Categorie

Aflevering 3

Zwolse Historisch Tijdschrift 2020, Aflevering 3

Door 2020, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
37e jaargang 2020 nummer 3 850 euro
De geboorte van
het Zwolse toerisme
Themanummer
138 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Suikerhistorie
70 jaar VVV Zwolle 18951965
In 1895 werd de Zwolsche Vereeniging tot bevordering
van het vreemdelingenverkeer en de verfraaiing
van de stad Zwolle en omstreken opgericht
tijdens een vergadering in een van de bovenzalen
van de Harmonie aan de Grote Markt Het
doel van de vereniging was om in samenwerking
met omliggende gemeenten te komen tot wat kan
strekken tot verfraaiing van de gemeente Zwolle
en van hare omstreken tot veraangenaming van
het verblijf aldaar en tot verlevendiging van het
verkeer Vanaf het begin stond de promotie van
Zwolle en omgeving hoog in het vaandel Dat
gebeurde door veel wervend materiaal uit te geven
in de vorm van gidsen folders en brochures Ook
bij de organisatie van evenementen was de VVV
nauw betrokken Zie verder het artikel van Jan van
de Wetering in dit nummer
De vereniging VVV werd in 1976 opgeheven
en omgevormd tot een stichting waarvan het college
van B en W de bestuursleden benoemde De
Zwolse VVV stond aan de wieg van de commissie
Zomerfeesten die later werd omgezet in de stichting
Stadsevenementen Zwolle SEZ
De VVV was in de loop der tijd op verschillende
locaties gehuisvest Na de Tweede Wereldoorlog
was dat onder meer aan de Ter Borchstraat
in een kiosk aan het Stationsplein 1953 in de
Hoofdwacht aan de Grote Markt 1966 in het
Refter aan het Bethlehemse Kerkplein 1972
aan het Grote Kerkplein 1979 en opnieuw in de
Hoofdwacht aan de Grote Markt 2009
Sinds 2013 is de VVV uit Zwolle verdwenen
Daarvoor in de plaats kan men nu terecht bij twee
Toeristische Informatie Punten een particulier
initiatief van ondernemend Zwolle te vinden in
het Zwolse Balletjeshuis aan het Grote Kerkplein
en bij Waanders in de Broeren
Wim Huijsmans
Collectie Dick Hogenkamp
De Grote Kerk met Hoofdwacht links op de Grote Markt omstreeks 1970
De VVV was twee keer in de Hoofdwacht gevestigd van 1966 tot 1972 en van
2009 tot 2013 Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 139
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 138
De geboorte van het Zwolse toerisme
Jan van de Wetering 140
Vervolgd
Wie moet dit doen Redactie 189
Oud Nieuws
Een onverwachte maar kritische bezoeker
Kieks Agterom 192
Nieuws van onze website
Jan van de Wetering 198
Boekenrecent verschenen 200
Auteurs 201
Redactioneel
Door corona vallen veel mooie ideen in
het water Zo ook de nog maar heel korte
traditie om elk nummer van het Zwols
Historisch Tijdschrift in een historisch caf te presenteren
Hoe mooi zou het zijn geweest om het
eerste exemplaar van dit bijna themanummer over
de geboorte van het Zwols toerisme te overhandigen
aan een van onze onvolprezen stadsgidsen die
bezoekers van Zwolle door onze mooie stad gidsen
Een mooi idee maar corona heeft er een dikke
streep door gezet wat waarschijnlijk ook geldt voor
het bezoek van veel toeristen aan Zwolle
Meer thuis zijn betekent ook meer tijd voor
het lezen van ons tijdschrift Jan van de Wetering
neemt u mee in de initiatieven om Zwolle tot
een toeristische trekpleister te maken Hij laat u
wegdromen in de belevenissen van reizigers in
het verleden of reageren op de opinies die zij over
onze stad hadden In de rubriek Oud Nieuws
maakt u kennis met Zacharias Conrad von Uffenbach
die begin achttiende eeuw met zijn jongere
broer Zwolle bezocht en onder meer schreef over
de omstreden predikant Frederik van Leenhof
Vreemdelingen bewonderen al eeuwenlang in
Zwolle de mooie bouwwerken De meer recente
architectuur heeft ook pareltjes opgeleverd bijvoorbeeld
de ontwerpen van de vooraanstaande vertegenwoordiger
van het Nieuwe Bouwen JB Wiebenga
In een reactie op een artikel van Kees Canters in
het vorige ZHT geeft Johan Teunis een aardige inkijk
in Wiebengas Zwolse werkomstandigheden en de
relatie met zijn collega WBM Beumer
Op onze website wwwzwolsehistorischevereniging
nl kunt u nog veel meer Zwolse geschiedenis
vinden In de rubriek Nieuws van onze
website kunt u lezen welke nieuwe films en videos
daar geplaatst zijn
De redactie wenst u naast veel leesplezier
ook veel kijkplezier in deze vreemde tijden
Cover Vrolijk gezelschap voor een herberg
omstreeks 1680 Door Gerrit Grasdorp
Rijksprentenkabinet beeldbank
140 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Jan van de Wetering
De geboorte van het Zwolse toerisme
Op reis of toch maar niet
Al vanaf het prille begin van de stad kwamen er
reizigers naar Zwolle om handel te drijven om
familie te bezoeken om strijd te leveren om te
studeren en om nog veel meer redenen maar bijna
nooit voor hun plezier Ze hadden om het maar
zo te zeggen wel wat anders te doen Natuurlijk
kwamen er in de oude tijden ook mensen naar
Zwolle voor hun plezier maar die kon je tellen op
de vingers van n hand Daar waren goede redenen
voor De meest basale is misschien wel dat een
plezierreis als het ware nog moest worden uitgevonden
Aardig is de anekdote over de Italiaanse
dichter en schrijver Petrarca als eerste toerist uit de
geschiedenis Op 26 april 1336 beklom hij de Mont
Ventoux in het zuiden van Frankrijk Hij schreef
daarover dat hij de eerste mens was die sinds de
klassieke oudheid een bergtop besteeg alleen maar
voor het uitzicht op de top Hij schreef dus niet dat
hij de eerste mens was die een berg beklom vele
schaapherders gingen hem voor maar hij was
wel de eerste die dat deed voor het uitzicht over het
landschap Alleen voor zijn plezier dus1
Een belangrijke reden om niet voor je plezier
te gaan reizen was dat het buiten de dorpen en steden
vaak gevaarlijk was Dat was in onze contreien
zeker het geval ten tijde van de Tachtigjarige
Oorlog 15681648 Maar ook nog lang daarna
In 1672 raakte de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden in oorlog met Engeland Frankrijk
en de bisschoppen van Mnster en Keulen Toen
Bommen Berend de bisschop van Mnster dat
jaar Zwolle binnenviel werden reizigers die in
Zwolle overnachtten nauwlettend in de gaten
gehouden door het stadsbestuur Iedere herbergier
of logementhouder moest dagelijks vr het
sluiten van de stadspoorten opgave doen van de
gasten die er verbleven op straffe van een zware
boete als ze dat niet deden De reizigers kwamen
uit alle windstreken zelfs uit het buitenland maar
de meeste kwamen uit de regio Plezierreizigers
zaten er gezien de oorlogssituatie niet bij Het was
een bonte mengeling van militairen soms met
marketentsters paters en kosters schouten burgemeesters
van de omringende steden schippers
voerlieden kooplieden en boeren Slechts n
En toen bijna van de een op de andere dag droogde de toeristenstroom in Zwolle op Corona lockdown
anderhalve meter afstand binnenblijven Een paradox meer dan een maand lang zou Zwolle mooier
zijn dan het in jaren was geweest met zijn nu verlaten straten en pleinen zonder de chaos van alledag
terwijl de bezienswaardigheden stonden te stralen in de voorjaarszon Maar wat is een stad zonder mensen
Inmiddels juli 2020 stromen de straten weer vol met Zwollenaren en de eerste toeristen
In dit artikel gaan we terug naar de jaren waarin toeristen nog niet bestonden In Zwolle niet in Nederland
niet Om louter voor je plezier op reis te gaan is tijd en geld nodig en die combinatie was voor de meeste
mensen niet weggelegd En wie zich wel een plezierreis kon veroorloven deed dat spaarzaam want in tijden
zonder vliegtuigen autos en zelfs maar een fiets was elke reis een langdurige moeizame onderneming
Maar naarmate de algemene welvaart steeg vanaf eind negentiende eeuw groeide ook het aantal plezierreizigers
Het was in die tijd dat het woord toerist zijn intrede deed
Hoe die ontwikkeling is gegaan is onder andere af te leiden uit vele reisverslagen en wandelgidsen In
dit artikel hoop ik duidelijk te maken dat het scharnierpunt van het moderne toerisme in Zwolle omstreeks
1895 ligt Toen werd hier de Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer opgericht de voorloper
van de VVV en verscheen bovendien de eerste stads en wandelgids voor Zwolle nieuwe stijl
Francesco Petrarca
1304 1374 Bing
images
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 141
keer was er een vrouw bij de gravin van Bentheim
met haar gevolg2
Nieuwsgierig naar Zwolle
Maar toen jaren van vrede aanbraken was de animo
voor een plezierreis nog steeds erg klein Het
grootste deel van de bevolking was zes dagen per
week bezig om zijn brood te verdienen vakanties
waren er niet Plezierreizen waren voorbehouden
aan de adel en vermogende burgers waarbinnen
studenten en aankomende kunstenaars een
belangrijke groep vormden Zij konden op kosten
van hun ouders of andere weldoeners een gesubsidieerde
reis maken Toch was er na de Vrede van
Mnster in 1648 het slotakkoord van de Tachtigjarige
Oorlog iets veranderd Zwolle maakte net
als heel Overijssel definitief deel uit van de Republiek
der Zeven Verenigde Nederlanden Velen
realiseerden zich toen pas echt dat hun stad en
provincie deel uitmaakten van een groter geheel
Dat maakte nieuwsgierig hoe zagen die andere
gewesten en steden er eigenlijk uit Bijna iedereen
had wel van Zwolle gehoord maar afgezien van
handelslieden schippers en militairen waren er
slechts weinigen ooit geweest
Doorgaans bleef het bij die vaststelling maar
in de zeventiende en achttiende eeuw stond een
aantal mannen op de tijd van reizende vrouwen
moest nog komen die we de pioniers van het
hedendaagse toerisme kunnen noemen Ze waren
geletterd hadden belangstelling voor geschiedenis
waren nieuwsgierig n ze beschikten over
voldoende tijd en geld om op reis te gaan Tegelijkertijd
waren er al snel uitgevers die brood zagen
in de behoefte van reizigers aan informatie over de
Nederlanden Ze namen schrijvers in dienst die de
provincies ingingen of correspondenten die een
stad of dorp goed kenden Dat leidde tot een aantal
reisboeken zo omvangrijk dat de reizigers ze
waarschijnlijk niet meenamen maar ze voor hun
vertrek alleen gebruikten als informatiebron
De reisboeken van Jan en Nico ten Hoorn
Jan ten Hoorn een boekverkoper uit Amsterdam
was waarschijnlijk de eerste die een Nederlandstalig
reisboek op de markt bracht waarin Zwolle
genoemd werd In 1689 verscheen zijn Reysboek
door de Vereenigde Nederlandsche Provincin en
derzelver aangrenzende Landschappen en Koninkrijken
Veel eerder kon ook niet gezien de lange
reeks van onveilige jaren Hij gaf slechts korte
beschrijvingen van de bezienswaardigheden in
de belangrijkste steden Zwolle moest het net als
Deventer Kampen en Hasselt met slechts n
bladzijde doen Jan ten Hoorn of zijn correspondent
valt door de mand als hij over de Sint
Michalskerk de Grote Kerk schrijft dat deze
met een treffelijke toren was versierd De hoogste
Zwolse toren uit die tijd 113 m was in 1669
door de bliksem getroffen in brand gevlogen en in
1682 ten slotte ingestort Zelfs in de herdruk van
het boek in 1700 liet Van Hoorn de toren nog fier
overeind staan
Van de andere Zwolse bezienswaardigheden
noemde Ten Hoorn de Onze Lieve Vrouwekerk
Het Reysboek van Jan
ten Hoorn Wikimedia
142 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
die met een hooge doch stompe toorn uitmunt
de Bethlehem en de Broerenkerk het Raadhuis
nu zo schoon niet als t wel eertydts geweest
heeft het Weeshuis het Oudemannenhuis het
Heilige Geestgasthuis het Pesthuis het Soldatengasthuis
en het Ammunitie en Koornhuis
Tot slot prees hij de drie grote stadspoorten de
Diezerpoort Kamperpoort en Sassenpoort als
hooge en treffelijke gebouwen en de elf door een
brede en diepe gracht omgeven zware bolwerken3
Veertig jaar na de eerste druk van het Reysboek
van Jan ten Hoorn gaf zijn neef Nicolaas ten
Hoorn een vergelijkbaar boek uit Reisboek door
de voornaamste Koningryken en heerschappyen
van Europa 1729 Zijn tekst over Zwolle is exact
gelijk aan die van zijn oom Bijna een halve eeuw
na de ineenstorting stond de toren van de
St Michalskerk er nog altijd ongeschonden bij
Al die jaren was er dus nooit iemand echt in
Zwolle gaan kijken Het is duidelijk dat het genre
reisboeken nog in de kinderschoenen stond
Dat neemt niet weg dat de uitgevers het nut van
reisboeken helder voor ogen hadden Nicolaas ten
Hoorn schrijft in zijn Voorreeden
Wie ondervind niet dat het bezichtigen van
andere Landen en Koningryken tot nut en tot
leerzaamheit strekt wie weet niet dat het reizen
om Koophandel te dryven noodzaakelyk is
wie weet niet dat men om vermaak verre reizen
onderneemt om de afgelegene vreemdigheeden
te beschouwen beroemde Steeden te bezien de
nageblevene brokken der oudheit op te delven de
trotsheit der thans onder puin leggende wonderen
na te speuren de Staatkunde den Koophandel
Levenswyze Godsdienst konsten weetenschappen
en gelegendheeden der nabuuren en afgelegener
Staten te leeren kennen en eindelyk uit zo veelerhande
Volkeren het beste weet uit te kippen om
het goede en voordelige dat men uitgekoozen heeft
ook in zyn Vaderland over te brengen
In deze oertijd van het toerisme zijn de beweegredenen
van de reizigers aanmerkelijk veelzijdiger
dan die van tegenwoordig In onze tijd kijken veel
toeristen graag met een nostalgische blik naar de
steden die ze bezoeken De eerste plezierreizigers
keken niet alleen naar het verleden maar ook naar
het heden Jan en Nicolaas ten Hoorn schreven niet
over het Oudemannenhuis of het Weeshuis omdat
die gebouwen zo mooi waren maar omdat ze een
belangrijke functie voor Zwolle hadden Hetzelfde
geldt voor hun vermelding van de Zwolse verdedigingswerken
Die hadden nog de functie waarvoor
ze waren aangelegd Dat mocht gezien en bewonderd
worden al hadden ze hun beste tijd gehad
Overnachten in het Vliegende Paard
of in de Twee Tamboers
Oom en neef Ten Hoorn noemden slechts n
overnachtingsadres in Zwolle de Witte Wan
de Wanne op de Grote Markt nr 13 Dat was
voorzichtig gezegd wat zuinige informatie Zwolle
telde rond 1700 tussen de dertig en de veertig
herbergen en logementen die samen goed waren
voor twintig tot vijftig overnachtingen per dag
Andere populaire onderkomens waren bijvoorbeeld
de Zon Melkmarkt het Rode Hert Grote
Markt het Vliegende Paard Voorstraat de
Gulden Pauw Sassenstraat de Drie Moriaenen
bij de Kamperpoort de Keizer nu de Belgische
Keizer Melkmarkt de Keizerskroon Kamperstraat
de Valk Kamperstraat Op den Dyck
in het Gekroonde Mnster tegenwoordig Thorbeckegracht
64 en de Twee Tamboers bij het
Pelserpoortje4
Rechts Het pand van
Het Vliegende Paard
op Voorstraat 17 in
1972 De naam is blijven
voortbestaan in de
gelijknamige studentensociteit
die hier sinds
1995 gevestigd is Foto
Jan de Koning collectie
HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 143
Die vele overnachtingsmogelijkheden zijn
begrijpelijk Zwolle ligt al eeuwenlang op een
knooppunt van land en waterwegen De stad
had mede daardoor vele handelscontacten met
steden in Overijssel en rondom de Zuiderzee
maar ook in Duitsland Engeland en de Oostzeelanden
Reizigers konden gebruik maken
van postkoetsen diligences trekschuiten en
zeilschepen die samen een uitgebreid en goed op
elkaar afgestemd netwerk vormden Op diverse
punten in de stad waren in en uitstapplaatsen
voor de postkoetsen zoals bij de Wanne aan de
Grote Markt en bij het Munstersche huis aan de
Dijk Thorbeckegracht Ze reden bijna dagelijks
letterlijk naar alle windstreken door over te stappen
kon je in een uur of zestig naar Hamburg
Bremen of Mnster reizen Met trekschuiten
kon je goedkoop naar onder andere Kampen en
Hasselt varen Reizigers uit Friesland of Noord
Holland konden dagelijks met een zeilschip over
de Zuiderzee naar Zwolle varen
Koorts koliek en winderigheid
Het Reysboek van Jan ten Hoorn is ook in ander
opzicht de moeite van het lezen waard Voorafgaand
aan de stedenbeschrijvingen gaf hij
waarschouwingen dienstig voor reizende lieden
Zoveel waarschuwingen dat het lijkt of de reizigers
een wereldreis vol gevaren gingen maken Je kon
maar beter goed voorbereid zijn Daarom bevat
zijn boek een eeuwigdurende almanak een papieren
zonnewijzer een tafel der watergetijden een
overzicht van de verschillen in gewichten tussen
de verschillende steden een reismedicijnboek
gebeden voor reizigers ochtend middag en
avondgezangen Maar eerst en vooral gaf hij deze
waarschuwing vooraf
Eer we den Reiziger aanwyzen op wat voor
manieren hy het bekwaamste zal Reizen dient
vooraf tot Waarschouwing dat hy zich vooral
heeft te wachten van deze volgende vier zwarigheden
als voor valsche Speelders Roovers Dieven
en Hoeren
Herberg bij Frankhuis
door Gerrit Grasdorp
16591716 RKD
144 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Een reis door de zeven provincies van de
Republiek was inderdaad geen sinecure De reiziger
liep al gauw de kans te verdwalen in een
oceaan van herbergen schuit en wagenvaarten
In grote lijnen waren de land en waterwegen
naar de reisbestemming bekend maar niet de
staat waarin ze verkeerden Betrouwbare en
actuele informatie kregen de reizigers pas onderweg
van vervoerders en herbergiers Door de
vermoeienissen tijdens de reis staken maar al te
vaak ziekten de kop op Ten Hoorn waarschuwt
dat je tijdens het reizen bijvoorbeeld last kunt
krijgen van koorts koliek of winden Zijn advies
laat in de eerste herberg die je tegenkomt wat
Franse wijn met nootmuskaat en wat oranje
schillen sinaasappelschillen op het vuur zetten
en drink dat warm op Mocht dat niet werken
probeer dan bij een barbier een kwart loot ongeveer
8 gram Philonium Romanum een stevig
oosters kruidenmengsel uit de Romeinse tijd te
kopen en dat met wat anijswater op te drinken
Reizigers die over de Zuiderzee naar Zwolle voeren
konden zeeziek worden en dan was het goed
te weten dat een flinke teug van een glas half
zeewater half rode wijn de zeeziekte doet verdwijnen
Zelfs pestilentie kon niet worden uitgesloten
niet voor niets vermeldde Ten Hoorn het
Pesthuis in Zwolle Zijn advies was bij het minste
symptoom s morgens een lepel azijn met wat
wijnruit een bitter kruid in te nemen samen
met beschuit en okkernoten
Valsspelers rovers dieven en hoeren
Ook in herbergen was het uitkijken geblazen Je
kon er op rekenen terecht te komen in bedsteden
vol luizen Een zemen lap met wat kwikzilver
daarin genaaid kon dan uitkomst bieden Valsspelers
en dobbelaars waren nog veel gevaarlijker
Ten Hoorn adviseerde ze te ontlopen zeker als ze
met je wilden aanpappen Je moest vooral attent
zijn op bedriegers met geverfd hoofdhaar en valse
baarden Omdat reizigers toen vooral mannen
waren was een waarschuwing tegen de hoeren in
logementen op zijn plaats
Herberg met triktrakspelers
1669 Door
Egbert van Heemskerk
Rijksmuseum
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 145
Wacht u voor het lonken van hun ogen De
stralen die zij daar uit schieten zijn net zo vergiftig
voor uw ziel als het venijn van de allergiftigste
beesten schadelijk voor uw lichaam kan zijn Hun
vlees t geen zich van buiten zo schoon opdoet en
waar uw ogen op verlieven is van binnen niet dan
met etter en vuiligheid vervuld
In hoeverre al deze gevaren reel waren
valt moeilijk te zeggen Wel is zeker dat onze
gewesten nog lang na de Tachtigjarige Oorlog
onveilig waren door verschoppelingen van de
maatschappij landlopers bedelaars afgedankte
huursoldaten en gevluchte criminelen In stad
of dorp kregen ze alleen als het niet anders kon
tijdelijk onderdak Maar meestal werden ze al snel
de stadspoorten uitgejaagd met als gevolg dat het
platteland het afvoerputje van de samenleving
was Daar beroofden bendes onvoorzichtige reizigers
van geld en kostbaarheden Geadviseerd
werd daarom niet alleen op pad te gaan
Over reiskleding repte het Reisboek niet Zeker
is dat de reizigers eerst en vooral kleding droegen
die paste bij hun stand Er bestond vermoedelijk
weinig verschil tussen de kleding thuis of op reis
