij
in Ittersumerbroek.
■ ■■■
11 11-
120 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De vondst betrof namelijk een natuurgetrouw
handgesneden houten kunstpenis met balzak. Het
geheel had een vloeistofreservoir dat geledigd kon
worden door middel van een zuigerstang zoals bij
een fietspomp. Daarnaast werd nog een kleiner,
meer stilistisch exemplaar gevonden. Natuurlijk
werd gelijk gedacht aan seksspeeltjes, uit de zeventiende
eeuw, maar onderzoek, onder andere bij
het Museum Boerhaave in Leiden, wees uit dat het
hier ging om voorwerpen die werden als een soort
voorbehoedsmiddel. Het was de bedoeling om na
de geslachtsdaad de vagina schoon te spoelen met
een vloeistof uit zo’n kunstpenis.
De reden waarom de vondst niet direct openbaar
gemaakt werd, was het feit dat Zwolle net
in het nieuws geweest was door een bezoek van
twee burgemeesters van gemeenten uit Drenthe
en Friesland aan een bepaald etablissement waar
dames van lichte zeden verkeerden.
Clevis stemde later toe om bij de ontbijtshow
van Dieuwertje Blok deze bijzondere vondst te
tonen, op voorwaarde dat hij het voorwerp niet
in zijn handen hoefde te nemen om te demonstreren
hoe het werkte. Hij wilde niet voor de
eeuwigheid te boek staan als ‘die archeoloog met
de houten kunstlul’. Dieuwertje hield zich niet aan
de afspraak. Maar de schade viel gelukkig mee. De
enige polemiek die ontstond was dat sommigen
vonden dat het toch seksspeeltjes waren en geen
voorbehoedsmiddel. De Zwolse archeologen hebben
zich hier echter niet verder in verdiept. Dat
zou een aparte monografie tot gevolg gehad kunnen
hebben. De Zwolse vrouwenspuit heeft heel
wat landen bezocht en kon daar bekeken worden
in de reizende expositie ‘100.000 jaar seks’. Het
was een expositie die georganiseerd was door het
Drents museum in Assen.
Grondboog op twee poeren
bij de opgraving op
‘Het Eiland’. Het eerste
bewijs van een tot dan
toe onbekende stadsmuur
om ‘De Smeden’, 1994.
Onder: Opgraving op
‘Het Eiland’. Naast de
veldtechnicus die tekent
zijn er twee vrijwilligers
te zien die nu archeoloog
zijn, 1994.
De in 1996 gevonden ‘vrouwenspuit’, een natuurgetrouwe
houten kunstpenis uit de zeventiende eeuw,
met het meer stilistische exemplaar ernaast.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 121
De opgravingen op het Eiland leverden echter
veel meer gegevens op, zoals de restanten van een
glashuis aan de Klokkensteeg, de aanwijzingen
voor een klokkengieter en de restanten van het
proveniershuis van de Dominicanen van het
Broerenklooster aan de hand van vondsten uit
een beerput. De kroon op de opgravingen van
het Eiland vormde de opgraving onder de Aldi,
tussen Eiland, Pijpenbakkerstraat en Drie Pistolengang.
Hoewel deelonderzoeken reeds gepubliceerd
zijn, moet een publicatie van het totaalbeeld
nog even op zich laten wachten.
De Aldi en de Kleine Aa
Voor de archeologen was bekend dat de Aldi gelegen
was op de Kleine Aa. Zij wilden in 1999 derhalve
dit terrein koste wat kost onderzoeken. Dat
kon, maar het budget was veel te klein, evenals
de periode waarin opgegraven kon worden. Er is
toen met man en macht met veel vrijwilligers alles
aan gedaan om zoveel mogelijk informatie aan
deze opgraving te ontrekken. Er werd gewerkt met
twee ploegen en alle gelden werden ingezet op de
opgraving. Daarna zouden we wel zien hoe we een
en ander zouden uitwerken en publiceren. Zo was
de tijdgeest. Het terrein kon daarom maar tot een
beperkte diepte worden onderzocht.
Deel van de inhoud van
beerput 17-4 op het
Eiland uit 1996, met op
de voorgrond de inmiddels
beroemde twee
zeventiende-eeuwse
houten kunstpenissen.
Zware erfscheidingsmuur
voor de huizen
aan de buitenzijde
van de Kleine Aa bij
de opgraving onder de
Aldi. Op de voorgrond
de bedding van een
oude fase van de Kleine
Aa, 1999.
■ ■■■
11 11-
122 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De grootste aandacht ging uit naar de Kleine
Aa. En dat leverde een enorme bron aan gegevens
op. De Kleine Aa was in de loop der tijd van een
brede gegraven gracht steeds kleiner geworden
tot een smalle, gekanaliseerde watergang, die uiteindelijk
gedicht werd en vervangen is door een
gesloten ondergronds riool. Voorafgaand aan die
laatste fase is enorm veel afval van de aangrenzende
panden in die laatste open Kleine Aa gedumpt
en kunnen we onder andere herleiden dat er een
school is geweest en Joodse bewoning. De veelal
negentiende-eeuwse vondsten werden gepubliceerd
en dat was voor Nederland een novum,
omdat tot dan toe aan deze periode weinig aandacht
besteed was. Men ging er altijd van uit dat
archiefonderzoek voldoende was om huisraad uit
deze periode te beschrijven. Niets bleek minder
waar te zijn. Het was pionierswerk.
Eén vraag werd bij deze opgraving nog niet tot
tevredenheid beantwoord: was de Kleine Aa een
natuurlijke watergang of gegraven? Dit werd pas
duidelijk bij de opgraving op de Smeden in 2007.
De Kleine Aa was gegraven.
Ittersumerbroek
Ittersumerbroek is een opgraving die heeft plaats
gevonden over meerdere jaren en zowel nationaal
als internationaal heel wat stof heeft doen opwaaien.
Zowel voor de vondsten uit de Bronstijd en de
IJzertijd betrof het boerderijen met bijgebouwen:
een boerenerf dus. De vorm van de boerderijen
heeft in de loop der tijden een ontwikkeling doorgemaakt,
waardoor gesproken wordt van verschillende
typen.
Wat Ittersumerbroek nu zo bijzonder maakte
is dat Ruud van Beek de boerenerf-theorie ontdekte.
Als je een boerderij hebt, dan ligt daar een
beperkte lege ruimte omheen en daarachter krijg
je het hele scala aan bijgebouwen. Dit geldt dus
ook andersom. Als je een scala aan bijgebouwen
hebt, dan ligt op zeer betrekkelijke afstand daarvan
de boerderij, het hoofdgebouw. We hebben
deze theorie mogen toetsen op verschillende locaties
en het klopte. Revolutionair.
Er waren in het Overijsselse nog twee fenomenen
waargenomen. De provinciaal archeoloog
Ad Verlinde en Ruud van Beek stonden
hier achter. Dat waren driepalige hooibergen
en schaapskooien, een ronde structuur met een
slurf als ingang. Voorheen werden deze structuren
verguisd, maar in Ittersumerbroek kon men
er niet omheen omdat verschillende van deze
grondsporen vrij in het zand te zien waren, zon-
Hemmy Clevis bekijkt
de houten zijkanten
van de jongste bedding
van de Kleine Aa, bij
de opgraving onder de
Aldi, 1999.
Ruud van Beek (1915-1997)
In zijn werkzame leven was Ruud van Beek in dienst van het kadaster.
Daardoor was hij voornamelijk buiten aan het werk en kreeg hij oog voor
het landschap, de details en de veranderingen. Hij zag scherven op het land
liggen en wilde weten hoe oud ze waren. Vervolgens ging hij zich verdiepen
in de literatuur en werd correspondent van de Rijksdienst Oudheidkundig
Bodemonderzoek. Ruud werd de belangrijkste amateurarcheoloog in deze
regio en hij ontpopte zich ook als amateurhistoricus. Hij dook de archieven
in op zoek naar gegevens over de vroegste landindelingen en gegevens over
de marke. Westerheem, het tijdschrift voor amateur archeologen, was zijn
belangrijkste medium, maar artikelen van hem zijn ook opgenomen in een
bundel over Windesheim of in de Kamper Almanak. Dat Ruud gewaardeerd
werd bleek wel uit het feit dat hij bij zijn zeventigste verjaardag een
feestbundel kreeg, ‘Van Beek en land en mensenhand’ waaraan niet de
minste beroepsarcheologen hun bijdrage leverden. Bij de opgravingen in
Ittersumerbroek ontwikkelde hij de boerenerf-theorie, die in de praktijk
getoetst kon worden. Zijn verdiensten voor de geschiedenis van Salland en
speciaal Zwolle zijn groot.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 123
der ruis van andere grondsporen. Zo verdwenen
heilige huisjes.
Maar toen, toen ontdekte Jan de Jong, destijds
hoofd Monumentenzorg en gepromoveerd op
de gulden snede in de Griekse bouwkunst, dat
een van die ronde structuren onderdeel geweest
moest zijn van een zogenaamde zonnekalender.
In Nederland was dit vloeken in de kerk, maar
in Engeland was men uitermate geïnteresseerd,
temeer omdat De Jong niet alleen via een mathematische
analyse de zuivere kunstmatige aanleg
kon aantonen, maar ook door middel van kansberekening
kon bewijzen dat deze structuur geen
toeval was. Zwolle had een heuse houten Stone
Henge.
Dit was volgens velen onmogelijk. De weerstand
was enorm binnen Nederland. Maar
Engeland omarmde Ittersumerbroek. Engeland
was het land van de Stone Henges en de Wood
Henges. Er werd een congres georganiseerd over
het fenomeen in de Buitensociëteit. Ongeveer 700
belangstellenden hebben dit congres bijgewoond,
waarbij een vooraanstaand Engels archeoloog als
Alex Gibson sprak.
Uit deze tijd dateert de uitwisseling tussen
leden van de archeologische dienst van Wales en
de archeologische dienst van Zwolle, wat resulteerde
in een tweetal projecten die gefinancierd
zijn door de Europese Unie. Niet om het een of
ander, maar geen enkele archeologische dienst van
een Nederlandse stad heeft dit ooit gerealiseerd.
De Vrouwenlaan
In 1994 vond opnieuw een toevalsvondst plaats
in de wegcunetten die werden aangelegd voor
nieuwbouw in deze buurt. Er werden vele tientallen
haardkuilen gevonden uit het Mesolithicum
(9000-5300 vóór Chr.), voornamelijk uit de periode
tussen 7300 en 5700 vóór Christus. Jagers/
verzamelaars hebben dit gebied vele eeuwen
aangedaan en er vuren gestookt. Ouder nog was
een vuursteenwerkplaats in dit gebied die in de
periode 8800-7100 vóór Christus gedateerd moet
worden. Later werden op veel meer vindplaatsen
in Zwolle mesolithische haardkuilen gevonden.
Deze grondsporen horen tot de oudste resten van
menselijke activiteit in het Zwolse gebied.
Bikkenrade
Het terrein achter Bikkenrade aan de Hollewandsweg
kwam in aanmerking voor beplanting
met bos. Nu lag dit terrein op een dekzandrug
Reactie in de Zwolse
Courant op de ontdekte
zonnekalender in Ittersumerbroek.
Om de mesolitische
haardkuilen aan de
Vrouwenlaan in te
meten en te bemonsteren
werd op volle
sterkte gewerkt, 1994.
■ ■■■
11 11-
124 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
tussen de nederzettingen in Ittersumerbroek en
de Aalvangersweg/Vrijhof. Reden om in 2002 te
kijken of er prehistorische sporen aanwezig waren
en wat de aanplanting van bos voor invloed zou
hebben op deze sporen. Een van de vondsten
was een nederzetting uit de tweede helft van de
tweede eeuw tot het begin van de vijfde eeuw, een
zogenaamde Germaanse nederzetting. Er werd
in deze nederzetting aan ijzerwinning gedaan.
Oerslakken werden in de beekdalen verzameld en
in smeltovens opgestookt om ijzer te winnen. Met
hout konden de hoge temperaturen niet gehaald
worden die nodig waren, waardoor er houtskool
geproduceerd werd. In het gebied zijn dan ook
veel ijzersmeltovens en houtskoolmeilers (constructie
om houtskool te maken) gevonden. Het
ijzer werd waarschijnlijk als grondstof verhandeld
naar het stedelijk gebied van het Romeinse rijk.
De nederzetting van Bikkenrade maakte onderdeel
uit van een heel netwerk van kleine nederzettingen
die slechts op enkele kilometers afstand
van elkaar gelegen waren en zich bezig hielden
met ijzerwinning. Toch hebben ze waarschijnlijk
ook voor eigen gebruik ijzeren voorwerpen
gemaakt. De grondsporen die voor een deel uit
standgreppels van huizen bestonden, duiden op
houten wanden die gemaakt waren van planken.
Om planken aan elkaar te bevestigen heb je spijkers
nodig… En die contacten met het Romeinse
rijk? Er zijn enkele scherven gevonden van import
Romeins aardewerk en glas. Dat wil dan niet zeggen
dat de Romeinen hier geweest zijn, maar wel
dat de mensen van hier bij de Romeinen (in Nijmegen)
geweest zijn.
Veenbos
Een losliggende veeneik die langs de weg lag en
waargenomen werd door een collega archeoloog
uit Lelystad vormde de aanleiding voor de archeologische
dienst Zwolle om een nader onderzoek
te verrichten in de laag gelegen nieuwbouwwijk
Stadshagen, onderdeel van de polder Mastenbroek.
Het bleef die dag niet bij één boom. Er
lagen er meer en een eerste datering wees uit dat
deze boom dateerde uit het begin van de jaartelling.
Enige tijd later bleek bij het bouwrijp maken
van een nieuw stuk woonwijk dat er vele tientallen
stammen te voorschijn kwamen. Tijd voor actie.
Samen met de onderzoeksinstituten Ring,
Biax en Alterra werd besloten een inventariserend
onderzoek te doen. Dit gebeurde in het jaar 2000.
Op twee stukken van 15 x 80 meter werden 167
bomen bemonsterd voor houtsoort determinatie.
Van 34 eiken en 3 essen zijn monsters genomen
voor dendrochronologisch onderzoek. De resultaten
waren veelbelovend en in onderling overleg
werd besloten een stuk bos officieel op te graven.
Dit was nog nooit eerder gebeurd in Nederland.
De opgraving zou veel informatie opleveren over
Restanten van een
ijzersmeltoven uit de
inheems Romeinse tijd
achter Bikkenrade, 2002.
Grondsporen van
huizen en ijzersmeltovens
(de donkergrijze
verkleuringen) van
een inheems Romeinse
nederzetting achter
Bikkenrade, 2002.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 125
het landschap van Nederland in de eerste eeuwen
van de jaartelling.
Duidelijk was al dat het een veenbos was met
een datering tussen 150 voor en 600 na Christus.
Er werden nog vier terreinen gekozen waar
opgravingen zouden plaatsvinden. Van de in totaal
520 opgegraven bomen zijn 60 eiken en 40 essen
bemonsterd voor dendrochronologisch onderzoek.
Dit toonde onder meer aan dat de oudste eik 343
jaar is geworden, de oudste es 245 jaar en de laatste
eik doodging in 586 na Christus. De bomen hebben
in natte omstandigheden gestaan waardoor ze heel
dunne groeicirkels hebben. Een eik met een kleine
diameter kan daardoor toch heel oud zijn. Duidelijk
is dat dit typische veenbos door verdrinking
aan zijn einde is gekomen. Dat vond plaats in een
tijd dat in Noordwest-Europa hetzelfde bij andere
veenbossen gebeurde. Dat was ook het geval met
groeidepressies die soms wel 20 jaar duurden en
om de 20 tot 40 jaar voorkwamen. Rond 300 was er
een opleving, een minder natte periode en kiemden
vele nieuwe eiken en essen uit, tot de definitieve
teloorgang die rond 530 na Christus inzette. Het
verhaal van het veenbos in Stadshagen is in verschillende
internationale vaktijdschriften gepubliceerd.
Onlangs werd bij toeval op het landgoed de
Treek in Amersfoort eveneens een oerbos gevonden.
Ook hier was veel landelijke publiciteit voor.
Rij je met de auto van Stadshagen naar Hasselt, dan
zie je anno 2017 nog altijd stapels veeneiken bij de
zandwinningsplassen liggen.
Opgravingsput van het
veenbos in de Mastenbroekerpolder,
2000.
Rondleiding bij de
opgraving van het veenbos
in Mastenbroek
voor de verschillende
vakdisciplines en de
pers, 2000.
■ ■■■
11 11-
126 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De POMtuin
De eerste opgraving in het hart van de stad vond
plaats in 1995 in de tuin van het POM (Provinciaal
Overijssels Museum), tegenwoordig de plek onder
de nieuwbouw van het Stedelijk Museum tussen
Voorstraat en Melkmarkt. Voor de geschiedenis
van Zwolle waren de resultaten enorm belangrijk.
Zo kon aangetoond worden dat de perceelsindeling
zoals die vooral op de kadastrale minuut van
1832 terug te vinden is, zijn oorsprong al had in
de dertiende eeuw en aantoonde dat het hier ging
om individuele erven. Daarnaast bleek dat deze
locatie onderdeel uitgemaakt heeft van de haven
van Zwolle. De woningen lagen op de zandrug
die de Voorstraat vormde, maar de achtererven
kwamen uit op de Grote Aa. De vroegste vondsten
dateerden uit de Pingsdorf-periode, ca. 900-1200.
De ouderdom van deze site ging niet verder terug
dan de elfde eeuw.
Aplein
De opgravingen aan het Aplein in 1999 waren
belangrijk in verband met de ouderdom van ‘het
Eiland’, het gebied buiten de stadsmuren, die gelegen
waren aan binnenzijde van de Kleine Aa. Hier
kwamen niet veel nieuwe gegevens te voorschijn,
vooral omdat de afstand van het opgravingsterrein
tot de oorspronkelijke bedding van de Kleine
Aa nog te groot was. Het meest interessante was
de vondst van een verlaagde keuken waarvan de
muren nog tot circa een halve meter bewaard
gebleven waren. Deze muren waren bekleed met
deels blauw geschilderde tegels en rondom de
haard met blauw geschilderde bijbeltegels.
Achter de Broeren
Opnieuw vond in 2003 een opgraving plaats op
een voor de geschiedenis van de stad cruciale
plek. De archeologen vonden hier muurwerk dat
behoorde tot twee stadsmuren uit verschillende
perioden. De oudste stadsmuur die in de periode
1230-1300 gedateerd moet worden, lag aan de
voet van een dekzandhoogte, een hoger gelegen
plateau. Er heeft echter afkalving van deze zandhoogte
plaats gevonden door de Kleine Aa waardoor
de effectiviteit van de stadsmuur onbetrouwbaar
werd. Er moest een nieuwe muur gemaakt
worden. Deze nieuwe muur werd feitelijk in de
bedding van de Kleine Aa gebouwd met allerlei
bouwtechnische aanpassingen. Deze tweede
stadsmuur moet tussen 1324 en 1378 gebouwd
zijn. Aan de Bitterstraatzijde is ook muurwerk
en afval aangetroffen dat bij de werkplaats van
een pottenbakker hoorde. Afval van deze pottenbakker
is gevonden in een beerkelder bij de al
genoemde opgraving van de Aldi in 1999.
Palenrij die de scheiding
aangeeft tussen
twee individueel opgehoogde
percelen onder
de nieuwbouw van het
Stedelijk Museum aan
de Melkmarkt, 1995.
Verlaagde keuken aan
de Waterstraat (Aplein
opgraving), met blauw
geschilderde tegels.
Links de haardplaats
met blauw geschilderde
bijbeltegels, 1999.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 127
Rodetorenplein
Het terrein naast café-restaurant de Belgische Keizer
op de hoek van de Melkmarkt en het Rodetorenplein
was een van de vele buitenkansen om in
2005 meer over de vroegste stedelijke verdediging
van de nederzetting Zwolle te weten te komen. Al
vrij snel kwamen de muurfunderingen van de Jan
Baghstoren en van de Rodetoren tevoorschijn,
evenals een heel grote beerput die tegen de Jan
Baghstoren was aangebouwd. Er kon slechts een
deel van de Rodetoren opgegraven worden en het
muurwerk daarvan bestond uit meerdere fasen.
Deze toren moet vóór 1334 gebouwd zijn en de
Jan Baghstoren vóór 1482-83. Van de stadsmuur
resteerde alleen de uitbraaksleuf. Onder die uitbraaksleuf
kwamen rechthoekige kuilen tevoorschijn
die mogelijk wijzen op spaarbogen. Maar
ook de sporen van houten huizen met gedateerd
hout uit 1243. En dat plaatst de archeologen voor
een raadsel. Heeft de oudste stadsmuur nu net
buiten de opgravingsput gelegen? Vragen nog
voor de toekomst.
Ook van deze opgraving is een monografie
verschenen.
Links de oudste stadsmuur die gebouwd is tussen
1230 en 1300. Rechts de jongere stadsmuur die
dateert uit de periode tussen 1324 en 1378, opgraving
2003.
Boven: Slieten (houten palen) fundering van steenbouw op het Rodetorenplein,
met op de achtergrond de fundamenten van de Jan Baghstoren, 2005.
Onder: De fundamenten van de ronde Jan Baghstoren, met daartegenaan
gebouwd een beerput, 2005.
■ ■■■
11 11-
128 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Pannekoekendijk
In de periode 2008-2011 heeft op de parkeerplaats
van de Pannekoekendijk een opgraving in fasen
plaats gevonden. Naast de woonhuizen die hier
gestaan hebben, sprongen drie zaken in het oog.
In de eerste plaats werden de funderingen gevonden
van de blekerij met zijn stookketels die hier
gestaan heeft. Het was nog een geluk dat de hoogbejaarde
heer De Vries met zijn zoon kon komen
kijken. Hij was hier beheerder geweest en kon aan
de hand van zijn herinneringen en de funderingen
precies beschrijven hoe de blekerij er uit had
gezien.
Op het diepste niveau waren talloze afvalkuilen
van een pottenbakker, Godeken Potman, die
hier tot uiterlijk 1410 zijn bedrijf uitoefende. Hij
woonde aan de Mussenhage, maar helaas kon
niet tot aan de straatzijde opgegraven worden.
Godeken Potman voerde hier minder dan twee
decennia zijn bedrijf uit. Zijn bedrijfsafval, de
misbaksels, is helemaal geanalyseerd. Hij heeft
zowel roodbakkend als grijsbakkend aardewerk
geproduceerd, maar veelal ongeglazuurd, of bij de
grapen, kookpotten op drie poten, spaarzaam. Hij
heeft met glazuur en gele slib geëxperimenteerd,
maar het bleef daarbij. Er waren ook bijzondere
vormen onder de vondsten, zoals een kaarsentrekbak.
Deze was wellicht voor de inwoners van
het naast hem gelegen witte vrouwenklooster
bedoeld. Ook werd er een alambiek (destilleertoestel)
aangetroffen om sterke drank te maken,
alsmede een tweetal keramische kolven met ronde
bodem. Bijzonder was ook de vondst van meer
dan twintig potten met een spongat. Deze potten
moeten een industriële functie gehad hebben, om
bijvoorbeeld een troebele vloeistof te laten bezinken
waarbij de heldere vloeistof via het spongat
boven het bezinksel afgetapt kon worden. Dit is
in heel Zwolle op één andere plek aangetroffen,
namelijk aan de Hoogstraat waar ook een schoenmaker
en eventueel een leerlooier hun bedrijf
hadden.
Aardewerk van Godeken is goed herkenbaar. Op
verschillende plekken in Zwolle is dit materiaal
Bij de opgraving aan
de Pannekoekendijk
in 2008 werd ook een
zeldzame gemarmerde
Italiaanse veldfles uit
het begin van de zeventiende
eeuw gevonden.
Muurwerk van onder
andere de blekerij aan
de Pannekoekendijk,
2008.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 129
gevonden, onder andere in kuilen in een ophogingspakket
tegen de ommuring van de Smeden
die we op het Eiland zijn tegengekomen.
Het derde bijzondere vondstcomplex heeft
toebehoord aan de vrouwen in het Wytenhuis
(begijnhuis) aan de Mussenhage. Een beerput met
huisraad is hier geledigd, waarbij onder andere
een houten klepper is gevonden. Waarschijnlijk is
deze gebruikt om de vrouwen op te roepen voor
het gebed.
Havezate Werkeren
Voorafgaand aan de opgraving in 2001 zijn door
Hemmy Clevis en vele vrijwilligers de nodige
zaterdagen besteed aan het maken van een hoogtelijnenkaart
van het gebied. Dat gebeurde in deze
tijd nog met een waterpas, baak en meetlinten.
De hoogtepunten werden ingemeten in een 3×3
meter grid (rooster). Daaruit kwamen redelijk
duidelijk de hoogte en de beide grachten naar
voren, wat bij de opgraving bewezen werd. De
opgraving startte met een aantal lange zoeksleuven.
Er werd niets gevonden, ja toch, in het profiel
van één zoeksleuf waren nog net een paar lagen
baksteen te zien. Hier vond uitbreiding plaats
naar een eerste put, die uiteindelijk leidde tot de
opgraving van de complete havezate. Het oudste
gedeelte bestond uit een zaalburcht met in de
fundering brokken tufsteen en kloostermoppen
met een formaat van 32x16x7 cm. Via een brug
kon men op de voorburcht komen en vandaar uit
via een brug bij de zaalburcht. Van de brug naar
de voorburcht kon een paal gedateerd worden
Roodbakkende pot met spongat van Godeken
Potman uit ca 1400.
Houten klepper uit
de beerkelder van het
Vrouwenklooster aan
de Mussenhage,
ca. 1400.
■ ■■■
11 11-
130 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
uit het jaar 1367. Dit geeft een datering voor de
zaalburcht die een paar jaar na de verwoesting
van de burcht van de heren Van Voorst in 1362
is gebouwd. Een van de zonen van Zweder van
Voorst heeft, na zich verzoend te hebben met de
landsheer, de bisschop van Utrecht, in het hart van
de familiebezittingen in de Mastenbroekerpolder
een nieuwe burcht gebouwd. Nieuw historisch
onderzoek van Jan ten Hove kon de Van Voorsten
koppelen aan de Van Ittersums, die in de vijftiende
eeuw de zaalburcht overnamen en uitgebreid hebben
tot een fors kasteel. Er werden vele vondsten
gedaan en in 2005 verscheen een monografie over
de havezate Werkeren.
Havezate Kranenburg
Een tweede havezate kon door Michael Klomp in