Rond 1700 bestond de stijf zittende kleding uit
vele lagen en het lichaam was van kop tot teen
bedekt De brede hoed voor mannen en het haar
tot op de schouders waren nog steeds in de mode
evenals het dragen van laarzen Maar het was een
overgangstijd Mannen en vrouwen van adel en
uit de stedelijke elite gingen pruiken dragen wat
het reiscomfort niet erg bevorderde De mode
van die tijd zal met name in de zomer tot bijna
ondraaglijke hitte hebben geleid Wie tijdens de
reis oververhit raakte werd aangeraden in plaats
van bier een half mutsje brandewijn te drinken of
een half glas Franse wijn
Citymarketing in 1733
Een informatiever reisboek is het Groot Algemeen
Historisch Geographisch Genealogisch en Oordeelkundig
Woordenboek een tiendelige serie over de
Zeven Provincin van David van Hoogstraten en
Jan Lodewijk Schuer5 Het boek verscheen in 1733
David van Hoogstraten
16581724
Universiteitsmuseum
Amsterdam
Gezicht op Zwolle
1729 door Andries
Schoemaker 1660
1735 Delpher Het
Geheugen atlas Schoemaker
146 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
enkele jaren na het overlijden van Van Hoogstraten
De auteurs hadden het lemma Zwol uitbesteed
aan Zwollenaar Pieter le Clercq 16931759
die onder andere bekend werd als vertaler van
Steeles Spectator Le Clercq leverde geen half werk
hij schreef zes volle bladzijden over de geschiedenis
van Zwolle zo gedegen dat de eerste grote Zwolse
stadshistoricus Van Hattum er ruim dertig jaar
later dankbaar gebruik van zou maken6 Bovendien
geeft Le Clercq in tegenstelling tot de reisboeken
van de familie Ten Hoorn correcte actuele informatie
hij maakt melding van zowel de brand als de
ineenstorting van de toren van de St Michalskerk
En dat werd tijd ook
Le Clercq gaf als een van de eersten verklaringen
voor de naam Zwolle Wolstad was een
mogelijkheid maar ook Zaal een oud herenhuis
dat wel werd uitgesproken als Zuol of Zwol
Mooi gevonden is zijn suggestie dat de stad zijn
naam heeft gekregen van het zwellen der runderbeesten
in hare grasrijke weiden of wel van enige
gezwellen die deze beesten er plachten te krijgen
We merken nog op dat ook in de reisboeken tot
ver in de negentiende eeuw onze stad nu eens
Zwol en dan weer Zwolle werd genoemd
Le Clercq was trots op zijn stad en liet dat weten
ook Zijn relaas is zo uitbundig positief dat het
lijkt op wat we in onze tijd citymarketing noemen
De stad is tamelijk groot zeer volkrijk luchtig
en met drie grachten doorsneden Zij heeft drie
pleinen of markten brede straten die zeer net
geplaveid zijn en waarop men eene zindelijkheid
bespeurt die men in andere steden van Overijssel
vergeefs zou zoeken Men ziet overal dat de Magistraat
alle vlijt aanwendt om de stad van buiten en
van binnen te verfraaien naar mate van hare welvaart
Zij ligt in eene zeer aangename landsdouwe
aan een riviertje dat in het Zwarte Water valt of
liever op het einde des Zwarten Waters
De lucht is er uitnemend gezond en zij is
omringd van vruchtbare korenlanden en grasrijke
weiden waarin hare inwoners en voornamelijk in
het bijgelegen vette Mastenbroek alle jaren vele
duizenden ossen weiden Deze vermakelijkheid
harer gelegenheid wordt dagelijks vermeerderd
door de zorg van den Magistraat die telkens nieuwe
lanen buiten de stad doet aanleggen en beplanten
tot vermaak der burgerij De stadswallen en
De Diezerpoort midden
zeventiende eeuw door
Gerard ter Borch 1617
1689 Rijksprentenkabinet
beeldbank
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 147
cingels zijn ook zeer vermakelijke oorden voor den
wandelaar die er onder het lommer van hoge Iepen
een aangenaam scherm vindt tegen het steken der
hete zon en het geblaas der gure winden
Vol lof is Le Clercq over de drie grote stadspoorten
van Zwolle Ze zijn hecht en zwaar van
bouw en het gezicht van een liefhebber der
bouwkunde waardig De Sassenpoort is een der
stoutste gebouwen die men zien kan Ook heeft
hij bewondering voor het wachthuis aan het eind
van de Kamperpoortenbrug Dat is gebouwd van
Bentheimersteen zo groots en sierlijk dat men
moeite zal hebben om in gansch Nederland een
weerga van dit stuk te vinden Al even imposant is
de Stadswaag de plaats waar de handelsgoederen
gewogen werden De Zwolse waag stond op de
hoek van de Voorstraat en de Luttekestraat Hij
vond het een tamelijk ruim gebouw dat ook tot
pakhuis diende om Hessische en andere Duitse
goederen bomen en stenen te bergen tot er weer
een wagen bevracht kon worden die met elf of
meer paarden getrokken werd Ook de stedelijke
bedrijvigheid liet Le Clercq niet onvermeld
Wat de fabrieken werkplaatsen dezer stad
betreft die bestaan meest in paardenharenknopen
spelden linnen en zoolleer Sedert enige
korte jaren heeft men er eene grote fabryk van
gewevene koussen opgericht een tweede zaagmolen
en twee pelmolens gezet bij die er reeds
waren Bovendien zijn een papierwindmolen
twee zoutketen een lymery een azynmakery eene
fabryk van allerhande zyde stoffen en eene van
Haarlemmer streepjes opgerecht
Wetend dat zijn verhaal ook de aandacht kon
trekken van handelaren beschreef Le Clercq uitvoerig
de voordelen van Zwolle als overslagplaats
Alleen al de ligging dat kon toch niet beter Het
Zwarte Water is bevaarbaar met snikken smakken
en diergelijke schepen en geeft den inwoonderen
daardoor gelegenheid om tot in de Oostzee te
gaan handelen de nodige koopmanschappen uit
Engeland te gaan halen en tot binnen in hunne
stad te brengen Vreemd vond hij dat de handel van
Bedrijvigheid bij het
Rodetorenplein midden
zeventiende eeuw door
Gerard ter Borch 1617
1689 Rijksprentenkabinet
beeldbank
148 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
de stad niet groter was want vervoerders die hun
waren via Zwolle doorvoerden bespaarden wel zestien
of achttien uur wagenvracht En bovendien
Hunne paarden die zij buiten de stad in de
weide jagen kosten hen ook minder dan de helft
van hetgene het voeder hen elders komt te staan
Daarenboven zijn de factoors handelaren te Zwol
zeer bekwaam in hun beroep uitnemend gedienstig
zeer zorgvuldig in het bewaren der goederen
hen aanbetrouwt en ongemeen yverig om dezelve
zodra het geschieden kan te expediren
Een smerige onzindelijke stad
Na deze lofzang op Zwolle is wat tegenwicht op
zijn plaats Misschien is het beter een stad te laten
beoordelen door een vreemdeling iemand die
met een niet vooringenomen blik zijn waarnemingen
doet Maar ach ook die zijn vaak het
resultaat van de waan van de dag Neem het reisverslag
van de Duitse wetenschapper boekenverzamelaar
en reiziger Zacharias Conrad von Uffenbach
16831734 uit Frankfurt De welgestelde
Von Uffenbach en zijn broer reisden in de jaren
17091711 per rijtuig postkoets en trekschuit
door onze gewesten en deden daarbij ook Zwolle
aan Want ook buiten de Republiek waren reizen
naar vreemde streken in opkomst Nog steeds
alleen onder de elite uiteraard maar toch
Het was een studiereis Von Uffenbach
beschreef net als veel plezierreizigers overigens
de cultureelhistorische bezienswaardigheden van
de steden en zijn ontmoetingen met beroemde
personen Hij betitelde de reis als Merkwrdige
Reise in tegenstelling tot een volgende reis naar
de Republiek in 1718 die het predikaat Lustreise
kreeg Maar toen werd Zwolle niet aangedaan
Volgens zijn beschrijving stapten de broers
in Kampen in een bolderwagen naar Zwolle een
rammelende hortende en stotende overhuifde
boerenwagen En dat met een broeinest van een
pruik op zijn hoofd als we af mogen gaan op zijn
statieportret De broers vonden onderdak in logement
Op den Dijck in Het Gekroonde Mnster
Thorbeckegracht 64 Na de vermoeiende reis
was hun humeur er niet beter op geworden Zowel
de huizen en de straten zagen er niet Hollands
uit In tegendeel Von Uffenbach vond de straten
smerig onzindelijk zeer onregelmatig smal en
slecht Hij was een beetje ontstemd omdat hij op
het verkeerde been was gezet door al te lovende
informatie over Zwolle in buitenlandse reisgidsen
Zijn waarneming was anders
Wij bemerkten terstond twee dingen die
geen zeer goed bestuur aanduiden Zoals het
spreekwoord zegt gelijk het uurwerk zo is ook
het bestuur van een stad Ofschoon nu dit spreekwoord
hoofdzakelijk de noodzakelijkheid van een
goed toezicht op het uurwerk zal aanduiden zoo
bemerkten wij toch dat de stad er slecht mede
voorzien is en men zeer weinig en niet wl hoort
slaan en een klokkenspel op de Peperbus zoals
bijna in alle steden der zeven Provincin volstrekt
niet hoort De tweede aanmerking was de onzindelijkheid
der straten hetgeen waarlijk geen klein
gebrek in de politie het beleid van de stad is
waarbij ten derde ook de bedelaars te rekenen zijn
die anders in Holland niet geduld worden
Ook een bezoek aan de Bethlehemkerk zinde Von
Uffenbach niet Er werd net een catechisatiebijeenkomst
gehouden maar er zaten geen kinderen
voor wie de catechisatie toch bedoeld was
maar alleen oude mannen Pas in de Grote of
St Michalskerk verbeterde zijn humeur een beetje
Hij vond het een recht schoon groot helder en
Rechts Interieur van de
Grote of St Michalskerk
een recht schoon
groot helder en voortreffelijk
gebouw met
fraaie preekstoel Door
Jan Gerritsz van Cuylenburg
16281662
Rijksprentenkabinet
beeldbank
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 149
voortreffelijk gebouw en ook de predikstoel was
fraai maar toch niet van het niveau van die in
Bolsward Wat hem wel behaagde was het toen
recente schilderij in de consistoriekamer van
Hendrick ten Oever van vijf Zwolse predikanten
en de koster Zo goed geschilderd was het volgens
hem dat als je het in de kerk van onderaf bekeek je
kon denken dat ze daar levend zaten Het schilderij
heeft de eeuwen overleefd en hangt nog steeds
op dezelfde plaats zodat we onze indrukken met
die van Von Uffenbach kunnen vergelijken Over
de Onze Lieve Vrouwekerk kon hij kort zijn daar
viel niets te zien daar zij sedert lang woest stond
en vrij vervallen was Dat klopte na de Zwolse
beeldenstorm van 1580 werd deze kerk al gauw
voor heel andere dan religieuze doelen gebruikt
Een paar honderd jaar na dato is een kleine
kanttekening wel op zijn plaats Zoals al eerder
gememoreerd was na een blikseminslag een paar
jaar eerder de imposante toren van de St Michalskerk
op 17 december 1682 met groot geraas
in elkaar gedonderd met carillon en al De lege
schatkist van de stad maakte een herbouw onmogelijk
zodat gekozen werd voor het meest haalbare
alternatief in 16861688 werd op de plaats
van de ingestorte toren een achtkantig gebouw
neergezet met daarbinnen de consistoriekamer
Het klokkenspel om de uren aan te geven heel
belangrijk in een tijd waarin niet veel mensen zich
de luxe van een uurwerk konden permitteren
werd overgenomen door de Peperbus de toren
van de Onze Lieve Vrouwekerk
Kein Statt so lustig als sie
Aangemoedigd door de nieuwe reisgidsen maar
soms ook geleid door persoonlijk vormgegeven
avontuur bezocht een kleine stoet aan reizigers uit
binnen en buitenland Zwolle En iedere bezoeker
had zijn geheel persoonlijke belangstelling
Al ontbreekt een kritische noot niet de meeste
plezierreizigers waren overwegend positief over
Zwolle vooral in vergelijking met andere steden
Een kleine greep uit de reisverslagen7
1632 Martin Zeiller Man schreibt von ihr dass
fast in ganz Deutschland kein Statt so lustig liege
als sie
1663 William Lord Fitzwilliam Hij vindt Zwolle
een mooie stad en prijst de vesting met elf bolwerken
en een hoornwerk De preekstoel in de Grote
of St Michalskerk is bijna net zo mooi als die uit
de Oude Kerk in Amsterdam
1697 de in Leiden studerende Engelsman John
Talman De opklapbruggen en fortificaties van
Deventer zijn steviger
Het schilderij van
Hendrick ten Oever
16391716 uit 1691
van vijf Zwolse predikanten
en een koster
Wikimedia Zie ook
p 194
Gezicht op Zwolle met
Diezerpoort rond
1700 door Gerrit Grasdorp
Rijksmuseum
150 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
1749 Theodorus Beckering Het pas gebouwde
tuchthuis is zo fraai dat het meer op een herenhuis
lijkt dan op een spinhuis Hij overnachtte in
logement In den Grooten Toelast Kamperstraat
10 waar de dag ervoor de prins van Hessen
Homburg met gevolg gelogeerd had
1776 JH Dielhelm Zwolle is een van de rijkste en
mooiste steden in heel Overijssel maar de zijstraten
van de grote en schone Markt zijn door het vee en
vooral vanwege de varkens zeer vuil Dat komt ook
door de vele goederenwagens die erdoor rijden
1780 Ernest baron von Knuth Zwolle is een uitstekende
mooie en aangename stad met alleen
en promenades een stad vol handel Een deel van
de straten doet niet onder voor die in Amsterdam
1782 Jakob Friedrich Ehrhart Hij zocht planten
langs de IJsseldijk en in het gebied tussen de IJssel
en de stad Enkele vondsten de heggeduizendknoop
ridderzuring en de Zwolse steenanjer
Een vermakelijke reis in Overijssel
De oude reisverslagen vertellen veel over de
bezienswaardigheden maar weinig tot niets over
de reisomstandigheden Dat is precies omgekeerd
in het schelmenverhaal van Drie liefhebbers uit
Leiden waarschijnlijk studenten die in 1692 een
bootreis maakten vanuit Leiden over de Zuiderzee
en de IJssel Het is een vrolijke geschiedenis waarbij
we de vertelde gebeurtenissen met een flinke
korrel zout moeten nemen maar waarin toch iets
duidelijk wordt van de zeden en gewoonten in
onze contreien Het verhaal geeft bovendien een
mooi beeld van de confrontatie tussen heren uit
betere kringen en de boerenbevolking
Bij vertrek uit Leiden is het jacht van bequame
grote opgetuigd met wimpels vlaggen en een
kanon Met dat kanon kondigen de Leidenaren
in elke plaats hun aankomst en vertrek aan Het
moet een echte plezierreis worden en daarom
hebben ze een bas en violen meegenomen Maar
voorzichtigheid is geboden en daarom zijn er ook
pistolen en snaphanen vuursteengeweren aan
boord om zich zo nodig te kunnen verdedigen
tegen de boeren die ze blijkbaar als een potentieel
gevaar beschouwen Varend in de richting van
de Zuiderzee schieten ze op wild en watervogels
wat ze maar beter niet konden doen omdat dat al
gauw de woede van de boeren wekte
Vrolijk gezelschap voor
een herberg omstreeks
1680 Door Gerrit
Grasdorp Rijksprentenkabinet
beeldbank
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 151
Tijdens de overtocht op de Zuiderzee worden
ze midden in de nacht overvallen door een vele
uren aanhoudende windstilte maar uiteindelijk
krijgen ze het eiland Ens in zicht Ze brengen de
avond door in de herberg die de opperschout
beheert voor schippers en reizigers De heren
halen hun bas en violen tevoorschijn tot groot
vermaak van de eilanders Ze besluiten die nacht
vrolijk te zijn met de voornaamste meisjes die
haar daar selfs om hadden versogt t geen niet
konde gewygerd worden Even later zijn ook de
schout en zijn vrouw de dominee en de schoolmeester
van de partij Als de Leidenaren gaan spelen
is het hele gezelschap al gauw zo enthousiast
datter niet een was of hy danste voornamentlijck
de Boerinnetjes die gekleed waren met korte
rockjes even boven de knijen sprongen wel een
uur aen malkander sonder vermoeyt te worden
De eilandbewoners vertelden na afloop dat ze in
geen vijftig jaar zon plezier hadden gehad
De drie studenten varen de IJssel op en bij de
brug van Kampen schieten ze het kanon weer eens
af Ze pakken hun instrumenten beginnen te spelen
en al gauw staat de brug vol met nieuwsgierigen
Na een ruzie met de tollenaar van Kampen die hen
ten onrechte tol wil laten betalen ze hadden geen
vracht aan boord varen ze verder naar Wilsum
Ook daar bleef hun verblijf niet onopgemerkt In
de plaatselijke herberg vermoedelijk de Zwaan
speelden de heren weer eens een vrolijk deuntje
Dat veroorzaakte zon vreugde in het huisgezin van
de herbergier dat de jongens en meisjes die al in
bed lagen in hun hemdjes aan komen hollen De
vrouw van de herbergier zet de onverwachte gasten
ham vlees boter kaas en spekpannekoeken voor
Als het tijd wordt naar het jacht terug te keren
besluit een van de heren in de herberg te blijven
slapen hij was sinds Leiden niet meer uit de kleren
geweest Hij krijgt een slaapplaats op de hilde
zolder Op de bossen stro waarop hij probeert te
slapen zitten zoveel tandeloze beesten dat het lijkt
of ze er met zijn strobed vandoor willen gaan Eindelijk
in slaap wordt hij zo gebeten door de vlooien
dat hij wild om zich heen zwaait De vloer van de
hilde breekt hij valt naar beneden precies op de
rug van een kalf Dit tot groot plezier van het hele
huisgezin inclusief honden en varkens
Na een akkefietje in Zalk waar de snaphaan
tot vier keer toe weigert bij het schieten op ganzen
en ze maar net aan de woede van boeren ontkomen
varen ze bij Zwolle langs de Katerschans en
andere forten langs de IJssel De heren gaan niet
aan wal omdat er hier behalve die verdedigingswerken
niets te beleven viel In plaats daarvan
varen ze verder naar Deventer en Zutphen op weg
naar nieuwe vrolijke avonturen8
De Grand Tour van Gerard ter Borch de Oude
Hoe was het ondertussen gesteld met de reislust
van Zwollenaren Die was er zoals afgeleid kan
worden uit de aankopen van reisboeken bij Zwolse
boekhandelaren en uit de collectie van bibliotheekbezitters
Veelal zullen het reizen binnen eigen
land zijn geweest maar uit een reisverslag van een
gezelschap Zwolse magistraten blijkt dat ook reizen
buiten de landsgrenzen werden ondernomen In
het voorjaar van 1777 reisden ze via Antwerpen en
Brussel naar Parijs Daar bezochten ze kerken en
bibliotheken en bewonderden ze collecties brillerende
met de allerfraaiste schilderijen en schatten
van allerleij pretieuse silverwerken In 1813 kwam
Lambertus Nilant een kleinzoon van een Zwolse
Gerard ter Borch de
Oude ca 15821662
in 1660 geportretteerd
door zijn zoon Moses
ter Borch Rijksmuseum
152 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
regent erachter dat het stadsleven in Parijs aanmerkelijk
anders was dan in zijn geboortestad Het
krioelde er van menschen de hoeren liepen er door
elkaar dat het een plaizier was om te zien spraken
ons aan namen ons onder de arm en verzogten ons
met hun mee te gaan9
Doorgaans waren dit vrij korte reizen van een
of twee weken Veel langduriger was in die tijd
de zogenoemde Grand Tour Zon reis die soms
langer dan een jaar duurde was tijdens de zeventiende
en achttiende eeuw een populair sluitstuk
van de opleiding en opvoeding van jongelieden
uit de elite Vooral Itali was in trek Dankzij de
Romeinse tijd en de Renaissance werd dat land
gezien als het toppunt van beschaving en cultuur
Een mooi voorbeeld is de Grand Tour van Johann
Wolfgang von Goethe 17861787 Hij maakte
zijn Italienische Reise comfortabel maar soms ook
heel oncomfortabel in koetsen huurrijtuigen af
en toe met een pakket of postboot en soms zelfs
per muilezel Als de omgeving er zich voor leende
legde hij ook hele stukken te voet af
Een Grand Tour kon ook een serieus doel
dienen Vele jonge Europese kunstenaars in spe
maakten een studiereis naar Itali en andere zuidelijke
landen om zich te laten inspireren door de
pracht van steden en natuur Aan het begin van de
zeventiende eeuw reisden ieder voor zich twee
Zwolse jongemannen naar Itali Gerard ter Borch
de Oude en Pelgrom Hardenstein vader van de
latere Zwolse schilder Dirk Hardenstein 1620
1681 Ze hadden hetzelfde doel zich bekwamen
in de teken en schilderkunst Maar het een hoeft
het ander niet uit te sluiten hun Grand Tour
was deels een studiereis en deels een plezierreis
Gerard en Dirk lieten zich met veel geld op zak
van hun ouders graag de geneugten van het
leven onder de Italiaanse zon welgevallen Regelmatig
bezochten ze volkse kroegen Tijdens een
drinkgelag in La Scrofa de Zeug raakten ze zelfs
met elkaar in gevecht Of drank de oorzaak was is
niet bekend maar dat speelde wel een rol bij het
voornemen van Gerard om in 1611 vanuit Napels
de oversteek te maken naar Spanje Dat mislukte
omdat hij in de haven zo in beslag genomen was
door een met drank overgoten afscheid van zijn
landgenoten dat hij de boot miste
Ter Borch had in Itali zijn wilde haren verloren
merkte hij na thuiskomst op Hij was in 1602
vertrokken en keerde pas tien jaar later weer in
Zwolle terug Daar hield hij het tekenen en schilderen
al gauw voor gezien trad in het huwelijk en
verdiende jarenlang een dik betaalde boterham
als convooi en licentiemeester van Zwolle Toch
was zijn Grand Tour niet zonder resultaat hij
maakte in Rome talloze fraaie tekeningen van
Romeinse tempels tuinen en het Colosseum Die
ervaring droeg hij over op zijn kinderen die bijna
allemaal als natuurtalenten te beschouwen zijn
Zoon Gerard ter Borch de Jonge 16171681 zou
een van de beste schilders uit de Gouden Eeuw
worden terwijl dochter Gesina een belangrijke rol
speelde in het bewaren van niet alleen haar eigen
tekeningen maar ook die van haar vader en haar
broers Gerard Harmen en Moses Ook Gerard ter
Borch de Jonge maakte naast reizen door Duitsland
en Spanje een Grand Tour naar Itali10
Ham en room op de Trijselerberg
Onder welgestelde mensen was het in de zeventiende
en achttiende eeuw populair om een
paar maal per jaar een speeltocht te maken
Een uitstapje zouden we tegenwoordig zeggen
Onder stevig toezicht van volwassenen kon dat
uitgroeien tot een galante belevenis voor ongehuwden
om elkaar beter te leren kennen Dat was
mogelijk het geval bij een wandeling die Gesina
ter Borch 16311690 in 1660 met een aantal
vrienden naar de Trijselerberg bij Hattem maakte
Dat was vanuit de Sassenstraat waar ze woonde
een stevige wandeling van ruim 15 kilometer Ze
staken de IJssel over bij het Kleine Veer kochten
ham en room in Hattem en beklommen de Trijselerberg
om zich daar in de schaduw van elzenloof
neer te vlijen voor de lunch Het geluk scheen
eindeloos te duren tot het weer omsloeg De lucht
werd zwart zodat ze zich terug moesten haasten
naar Zwolle Op het veer begon het te donderen
en bliksemen Drijfnat na een dag van vreugde
en een uur van verdriet zoals Gesina het in een
gedicht over deze wandeling uitdrukte kwamen
ze een tijdje later door de Sassenpoort behouden
thuis Vermoedelijk is het hier geparafraseerde
gedicht van Gesina de eerste beschrijving van een
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 153
wandeling naar de Trijselerberg Tot aan het begin
van de twintigste eeuw kon je daar genieten van
een wijds uitzicht over de hele omgeving Geen
wonder dat een bezoek aan de Trijselerberg zou
uitgroeien tot een echte Zwolse klassieker onder
plezierreizigers en later toeristen Behalve het
gedicht maakte Gesina ook een aquarel die vermoedelijk
door deze dag is genspireerd Tegen de
achtergrond van de IJssel en Hattem zien we hoe
Gesina liefdesletters in een boom kerft11
Toerisme in eigen tuin
Ook in de achttiende eeuw bleef het aantal plezierreizigers
relatief klein Maar er kwam in die
tijd ook een andere vorm van vrijetijdsbesteding
bij Meer en meer welgestelde stedelingen kochten
in navolging van de adel een landgoed enof buitenplaats
in de omgeving Er ontstond een buitenplaatscultuur
op een plek waar de eigenaren in het
voorjaar en de zomer de drukte en de stank van
de stad konden ontvluchten Op het land vonden
ze een rustige schone en veilige omgeving die ze
bovendien naar hun eigen hand konden zetten
Dat wilde ook zeggen laten zien hoe welvarend
ze waren Landschapsarchitecten legden er naar
de nieuwste mode parken en tuinen voor vermaak
aan Na de kunstmatige rechtlijnige Franse
parkinrichting volgde de Engelse romantische
landschapsstijl Door mensenhanden werden
parken herschapen in wilde natuur Er waren
door bomen omzoomde lanen slingerpaadjes
met rododendrons vijvers heuveltjes en prieeltjes
voor een kop thee Voor de dames die hun blanke
huid wilden behouden werd een berceau aangelegd
een beschaduwd laantje van tot een boog
gesnoeide bomen
Bij voorkeur lagen die buitens dichtbij Zwolle
zoals Twistvliet Zandhove Boschwijk Landwijk
Kranenburg en Soeslo Met een rijtuig vaak in
eigen bezit waren ook andere Sallandse buitenplaatsen
en landgoederen makkelijk te bereiken
zoals De Horte Mataram Den Berg Den
Aalshorst Rechteren Vilsteren De Colckhof en
Den Alerdinck Een buitenplaats leek in zekere zin
wel een hedendaags vakantieresort een idyllische
veilige plek waar je onbelemmerd kon genieten
zonder bijna een stap te verzetten Maar s winters
was het er vaak te koud en omdat de kostverdieners
Gesina ter Borch heeft
zichzelf getekend
terwijl zij initialen in
een boom kerft 1661
Rijksmuseum
154 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
op veel dagen in de stad moesten zijn voor werk of
bestuurlijke verplichtingen reisden ze regelmatig
tussen de stad en buitenplaats heen en weer
Omdat de eigenaren van die buitenplaatsen
elkaar vaak tegenkwamen in de toen bloeiende
sociteiten lag het voor de hand dat uitnodigingen
volgden om elkaars buiten eens te bezoeken
Een buitenplaats met grote aantrekkingskracht
was Boschwijk van de Zwolse regent patriot en
dichter Rhijnvis Feith 17531824 Feith kocht
het in 1781 Het was een langgerekt bebost terrein
dat direct opviel in het open landschap waardoor
het omringd was Als dichter en romanticus lag
het voor de hand dat hij het landgoed transformeerde
tot een arcadisch landschap in de Engelse
landschapsstijl Zo aantrekkelijk was de combinatie
Feith en Boschwijk dat de buitenplaats regelmatig
bezocht werd door zijn vrienden uit Zwolle
maar ook door bekende literatoren Onder de titel
Een middag op Boschwijk schreef JA Molster
een impressie van zon vriendenbezoek aan Feith
Het gezelschap bestond die middag uit Rhijnvis
Feith Willem Bilderdijk advocaat en dichter
schrijver Johannes van der Palm hoogleraar
en dichter Jan Frederik Helmers zakenman
en dichter Elias Annes Borger hoogleraar en
dichter en de auteur Johannes Adriaan Molster
advocaat en essayist
Zicht op Boschwijk
omstreeks1820
Geschilderd door
Louis Rhijnvis Feith
17831845 zoon van
de dichter Collectie
Allemaal Zwolle vh
Stedelijk Museum
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 155
Het is een zwoele dag den 3 Augustus van het
jaar 1806 Wel te beklagen degeen die in het zweet
zijns aanschijns zijn brood toen winnen moet
Gelukkig die onder het lommer zich kan neervleijen
en al het genot smaken dat een zomerdag
zoo ruimschoots geeft zonder er de hitte van
te moeten torschen Ik weet niet hoe het mijne
lezers gaat doch als ik soms in de brandende zonnehitte
een eindweegs moest afleggen en een tuin
voorbij liep waar ik eenig gezelschap kalm rustig
en vooral koel onder een boom of in een koepel
bijeen zag dan bekroop mij dikwijls een gevoel
van afgunst en vond ik die gelukkigen zeer onbeleefd
en onmenscheljk dat ze mij niet uitnoodigden
mij armen wandelaar om bij hen plaats te
nemen en wat uit te blazen Ik leid u lezers op
dien warmen derden Augustus buiten onze vaderlandsche
stad Zwol Ge beklaagt het u ligt dat ik
u in die hitte medetroon en aan al de kwellingen
der middagzon bloot stel doch wij ontmoeten
vriendelijke goede menschen die ons niet zullen
weigeren als wij aankloppen en als het u lust
willen wij op het vriendelijk gezellig Boschwijck
een weinig uitrusten van de vermoeijenissen des
daags Boschwijck behoort onzen Rhijnvis Feith
Het zal er ons niet vervelen na een oogenblik rust
zal het ons ook nog eene aangename wandeling
aan bieden Ziet slechts die breede lommerrijke
lanen dien klaren vijver en al de Engelsche partijen
door den eigenaar zelven ontworpen en met
zorg nagegaan Het heeft eene tamelijk groote uitgestrekheid
en als ge tot het einde gaat waartoe
wij al langzamerhand naderen kunt ge uit dien
koepel die op dat heuveltje gebouwd is een charmant
uitzigt genieten op de omstreken van Zwol
en op de vette weilanden12
De multifunctionele bastions
Nederlanders zijn net als de Duitsers en de Engelsen
een volk van wandelaars Onder invloed van
de Romantiek denk aan invloedrijke auteurs als
Rousseau Goethe en later Wordsworth ontstond
ook onder de middenklasse een wandelcultuur
Zo hooggestemd als deze voorgangers hoefde een
Kaart van Zwolle met
de bastions getekend
vanwege de inname van
Zwolle door de bisschop
van Mnster in 1672
door de Vlaamse tekenaar
en graveur Gaspar
Bouttats de Oude ca
16401695 Delpher
Het Geheugen
156 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
minder romantische wandelaar overigens niet te
zijn wandelen in of buiten de stad was onder goede
weersomstandigheden gewoon een prettig tijdverdrijf
Het lijkt erop dat het Zwolse stadsbestuur
zich daar heel goed van bewust was Het creerde
kleine aanpassingen in de stad die het wandelen
misschien is flaneren een beter woord konden
veraangenamen Veel geld mocht het niet kosten
Het oog viel op de mogelijkheden die de alweer
honderd jaar oude verdedigingswerken boden
Na het einde van de Tachtigjarige Oorlog en
het tumult van de bezetting van de troepen van
Bommen Berend in 16721674 hadden de verdedigingswerken
gaandeweg hun oorspronkelijke
functie verloren en een nieuwe oorlogsdreiging
was niet in zicht Toch konden ze niet worden
afgebroken In opdracht van de afdeling Beheer
van s Lands fortificatin van de StatenGeneraal
was Zwolle verplicht de verdedigingswerken zo
goed mogelijk te onderhouden De oplossing van
het stadsbestuur was even vernuftig als goedkoop
Ze gaf toestemming voor het vestigen van leerlooierijen
en touw en lijnbanen goed voor de
stedelijke werkgelegenheid n ze liet de wallen en
de bastions beplanten met rijen bomen zodat het
er in de schaduw prettig wandelen was
Kijklustige wandelaars waren er al vanaf het
prille begin geweest maar die wandelaars kwamen
tot dan toe vooral om de sterkte van de verdedigingswerken
te bewonderen Nu verschoof
de aandacht naar het wandelen zelf De bastions
boden de wandelaar een totaalbeleving Wie toen
een bastionwandeling maakte kwam zintuigen
tekort je rook van verre de geur van graan olie en
eek eikenbast gebruikt bij het leerlooien en al
bij een beetje wind hoorde je het draaien van de
wieken En wie genoeg had van de molens kon de
arbeiders zien zwoegen op de leerlooierijen en de
lijn en touwbanen Of de doorsnee achttiendeeeuwer
dat ook zo ervoer is maar de vraag de stad
was ook buiten de bastions al vol van dat soort
geluiden en geuren
Pas in 1790 kreeg Zwolle de vrijheid te doen
met de fortificaties wat het wilde De gedachte
Gezicht op Zwolle met
Kamperpoort en Peperbus
door Pieter Jan van
Liender 17271779
Omstreeks 1760 Ongeveer
hetzelfde uitzicht
dat Harm Boom zie
pagina 170 had vanuit
zijn kamer in logement
De Zeven Provincin
in 1846 Rijksprentenkabinet
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 157
ging uit naar slopen De ironie wil dat vijf jaar
later toch weer een vijand voor de deur stond in
de winter van 17941795 viel het Franse revolutionaire
leger ons land binnen dat tot eind 1814
samen met het Bataafs patriottisch bestuur aan
de touwtjes bleef trekken Daardoor zou het nog
flink wat jaren duren voor de Zwolse bestuurders
een definitief besluit over de oude vestingwerken
namen Ondertussen kwamen plezierreisjes op
een laag pitje te staan
De stad is een onregelmatige veelhoek geworden
Na het vertrek van de Fransen werden onze
gewesten deel van het Koninkrijk der Nederlanden
en trad een lange periode van herstel in Toen
de rust was teruggekeerd kregen sinds lange tijd
plezierreizigers weer de kans op stap te gaan
In de zomer van 1823 wandelden twee Leidse
studenten Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp
honderden kilometers door het nieuwe
Koninkrijk Ze vertrokken op 28 mei uit Amsterdam
en kwamen op 12 juli in Zwolle aan Door
het slechte weer hadden ze vanuit Kampen de
trekschuit genomen Toen ze bij de Kamperpoort
van boord gingen was het maar een paar minuten
lopen naar logement de Zeven Provincin op de
hoek van de Hoogstraat nu Harm Smeengekade
van Jan Held een onderkomen voor heren
van stand Net als in elke andere plaats waar de
studenten verbleven legden ze meteen contact
met de stedelijke elite Maar dat viel aanvankelijk
tegen Gouverneur van Overijssel Bentinck tot
Buckhorst ontving hen in zijn ambtswoning in
de Diezerstraat beleefd maar koel en bleef staan
want hij was in groot kostuum en scheen haast te
hebben Meer Zwolse gastvrijheid ondervonden
ze van Herman Tobias de stadssecretaris Zijn
vrouw nodigde hen uit te komen souperen wat
uitpakte in eene heerlijke Fransche soep Daarna
wilden Van Lennep en Hogendorp wel iets van
Zwolle zien En net als de meeste hen voorafgaande
plezierreizigers kozen ze voor een wandeling
over de bastions
De Heer Tobias kwam ons zoals hij beloofd
had om vier uur afhalen Hij leidde ons over
de stadsschansen rond die met hoge en zware
bomen beplant waren De bolwerken heeft men
echter helemaal bedorven doordat er kleine tuintjes
ingevoegd zijn en een gedeelte van de gracht
gedempt is De stad is daardoor een onregelmatige
veelhoek geworden In een sociteit buiten de stad
dronken wij thee wandelden over enige fraaie
lanen en daarna door een bekoorlijke landstreek
met een aangename afwisseling van korenvelden
en weilanden De akkerlanden om de stad zijn
veel geld waard en worden hier berekend per mud
zaaigoed Na onze wandeling schreven wij brieven
en gingen tegen half twaalf naar bed
Te acht ure stapten wij
in den Buikslooter het
begin van de reis door
Nederland van Jacob
van Lennep en Dirk
van Hogendorp op 28
mei 1823 Uit Nederland
in den goeden
ouden tijd 1942
158 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Een beetje gelijk hadden de heren uit Amsterdam
wel de vestingwerken waren in de loop der jaren
een rommeltje geworden Maar ondanks deze
wrevelige woorden maakte Zwolle een prettige
opgewekte indruk op ze De volgende dag wandelde
Tobias met hen naar de Grote Markt waar een
aantrekkelijke rij schoonheden aan het luisteren
was naar veldmuziek van de dragonders van het
Zwolse garnizoen Na een kop koffie in de Groote
Sociteit in de Koestraat nam hij hen mee voor
een wandeling langs het Zwartewater Ze genoten
van de prachtige vergezichten op de fraaie buitenplaatsen
langs de oever Ongetwijfeld hebben
ze hun oog laten vallen op de Ketelkolk aan de
Gasthuisdijk en op buitenplaats Twistvliet dat een
paar jaar eerder was aangekocht door houthandelaar
Eindhoven Enigszins verrast merkten ze op
dat het Zwartewater inderdaad zwart van kleur is
maar dat als je het water in een glas doet het wit
en helder is Weer terug bij de Zeven Provincin
was het buitenplein stampvol met Zwollenaren
die luisterden naar het tweede concert van het
garnizoen
Op de derde dag van hun verblijf in Zwolle
nam Tobias zijn gasten mee voor alweer een klassieke
wandeling Langs de pas aangelegde Willemsvaart
1819 wandelden ze naar het Katerveer
om daar met een boot de IJssel over te steken
Hattem vonden de gasten een ellendige vervallen
stad waar de straten zo slecht geplaveid waren
dat je er niet doorheen kon rijden Dat deden ze
dan ook niet Ze wandelden door korenvelden
over de hei naar de Trijselerberg waar ze van het
uitgestrekte panorama genoten tot Nijkerk aan
toe Beneden zagen ze dat het Huis Molecaten verworden
was tot een woonplaats voor honden Wel
waren de twee papiermolens van het landgoed in
bedrijf aangedreven door een beekje dat van de
berg af huppelde Weer terug in Zwolle maakten
ze nog een avondwandeling rond de stad wederom
onder leiding van de onvermoeibare Herman
Tobias Zo kwam een einde aan drie dagen sightseeing
Zwolle Het verblijf was Van Lennep en Van
Hogendorp goed bevallen Logement de Zeven
Provincin vonden ze zelfs het beste onderkomen
dat ze tot dan toe waren tegengekomen De vol
Logement de Zeven
Provincin op de
Beestenmarkt nu
Harm Smeengekade
omstreeks 1830 Het
logement beschikte over
een stalling voor vijftig
paarden en een ruim
wagen en koetshuis
Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 159
gende dag was Tobias zo galant de heren met zijn
wagen met harddravers de stad uit te rijden in de
richting van Meppel Na een rit van drie uur kwamen
ze aan bij buitenplaats de Rollecate van baron
Van Dedem de stichter van het gelijknamige
kanaal Daar namen ze afscheid van hun gastheer
en bedankten hem voor al zijn vriendelijkheden
Met recht lijkt ons Herman Tobias verdient de
eretitel van de eerste stadsgids van Zwolle13
Het verleden wordt gesloopt
Vijftien jaar na het bezoek van Van Lennep en Van
Hogendorp nam de gemeente onder het bestuur
van burgemeester Vos de Wael een kloek besluit
met ingrijpende gevolgen In 1838 presenteerde het
college een plan voor de uitbreiding van Zwolle De
tijden en de omstandigheden zijn aanzienlijk
veranderd Sedert het laatst der vorige eeuw is Zwolle
gelukkig geene vesting meer Het beleid moest daarom
honderdtachtig graden worden bijgesteld
Oudtijds was men genoodzaakt de stad zoo
veel mogelijk ontoegankelijk te maken en ze tot
een groot bolwerk te stichten Thans kan men ze
geheel penstellen en de huivering verwekkende
bolwerken bastions en hooge wallen kunnen nu
tot aangenaame lustplaatsen en wandeldreven
aangelegd worden
Met voor Zwolle ongewone voortvarendheid
werd het plan gerealiseerd Vijf jaar later vertelde
burgemeester Vos de Wael trots tegen de raadsleden
dat de oude nauwe poorten zonder bouwkundige
waarde waren gesloopt en opgeruimd
De hoge wallen en borstweringen waren veranderd
in aangename wandeldreven
De kaart van Zwolle
omstreeks 1860 met de
begroeiing op de bastions
groen ingekleurd
Collectie HCO
160 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
En zo was het de stadsmuren en de meeste
grote en kleine poorten waren verdwenen de
Diezerpoort al in 1829 de Kamperpoort in 1833
Alleen de Sassenpoort overleefde de sloophamer
waarschijnlijk omdat die van de drie stadspoorten
nog het meest in goede staat verkeerde We
zouden de stadsbestuurders deze vernietiging van
het historisch erfgoed kunnen verwijten maar zij
keken er niet met de ogen van onze tijd naar Ook
na hen zouden Zwolse bestuurders vergelijkbare
keuzes maken En daarin had de burgemeester
gelijk door het sloopwerk was er ruimte gekomen
voor aangename lustplaatsen en wandeldreven
Een kaart uit het midden van de negentiende
eeuw laat zien dat alle elf bastions waren herschapen
in plantsoenen en lanen met dubbele rijen
bomen Ze waren nadrukkelijk bedoeld voor de
Zwolse gemeenschap om te wandelen een soort
toerisme in eigen stad Openbare of publieke
wandelingen werden ze genoemd Veel geld
was daar niet mee gemoeid want de gemeente
vond een oplossing waarbij het mes aan twee
kanten sneed zoals een bezoekster van onze stad
opmerkte
Alle werk aan stadswallen en wandelingen
wordt meestal in den winter verrigt wanneer
velerlei andere arbeid stil staat en dus vele lieden
bij gebrek aan werk zouden moeten bedelen Op
die wijze is de verfraajing der stad dienstbaar
gemaakt aan het hier aangenomene beginsel
ook bij het armwezen dat de ledigheid nimmer
mag gevoed en de ondersteuning aan lieden die
gezond zijn in arbeid moet verstrekt worden14
De openbare wandelingen werden al snel populair
onder Zwollenaren Ze lagen aan de rand van de
stad en dat was alleen al door de betrekkelijke
rust die dat bood aantrekkelijk voor welgestelden
om er een stadsvilla te bouwen Bij de latere
verkoop van een huis op zon locatie werd in de
advertenties dan ook nooit onvermeld gelaten
dat het gelegen was aan de openbare wandeling
De Suikerberg aan de Potgietersingel was een van
de populairste wandelingen in de stad Het park
was al veel eerder voorbestemd om wandelplaats
te worden Coenraad Willem baron van Dedem
16441714 volgens tijdgenoten een vermaard
krijgsman uit de Spaanse Successieoorlog kreeg
Het in 18401841
gebouwde Paleis van
Justitie op de plek van
de daar gesloopte wallen
ca 1845 Getekend
door FAC Hoffmann
onder supervisie van
J Plgger Foto collectie
HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 161
van het stadsbestuur het recht het bastion met
bomen te beplanten en in te richten als wandeling