2004/5 opgegraven worden vanwege de bouw van
een nieuw uitvaartcentrum op de Kranenburg.
Het was een spectaculaire opgraving, waarbij de
complete plattegrond blootgelegd kon worden en
het de moeite waard was om luchtfoto’s te laten
maken. Droons waren er nog niet, dus vond dit
plaats met een klein vliegtuigje. Jan ten Hove werd
ingehuurd voor het historisch onderzoek waardoor
vondstmateriaal aan bewoners gekoppeld
kon worden. Daarbij springt de spilzieke Hoyko
Overzicht van de funderingen
van het muurwerk
van de havezate
Werkeren (2001).
Medewerkers legen de
inhoud van de beerkelder
die bij het zaalgebouw
van de havezate
Werkeren hoorde
(2001).
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 131
Manninge tot Pewsum naar voren die in 1565
de Kranenburg verwerft. Prachtige vloertegels
en majolicategels uit Antwerpen versierden de
vertrekken, alsmede een zogenaamde tegelkachel
met reformatorische symbolen.
Niet alleen de havezate, maar ook het tweede
bouwhuis en de grachten konden opgegraven
worden. In de buitenste gracht kwam een vracht
keramiek uit de negentiende eeuw te voorschijn
die duidde op enerzijds het verblijf van de familie
gedurende de zomer en anderzijds op de werkers
die het landgoed moesten verzorgen. Van havezate
en de grachtvondsten zijn twee monografieën
verschenen in 2008.
Hermen
In 2010 werd bij een opgraving aan de Spinhuis/
Bredehoek op het terrein waar de ‘twaalf apostelen’
(kleine huisjes voor arme, oudere alleenstaanden)
hebben gestaan, een bijzondere vondst
gedaan. In het zand kwam een skelet tevoorschijn.
Omdat dit hier niet thuis hoorde, is direct een
fysisch antropoloog ingeschakeld. Bijzonder aan
het skelet was dat de handen aan de voorzijde van
het lichaam, ter hoogte van de schenen, bijeen
gebonden waren met een leren band om de polsen.
Tussen de elleboog- en kniegewrichten door
was een houten staak geplaatst. Duidelijk was dat
het hier om een moord ging. Voor deze moordzaak
werd een cold case team samengesteld.
Duidelijk werd dat het om een 22- à 24-jarige
jongeman ging uit Zwolle of uit de buurt, die
leefde tussen 1316 en 1440. Hij was door een klap
op het hoofd om het leven gebracht.
Luchtfoto van de havezate
De Kranenburg.
Midden boven zijn
restanten te zien van de
ringmuur met kantelen
rondom het hoofdgebouw,
2005
Links: De vondst van
‘Hermen’ in 2010.
■ ■■■
11 11-
132 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Er werd een driedimensionale gezichtsreconstructie
gemaakt en uiteindelijk kwam de
complete reconstructie van ‘Hermen’ terecht bij
Waanders In de Broeren waar hij voor iedereen
te zien is. Zijn reconstructie ligt in een kist op de
bovenste verdieping. Met dank aan Wim Waanders
die dit mogelijk heeft gemaakt.
Kraanbolwerk
In 2013 kon er gegraven worden op het voormalige
Schaepmanterrein op het Kraanbolwerk. Eerst
moest er een en ander aan verontreiniging verwijderd
worden, maar toen konden de archeologen
aan de slag. De oudste sporen dateren van een
dijklichaam aan de buitenzijde van de Thorbeckegracht,
ergens tussen 1325 en 1375. Daarna is er
twee eeuwen niets gebeurd, tot de aanleg van het
Kraanbolwerk kort na 1620. De oudste gebouwen
op het Kraanbolwerk dateren van ongeveer 1650.
Het betreft onder andere een blauwververij. Ook
heeft er een factorijgebouw gestaan dat op exact
dezelfde manier gefundeerd is als het Hopmanshuis
(uit 1663) aan de andere kant van de gracht.
Het Hopmanshuis is in oorsprong ook een factorijgebouw
geweest. Het gebouw op het Kraanbolwerk
heeft meerdere fasen gekend, waarbij
De gereconstrueerde
‘Hermen’ bij Waanders
in de Broeren.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 133
vooral de vloer met extra zware poeren (steunen)
is versterkt. Tussen de bakstenen poeren werd veel
gruis van Bentheimer zandsteen gevonden. Mogelijk
is dit factorijgebouw gebruikt voor de opslag
van Bentheimer zandsteen.
Melkmarkt
Voorafgaand aan het onderzoek aan de Melkmarkt
in 2015 heeft een herwaardering plaats
gevonden van de archeologische sporen en
vondsten onder het oude stadhuis aan de Sassenstraat.
Daaruit kwam naar voren dat het oudste
materiaal uit de periode 825-850 moet dateren.
Het materiaal wees op een ‘nederzetting’ met
een landelijk karakter. Hierbij moet aangetekend
worden dat de archeologen met twee of drie boerderijen
al een ‘nederzetting’ bedoelen. Meer sporen
uit deze tijd zijn in de stadskern van Zwolle
niet gevonden. Daaruit moeten we concluderen
dat dit een gebied was met hier en daar een boerderij.
Geen wonder dat er geen Noormannen
zijn geweest, want er viel hier niets te halen. De
vondsten aan de kop van de Melkmarkt wijzen
duidelijk op havenactiviteit en internationale
handel. Scheepssintels en keramiek uit Duitsland
(Pingsdorf) en de zuidelijke Maasstreek
(Andenne) wijzen hierop. Dat betekent dat er
nog een eeuw overheen gegaan is voordat je van
een kleine ‘handels’nederzetting kunt spreken.
Zo’n nederzetting kan snel groeien, vooral als
De bakstenen fundering
van een factorijgebouw
op het Kraanbolwerk
die identiek is aan die
van het oudste deel
van het Hopmanshuis,
2013.
■ ■■■
11 11-
134 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
van hogerhand (de kant van de landsheer, de bisschop
van Utrecht) de groei gestimuleerd wordt,
bijvoorbeeld door de bouw van een kerk. Bewijs
dat er een kerk was is er in 1040. Hoe lang de kerk
er toen al stond is onduidelijk. Daarvoor moeten
de archeologen in de kerk gaan opgraven. De
opgravingssporen en vondsten moeten nog uitgewerkt
worden. Maar zovéél is al duidelijk. De
Grote Aa heeft hier ook een aftakking gehad. Hoe
moeten we dit gaan interpreteren. En hoe oud
zijn de oudste vondsten hier precies? Die eerste
nederzetting is niet groot geweest, want de oudste
sporen onder de nieuwbouw van het Stedelijk
Museum dateren uit de eerste helft van de elfde
eeuw en naast café-restaurant de Belgische Keizer
op het Rodetorenplein is sprake van houtbouw
uit het midden van de dertiende eeuw.
Diezerstraat/Spoelstraat
In de jaren zeventig zijn hier door amateurs
grondsporen waargenomen. Deze zouden mogelijk
tot de Karolingische periode teruggaan. Dit
was een van de redenen waarom hier archeologisch
onderzoek noodzakelijk was. Er werden
echter helemaal geen grondsporen die ouder
waren dan de dertiende eeuw aangetroffen.
Maar de opgraving in 2015 achter de bibliotheek
aan de Diezerstraat leverde wel interessante
gegevens op. Eén daarvan is wel héél bijzonder.
Het betreft fragmenten van enkele wijnflessen.
Het is een bijzonder type wijnfles die in Engeland
‘ladies leg’ wordt genoemd, omdat de hals langer
is dan het lichaam. Het is een fles die vooral
gebruikt is voor Constantia wijn uit Zuid Afrika.
De fles heeft een inhoud van ongeveer 1/3 liter.
Een pakket grondverbetering,
zogenaamde
speklagen, bij de opgraving
aan de kop van de
Melkmarkt, 2015.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 135
De fles had een glaszegel met de naam Constantia
en kon zo verbonden worden met de Constantia
plantage in Zuid Afrika. Er waren maar liefst drie
glaszegels. En hier begint het verhaal.
De Constantia plantage werd gesticht door
Simon van der Stel in 1684. Hij was door de VOC
in 1679 benoemd als gouverneur van Kaap de
Goede Hoop. De wijnplantage werd gerund met
slaven uit allerlei landen. Van der Stel heeft waarschijnlijk
met de VOC een overeenkomst gehad
om elk jaar een aantal vaten van deze exclusieve,
zware wijn te leveren.
Deze wijn werd in Zwolle gedronken door
Arend, baron Sloet van Tweenijenhuizen (1722-
1786). Hij was drost van Salland en voorzitter
van de Staten. Als zodanig had hij invloed op
benoemingen in verschillende commissies voor
de Raad van State, onder andere die van de VOC.
Hij had verder veel familierelaties met adellijke
geslachten, onder andere de Bentincks die in die
tijd op de havezate Werkeren woonden. Tijdens de
opgraving van deze havezate is een zelfde type fles
gevonden, zonder glasmerk.
Het is duidelijk dat deze exclusieve wijn alleen
in de hoogste kringen werd gedronken. De Constantia
plantage bestaat nog steeds.
Links: Drie zogenaamde
‘Ladies Legs’ zonder
zegel, uit de achttiende
eeuw.
Rechts: Deel van een
van de drie flessen met
het glaszegel Constantia
wijn, tweede helft
achttiende eeuw.
Glaszegel Constantia
wijn, tweede helft achttiende
eeuw.
■ ■■■
11 11-
136 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
En de toekomst?
Dertig jaar professionele archeologie in Zwolle
betekent dat de eerste archeoloog reeds op leeftijd
moet zijn. Dat klopt. Hemmy Clevis die vóór zijn
Zwolse periode al tien jaar bij de Rijksdienst Oudheidkundig
Bodemonderzoek heeft gewerkt met
langdurige opgravingen in Dordrecht, Deventer
en Nijmegen gevolgd door een promotieonderzoek,
is reeds 64 jaar. Jaren geleden heeft hij het
buitenwerk al overgedragen aan Michael Klomp,
die inmiddels sinds een tweetal jaren ook de leiding
van het team overgenomen heeft. Saillant
detail is dat Michael als twaalfjarige in hetzelfde
jaar als Hemmy Clevis bij archeologie Zwolle
begonnen is, maar dan als vrijwilliger bij de Broerenkerk
opgraving. Je zou kunnen zeggen dat
Michael, wiens roots in de Kamperpoort liggen,
bij zijn pensionering dan 55 jaar archeologie in
Zwolle bedreven heeft.
De samenwerking met de gemeenten Kampen,
Zwartewaterland en Hattem bieden een solide
basis voor een professioneel team. Het archeologisch
team van Zwolle verstrekt advies en doet
vooral de uitvoering: het opgraven en uitwerken
van de vondsten.
In 2016 en 2017 is veel werk verricht aan de
certificering van het team archeologie. Dit houdt
in dat het team overal opgravingen mag verrichten.
Die certificering is gerealiseerd. In 2017 is het
team ook versterkt met een derde deeltijd archeoloog,
Sanne van Zanten. Hoewel het team slank is,
is het uitgerust voor de toekomst.
Voor het team archeologie breken spannende
tijden aan. Er zal een oplossing gevonden moeten
worden voor de huisvesting. En in Zwolle zelf liggen
nog enkele heel grote projecten op uitvoering
te wachten, waarvan er hier slechts één genoemd
wordt: de Papenstraat.
* Alle afbeeldingen bij dit artikel zijn afkomstig van
het team Archeologie.
Publicaties van het team Archeologie Zwolle
Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle deel 1-5 (1993-
2005).
Overijssels Erfgoed. Archeologische en Bouwhistorische
kroniek (2002-heden).
Clevis, H. en A.D. Verlinde. 1991. Bronstijdboeren in
Ittersumerbroek. Opgraving van een Bronstijdnederzetting
in Zwolle-Ittersumerbroek.
Clevis, H. en T. Constandse-Westerman (eds.) 1991.
De doden vertellen. Opgraving in de Broerenkerk te
Zwolle 1987-88.
Clevis, H. 2000. Zwolle ondergronds. Zeven blikvangers
van archeologische vondsten in Zwolle.
Clevis, H. en M. Klomp. 2005. Havezate Werkeren. De
Heren van Werkeren en hun kasteel.
Clevis, H. e.a. 2007. Gevonden verhalen. Archeologische
speurtochten in Zwolle: Het verhaal achter de vondst.
Clevis, H. 2007. Opgeruimd staat netjes. Keukengoed
en tafelgerei van een bouwhuis van de Kranenburg
(1840-1865).
Klomp, M. 2008. Een Steenhuijs ontmanteld. Archeologisch
en historisch onderzoek van de havezate Kranenburg
in Zwolle.
Hove, J. ten en M. Klomp. 2011. Aan de monding van de
Grote Aa. Het havenfront van Zwolle.
Vries, D.J. de en H. Kranenborg. 2015. Onzichtbaar
Zwolle. Archeologie en bouwhistorie van de stad.
Verder zijn er inmiddels meer dan tachtig Archeologische
Rapporten Zwolle verschenen.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 137
VV Edon, kroniek van een bedrijfsclub
Edon bestaat tachtig jaar. Oorspronkelijk was de Harry Bouwhuis
club onderdeel van de op 10 november 1937 opgerichte
personeelsvereniging van de IJsselcentrale.
Lang rekruteerde men haar leden uit het werknemersbestand
en directe familie van het energiebedrijf.
Door onder meer bedrijfsfusies kwam de
vereniging uit onder de namen Electra, IJC, IJsselmij
en Edon en stond (en staat) in de regio vooral
bekend als ‘de club met de houten palen’.
Officieel begint het in restaurant Beenen aan de
Grote Markt in Zwolle. Daar wordt op 10 november
1937 door middel van hand opsteken de
‘Personeelsvereniging der IJsselcentrale Zwolle’
opgericht. Het ontstaan van de PV vloeit feitelijk
voort uit de onderlinge voetbalwedstrijdjes tussen
de technische dienst/administratie en de werknemers
van IJC (IJsselcentrale) aan de Weteringkade.
Na contacten met de voetballers Van
’t Blik, Mojet, Mooij en Zegeling wordt binnen het
bedrijf een enquête gehouden of er behoefte is aan
een personeelsvereniging. De uitslag is dusdanig
positief dat snel daarna de oprichtingsvergadering
wordt gehouden, gevolgd door een feestavond
in de Pius-Sociëteit aan de Oude Vismarkt. Er
worden vrolijke cabaretliedjes gezongen, er is een
uitvoering door eigen personeel van de eenakter
‘Voor de derde maal’ en Joop Louwen heeft een
speciaal IJC-lied gecomponeerd waaruit een grote
genegenheid voor zijn werkgever blijkt:
De entree naar het voetbalveld
vanaf de Weteringkade,
oktober 2017.
(Foto Annèt Bootsma)
■ ■■■
11 11-
138 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
‘Des avonds wordt het scheemrig en duister om ons heen
en onwillekeurig gaat er je hand naar ’t knopje heen.
En dra schijnt er een zee van licht tot in de diepste nis.
Was het vroeger soms een helse toer, nu grijp je nimmer
mis
Refrein
Druk op de knop en het licht is daar,
druk op de knop en het is voor elkaar.
’t gaat zo makkelijk, ’t gaat toch zo goed.
Daar de IJC al het werk voor u doet.’
De hommage is kenmerkend voor het ‘wij gevoel’
bij de werknemers van de in 1911 opgerichte NV
Electriciteitsfabriek IJsselcentrale. Na de totstandkoming
van de PV worden er allerlei activiteiten
ontwikkeld. Er komen onder meer een tennis-,
klaverjas- en bridgeclub en ook een toneelgroep.
De voetbaltak, eigenlijk toch de bakermat van de
personeelsvereniging, raakt daardoor een beetje
de identiteit kwijt. Daarom wordt al snel besloten
om de voetballers onder te brengen in een zelfstandige
afdeling.
Bedrijfsvoetbal
Maar vóór de officiële oprichtingsdatum van
10 november 1937 wordt er dus al gevoetbald
door de mannen van IJC aan de Weteringkade,
waar in 1915 een kolencentrale in gebruik wordt
genomen. ‘Het huidige sportcomplex ontstond
toen er voor die oude centrale een afvoerkanaal
noodzakelijk was om een goede koelwaterafvoer
te bewerkstelligen’, weet Paul Benning, vanaf 1961
tot 2003 werkzaam bij het bedrijf en voetballend
lid tot midden jaren zeventig. ‘De gemeente
Zwolle had geen bezwaar tegen het graven van het
kanaal, links van het clubhuis achter de dijk, mits
de laaggelegen strook grond tussen het nieuwe
afvoerkanaal en het Almelose Kanaal wel benut
zou worden voor recreatieve doelen. Het aangelegde
sportveld was erg zompig. Gelukkig functioneerde
de sloot achter de kleedkamers als een
perfect en dubbel draineringssysteem, zowel bij
droogte als regenval. Er kwamen twee tennisbanen
en rondom het veld werd een sintelbaan aangelegd
waar getraind werd voor de sportdagen en
die we ook gebruikten voor onze touwtrekploeg.
Het was een prachtig sportparkje, een mooi visitekaartje
waardoor het “IJC gevoel” alleen maar
werd versterkt. Want die onderlinge band was
toch wel uniek.’
Oud-speler en ex-secretaris Albert Veld
onderschrijft dat. ‘De personeelsverenigingen
waren vroeger de kurk waar bedrijven op dreven.
Het kweekte een collectiviteits- en collegialiteitsgevoel.
De bedrijfsleiding, ook bij IJC, wist dat
donders goed. Dat was zo bij de vestiging Hengelo
waar ik ben begonnen en in Zwolle was het niet
anders. De sportdagen waren heilig. Niets was te
gek. Het welbevinden van de werknemer stond in
die tijd voorop. Dat is intussen wel veranderd.’
Terug naar de beginjaren van de voetbaltak
waar clubveteranen en andere bedrijfsteams doorgaans
de tegenstanders van IJC zijn. In mei 1937
vindt de eerste wedstrijd plaats op het roemruchte
ZAC-complex aan de Oude Veerweg. Er wordt
met 2-1 van de ZAC-veteranen verloren. Na de
oprichting is IJC, een tijd spelend onder de naam
Electra, prominent deelnemer aan de Zwolse
Bedrijfscompetitie die van 1938 tot en met 1940
wordt georganiseerd door Zwolsche Boys. Op
Sportpark De Vrolijkheid nemen onder andere
teams als Tilia (Tijl) en de Blazende Veiligheid,
de spoorhazen van de NS, het tegen elkaar op.
Het voetbalveld van
Edon, gelegen tussen
het Almelose Kanaal en
het voor de oude elektriciteitscentrale
gegraven
afvoerkanaal, met
rondom het veld een
sintelbaan, afgebeeld op
een kaart van Zwolle
uit 1964. Rechts onder
het voetbalveld de oude
IJsselcentrale. (Collectie
HCO)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 139
Na de Tweede Wereldoorlog worden de bedrijfscompetities
hervat en wordt er vier keer op rij de
titel binnengehaald. Tijdens de kampioensfeesten
wordt er flink uitgepakt. Het bedrijfsvoetbal is
mooi met veel successen maar vooral ook erg kort,
namelijk uitsluitend in de maanden mei en juni.
Dankzij secretaris Willem Nijmeijer, die in zijn
functie als telefonist bij het bedrijf veel contacten
had, worden er wedstrijden georganiseerd tegen
collega’s van andere bedrijven zoals de Provinciale
Utrechtse Elektriciteitsmaatschappij N.V. en
het Gemeentelijke Energiebedrijf Enschede. De
KNVB had nooit veel bezwaar tegen dat ‘wilde
voetbal’, als er maar geen eerste elftalspelers van
KNVB-verenigingen bij betrokken waren
Transfer
Bij IJC groeit dan langzaamaan de behoefte om
mee te gaan doen aan de reguliere competitie in
het zaterdagamateurvoetbal. Op 17 oktober 1953
gaat er een brief uit naar de heer De Roos van de
KNVB-afdeling Zwolle met het verzoek over te
gaan van de bedrijfscompetitie naar het officiële
zaterdagvoetbal. In het verzoekschrift wordt hoog
opgegeven over de accommodatie. Het nieuwe en
nog steeds markante kleedkamercomplex is voor-
Eén van de eerste IJC teams in de jaren dertig, met
staand derde van links Joop Zegeling Sr.
De selectie van IJC met op de achtergrond de oude IJsselcentrale aan de Weteringkade. Staand tweede van
links Cees Spanhaak, vierde van links grensrechter Bernard van Nee, vijfde van links Wezenberg, zesde van
links Joop Zegeling sr. Eerste van rechts Van Heerde, tweede van rechts secretaris Wim Nijmeijer. Zittend,
eerste van links Steven Spanhaak.
■ ■■■
11 11-
140 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
zien van twee badcellen en in beide kleedlokalen
zijn langs de hele lange zijde tevens wastafels aangebracht.
De tijd van de pomp is definitief voorbij.
IJC directeur ir. G.H. Rietveld is zo trots op het
onderkomen dat hij aan zijn wekelijkse ronde
langs het bedrijf op zaterdag het sportcomplex
toevoegt. De voetbalbond is ‘om’. De club gaat uitkomen
in de derde klasse van de KNVB-afdeling
Zwolle.
De promotie naar de tweede klasse is er snel,
gevolgd door een titel, maar met het jaar daarop
alweer degradatie. Naast de sportieve ontwikkeling
laat men zich ook sociaal van zijn beste
kant zien. Dat blijkt wel uit de ‘verkoop’ van
toptalent Hennie van Nee, zoon van Bernard van
Nee die zich lange tijd verdienstelijk maakte als
clubgrensrechter. Hennie stapt in 1957 op achttienjarige
leeftijd over naar Zwolsche Boys, dat
in de tweede divisie acteert. Het is het begin van
een imposante profcarrière die hem naar onder
andere Heracles, PEC, Kickers Offenbach, Cercle
Brugge en Haarlem zou brengen. Van Nee debuteert
op 30 september 1964 in Oranje en komt tot
vijf interlands. De in 1996 overleden spits brengt
door zijn transfer naar Zwolsche Boys 450 gulden
in de clubkas, voor die tijd toch een aardig bedrag.
Door het bestuur wordt daarvan grootmoedig 250
gulden geschonken aan de ‘Vrienden van de Buitenschool’,
het huidige De Ambelt.
Het vertrek van het grootste talent ooit van IJC
is een sportieve aderlating maar men vult de leemte
snel in door Ben Spanhaak over te nemen van
PEC, een jaar later gevolgd door Jan Kattenberg.
Opmerkelijk is wel een in het overschrijvingsformulier
opgenomen passage dat als Kattenberg
weer voor PEC wil voetballen er geen transfersom
bedongen zal worden.
In 1960 kan de vlag uit. In eigen huis wordt
concurrent SVM uit Marknesse met 4-0 verslagen,
de titel wordt uitbundig gevierd in zaal Urbana.
Scribent ‘Toone de Skierder’, het pseudoniem voor
A. Volkers, is present en verhaalt in het Zwols in
personeelsblad ‘IJC Schakel’ dat aanvoerder en
pro Deo trainer Remmelt Wagenaar een bon voor
een paar voetbalschoenen cadeau krijgt.
Na het succes blijft IJC lang op het hoogste
(afdelings)niveau, ook door de komst van een
aantal spelers die niet altijd zelf werkzaam waren
bij de IJC maar via familieleden wel een band
hadden met het bedrijf. Casper Kamp wordt lid
omdat zijn vader als portier bij de IJC werkte. Zijn
zwager en sterkhouder (drijvende kracht in team)
Eef Wink, die eerder als semiprof voor PEC had
gespeeld, kon in dienst komen van IJC en kwam
over van Be Quick ’28. Als de lidmaatschapsregels
wat losser worden is IJC in die periode ook een
toevluchtsoord voor de nodige ZAC’ers en voormalige
PEC semiprofs zoals de bij IJC werkzame
Wannie Sterken, Jan ’de kriele’ Horst, Hennie
Goudbeek en Harry Schakelaar, maar ook Jan
Tielbaard en Harrie Kornelis.
Vooral qua accommodatie timmert de club in
de jaren zestig flink aan de weg. In 1965 wordt een
lichtinstallatie in gebruik genomen, uniek voor
die jaren want kunstlicht beperkte zich doorgaans
tot hooguit twee houten lichtmastjes met wat
‘peertjes’ om toch in het donker nog een beetje te
trainen. ‘De masten kwamen van de opgeheven 10
KV (kilovolt) hoogspanningslijn Haaksbergen-
Eibergen’, herinnert Benning zich. De heuglijke
gebeurtenis wordt opgesierd met een wedstrijd
tegen Kabel-Boys, een elftal samengesteld uit personeel
van de firma Van Gelder. Het wordt onder
Hennie van Nee, het grootste talent ooit van IJC, in zijn PEC-tijd, seizoen
1962/63. Staand vlnr. Hennie van Nee, Wannie Sterken, Gerrit van der Kreeft,
Gerrit Voges, Adri Jansen, Adri van Gorp, Leo Koopman. Gehurkt vlnr. John
Abma, Bert Teunissen, Gerrit Kerkhof, Wout Pelzer. (Foto Jan Drost)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 141
erbarmelijke weersomstandigheden 1-5. In 1966
besluit de directie van de IJC tot de plaatsing van
een kantine op het complex. Maar eerst wordt in
1967 op 10 november nog het dertigjarig jubileum
gevierd. De receptie is in de Voordrachtzaal van
het IJC gebouw aan de Zeven Alleetjes.
De ‘Zegelingen’
Joop Zegeling sr., al dertig jaar preses, ontvangt
van de voorzitter van de KNVB-afdeling Zwolle Jo
van Marle de zilveren bondspeld, een hoge onderscheiding
voor een clubbestuurder. De naam
Zegeling is door de jaren heen onlosmakelijk met
de IJC verbonden. Op de elftalfoto’s, vooral in de
eerste decennia, prijkt altijd wel een Zegeling.
‘Mijn vader Joop was doelman bij PEC. Hij werkte
vanaf zijn dertiende 49 jaar voor het bedrijf en
heeft sinds de oprichting zijn hele ziel en zaligheid
in de club gelegd’, zegt Joop Zegeling jr. ‘Hij was,
met een onderbreking van enkele seizoenen in de
beginjaren zeventig, voorzitter vanaf het oprichtingsjaar
in 1937 tot 1994. Tamelijk uniek lijkt mij.’
Op de Algemene Ledenvergadering op 8 november
1994 worden Joop Zegeling sr. en zijn vrouw
Pietje in het zonnetje gezet door zijn opvolger
Frans Kwakman. Als dank voor bewezen diensten
krijgt het clubicoon na een voorzitterschap van
ruim vijftig jaar onder meer keeperhandschoenen
en knielappen cadeau. Het stond op zijn verlanglijstje,
zo wisten zijn zonen. ‘Mooi ak nog eens
mut invall’n.’
Joop Zegeling jr. zelf speelde van 1978 tot 2000
bij de club en trad in de voetsporen van zijn vader.
Hij was voorzitter van 200

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2011, Aflevering 3

Door 2011, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

■ ■■■
11 11-
114 | jrg. 28 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Wim Huij man
Urbann i11201 /.
11
(Collectie ZHT)
■ ■■■
Suikerhistorie
Café ‘ rbana’, Wip trikkerallec
Aan hel eind van de Wip trikkcra!Jce ligt grand
café restaurant rbana. Het i een begrip voor
Zwolle en wijde omgeving. 1 n de negentiende
eeuw wa Urbana een buitenplaat je. Het pand
werd in 192 n,gc1ovc rd tot een theehui m t
pc ltu in. VeleZw llenaren wandelden in die
lijd p zondagmiddag ri hting Urbana. Terwijl
de ouders in de hou ten erre een c n umptie
geb ru ikten, vermaakten de ki nderen zi hop de
wip en in de chommel.
errit Ma ier werd in 1932 eigenaar an
rbana. Hij wa een gr t wielcrfanaat. hter
rbana w rd een wielerbaan g bouwd waar
ondermc r Rinus hotman gr te ·u ce ·en vierde.
Tijden d Tweede Wereld orl g ve rd\ een
de baan al brandhout in Zwol e kachel . Hendrik
Ma icr nam na de oorlog de zaak van zijn
vader over. Vele Zw llcnaren vi rden er toen hun
bruiloft. Er k n op zat r- n zondagav nel o k
gcdan t wo rden. a aft p wa de peel tuin het
domein van verliefde t lletj . k jazzliefhebber
konden bij het th ehui terecht. rbana wa.
het eerst Zwol e jazz ntrum. Hendrik la sier
k\ am in 1973 bij e n ongeluk om het leven.
1 n 1978/9 werd rbana ingrijpend verbouwd
en uitgebreid. De lran formatie van thcchui 1 1
café- re ta urant met ver hili ndc zalen en vier
bowlingbanen cri iep zeer gr ndig: in la, bleven
slechts het tena. , enkele kozijnen en eend kkapel.
Burgemee ter rijber op nd Urban, p
3 januari 1980. J p Rcimink was d ni uwe
exploitant. Hij crcëerd een uit tekende ac om-
( Foto jan van de Wetering) modatic waar sind dien h cl veel fee ten, partijen
en v rgadcri ngen hebben pla, 1· g v nden. 1 n
199 deed hij rbana ov r aan l\ ec van zijn p ron
el leden. og leed geldt de re lamc I g n
uit de jaren ze Lig: it, 111nar to Il thuis.
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 28 – nr. 3 | 115
11 Redactioneel
o r u ligt wc reen nummer van het Zwols
Historisch Tijdschrift. Hét blad over de ge chiedcni
van Zwolle. Rijk en gevarieerd, zo mag dit
nummer met r cht worden gen emd. In een
t,v ctal bijdragen wordt ingegaan op de laatmidclclccuw
er ligi uze vernieuwing beweging
van de M dcrnc Dev tic en de b langrijke rol die
Zwol! daarin peeld , dit naar aan leiding van de
huidige tentoon tel lingen hierover in mu eum De
Funda i , h t Hi tori h Centrum Overij el en
het tedclijk Mu eum Zwolle. Ton Hendrikman
refereert aan de gr te invloed die deze bewegi ng
in de ederlanden en daarbuiten heeft gehad
en Lydie van ijk verhaalt over de prachtige en
waarde olie hand hriften die Zwol e br eder
111 tl ll r!ijk monnik ngeduld maakten; z, ol e
ge hiedeni p zijn m oi t.
crrit van Vilsteren neemt on mee op een
reis door de ge chiecleni van een vergeten Zwols
buiten: De Ketel kolk, gelcg n in Fra nkhui . Of
h e glorie kan vergaan. iel vergeten maar I gendarisch
zijn de tien Zw llenar n van wie \i im
H uij man de portretten chct te ten beh eve van
z rg ent rum Het Zand (Zandh ve ). ok aan d
v rgctclheid ntrukt w rdt de hrijf ter moene
van Hacr ofte ( 1890-J 952). Zij w n al eer te in
1947 de prestigieuze P. . Hooft-prij met een
boek dat nu d r niemand meer w rdt gelezen.
tto azernier vertelt on er alle over.
Tot si t maakt Jan van de Wetering weer een
· enlimental journey’ naar het Zwolle van vijftig
jaar geleden. Daarbij bes hrijft hij de impa t van
Brigit! Bard top de Zwol e jeugd en laat hij
zien hoe het kon gebeuren dat de altijd zo rustige
Wilgen traat in zomer l 961 veranderde in ‘een
h k nk tel ol cheltercnde reclamewagens en
een gillende brandweerauto’. Dame en heren, wij
wen en u , eer veel lee plezier!
Inhoud
11ikerf1istorie Wim Huij man
De uitstraling van de Moderne Devotie
Ton Hendrikman
Beroemd laahniddeleeuw handwerk
Ha11dschrifte1111it Zwolle Lydie van Dïk
Amoene van Haersolte
Eerste wi11naar P. C. Hooft-prijs
Otto Cazemier
De Ketelkolk errit van Vilsteren
ien Zwol e portretten Wim Huij man
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 5: Zwolle wordt modern (196 l)
jan van de Wetering
Recent ver chenen
Auteur
Omslag: Detail uit de Zwolse Bijbel.
(Universileitsbiblioth ek U1rec/1t)
■ ■■■
117
1.20
126
130
143
150
152
154
11-
11
■ ■ ■ ■
AD ERTENTIE
Rond 1500 werd met het werk van kunstenaars als Abrecht Dürer en
Quinten Massys de middeleeuwen op grootse wijze afgesloten, terwij l de
renaissance zich al aandiende. De 15e en het begin van de 16e eeuw was
ook de tijd waarin de Moderne Devotie haar hoogtepunt beleefde en
Thomas a Kempis zijn Navolging van Christus schreef, na de Bijbel het
meest gelezen boek in het christendom. De Moderne Devotie inspireerde
de kunstenaars van de Sarijs-handschriften. Deze prachtig versierde
handschriften werden in het Fraterhuis in Zwolle gemaakt en met name
de verluchtingen van de ‘Zwolse meesters’ behoren tot de top van de
laat-middeleeuwse boekverluchtingen in Nederland. De kwaliteit (en
populariteit) van dit soort bijzondere stukken kwam in 2005 nog nadrukkelijk
naar voren in de tentoonstelling rond de ‘Gebroeders van Limburg~
De Zwolse Sarijs-handschriften, die zelden voor een groot publiek worden
getoond, vormen dan ook een van de absolute hoogtepunten van de
tentoonstelling die Museum de Fundatie en het Historisch Centrum
Overijssel presenteren. Naast Dürer, Massys en de Sarijs-handschriften
wordt in het Paleis a/d Blijmarkt werk getoond van ondermeer Amt van
Zwolle, de Meester van Hoogstraten en kunstenaars uit de omgeving van
Dieric Bouts en Jan Gossaert.
Van Albrecht Dürer en Thomas a Kempis is opgebouwd rond de thema’s
uit het lijden van Christus, die zowel in de Moderne Devotie als in de
beeldende kunst van die tijd centraal stonden.
VAN ALBRECBT DÜRER EN THOMAS A KEMPIS
PALEIS A/D BLIJMARKT, BLIJMARI