Hij kon vanuit zijn huis Koestraat 10 door
een gang onder de stadswallen zijn privwandelplaats
bereiken Eeuwenlang stond de Suikerberg
daarom ook wel bekend als het Bestevaershofje
of Bestevaers wandeling15
De metamorfose die Zwolle had ondergaan
mocht gezien worden Veel was gesloopt maar
velen vonden in die tijd dat de stad er door de aanleg
van de openbare wandelingen een stuk mooier
door was geworden Stadstekenmeester Jacob
Plgger 17951871 leraar aan de Zwolse tekenschool
zag er brood in en vroeg de jonge Zwolse
tekenaar FAC Hoffmann 18221889 een aantal
stadsgezichten te maken Dat leverde zes fraaie
gravures op stuk voor stuk gemaakt enkele jaren
na de aanleg van de openbare wandelingen Iedere
Zwollenaar zal zich na het zien van de prenten
hebben gerealiseerd de stad heeft een heel ander
aanzien gekregen
Het Engelse Werk
En er was meer In de negentiende eeuw werden
ook wandelingen buiten de grachtengordel aangelegd
Populair was de brede met bomen omzoomde
weg langs de Willemsvaart naar het Katerveer
Onderweg kon de wandelaar nog even iets nuttigen
bij het Koffie en Roomhuis van Tijssen Bij
het Katerveer troffen de wandelaars reizigers aan
uit de richting van Hattem die net met het veer de
IJssel waren overgestoken Logement en Koffiehuis
Katerveer was erg populair Van der Aa schreef in
zijn Handboekje voor reizigers 1849 Des zomers
heeft hier veelal des Zondagsnamiddags muziek
plaats en komen dan de Zwollenaren en Hattemers
derwaarts wandelen Hij vergat nog de zondagse
danspartijen die er georganiseerd werden16
Een en ander was goed te combineren met
een wandeling door het Engelsche Werk In 1828
had de gemeente besloten de oude verdedigingswerken
in het Nieuwe Werk te slopen om er door
architect Van Lunteren uit Utrecht een openbare
wandelplaats te laten aanleggen In de jaren dertig
werd dat plan gerealiseerd door inzet van Zwolse
werklozen Het geeft aan dat de gemeente Zwolle
belang hechtte aan groen in of nabij de stad
omdat juist in die jaren de financile toestand van
de stad vrij slecht was De naam van het park verwijst
naar de Engelse landschapsstijl die toen in
de mode was Wandelaars konden er genieten van
de volmaakte stilte en van den waarlijk schoonen
aanleg der heuvelachtige en waterpartijen17
Deel van het plan voor de renovatie van het Wandelpark genaamd het Nieuwe
Werk te Zwolle uit 1878 van de landschapsarchitect Wattez uit Bussum
Uit Rapport Historisch overzicht van het Engelse WerkSpoolderbos
162 jrg 37 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Toch was het Engelse Werk niet meteen een
succes Het lag toch wel wat ver van de stad En
het werd er allemaal niet mooier op toen in 1864
de spoorlijn ZwolleUtrecht dwars door een deel
van het park werd aangelegd Mismoedig stelde
de raad vast dat het afgesneden stuk niet meer als
wandelplaats werd gebruikt en langzamerhand
een dichtbegroeide wildernis was geworden die
tot niets dient In 1878 liet het gemeentebestuur
een plan maken het park zo in te richten dat er
een schoone gelegenheid voor een rijtoer te verkrijgen
zou zijn Wat aangeeft dat de doelgroep in
die jaren nog steeds bestond uit de betere standen
Maar dat zou veranderen Tegenwoordig is het
park populair bij vele Zwollenaren Door zorgvuldig
beheer was en is het park alleen al bijzonder
door de rijke flora en fauna OudZwollenaar
Eli Heimans 18611914 natuurbeschermer
en schrijver van vele boeken over alles wat leeft
en bloeit kwam speciaal voor het Engelse Werk
graag nog eens terug naar zijn geboortestad
De laatste week van de vorige zomervacantie
heb ik te Zwolle doorgebracht t Was de heele
Maandag drukkend warm geweest zoo warm dat
ik geen lust had in t open veld of langs de dijken
te gaan botaniseeren Thuis blijven dus Neen
daarvoor is men immers in de vacantie niet buiten
Dan maar in de late namiddag naar
t Nieuwe Werk zoo als de officiele naam luidt of
naar t Engelsche Werk zoo als de Zwollenaars het
noemen Dat Engelsche Werk nu is een park zoo
mooi als er weinig in ons land zijn Misschien ben
ik in dit opzicht niet onbevooroordeeld maar mij
dunkt het Haagsche bosch en de Haarlemmerhout
zijn niet mooier18
Al in de negentiende eeuw was in het Engelse
Werk een prettige gelegenheid nu Uitspanning
Het Engelse Werk voor dorstige wandelaars Wie
te moe was om terug te wandelen kon zich bij het
Katerveer met een wagen naar Zwolle laten rijden
en vanaf 1885 met de paardentram Ideaal voor
gezinnen met kleine kinderen
Wandelboekje voor
natuurvrienden door
Heimans en Thijsse
1901 Collectie auteur
Het Engelse Werk omstreeks 1900 Collectie auteur
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 3 163
Op reis naar Zwolle
In de negentiende eeuw groeide het aantal plezierreizigers
gestaag Die kwamen hier merendeels
met schepen of rijtuigen aan Zwolle maakte deel
uit van een wijdvertakt netwerk van schepen
trekschuiten gewone schuiten zeilschepen
diligences vanuit en naar alle delen van het land
Over de weg was postwagenonderneming Concordia
van W en A Visscher en A Kiesebrink
een belangrijke vervoerder van post maar ook
van passagiers Het bedrijf was gevestigd bij logement
de Keizerskroon in de Kamperstraat De
paarden werden aan de achterkant op de Ossenmarkt
gestald Maar

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2018, Aflevering 3

Door 2018, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Suikerhistorie
Restaurant snackbar Oase
Groot Wezenland 35
De panden Groot Wezenland 25 zijn gelegen aan
de doorgaande weg naar Assendorp en rond 1885
gebouwd in neorenaissance stijl Aanvankelijk
waren kleine middenstanders eigenaar De nummers
4 en 5 zijn rond 1900 samengevoegd In het
begin van de vorige eeuw was nr 3 eigendom van
GHS Elfrink banketbakker en kok In 1921
werd de zaak overgenomen door de Amsterdammer
W Gemke die al eigenaar was van nr 4 en
5 Hij liet het geheel verbouwen Naast de bakkerswinkel
kwam er nu ook een lunchroom Deze
situatie duurde tot 1958 toen Antony Kamphuis
telg uit een bekende Zwolse horecafamilie het
pand overnam verbouwde tot cafrestaurant en
de naam Oase gaf Wellicht dat het in de oase te
rustig bleef Na drie jaar droeg hij het pand over
aan SJ Elzinga die het voortzette onder de naam
kippen en eierenrestaurant sic De Roerdomp
In 1978 werd het pand weer opgesplitst In nr 3
kwam bar De Faun in nr 4 caf de Singel en
nr 5 boven werd ingericht voor kamerverhuur
Onlangs vierde de Singel zijn veertigjarig bestaan
Nog steeds hangt er een gezellige sfeer in dit caf
De drankjes zijn er goed de tapas lekker en qua
muziek is het onder meer genieten van funk en
soul soms live
Op nr 3 kun je pizzas uit een hout gestookte
oven bestellen en afhalen Vandaar ook de naam
Fornos Zwolle Buon appetito
Wim Huijsmans
Collectie ZHT
Groot Wezenland 25 anno 2018 met links op nummer 4 caf de Singel en
rechts op nummer 3 Fornos Zwolle Foto Annt Bootsma
114 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Suikerhistorie Wim Huijsmans 114
Vitragewinkels in Assendorp
Voorgoed gesloten winkels langs stille
straten in een Zwolse wijk
Kees Canters 116
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 16 Spandoeken voor
het stadhuis 1968
Jan van de Wetering 143
Flevoland ontworpen op
Zwolse tekentafels
Maarten F Otto 159
Boeken 165
Auteurs 169
Tijdens een etentje in Assendorp werd
Kees Canters zich bewust van de vele
voormalige winkelpanden in de wijk
door hem benoemd als vitragewinkels Aan de
pui is nog te zien dat het pand oorspronkelijk
een winkel is geweest maar de oorspronkelijke
etalages zijn afgesloten met vitrage omdat er nu
alleen nog wordt gewoond Dit verschijnsel prikkelde
de nieuwsgierigheid van Canters dusdanig
dat hij besloot de opkomst bloei en neergang
van het winkelbestand in Assendorp in kaart te
brengen
Jan van de Wetering is bij zijn beschrijving
van Zwolle in de jaren zestig van de vorige eeuw
aangeland bij het jaar 1968 Een tumultueus jaar
vanwege de protesten tegen de oorlog in Vietnam
de Praagse Lente die zo bruut werd beindigd de
studentenprotesten in Parijs en de moorden op
Martin Luther King en Robert F Kennedy in de
Verenigde Staten In Zwolle was het wat dat betreft
heel erg rustig al gingen tweeduizend scholieren
wel de straat op om te protesteren tegen de inval
van Rusland in TsjechoSlowakije Maar toen
daarbij ook een spandoek tegen de oorlog in Vietnam
werd ontrold greep de politie in
Maarten F Otto heeft een biografie geschreven
over het leven en met name het werk van zijn
vader Will Otto 19192008 die van 1963 tot
1976 directeur was van de Rijksdienst voor de
IJsselmeerpolders waarvan het hoofdkantoor in
Zwolle Flevogebouw stond Als directeur heeft
Otto een belangrijke invloed gehad op de ontwikkeling
van Flevoland en met name Lelystad
Tenslotte uw aandacht voor de rubriek boeken
waar de recent verschenen biografie van
Thorbecke en het nieuwe boek over Assendorp
besproken worden De redactie wenst u weer veel
leesplezier
Cover Vitragewinkels aan de Van Karnebeekstraat
Detail meerkleurenhoutdruk zie ook p 141
Kees Canters 2016
Redactioneel Inhoud
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 115
116 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Vitragewinkels in Assendorp
Voorgoed gesloten winkels langs stille straten
in een Zwolse wijk
Kees Canters Een tijdje geleden zat ik samen met anderen te eten bij een restaurant in Assendorp op een kruising van
straten We zaten buiten het was een heerlijke zomeravond en ik keek wat om me heen Opeens constateerde
ik dat er op de drie andere hoeken van de kruising een winkelwoning stond weliswaar allemaal niet meer
als winkel in gebruik maar wel onmiskenbaar als winkel gebouwd Wat me ook opviel was dat om inkijk
te voorkomen en wellicht ook bedoeld als zonnewering de oorspronkelijke etalages waren afgesloten met
vitrages Het waren vitragewinkels geworden dat wil zeggen panden die oorspronkelijk als winkels waren
bedoeld met de pui nog min of meer in takt en met direct achter de ramen hangende vitrages of jaloezien1
Nieuwsgierig geworden besloot ik vervolgens om te proberen de opkomst de bloei en de neergang van het
winkelbestand in Assendorp in kaart te brengen
De eeuw van de winkel
De twintigste eeuw kan worden beschouwd als
de eeuw van de winkel het toen in gebruik zijnde
intermediair tussen producent en consument
voor het verhandelen en doorgeven van meestal
betrekkelijk kleine artikelen artikelen die je in een
tas kunt meenemen
Van de vijftiende tot de achttiende eeuw
speelde detailverkoop aan de straat zich af voor de
pui van een woonhuis meestal onder een afdak
met naar voren neerklappende vensterluiken die
als toonbank fungeerden2 In de eerste helft van
de negentiende eeuw kwamen er etalagekasten in
zwang om de aangeboden artikelen aan potentile
kopers te tonen buiten het gevelvlak uitstekende
vitrinevormige etalages met kleine ruiten3
Na deze rechthoekige etalagekasten moet
er rond 1870 een voorkeur zijn ontstaan voor
winkelpuien bestaande uit een houten raamwerk
met drie of vier pilasters De meest voorkomende
puien waren driedelig bestaande uit twee etalagevensters
met daartussen een deur of deurnis
maar er kwamen ook twee of vierdelige puien
met segmentbogen rondbogen ezelsrugbogen en
vlakke bogen met afgeronde bovenhoeken voor
De pilasters waren in het begin vlak later meestal
voorzien van verticale verdiepte panelen met
decoratieve vullingen waarvan de elementen ook
te vinden zijn in kapitelen bogen en kroonlijst
Verkoop op straat de
vensterluiken werden
omhoog en naar voren
geklapt waardoor er
licht kon toetreden in
de winkel en er tegelijkertijd
ruimte ontstond
droog om de
koopwaar uit te stallen
Detail Stadhuis van
Amsterdam P Saenredam
1657 Rijksmuseum
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 117
Vooral rond 188090 ontstond er een voorkeur
voor halfzuiltjes en vrijstaande zuiltjes van hout
of gietijzer in vorm en versiering verwant aan
de sedert 186070 gebruikelijke modellen van
lantaarnpalen4 In het onderstaande zal ik aan de
hand van voorbeelden uit Assendorp vooral op dit
type winkelpui wat dieper ingaan Maar eerst nog
wat achtergronden van het winkelwezen in het
algemeen en een verkenning van het winkelbestand
in Assendorp in de laatste honderd jaar
Achtergronden
Tot ver in de negentiende eeuw was er veelal f
sprake van productie voor eigen gebruik f
er was een veel directer contact tussen producent
veelal in werkplaatsen en consument die bij wijze
van spreken om de hoek woonde Door de industrialisatie
werd het mogelijk om bijvoorbeeld
kruidenierswaren in kleine verpakking te leveren
hetgeen de detailhandel in die artikelen inclusief
de aanvoer met paard en wagen of per automobiel
in hoge mate zal hebben gestimuleerd Hierdoor
kwam er een scheiding tot stand tussen het
productiegebied en het consumptiegebied Waar
die gebieden voorheen samenvielen binnen een
regio vielen ze nu uiteen en werd het mogelijk om
producten wezenlijk goedkoper aan te bieden Dit
betekende de opkomst van het winkelwezen in het
begin van de twintigste eeuw
Parallel hieraan verliep de opkomst van de
grote producenten in de voedingsindustrie zoals
CSM suiker en stroop Zwanenberg vleeswaren
Van den Bergh en Jurgens beide margarine later
gefuseerd en vervolgens opgegaan in Unilever
Niemeyer tabak en koffie en Van Nelle tabak
koffie en thee Om zo voordelig mogelijk in te
kopen ontstonden er omstreeks 1900 coperaties
Ook in Assendorp zoals de Coperatieve Broodbakkerij
en Verbruikersvereeniging Vooruit
1904 aan het Assendorperplein of de Nieuwe
Coperatieve Zwolsche Winkelvereeniging 1903
aan de Assendorperstraat 6470 waar nu de Action
zit De onderlinge concurrentie tussen landelijke
coperaties zoals Enkab Centra VG en ViVo5
leverde natuurlijk ook weer hier en daar een extra
kruidenierswinkel op in Assendorp kwamen er op
deze wijze een Centrawinkel en een ViVowinkel
Voorbeeld van winkelpui
met etalagekast
1927 in Leiden Fotograaf
onbekend collectie
Rijksdienst voor
het Cultureel Erfgoed
objectnr 8874
Bouwtekening van de
hand van GG Post
uit 1904 van Assendorperplein
19 de
bakkerswinkel r en de
ingang van de stalling
voor de broodkarren
van de Coperatieve
Broodbakkerij en Verbruikersvereeniging
Vooruit Collectie
HCO
118 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
En er ontstonden winkelketens met een
fijnmazig netwerk van verzorgde en uniform
ingerichte kruidenierswinkels verspreid over
het hele land Deze ketens kwamen voort uit wat
veelal oorspronkelijk was begonnen als een enkele
winkel zoals de familiebedrijven Simon de Wit
Albert Heijn P de Gruyter Albino en De Spar
waarvan de laatste drie ook in Assendorp een vestiging
hadden Na de Tweede Wereldoorlog probeerden
de coperaties ook tegengas te geven aan
deze grootgrutters De meeste familiebedrijven en
coperaties bleken op den duur niet opgewassen
tegen de supermarkten die in de jaren zestig en
zeventig de voedingsmiddelenmarkt veroverden
Het zich snel ontwikkelende winkelwezen in
het begin van de eeuw bracht met zich mee dat
veel artikelen nu op andere wijze dan voorheen
werden aangeboden namelijk in standaardverpakking
waardoor de winkelier niets meer aan een
product hoefde toe te voegen maar dat ook niet
kon en de winstmarges afnamen
Een totaal andere maar zeker kwantitatief
gezien belangrijke factor die bijdroeg aan de
opkomst van nieuwe winkels was de verzuiling
Elke zuil kreeg op den duur zijn eigen kruidenier
groenteboer slager melkboer en bakker waardoor
in bepaalde branches het aantal winkels sterk
toenam Om een indruk te geven van het aantal
zuilen destijds in Nederland kunnen de volgende
categorien worden onderscheiden 1 christelijk
1a roomskatholiek 1b protestant 1b1
hervormd 1b2 gereformeerd 2 openbaar 2a
liberaal 2b socialistisch Als er daardoor binnen
een bepaalde branche steeds meer winkels kwamen
werd de spoeling steeds dunner en viel er op
den duur met een winkel geen inkomen meer te
verdienen
Hoe deze verzuiling in de praktijk uitpakte
vertelde mevrouw Balkestein mij mevrouw
Balkestein is de dochter van de bloemist die in
de jaren dertig gevestigd was op de hoek van de
GroenestraatCoetsstraat Toentertijd was Siebelt
Sigaren aan de Molenweg 53 een katholieke middenstander
dat gaf houvast Deze Siebelt maakte
reclame door briefjes in de brievenbus te deponeren
met daarop de aanmaning dat katholieken
hun rokertje vanzelfsprekend bij katholieke sigarenboeren
kochten Deze wijze van reclamemaken
werd echter niet op prijsgesteld in Assendorp
en er ontstond zowaar een kleine rel Overigens
rookte vader Balkestein geen sigaren van Siebelt
maar van Helderman Van Ittersumstraat 62
In de tweede helft van de vorige eeuw deed zich
een bijna omgekeerde ontwikkeling voor ten
opzichte van die van de eerste helft van de eeuw
De opkomst van het verschijnsel warenhuis aan
het begin van de twintigste eeuw en vervolgens
van de supermarkt in de naoorlogse periode zette
de kleine winkels zwaar onder druk Voor de
eerste super in Assendorp de PickPack aan de
Assendorperstraat 31 werd in 1959 een geheel
nieuw pand opgetrokken De komst van de zelfbedieningszaak
baarde opzien ook al betrof het
naar huidige begrippen gemeten slechts een kleine
supermarkt De kleine winkels waren kleinschalig
opererende eenmansbedrijfjes geweest die het op
den duur niet konden volhouden Tegenwoordig
gaat het naast de klassieke middenstandswinkels
die er in Assendorp ook nu nog veel zijn veelal
om vestigingen van grootschalig opererende
supermarkten franchisehouders van winkelketens
of winkeliers die vooral via internet verkopen
De winkel van Fruitema
hoek Molenwegvan
Ittersumstraat
werd in 1935 verbouwd
tot een Albinowinkel
naar een voor die tijd
zeer modern ontwerp
tot op de huidige dag
is de toen gemaakte
opvallende winkelpui
vrijwel onaangetast in
stand gebleven
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 119
Daarnaast zijn tegenwoordig veel winkels als
je die tenminste nog winkels in de traditionele zin
des woords wilt noemen ook totaal anders opgezet
het gaat om funshoppen en de klant moet
worden gelokt met toeters en bellen en met gadgets
maar ook met oude spullen in allerlei soorten
en maten die in leuke winkeltjes te koop worden
aangeboden
Je zou zelfs kunnen spreken van een winkelbeleving
als je een fles wijn gaat kopen bij de
winkel van Mondovino in de Assendorperstraat
hetzelfde geldt voor de felgekleurde winkel in
feestartikelen van Meinesz en Bennesz In de
kelder onder de winkel zit zelfs het Sinterklaasmuseum
de winkel wordt hiermee haast zelf een
museum Voor Waanders In de Broeren in de binnenstad
geldt min of meer hetzelfde de winkel is
een toeristische attractie geworden met een horecagelegenheid
in het koor van de voormalige kerk
Voor sommige speciaalzaken zoals een lijstenmaker
en een dierenspeciaalzaak is er een
markt gebleven of zelfs een nieuwe ontstaan
beauty en massagesalons of fitness en sportscholen
Deze markt strekt zich verder uit dan
vroeger toen het ging om een paar woonblokken
of een iets groter gebied maar dan toch een
beperkt deel van de wijk Zeker in het geval van
kruidenier slager bakker melkboer en groenteboer
die elk voor zich voorzagen in een deel van
de primaire levensbehoeften en met elkaar er voor
zorgden dat men voor de dagelijkse boodschappen
de wijk niet uit hoefde
Het ging bij die vroegere winkeltjes dus vooral om
de eerste dagelijkse levensbehoeften Maar ook
om secundaire behoeften inclusief reparatie en
zelfmaak zoals kledingmaker manufacturen
textiel schoenenmaker en fietsenmaker
Tegenwoordig gaat het veel meer om luxeartikelen
elektronica comfort en fastfood van allerlei
herkomst en in alle maten kleuren en gradaties
In de plaats van een complex van kleinschalig
opererende winkelstraten gaat het nu om de
koopgoot en een shopping mall waarbij ook de
De zelfbedieningszaak
Pickpack aan
de Assendorperstraat
31 in de jaren zeventig
Het was de eerste
supermarkt in de wijk
PickPack een welgekozen