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2004, Aflevering 3

Door 2004, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

■ ■■■
11 11-
90 | jrg. 21 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
A..nnèt Boot mava
n Hulten en
\i im Huij man
■ ■■■
Groeten uit Zwolle
Watertoren en choenkuipenbrug
Po t tempel 19 juli 1902
‘Geliefde ouders e11 Z11s1 r! \Vij lu:bbe11 tie turf 1wg
11ic1 1,erkod1 t, 11wnr wees zoo goed c11 schrijf mij
11oor1s ee11 le11errje remg; tint ka11 ik t/1111 Zcmdog 110g
krijgc11. Z Kr1icrs heeft hier ..J ll’cke11 mei tie t11rfgcle~
e11, J11t111r heefi 1111 verkocht. Ik /Joop dr,t 11 cfezc 11 i11
gezo//li/1eid 111oogr n11tw111gl’ll, gelijk ik he111 l’C’rzc111/.
Zijt 1111 1 crcfer nl/c11 hnrtclijk gegroet. Z/3, filli11ge11
, , ’02. Hel r,r/re. is /JU}. 1,a,1 Lier’.
IJcze foto, met links de watert< ren en re ·hts de chocnkuipcnbrug, i\ w.1ar ·hijnlijk g1.:m,iakl anaf de Badhuis, al. Onder de S ·hoenkuipenbrug troomt de ieuwe Wetering/ (meiose Kanaal de tad. gracht in. Rond 1840 werd het crijs cl Kanaal gegraven, dat aan loot op dt· icuwe \Vetering. V,111wcgc I • veerboot OJ lmelo werd in z, Il het laabte ~tuk van de\ elering het lmclo 1 n 1 48 terrein bij de ho nkui cnbrug, gun tig gelegen tus en de Nieuwe Vecht en \-\' t ring, g hikt te maken voor het lad n n I en van turf. ' choopt I erd dat Zi olie zi h zou on twikkelen tol een belangrij ke tapelplaat · oor tur . Die hoop i. nooit uitgek m n. 1 n pi, at daarvan von I d tedelijke • hutt erij op de Turfmarkt de ruimte om te ex rren, gebru ikten port vereniging n het terrein en , erden r cir u en en v ilk. fee ten gehouden. 111 lr ek 1 20 ~tonden er enige tijd noodwoningen. D ophaalbrug I erd in t90ï vcrnrngen door de huidige draaibrug. l let i één van de l\\CC nu (Collectie H 0 ) nog be taande draaibruggen in Ovnij s ·I en de enig in Zwolle. De draaibrug I crd ver aardigd door de bekende Zwol c firma N.V. Wispclwcï & o. 1) neogoti he wa tert ren dateerde uit 1 92. 11 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 91 11 Redactioneel De kla ieke m h I gie kent een verhaal over en affaire di Aphrodite, godin van de liefde, had met r , god van d rl g. phrodite bedroog haar e htgen ot Hephai to . eze werd getipt do r de zonnegod Heli . lephai to maakte een gr t n t dat hij all en kon penen en ing verv lgens h t li fd paar op hun bed. De andere goden werd n ui tgen di •d m dit b hamende tafereel te kom n b kijk n. ral d mannel ijke goden bar tten los in een homeri h gela h. Het erhaal i 0111 lbar k r n afgebeeld in de wester e kunsthiedeni ·. orlog n li fd taan in dit numm r De oorlog in hel artikel v, n \ il C rn -li en ver de wijze wa, rop de Zw I he Bi uit f, briek voorheen Helder & o do r de T~ eede \ reldrlog kwam. D li ~ . f p zijn min t het lichamelijke deel daarvan, komt aan bod in h t arti kel van Jean treng en de rea tie daar van L ,die van Dijk. Zij houden zi h bezi, m t de intrigerende raag wal de betekeni z u kunnen zijn van een z ven tiende-eeuw houten rwerp dat de vorm he ft van een natuurgetrouwe weerga e van een m, nnclijk e la ht orgaan. Een, at andere uiting v rm van d li fdc, h t huw lijk, wordt d r largriet ordman opgeoerd. Zij tigt de aandacht op een belangrijk pr je l van h t H i tori h entrum erij el de digirali ering van m r dan n euw aan Zwol e huwelï , akten. In het artik I van Jeanine llen ten I ll , k men rl g en liefde bij elkaar. Tijden de E r-te \ crcldoorlog chrijft een Belgi h ffi ier, geïm rneerd in h t kamp Hard n ijk, een briefje met een fot aan zijn Zwol 'li kleine Mieni'. ■ ■■■ Inhoud Groeten uit Zwolle nn ' t Boot ma- van Hulten en \ im Huijsmans 90 Van een Helder' bi cuitje geniet je! Verzet e11 deportatie in de Zwolse Hoogstraat \Vi l rn li n 92 Godemiche Jean treng 109 peelt je of voorbehoed middel? Lyd ie van Dijk 112 111 jaar huwelijken in ZwolJe en Zwo!Jerkerspel Project digitalisering Zwolse l,uwelijksakten Margriet o rdman 113 Brief van een gevluchte Belgi che officier aan een Zwol mei je, 16 februari 1915 J anine tten 117 Mededelingen 121 Auteur 122 Omslng: Het complex vn11 D Zwolsc/1e Bisrnitsfabriek 1roorhee11 E. Helder ~r, o gelege11 111sse11 rlc Hoogstmnt e11 de Beeste11111nrk1, tege11111oorrlig Hnrlll meen eknrle, 19r. ( it: ' 11d z,vollc 11r11111i1 de /11ch1 ') 11- 92 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift 11 ■ ■■■ Van een Helder's biscuitje geniet je! Verzet en deportatie in de Zwolse Hoogstraat il orncli en Hoe kwam de bekende Z1 ol h Bi - cuitsfabrick voorheen . Helder • o d T1 eedc \Ver Id rl g do r? De tijd é n van de grote b drijven in Zw Il , m t meer dan 200 werknemer en geve tigd aan de Hoog traat. an de hand v, n e n lak na de rl g, in 1945 en 1946, ge hrcvcn ver lag kon nagega, n word n ho Helder & d jaren 1940-1945 beleefde. Dit bijna 1e tig pagina' tellende document werd indertijd pge tcld aan de hand van aantekeningen, notulen, orre pondentie en herinneringen van de I enmaligc dire teur J. H I huij en en fac bus Hols/111ijse11 (A111sterrln111 1 99-Zwolle 196 ) was van 192 tot rle liq11irlatie in 1956 directeur van de Zwolsche Bi witsfnbriek voorheen E. Helder & o. Holshuijse11 had hart voor zijn p rso11eel. Dankzij hem werd er in 1936 011dermeer een r i vereniging voor het personeel op eri ht en i11 193 ee11 port- en onr pn1111i11gscl11b. In 19 9 stichtte 1, ij e11 p nsioe11fond voor het personeel. Ook tijd 11s de moeilijke oorlogsjaren /,ad hij veel oog voor de noden vn11 zijn mensen. Holsl111ijse11 was een gezien 111n11 in Zwol/ . Hij 111nnkte deel uit van vele b t11re11 van 011dememers- n bra11 heorgn11i ntie . Zij11 naa111 vair terug te vind II i11 liet best11ur 11m1 d Kamer van Kooplw11dcl, 111nnr ook va11 diver e plaat elijke e11 provi11 inle comité . Op zijn vel reizen naar het b11ite11/n11d vor111d hij ee11 soort 011bezoldi d n111bas ade11r vn11 Zwolle. Hij legde onder meer de basis voor de komst in 196 11nar Zwolle w111 het A111 rikna11se specinlistisc/1 zuivelbedrijf M ~ R Lnbomtorin, het huidige Abbolt Lnbomtories. (Particuliere lle ti ) andere dire t b trokk nen. Het nd r taande ieen neer lag an dit do ument. • 1939 K mt de inval van de uit ers in mei 1940 vo r het b drïf, en v ral v r de dire tic, t taal nvenva ht? Het zal oor hen zo zijn gewee t al o r de mee te ederlander : men veronder telt dat Nederland wel w er n utraal zal blijven, z al dat k in d er te \, ereld rlog het ge al wa , maar men n emt na de inval in P !en begin eptember t h enkele maatregelen. Bij Helder uit zi h dat in de aanko p van extra gr nd t ffen, al m et daar o r wel e n lening w rden ge I ten. V rder wordt aan de vrijmet elaar loge ide Mutua waarvan dire teur Hol huij en lidi , aangeboden de bibliotheek, notulen en hi t ri he b h id n in de fabriek te v rbergen. H ewel dit aanb d terk w rdt onder tcund do r d logeleden D. nradi (drukker p het iland ) en ir. itr en (ing nieur bij de IJ · el ntralc), \ ordt er t hg n g bruik van gemaakt. 1940 p 10 mei allen d Duit e troepen n land binnen. • p de dag van d inv:il heeft n bedrijf ni t gewerkt', z lee ik. \, 1 i men in grote nz kerheid mtrent het I t an l\ per nee! leden ic.: in militaire dien t zijn. 0 k vraagt men zi h af h h t i met de verteg nw rdiger , n Bommel die in R tterd mw nt. Hij blijkt er na het bombardement g ed van afgekomen te zijn. t-laar bij de vr egere kant orbedi nde van het Rotterclame dep t mejuffrouw T. Lour n i hui en hui - raad g heel ernietigd. r haar wordt er direct en inzameling vang ederen geh uden. De bedrijf hef, d heer ugust Timm, i · een Rijk duit er. Hij uit p de dag van de capitulatie tegen ver de dire teur 1ijn I c.:d\ c,en over het- 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 93 11 g n Duit land N d rl and heeft aangedaan en bi dt aan m h t b drijf in Ik pzi ht te helpen. Zijn h uding tijden de rlog ja ren zal van gr belang blïken te zijn. r, ord n do r de dire teur n de bedrijf: hef nkele maatreg lcn g nomen. Ond r meer dat houdbare grond toffen zoal uik r, kolen, kruiden en reuk toffcn zuil n worden v rb rg n. ten zal , eigeren om produ ten aan d vijand te Ic eren. Merken die een Fr, n e f ngel e naam drag n, zullen n g n rmaal w rdcn geprodu eerd. ok wordt e I ten door te gaan m t h t bakk n nn rituele bi uit , !gen vo r hriften van h t pp rrabbina, t, terwijl (1 a en ige di u ic) m n k zal d orgaan met het maken van bi uitje waar p d b lt ni van de koningin laat. De heer Timm \ ï t op d mogelijkheid an de vordering van producten do r de Duit e bezetter. Timm h eft in B lgië rvnring opgedaan tijden de Eer te r Ido rl g, hij d ed t n dien t in het Duit e 1 gc:r. D hecrj.J.J rna,di 'agent van Reindcr !ic abri k n n d Zwol he Bi uit fa riek', i tijd n d inval in militnire dienst. Hij de lt op 2 mei aan de directeur van Helder me dat hij een eed heeft gezworen met enk Ic ol lega-milit iren m de trijd voort te 7ctten. 11 ij krijgt all tcun t cgcz gd. De h uding tegeno er Timm al Rijk duit er blijft in het begin van de bezetting n g wel n weifelend. 1 hij wel volledig te vertrouwen? Maar al hij zi h g heel an d 'go de:' kant haart za l men hem \ el li ht tegen d Duit er moeten be bermen. Onder het per oneel zijn enkele 8-er. en uit g zinden. Zo neemt p 10 augu tu a i - tent -d gmakcr T. \ e tend rp nt lag om vrijwillig in Duit landt gaan w rken. ! let rb rg n van gr nd t ffen, , aarbij toch nkcl p r n Lieden zullen m ten helpen, zal zo ecl mogelijk op za terdagmiddagen plaat vinden. r zal weinig ru htbaarhcid gegeven worden aan de geheime bergplaat n 'w Ik , ï d ugdelijk camoulleerden.' Ic ht nk I arb id r zijn er z d ende van de I gte. In juli w rdt d rijvcrgunning va n de directeur ■ ■■■ De Zwolsc/1e Bi 11itsfnbriek E. Helder ,!, o werd i11 , 9 opgericht. De kemnctiviteit besto11d 11it de 111nc/1i11e111nti c pror/11 tie 11n11111 /koekje of knnkjes. De oprichter, de ro11i11ger bakker E. Helder, imtnlleerde nn11 het i11d vn11 de 11ege11ti 11de eeuw al e II k 11i11 ve11, wnnrdoor rl koekj •s aa11 de /op ll{fe ba11d gebnkken ko11de11 worden. H tb drijf flor erde, 111erl dn11kzij de export 11t1nr Oost- en We t-llldië. Helder & o was gevesti d nn11 de Hoogstrant 111idde11 in de Knmperpoort. /11 het fnbriek co 111plex, tint 1e11 oppervlnkte besloeg vn11 4.000 vierkn11te meter, werkten i11 191-1 n/ meer rln11 tweehonderd 111ense11. De biswitfnbriek vor111d daarmc ee11 van de beln11grijk te werkgevers i11 Zwolle. Er sto11de11 destijtf 1•i r elektri he ove11, di werkte11 op rloor de firma zelf opgewekte stroom. Bij Helder werkt 11 l'eel 111 i ;je ·. D koekjes moesten 11t1111elijk lw11d111atig i11 blikken verpakt worden e11 dnt v r de vrouwelijke ha11digheid, wt111t rle bis 11it- ware11 er vntbanr voor br uk. De /o an 'Van e11 Held r' bim,itje ge11i l je' werd II begrip. a de oorlo in het echter achteruit 111et liet Ier/rijf Het eenvoudige kaakje makte uit de rntie, de 01m1111e11t wilde meer luxe. Door stij e11rle lonen e11 nfne111e11de opbreng te11 ware11 de 11oodznkelijke i11ve t ri11 e11 e ht r niet meer haalbaar. Op 5j1111i 1956 werd het bedrijf g liquideert/. Het mple & tu , en de Beest Har kade. (Parti llectie) ingetrokken. Hij weigert daarover t pr t l ren 'en gaat dan liever per p r.' r vindt overleg plaat met dep liticd kundi ge .). van cdd n Hul b h, di b kendhcid geniet al nd crzocker van d d lijk la ht ff, r . 11- 94 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift Rccln111efolrlcr 1'oor Heir/er' Knbo11tcr-bicuitjc. '\loedznn111 en .. . 11ie1 duur!' ( ollcct ie H ) FOR lULIER 11 ■ ■■■ Met hem wordt g pr k n o er d on rvering van vetten. Hï advi eert een b aa ld v rm nging daarvan m l andere grond taffen, zodat h t dan r al v t kan w rd en gekwal ifi eerd. D ho lad voor het v rtr kk n van bi - cuit. "' rdt onder hel p r on I rde Id. Dat i maar goed o k, want kort daarop komt het b cl dat de nog voorradige chocolade aan de Ie erancier moet worden teruggeleverd. c h er Timm krïgt c n oproep 0111 in ( Dui te) militaire dien t t gaan. V orl pi krijgt hij e hter uit tel omdat hij in een leven middclenb - drijf werkt. H ï heeft aan gek ndigd da t hij, al hï wel in dien t 111 et, zal gaan de ert eren. De b drïf leiding h ft al afg proken dan or zijn gezin te zu llen zorgen. Timm zal toch po dig een nieuwe oproep kunnen verwa hten. lleen al men in en ' Krieg wichtig' bed rij werkt, kan men vrï t Hing krijgen. Maa r om ' Krieg wi htig' te word n, 111 et men rder o r de Duit \ ehrma ht uitv er n. Pr bi m de 1ee a Buitens iëteit jnt ,va 1t e militair. De d ur v ·t m en hetgeen de man weiger Ti m er me b 1110 it rlaat de Feldwebcl to de zaal en kan de vo r tel ling doorgaan. Het enige aard dat het b drïf h eft, wordt gev rdcrd. Dankzij bemiddeling an burgcmet:.ter Van Karnebeek kan het dier blïven. 1941 De directeur heke lt in zijn nicu1 jaar toe praak fel het feit dat enkele vr uw lijke p r onccl led n onta t hebben met Duit c mi lit airen. Dit i gewaagd, omdat bekend i dat de hef van d Hema in Dordre ht tot drie jaar gevangeni traf i v r ordeeld omdat hij d mgang an zijn per - n cl m I Duit e mi lit, ir n h ft v rb den. In januari z rgen fel le or t en de verl roken verbinding over de IJ cl er vo r dat vrouwel ijk per oneel uit Hattem en Wezep niet naar Zwolle kan komen. Ruim twintig mei ·c worden dan, met toezi ht ond rgcbra ht in een I g taand woning aan de Harm mccng kad . In maa rt komt de icherh eitspolizei en i t en g pr k met Hol hui j.en. D I uit r hebb n 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 95 11 111dekt dat er koekje met het p rtret van d koningin worden vervaardigd. Dat wordt ui tge- 1 gd als Oranjepropaganda. De rlc werkster.
Geheel li11ksj11ffro11w Helder. 111edeeigc1wrcsst’ 1•,111 liet bcdrijj; 111c1
11nnst /war prowmtielw11dcr D.j. vl11111s1c c. l’ierdc 1’n11 li11k 111c111J]i-011w C.A.
Fmny, e11e11ee11s prowm1ieho111/ster. 111slreck 1950. (P11rtirnlicrc collectie)
11-
102 | jrg. 21 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
11 Een geder/te 1’1111 tie
ovens, 0111srreeks 1950.
(Collectie \1ei/i11gl111is
‘De \loorstrnat’)
Het 11itlegge11 l’llll het
deeg, 0111srr<'ek · 1950. (Collectie \1eili11gh11is 'De Voor tmat') Timm krijgt voortdurend pr epen om zich bij de Wchrma ·ht te melden. 1 ank zij allerlei uit luchten en va l e dokter atte ten ont napt hij aan de ■ ■■■ Duit c greep. Maar hij krijgt het dan w er erg moeilijk met andere in Zwolle woona htige Duiter. Timm laat zich bijvoorbeeld nooit zien bij 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 103 11 · ·· ten, hij vlagt niet op Duit e ~ uurt zijn kinderen ni t naar de nt taan vaak benauwde il uati m te bewijzen dat Timm in een 'Krieg wichtige' fabriek werkt, ziet H lder zich in ,eptember to h g wangen m a, n \, ehrma ht t gaan leveren. Deze lcvcranti rden z veel m gelijk getraineerd. Er wordt ge tolen. rote h e c lh d n boter en uiker v rdwijnen, maar word n enige tijd lat r in Kampen te k p aangeb d n. D leiding an het bedrijf tra ht de enen die telen te etrappen. om lukt dat. De dire ·teur dreigt met aangifte bij de litie. Betrapt per one I vertrekt en gaat werken bij de Duit bezetter of gaat in de zwarte han~ el. D t mming ij de 'blijver ' \ ordt hierdo r lbominab 1: 'zï 7ien met led gen aan, d t zij, di niet\ erken en zwarte hand I b drijven in én d, g meer rdienen, dan zij, die in de bedrijven , erken gedur nde een hele, eek'. ■ ■■■ Jannie . verzuimt vaak op het , rk te komen. Door d bedrijf ar n door het arbeid bureau wordt zij gekeurd, 'maar wij kunnen geen mei jt meer mi en. anneer nog én mei je wegblijft, zullen wï k t t ont lag van mann n moeten overgaan en zullen zij vo r de Duit ers t , erk , orden ge tcld. Dit moet tot iedere prij~ vermeden w rden'. Bij de ker tbijeenkom t v rzorgt hoofd nderwijzer . Jonk rs weer het ker tverhaal. Het is duidelijk dal de 1 idinggevenden al lang niet meer alleen betrokken zijn bij de ,tbri age an bi uitje . ia J ma en zïn onta t De r t worden hand- en pandi n ten aan de illegaliteit verleend. D a ountant van Held r, de heerT. oedemoed, i hi r o k regelmatig bij betrokken. De opvattingen an de bedrijf: leiding worden ook uitgedragen naar het per neel. Bij orbe ki tegenover de nieuwe mede, erk r Roelof . 1 na enkele dagen klaagt deze dat h t werk hem niet Koekjes op tie lopende b11111/, omstreeks 1950. ( ollecrie \'eili11gl111is 'De \loorstmnt') 11- 104 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift 11 De lvpe11rlc /111111/, 0111st rcch 1950. ( ,ollcctic \lcili11g/111 i., De \'oor tmat' ) bev, IL en hij vrij\,~llig naar uit land\ il. De he r Timm verwijt hem dat hij van c n Ned rlander een andere h uding had verwa ht! 1 ankzij een regering opdracht om chcep behuit te lev ren, kan h t bedrijf vergunningen krijgen om zonder bonnen warm et n van d ntralc Keuken te krijgen, 'maar het per one l lu t het niet '. 1944 Dit zal het m eilijk te jaar worden. e he r Hol - huij en po rt in Lijn niell\ jaar toe μraak iedereen aan m ol te houden en niet te twijfelen aan de uiteindelijke overwinning. mdat 1:r c nv rbod i inge teld 's nacht over ■ ■■■ traat t gaan, wordt er een nachtvergunning aangevraagd. i\1anr d Leutnant teiner van het bureau van de rt kom mandant weigert .lie af te g en omdat, z al hij zegt, 'dcz alleen do r terroristen worden aange raagd.' Er w rden nu grotere hoeveelheden grondt fö n do r per nee! leden ge tolen, waarop de dir tcur t lcurg tcld pmerkt lat hij z niet verder kan werken. T ch wordt met Pa. en het per· neel c ntha, Id p enige ne tj • paa br den een ei ... 2 april komt een koerier uit roningen met de mededeling dat Jorna, die al erteg m oordiger daar \ oona htig i bij een hui zoekin 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 105 11 gea rresteerd. Dire t , ordt er met mevr uw )oma en ander n overlegd. Be lol n wordt te trachten J ma tijden het transport naar kamp mersfoort mede te delen dat hij in h ge mate zenuwpatiënt i , op de rand van het krankzinn ige af en 'dat door n gezorgd za l , ord n oor dokter attesten.' Aldu wordt gehandeld. p 16 mei komt door tu - nkom t van een S -man Jorna rij. Hij gaat ogenblikk lijk verder met zijn verzetscontact n. Timm krijgt bij de rt kom mandant bevel om een militair uni form aa n te trekken. Hij protesteert maar wordt al telefoni t bij het pomp tation ng Le Werk ( chutzgruppe) geplaat t. Hij meldt zich na drie dagen ziek en komt na val verklaringen van dokter Dhont en een opname in het ophia Ziekenhui , eer terug in het bedrijf. ng t, illegaal werk, geheime b spreki ngen ten huize an de familie Hand (van de firma Buisman) tu en hooggeplaat te illegaal werkende ederlander en " erkgc er en vakverenigi ngbetuurders over d amenwerking na de oorlog, wel f geen onta t n met onbetrouwbare 8-er , bez ek naan de Duit e in tantie om vergunningen voor gr nd toffcn I t peuteren, t ed grotere dief tallen uit de magazijnen; het i het beeld an dat laat t oorlog jaa r. Timm, die weer eens bij zijn landgenoten op h t ma tje moet komen, wordt door de Fachberater rmetz r ondervraagd. Deze rmetzer zegt hem dal hij de overtu iging heeft dat de directeur Hol huij en een' ranjc b I jewist' i . Begin eptcml er, de dagen rond Dolle Din - dag, d nkt iedereen dat de bevrijdi ng aan taande i . Een moeilijke win ter zal nog komen. Een 'be cherming ploeg', be taande uit zeven per onecl I den, blijft nu dag en nacht in h t bedrï f, elkaar daarbï te d aflos end. Op bes heiden haal kan r zelf nog i t worden •eprodu rd. Een ki ine ramp i het als op 23 ptember brand uitbreekt in het papiermagazijn. nder meer 30.000 kilo meel gaa t verloren. De spoon eg taking legt h t hele verkeer til, D n Haag ei t total topzetting van de biscuitsfabri age, de b maanvallcn nemen in hevigheid toe, p r oneel vorderingen zijn aan de orde van de dag, bï razzia' word n man nen opgepakt, ■ ■■■ later komt er een algemene opr ep dat alle mannen tu en 17 en ;o ja, r zi h moeten melden, iedereen probeert van de Duitse instanties vrij. tel lingen te krijgen en 'op de Potgieter ingel I het bureau van de B auftragte l heer t en zenuwpaniek.' In november komen d e r te hongerto hten uit het we ten van on land naar en lang Zwolle. ok Helder pringt bij. Familie, vr ienden en relaties worden zo goed mogelijk geholpen. 1 n het verlag wordt nu open lijk over 'mofö nmeiden' ge prok n. Zij hebben e n zeer arrogante houding en worden vaak op taande voet ont lagen . Het bedrijf van Tepc & o (confe tiefabrick ), dat stilgezet i 'I vert ons ook nog een aantal mei je. op, maar zij zijn al van h tzelfde g halte en di er e ontslagen vallen nog, zodat er \ einig van overblijft'. H t personeel wordt ingezet om ' om wel 20 kilometer buiten de tad' op lapje grond gro nte en aardappelen te nijden en te rooien en er wordt dan in de fabriek geko kt. at aardappel n rooien i overig n niet ongevaarlijk, omdat men een paar maal midden tussen bommen droppende vl iegtuigen komt te zi ten. Deze olk tuintje. ligg n vaak dicht bij poorlijnen en p orwegovergangen zijn een gevaarl ijk mikpunt. Er wordt nog teed veel gedaan voor het per oneel. Ze krijgen regelmatig extra levensmiddelen en zelfs versnaperingen. Aan vrouwelijk pers neel worden kou en uitgereikt , 'al mede aan de fabrieksmei je witte werk horten, gefabri cerd uit linnen zakjes. Onder de mannen werden 30 overall verdeeld en de overigen kregen wi tte ·a. je ·, eveneen uit linnen zakje .' let ker t krijg n ze een pakket met ondermeer jam, laolie, su iker, koffie ·urrogaat en bloem. Met fee ·tdagen worden er nog teeds bij en komsten georganiseerd. Ik lee. dat er met ker t weer een gezamenlijke maaltijd (boerenkool met , or tl wordt bereid, mcne r Jonker draagt voor (' hij spreekt over Ere zï od') en er worden grammofoonplaten met k r tlicderen g draaid. Jorna komt met een bedrag van f 1 0.000 op de proppen. Da t is afkomstig van de pa gearre - teerde betaalmeester van de stak nde po n cg- 11- 106 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift 11 Directe11r }. f-lolslwijse11 met zij11 gczi11 op tie bi1111e11pliwts w111 de fabriek, op weg 11a11r rle vieri11g l'n11 een 25 -jnrig l111welijksfeest. Omstreeks 1946. ( Pnrti rnliere collectie) men en en ook voor hen be temd. Deze betaalh onvrider an pr uratieh uder rdt in de fabri k verborg n. 1945 'De eer t m, rinden van dit ·a, r zijn een ware hel'. Zo b gint het ver lag over het laat te o rl g jaar. De d rtr kker , eva ué' en zieken word n z cel m gclïk geholpen. De fobrikanten lub v rgadcrt t\ cc ke r per maand m de m eilïkhedcn van de dag met elkaar te be preken. r rijden 0111 . n g in de nacht auto' naar het we ten van het land ( pc ialc toe temming van de uit e instantie ·), maar de be cherming ploeg kan en durft niet te Japen totdat de auto' weer eilig en ■ ■■■ \ el in Zwolle terug zijn. Later blijkt dit ook niet meer mogelijk. riarna kan men, in ov rleg met de v ed elc mmi ·ari, , een hip krijg n. 1ct een lading van 50.000 kg kan hierme w lli ht naar m t rdam, orden gevar n. Timm I rdt în i bruari w er pgero p n voor militaire dienst. ' r i nu geen ontkomen m r aan'. Timm moet zi h meld n in Berlijn. De leiding van Helder be li t nu dat het tijd i voor Timm om nder te duiken. Het h efr cel oeten in de aarde. Er raat: ' Het val c per con bewij , dal hem ver trekt zou worden cl r zijn buurman R malen k mt niet p tijd af en daar m meldt hï zi h bij alle Duit e in tantie normaal, al of hij naar Berlijn gaat, laat zijn pa op het tation af tempelen en ertrekt na de verjaardag van 1ijn 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 107 11 vr uw per nel naar rn lt:rdam. De volgende morgen krijgen wij b ri hl, dat hij daar g ed is aangekomen en d r de he r \ .H. \ ellmann wordl ndcrgcbra hl. 1 ntu en heeft de he r hri Huibert [een vertet mani h t valse persoonsbe- 1 ij in be, erking n rn ·. Fraaij gaat 6 maart des na hl mei een au to naar m terdam met het vale per on bewij en de ingrediënl n om d vingerafdruk van den heer Timm aarop aan t br ngcn. Zij k cri na drie dagen van panning behouden terug.' ■ ■■■ r volgen n ge n p arm il ijk w ken, maar eindelijk 'w dan de b vrijding daar'. p 14 april lo en de eer te anad z. n d r de lad. 'Er h efde geen hol d or onze be hcrming ·plo g te w rden gelo t. ' Na enkele dagen b gint men te dcnk1.:n aan het hervatten van de werkzaamhcd n maar ee r l wordt er een geweldige b vrijding uif ~ tom gezel o r hel gebel per neel met de ille ,, Ie mede, erker . ·en ellenl,mg gedi hl wordt er opgezegd, waarbij aan de he r l lol huï en een cadeau , ordt o erhandigd. De dire leur wordt I let rn111plex ,,n,, De 7.wolsd1c Bisrnitsfnbrid 1•oorhec11 E. I fcltlcr ✓--. ·o, gcle~e11 111sse11 de Hoogst milt en de Bccstc11111arkt, tcgc11 - wovrdig Hnr111 111cc11 - gcknde, 19r. a de liq11itlmic 1•1111 het l1edrij[i1119:6, betrok ::cepfnbrick De Fenix /iet complex. ( it:' 11d Zwol/• ,,m,11it de /11cht ) 11- 108 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift 11 geprezen voor zijn inzet. Hij wist toch ook in de meest m eilijke tijd n voor zijn per oneel nog wel iets uit te delen: 'Al ppa nd man en vader wa en bleef u altijd heer, toch keek u met argu ogen wel op dam sbenen neer En wat u dan con tateerd Bleek later uit het fei t, Al in zo n ge chenkpakket voor 't meisje Een paar kousen lag ge preid. f en chort, hoe u er aan kwam een die daar ooit achter kwam. oor de mannen, 0112 bakker H bt u ja je geer ëerd , Die uit doodg \Vone meelzak K urig zijn g fabr iceerd.' Het dri blad zijden lange gedicht eindigt m t de zinnen: 'Onze feest reugd gaat b ginnen Onder rood-wit-blauwe kleur Leve 't Vor tenhui Oranje! Leve onze irecteur!' Epiloog )oma, accountant oedemoed en de verzet man De Groot h bb n nog geruime tijd functies waargenomen bij de Binnenlandse Strijdkrachten. De heer Holshuijs n heeft zich daarvan na korte tijd t ruggetrokk n, omdat de werkzaamheden van het edrijf dit vorderd n. De heer Timm kon (met speciale opdracht van de commandant van de B ) uit Amsterdam naar Zwolle t rugkeren. p 17 juli 1945 erkende de burgemee ter van Zwolle, jhr. mr. M.P.M. van Karnebeek, de houding van de heer J. Hol huijsen door hem te benoemen als vert rouwensman voor de amentelling van d tijdelijke g meenteraad. Het gel 1pte do ument, waarop dit artikel gebaseerd i , omvat 5 pagina's en is gedateerd 1945'i.946. liet i voorzien van de volgende verantwoording: ' il het hierna volgende ver lag zal blijken op welke wij - ■ ■■■ ze verzet werd geplee •d door Direct uren B dryf - taf an d .V. Zwol chc Biscuit fabriek v.h. E. Helder o· o., Zwolle. in amenwerking met illegaal- werkenden en ondergrond trydorgani atie te Zwolle. Zij verkla ren, dal het er lag, amcngcteld uil aantekeningen in age nda' , ex erpten uit corre pondentie, overzichten v, n be preki ng n en handelin ge n, ge ·n aan praak mag maken op volledigheid, maar de feiten naar waarheid weergeeft. 1 etekend:I J. Hol huijsen, Directeur later groep - commandant .G. District 1 , .13 .. ; .). Munt tegc, procurati houder; G.A. Fraay, pro uratiehoud - tcr; Aug. Timm, bedry~ - en fabrikatiechef; Ii. oedcm d, Accountant te Zwolle later hef taf Binnenland ·e trijdkra ht,·n, Gewc t ve rijs cl; J.J. Jorna, Agent Reinder ' liefabri ken en .V. Zwolche Bi cuit fabriek voor roningen, rente en Twente. La ter Staf- fficier b.h. Troepen omman do Binnenland e trydkrach ten.' l et document bevindt zi h in het bezit van de fami lie Hol huij en. Met dank aan d~ heren J.Th. 1-1 H1uij en te Zwolle, Dr. . Holshuij n te Wageningen en mevrouw E. tu u rrna n-li olslrn ijsen te Numansdorp. Daarnaasl b n ik de heer P. Timmerman va n het Veilinghuis 'De o r traal ' zeer erkentelijk voor het in bruikleen geven van twaalf foto ' . 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 109 11 Godemiche Wit is een godemi he? Tot voor kort wi t k het ook niet, maar een godemiche i. een dildo, een kun tpeni . \r\ aarom er hier aandacht aan wordt be teed, i omdat er enige tïd geleden bij opgravingen in het entrum an Zwolle twee hou ten kun q eni en werden gevonden. Ze I aren zo gemaakt dat er door middel van een eenvoudig me hani me z lf mee ge. poten kon worden: ar flC1 111ila 11(1furne. Een van de problemen , a cl inte rpretatie van het voorwerp. Wa het een medi h in trument dat gebruikt werd al anti on ep tiem idd el, ofwa het een eroti h hulpmiddel voor vrouwen. 1 Wel haa t zeker werden de beide dildo's voor dat laa t te doel gebruikt, zoal met een a·rntal voorbeelden aan nemelijk te maken i~. Onder de toonbank De Fran man i ola, horier , a een z venti nel -e uw e hrijver van croti che verhalen en ·ek u Ie vo rlichting. nder het p eud niem J hanne M ur iu publiceerde hij zijn Eleg(l/1/iae /(lfi11i s r111011i, ( maakvolle Latijn e ge prekken). In dit boek i e n prentje afgebeeld waarop dri de -1ig gekled vro u1 en en één man in e n winkel op het punt ·taan e n dildo te kopen. Aan een rekje hangen de in fo r formaat nagemaakte mannelijke edele delen te koop. Tw e mannen zijn aan een tafel bezig m t de pr du ti van nieuwe exemplaren.1 In d praktijk zal hete hter niet z makkelijk zïn gewec. t 70'11 wink I t vin n, de voor telling i lic tie. v at niet weg neemt dat dildo' inderdaad te koop wa ren, onder de toonbank of van een rondreizende kramer. Zo iemand wa de jood e mar kramer latthijs Modechai ohen. l li j , erd in 1768 in Holland opgepa kt met ondoom , dildo' en pornograli he boekje in zijn mar"3 ■ ■■■ Ook ov r het gebruik is wel iets bekend. ontantijn Huygens junior wa de e retari an koning- tadhouder illem lil en hield een dagboek bij over het hofleven. Hij noteerde ook d in mloop zijnde roddel over de ero ti he e ·c.1padc van per,onen in hofkringen. Een zo'n verhaal i dat een kamerheer bij i mand een 'godcmiche' had gekocht I aarna hij naar ene Babbe was gegaan en daar het ge al in de kou van een hol'r had ge t ken. Het wa een duidelijke ven ijzing naar ge lacht gemeen hap. Een ander verhaal betrof Jacoba van Beun in gen, de e htgenote van de waanzinnig geworden Am ·terdam c burgemee ter oenraad van Beuningen. azijn op !ui ting in een ge ti ht h.id Ja oba een rclat ie met een andere VTouw en men vertelde hierover 'dat men tot Jacoba ergcn in een hoek een godemi he an wa g vonden zouden hebben, haar beide h ben d ged iend'. Jean Streng Ajbeclrli11g 11a11 ec11 fic - 1ie1'c rlildowi11kcl. Titelplaat va11 clc 'Elcgr111tiae ln ti11i ser111011is' (s11wnkvolle I.nrij11se ~e~prckke11 ), er1111oor/ icl,ti11gsboekje rlnt de ze11c11 t ie11rlc-ce1111'$C Fm11se sc/1rïver icolas /ioricr 011rler het psc11 - r/011ic111 /o/1111111es \lrnrsi11s p11blicccrrle. ( it: //. 1. D11p11is, red., F.e11 kind mu/er het li11r1, A111stcrdn111198 ). 11- 110 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift 11 De rwee i11 Zwolle gevo11dc11 z ven I ie11deee11111sr lio11te11 k1111stpe11isse11, de een 22, - cm, de n11der 14, - c111 ln11g. ( ollec1ie J ie11s1 tndsorcheologi Zwolle) Ook in d burle ke literatuur ver cheen de dild . In het boek De door/11chtige daden w 111 fn11 tront taan enkele di htregcl di op zo'n te Zw Il gevonden godemiche duiden: ' ·oei juffrouw, zulk een ding. 't veroorzaakt mï een hrik! Een gla an rm al een goede dauderik. an a hter n to ge hroefd, ge uld met warm wat r. Foei, laat dat vuile ding v r 't on netje en de Mat r' Het I o rd 'daud rik' i onduidelijk en kan verwijz n naar da uw, naa r een ver tui ver. Maar dui d lijk is da t de volgende opmerking in Oe11 Lncce11de11 /\poll over hetzelfde voon erp gaat: '1 laar daar lag n heen ding dat ik m chaam te melden. Dat zy gebruiken, o van achter al van veur'.5 Ter , an ulling nog enige voorbeelden uit Eng land. De beroemde dichter van eroti a John V\ il mot, earl of Roche ter, chreef in 167 een gedicht onder de titel ' ignor Dildoe'. e aa nleidi ng vo r het gedicht was o erigen de verb ran ding van een la ling ge onfi queerde dildo' door de Engel e douane.6 ■ ■■■ 'Only big ones' an d markt war n ze daarmee natuurlijk niet verdwenen. Een Fran man die in 1713- 14 h t L ndense t. )ame Park bezo ht, zag daar rouw n met manden v I poppen I aar veel vra, g naar wa . Iedere pop bleek uit een aangeklede' ylind r' van 'about six inche long and one in h wide' te be taan. e gret ig koop ter I n ten vooral 'only big one '. 1 n 1722 ver heen in navolging an R he ter een anoniem gedicht onder d tit 1: Honsienr Thi11g's origin: or eignor D---o's Adwt11t11res in Britni11. H t apparaat ziet er al olgt uit: 'The engine doe come up so near to ature, an pout so pi a ing, bet, ixt Wind and Water, Warm mild, or any other Liquid ofter, low as they plea e, or, ifth y pica, mu h fa ter' D v rd re avonturen van eignor Dild bij zowel al oude vrouwen, bij lesbiënn , inkel ierler n hofkringen I aren tegen betaling an ' ixp n e a pi ce' te lezen. e dildo eindigde zïn bestaan bij 'some old maids, who njoy it ompany in ecrecy'.7 Tweeërlei ui tleg Terug naar cd rland in de tïd and Republi ek. ubbelzi nnigh id wa in de lit ra tuur een ge liefd spel, want g lukkig wa niet iedereen zo braaf als een predikant w I zou \ en en. De methode is eenvoudig: men chrijft i t op dat v or tl eeërlei uit leg vatbaar i . In de regel verbergt een on huldig lïk nde tek t een eroti, che betekeni . anr het kan ook ander om, zoal uit het v lgende onnet blijkt dat in en in 1624 uitgegeven bundel met roti che raad els werd afgedrukt: ' 1 ick my gis teren wa buyten ging ve rtr d n / ach i k bezijden\ cch een do hr r wonder oet an aen i ht vriendelij k / en vrolï k van gcm t / Do reen vermaeckl ij k wer k bei eghcn al haer leden. Nu de dsc gant h van n een · beur wijt opge pleten En dan n half van een / daer na al. 1 onder gam loot zij e I d rom o di ht b een en gam / Dat ghy no h h uren accht / noch dat het was gereten: 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 111 11 Daer na greep y e n ding i kweet niet hoe het heet Do h was het lang twclck y sta ch in de elve pleet/ M t groo te gauwichcyt wi tin n uyt te douwen. Daer na haer roerende met haer gheheelc lijf/ tiet s 'tof ach tien wc hen tro k tot haer o tijf / Dat licht bl ck dat y was van ul ken I erck I houwen'. Het i in dit erotis h gekleurde gedicht niet zo moeilijk in te zien I at er met het lange ding bedoeld wordt, al pretend crt de dichter - o ancta impli ita - de naam niet te I eten. En dat is eige nl ijk ook I el weer grappig, want dit onnet is crmoed lijk het eer te gedicht in de ederlandse taal met e nv n ïzing naar een dildo. 1laar, zoal · gezegd, de cl u van dit onnet i dat er i I on huldig wordt bedoeld. Maar wat? o r de I enmalige lezer wa de weg naar de ware betekeni d r midd Ivan een toegevo gd prent'e duidelïk gem, akt. laar u - intell igente lezer - zu lt dat nu zelf moeten uitzoeken. oeilijk i deoplo - sing niet voor I ie d · lit ratuur in de noot raadpleegt of de oplo ing die daar gegc en wordt. Noten 1. t-.1. Klomp, 'Een beerput vol erras ingen op het Eiland', in: 11. Ic is, Zwolle 011dergro11ds. Ze"e" blik- 1•a11ger 1•m1 nrd1cologisc/1e ,,011rls1e11 i11 z,vol/e, ZwolIe z.'., 11 -120. 2. D.J. Noordam, 'Lu t la t en plezier: vi.-r eeuwen ,ck ualiteit in Nederland', in: H. 1. Dupui e.a. (red. ), Een ki11d onder het l11w, Am lcrdam 1987, 127- t70, hier 14·. 3. W. \ . 1\l ijnhard t, ' Poli1 i and pornography in the cwntccnth - and eightccnth- cntury Dutch Rcpu blic', in: L. Hunt (cd.), Tl,e i11ve11 tio11 of pomogrn phy. bscc11ity mul thl' origi11 of 111odemiry, 1500- 1 oo, cw York 1996. 283-300, 390-394, hier 297 en 394. 4. R. Dekker, 'De rafelrand va n het z nti nde-eeuwc h nc:vcn in h,·t da •bock van Con tantijn Huygen . Roddel en eks', in: Mededeli 11ge11 vn11 de tichti11g Jacob Cm11po \ \ ryenmm 13 (2000), 133- 145, hier 13 en 14-• 5. 1. Leeman., Het woord i nn11 de 011derkn 111. Rndicnle idcei!11 il/ ederln 11dse pomogrnfiscl,e ro111m1s 1670- 1700, 1 ijmcgen ] 2002, 195. 33-l 11001 87. ■ ■■■ 6. reene, Lord Rorhester's l011kq bci11g a lifc of jol,11 Wi/11101, sccoll(/ En rl of Rochcster, Lo ndon 1974, 123. 7. P. Wagncr, Eros revivcd. Erotirn of 1/,e E11 /igl111'11• 111e111 i11 E11gln11rl {lllr/ A111 cricn, London 19 8. 27-30. 8. D. Coignaeu, 'Een " ieuw nederdu •t, h g.-di ch1 ende raed el'", in: 1-1. Duits e.a (red. ), Kli11ke1ul boeket. 111dies over re11nissa11ces111111e1tc11 l'Oor \f11rijke pies, Hi lver um 1994, 93-98. (Hel gedicht bchrijft een weefgetouw). 11- 112 | jrg. 21 - nr. 3 zwols historisch tijdschrift 11 L die an Dijk Detail vn11 /,et ·cl,i/derij 'De kwnkznil'l'r \lflll Jn11 teen. Em gnj11- ze11d jongctjc lw11d1 een zogennnmrle 1•ro11111e11 - sp11i1 i11 zij11 hn11de11. ( ollect ie I u-e11111 Boy111n11 11n11 Bc1111i11- ge11 ) ■ ■■■ Speeltje of voorbehoedsmiddel? Het zeventiend -e uwe houten voorwerp dat in 1997 - am n m t een iet tili ti hcr exemplaar - in een beerput op het iland in Zwoll w rd gevonden, h ft d vorm van een natuurg trouw weerge0 even mannelijk ge. la hts rgaan. Beide voon erpcn zijn al weer enkele jaren geëxposeerd in de tcnto n t lling 'Z\ llc ndcrgrond ' in de kelder van her t d - lijk ~lus um Z\ olie. In het artikel ' odemi he' van J an tren" \ ordi de fun ti ' ervan ged uid al e n dildo (lie afbeeldi ng bij dat artikel ). tr ng ven ij t hierbij naar teksten en afbeeldingen. H t klinkt heel aannemelijk. De archeologen die aan de Zwol e opgra ing hebben ge\ rkt, zijn het met deze in tcrpr tatie echter niet een . Zij h uden het op een vr uw n puit. 1 Een vr uwen puit\ erd gebruikt om de agina te poelen na de ge la ht daad. !en da ht dat het werkte al en rbchoed middel. D r middel van een zuiger tang kon men vloei t f in d hacht zuigen. D z I ei t f werd dan in d va gi na uitgesp t n. De ar heologen da hten aan vankelijk k dat het 111 een peeltje r lwa - ·enen gin,. ollcg. ' in het land bra htcn hen op andere geda hten. Medewerker van tvlu cum Boerh, ve in Leiden en van lu eum B man van Beuningen in R tt rdom zijn van mening dat het om een medi h' in trument gaa t, 11 vrou\ enpuit. Zij erwijzen daarbij ndermccr naar een hil erij an Jan teen •ctiteld l c k111<1kzn!J1cr, dat zi h in het R tterdam mu cum bevindt. Hierop i n bedlegerige dame te zien die bezoek krijgt van haar minna, r \"CrkJccd als dokter. Een o k p het childerij afgebeeld grï 112 nd j ngetje h udt in zij n hand en v rwerp: een vr uwen puit. en verwijzing n ar de am ureuze bedoeling n van de bezoeker. Dit v orwerp h eft e hter een enig zin andere v rm dan de 2' 1 ar he logi he nd - ten. Zou het niet mog lijk zijn dat een voon crp zo,! op het Eiland i ge nden in d lo p van d' tijd opt\ cc v r hillende manieren gebrui kt i ? oot 1. M. Klomp, ' Een beerput vol verras ingen op het Ei land ', in: 11. lcvis, Zwollt 011dergro11tl . Z,·ve11 b/ik l'r111gers l'/111 nrc/1eologischc 110111/sti:11 i 11 7.wolle, Zwolle z.j., 118- 120. 11- zwols historisch tijdschrift jrg. 21 - nr. 3 | 113 11 ■ ■■■ 111 jaar huwelijken in Zwolle en Zwollerkerspel Project digitalisering Zwolse huwelijksakten Zwolle heeft een rijke ge chiedeni . De me t ta tbare bewijz n daar an zijn natuurlijk de in het oude entrum aanwezige monumenten: de k rk n, de as enpoort en al die andere gebouwen die on dagelijk · met het verleden confront ren. la, r de igenlijke kern van d Zwol e g hiedeni wortelt ni t alleen in die prachtige monumenten die er een onderdeel van zijn. De k rn an de Zwol e ge chiedenis wordt alJereer t gevormd door de generatie van ZwolJenaren zèlf, die deze ge hicdeni bewust en m ook onbedoeld hebben vormgegeven en die door de eeuwen heen g zamenlijk het alledaag e leven en de ontwikkeling v:111 hun stad h bben bepaald. En daarbij ho ven we dan niet all en te denken aan beroemd stadgenoten zoa l Thorbecke, maar evenzeer aan de m id die rijtuigen repareerde, de dam die ' zondag in hun keurig te jurk naar de kerk >ing n, de bakker di Zwollenaartje bakten,
de mee ter op de holen, de jongens die op straat
li p n te tollen, d dien tmei je die kleedjes uitklopten
en wie al niet meer.
D geschiedeni van Zwolle i dan ook niet
alleen de ge hied ni van een stad, maar in veel
br dere en teg lijk v el pe ifickere zin ook de
ge hiedcni van en gemeen hap en van al de
individuele Zwollenaren die o il (langer of korter
gel den) an die gemeen chap deel hebben uitgemaakt.
oor menigeen van on kan het ook een
stukje eigen, p r oonlijke geschieden is zij n, in die
zin , aar het wellicht de ge hi deni van onze
eigen groot- of ovcrgr otouder betreft.
listori h beef i niet iet wat iedereen dagelijks
bezig houdt, maar de ge hiedenis van de eigen
omgeving n zeker ook de igen familieg chiedeni
i oor bijna i der .en interessant en vaak de
m ite van het uitpluizen waard. aar behalve
voor genealogen kan het ook voor beroepshi toriei
van belang zijn om re ht treek toegang te hebben
tot gegeven van de burgerlijke tand uit rocger
tijden.
Virtuele toegang
Om aan al deze nieuw gi righeid teg moet te
komen en die eventueel zelf te voeden, i r een
vi rtuele toegang op deze informatie gekomen.
ver een periode van 111 jaar ( 1 11 tol 1922) zijn de
regi ter van alle Zwol e huwelijken, met alle bïbehorende
per 0011 gegevens, nu n, t .laan c p
internet via de ite van het Hi torisch cn trum
verijssel, ww,v.historis hcentrumoverijssel.nl.
Niet langer ho ft er moeizaam in tapel oude
handgeschreven akten te worden gezo ht: gebru iker
kunnen nu impelweg een naam inv eren en
krijgen dan direct de re uitaten te zi n.
Wat valt er zoal te vind n in deze informatie?
elk beeld kunnen we van z, ol ie krijgen wan neer
we deze gegevens bekijken?
In Zwolle werden in deze 111 jaren bijna 24.000
huwelijken ge loten. Daartu sen zitten bek nd
en onbekende namen. Zo zien we dat ugu tu ·
D rk Daendel , zoon van de bekend Hatt mer
patri t Herman illem, in 1 35 trouwde met
Maria al lé; zijn beroep wa · t en a i, tent-re ident
in ederland -1 ndië. In 1 42 trom de de
broer van de bekend liberale politicu Thorbecke;
hun vader was koopman. Dat mei je namen
vaak afgeleid w rden van jongen namen blijkt uit
de naam van d kleindochter van de Zwol e dichter
Rhijnvi Feith: Rhijnvi a F ith.
ommige familie zijn zeer beroepsva 1. Zo
war n familieleden van d huidige bakker ind –
boom ook al bakker in h t begin van de negen tiende
eeuw. aander komen \ e al in 1843 tegen
al boekverkoper; ook in 1 79 \ erd van een telg uit
dit ge lacht vermeld dat hï boekhandelaar van
beroepwa ·.
Margriet oordman
11-
114 | jrg. 21 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
11 il de huw lijk r gi ter valt ook af te leiden
dat ommige men en niet veel geluk in het huwelijk
vonden. Des ciali tische politicu Henk neevliet
trouwde twee maal in Zwolle en beide keren
werd het huwelïk weer ontbonden. Zijn eer te
huw lijk duurde erg kort; van 1906 tot 1907. Zijn
tw ede huwelijk loot hij in 1909 en dit hield vijftien
jaar to nd.
Juliaan Lodewijk van ahuij , zoon van de
Zwol ·e burgemee ter\ .C.T. van ahuijs, trouwde
in 1892 met Henriette Ampt. Ju liaan wa toen
2 ja, r ud en zelf ook al burgemeester. fu liaan
vader wa zeer lang burgemeester an Zwolle; van
1867 lot 1897. et als zijn opvolger, 1 aac Anton i
van Roijen. Deze wa van 1897 tot 1933 burgemeester
van Zwolle. an Roijen wa getrouwd in
r ning n. Zijn huwelijksgegeven kunnen we
vinden via de landelijke Genlia web ite,
www.genlias.n l. Op deze ite worden ook de digitale
indexen op de burgerlijke stand van het H i tori
ch en trum verij scl ondergebracht. Hoewel
nog niet alle gege cns daar be chikbaar zijn, kan
er voor z, olie al wel ook van deze zoekpagina’s
gebruik gemaakt worden. Terug naar an Roijen .
In de Zwol e huwelijk gegc ens komt hij voor al
vader van een bruid in 1912, v, neen bruidegom in
191 – en van een bruid in 1916. Zijn twee dochters
trouwden met twee broer De os van teen wijk.
Het i du leuk gra duinen op deze ite. Voer
willekeurig een naam in die j bijvoorb eld tegenkom
t in een str::iatnaam, zoal Thorbeck , Rhijn vi
Feith Hille aerthé en je vindt meestal wel wat
informatie. f probeer bekende namen zoals
Brood, \ aa nder , \ i pelw ij. Voor g n alog n
die geri ht op zoek zijn i en bez kje aan d it
vaak vruchtbaar en veel makk lijk r dan het doorplo
gen van akten of microfiches.
Databa e
Maar er i nog me r mogelijk. Dankzij het feit dat
de gegc cns uit de akten nu in een database taan
kunnen er allerlei vragen gesteld worden die eenvoudig
zijn te beantwoorden. ok onderzoekers
z al bij oorbeeld sociaal demografen, kunnen
deze gegevens prima gebruiken. Deze database
kan nu op het H geraadpleegd worden. In de
toekom t kan dat ook thuis, de gege ens zu llen op
■ ■■■
D-rom be chikbaar komen. \ or de indi c
overlijden 1811-1932 van vc rij el i dat al
geb urd, d z zijn t koop bij het HCO
m aan r geven , at all maal m t d ze databa
e mogelijk is tellen we een aantal vragen,
zoals: hoe oud was de jong te Zwolse bruid, de
jongste bruidegom?
\ at wa de mee t voorkom nd rnaam
di hier in d ze periode werd g bruikt?
Welke bero pen werden er vaak ui tgeoefend,
welke wa ren zeldzaam?
\t’lel, de jongste bruid in dez 111 ·aar wa 15 jaar
oud, de jong te bruidegom was 18 jaar. e oud te
bruid wa 7 jaar, de oudste bruidegom wa 77 jaar
oud. Het lijkt er du op dat vrou, en in z, lle eerder
begonnen met het huwelijk en er ook langer
mee doorgingen.
De oud te bruid was de 87-jarige Gerdina E –
ke . Zij was, eduwe van Berend o tmeijer, die in
1828 in \ ijhe, a overleden. erdina hertrouwde
elf jaar later, in 1839, met de 70-ja rige orneli van
der een. Zij was echter niet in laa t haar, oning
te verlaten vanwege lichaam.gebreken. it volgens
een chriftel ijk attest van haar art , dokter
chaepman. Daarom werd hel huwelijk in de
woning van de bruid voltrokken, op de M Ik markt
in e n kelder onder h t hui van d I rio ier
lbert van Sa nt 11. erdina kon d akte niet
tekenen, mdat ze nooit had Ier n hrijv n. algen
d ov rlijd nsdataba e o cri cd crdina in
t843. Zij heeft dus nog ruim ier jaar, nau we
hopen, n gelukkig huw lijk gehad.
Het gro t te leeftijd er hil tu n de bruid
en d bruidegom bedroeg -1 jaar. De bruidegom
was 76 jaar oud en de bruid 2- jaar. De bruidegom
was Bernardu Hermannus Bauer, g boren p
23 augu tu 1 01 in Zwolle, koopman, en wonende
aan de Diezerstraat. De bruid, Maria W. E. H. .
Fahl kwam uit Dortmund. Haar ader, riedri h
Arnold Fahle \ as daar bankd ire leur. Hij was
56 jaar oud, t, in tig jaar jonger dan zijn hoon zoon.
Het huwelijk, dat in Dortmund wa ge loten,
werd in Zwolle inge clireven bij huwelijk akte
van 6 juli 1877. at zou zo’n meisje bezield hebben?
Ander. om, een oudere bruid met e n jongere
bruidegom komt ook voor. 1 n 1817 trouwde een
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 21 – nr. 3 | 115
11 Ja, ik wil
111 jaar Overijs else huwelijksakten
Familiege. hiede11i stnnt meer dn,1 ooit i11 de
beln11gste//i11 . Veel 111e11 e11 zijn op zoek naar ee11
b eld vn11 het I ven vn11 011z vooro11ders. Wnt dat
betreft eldt: eschiede11i leeft!
1n dez 1re11d hoort dit l11clitige boekje over
v rijs I e vooro11d rs i11 de vor111 va11 1111ekdotes
afkom ti 11it d iluwelijksnkt 11 vnn de burgerlijke
stnnd 111s en 1 11 e11 1922. Het boekj kwam tot
tnnd met het vrij111illig rtenm van het digitaliseri11gproje
t burgerlijke tand en znl medio 2005
verscliij11en.
led re 11 heeft te 111ake11 111e1 d b11rgerlijk sta11d.
eboorten, terfge1 allen en hu111elijke11 worde11
hier geregistre rd. Dnt i nl zo vanaf 1 11 toen in
Overijssel zonls in de meeste ederla11d e provin –
ie de b11rgerlijke stnnd werd i11 evo rd als gevolg
vn11 d i1,Jijvi11g van derln11d bij ‘1 t Franse keizerrijk
van apoleo11 Bo11apnrte. Met in nng va11 f
maart J 11 werde11 de Franse wett 11 t 11 aanzien
va11 de registratie vn11 geboort 11 ‘111welijken en
overlijd 11s van kra ht. fo elke gemeente zou de
re istrntie worde11 bijgeho11de11 door de ambtenaar
van de b11r erlijke stand. De Frnn en waren in L 1
111eer vertrokk 11, 111anr de door hen ingevoerde wij ze
vn,1 be110/ki11g registrnti is tol op de dag vnn
vandaag gehnndhnnfd.
11/ru111 v rij el is i11 mei 2000
b go1111e11 111e1 de infon11ntie uit d huwelijksnkten
vn11 de burgerlijke sta11d in te voere11 in een rlntnbae,
t II ind d ze gegevens 011/i11e beschikbaar te
steil 11. 111 het najnnr vn,1 2004 i het project afgero11d.
Ho11derdelf janr l1111velijksnkte11 in Overijssel
zijn voor ieder op elk gewenst tijdstip te rand plegen.
In d period 1811 tot 1922 werden i11 verijssel
220.600 huwelijke,, g lo1e11. Een team enthousiast
vrij111illi rs 1,eeft deze lwwelijksnkte11 in vi r
jnnr v rwerkt. Er werd in verschillende Overijssel e
gemee111e11 gewerkt. In/, t H i11 Zwolle werkten
de meeste vrijwilligers. 111 de g 111ee11tenr hieven
van Ens h de, 11e11ter, Kn111pe11 e11 i11 dege111een-
■ ■■■
tehuizen vnn tee111vijk, Rijs en, 1, ierde11 en
Twe111ernnd wnre11 ook vrij1villi ersten111s nctief
Ged11rende liet project zij11 de 111eest opmerkelijke
akten verzameld. an deze verza111eli11g i ee11
selectie gemnnkt, die in dit boekj t vinden i . De
teksten worden geïll11streerd met stukjes vnn de
huwelijksakten. Het doel vnn het boekje is dnn ook
vermnnk. Mnnr zek r geen leedvermnnk. W willen
grapp ige, mnrknnte en ontro rend infor111nti die
verbor e11 zit i11 de akten dele11 met ee11 roter
groep. H t laat iets zi II van het verf de11 vn11 onz
voorouders, i11 ee11 a11rler tijd, die we 11iet 11iL l11itend
111et onz h dendnagse ogen 111oeten bezie11,
mnnr di hi r zichtbaar en tastbanr wordt.
. ,. , , .
, ~
(
. . , ,
pr ,/. –