naam enigszins
Amerikaans klinkend
in die tijd zeker een
aanbeveling werd in
1959 in opdracht van
ondernemer PF Francken
gerealiseerd naar
een ontwerp van de
Assendorpse architecten
Gebr Boxman Veel
oudere Assendorpers
kunnen zich de winkel
nog herinneren de
winkel heeft indruk
gemaakt Foto J de
Koning collectie HCO
120 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
functie en betekenis van kopen totaal veranderd
is kopen is vooral kijken geworden inclusief flaneren
het is nu vermaak en daarmee een serieuze
vorm van vrijetijdsbesteding Aansluitend op deze
meer luxe beleving van winkels en winkelstraten
zijn er ook winkels en bedrijfjes in de sector zorg
bijgekomen zowel paramedische zorg en thuiszorg
als zorg voor het uiterlijk De laatste categorie
ook weer in alle soorten en maten pedicures nailstudios
de meest uiteenlopende therapievormen
fitness en massagesalons
Naast de verandering van de aard van het
winkelwezen schaalvergroting warenhuizen
winkelketens gespecialiseerde winkels maar
ook door de ontzuiling speelde bij het verdwijnen
van veel van die betrekkelijk kortlevende
winkeltjes ook een rol dat er van regeringswege
een rem op het houden van een winkel gezet
werd om de middenstanders tegen zichzelf te
beschermen Er moest een minimale jaaromzet
worden gehaald en als dat een paar jaar niet
gebeurde werd de zaak gesloten Daarbij speelde
natuurlijk ook een rol dat de regering zich in de
naoorlogse periode dergelijke maatregelen kon
veroorloven er was immers voldoende werkgelegenheid
voor handen Dit in tegenstelling tot de
jaren dertig de crisistijd toen de winkeltjes als
paddenstoelen uit de grond schoten men leed
armoe en wilde zo niet moest iets bedenken om
een inkomen te hebben6 Waarschijnlijk speelde
hierbij ook een rol dat nieuwe middenstandsvergunningen
na het tot stand komen van de
WRO Wet op de Ruimtelijke Ordening 1965
alleen werden uitgegeven voor locaties waar een
winkelbestemming op lag In Assendorp zijn dat
tegenwoordig de Assendorperstraat en de Van
Karnebeekstraat
Toch kunnen veel oudere bewoners van
Assendorp zich nog goed herinneren dat de kleine
winkeltjes volop in bedrijf waren en deze formule
het tot ver in de twintigste eeuw heeft volgehouden
Hiervan getuigen op veel plaatsen de nog
betrekkelijk ongeschonden puien Nu aan het
begin van de eenentwintigste eeuw worden we
dagelijks geconfronteerd met nieuwe mogelijkheden
om via internet aan artikelen te komen Het
fenomeen winkel dat in het midden van de vorige
eeuw zijn hoogtepunt beleefde is daarmee een
typisch twintigsteeeuws verschijnsel
Assendorp als casus
De bovenstaand in algemene termen geschetste
ontwikkeling van de eeuw van de winkel kan
meer in detail gellustreerd worden aan de hand
van hetgeen er op dit gebied gebeurde in Assendorp
een oude arbeiderswijk gelegen net buiten
de omgrachte binnenstad van Zwolle Enerzijds
omdat er metterdaad veel dynamiek was waarbij
met name het winkelbestand steeds weer veranderde
Anderzijds omdat er tot op de huidige dag
relatief veel winkelpuien redelijk gaaf in tact zijn
gebleven waardoor men nog een fysieke indruk
kan krijgen van hoe het is geweest Daarbij moet
men zich ook realiseren dat de stadsvernieuwing
in de jaren 19701980 die ook in Assendorp om
zich heen greep vroegtijdig gestopt kon worden
waardoor niet heel OudAssendorp vervangen
werd door nieuwbouw
Onderstaand ga ik nader in op de ruimtelijke
verdeling in de tijd van al deze winkels Daarnaast
vertel ik wat over de in de loop der tijd vertegenwoordigde
branches en de aantallen winkels per
branche Tenslotte ga ik in op de bij de vormgeving
van de winkelpuien toegepaste bouwstijlen
Om het overzichtelijk te houden concentreer ik de
De hoek Groot Wezenland
en Assendorperstraat
Komend van
het centrum was dit tot
het eind van de jaren
vijftig voor de aanleg
van de Luttenbergstraat
en de sloop van de
op dat trac liggende
huisjes de entree van
de Assendorperstraat
Foto Keuzekamp collectie
HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 121
aandacht op drie momenten in de tijd de situatie
rond 1900 rond 1950 en rond 2000
Ik ga niet in op de inrichting van de winkels
en ook niet op de wijze van gebruik met bij
voorbeeld een magazijn en wat dies meer zij
Aangezien ik niet ben opgegroeid in Assendorp
kan ik uit eigen herinnering niets vertellen over
de winkeliers zelf en hun gezinnen uit deze wijk
Bovendien hebben anderen dat voor mij al gedaan
en dan denk ik vooral aan Dick en Coleta Hogenkamp
die een drietal interessante humoristische
en gedetailleerde boekjes schreven over de Assendorper
middenstand
Niet elke winkel is een winkel
Als je in de oude adresboeken van Zwolle kijkt
en ziet wat daar allemaal wel en niet als winkel
geboekstaafd staat blijkt dat een overzicht lastig
te verkrijgen is Wat is bij voorbeeld de overeenkomst
tussen een groot bankgebouw zoals op de
hoek van de Van Nagellstraat en de Van Roijensingel
en een kleine winkel in een huiskamer zoals
in de buurt van de kruising Assendorperstraat
Molenweg Gaat het in beide gevallen om een
winkel
Bij het wel of juist niet beschouwen van een
winkel als een winkel heb ik daarom als uitgangspunt
genomen dat er door een particuliere
koper direct iets fysieks en concreets kan worden
meegenomen bovendien moet er sprake zijn van
een fysiek aanwezig en duidelijk zichtbaar en als
zodanig ook herkenbaar verkooppand Dit leidde
er toe dat ik bij voorbeeld wel de volgende typen
winkel heb meegenomen in mijn onderzoek
kleine vestigingen van makelaartaxateur en
verzekering viskramen wasserijen stomerijen
restaurants reclamebureaus autorijscholen
kopieerinrichtingen garages autobedrijven
autoonderdelen uitlaten accus ziekenvervoer
Zon winkel van binnenuit
Om toch iets van de sfeer die er toen in zon winkel heerste te kunnen proeven moge het volgende citaat
uit het Openingswoord van toenmalig wethouder Jaap Hagedoorn bij Gedane Zaken 2004 dienen
over de woning van familie van hem
Die woning bevond zich boven het Assendorper Warenhuis van de familie Westrik want mijn
oom was de jongste zoon Henk uit dat gezin De toegang naar de bovenwoning voerde in mijn herinnering
door de winkel waar het vol stond met kopjes en schotels huishoudelijk gerei en speelgoed Voor
een kind spannend vanwege dat speelgoed en ook angstig vanwege het serviesgoed Zon typisch
voorbeeld van wat we een Winkel van Sinkel zouden noemen alles was er te koop behalve misschien
hoeden en petten en dameskorsetten
Zo maar een voorbeeld van n van die vele Assendorper winkels Zij bepalen mede het karakter
van de wijk niet alleen de vele hoekwinkeltjes die de straat een bijzonder aanzien geven maar ook
de architectonische hoogstandjes zoals het pand van Jamin en dat van vroeger slager Groenenberg
Inmiddels is het merendeel van de kleine winkeltjes verdwenen en zijn er veel tot woningen omgebouwd
Een sfeerbeeld van de
Assendorperstraat
omstreeks 1960 het is
nog redelijk rustig en
er is nog ruimte men
fietst en vooral men
wandelt Links op de
hoek de zaak van Steen
manufacturen lingerie
kousenreparatie en
rechts ter hoogte van de
op de stoep geparkeerde
auto ook toen al met
de stoere winkelpui de
schoenwinkel van Bouma
tegenwoordig zit
hier schoenmakerij Potjes
Collectie auteur
122 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
fitness en sportscholen radiateurenreparatie
muziekinstrumentenmakers apotheken en smid
of smederij
De volgende typen heb ik niet in mijn onderzoek
betrokken kleine kerkjes in winkelachtige
panden de grotere kerken zijn sowieso geen
winkel administratiekantoren accountants
incassobedrijven grote vestigingen van makelaardijen
bank taxateur verzekering kantoren aan
huis al of niet met werkplaats waar geen sprake
is van de verkoop van losse artikelen of sprake is
van een woonadres zoals van een timmerbedrijf
aannemer kleermaker elektrisch installatiebureau
schilder behanger loodgieter fotograaf
bodedienst bezorgdienst transport beurtvaartsleepdienst
zorgverlenende eenmansbedrijfjes
fysiotherapie manicure logoakoupediste
magnetiseur fabrieken en fabriekjes confectie
ateliers groothandels grossierderijen architecten
grote opslagplaatsen van brandstof met
een kantoor veelal liggend aan het spoor langs
de Deventerstraatweg7 kiosken klaarblijkelijke
woonadressen alias kantoortjes werkplaatsen
van beroepsgroepen als schilders melk en groenteventers
en schoorsteenvegers
Naast dat uit deze opsommingen blijkt dat een
heldere en strikte verdeling in winkel en geen
winkel haast onmogelijk is en altijd een meer of
minder willekeurig karakter zal dragen komt
natuurlijk ook de grote variatie naar voren in het
aanbod van winkels en soortgelijke commercile
huizen in Assendorp in heden en verleden
Winkels in Assendorp wanneer en waar
Het onderzoeksgebied bestrijkt in principe alle
hoeken en gaten van Assendorp waar zich een
winkel bevindt of ooit heeft bevonden In de praktijk
komt dit neer op een paar straten met hun
directe omgeving een aantal clusters van enkele
dicht bij elkaar gelegen winkels of min of meer
op zichzelf staande winkels Die straten zijn de
Assendorperstraat Van Karnebeekstraat Molenweg
Van der Laenstraat Van Ittersumstraat en
Groeneweg Het betreft dus vooral de wijkdelen
OudAssendorp en NieuwAssendorp
Uit een door mij uitgevoerde analyse van
vooral de adresboeken van Zwolle uit de twintigste
eeuw en van het archief Bouw en Woningtoezicht
19001950 blijkt dat er in die hele eeuw
zon 500 winkels hebben bestaan de een wat
Het Assendorps Warenhuis
van Westrik op
de hoek Van Ittersumstraat
Enkstraat
omstreeks 1930 Later
zat in dit pand slagerij
Vos en nog weer later de
zuivel en kruidenierswinkel
van Gelderblom
tegenwoordig is het het
kerkgebouw van de
VrijKatholieke Kerk
Iets verderop de slagerij
van Cieraad die de pui
grondig verbouwde
Particuliere collectie
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 123
langer dan de ander en ook meerdere tot op de
huidige dag8 Omstreeks 1900 waren er circa 100
winkels in Assendorp omstreeks 1950 circa 400
en omstreeks 2000 circa 200 Als je weet dat er
omstreeks 1900 circa 5500 mensen in Assendorp
woonden omstreeks 1950 15000 en omstreeks
2000 11000910 betekent dat 1 winkel per 55
inwoners in 1900 1 per 375 in 1950 en weer 1 per
55 in 20009 Het gaat wat dit betreft dus niet om
echt grote veranderingen11 Maar als je kijkt naar
het gebied waarbinnen die winkels zich hoofdzakelijk
bevinden dan zie je dat vooral in het hart
van de wijk de dichtheid tot omstreeks 1940 sterk
toenam en daarna weer sterk afnam
De 500 gevonden winkels zijn als volgt over de
belangrijkste winkelstraten verdeeld Assendorperstraat
143 29 procent Van Karnebeekstraat
51 105 procent Molenweg 62 125 procent
dus in deze drie straten tezamen ongeveer de helft
van alle ooit aanwezige winkels Van Ittersumstraat
42 85 procent Groot Wezenland 29
6 procent Van der Laenstraat 23 5 procent
Rest 142 285 procent Overigens om de voor
de hand liggende reden een half achterland
zijn er nauwelijks winkels aan de buitenzijde van
Assendorp op een enkele uitzondering na zoals
Deventerstraatweg 55
Omstreeks 1900 de circa 100 winkels van rond
1900 in Assendorp liggen vooral en min of meer
regelmatig verspreid langs de Assendorperstraat
tot aan de Molenweg en langs de toenmalige
Ruimtelijke verdeling
van winkels over
Assendorp omstreeks
1900 Assendorp was
toen nog veel kleiner en
omvatte alleen Oud
Assendorp het gebied
tussen de Assendorperstraat
en de Deventerstraat
de huidige
Van Karnebeekstraat
en directe omgeving
124 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Deventerstraat de huidige Van Karnebeekstraat
Langs de Molenweg vanaf de Van der Laenstraat
tot aan de Assendorperstraat de Groeneweg en
de Van Ittersumstraat liggen er ook nog wat De
overige winkels liggen hoofdzakelijk in het gebied
dat door deze winkelstraten wordt omsloten Het
gaat om een relatief klein gebied waar de meeste
winkels bij wijze van spreken tegen elkaar aan
leunen
De beide belangrijkste winkelstraten verschillen
sterk van elkaar De Deventerstraat de
oorspronkelijke uitvalsweg voor Zwolle naar het
zuiden was al sinds eeuwen een straat waar veel
bedrijvigheid heerste Naast cafs en andere etablissementen
lagen er langs deze straat van oudsher
ook altijd veel werkplaatsen bij voorbeeld een
wagenmakerij een touwslagerij en een smederij
maar ook zelfslachtende slagers en sigarenmagazijnen
Kortom vooral specialisatie in materieel
in verwerking van vlees waarschijnlijk direct
afkomstig uit de regio en in genotsartikelen
De Assendorperstraat was oorspronkelijk
een achterweggetje om direct de boerderijen te
kunnen bereiken die verstrooid langs de Assendorperdijk
lagen Deze landweg liep langs en over
een enk een dekzandrug in het landschap waar
akkerbouw plaatsvond Na de komst van de Centrale
Werkplaats van de Staatsspoorwegen in 1869
breidde Assendorp zich in de loop van een aantal
decennia snel uit Een en ander leidde er toe dat
er zich ook een middenstand vestigde vooral
van winkeliers en met name langs de Assendorperstraat
Zoals de omstreeks 1900 doorgevoerde
naamsverandering al aangeeft werd dat de hoofdof
dorpsstraat van Assendorp waarbij eerst nog
een onderscheid was tussen de eigenlijke Assendorperstraat
vanaf de stad tot aan de Enkstraat
en aansluitend de Verlengde Assendorperstraat
De transitie van landelijke gemeenschap naar
arbeiderswijk raakte omstreeks 1900 voltooid
Omstreeks 1950 terwijl Assendorp inmiddels
zijn definitieve grootte qua oppervlak heeft
bereikt is de ligging van de in bedrijf zijnde
winkels in 1950 sterk veranderd ten opzichte van
1900 Een groot deel van de circa 400 nu aanwezige
winkels een verviervoudiging in vijftig jaar
ligt langs de Assendorperstraat met een groot
aantal nieuwe winkels in het toen nog vrij nieuwe
tweede deel van de straat en de Van Karnebeekstraat
op veel plaatsen zelfs lepeltjelepeltje
Beide straten zijn nog steeds de belangrijkste
winkelstraten in Assendorp met veel nieuwe winkeladressen
Ook langs de Molenweg Groeneweg
Van der Laenstraat en Van Ittersumstraat zijn er
veel winkels bijgekomen En niet alleen in het
door de genoemde straat omsloten gebied maar
ook daarbuiten liggen heel wat solitaire winkels
of winkels in kleine clusters zoals in de buurt van
de Tuinstraat en Venestraat en in de omgeving van
de Hortensiastraat en Gladiolenstraat
De belangrijkste reden voor deze toename is
vooral gelegen in de crisis van de jaren dertig een
wereldwijd traumatische ervaring met name voor
de arbeidersklasse zeker in Assendorp waar de
inkrimping en tenslotte opheffing van de Centrale
Werkplaats een groot en direct voelbaar verlies
aan arbeidsplaatsen tot gevolg had De hoge
werkeloosheid in combinatie met de karige werkloosheidsvoorzieningen
bracht met zich mee dat
veel bewoners een alternatief inkomen trachtten
te verwerven zoals door het exploiteren van een
winkeltje Vanuit de heringerichte huiskamers
werden artikelen verkocht met een meestal uiterst
kleine winstmarge
Het starten van een eigen winkeltje werd nog
eens in de hand gewerkt door de toen tot volle
bloei komende verzuiling waardoor er ogenschijnlijk
voor elke branche een veelvoud aan
winkels nodig was Gevolg was natuurlijk wel dat
daardoor de spoeling met eenzelfde veelvoud verkleinde
Het ging waarschijnlijk vaak om een proberen
tegen beter weten in omdat er toch niets
anders te doen was een niet geheel onmogelijke
maar wel nadrukkelijk tijdelijke oplossing op weg
naar andere en hopelijk betere tijden
Omstreeks 2000 nu is het beeld opnieuw sterk
veranderd en in zekere zin teruggedraaid naar
de situatie zoals die aan het begin van de eeuw
bestond De 200 aanwezige winkels meer dan
een halvering ten opzichte van 1950 liggen
weer vooral langs de Assendorperstraat terwijl
ook langs het eerste gedeelte van de Van Karnezwols
historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 125
beekstraat nog een duidelijke concentratie van
winkels aanwezig is De overige nog bestaande
winkels zijn naar het lijkt wat willekeurig over de
wijk uitgestrooid Voor het merendeel hiervan
geldt overigens dat ze al in de loop van de jaren
negentig verdwenen zijn Dit betekent dat de werkelijkheid
van dit moment het jaar 2018 een nog
nadrukkelijker beeld geeft van de concentratie die
in de tweede helft van de twintigste eeuw plaatsvond
Vrijwel alle winkels langs de Molenweg en
de Groeneweg en in de directe omgeving van de
Hertenstraat zijn nu opgeheven
Oorspronkelijk waren de Assendorperstraat
en Molenweg gelijkwaardig twee ontsluitingswegen
van de enk De Molenweg werd op den
duur minder belangrijk en bleef smal met later
duidelijk veel minder winkels Overigens met
relatief veel winkels op de hoeken met zijstraten
waarbij nauwelijks meer uitbreiding of modernisering
plaatsvond Langs de Molenweg hielden
de uitbaters van winkels er mee op de straat
verstilde en de winkelpanden werden van binnen
geschikt gemaakt voor bewoning de buitenkant
bleef gelijk en in de oorspronkelijke etalages
werd vitrage opgehangen Er ontstonden vitragewinkels
In de Assendorperstraat daarentegen is
vooral de modernisering steeds doorgegaan
Ruimtelijke verdeling
van winkels over
Assendorp omstreeks
1950 de strook aan de
noordkant van Assendorp
is nog in ontwikkeling
net als een deel
van de Pierik
126 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Hierdoor zijn veel oorspronkelijke winkelpuien
verdwenen met gelukkig in ieder geval als
uitzondering enkele fraaie exemplaren zoals
het overbekende Jugendstilpand Assendorperstraat
78 een van de bouwkundige sieraden
in Assendorp Inmiddels zijn er zelfs weer vitragewinkels
heropend al of niet op min of meer
uitgestorven plekken zoals Asian Massage
Assendorperstraat 18 Traditionele Thaise
Massage Van Karnebeekstraat 56 Sushipoint
Assendorperstraat 10 Emres Herenkapsalon
Assendorperstraat 157 en fietsenmaker Gevorgian
een Georgische of Russische achternaam
Assendorperstraat 150
Naast dat de nieuw vertegenwoordigde branches
tekenend lijken te zijn voor het huidige tijdsbestek
van grote welvaart is het ook opvallend dat
het merendeel van de uitbaters een nietNederlandse
herkomst heeft en ten dele zelfs een niet
Europese De betreffende uitbaters lijken op zoek
te zijn naar wat er in die nieuwe sectoren mogelijk
is als het gaat om ook voor de wat langere duur
een boterham te verdienen
Ruimtelijke verdeling
van winkels over Assendorp
omstreeks 2000
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 127
Molenweg 95 een voorbeeld
van een hoekwinkel
als vitragewinkel
Begin twintigste eeuw
zat er een schoenenwinkel
vanaf de jaren
dertig een slagerij en
aan het eind van de
vorige eeuw nog een
tijdje een verfwinkel
tot op de huidige dag
nog herkenbaar aan het
verweerde uithangbord
met daarop verf
De tabakswinkel van
Lenderink t Hoekje
Assendorperstraat
85 hoek Resedastraat
wordt in de jaren zeventig
grondig verbouwd
en flink uitgebreid De
oorspronkelijke gevel
van het hoekwinkeltje
is zorgvuldig gestut en
blijft behouden het
totale winkeloppervlak
wordt verviervoudigd
schaalvergroting op
kleine schaal Foto Ben
Kam
128 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Winkels in Assendorp wat
Als we de samenstelling van het winkelbestand
in 1900 in 1950 en in 2000 met elkaar vergelijken
springt een aantal zaken in het oog Wat eerst en
vooral opvalt is dat er een sterke verschuiving is
opgetreden van winkels voor primaire kruidenier
slager bakker groenteboer en zuivel secundaire
schoenen en kleding en tertiaire levensbehoeften
luxeartikelen genotsartikelen zoals
drank tabak en juwelen naar winkels voor kanten
klaareten sport fitness makelaars eethuisjes
en zorgverleners Verder valt op dat die oorspronkelijk
secundaire behoeften voor een groot
deel bestonden uit herstelwerk schoenmakers
en de levering van materialen waarvan dan in
eigen beheer of uitbesteed een eindproduct moest