. ,., . )r • ‘ :~ .
I
. -~
•,/ / r t_,1t,,,,:_..f JL ~ ~/-;/4’#-11 i
>
, > .., , . ..,
r C y ,
. ( . ·-
11-
116 | jrg. 21 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
11 bruid van 61 jaar met een man an 32 jaa r; een Ie ftijd
verschil van 29 jaar. De bruid was w duwe van
1icolaas ter Meuten, die was overleden op 21 juni
1816. Ze heette Maria A1111a van Berkum en trouwde
op 30 oktober 1817 met Hendri us Bakker.
De 111 e t gebrui kte voornamen waren voor
1nanncn Johannes, voor vrouwen Johanna. e
top-3 beroepen voor mannen waren: arbeid r,
landbouwer en timmerman. Bij de vrouwen was
het groot te deel, 67 procent zonder beroep. Dat
verbaa t niet. D meest voorkomende vromvel ijke
beroepen vormden: dien tboden (circa 25 proen
t) en op grote afstand naai ters ( irca 3 procen
t).
Er wordt maar één kro ghoud ter vermeld,
één gouvernant en één ‘phorografi te’. Er waren
twee turfzakkenophoud ter , alsmede een kermi –
reizigster. Bij de mannen w rdt een kermismuzi kant
vermeld. Dit lijkt een gelukkig paartje.
Opvallend bij de mannenbero pen zijn: één
bce ten pelhouder, wellicht een vlooientheater?
Er I aren neg n choor teenveg rs, waar an er zes
uit Italië en 21 it erland afkom tig war n. En er
wa maar één zwartverv r.
Histori ch Centrum Overijssel
Je fanta. ie kan met deze informatie op hol laan.
r zijn boeken over le chrijven. Het i voor d
meer nu hteren onder ons ook mogelijk in het
Histori h Centrum v rij el (HCO) onderzoek
te doen naar d verhalen die ongetwijfeld achter
deze in fo rmatie zitten.
Het digitalisering proj et werd opgezet door
het H . Va naf 2000 is er gewerkt aan de digitale
ont !uiting an de huwelijksregister , mede in het
kader an een landelijk project and Rijk arch ieven
11 Regionale Histori che Centra: het Genlias
pr j t.
H t meeste werk werd verricht door een team
an vrijwi lli gers. Ze worden begeleid door het
H ok ver hillende O erij el e gemeenten
werken mee. Zo zijn er vr ijwilliger teams actief in
Zwolle, En chede Kampen, Deventer, teenwijk
en Rij sen. et het gereedkomen van de digitali –
■ ■■■