worden gemaakt textiel en manufacturen Deze
verschuivingen kunnen worden gellustreerd met
zogenoemde taartdiagrammen
Het beeld dat het taartdiagram van 1900 oplevert
is redelijk overzichtelijk circa 100 winkels
waaronder 11 bakkers en even zoveel slagers
inclusief varkensslager spekslager en poelier
vervolgens als goede tweede 7 kruideniers en 5
schoenmakers en dan een groep met 34 vertegenwoordigers
met onder meer cafs tabak manufacturen
en een smid annex fietsenhandel De acht
branches met n vertegenwoordiger omvatten
een bloemist fotograaf houthandel boek en
muziekhandel brandstofhandel mandenmaker
touwslagerij en een handel in gemailleerd goed
Wat er zich verbergt achter de 24 winkels waarvan
ik de branche niet heb kunnen achterhalen zal
waarschijnlijk het totaalbeeld niet sterk veranderen
sterke concentratie op de primaire levensbehoeften
overigens zonder groenten en fruit die
werden vaak aangeboden door venters12 gevolgd
door genotsmiddelen waaronder ook een caf
en onderhoud reparatie Een duidelijk beeld
functioneel en overzichtelijk
Uit het taartdiagram 1950 blijkt het beeld flink
veranderd te zijn Op dat moment leverden kruideniers
het grootste aandeel 52 winkels dat wil
zeggen n op de acht winkels was kruidenier13
Vervolgens is er flinke groep met elk 2025 vertegenwoordigers
die vooral in de andere primaire
levensbehoeften voorzien inclusief tabak waaronder
kapper schoenen tabak slager banket
bakker en groenteboer En dan een groep voor de
minder direct benodigde levensbehoeften zoals
bloemen boeken en juwelen met elk tussen 59
vertegenwoordigers Dan hebben we al 78 van de
winkels gehad en resteren er nog enkele tientallen
met hooguit vier tot drie maar voor het merendeel
slechts twee of n vertegenwoordigers waaronder
vier maal snoep en evenzoveel vis maar ook
twee dameshoedenateliers een naaimachine
De uitbundig met krullend
houtsnijwerk
marmer in verschillende
soorten en metselwerk
in sierbaksteen
uitgeruste hoekwinkel
Assendorperstraat 78
een fraai voorbeeld van
Jugendstil uit 190708
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 129
winkel een kousenreparatiebedrijf en zelfs een
touwslagerij
Omstreeks 2000 is het beeld totaal veranderd
er heeft naast schaalvergroting supermarkten
specialisatie plaatsgevonden Een mooie illustratie
daarvan vormen de vertegenwoordigers van landelijk
opererende gespecialiseerde winkelketens
met in Assendorp bij voorbeeld Trekpleister drogist
Mitra slijterij Cartridge Europe inktpatronen
en Primera gemaksartikelen
Kledingzaken vormen als meest voorkomende
branche bijna een tiende van het totaal De overige
vaak geheel nieuwe branches zijn hooguit met
drie winkels vaker met slechts met n winkel
vertegenwoordigd De vaak zeer kleine kruideniers
zijn vrijwel allemaal verdwenen er zijn twee
supermarkten Jumbo en Boni voor in de plaats
gekomen En ook vlees groente en brood worden
tegenwoordig vooral in de supermarkt aangeboden
Het komt er samenvattend op neer dat de
primaire levensbehoeften nu gekocht worden
in de super of in afhaalvorm in de secundaire
behoeften nog steeds wordt voorzien maar veel
minder via eigenmaak of reparatie de branche
voor tertiair of luxe niet sterk veranderd is en er
een vierde laag zorg en comfort is bijgekomen en
die inmiddels ook sterk vertegenwoordigd is
Ze hadden een winkel
Zoals ik aangaf hebben anderen al in ruime mate
aandacht gegeven aan de uitbaters van de winkels
in Assendorp Toch wil ik enkele meer algemeen
geldende aspecten rond al deze zzpers avant la lettre
noemen omdat die elders tot nog toe nauwelijks
werden behandeld
Tot zeker het einde van de jaren zestig was het
gebruikelijk dat als een vrouw trouwde zij dan
stopte moest stoppen met werken Bij de winkelmiddenstand
gebeurde echter vaak het omgekeerde
De vrouw begon juist n haar huwelijk te
werken te weten in de winkel en als gelijkwaardig
aan haar partner zij het vaak wel in totaal verschillende
rollen Op fotos van deze winkels is
regelmatig te zien dat juist mevrouw de eigenlijke
winkel dreef al dan niet met een of twee winkel
Overzicht van het aantal winkels per
branches in Assendorp omstreeks
2000
Overzicht van het aantal winkels per
branches in Assendorp omstreeks
1900
Overzicht van het aantal winkels per
branches in Assendorp omstreeks
1950
130 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
meisjes Vaak was ze daarbij gehuld in een keurig
gestreken wit winkelschort
Regelmatig staat ook het echtpaar pontificaal
op zon foto hetzij achter de toonbank en vr
keurig ingerichte schappen hetzij op de stoep
vr de winkel met als achtergrond een prachtig
ingerichte etalage Soms ging het hierbij om een
jubileum van de zaak of een gedenkwaardige
dag soms ook om iets anders bij voorbeeld wie
de mooiste etalage kon maken Het lijkt alsof die
echtparen zeggen Die winkel is van ons beiden
we doen het samen en we doen het goed Het zijn
klassieke beelden uit de jaren vijftig die iedereen
die die tijd bewust heeft meegemaakt zich wel kan
herinneren
Het was overigens niet zo vreemd dat de
vrouw vooral in de winkel werkte De echtgenoot
was vaak met de kar de wijk in om zijn waren uit
te venten zoals verse zuivel versgebakken brood
of aardappels en groenten De man was daarnaast
vaak ook bezig met de aan en afvoer van de winkelwaar
of met het verslepen van de koopwaar
vanuit het magazijn naar de winkel vooral de
zwaardere artikelen Kortom een voor de hand
liggende taakverdeling die in de praktijk handig
was en prima werkte Het echtpaar Koekkoek
ging wat die taakverdeling betreft nog een stapje
verder Zij lieten op de hoek van de Leliestraat en
de Molenweg een dubbele winkel bouwen zodat
ze allebei een eigen winkel hadden mevrouw
Koekkoek een drogisterij en de heer Koekkoek
een zuivelwinkel en dat alles succesvol en jaren
achtereen
De adresboeken van de gemeente Zwolle vertellen
in dit verband bezien nog een ander apart
verhaal Regelmatig is na verloop van jaren
waarin de winkel onder de naam van de echtgenoot
terug te vinden is sprake van een weduwe
die ineens op dat adres wordt genoemd en als
winkelierster aangeduid dat wil zeggen met de
voorletters van haar man maar wel met de meisjesnaam
toegevoegd Wed J Jansen geboren de
Vries De man de winkelbaas is dan overleden
en de vrouw zet de zaak voort Het komt zelfs
voor dat zij uiteindelijk naar een ander adres verhuist
en haar zoon de zaak voortzet de achternaam
wordt dan weer enkel maar heeft meestal
wel nieuwe initialen Welk leed zit er soms
verborgen achter dat formele veranderen van
namen en adressen
Leesbibliotheek
Een bijzonder en min of meer op zich zelfstaand verschijnsel is de opkomst
en ondergang van de particuliere leesbibliotheek Je kon bij zon instelling
voor een luttel bedrag een paar boeken lenen Vaak werd daarbij elke week
het geleende teruggebracht en een nieuwe stapel boeken voor het hele gezien
meegenomen Als we dit verschijnsel een beetje ruim in de tijd bezien waren
er omstreeks 1950 zes leesbibliotheken in Assendorp
Ludeking Assendorperstraat 250 in ieder geval 193373
Stoffer Assendorperstraat 4 195361
boekhuis Sassenpoort Molenweg 131 1933
Rakers later Jakma Assendorperstraat 110 1933
Voskuil Groot Wezenland 40 194050
Theo Smit Assendorperstraat 117 194053
Zie ook Aangaande Assendorp p 96 Gedane Zaken p 53
De voormalige leesbibliotheek inmiddels winkel geworden van Ludeking
aan de Assendorperstraat 250 in 1991 Mevrouw Ludeking werd toen
gefotografeerd ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag
Collectie Hogenkamp
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 131
Maar er is ook het prachtige voorbeeld geleverd
door mevrouw Van t Spijker dat je zon
winkel als vrouw ook helemaal alleen kunt runnen
zij dreef decennialang een kruideniersbakkerswinkel
aan de Molenweg 88 Haar grootvader
was in 1890 op dit adres met de winkel begonnen
Er kwamen dependances aan de Vispoortenplas
en op Assendorperstraat 232 Toch moesten deze
winkels op den duur sluiten waarbij mevrouw
Van t Spijker in 1974 de laatste was die haar winkeldeur
sloot
Nog een boeiend fenomeen is dat er voor
bepaalde familiewinkels zelfs decennialang
durende tijdreeksen gereconstrueerd kunnen
worden zoals bij Haverkort slagers tegenwoordig
Assendorperstraat 49 Kale juweliers Assendorperstraat
100 Krisman schoenverkopers
Assendorperstraat 120 en Reuvers sportartikelen
Assendorperstraat 126 allemaal al sinds
de jaren dertig neringdoend in Assendorp Het
was dan vaak zo dat er in de loop van de tijd met
de winkel door Assendorp werd gehopt Zo gaan
Reuvers schoenen later sportartikelen en Voerman
fotograaf beiden het hoekje om Reuvers
van de Molenweg 111 naar de Assendorperstraat
De feestelijke opening
van de kruidenierszaak
van Nijmeijer Molenweg
24 omstreeks
1950 met mevrouw
Nijmeijer l en drie
winkelmeisjes Collectie
Hogenkamp
Deze met verschillende
vleessoorten rijkbeladen
etalage droeg in
1951 bij aan de feestvreugde
van de toen
veertig jaar bestaande
slagerij van R ter
Moolen op Assendorperstraat
62 Collectie
Hogenkamp
132 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
126 en Voerman van Groot Wezenland 6 naar Van
Karnebeekstraat 7 En Krisman kwam ik tegen op
Van Ittersumstraat 87 Assendorperstraat 200 en
Assendorperstraat 120 het huidige adres
Net als bij de winkeliers vallen er ook bij de
architectenbureaus die betrokken waren bij de
vele nieuwbouw en verbouwprojecten familiedynastien
te onderscheiden zoals De Herder
Lankhorst Meijerink en Ruberg
Winkels in Assendorp hoe
Dat de vitragewinkels een onmiskenbaar onderdeel
vormen van het straatbeeld in Assendorp
staat buiten kijf op veel plaatsen zie je de grote
ramen al of niet afgedekt door meer of minder
verzorgde vitrages of jaloezien Wat opvalt als je
wat langer kijkt naar die voormalige winkelpuien
en ze met elkaar vergelijkt is dat er bepaalde
Het echtpaar Koekkoek liet in 1937 een dubbele zaak bouwen aan de Molenweg
242 een drogisterij en een zuivelwinkel De foto is gemaakt in de drogisterij het
territorium van mevrouw meneer die de zuivelwinkel dreef stond voor de gelegenheid
ook even achter de toonbank van zijn vrouw Collectie Hogenkamp
Meewerken
In die winkeltjes werkten naast vader en moeder doorgaans ook andere
gezinsleden mee Jan Wolkers heeft dit fraai beschreven Ik doel op zijn
navrante en tegelijkertijd ook humoristische verhaal over de teloorgang
van de winkel van zijn ouders Ze hadden in de jaren dertig in Oegstgeest
een kruidenierswinkel die als gevolg van de crisis steeds minder omzet
maakte met onder meer als gevolg dat er ook steeds minder kon worden
ingekocht het aanbod verschraalde Bij het niet voorradig zijn van een artikel
werden Jan of zijn oudere broer dan naar de concurrent gestuurd om
daar snel het gewenste product te halen Ondertussen hielden zijn ouders
de klant aan de praat
Terug naar Oegstgeest 1965 p1156
Het vooroorlogse verpakkingspapier van Van
t Spijker met zorgvuldig ontworpen en wervende
boodschap Collectie Hogenkamp
De winkel van Voerman aan het Groot Wezenland 6
in de jaren dertig Particuliere collectie
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 133
typen vallen te onderscheiden Is daar misschien
systeem in aan te brengen en zijn er overeenkomsten
te vinden Ik onderscheid hiertoe drie
typen elk min of meer representatief voor de
verschillende meetmomenten het klassieke type
rond 1900 het interbellumtype en het woonkamerwinkeltje
rond 1950 en het diffuse type rond
2000
Ik ben hierbij niet alleen afgegaan op het
tegenwoordige uiterlijk van een oude of nog
bestaande winkel maar ik heb ook gelet op originele
bouwtekeningen in de archieven van de
gemeente Zwolle bouwtekeningen die meestal
een vergunningaanvraag voor nieuwbouw of verbouw
ondersteunen Het klassieke type zal hierbij
vanwege de interessante vorm relatief veel aandacht
krijgen Bij het systematisch doorwerken
van dit archief bleek dat de winkels in Assendorp
van eind negentiende eeuw tot midden vorige
eeuw veelal ontstaan zijn door de verbouwing van
een woonhuis hetgeen dan vaak een winkelwoning
opleverde op de begane grond de winkel met
daarachter de woonkamer en keuken en de slaapkamers
op de bovenverdieping of met daarboven
de gehele woning van het winkeliersgezin Er zijn
dus in die periode afgezien van bij voorbeeld de
grote hoge panden aan de Assendorperstraat veel
minder winkels of winkelwoningen in de vorm
van nieuwbouw ontstaan
Klassieke type winkelpui kleine tempeltjes
Het klassieke type kenmerkt zich door twee tegen
de muur geplakte vierkante namaakzuilen zogenoemde
pilasters naast de etalage en naast de
entree Omdat juist die pilasters zo beeldbepalend
zijn geef ik daar wat meer informatie over
De pilasters hebben namaak als ze zijn bij de
meeste winkelpuien geen dragende functie het
gaat om ornamenten Het basement draagt soms
een gestileerde versiering bij voorbeeld een
uitgehakt en herhaald bloemmotief En ook de
schacht is vaak bewerkt zoals met cannelures
aantal smalle verticale groeven vaak drie stuks
een zogenoemd triglief of is uitgevoerd in siermetselwerk
al of niet met geglazuurde baksteen
Florale motieven willen nog wel eens helpen
om de pui een deftige iets Jugendstilachtige uitstraling
te verlenen het zijn vaak mooie voorbeelden
van de bekende zweepslagmotieven van de
genoemde bouwstijl
De Assendorperstraat
omstreeks 1910 Er zijn
zeker al winkels zoals
rechts op de voorgrond
de Vleeschhal Volksbelang
van H Lenderink
op nummer 78 maar
de bomen en de midden
op de straat wandelende
man suggereren
toch vooral een rustige
groene woonstraat
Collectie Hogenkamp
Het klassieke type gellustreerd
aan de hand
van Assendorperstraat
52 Ogenschijnlijk een
vitragewinkel maar
nog steeds in bedrijf
tegenwoordig als
kapper ter weerszij
van etalage en entree
bevindt zich een pilaster
met basement
schacht en kapiteel
134 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Bouwkundige details van de voormalige winkelpanden een bewerkt basement van een pilasters met een gestileerde drakenkop met
gespleten tong Assendorperplein 19 een paar verzorgde en daarmee sierlijke schachten van pilasters Van Ittersumstraat 85 en Assendorperstraat
78 enkele met Jugendstilmotieven opgesmukte schachten van pilasters Van Ittersumstraat 87 en Groeneweg 36 met in
het kapiteel zelfs een gestileerde boterham het betrof een bakkerswinkel en een paar voorbeelden van kapitelen Molenweg 50 Assendorperstraat
52 en 50 en Van Ittersumstraat 36 en tenslotte wat siermetselwerk Van Ittersumstraat 46
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 135
De vorm van de kapitelen is vrijwel altijd
gebaseerd op het kapiteel van de composiete
orde uit de Oudheid14 Later werd de detaillering
verwaarloosd en werd er een gestileerde basisvorm
gebruikt met bijvoorbeeld drie groefjes
op kapiteel of in de pilaster zelf Zon gestileerd
kapiteel heeft vaak een karakteristieke vorm een
iets naar voren hangende schoenendoosvorm die
naar onder toe uitbolt en dan weer met een haak
inspringt en hol en bol weer terug naar de gevelwand
De natuurstenen kapitelen en basementen met
vaak zeer verfijnde versieringen zoals die bij
sommige klassieke winkelpuien nog steeds zichtbaar
zijn konden worden verkregen bij steenhouwerijen
waarbij de keuze werd vergemakkelijkt
door modellenboeken Ze werden dan op bestelling
gemaakt niet meer met de hand maar met
behulp van een machine Een voorbeeld van zon
modellenboek heb ik helaas nog niet kunnen
vinden
Het is natuurlijk opmerkelijk dat zelfs de
kleinste middenstander zich zon pui permitteerde
De vraag is of dat wel altijd verstandig was
Het had namelijk tot gevolg dat de noodzakelijke
startinvestering nog groter werd terwijl toch een
betrekkelijk onzeker bestaan tegemoet getreden
werd Hoe dit ook zij het bouwen van een speciaal
ontworpen winkelpui met meer of minder subtiele
verwijzingen naar de tempels uit de Oudheid
droeg bij aan naamsbekendheid van de winkel
en leverde tevens een positieve bijdrage aan het
straatbeeld Dit fenomeen van het imiteren van
bouwstijlen is niet alleen een illustratie van het
afdalen op de maatschappelijke ladder van de
gewoonten in hogere kringen er is meer aan de
hand Ook toen al had materie in de vorm van de
in al die winkels aangeboden goederen een haast
goddelijke status Die goddelijke artikelen moesten
natuurlijk verkocht worden in tempelachtige
gebouwen Iets wat heden ten dage nog weer een
fase verder gekomen is namelijk in de vorm van
uitwassen van onze gerichtheid op materie
Boven de etalages hangend tussen de kapitelen
bevindt zich meestal een brede strook die vaak
werd gebruikt voor de naam van de uitbater en of
voor de brancheaanduiding zoals Sigarenmagazijn
Kruidenier of Brood fraai uitgevoerd met
handgeschilderde letters die op het betreffende
moment in de mode waren Dat de pilasters geen
dragende functie hebben is al opgemerkt maar
het is nog gekker de brede strook boven de etalage
rust niet p de kapitelen en dus ook niet op
de quasizuilen maar hangt er precies tussenin
De zorgvuldig behouden en ook goed onderhouden uitbundig gedecoreerde
bakkerswinkel van Moossdorff aan de Groeneweg 36 De muurreclame rechtsboven
is omstreeks 2005 op suggestie en met hulp van de Vrienden van Assendorp
op duurzame wijze gerestaureerd
136 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
De etalage wordt aan de onderkant afgesloten
met een gelede en schuin aflopende vensterbank
waaronder zich een plint of paneel bevindt dat
gestuukt is of met namaaktegels afgewerkt
Soms is dit paneel uitgevoerd in siermetselwerk
bestaande uit verschillend gekleurde bakstenen
van hetzelfde type De kleine gaten in de gevel op
maaiveldhoogte voor de ventilatie van kelder of
kruipruimte zijn veelal afgedekt met een gietijzeren
roostertje soms voorzien van een fraai
sierpatroontje Naast de kruipruimte wordt ook
de winkel veelal structureel geventileerd f via
gietijzeren roosters in de hoeken van de etalageramen
of via spleetjes boven of onder de etalages
Condensvorming kon echter nooit helemaal
voorkomen worden met name s nachts Ik herinner
me vanuit mijn jeugd dat winkeletalages in de
vroege morgen vaak beslagen waren
Op het betrekkelijk eenvoudige stramien van de
klassieke winkelpui zijn allerlei variaties mogelijk
De pilasters kunnen op verschillende wijze
zijn uitgevoerd als stucwerk dat vervolgens is
geschilderd of in een met van de rest van de gevel
Voor de ventilatie van
de winkel en vooral
van de etalage ter
voorkoming van condensvorming
zitten
bij Van Ittersumstraat
110 sierlijke gietijzeren
roostertjes in de bovenhoeken
van de etalage
ze vallen nauwelijks op
de stille bewijzen van
vroeger vakmanschap
hetzelfde geldt natuurlijk
voor de subtiele wijze
waarop het hout van
het kozijn is bewerkt
Van Ittersumstraat 57 in 1912 werd de bestaande woning met alleen een zolder onder een schuin dak verbouwd
P Cieraad door de ontwerper A Krijger foutief geschreven als P Sieraad zie bouwtekening vestigde
er zijn Vleeschhouwerij en de zolder werd een volwaardige verdieping met als resultaat een fraai gedetailleerde
pui met drie pilasters van het ene type en twee links en rechts aan de zijkanten van een wat zwaarder
type het laat zien dat pilasters in trek waren Helaas is de balustrade langs de dakrand inmiddels verdwenen
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 137
afwijkende baksteensoort regelmatig met een
wit geel of zwart geglazuurde baksteen of zelfs
in een betrekkelijk gecompliceerd patroon van
verschillend gekleurde bakstenen Zo zag ik ook
een tot alleen het kapiteel gereduceerde pilaster en
zelfs een vitragewinkel met ter weerszij van de etalage
dubbele pilasters Uit alles blijkt dat zowel de
opdrachtgever als de ontwerper n de metselaar
zich hebben uitgeleefd
Boven de entreedeur die voor het gemak
een slagje breder is dan een normale huisdeur
zit altijd een bovenlicht soms in glasinlood
uitgevoerd soms gebruikt om er de naam van
de winkelier op te schilderen of zoals bij Assendorperstraat
87 waar in de jaren 19301950 een
groenteboer zat om er een fruitmand uitgevoerd
in glasinlood aan te brengen Af en toe zitten er
naast de entreedeur ook nog smalle zijvensters
alles natuurlijk met het oog op de lichttoetreding
in de winkel De entreedeur bestaat om diezelfde
reden vaak ook zelf voor een groot deel uit glas
met onderin een dicht deurpaneel Met name bij
de meer uitgesproken Jugendstilpuien zijn die
voordeuren vaak pareltjes van toegepaste kunst
en wat de uitvoering betreft ook voorbeelden van
goede ambachtelijkheid
Voor die lichttoetreding was ook boven de etalage
vaak een lichtstrook aangebracht uitgevoerd
als een serie kleine vierkanten raampjes waarvan
er twee open kunnen als klapraampjes voor de
ventilatie Omdat een etalage vaak naar binnen
toe afgesloten was drong er via die kant geen licht
door in de winkel vandaar deze truc bovenlangs
Ondanks dit bewust creren van lichtopeningen
was het toch altijd wat donker in zon winkel
reden dat er meestal ook kunstlicht brandde
Links Een voorbeeld
van de wijze waarop
het bovenlicht boven de
entree gebruikt werd
bij deze groenteboer
is er een fruitmand
uitgevoerd inglasen
lood aangebracht
Assendorperstraat 87
Aan het metselwerk
rondom is nog te zien
dat de hele entreepartij
niet oorspronkelijk is
het is het resultaat van
een verbreding van de
voordeur
De Jugendstilentree van
Assendorperstraat 56
met in houtsnijwerk
uitgevoerde zweepstijlornamenten
fraaie
doorlopende krullen
tussen twee sobere
in witgeglazuurde
baksteen uitgevoerde
pilasters
De voormalige
bakkerswinkel van
H van Limburg uit
1923 naar ontwerp van
M Meijerink Van
Ittersumstraat 46 een
hoekwinkel met vier
pilasters en boven de
entree een fraai gedetailleerd
balkonnetje
dat geschraagd wordt
door consoles opgetrokken
in uitkragend metselwerk
138 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
Een belangrijke want vaak met een sterk
beeldbepalende rol variant is de hoekwinkel
de entree op de hoek van twee straten en met ter
weerszij een etalage met op elke overgang een
pilaster totaal vier Vooral op de hoeken van de
Molenweg en van de Van Ittersumstraat resteren
er nog veel van deze hoekwoningen weliswaar als
vitragewinkel maar de puien zijn hier en daar nog
vrijwel ongeschonden
Soms zit er boven de entree ook nog een klein
en sierlijk vormgegeven balkonnetje een erker
of een dakkapel naar het lijkt vooral voor de sier
misschien ook wel om het aanzien van het pand
te vergroten zon balkon heeft natuurlijk ook een
praktische functie je staat er droog als het regent
Interbellumtype
Na de Eerste Wereldoorlog werd er na een periode
met veel aandacht voor neostijlen soberder
en meer praktisch gericht gebouwd Dit komt ook
tot uitdrukking bij de nieuwbouw of verbouw van
winkelpuien Een veel eenvoudiger meer robuust
type winkelpui ontwikkelt zich ik noem dit type
het interbellumtype al of niet met een toch wat
joyeuzere Art Decovariant
Het interbellumtype kenmerkt zich door een
strakke stevige opzet bestaande uit een entree
met veel glas al of niet gelegen in een portiek
met daarin ook de ingang naar de bovenwoning
een grote etalage met steeds daarboven net als
bij het klassieke type een serie kleine raampjes
Voor de glazen entreedeur was vaak een schuine
buis aangebracht waarmee de deur kon worden
geopend een slimme constructie zodat iedereen
groot of klein door tegen de buis te drukken de
deur open kon doen en niet tegen het glas ging
drukken
De interbellumpui is meestal enigszins stoer
uitgevoerd zware deurposten en ander zwaar
houtwerk stevig en zonder opsmuk gemaakt om
tegen een stootje te kunnen En inderdaad tot op
de huidige dag zijn er nog winkels van dit type in
Assendorp in gebruik zij het enigszins veranderd
of aangepast aan de moderne tijd Ze zijn onmiskenbaar
en springen meteen in het oog dat is een
winkel of daar zat ooit een winkel
Vaak werd in navolging van de Amsterdamse
Schoolarchitecten ook gebruik gemaakt van de
mogelijkheden die de baksteen biedt om met
verschillende metselpatronen meer plasticiteit
in de gevel te krijgen en dan met name rond de
etalage en de entree dat wil zeggen in plaats van
het gebruik van stucwerk of een andere bak
steensoort
Diffuse type
Het diffuse type is de naam zegt het al een niet
goed te omschrijven en ook niet goed herkenbaar
type Het gaat om een onduidelijke verzameling
winkelpuien en heeft in ieder geval geen specifieke
kenmerken Het is een resttype dat alle moderne
winkelpuien omvat en misschien nog het best als
open en uitnodigend kan worden omschreven
Omstreeks 2000 is er namelijk nauwelijks een
overheersend type te onderscheiden
Een voorbeeld is de doorkijk of glaspui waar
je vanaf de straat kunt zien hoe de winkel er binnen
uitziet is het er gezellig en wat er gebeurt
en mogelijk ook wat er verkocht wordt Ook puien
met zware overstekende luifels zijn een tijdje in
geweest De vormeloze pui en tijdens de tijdens
openingsuren zelfs helemaal nietbestaand waar
je een warme luchtdouche in je nek krijgt als je de
winkel binnengaat is nauwelijks meer als winkel
Het fraaie pand Assendorperstraat
48 naar
een ontwerp van GTh
Ruberg uit 1926 de
neutrale aanduidingen
van koopwaar
verhullen dat het hier
oorspronkelijk om een
Jaminvestiging ging
waar in eerste instantie
naast Bonbons
machinaal gemaakt
suikerwerk in allerlei
soorten en maten ook
brood en dergelijke
werd verkocht
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 3 139
pui te herkennen Evenals de met de naam van de
betreffende winkelketen of met een reclameslogan
dichtgeplakte ruiten in een verder strak vormgegeven
pui
Op veel plaatsen is zon diffuse pui het resultaat
van een meer of minder ingrijpende en meer
of minder geslaagde simpele veelal goedkope
verbouwing eufemistisch ook wel als gemoderniseerd
aangeduid Daarbij kan het voorkomen dat
de van origine aanwezige ornamenten siermetselwerk
anders verlopende baksteenlagen krullen
met grote platen afgetimmerd zijn waarschijnlijk
om het onderhoud te vergemakkelijken
Het oogt niet fraai maar er bestaat nog een kans
dat het bij een volgende renovatie weer in het zicht
komt
Bijzondere gevallen ook elders
Er zijn in Assendorp tot op de huidige dag nog een
paar prachtige Jugendstilhoekwinkels aanwezig
waarbij het in krullen en linten bewerkte hout
van de raamkozijnen in het bijzonder opvallen
Daarnaast was er ook een vertegenwoordiger
van het bekende De Gruytertype van de kruidenierswinkelketen
van P de Gruyter en Zn uit
s Hertogenbosch met de zo karakteristieke
zwartgemarmerde blauwe tegels Een zeer simpel
type vooral langs de Molenweg veel voorkomend
maar ook in de Assendorperstraat is de tot winkel
omgebouwde huiskamer
Aparte vermelding verdient in dit verband
nog de winkel op Molenweg 50 Deze winkelpui is
uitzonderlijk want met unieke kenmerken zoals
de speciaal gevormde geglazuurde bakstenen
de etalages die worden bekroond door ronde
bogen en de ventilatieroostertjes van gietijzer in
Etaleur in de etalage
Achter de voorruit bevond zich de zogenoemde etalagekast de eigenlijke etalage een afgesloten ruimte over de hele breedte
van de voorruit en ongeveer een halve tot een meter diep waarin de koopwaar op zo voordelig mogelijke wijze kon worden uitgestald
Voor de etalageopstelling werd soms zelfs een etaleur ingehuurd Deze kunstenaar voerde tussen en over de artikelen
heen een prachtig ballet uit waar ik als jongetje op weg naar school vaak ademloos naar stond te kijken een ware act zoals we
vandaag zouden zeggen
Als er bij hoge uitzondering eens iets uit de etalage moest worden bekeken was het altijd een hele onderneming om dat artikel
te voorschijn te hengelen zonder dat de hele opstelling in elkaar donderde Daarom was er waarschijnlijk bij de winkelier ook
wel sprake van enige weerstand om hier toe over te gaan en werden vaak uitvluchten gezocht Als er uiteindelijk dan toch een
trapje bijgehaald was en het toegangsdeurtje openging dan kwam er vaak een hete droge en stoffige geur uit de etalagekast te
voorschijn een mengeling van geuren van al die artikelen die daar weken lang stonden te schroeien in de zon een zon die soms
werd gedempt door een oranjekleurig folie dat voor het raam werd gehangen waardoor de uitgestalde producten op onverwachte
wijze van kleur verschoten en letterlijk gesproken een geheel ander aanzien kregen
Molenweg 50 een niet
alledaagse winkelpui
begin jaren twintig
waarschijnlijk in
opdracht van J Boeles
huishoudelijke artikelen
sportvisscherijartikelen
galanterien
lampen gerealiseerd
de dakkapel is van
latere datum
140 jrg 35 nr 3 zwols historisch tijdschrift
de bovenhoeken van de etalages Bovendien is de
gevel ook helemaal gaaf overgeleverd Maar het
meest bijzonder zijn de sterk gestileerde vazen die
bovenop de pilasters prijken Ik vermoed dat dit
ook is ontleend aan de Oudheid ik ben dit ornament
niet elders tegengekomen
Natuurlijk komen er ook buiten Assendorp
vitragewinkels voor en niet alleen in Zwolle In
de Sassenstraat en aan de Melkmarkt is nog een
redelijk aantal winkels met het klassieke type pui
in takt gebleven en zelfs nog in gebruik Ze zijn
veelal uitzonderlijk fraai ontworpen meerdere
zuilen gebogen etalageramen blankhouten raamkozijnen
met veel ornamenten en op ambachtelijke
wijze uitgevoerd met veel aandacht voor het
detail Niet voor niets gaat het hierbij vaak om
rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten
Ze illustreren de bandbreedte die in de eerste helft
van de twintigste eeuw bestond binnen de winkeldrijvende
middenstand enerzijds de luxe ruime
winkels voor modeartikelen en dergelijke in de
binnenstad en anderzijds de kleine winkeltjes
voor een deel van de eerste levensbehoeften in het
hart van Assendorp
Tot slot
Ik ben niet ingegaan op het inwendige van de
winkels en ook niet op het dagelijks functioneren
van Dat is een verhaal apart over duistere nissen
en onbekende opslagplaatsen blikken trommels
met wisselgeld of tinkelende kasregisters Waar
was de opslag Was er een woning Kon men
achterom was er een plaatsje of moest men altijd
door de winkel Lamaar ik ben t en dat op zn
Zwols
Wat ik hoop naar voren gebracht te hebben is
de ontwikkeling van het winkelwezen in Assendorp
van het begin tot en met het eind van de
twintigste eeuw Dat verhaal heeft een hoog vroegergehalte
De indruk kan zijn ontstaan van een
kleinschalige afwiss

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2021, Aflevering 3

Door 2021, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
38e jaargang 2021 nummer 3 – 8,50 euro
De opkomst van
het socialisme
in Zwolle
De kleine revolutie van
de gesjochten jongens (1878-1894)
Hermanus Jacobus Wezenberg zoals hij officieel
heette, werd op 25 augustus 1917 in Zwolle
geboren als zoon van Leopold Wezenberg en
Susanna Maria van der Vegt. Zijn vader werkte als
knecht bij een bierbrouwerij. Mannus bleef ongehuwd
en woonde aan het eind van zijn leven in
de Nieuwe Haven. Daar overleed hij op 4 januari
1991, 73 jaar oud.
Zijn grote passie was de wandelsport. Als er in
Zwolle een tocht werd georganiseerd, liep Mannes
mee en tijdens de Avondvierdaagse was hij
ook altijd van de partij. En dan was er natuurlijk
Zwolsche Boys, de voetbalclub waar hij fanatiek
aanhanger van was. Zo fanatiek zelfs dat hij het
heel vaak oneens was met beslissingen die de
scheidsrechter in het nadeel van de Boys nam. Dat
maakte hij dan op luide en niet al te vriendelijke
wijze duidelijk, waarbij hij er zelfs niet voor terugdeinsde
om het veld op te lopen. Maar gelukkig
was er altijd wel iemand die Mannes erop wees
dat hij nu toch te ver ging en hem weer langs de
zijlijn dirigeerde. Zelf voetbalde Mannes niet, al
werd hij bij straatvoetbal in Assendorp wel eens
uitgenodigd om een balletje mee te trappen. En als
dat niet gebeurde, stond hij wel langs het veld om
aanwijzingen te geven.
Bronnen:
Anton G.M. Heijmerikx, Bekend, onbekend, plichtsgetrouw
en kleurrijk Salland.
130 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Mannes Wezenberg
De eerste indruk die Mannes Wezenberg maakte,
was van een mens die niet erg gelukkig was. Zijn
oogopslag was altijd dof en zijn gezichtsuitdrukking
somber. Maar plezier in het leven had hij wel
en hij kon met iedereen goed opschieten. In Zwolle
kende men hem als de man die met de handkar
door de stad zwierf om spullen als wasmiddelen
en spulletjes die je in huis kon gebruiken te verkopen.
En als het Koninginnedag was stond hij met
een kraam op de Melkmarkt en kon men bij hem
terecht voor allerlei artikelen die met Oranje te
maken hadden.
Steven ten Veen
‘Kleurrijke Zwollenaren’
Fotocollectie:
P.L. Keuzekamp,
Onderzoek:
Jan Bouwmeester
Mededelingen van het bestuur
Voor in de agenda:
– Vrijdag 8 oktober 2021 Historische avond
van het Erfgoedplatform in Waanders in de
Broeren, Buurtbemiddeling 25 jaar in Zwolle.
– Dinsdag 12 oktober 2021 Algemene Ledenvergadering
van de Zwolse Historische Vereniging.
Nadere informatie vindt u op onze website.
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 131
‘Kleurrijke Zwollenaren’ 130
Steven ten Veen
De opkomst van het socialisme in Zwolle
Deel 3: De kleine revolutie van de gesjochten
jongens (1878-1894) Jan van de Wetering 132
‘SEER CIERLIJCK GEMAECKT’:
Leven en werk van houtsnijder
Hermannus van Arnhem (1634-1708)
Een onbekende beeldsnijder Saskia Zwiers 161
Bezetting en vrijheid in de Diezerstraat,
mijn kinderjaren 1940-1950
Voor mijn broer Gerrit Banck (1931-2016),
een echte Zwollenaar, in herinnering
Geert Banck 172
‘Uit het Drostenhuis’
Saskia Zwiers 186
Baron Sloet, een mislukte kolonisatie in Suriname
en een onderzoek van Jaap van Dissel
Wim Coster 188
Grafkelder familie Van Haersolte
Michael Klomp
191
Auteurs 193
Redactioneel
De rubriek Kleurrijke Zwollenaren van Steven
ten Veen is deze keer gewijd aan Mannes
Wezenberg, een fanatiek voetbalsupporter,
die er niet voor terugdeinsde het veld in te
rennen als een beslissing van de scheidsrechter hem
niet beviel. Jan van de Wetering schreef het derde
deel van de serie De opkomst van het socialisme in
Zwolle. Helmig van der Vegt en Louis Cohen en
vele andere pioniers zorgden ervoor dat Zwolle op
de kaart kwam te staan bij landelijke voormannen
als Troelstra en Domela Nieuwenhuis. Zo kwam
het dat hier in de Atlas in 1894 de SDAP werd opgericht.
Daar waren zeer onrustige jaren aan voorafgegaan,
waarin socialisten en oranjeaanhangers
met elkaar op de vuist gingen. Saskia Zwiers bewijst
eer aan leven en werk van houtsnijder Hermannus
van Arnhem (1634-1708), wiens decoraties onder
andere te zien zijn op het kistje met de stoffelijke
resten van Thomas van Kempen in de Onze Lieve
Vrouwekerk. Zij schreef ook de eerste aflevering
van de nieuwe rubriek Uit het Drostenhuis, over
museumstukken die daar ooit te zien waren.
Geert Banck, zoon van een bekende Zwolse
bloemist, haalt jeugdherinneringen op uit de tijd
van de Tweede Wereldoorlog. Het gaat er af en toe
spannend aan toe in de Diezerstraat. Wim Coster
beschrijft een mislukte poging tot kolonisatie in
Suriname door ‘zijn’ baron Sloet tot Oldhuis en
combineert dat met opmerkelijke feiten die de
tegenwoordig alom bekende infectioloog Jaap
van Dissel hierover naar boven wist te halen.
Stadsarcheoloog Michael Klomp duikt letterlijk
en figuurlijk diep in het verleden. Hij beschrijft
de opgraving van de in 1716 in gebruik genomen
grafkelder van de Zwolse familie Van Haersolte.
Coverfoto: Diezerstraat, de Smeden, circa 1890,
fotograaf onbekend. (Collectie HCO)
Inhoud
132 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De opkomst van het socialisme in Zwolle
Deel 3: De kleine revolutie van de gesjochten jongens (1878-1894)
‘Het was geen lolletje om voor zijn socialistische
beginselen uit te komen
en alleen het vaste vertrouwen in de
toekomst van een betere maatschappij, waar geluk
en brood zou zijn, ook voor het proletariaat, deed
de partijgenoten stand houden tegen alle tegenwerking.(…)
De socialisten van die dagen waren
eenvoudig buiten de wet gesteld. Steeds werden
brieven en pakketten aan hun adres geadresseerd
aan het postkantoor geopend. Van de autoriteiten
dier dagen ging een blinde vervolgingswoede uit en
de politieagenten waren met de uitvoering belast,
ofschoon die in vroeger dagen ook slecht betaald
werden en lang niet tevreden waren.’ 1
Bang waren ze niet, de eerste Zwolse socialisten.
Al hadden ze het zwaar te verduren, ze hielden vol.
Hun niet aflatende gedrevenheid kwam voort uit
een mengsel van woede en idealen. Woede over het
kwade leven van de werkman, dat ze van huis uit
kenden en idealen, die eerst nog vaag waren maar
allengs scherpere contouren kregen. De meesten
van hen waren jong, twintigers en dertigers;
een nieuwe generatie was opgestaan, die minder
lijdzaam was dan die van hun ouders. Als kind
zagen ze in 1872 de werklieden eendrachtig met
hun patroons door de straten marcheren tijdens
de grootste optocht die Zwolle ooit had meegemaakt.
2 Maar de eendracht die werd uitgestraald
Arbeiders Thorbeckegracht,
circa 1900.
(Collectie HCO)
Jan van de Wetering
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 133
was slechts schijn. Onder de oppervlakte rommelde
het en voor iemand er erg in had, ontstonden er
scheuren in de arbeidsverhoudingen. Eerst in de
steden met grote fabrieken, rokende schoorstenen
en massaproductie, maar nog geen tien jaar later
ook in provinciesteden als Zwolle, daar waar je niet
zo gauw opstandigheid zou verwachten.
In dit derde deel over de opkomst van het
socialisme beschrijf ik de doorbraak van het socialisme
in Zwolle in de periode 1878-1894, een
uitzonderlijk turbulente periode. Een belangrijke
rol is weggelegd voor de activiteiten van een aantal
socialisten van het eerste uur: onderwijzer Helmig
Jan van der Vegt, handelaren in van alles en nog
wat Louis Cohen en Marcus Spits, slijter J.M. van
Vlaardingen en handelsreiziger Pieter Arnolli.
Allemaal ‘gesjochten jongens’ in de woorden van
Helmig van der Vegt, al deed hij daar zichzelf wat
tekort mee, gezien zijn goede opleiding en altijd
correcte gedrag. De mannen waren generatiegenoten,
geboren in de jaren zestig. Op het moment
dat het in Zwolle ‘los’ ging – aan het eind van de
jaren tachtig – waren ze nog geen dertig jaar. Ze
hadden nog meer gemeen, ondanks hun eenvoudige
afkomst waren ze welbespraakt. Ze zouden in
de loop der jaren tijdens politieke bijeenkomsten
honderden, soms duizenden mensen toespreken.
De sociale kwestie
In de jaren zeventig was de gevestigde orde – van
liberaal tot conservatief – er wel van overtuigd
dat er iets moest worden gedaan aan de erbarmelijke
levensomstandigheden van de arbeiders, in
de stad en op het land. Ook in Zwolle kwam ‘de
sociale kwestie’, zoals het genoemd werd, hoog
op de agenda te staan van de gegoede burgerij.
In lezingen en artikelen werd de discussie aangezwengeld
en in de herensociëteiten was het een
geliefd gespreksonderwerp. De Maatschappij tot
Nut van ’t Algemeen ging een stap verder en liet
in 1872 een onderzoek instellen naar de ‘toestand
en onderlinge verhouding tussen arbeidgevers en
arbeiders in en om Zwolle’. Een commissie van
wijze mannen, waaronder notaris Jan Hermannus
van Roijen (voorzitter) en notabelen als Gerrit
Wispelwey van ijzergieterij De Nijverheid en uitgever
en boekhandelaar Wolterus Tjeenk Willink
schreef een rapport van 48 bladzijden.3 Tussen
de regels van het rapport klinkt zorg door over de
opkomst van het socialisme: ‘De geschiedenis der
laatste jaren wijst herhaaldelijk op mannen, wier
zuiverheid van bedoeling boven elke verdenking
verheven was, doch wier pogingen om het maatschappelijk
verkeer op anderen grondslag te vestigen,
schipbreuk leden, omdat zij de werkelijkheid
voorbij zagen, en even zoo dikwijls op volksmenners,
die uit eigen belang zich van de door onbestemde
wenschen en valsche voorspiegelingen
misleide arbeiders meester maakten.’