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2013, Aflevering 3

Door 2013, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

30e jaargang 2013 nummer 3 – 8,50 euro
Zwols Historisch Tijdschrift
Als een balletje
rollen gaat …
ZHT3 2013.indd 1 15-10-13 09:08
Suikerhistorie
Hotel café restaurant Muthert
Op 28 oktober 1963 opende Christianus Muthert
(geb. 1919) zijn horecazaak aan het Rodetorenplein nr. 11. Hij had het pand overgenomen van
Hendrik Beijer, die hier vanaf begin jaren dertig
een café en expeditiebedrijf dreef. In die jaren
stond het pand bekend als Beijer’s Bestelhuis.
Het vertrek van Beijer hing nauw samen met
de verplaatsing van het Bodecentrum van het
Rodetorenplein naar de Boerendanserdijk. Het
Bodecentrum moest vertrekken omdat er in 1961
een doorgaande weg om het Hopmanshuis heen
aangelegd was, die aansloot op de Jufferenwal.
Daardoor werd het plein stukken kleiner.
Het Bodecentrum was onder de blote hemel
op het Rodetorenplein ‘gevestigd’. Vrachtauto’s
uit de wijde omgeving voerden goederen aan
en namen andere spullen weer mee. Tot na de
Tweede Wereldoorlog gebeurde dat ook nog wel
per schip. Het plein stond de hele dag vol met
vrachtauto’s, omgeven door stapels kisten, dozen
en ander vrachtgoed. De ‘bodes’ (chauffeurs)
waren te vinden naast hun wagen of in een van de
cafés rond het plein. Het was er altijd een gezellige
boel, maar voor een buitenstaander een ‘ordeloze
troep’. Na veel plannenmakerij ging in april 1965
het nieuwe Bodecentrum officieel van start aan de
Boerendanserdijk, nu onder dak.
De zaak van Muthert draaide goed. Volgens
een reclameleus ‘was je uit … en toch thuis in HCR
Chr. Muthert’. Voor dertig gulden konden kamerbewoners er een hele week warm eten van 6 tot 8
uur. In 1976 kwam in dit pand het eerste Joegoslavische restaurant in Zwolle. Nu kun je er op zijn
Spaans eten en zit hier het City Hotel. Op het terras
heb je een prachtig uitzicht. De bodes van vroeger
hadden er in hun schafttijd lekker kunnen chillen…
122 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
Het pand aan het Rodetorenplein waar Muthert gevestigd was,
tegenwoordig voorzien van ‘chill’terras. (Foto Jan van de Wetering)
(Collectie ZHT)
ZHT3 2013.indd 2 15-10-13 09:08
Omslag: Het Zwolse balletjeshuis, oktober 2013. (Foto Jan van de Wetering)
zwols historisch tijdschrift 123
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 122
Als een balletje rollen gaat…
Alet Boukes-Okkels 124
Beeldhouwer en activist Guiseppe Ceracchi
Maker van het grafmonument van
Joan Derk van der Capellen
Lydie van Dijk 135
De Republiek belaagd en Zwolle bezet
door Bommen Berend:
Gesprek met historicus Luc Panhuysen
over het Rampjaar 1672 Wouter Geerling 143
Twee eeuwen de krant van Tijl
Aflevering 2: Een venster op de wereld in een
achttiende-eeuws tuintje
Willem van der Veen 153
Boekbesprekingen en Recent verschenen 158
Mededelingen 160
Auteurs 162
Redactioneel
Voor u ligt het derde nummer van het
Zwols Historisch Tijdschrift van 2013.
Ook dit keer weer met een leeslustopwekkende variëteit aan artikelen. We beginnen met
een smakelijk verhaal over de oorsprong van het
(in zijn voortbestaan bedreigde) Zwolse balletje,
een snoepje dat in 150 jaar geen steek is veranderd. Dat de oorsprong van dit Zwolse zoetigheidje in Kampen te zoeken is, bewijst maar weer
eens hoe vreemd een balletje kan rollen.
Vervolgens nemen wij u mee naar Italië, waar
een monumentaal beeldhouwwerk ter ere van
‘onze’ patriot Joan Derk van der Capellen al meer
dan twee eeuwen wacht op verscheping naar
Zwolle. Nu schijnt het er dan toch daadwerkelijk
van te komen.
Op basis van een gesprek met de in Zwolle
woonachtige historicus Luc Panhuysen, die een
boek schreef over het Rampjaar 1672, beschrijft
ons redactielid Wouter Geerling vervolgens deze
roerige periode vanuit een landelijk en een Zwols
perspectief. Willem van der Veen tot slot gaat verder met zijn serie over de geschiedenis van Tijl en
de Zwolse Courant.
Verder zijn er weer nieuwe boeken verschenen, en vragen wij uw speciale aandacht voor
twee in de Mededelingen behandelde items, het
aanstaande concert van het Haarlems Klein Koor
in november in de Statenzaal (zie ook de bijgevoegde flyer) en de oprichting van de Stichting
Zwolse Stolpersteine.
De redactie wenst u veel leesplezier!
ZHT3 2013.indd 3 15-10-13 09:08
124 zwols historisch tijdschrift
Als een balletje rollen gaat …
De recente berichtgeving over het (mogelijke) einde van de productie en verkoop van de Zwolse
Balletjes en daarmee ook het einde van het Zwolse Balletjeshuis aan het Grote Kerkplein 13 heeft
veel losgemaakt in Zwolle en daarbuiten.
Voor mij was het bericht de aanleiding om me te verdiepen in de geschiedenis van het pand, zijn bewoners en het geheime recept van de balletjes. Hoewel het pand hoogstwaarschijnlijk dateert uit de late
Middeleeuwen, heb ik er voor gekozen om de geschiedenis vanaf 1815 in kaart te brengen. Volgens de
folder die wordt uitgereikt bij aankoop van een zakje worden de balletjes sinds 1845 vervaardigd en verkocht in de winkel. Maar wat was de bestemming van het pand vlak daarvoor? Van wie kocht toenmalig
eigenaar Jan van der Kolk het pand? En heeft Jan daadwerkelijk het geheime recept van zijn schoonvader
gekocht? Is daar nog iets van te vinden?
Bij mijn onderzoek werd ik ter zijde gestaan door Jan Wigger van het Historisch Centrum Overijssel,
een uiterst plezierige samenwerking met een kundig en bevlogen archivaris. Ik ben hem zeer erkentelijk
voor zijn professionele ondersteuning.
Het werd een hele ontdekkingstocht. Zo stuitte ik bij voorbeeld op twee Anthony’s van der Kolk, hetgeen
aanvankelijk voor veel verwarring zorgde. Dan zijn er ook nog twee Jannen en drie personen met de achternaam Rei(j)nders. En dan speelt ook nog eens een uit Kampen afkomstige persoon een prominente rol.
Het Zwolse Balletjeshuis aan het Grote
Kerkplein omstreeks
1970. Op de foto is
goed te zien dat de
achterkant van het
huis eigenlijk gevormd
wordt door een ander
pand. (Collectie HCO)
Alet Boukes-Okkels
ZHT3 2013.indd 4 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 125
Van der Kolk I, 1815-1832
Op 18 mei 1815 kopen Anthony van der Kolk
en Aaltje Rupsina van Magteld van der Baan te
Zwolle het huis aan het Grote Kerkhof (nu Grote
Kerkplein) en de Prauwenstraat (nu Praubstraat)
2e
Wijk Sassenstraat nr. 226 voor 800 gulden.1
Het gaat hier om het voorste deel van het huidige
Zwolse Balletjeshuis, dat rechtstreeks aan het
Grote Kerkplein is gelegen. In dit pand was reeds
sinds mensenheugenis een winkel gevestigd.
In 1812 worden de winkelier Lucas Pals en zijn
vrouw en dochter als bewoners genoemd.2 Bij de
totstandkoming van het kadaster in 1832 krijgt dit
pand het kadastrale nummer Gemeente Zwolle,
sectie F nr. 1842.3
Anthony van der Kolk blijkt tot de aankoop
van het huis gewoon Teunis Kolk, bediende van
beroep, te hebben geheten. Hij is op 7 september
1783 te Zwartsluis geboren als zoon van Jacob
Gerrits Kolk, arbeider, en Aaltjen Jochems Boes.
Als Teunis op 15 januari 1813 trouwt met Aaltje
Rupsina, heet hij Teunis van Kolk. Later blijkt
hij zowel zijn voornaam als achternaam ‘sjieker’
te hebben gemaakt: hij noemt zich dan Anthony
van der Kolk. Dat paste beter bij zijn status als
winkelier, moet Anthony gedacht hebben. De
bruid, Aaltje Rupsina, geboren te Deventer op 28
oktober 1789, is een dochter van Jelle Rupsina,
schoenmaker, en Gardina Florijns. Aaltje is ten
tijde van haar huwelijk dienstmaagd van beroep.
De koopsom voor het pand wordt in de vorm
van een hypotheek tegen 5 procent per jaar van de
verkoopster Magteld van der Baan geleend.4 Deze
hypotheekinschrijving wordt in 1825 vernieuwd
voor ƒ 920,-.5 Ondanks de nog niet afgeloste
hypotheek op de winkel aan het Grote Kerkhof
en de zorgen die naderhand aan het licht komen,
kopen Anthony en Aaltje in 1828 een huis op het
adres Buiten de Sassenpoort nr. 65 voor ƒ 250,-.6
In 1831 worden door Anthony en Aaltje nog twee
hypotheken op het pand aan het Grote Kerkhof
opgenomen, de eerste ten bedrage van 600 gulden
bij de firma Doijer en Kalf op 23 april 1831,7 en
de tweede van 300 gulden bij notaris W.H. Roijer
op 24 oktober 1831. Bij de laatste hypotheek dient
óók het in 1828 gekochte huis buiten de Sassenpoort als onderpand.8
In 1832 wordt Anthony van der Kolk als
eigenaar van beide panden met ‘winkelier’ aangeduid. Echter, de zaak loopt niet zoals gehoopt,
waardoor hij niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Op 25 oktober 1831, slechts
één dag ná de opname van de tweede hypotheek,
wordt Anthony failliet verklaard. Als oorzaken
voor het faillissement voert Anthony de volgende
redenen aan: – hij was niet tot de handel opgeleid;
– hij was met heel weinig vermogen (800 gulden)
een handel begonnen; – hij had geen journaal
gehouden, noch jaarlijks een inventarisatielijst
gemaakt; – hij had snel veel kinderen gekregen en
dus veel monden te voeden; – er waren veel ziekteen sterfgevallen geweest, die het nodige hadden
gekost; en tenslotte, er was veel concurrentie als
kruidenier.
Door dit faillissement wordt ook een inventarisatie opgemaakt van de baten en schulden.
Behalve de twee huizen (de winkel aan het Grote
Kerkhof en het huis Buiten de Sassenpoort) wordt
de inventaris in de kruidenierswinkel ook tot de
baten gerekend. Deze bestaat onder meer uit:
een toonbank met een vaste koffiemolen, 6 paar
koperen winkelschalen, diverse trechters, tinnen
maten, blikken maten, strooptrommen, winkeltonnen, theekistjes, mandjes met pijpen, 3 kluwens katoen, een vijzel en stamper, bussen, een
koperen aker, een winkeltrap, een olietrom, een
zeef. Het totaal van de baten bedraagt ƒ 2.699,72.
Dit bedrag valt in het niet bij de totale schuld,
die op ƒ 11.130, 03 gesteld wordt. Naast de drie
hypotheken zijn de niet betaalde rekeningen aan
leveranciers van winkelwaren onderdeel van de
schulden. Er is een lijst met namen van in totaal
54 crediteuren. Daarop treffen we onder meer
aan: B.L. Conink Boddendijk uit Doetinchem,
eigenaar van een branderij waar men aardappelmoutwijn en aardappelbrandewijn maakt;
Stadlander, een tabaksfirmant uit Amsterdam;
de blauwselhandelaar Walig Meijn uit Zaandijk;
de chicorei-fabrikant H.A. Röbken uit Albergen;
de fa. Heerkens en Schaepman (fabriek in azijn
en kaarsen) uit Zwolle; Frans Willem Visscher,
koopman te Zwolle als gemachtigde van de in
Oostzaan wonende Cornelis Avis, koopman en
ZHT3 2013.indd 5 15-10-13 09:08
126 zwols historisch tijdschrift
fabrikant in ‘stijfzel en blaauwzel, zoo op deszelfs eigennaam als ter firma van de Sociëteit der
Blauwselfabriek’ te Westzaan. Ook Jelle Rupsina,
vader van Aaltje is één der crediteuren. Heel
dichtbij zit ook een crediteur, namelijk Magteld
van der Baan uit de Praubstraat, van wie Anthonij
in 1815 de koopsom van het winkelpand leende.
Voor nog hetzelfde bedrag als in 1815, te weten
800 gulden, staat zij als crediteur genoteerd. De
balans, die van de failliete boedel wordt opgemaakt, geeft ons een inkijkje in de voor Anthony
uitzichtloze situatie.9
De door de Zwolse Rechtbank gelaste executoriale verkoop van de beide panden en de winkelinventaris geschiedt ten overstaan van de rechter
op 21 februari en 6 maart 1832 in het – eveneens
aan het Grote Kerkhof staande – Stadswijnhuis
door notaris W.H. Roijer.10 Daartoe wordt door
de notaris op 14 februari 1832 de volgende advertentie in de Zwolse (voluit: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche) Courant geplaatst:
‘Mr. W.H. Roijer, Notaris te Zwolle, als
daartoe benoemd, is voornemens, ten overstaan
van het Vredegeregt van het Kanton Zwolle, op
Dingsdag den 21sten Februarij 1832, des avonds
te vijf uren, op het Stad Wijnhuis te Zwolle, in te
zetten, en 14 dagen daarna, op tijd en plaats voorschreven, te verkoopen: Een Huis en Where te
Zwolle, bij het Groote Kerkhof, op den hoek der
Praauwenstraat, zeer geschikt tot het doen van
Het Grote Kerkplein,
op de kaart aangeduid
als ‘De Kerkhof’ op de
kadastrale kaart (uitsnede) van 1832. Daarop is te zien dat het
tegenwoordige Balletjeshuis uit drie kadastrale panden bestaat.
(Collectie HCO)
ZHT3 2013.indd 6 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 127
Winkel Affaire, bewoond geweest door Antoni
van der Kolk. Nog een Huisje te Zwolle, buiten de
Sassenpoort, S.P. No. 65, ter Meulen ter eenre en
de Ruiter ter andere zijde. Nadere informatie ten
kantore van den Notaris, en dagelijks te bezien.’
Na de executoriale veiling van hun bezittingen
verhuist het echtpaar Van der Kolk-Rupsina naar
de Diezerstraat. Aaltje overlijdt op 6 april 1856 op
de leeftijd van 66 jaar. Anthony sterft ruim twee
en een half jaar later, op 27 november 1858 op
75-jarige leeftijd.
Naamgenoten Van der Kolk en Rei(j)nders
Op 6 juni 1832, enkele maanden na de veiling,
overlijdt een naamgenoot van Anthony van der
Kolk in zijn huis aan de Ossenmarkt, op loopafstand van het Grote Kerkhof. Het gaat hier om
Anthony (veelal Teunis genaamd) van der Kolk,
geboren op 3 februari 1771 te Zwollerkerspel
als zoon van Harm van der Kolk, schipper, en
Geertruid Jansen. Anthony is jong wees geworden en hij wordt met zijn broer en twee zusjes in
het Kinderhuis ondergebracht. Op 1 juni 1793
doet hij belijdenis. Hij wordt timmerman en op
4 januari 1796 huwt hij in de Bethlehemkerk
met Johanna Gesina Reinders. Op 9 juli 1805
verkrijgen Teunis en Johanna Gesina van hun
respectievelijke zwager en broer Jacob Reinders
de helft van hun gemeenschappelijke huis aan
de Korte Kamperstraat. Zeven dagen later, op 16
juli, nemen de echtelieden een hypotheek op van
325 gulden tegen 5 procent rente per jaar van
Hendrikus Smeing te Amsterdam, met het eerder genoemde huis als onderpand.11 Ofschoon
de situering van dit huis een week later gewijzigd
wordt in de Ossenmarkt, betreft dit hetzelfde
huis. Op 3 maart 1806 wordt volgens het Patentregister Zwolle van dat jaar aan Teunis patent
verleend als ‘timmermansknegt’. Later valt ook
te lezen ‘winkelier’. Hierbij moet worden opgemerkt dat winkelier in de negentiende eeuw een
ruim begrip was. Het betekende vaak dat iemand
aan huis een winkeltje had. Uit dit huwelijk zijn
een aantal kinderen geboren, onder wie Jan in
1812. Teunis overlijdt op 6 juni 1832 en zijn
weduwe Johanna Gesina volgt hem op 1 maart
1837 in de dood.
Naar alle waarschijnlijkheid is er geen sprake
van directe familiebanden tussen de beide
Anthony’s, en Pieter Reijnders (zie hierna) en
Johanna Gesina Reinders, al bestaat natuurlijk de
mogelijkheid dat ze elkaar gekend hebben. De in
1812 geboren zoon Jan van Teunis van der Kolk
en Johanna Gesina Reinders zal in 1845 de koper
worden van het winkelpand aan het Grote Kerkhof en sindsdien prijkt zijn naam op de voorgevel.
Opschrift op de voorgevel van het Zwolse
balletjeshuis. (Foto Jan
van de Wetering)
ZHT3 2013.indd 7 15-10-13 09:08
128 zwols historisch tijdschrift
Reijnders-Van Santen, 1832-1845
Het pand aan het Grote Kerkhof wordt bij de veiling van de failliete boedel van Anthony van der
Kolk op 21 februari en 6 maart 1832 voor 1540
gulden verkocht aan Pieter Reijnders, koopman
te Zwolle. De nieuwe eigenaar is ter wereld gekomen op 29 april 1808 te Deventer, als het zesde en
jongste kind van Harmen Jan Reinders, hovenier
van het huis Den Berg te Dalfsen, later cipier van
het huis van Bewaring te Deventer, en Johanna
Werff. Pieter huwt te Zwolle op 24 maart 1831,
achttien dagen ná de aankoop van het winkelpand, met Johanna van Santen, die op 26 december 1807 in Zwolle als dochter van de looier Evert
van Santen en Hilligien Mandemaker is geboren.
Zij is een telg van een geslacht waarin zich vele
meesterbakkers bevinden.
Lang heeft de nieuwe eigenaar Pieter Reijnders niet van zijn aankoop kunnen genieten. Op
1 januari 1835 sterft hij, 27 jaar jong, in zijn huis
aan de Praubstraat met achterlating van zijn
zwangere weduwe Johanna en hun twee jonge
kinderen Hermen Jan en Hillegien. Johanna
blijft de winkel voortzetten. Op 31 augustus 1837
hertrouwt zij als ‘winkeliersche’ met Jan Antonie
Visscher, sergeant-majoor, die naderhand winkelier wordt. Johanna overlijdt op 26 december
1844. Zij laat vijf kinderen achter, waarvan twee
van haar tweede man Jan Antonie Visscher. Al
deze vijf kinderen, naast de reeds genoemde
Herman Jan en Hilligien zijn dit Pieter, Derk Jan
en Evert Johannes, zijn nog minderjarig en worden onder de voogdij van hun ooms uit de families Reijnders, Van Santen en Visscher gesteld.
Ter afwikkeling van de moederlijke nalatenschap moet het een en ander verkocht worden,
zo ook de winkel aan het Grote Kerkhof, alsmede
de inboedel en de winkelinventaris en -waren.
De veiling van het winkelpand vindt op 22 april
en 6 mei 1845 plaats in het koffiehuis Belle Vue,
getuige de advertenties welke de notaris Van
Roijen in de Zwolse Courant van 18 en 25 april
en 2 mei 1845 heeft laten plaatsen. De verkoop
van ‘mobilaire goederen, winkelinventaris en
-waren’ geschiedt op 7 mei 1845 door de deurwaarders Koeroo, Jansen en Voetelink in het
winkelpand zelf.12
Van der Kolk II, 1845-1919
Bij de eerste veilingsdag op 22 april 1845 wordt
1700 gulden voor het winkelpand geboden. Twee
weken later kan dit pand gemijnd worden door
Jan van der Kolk te Zwolle voor het bedrag van
ƒ 2150,-.13 De nieuwe eigenaar is winkelier van
beroep en heeft reeds sinds 1841 een kruidenierswinkel aan de Drietrommeltjesteeg te Zwolle.
Of Jan van der Kolk ook wat gekocht heeft bij
de verkoop van de aangeboden inventaris op 7
mei daaropvolgend, is niet bekend. Aan het flink
hogere bedrag van ƒ 2.724,-, dat Jan van der Kolk
kort daarna van D.J. Storm Buijsing als hypotheek
op het winkelpand heeft geleend, kan mogelijk
afgeleid worden dat hij inderdaad een deel daarvan heeft overgenomen.14
Zoals al aangegeven, is Jan van der Kolk een
in 1812 geboren zoon van de timmerman Teunis (Anthony) van der Kolk en Johanna Gesina
Reinders. Jan huwt op 23 juli 1840 in Zwolle met
Elsje Arink, dochter van Gerhardus Jansz. Arink
en Maria van Olst uit Kampen, die in hetzelfde
jaar naar Zwolle verhuist. Op de huwelijksakte
staat bij de bruidegom kastenmaker als beroep
vermeld, bij de bruid naaister. Van 1840 tot en
met 1845 wonen Jan en Elsje in het ouderlijk huis
2e wijk Voorstraat 169 (kadastrale nummer F
1746, nu aan de Kamperstraat). In dat huis wonen
ook kostgangers uit diverse windstreken. In 1841
hebben Jan en Elsje voor 725 gulden een kruideniersaffaire aan de Drietrommeltjessteeg op het
Eiland gekocht.15 Deze winkel wordt na vier jaar
weer van de hand gedaan en op 5 september 1845
overgeschreven naar Hendrik van der Hoogte.16
Jan en Elsje en hun kinderen verhuizen in
1845 dus van de ene naar de andere kruidenierszaak, ofwel van de Drietrommeltjessteeg naar het
Grote Kerkhof. De prominentere ligging van het
laatste pand, zo dicht bij het stadhuis en het Stadswijnhuis en vlakbij de voorname Koestraat zal bij
die keuze ongetwijfeld een rol gespeeld hebben.
Om het eigentijds te zeggen: een A-locatie.
Achter het pand aan het Grote Kerkhof dat Jan
en Elsje bezitten, bevinden zich twee kleinere
panden, sinds 1832 kadastraal bekend onder de
nummers F 1841 en F 1843. Eén van die panden,
ZHT3 2013.indd 8 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 129
het pand op de hoek Praubstraat / Papendwarsstraat staat van 1585-1774 bekend onder de huisnaam ‘De Pelgrim’. In 1832 wordt de koopman
Jan Vredeveld vermeld als eigenaar van beide
panden.17 Hij overlijdt op 4 mei 1858 te Zwolle
en zijn weduwe Cornelia Plattel verkoopt beide
panden op 9 mei 1860 voor 1150 gulden aan Jan
en Elsje.18 Nu hebben Jan en Elsje drie aangrenzende panden in bezit. Het hoofdpand, dus de
winkel met het perceelsnummer F 1842 aan het
Grote Kerkhof, wordt in dienstjaar 1869 (= 1868)
verbouwd en het perceelsnummer wordt gewijzigd in F 3614. Vier jaar later, in 1872, wordt het
pand F 1843 afgebroken en opnieuw herbouwd,
het kadastrale nummer blijft echter ongewijzigd.
Door bouwkundige aanpassingen worden de
drie panden in 1877 kadastraal hernummerd
van F 1841, F 3614 (= oud 1842) en F 1843 tot F
4266.19 Jan en Elsje hebben tussen 1860 en 1872
vier hypotheken opgenomen, te weten: ƒ 1380,- in
1860, ƒ 2875 in 1865, ƒ 5750,- in 1867 en ƒ 3304,-
in 1872.20
Jan en Elsje van der Kolk-Arink krijgen vier
kinderen, maar drie ervan verlaten Zwolle. Het
gaat om de zoons Teunis (geb. 1841) en Jan jr.
(geb. 1853), en de dochters Maria (geb. 1856) en
Johanna Gesina (geb. 1860). De beide dochters
trouwen in Amsterdam. Teunis, vroeg weduwnaar geworden, overlijdt uiteindelijk in Den
Haag. Elsje Arink overlijdt in december 1882 en
haar man Jan in augustus 1886. Bij de boedelscheiding van de ouderlijke nalatenschap krijgt
Jan jr. per 1 november 1886 de winkel met toebehoren, waarvan de waarde op 8000 gulden wordt
getaxeerd, toebedeeld.21 Jan jr. is op 25 augustus
1881 met de ruim vijf jaar oudere Cornelia Weerts
uit Zwolle getrouwd. Uit dit huwelijk komen twee
zoons voort, namelijk Jan (III) en Daniël. Jan jr.
overlijdt op 14 november 1918 aan de Rhijnvis
Feithlaan, waarschijnlijk in het Sophia Ziekenhuis. Het winkelpand met de winkelinventaris
wordt verkocht en ruim acht maanden na de
verkoop vertrekt Cornelia van der Kolk-Weerts
uit Zwolle. Op 5 mei 1919 wordt ze uitgeschreven
naar de gemeente Arnhem.22
De familie Arink uit Kampen of de oorsprong
van de Zwolse Balletjes
Om de loop van het verhaal goed te kunnen volgen, is het nodig om een uitstapje naar Kampen
te maken. In deze voorname Hanzestad wordt op
14 oktober 1788 Gerhardus Jansz. Arink geboren
en vijf dagen later in de Bovenkerk gedoopt. Hij is
een zoon van Jan Arink (1748-1836), trijpwever
en kostkoper en vanaf 1796 ook aanspreker, en
Elsien Schreuder, ook wel Schruedter genoemd
(1750-1823). Beiden zijn geboren en getogen
Kampenaren, maar de familie Arink komt van
oorsprong uit de omgeving van Groenlo en Eibergen. In 1810 trouwt Gerhardus, die (banket)bakker van beroep is, met Maria van Olst, geboren
te Hattem, maar dan al wonende te Kampen. Er
Op de gevel van het
huis dat vroeger bekend
stond als ‘De Pelgrim’
staat tegenwoordig dit
opschrift. (Foto Jan van
de Wetering)
ZHT3 2013.indd 9 15-10-13 09:08
130 zwols historisch tijdschrift
worden minstens tien kinderen geboren, waarvan
velen niet in leven blijven of op zeer jeugdige leeftijd overlijden. Drie kinderen zullen het beroep
van hun vader voortzetten. Het zijn Elsje (1818-
1882), Lambertus (1815-1900) en Berend Jan
(1830-1904). Elsje trouwt met de eerder genoemde Jan van der Kolk. Gerhardus Arink wordt zo
de schoonvader van Jan. Hij wordt in diverse
bronnen met verschillende beroepen aangeduid:
als winkelier, koopman, bakker, banketbakker,
suikerbakker en ook stekenbakker. In 1831 vertrekt hij met zijn gezin naar Amsterdam, maar
keert al gauw weer terug in Kampen. In 1840
verhuist de bakkersfamilie Arink van Kampen
naar Zwolle. In 1840, worden de echtelieden Gerhardus en Maria tot lidmaten van de Nederlands
Hervormde Gemeente van Zwolle aangenomen.
Hun dochters Elsje en Maria, dan wonende aan
het Grote Kerkhof – dus niet ver van de winkel
van Johanna van Santen en haar tweede echtgenoot Jan Anthonie Visscher – worden in juni van
dit jaar lidmaten.23 De familie woont aanvankelijk
aan het Grote Kerkhof, om naderhand naar de
Broerenstraat te verhuizen.24 In 1845 koopt Gerhardus het huis op de hoek van de Kamperstraat
(nu het pand van Olland), en gaat daar wonen en
werken. In 1851 verhuist hij weer, dit keer heeft
hij een huis gekocht bij de Roopoort.25
In de folder die iedere klant bij aankoop van een
zakje of blikje Zwolse balletjes ontvangt staat te
lezen dat de heer J(an) van der Kolk in 1845 het
geheime recept voor de ouderwetse specialiteit
‘steken’ heeft gekocht van zijn schoonvader. De
vraag is echter of deze bewering juist is. Een akte
van de aankoop van het recept is bij het onderzoek niet boven tafel gekomen, maar er komt wel
iets anders aan het licht. In de Zwolse Courant
van vrijdag 9 september 1853 staat een kort verslag van de zitting van het Kantongerecht aan de
Blijmarkt op 8 september afgedrukt. Daarin valt
te lezen:
‘Veroordeeld
G.A., stekenbakker te Zwolle, tot uitoefening van
zijn bedrijf eene stookplaats te hebben gebruikt,
dewelke niet door den stadsarchitect was goedgekeurd. Een geldboete van ƒ 10.’
G.A., hij/het zal toch niet..? Een korte samenvatting uit het proces-verbaal van de rechtbankzitting op 8 september 1853: het kantongerecht acht
Gerhardus Arink schuldig aan de onrechtmatige
uitoefening van zijn bedrijf van stekenbakker in
de tuin achter het door hem bewoonde huis aan
het (Klein) Weezenland (nu Burgemeester Van
Roijensingel), bij de Roopoort, waar hij ‘een vroegere steltenberg [hooiberg] heeft ingerigt tot eene
rookplaats om steeken te bakken en daarin heeft
geplaatst een ijzere stookmachine waarop de suiker benoodigd tot het vervaardigen van steeken
gekookt werden, waarvan de rook door eene pijp
naar buiten werd uitgeleid.’ Deze stookplaats is
in de nacht van 9 op 10 augustus 1853 afgebrand.
Doordat de stookplaats, in strijd met de stedelijke
voorschriften uit 1825, niet door de stadsarchitect gekeurd en dus clandestien gebouwd is, is
Gerhardus gedaagd voor het kantongerecht en
veroordeeld tot de geldboete.26
In 1853 vervaardigt Gerhardus Arink dus
steken in de illegaal gebouwde stookplaats in
zijn tuin van het in 1851 verworven huis bij de
Roopoort. Steken, die hij waarschijnlijk levert aan
diverse winkeliers onder wie zijn schoonzoon Jan
van der Kolk. Of er vanaf 1845 door Jan in de kelder van het pand aan het Grote Kerkhof al steken
gebakken worden, moet dan ook ernstig betwijDe zwarte steek, het
meest oorspronkelijke
balletje, beschikt zelfs
over medicinale krachten …. (Foto Jan van de
Wetering)
ZHT3 2013.indd 10 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 131
feld worden. Het zou ook heel goed kunnen dat er
steken aan het Grote Kerkhof worden gebakken
vanaf het moment dat de clandestiene stookplaats
van Gerhardus verbrand is, dan wel dat de beide
zoons en later kleinzoons van Gerhardus zich
niet meer toeleggen op het steken bakken. Daar
speelt ook nog mee dat Gerhardus in 1854 definitief naar Amsterdam vertrekt. Zijn vrouw Maria
overlijdt namelijk op 11 oktober 1854 en al op 30
oktober daaropvolgend wordt het huis en erf aan
het Weezenland bij de Roopoort door Gerhardus en zijn kinderen voor 1325 gulden verkocht
aan Hendrik Klinkert, meester-timmerman te
Zwolle.27 Anderhalve maand later trouwt Gerhardus te Amsterdam – slechts twee maanden na het
overlijden van Maria – met Johanna Ziegelaar.
Hij is dan 66 jaar, zij 30. Uit het tweede huwelijk
worden drie kinderen geboren. In 1870 overlijdt
Gerhardus in Amsterdam. Zijn weduwe hertrouwt aldaar twee jaar later met de schoenmaker
en weduwnaar Anthonie Wedemeier. Zij overlijdt
in 1891.
In het pand hoek Kamperstraat / Van Hattumstraat is in de jaren 1854-1916 de banketbakkerij van Berend Jan (de broer van Elsje) Arink
gevestigd. Nicolaas Christiaan Arink, de zoon van
Berend Jan en Dominika Magdalena Taverne,
neemt deze zaak later over. In diverse adressenboeken van Zwolle, waaronder dat van 1898,
wordt hij stekenbakker genoemd. Ook de andere
broer van Elsje, Lambertus, verhuist in 1860 van
Kampen naar Zwolle. Hij is eveneens balletjesbakker van beroep. Lambertus en zijn tweede
vrouw Fennigje Tusveld wonen tussen 1860 en
1900 op verschillende adressen in Zwolle. Lambertus sterft op 11 maart 1900 en Fennigje op 7
augustus van datzelfde jaar. Hun zoon Marinus
Johannes (geb. Zwolle 1846) is eveneens balletjesbakker. Hij komt in 1900 vanuit Amsterdam in
Zwolle wonen en hij verhuist in 1902 naar Zwollerkerspel.28
Concluderend kunnen we stellen dat diverse
leden van de familie Arink als balletjes- ofwel stekenbakkers in Zwolle blijven, ook nadat vader cq.
grootvader Gerhardus in 1854 naar Amsterdam
verhuist. Het zou daarom heel goed kunnen dat
de beide Jannen van der Kolk de balletjes geleverd
krijgen van respectievelijk eerst schoonvader en
na 1854 van zwagers / neven Arink, dan wel dat ze
deze door hen in de kelder van hun winkelpand
laten vervaardigen. Mocht het laatste niet het
geval zijn, dan is het niet ondenkbaar dat de firma
J. van der Kolk op den duur – vermoedelijk begin
twintigste eeuw – balletjes voor zichzelf ging steken.
Van 1918 tot heden
Ruim zes maanden na het overlijden van Jan II
van der Kolk op 14 november 1918, wordt het
huis met de winkel aan het Grote Kerkhof ten
overstaan van de Zwolse notaris W.C. van Reede
door zijn erfgenamen, te weten zijn weduwe Cornelia Weerts en haar twee zoons Jan III en Daniël
van der Kolk, verkocht aan Albertus Worst, winkelier te Meppel, en zijn echtgenote Margje van
Werven. De koopsom bedraagt 10.000 gulden en
het pand wordt op 6 mei 1919 op hun naam overgeschreven.29
Na ruim 39 jaar de winkel gedreven te hebben,
verkoopt het echtpaar Worst-van Werven op 15
september 1958 de zaak voor 17.500 gulden aan
Wolter Vaartjes, bakker van beroep.30 Wolter
Vaartjes, geboren te Oldemarkt in 1901 als zoon
van een turfmaker, is aangesloten bij het Leger
Prijslijst omstreeks
1920. (Foto Jan van de
Wetering)
ZHT3 2013.indd 11 15-10-13 09:08
132 zwols historisch tijdschrift
des Heils. Met de Zwolse Klazina Oosterbroek
trouwt Wolter te Zwolle op 16 november 1926
en uit dit huwelijk komen vier kinderen voort.
Vaartjes overlijdt op 10 december 1985 en na een
herdenking in het gebouw van het Leger des Heils
aan de Geert Grootestraat wordt hij begraven
op de begraafplaats Kranenburg. Zijn erfgenamen dragen kort daarop de winkel over aan hun
neef Klaas Kappers. Sinds 1999 zijn de heer en
mevrouw Van Wegen eigenaars van het Zwolse
Balletjeshuis. Maar zij zijn nu op de leeftijd dat ze
met de winkel willen stoppen en de zaak graag aan
een jongere generatie willen overdragen. Of dit
lukt is echter de vraag. De huidige stekenbakker,
Bert Hulshof, heeft inmiddels de leeftijd bereikt
dat hij het ‘geheime’ recept en de bereidingswijze
graag door wil geven aan een opvolger. Zijn
vrouw Henny Hulshof is verkoopster in de winkel, tot 1 oktober nog samen met Marjolijn van
Rens, nu alleen.
De ‘fabricage’ van de Zwolse balletjes.
De Zwolse balletjes, die eigenlijk steken zijn,
worden op ambachtelijke wijze in de kelder van
het Zwolse balletjeshuis gemaakt. Het recept is al
eeuwenoud en nog steeds geheim.
Tegenwoordig kunnen de balletjes allerlei
kleur en smaak hebben, maar ook het meest oorspronkelijke balletje wordt nog steeds gemaakt, de
zwarte steek. Vroeger werd een balletje gebruikt
om de koffie te zoeten. De steek werd achter een
De Zwolse Balletjes zijn
al decennialang een
Zwols icoon: zo kreeg
ook koningin Juliana
in 1962 een doosje aangeboden toen zij de
miljoenste naoorlogse
woning in Nederland
bezocht, een huis aan
de Hogenkampsweg.
(Collectie HCO)
Het deels nog authentieke winkelinterieur,
achter de toonbank
staat Henny Hulshof.
(Foto Jan van de Wetering)
ZHT3 2013.indd 12 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 133
kies geklemd en de koffie er langs gespoeld. Het
was de bedoeling dat het snoepje meerdere kopjes
meeging. Toppunt van zuinigheid was daarbij na
ieder kopje even de steek uit de mond nemen en
op een schoteltje leggen tot het volgende kopje zich
aandiende. Mogelijk komt de naam steek van dit
‘achter de kiezen steken’, maar het zou ook kunnen
duiden op het afsteken van het suikerdeeg.
De smaken zijn pepermunt, vanille, citroen,
roomboter, anijs, mokka, kaneel, honingmenthol,
reine claude, framboos en mandarijn. Alle balletjes worden bereid met suiker en daaraan toegevoegde natuurlijke smaakstoffen. Aan de laatste
vier worden natuurlijke kleurstoffen toegevoegd.
Een oud snoepje te koop in een oud interieur.
Want ook de inrichting van de winkel, die wellicht nog ten dele uit 1845 dateert, is het waard
behouden te blijven. Onder het pand bevindt
zich de kelder, waarschijnlijk evenals het casco
laat middeleeuws. Twee luiken leiden naar de
kelder van het pand. Daarin worden de balletjes
gemaakt, vermoedelijk pas vanaf het begin van de
twintigste eeuw.
De balletjes worden gepresenteerd vanuit een
trommeltje, iedere bezoeker krijgt een balletje.
De trommeltjes, met beelden van Zwolle erop,
zijn ook te koop. Daarnaast worden de balletjes
verkocht in katoenen zakjes met daarop een oud
gedicht .
Stekenbakker, het moet al een heel oud
ambacht zijn. Ik vermoed dat er in Nederland
geen stekenbakkers meer zijn. Misschien staat
daarom in Zwolle nog wel de enige Nederlandse
stekenbakkerij. Een oud ambacht, dat naar mijn
bescheiden mening doorgegeven, gekoesterd en
verzekerd zou mogen en moeten worden. Opdat
er in 2045 en lang daarna ook nog Zwolse balletjes
mogen zijn. De smaak van vroeger, Zwols culinair
en cultureel erfgoed. Culturinair – woord van
mezelf – erfgoed, dus.*
Bij dit alles blijft het opmerkelijk en toch ook
wel bijzonder te noemen dat de receptuur van de
steken (Zwolse Balletjes) oorspronkelijk van de
familie Arink uit Kampen komt. Als een Zwols
Balletje rollen kon (maar dat kan het gelukkig
niet), rolde het richting Kampen. Naast het verhaal van de Blauwvingers kan dit verhaal en dit
product ook met Kampen verbonden worden.
Uit Zwolle, en ja, ook een heel klein beetje uit
Kampen. Alleen dat gegeven al…
* Goed nieuws! Op 1 oktober meldt de Stentor dat
er een stichting opgericht is en dat het Zwolse Balletjeshuis een doorstart gaat maken. De toekomst
van de balletjes lijkt, in ieder geval op korte termijn,
verzekerd.
Noten
Tenzij anders vermeld bevinden de onderstaande bronnen zich op het HCO te Zwolle
1. Archieven Zwolse Notarissen, toegang 828, inv.nr.
620 (notaris LHC. Nilant d.d. 18 mei 1815, akte nr.
157)
2. Archief Stad Zwolle, 1230-1813, toegang 700, inv.
nr. 1019 Volkstelling 1812, Wijk 2e Sassenstraat nr.
226
3. Archieven Kadaster Overijssel, toegang 145, inv.
nr. 760 (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel der
Grondeigenaren van de gemeente Zwolle, sectie
E-F)
4. Arch. Kad. Ov., inv.nrs. 123 (Register van Inschrijvingen, deel 13/242)
5 Arch. Kad. Ov., inv.nr. 152 (Reg. van Inschrijvingen, deel 30/354)
6. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 35 (Reg. van Overschrijvingen, deel 21/49)
7. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 152 (Reg. van Inschrijvingen, deel 42/242)
Zwolse balletjes… (Foto
Jan van de Wetering)
ZHT3 2013.indd 13 15-10-13 09:08
134 zwols historisch tijdschrift
8. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 153 (Reg. van Inschrijvingen, deel 43/247)
9. Archief Rechtbank van Eerste Aanleg Zwolle, toegang 91, inv.nr. 163a
10. Archieven Zwolse Notarissen, inv.nr. 1035 (notaris
W.H. Roijer, d.d. 21 februari en 6 maart 1832, akte
nr. 4506)
11. Archief Stad Zwolle, 1230-1813, inv.nr. 2032
12. Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van
29 april 1845
13. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 2370 (Reg. van Overschrijvingen deel 66/107)
14. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 5678 (Algemeen Register
deel 29/358)
15. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 2330 (Reg. van Overschrijvingen deel 26/36)
16. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 2372 (Reg. van Overschrijvingen deel 68/13)
17. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 760 (OAT Gemeente Zwolle
E-F)
18. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 2535 (Reg. van Overschrijvingen deel 231/26)
19. Arch. Kad. Ov., inv.nrs 1417 en 1424 (Artikelgewijze Kadastrale leggers Gem. Zwolle, delen 6 en 1,
art.nr. 1955 J. van der Kolk)
20. Arch. Kad. Ov., inv.nrs. 5663 en 5678 (Algemeen
Register delen 14/43 en 29/358)
21. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 2851 (Reg. van Overschrijvingen, deel 547/6)
22. Bevolkingsregister Zwolle, 1860-1940, blz. K 187
23. Archief N.H. Gemeente Zwolle, toegang 1140, inv.
nr. 144, p. 319
24. Archief Gemeente Zwolle, 1813-1923, toegang 702,
inv.nr. AAZ01-443 (Wijkboek 2e Diezerstraat, 712
zijnde kadastraal perceel F 862)
25. Archief Gem. Zwolle, 1813-1923, inv.nr AAZ 01-
499 (Wijkboek 2e Voorstraat) en Arch. Kad. Ov.,
inv.nr. 5678 (Algemeen Register deel 29/341)
26. Archieven Kantongerecht Zwolle, toegang 109, inv.
nrs. 5432 én 5474, rolnr. 1067
27. Archieven Zwolse Notarissen, inv.nr. 821 (notaris
W.S. van der Gronden d.d. 30 oktober 1854, akte
nr. 3119)
28. Bevolkingsregister Zwolle 1860-1940, blz. A 77
29. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 5502 (Reg. van Overschrijvingen, deel 929/107)
30. Arch. Kad. Ov., inv.nr. 11473 (Reg. van Overschrijvingen, deel 1435/108)
Het Zwolse balletjeshuis, oktober 2013.
(Foto Jan van de Wetering)
ZHT3 2013.indd 14 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 135
Beeldhouwer en activist Guiseppe Ceracchi
Maker van het grafmonument van
Joan Derk van der Capellen
Over niet al te lange tijd zullen beelden die
al meer dan tweehonderd jaar in Rome
staan en die onderdeel uitmaken van het
grafmonument voor de patriot Joan Derk van der
Capellen eindelijk naar Zwolle komen.
Wie was de beeldhouwer en hoe kwam het
dat dit monument nog in Rome staat? Waarom is
het niet direct nadat het voltooid was naar Zwolle
getransporteerd?
Joan Derk van der Capellen
Joan Derk baron van der Capellen tot den Pol
(1741-1784) was de bekendste patriot in Overijssel. Hij was lid van de Staten van Overijssel en
profileerde zich daar nadrukkelijk als verlicht
man. Hij maakte zich onder meer sterk voor
vlootversterking – tegen de wens van de stadhouder –, een grotere vrijheid van meningsuiting en
afschaffing van de drostendiensten. Dit waren
diensten die de drosten twee maal per jaar aan
de boeren konden opleggen, onder meer tijdens
het zaaien en oogsten. Vooral de drost in Twente,
Van Heiden Hompesch, maakte hier gebruik van.
De strijd liep hoog op. Door de uitlatingen van
Van der Capellen in de Staten en het publiceren
van zijn toespraken, soms voor hij ze had uitgesproken, werd hij in 1778 als Statenlid geschorst.
In 1782 werd hij weer toegelaten en uiteindelijk
werden de drostendiensten in 1783 afgeschaft. In
pamfletten die hierna verschenen werd hij binnen en buiten Overijssel uitbundig bejubeld. Ook
penningen werden geslagen om vast te leggen dat
de drostendiensten beëindigd waren.
Van der Capellen schreef ook geschiedenis
vanwege zijn steun aan de Amerikaanse vrijheidsstrijd. Door zijn inspanningen erkende het soevereine gewest Overijssel in april 1782 de jonge
Amerikaanse Republiek. En tenslotte schreef hij
in 1781, tijdens zijn schorsing als Statenlid, een
felle aanklacht tegen Willem V in het pamflet Aan
het volk van Nederland, dat overigens anoniem
verscheen. Pas ruim een eeuw later werd met
zekerheid vastgesteld dat hij dit geschreven had.
Van der Capellen had een zwakke gezondheid.
Hij overleed op 6 juni 1784, slechts 42 jaar oud,
in zijn huis in de Bloemendalstraat 12 in Zwolle.
Ook naar aanleiding van zijn overlijden verschenen veel pamfletten en vooral in Twente werden
de kerkklokken lang geluid.
Joan Derk van der
Capellen tot den Pol,
1741-1784, omstreeks
1780. Pastel, anoniem.
(Particuliere collectie)
Lydie van Dijk
ZHT3 2013.indd 15 15-10-13 09:08
Zeven jaar later, in 1795, voltrok zich de
Bataafse Omwenteling. Er kwam een einde aan
de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Het bestuur, zowel in de steden als in de provincie,
werd samengesteld uit volksrepresentanten. Toen
pakte men de ideeën van de patriotten weer op.
Roerige periode
Het was dus een onrustige periode na de dood van
Van der Capellen. Aanvankelijk hadden de patriotten veel invloed op het politieke terrein, maar
dat veranderde door de Pruisische inval in 1787.
In 1784 was al het plan opgevat een monument ter nagedachtenis aan Joan Derk van der
Capellen te laten ontwerpen. Daarvoor werd
door inwoners van Zwolle contact opgenomen
met een comité van vooraanstaande patriotten in
Amsterdam. Dat waren bekenden van Van der
Capellen. Er werd een nationaal fonds opgericht
waarvoor op grote schaal inzamelingen werden
gehouden. De Amsterdammers lieten de Italiaanse beeldhouwer Guiseppe Ceracchi drie ontwerpen maken. Uit de drie, in grootte verschillende ontwerpen, werd uiteindelijk gekozen voor
een ontwerp met vier beelden. Dit zou in Zwolle
in de Grote Kerk geplaatst moeten worden. Door
misverstanden op financieel gebied, het rusteloze
leven van de beeldhouwer en vooral door de veranderde politieke omstandigheden is de beeldengroep nooit naar Zwolle gekomen.
Guiseppe Ceracchi
Een overzicht van het leven van Ceracchi toont
aan dat hij niet alleen beeldhouwer was, maar
ook politiek zeer betrokken. Ceracchi werd in
1751 geboren. Toen hij twintig jaar oud was,
ontving hij een prijs voor beeldhouwen in de
Accademia de San Luca in Rome voor een terracotta beeld dat hij gemaakt had. Zijn carrière
begon in Rome, maar vanwege zijn rusteloosheid
en vanwege lucratievere opdrachten verliet hij
de Kerkelijke Staat. Hij ging eerst naar Milaan
en Florence. In beide steden kreeg hij opdrachten. In Florence ontmoette hij Sir Horace Mann,
een Engelse consul, die hem aanmoedigde naar
Engeland te gaan. In Londen, waar hij in 1773
aankwam, raakte hij bevriend met Italiaanse en
Patriotten
Eind jaren zeventig van de achttiende eeuw begon
een aantal gegoede burgers zich af te zetten tegen
het beleid van stadhouder Willem V, zowel in
het westen van de Republiek van de Verenigde
Provinciën als in het oosten. Zij wilden een einde
maken aan het bewind van de stadhouder en
streefden naar meer democratie. De patriotten
vormden vrijkorpsen, verenigingen van gewapende burgers, om de macht over te nemen en zich
te verdedigen. Door de onrust die hun acties veroorzaakten, voelden stadhouder Willem V en zijn
vrouw Wilhelmina van Pruisen zich niet meer
veilig. Zij riepen in 1787 de Pruisische troepen te
hulp en zo kwam een abrupt einde aan de patriottenbeweging. Velen vluchtten naar Frankrijk.
Hoe groot de tegenstellingen tussen patriotten en prinsgezinden waren geworden, bleek ook
uit wat er gebeurde met het familiegraf van Joan
Derk. Dit graf op het Gorsselse veld, waarin Van
der Capellen met zijn vrouw, die een jaar na hem
stierf, was begraven, werd in 1788 door orangisten
met buskruit opgeblazen. Hun lichamen waren
kort daarvoor al door hun schoonzoon, de graaf
van Rechteren tot Westerveld, uit de graftombe
gehaald en elders begraven.
Portret van Giuseppe
Ceracchi, circa 1792,
door de Amerikaanse
schilder John Trumbull. (Collectie Metropolitan Museum of Art,
New York)
136 zwols historisch tijdschrift
ZHT3 2013.indd 16 15-10-13 09:08
van keizerin Maria Teresia en keizer Joseph II
mocht uitvoeren in 1781 en 1783. De keizer bood
hem het directeurschap van de beeldhouwschool
aan, maar Ceracchi weigerde dat.
De werken die Ceracchi in de jaren in Rome,
Londen, Berlijn en Wenen maakte, worden
gekenmerkt door een continu door elkaar lopen
van zijn werk als portrettist en als kunstenaar van
beelden, die als antieke figuren zijn uitgebeeld.
Amerikaanse kunstenaars. Met de beeldhouwer
Agostino Carlini, afkomstig uit Genua, voerde
hij decoraties uit in Somerset House. Dit ligt
in Londen aan de Theems. Bij het maken van
beelden volgde hij de vorm van antieke beelden,
maar gaf er een totaal andere betekenis aan. Tussen 1776 en 1779 poseerde hij twaalf werken in
de Royal Academy. Een van die beelden was van
Anne Seymour Damer, een van zijn leerlingen,
uitgebeeld als de muze van de beeldhouwkunst.
Zijn grootste succes was het portret van Joshua
Reynolds, geïnspireerd op de buste van Caracalla
in de Farnese collectie. Deze collectie was verzameld door kardinaal Alessandro Farnese, de
latere paus Paulus III (1543-1549). De collectie
met de buste van Caracalla bevindt zich nu in het
Archeologisch Museum in Napels. Reynolds was
kunstschilder en de eerste voorzitter van de Royal
Academy. Ceracchi maakte ook modellen voor
de Wedgwood Company. Na Londen verbleef hij
kort in Nederland en Pruisen. In 1779 was hij in
Wenen, waar hij met een introductiebrief van de
Oostenrijkse ambassadeur in Londen opdrachten
Anne Seymour Damer
als de muze van de
beeldhouwkunst,
Guiseppe Ceracchi,
omstreeks 1779, marmer. (© Trustees of
the British Museum,
Londen)
Links: Buste van Joshua
Reynolds, Guiseppe
Ceracchi, 1778-1779,
marmer. (© Royal Academy of Arts, Londen)
zwols historisch tijdschrift 137
ZHT3 2013.indd 17 15-10-13 09:08
In 1785 was hij terug in Rome. Maar nog in
datzelfde jaar verruilde hij deze stad voor Berlijn,
waar hij een portret maakte van Frederik de Gro

te, en vervolgens voor Nederland, waar hij een
contract tekende voor het monument van Joan
Derk van der Capellen. Drie jaar later was hij weer
in Rome. Hij kreeg opdracht een portret van paus
Pius VI te maken.
De jaren negentig van de achttiende eeuw
waren de meest turbulente jaren in zijn leven. Hij
werd politiek actief en nam deel aan de opstan

den in Frankrijk. Na in 1790 even in Nederland
geweest te zijn voor overleg over het monument
voor Van der Capellen, vertrok hij naar de Ver

enigde Staten. Ceracchi had een introductiebrief
voor Thomas Jefferson gekregen van de ban

kiers N. en J. van Staphorst in Amsterdam. Hij
ging daar niet alleen heen omdat hij de nieuwe
Republiek een goed hart toe droeg, maar ook
omdat hij wist dat het Congres een monument
voor George Washington wilde oprichten. De
opdracht ging niet naar hem. In juli 1792 was hij
weer in Amsterdam. Een jaar later was hij terug in
Rome. Wegens een aanval op zijn atelier, een ont

moetingsplaats van kunstenaars en intellectuelen,
moest hij vluchten. Eerst naar München, toen
naar Florence, vanwaar hij uiteindelijk in 1794
naar de Verenigde Staten vluchtte. Hij werd daar
niet meer zo plezierig ontvangen als voorheen
en keerde daarom een jaar later weer terug naar
Europa.
In Parijs raakte hij bevriend met de schilder
David. Daar maakte hij ook een portret van de
jonge generaal Napoleon Bonaparte. Aanvanke

lijk kon Ceracchi het goed met Napoleon vinden.
In 1796 trok Napoleon triomferend Milaan bin

nen en wilde Ceracchi bij zich hebben. Hij gaf
hem opdracht een portret in marmer te maken,
wat echter nooit is voltooid. Ook in Parijs werd
hem weer een officiële functie aangeboden, net als
eerder in Wenen, namelijk ‘Eerste beeldhouwer
van de regering’. Maar ook deze keer weigerde hij.
Napoleon voerde een machtsgreep uit op
9 november 1799 en trok langzamerhand alle
macht naar zich toe. Toen Ceracchi zich reali

seerde dat Napoleon zo een autoritair regime
vestigde, keerde hij zich tegen hem. Met enkele
Plaquette van dr.
Joseph Priestley, door
Josiah Wedgwood
en Thomas Bentley
naar een model van
Guiseppe Ceracchi,
1779. Priestley was een
verlichte Brits/Ameri

kaanse wetenschapper.
(© Trustees of the Bri

tish Museum, Londen)
Buste van George
Washington, Guiseppe
Ceracchi, 1795, mar

mer. (Collectie Metro

politan Museum of Art,
New York)
138 zwols historisch tijdschrift
ZHT3 2013.indd 18 15-10-13 09:08
Ceracchi was hiervan op de hoogte, want hij
bezocht Amsterdam eind 1788, dus na de Pruisische invasie van het jaar daarvoor. Hij presenteerde drie ontwerpen voor het monument aan het
comité. De keuze van de aanwezigen viel op het
tweede ontwerp met vier beelden. Dat was niet
het goedkoopste, dat uit drie beelden bestond,
maar wel veel goedkoper dan het ontwerp nummer drie met zeven beelden. Dit kostte ƒ 90.000,-.
Ceracchi zelf ging ervan uit dat hij dit laatste ontwerp als opdracht voor het monument zou krijgen. Een collega beeldhouwer in Rome, Vincenzo
andere kunstenaars voerde hij op 10 oktober 1800
een aanslag uit op Napoleon toen deze de Opera
verliet. Hij werd gevangen genomen en ter dood
veroordeeld. Op 30 januari 1801 verloor hij zijn
leven onder de guillotine.
Ceracchi was dus vooral in zijn latere leven
een politiek geëngageerde kunstenaar. Zijn werken behoren tot de stijl van het neoclassicisme.
In het begin van zijn artistieke loopbaan maakte
hij beelden geïnspireerd op de klassieken, elegant
gemanipuleerd. Daar vroegen zijn klanten om.
Later gebruikte hij in zijn ontwerpen allegorieën
en symbolisme in de monumentale sculpturen
met een sterke politieke en educatieve lading.
Het monument
Ceracchi heeft drie ontwerpen gemaakt voor het
monument van Joan Derk van der Capellen. Het
gekozen ontwerp bestond uit drie figuren en een
leeuw. De staande man gekleed in een Romeinse
toga met in zijn linkerhand een zwaard is de classicistische uitbeelding van Joan Derk van der Capellen. De twee andere figuren zijn zittende vrouwen.
De ene vrouw draagt een helm en houdt met haar
linkerhand een schild vast, de andere wijst met
haar rechterhand omhoog naar Van der Capellen.
De eerste stelt de godin Minerva als de Vrijheid
voor, de tweede is de verpersoonlijking van de
provincie Overijssel of de Dankbaarheid. De leeuw
houdt zeven pijlen vast, wat staat voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het was
Ceracchi’s eerste opdracht voor een monument na
de vele portretten die hij had gemaakt.
In het contract, opgesteld op 17 en 19 maart
1785 in Amsterdam, werd het bedrag van
ƒ 45.000,- genoemd voor het monument, vervaardigd van marmer. Aan Ceracchi werd, in fases,
een bedrag van ƒ 30.000,- gegeven om marmer
te kopen. Als de beelden klaar waren zou hij
ƒ 7.500,- ontvangen, en bij transport van de werken nogmaals ƒ 7.500,-.
De beelden waren in 1789 klaar, maar ze
konden niet naar de Republiek getransporteerd
worden omdat de politieke situatie veranderd
was. Stadhouder Willem V had de touwtjes weer
stevig in handen en de patriotten konden alleen
nog ondergronds zaken regelen.
Ontwerp nummer
twee voor het monument voor Joan Derk
van der Capellen,
Guiseppe Ceracchi,
1785. (Nationaal
Archief, Den Haag)
zwols historisch tijdschrift 139
ZHT3 2013.indd 19 15-10-13 09:08
Pacetti, schreef in augustus 1787 in zijn dagboek
dat Ceracchi een grote opdracht voor Holland
had, bestaande uit zeven figuren waarvoor 90.000
gulden werd betaald. Toen had het Amsterdamse
Comité er echter nog niets over beslist!
Op 20 december is met de toen nog aanwezige
leden van het Amsterdamse Comité, een aantal
was naar het zuiden gevlucht, een tweede, aanvullend contract afgesloten. Gezien de politieke
situatie werd hierin de naam van Joan Derk van
der Capellen niet meer genoemd. Ook de locatie
waar het monument zou komen werd niet vermeld. In dit tweede contract wordt ook ingegaan
op de financiële kant. Ceracchi verklaarde in dit
contract dat hij al ƒ 30.000,- had ontvangen. Bij
ondertekening zou hij ƒ 7.500,- krijgen. Het restant van ƒ 7.500,- zou hij ontvangen wanneer de
beelden voltooid waren. Gezien de moeilijke politieke situatie waarin de patriotten zich bevonden,
was nog een bonus in het contract opgenomen: er
zou nog eens ƒ 7.000,- worden uitbetaald wanneer
het monument op de plaats van bestemming werd
geplaatst. Wanneer het elders zou kunnen worden geplaatst zou hij de helft van de bonus krijgen, maar wanneer de beelden in Rome moesten
blijven, had hij geen recht op een bonus.
De laatste ƒ 7.500,– zijn waarschijnlijk
nooit betaald. En de bonus ook niet, omdat de
beelden nooit in Nederland zijn aangekomen.
In protestbrieven beschuldigde Ceracchi zijn
opdrachtgevers van een wanprestatie en dat zij
ƒ 45.000,- niet hadden betaald. Mogelijk ging hij
uit van het bedrag voor het derde ontwerp, waarvan de uitvoering ƒ 45.000,- duurder was dan de
beelden van ontwerp nummer twee. Zou hij dan
de ƒ 7.500,- toch ontvangen hebben?
Ook na de stichting van de Bataafse Republiek
in 1795 hebben vrienden en bewonderaars geen
pogingen gedaan de beelden naar Nederland te
krijgen. Ceracchi zat toen in Amerika en later in
Frankrijk en Italië waar hij zich naast zijn beeldhouwwerk met politiek bezighield. Zoals boven
vermeld kostte dit hem in 1801 zijn leven.
De beelden bleven in Rome
Tot enkele jaren geleden stonden de vier beelden
verspreid in de tuinen van de Villa Borghese in
Rome. Hoe kwamen ze daar terecht?
Het was duidelijk dat de beelden na de inval
van de Pruisische troepen niet afgeleverd konden
worden. En na de dood van de beeldhouwer bleven ze in zijn werkplaats staan. In een beschrijving uit 1830 blijkt dat de beelden er nog steeds
stonden, samen met delen van het onderstel
bestaande uit drie stukken wit marmer die als
voetstuk voor het belangrijkste onderdeel van het
monument, het standbeeld dat Joan Derk van der
Capellen moet voorstellen. Verder waren er nog
ongeveer dertig platen van verschillende soorten
en kleuren marmer. Ceracchi moet van zijn oorspronkelijk ontwerp zijn afgeweken en een meer
lineair voetstuk hebben bedacht, opgebouwd uit
verschillende kleuren marmeren platen.
De werkplaats bevond zich niet ver van het
Piazza del Popolo, in de Via della Penna, in een
pand dat eigendom was van de familie Borghese.
In 1827 begonnen onderhandelingen tussen een
vertegenwoordiger van prins Camillo Borghese
Van der Capellen als
Romein, onderdeel van
het monument; beeld in
de tuin van het Museo
Canonica in Rome.
(Uit: A marble revolutionary)
140 zwols historisch tijdschrift
ZHT3 2013.indd 20 15-10-13 09:08
en Ceracchi’s zonen over de beelden als compensatie voor de vele jaren waarin geen huur was
betaald. Maar er werd geen overeenkomst bereikt
over het bedrag dat prins Borghese wilde betalen
voor de beelden. De broers Ceracchi vonden het
bedrag veel te laag. Na de dood van prins Camillo
probeerden de Cerracchis met zijn broer prins
Francesco de onderhandelingen weer op gang
te krijgen. In 1838 leek de overdracht plaats te
gaan vinden, maar ook nu ging het niet door
omdat de beelden niet als monument zouden
worden geplaatst, maar afzonderlijk in de tuin.
Door een architect van de familie Borghese werd
voorgesteld de zaak dan maar zo snel mogelijk
op een andere manier te regelen door de beelden
te verkopen en ze tot dit plaatsvond maar in het
atelier te laten staan. Ondanks de publiciteit die
hier in een Romeinse krant in het jaar daarop aan
gegeven werd, bleef de groep beelden onverkocht.
Geen enkele maal is in de papieren de naam van
Joan Derk van der Capellen genoemd.
De erfgenamen van de beeldhouwer hadden
geen andere keus dan de beelden van het monument toch aan de familie Borghese te verkopen.
Dat gebeurde, maar helaas is niet bekend onder
welke voorwaarden. Op 10 maart 1845 werden
drie standbeelden, een leeuw en diverse marmeren platen afgeleverd aan de Villa Pinciana. Daar
is nu de Galleria Borghese gevestigd.
Het gehele complex van de familie Borghese
werd in 1901 door de Staat aangekocht en in 1903
overgedragen aan de stad Rome. Sindsdien zijn de
tuinen voor het publiek toegankelijk.
Voor de beelden van het monument van Joan
Derk van der Capellen was dat niet altijd gunstig:
op het marmer werd geschreven, kinderen gingen
op de rug van de leeuw zitten, vingers van de beelden werden afgebroken, en dergelijke.
De stad Rome heeft hiertegen actie ondernomen en de beelden in 1993 uit de tuin van de Villa
Borghese gehaald en in een afgesloten tuin, een
soort depot, achter het Museo Canonica geplaatst.
Ze zijn schoongemaakt en gerestaureerd. Toch
ontbreken er onderdelen wanneer je de huidige
beelden vergelijkt met het ontwerp. Zo heeft
Van der Capellen alleen nog het handvat van het
zwaard in zijn hand.
De marmeren vrouwen hebben een enigszins
andere houding dan op de ontwerptekening:
Vrouwe Overijssel kijkt niet omhoog naar Van
der Capellen en Minerva kijkt hem wel aan, maar
heeft haar rechter hand omlaag. Op het ontwerp
heeft zij haar arm gebogen omhoog en houdt
hierin een lange speer vast met een vrijheidshoed
daar bovenop. Op de tekening die de erfgenamen
van Ceracchi van het monument maakten om de
beelden te verkopen heeft zij haar hand, net als
het beeld dat in de tuin van het Museo Canonica
staat, omlaag.
Reconstructie van het
monument door de
zonen van Ceracchi in
verband met verkoop,
gravure 1839. (Museo
Napoleonico, Rome)
zwols historisch tijdschrift 141
ZHT3 2013.indd 21 15-10-13 09:08
142 zwols historisch tijdschrift
Plaatsing in de Grote Kerk in Zwolle
De opdracht aan beeldhouwer Ceracchi was om
een monument te maken dat in de Grote Kerk in
Zwolle geplaatst moest worden. Door de veranderde politieke situatie was het niet mogelijk de
beelden in Zwolle af te leveren. Ondanks het feit
dat ze betaald waren, is er nadien geen poging
meer gedaan ze naar Nederland te krijgen.
Ook rond 1984 toen in Overijssel de tweehonderdste sterfdag van Joan Derk van der Capellen
werd herdacht met tentoonstellingen en lezingen,
bleek het Rijk, degene die de eerste contacten met
Rome zou moeten leggen, geen belangstelling te
hebben om zich hiervoor in te spannen. Al vier
jaar daarvoor werden door vier Kamerleden van
het CDA vragen gesteld over de beelden en de
regering verzocht pogingen te doen om de beelden alsnog naar Nederland te laten komen. De
regering voelde hier toen weinig voor.
Een paar jaar geleden is dat veranderd. Dagblad de Stentor publiceerde verschillende artikelen over de beeldengroep. Als vervolg daarop
werden in mei 2009 opnieuw Kamervragen
gesteld, nu door de voormalige leden van de
Zwolse gemeenteraad Eddy van Heijum en Arie
Slob. Minister Plasterk wilde pogingen om de
beelden naar Nederland te halen ondersteunen.
Ook de provincie Overijssel en de gemeente
Zwolle waren bereid contacten te leggen met
huidige eigenaren, de stad Rome, om de beelden
in bruikleen te krijgen en in de Grote Kerk in
Zwolle te plaatsen, de plaats waar het monument
volgens de opdrachtgevers voor bedoeld was. Het
maken van afspraken over het bruikleen van de
beelden met de stad Rome bleek geen eenvoudige
zaak. Maar na een paar jaar lijken de afspraken nu
voor beide partijen, de stad Rome en de gemeente
Zwolle, vast te liggen. De beelden zullen, als alles
volgens plan gaat, in het voorjaar van 2014 naar
Nederland komen.
Literatuur
De wekker van de Nederlandse Natie, Joan Derk van der
Capellen 1741-1784, Waanders, 1984
A marble revolutionary, The Dutch Patriot Joan Derk
van der Capellen and his Monument, Royal Netherlands Institute Rome, 2011
Vrouwe Overijssel, in
de tuin van het Museo
Canonica in Rome.
(Uit: A marble revolutionary)
ZHT3 2013.indd 22 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 143
De Republiek belaagd en Zwolle bezet door
Bommen Berend:
Gesprek met historicus Luc Panhuysen over
het Rampjaar 1672
Begin jaren negentig zat ik als jong broekie in
twee Atheneum, op het Meander College te
Zwolle. Ik was een echte leerbal, al ontkende
ik dat altijd heftig. Geschiedenis was toen al een van
de vakken waar ik me het meest voor interesseerde.
Later zou het mijn studie worden. Onze docent
Geschiedenis op het Atheneum, de heer Bakker, gaf
ons de opdracht een werkstuk te maken. Ik koos voor
het Rampjaar 1672, want ik vond het intrigerend
dat Nederland destijds van alle kanten werd aangevallen en toch op wonderbaarlijke wijze overeind
bleef. Als kind had ik in het Groningse Vlagtwedde
gewoond. Het werkstuk behandelde daarom ook de
lotgevallen van het nabijgelegen fort Bourtange, als
een persoonlijke noot. Bourtange was de vesting die
net als de grote stad Groningen stand hield tegen
Bommen Berend, een van de agressoren tijdens het
Rampjaar. Ik was een aantal keer in Bourtange
geweest en dat had grote indruk gemaakt; de verdedigingswallen, de grachten, de kanonnen, de oude
bebouwing, enzovoort.
1
Luc Panhuysen
Nu, zo’n twintig jaar later, schrijf ik weer over dat
bijzondere jaar 1672, waarin ‘het volk redeloos, de
regering radeloos en het land reddeloos’ was. Dit
keer heb ik gekozen voor het Zwols perspectief
en een interview met de Zwolse historicus Luc
Panhuysen (1962), schrijver van het boek Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang
ontsnapte. In dit boek beschrijft Panhuysen aan
de hand van de correspondentie van het vooraanstaande gezin Van Reede – een vader, een moeder
en hun zoon – deze dramatische periode in het
bestaan van de Republiek.
Het gesprek vindt plaats in Panhuysens fraaie
huis. We zitten in zijn werkkamer, tussen de
boekenkasten, vol prachtige geschiedenisboeken
en andere bronnen. Wat begint als een interview
over zijn boek, wordt al gauw een geanimeerd Wouter Geerling
gesprek met een gepassioneerd historicus. Panhuysen haalt zo nu en dan enthousiast een boek
uit de kast of wijst op een landkaart om zijn verhaal over het Rampjaar te illustreren.
Waarom schreef Panhuysen een boek over dat
Rampjaar? ‘Ik schrijf graag over mensen van het
verleden. Geschiedenis is niet een ontwikkeling
van instituties, ook niet van gebouwen, maar van
mensen! Mensen worden interessant als ze in uitzonderlijke situaties terecht komen.
Rampjaar 1672. Hoe de Republiek
aan de ondergang ontsnapte
Hoe kwam het dat de Republiek het Rampjaar overleefde? De briefwisseling van de adellijke familie Van Reede brengt het Rampjaar tot leven.
Godard Adriaan, baron van Reede (1621-1691) en vader van het gezin,
werkt als ambassadeur in Berlijn aan de belangrijkste opdracht van zijn
leven: het redden van zijn vaderland.
Zijn vrouw, Margaretha Turnor
(1613-1700), bevindt zich in de
stroom vluchtelingen op zoek naar
veiligheid in het gewest Holland. En
Godard, heer van Ginkel (1644-1703),
de zoon, vecht als officier mee in het
leger van stadhouder Willem III.
Auteur Luc Panhuysen baseerde zijn
boek voornamelijk op de brieven die
de drie gezinsleden elkaar schreven en
bestudeerde daarnaast de kranten uit
die tijd. [De VPRO maakte in 2009 de
OVT-radiodocumentaire Rampjaar
1672, gebaseerd op het boek. Deze
documentaire is te beluisteren op
http://www.geschiedenis24.nl.]
Luc Panhuysen
ZHT3 2013.indd 23 15-10-13 09:08
144 zwols historisch tijdschrift
Oorlog is zo’n uitzonderlijke situatie.’ Bovendien had de historicus prachtige bronnen tot zijn
beschikking; de briefwisseling binnen een vooraanstaande familie. ‘De bronnen die ik had, waren
fantastisch. De ervaringskant komt sterk naar
voren, dat is leuk voor de lezer. Het gaat in mijn
boek om overleven, het is de overlevingsstrijd van
het gezin Van Reede. Die gebruik ik als spiegel
voor het grotere geheel.’
Wat gebeurde er ook alweer in dat beruchte
jaar 1672? En hoe onderging Zwolle deze beproevingen?
Nederland van alle kanten belaagd
Het was de zeventiende eeuw, een tijd van constante oorlogsvoering in Europa. En nu moest
ook de Republiek er aan geloven. In 1672 begon
de Hollandse Oorlog. De Republiek der Zeven
Verenigde Nederlanden werd aangevallen
door Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Münster en Keulen, met de Franse koning
als grootste antagonist. Het was een aanval op
ongekende schaal: de Zonnekoning, Lodewijk
XIV, liet niets aan het toeval over. Hij wilde wraak
nemen op de ketterse Republiek, nadat raadpensionaris Johan de Witt hem tijdens de Devolutieoorlog (1667-1668) had verhinderd de Spaanse
Nederlanden in te lijven. De koning had daarom
middels sluwe diplomatie en aanzienlijke geldbedragen zowel Karel II van Engeland als de twee
Duitse bisschoppen Christoph Berend van Galen
en Maximiliaan Hendrik van Beieren aan zijn
zijde gekregen. Daarnaast sloot hij met de Duitse
keizer Leopold I in 1671 een geheim neutraliteitsverdrag, waarin de keizer beloofde bij een Franse
invasie van de Republiek afzijdig te zullen blijven.
Nadat hij alles tot in de puntjes had voorbereid,
viel Lodewijk in 1672 vanuit het zuiden aan met
een ongekend groot leger van 120.000 soldaten.
De Engelse vloot bestookte de Republiek in het
westen en het noorden en de twee Duitse bisschoppen vielen aan vanuit het oosten. De Republiek was totaal omsingeld en het land leek ten
dode opgeschreven.
Blitzkrieg
Het Franse leger had niet de geijkte korte route
door de Spaanse Nederlanden (België) kunnen nemen, omdat Lodewijk de machtige Duitse keizer (familie van het Spaanse koningshuis)
niet in de oorlog wilde betrekken. Frankrijk had
daarom de Duitse bisdommen tot bondgenoot
gemaakt, zodat de Zonnekoning via hun grondgebied de Republiek kon binnenvallen. Het enorme
Franse leger was pijlsnel opgetrokken, als een
Blitzkrieg avant la lettre. ‘Lodewijk had een walk
over gepland,’ vertelt Panhuysen. ‘Het begin van
die veldtocht is uniek, vanwege de hoge snelheid
door gebruik van het zogenaamde “magazijnstelsel”.’ Langs de route van de optrekkende troepen
Overzicht van de aanvallen op de Republiek
in 1672. Niet ingetekend is de EngelsFranse vloot die vanaf
de Noordzee kwam.
(Uit: De Bosatlas van
de geschiedenis van
Nederland)
ZHT3 2013.indd 24 15-10-13 09:08
zwols historisch tijdschrift 145
waren opslagplaatsen aangelegd met voorraden
voedsel, wapens en uitrusting. ‘De Fransen
konden daardoor veel sneller optrekken dan de
Nederlanders dachten.’
Nadat de troepen van Lodewijk XIV de Republiek waren binnengevallen, staken zij in juli 1672
onverwachts de Rijn over, bij Lobith. Door de IJssellinie op die manier te omzeilen was Frankrijk in
staat op snelle wijze veel grondgebied te bezetten.
Ook de twee bisschoppen lieten zich niet onbetuigd en veroverden grote delen van het noorden
en oosten van het land. Ondertussen bedreigde de
Engelse vloot de Nederlandse kusten.
Wat vo

Lees verder