Naast de kritiek op de volksmenners onder
de arbeiders, spaarde de commissie ook de eigen
gelederen niet: ‘Bij vele arbeidgevers en kapitalisten
is een conservatisme geboren dat in bestaande
toestanden slechts de ijzeren wet van noodzakelijkheid
ziet heerschen en daarom, wars van elk
middel ter verandering, naar bestendiging dier
toestanden streeft.’ Hoewel de commissie in haar
onderzoek voor zover valt na te gaan geen arbeider
heeft gesproken, wist ze wel de vinger op de
zere plek te leggen:
– Er was nog steeds kinderarbeid in Zwolle;
– Het aantal werkuren van arbeiders was gemiddeld
negen tot tien uur en bij de Centrale Werkplaats
van de spoorwegen zelfs twaalf uur;
– Het gemiddelde weekloon (zestig cent) voor een
gezin was minder dan de noodzakelijke kosten
van levensonderhoud;
Bedelaar Oude Vismarkt,
circa 1900.
(Collectie HCO)
134 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
– De armbesturen betaalden bij werkloosheid wel
voor geneeskundige hulp, maar bedeling in de
vorm van levensmiddelen werd in de regel niet
aan arbeiders verstrekt;
– Arbeiders woonden soms nog in onbewoonbaar
verklaarde woningen en meerdere gezinnen
woonden samen in huizen die eigenlijk voor
slechts één gezin geschikt waren. Ook woonden er
gezinnen op zolders of in kelders;
– Er waren niet genoeg (gratis) scholen voor kinderen
‘der arme en minvermogende klasse’, zodat
ruim tweehonderd oudere kinderen hun tijd nutteloos
op de bewaarschool doorbrachten;
– Zelfs het volksvermaak tijdens de zomerfeesten
(mastklimmen, tobbespel, zaklopen) had zijn
donkere zijde. Het volk kon niet zonder sterke
drank: ‘Met genever vindt men alles mooi en
goed, zonder genever wordt het beste versmaad.’
Opvallend was het antwoord van de commissie
op de vraag over de relatie tussen werkgevers
en werknemers: ‘De onderlinge betrekking
tusschen arbeiders en arbeidgevers is hier zeer
gunstig, een gevolg zoowel van het goedaardig en
tevreden karakter van den arbeidersstand als van
eene goede behandeling van de zijde der bazen.
Werkstakingen, ruw verzet of dergelijke uitingen
van ontevredenheid hebben zich hier dan ook
nooit onder de arbeiders voorgedaan.’
Iedere onderbouwing van dit laconieke antwoord
ontbreekt in het rapport. Maar hoe kon het
ook anders in een onderzoek waarbij alle relevante
partijen waren ondervraagd, behalve de arbeiders
zelf. Ook over de oplossing van de sociale kwestie
maakte de commissie zich er met een Jantje van
Leiden vanaf: Het verbeteren van de relatie tussen
bazen en knechten achtte zij onnodig omdat in
het rapport immers tal van oorzaken waren opgegeven
‘die den materiëelen, moreelen en intellectueelen
toestand der arbeidende klasse tot zijn
tegenwoordig peil doen zinken. Die oorzaken weg
te nemen, ziedaar het middel om den toestand van
den arbeider te verbeteren.’
Ondanks alle goede bedoelingen bleef het uiteindelijk
bij praten en kwam het niet tot werkelijke
verbetering van de positie van de arbeiders. Dat
was in Zwolle zo, dat was overal zo. De regering
maakte al evenmin weinig haast om het probleem
aan te pakken. Een eerste stap in de goede richting
werd in 1874 gezet met het de invoering van het
‘kinderwetje’ van minister Van Houten’, dat arbeid
door kinderen onder de dertien jaar verbood.
Daarna bleef het lang stil. Pas in 1889 werd een
Arbeidswet ingevoerd, in 1900 een leerplichtwet
en in 1901 een woningwet.
Als mussen die op een hoop kruimels neerstrijken
Ondertussen was de malaise in Zwolle erger dan
ooit. Werklozen grepen elke gelegenheid aan
Bewoners van het
Achterom in de Kamperpoort,
circa 1890.
(Collectie HCO)
Centrale Werkplaats
Zwolle, 1913. (Geheugen
van Nederland,
Utrechts Archief)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 135
om nog wat te verdienen, al was het maar met
sneeuwruimen: ‘Als de musschen die van een dak
op een hoop kruimels neerstrijken, zoo kwamen
ruim honderd mannen opdagen met bezem en
schop op den rug en hunnen diensten aanbieden
– vrouw en kinderen zitten immers te huis zonder
vuur, licht of brood!’4 Ook gingen de werklozen
voor Hulpbetoon (een charitatieve instelling)
touw pluizen voor het breeuwen van naden tussen
de planken van schepen. Dezelfde instelling
had op het Eiland een werklokaal waar werklozen
tegen een kleine vergoeding winkelzakjes mochten
plakken. Hetzelfde gebeurde in de gevangenis.
‘Ga jij maar zakkies plakken’ was in die tijd een
gevleugelde uitdrukking om iemand op zijn plaats
te zetten.5
In een wereld zonder welke regeling voor sociale
zekerheid dan ook, was werkloosheid, arbeidsongeschiktheid,
langdurige ziekte of overlijden
van een echtgenoot al voldoende om iemand
zwaar in de problemen te brengen. Arme gezinnen
konden het alleen niet redden als er een kind
op komst was. De Maatschappij van Moederlijke
Weldadigheid te Zwolle verstrekte in 1880 aan
60 hervormde en 31 rooms-katholieke kraamvrouwen
80 grote hemden, 77 beddenlakens,
35 jakken, 35 paar kousen, 364 kinderdoeken,
182 roode luren (doeken om kinderen in te wikkelen),
182 hemdjes, 182 doekjes, 182 ondermutsjes,
91 wollen sokjes, 91 wollen borstrokjes en
91 japonnetjes. Ook reikte de instelling dat jaar
819 broden uit, 45 ponden koffie, 91 ponden rijst
en 10.400 turven.6
Het socialisme: de utopie
De vraag was of het opkomende socialisme een
oplossing zou kunnen bieden. Het socialisme is
eind achttiende, begin negentiende eeuw ontstaan,
waarbij de negatieve effecten van de industriële
revolutie een grote rol hebben gespeeld.
In korte tijd ontstond in landen als Frankrijk,
Engeland en Duitsland een arbeidersproletariaat,
bestaande uit arme, ongeschoolde volksmassa’s.
Filosofen en sociologen werkten als reactie daarop
vergaande ideeën uit over een ideale, rechtvaardige
staat. Al in 1827 werd in Engeland voor het
eerst het woord socialisme vermeld – in de Zwolsche
Courant pas op 24 september 1850. Onder
socialisme werd verstaan een politiek en economisch
systeem, dat alle productiegoederen als collectief
eigendom van de gemeenschap voorstond.
Dat hield de afschaffing van kapitaal als privaat
bezit in. Dat dit niet eenvoudig te realiseren was,
zorgde ervoor dat de pioniers die deze staatsvorm
voorstonden ook wel utopische socialisten werden
genoemd. Even duidelijk was dat dit streven
ver boven de gedachtewereld en verwachtingen
van het werkvolk uitsteeg. Zij dachten en bleven
denken in termen van meer loon, lagere prijzen en
kortere arbeidstijden.
In 1867 verscheen het eerste deel van het baanbekende
werk Das Kapital van Karl Marx. Het zou
‘de bijbel’ worden voor hele generaties socialisten.
Volgens Marx was het idee van een klasseloze
maatschappij met collectief eigendom geen utopie,
maar een noodzakelijke ontwikkeling. De
verpaupering van het volk (‘Verelendung’) ten
gevolge van het kapitalisme zou op den duur een
revolutie onvermijdelijk maken.
De ideeën van het socialisme, in welke variant
ook, waren nauwelijks bekend bij arbeiders. Geen
Zwolle, Diezerstraat,
de Smeden, circa 1890,
fotograaf onbekend.
(Collectie HCO)
wonder overigens, het was voor hen, maar ook
zonder hen bedacht. En als ze er wel kennis van
namen, in Zwolle bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten
van de vereniging Hooger Zij Ons Doel,7 dan
moesten ze er weinig van hebben. Het ging arbeiders
niet om een klasseloze maatschappij – wat
moesten ze zich daar ook bij voorstellen? – maar
om directe verbetering van hun omstandigheden.
In tijden van werkloosheid en voedselschaarste
werd het volk opstandig, maar in betere tijden
waren ze relatief tevreden over hun bestaan. Meer
heil zag het merendeel van de arbeiders in verenigingen
die voor hun belangen opkwamen zonder
de ver-van-mijn-bed-ideeën van het socialisme.
Daar kon je geen brood van kopen.
Zo’n redelijk alternatief verscheen in 1871 op
het toneel. Dat jaar werd het Algemeen Nederlandsch
Werklieden-Verbond opgericht door een
aantal vakverenigingen in Amsterdam, Rotterdam
en Utrecht. Het Verbond voer een gematigde
koers. Doelstelling was de arbeidersklasse te verheffen
‘in zedelijke waarden’ en het bevorderen
van ‘zijne stoffelijke welvaart, staatsburgerlijke
rechten en gelijkheid en maatschappelijke vrijheid.’
Het Verbond streefde naar hogere lonen en
meer rechten voor de arbeiders, maar altijd langs
lijnen van geleidelijkheid, arbeiders in harmonie
met hun patroons. Voorman was Bernardus Heldt
(1841-1914), een meubelmaker uit Amsterdam.
Hij zou in 1885 als eerste arbeider in de Tweede
Kamer worden gekozen.
Al gauw ontstonden in het hele land vergelijkbare
verenigingen, die zich schaarden onder
de vlag van het landelijke Verbond. In Zwolle
werd op 1 november 1874 de Algemeen Zwolsche
Werklieden-Vereeniging opgericht in de concertzaal
van het Odéon. Landelijk voorzitter Bernard
Heldt sprak het gezelschap ter aanmoediging
toe. Voorzitter (vanaf 1877) werd Frits Visscher
(1835-1913), een timmerman en modelmaker.
Aanvankelijk kon de Zwolse afdeling op weinig
belangstelling onder de arbeiders rekenen. Dat
veranderde toen de vereniging erin slaagde enkele
patroons te overreden de lonen te verhogen. Visscher
kreeg ook de Zwolse notabelen achter zich,
onder voorwaarde dat de arbeiders hun goede
wil en ijver toonden. Een groep begunstigers
verstrekte de vereniging een lening voor het laten
bouwen van zestien arbeiderswoningen buiten de
Diezerpoort. Maar, voor wat hoort wat, zeiden de
donateurs: Nu zij de werklieden de vriendenhand
hadden toegestoken, moesten die begrijpen ‘dat zij
die hand niet mochten afwijzen, maar die dankbaar
moesten drukken.’8
Als een vroeg voorbeeld van verzuiling
ontstonden er binnen het Werkliedenverbond
later afsplitsingen: De Zwolse hervormden en
gereformeerden gingen in 1892 verder onder de
naam Patrimonium en de katholieken richtten de
Rooms-Katholieke Werkliedenvereeniging
St. Joseph op, met een eigen vergaderruimte in de
Nieuwstraat.
Domela Nieuwenhuis: de socialistische verlosser
Ondertussen groeide het socialisme als kool in
steden als Amsterdam en Rotterdam. Maar het
was een socialist uit Friesland, wiens naam vanaf
de jaren tachtig op ieders lippen lag: Ferdinand
Domela Nieuwenhuis (1846-1919). Na zijn jeugd
136 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Karl Marx, tekening
van Albert Hahn,
omslag de Notenkraker,
1908. (Geheugen
van Nederland)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 137
in Amsterdam volgde hij een theologisch opleiding,
om later predikant te worden in Harlingen.
Daar trad hij in 1879 uit de kerk: ‘Het is mij onmogelijk
langer te arbeiden aan een dood lichaam’.
Daarna stortte hij zich volledig op de verspreiding
van het socialisme. Willem Vliegen, voorman van
de SDAP, schreef over hem: ‘Wie (…) de geschiedenis
schrijft der Nederlandsche socialistische
beweging tot aan het jaar 1894, schrijft meteen de
geschiedenis van het openbare leven van Domela
Nieuwenhuis en omgekeerd’ (…) 9 ‘Hij had het
voorkomen van een apostel. Zijn hooge en slanke
gestalte miste alles wat alledaagsch is. Zij gaf een
indruk van zachtheid en kracht tegelijk. Niemand
kon zich van dezen man voorstellen dat hij ooit
een kind een klap of een hond een trap zou geven
en aan den anderen kant kon men zich evenmin
erin denken dat hij ooit het hoofd zou buigen voor
eenige bedreiging of een stap sneller zou loopen
voor eenig gevaar. Zijn Jezuskop stak boven elken
massa uit.’10
Domela Nieuwenhuis trok het hele land door
om arbeiders en andere geïnteresseerden toe te
spreken. In zijn lezingen ging hij tekeer tegen de vijf
K’s: Kerk, Koning, Kapitaal, Kazerne en Kroeg. Hij
was van doorslaggevende betekenis voor de vroege
Zwolse socialisten. Eén van hen was Helmig Jan
van der Vegt. Hij werd op 5 januari 1864 in Zwolle
geboren als zoon van een timmermansknecht en
stadsomroeper. Helmig kreeg van zijn ouders de
gelegenheid een onderwijzersopleiding te volgen,
wat in die tijd, gezien zijn eenvoudige afkomst, vrij
uitzonderlijk was. Na zijn examens kreeg hij een tijdelijke
aanstelling als onderwijzer op een openbare
school in Krommenie. Hij was toen negentien jaar.
Op een zondagmorgen in 1883 bezocht hij daar
een bijeenkomst waar Nieuwenhuis zou spreken.
Helmig was meteen gegrepen door diens radicaal
socialistisme, nog onwetend van het feit dat hij een
paar jaar later Nieuwenhuis in Zwolle persoonlijk
zou leren kennen.11
De eerste socialistische vereniging van Nederland
In de geschiedschrijving wordt 1878 wel genoemd
als het jaar van de geboorte van het socialisme in
Nederland.12 Dat jaar werd op 8 juli in Amsterdam
de Sociaaldemokratische Vereeniging opgericht,
nadat de leden vergeefs hadden geprobeerd
de Werkliedenvereniging van Heldt in die zin te
hervormen. In meerdere opzichten was het een
historisch moment, want hier scheidden zich al
de wegen van de nog zo prille arbeidersbeweging.
Het Werkliedenbond bleef naar verbinding
zoeken met ‘het kapitaal’, terwijl de Sociaaldemokratische
Bond (SDB), zoals de vereniging
sinds 1881 genoemd werd, zich daar nadrukkelijk
tegen afzette. In andere steden, maar nog niet in
Zwolle, ontstonden vergelijkbare verenigingen,
die zich al gauw zouden scharen onder de vlag van
de SDB. De bond en haar verenigingen stonden
sterk onder invloed van de ideeën van Domela
Nieuwenhuis, die niet veel later redacteur werd
van het socialistische blad Recht voor Allen, dat de
spreekbuis zou worden van de SDB. De oprichting
van de nieuwe bond was niet ongemerkt voorbijgegaan.
Bij bestuurders van steden en bij de politie
gingen de alarmbellen af: Sociaaldemocratie
stond voor ‘petroleum en dynamiet’ en samen-
Links: Domela
Nieuwenhuis, 1903.
(Geheugen van
Nederland)
zullen zijn socialistische overtuigingen alleen
maar hebben gesterkt. Hij werd lid van de SDB (je
kon daar ook als individu lid van worden), las de
werken van Domela Nieuwenhuis en ontmoette
Zwolse geestverwanten. Helmig bewoog zich als
onderwijzer gemakkelijk in twee werelden: die
van het werkvolk en die van de hoger opgeleiden.
Een proletariër met een hoed, noemde hij zichzelf
wel eens.
Al snel kreeg Helmig een nieuwe kans Domela
Nieuwenhuis te horen spreken. Op 22 november
1884 deed hij Zwolle aan. In de grote nieuwe zaal
van de Atlas sprak hij over het thema welvaart en
werkloosheid. De zaal was tot de nok toe gevuld
‘met personen van allerlei stand, waaronder ook
eenige werklieden.’ Dit in tegenstelling tot zijn
voordrachten in steden als Amsterdam en Rotterdam
waar het publiek hoofdzakelijk uit arbeiders
bestond. Het Zwolse stadsbestuur was een beetje
nerveus geworden door de komst van ‘de agitator’.
Er gingen geruchten dat de politie geheime maatregelen
had genomen ‘ter bewaring der orde en
dat de spreker, behoorende tot de sekte der vegetaratiërs,
geen vleesch at.’ Maar Domela hield zich in
volgens de verslaggever van de Zwolsche Courant:
‘[Het komt] ons voor dat wij het hier in een verzachten
vorm kregen, in een voor de provincie,
voor nog niet aan den prikkelenden kost gewende
magen, verdund extract.’
Toch draaide Domela er in zijn marxistisch
getint betoog niet omheen: ‘Vrijheid bestaat
niet voor den arbeider. Rechten op den grond
heeft hij niet. Neemt hij het contract hetwelk de
werkgever hem aanbiedt niet aan, dan moest hij
verhongeren, want in ons vaderland zijn wel vereenigingen
tot bescherming van dieren, maar niet
van menschen. De regeering – het uitvloeisel der
bezittende klassen – doet niets voor hem.’ Domela
sloot af met een advies voor Zwolle: Hij spoorde
de arbeidende stand aan een vereniging voor
algemeen kiesrecht op te richten.13 Dat advies zou
Helmig van der Vegt niet vergeten.
Een socialistische standwerker op de Grote Markt
De Zwolse socialisten van het eerste uur beseften
na het bezoek van Domela Nieuwenhuis niet
dat ze aan de vooravond stonden van een tijd
zwering tegen het bevoegd gezag. Wie zich erbij
aansloot was verdacht.
Maar hoe gevaarlijk was de nieuwe beweging?
Ondanks het onmiskenbare effect van de
optredens van Domela Nieuwenhuis waren de
arbeiders allerminst overtuigd. Neem zijn vijf K’s:
Kerk, Koning, Kapitaal, Kazerne en Kroeg. Het
merendeel van de arbeiders was in die tijd gelovig
en Oranjegezind, niet op voorhand tegen hun
patroons, ook niet tegen een leger en een beetje
drank had een werkman wel verdiend na zes
dagen hard werken. Zo was het in heel Nederland,
zo was het in Zwolle.
Domela Nieuwenhuis spreekt in de Atlas
Met de bedwelmende woorden van Domela Nieuwenhuis
nog in zijn hoofd, keerde Helmig van der
Vegt, twintig jaar jong, in 1884 terug naar Zwolle,
waar hij onderwijzer werd aan de Zijltjesschool
in de Hoogstraat, een kosteloze school voor
armen en minvermogenden. Zijn ervaringen op
de school, middenin volkswijk de Kamperpoort,
138 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Vaandel van afdeling
Zwolle van de Nederlandsche
Vereeniging
van Spoor- en Tramwegpersoneel,
1907.
(Geheugen van Nederland)
bracht hij hem een glas bier, gratis nog wel. De
inmiddels gewaarschuwde politie nam het tafeltje
en de brochures van de koopman in beslag en
bracht ze naar het politiebureau. Hoofdagent Visser
sloot de stoet met de stoel van de koopman
boven zijn hoofd dragend.’14
Maar al twee weken later sloeg de stemming
om. Volgens Vliegen was 1885 het jaar waarin
het meest over revolutie gesproken werd, de taal
in Recht voor Allen was ronduit opruiend geworden.
Een populaire leuze dat jaar was ‘Algemeen
stemrecht, of revolutie!‘15 In de zomer van dat jaar
verplaatste de politiek zich naar de straat.
De politie probeerde keer op keer de colportage
van Recht voor Allen te verhinderen, waardoor op
25 augustus in Amsterdam opstootjes plaatsvonden.
’s Avonds liep een enorme menigte, voorafgegaan
door rode vlaggen naar de Jordaan om te
demonstreren voor het algemeen kiesrecht. Bij
terugkeer op de Dam vond een confrontatie met
de politie plaats en ook in de straten eromheen
werd gevochten.’ De burgemeester verbood diezelfde
dag nog alle samenscholingen.
Glasgerinkel in de binnenstad
Het vuur dat in Amsterdam was ontstoken, sloeg
een week later over naar Zwolle. Op maandag
31 augustus werd Prinsesjesdag gevierd (de
geboortedag van prinses Wilhelmina). De apotheose
was de intocht van de schutterij, die tegen
de avond met volle muziek van het exercitieterrein
aan de Turfmarkt naar de Grote Markt marcheerde,
waar zich inmiddels een grote menigte
had verzameld. Om negen uur sloeg de stemming
om, na een dag van feest en drank. Jongeren staken
Bengaals vuur af en bekogelden de politie met
pruimen. Er ontstond spontaan een volksoptocht,
voorafgegaan door niet geheel nuchtere personen,
die al zingend door de stad trokken.
‘Eerst ging het de Diezerstraat door en over
’t Gasthuispein terug. Daarop de Melkmarkt op
en neer. ‘t Bleef bij zingen en joelen. Vervolgens
weder de Diezerstraat doorgaande en langs de
Thorbeckegracht terugkeerende, kwam het tot
baldadigheid. Wie den eersten steen heeft gegooid
is natuurlijk niet bekend (…), maar een feit is dat
van onderscheiden perceelen langs de Thorbecvan
grote woelingen, hevige vervolgingen en
massabetogingen. Zwolle, ja ook het bezadigde
Zwolle, zou erbij betrokken raken. Het begon nog
redelijk gemoedelijk. Op 14 augustus 1885 stond
‘een gepatenteerd koopman’ als standwerker op
de Grote Markt. Die dag verkocht de koopman
andere waren dan gebruikelijk. Hij beklom zijn
markttafel en probeerde met een bel de aandacht
van het publiek te trekken, om vervolgens zijn
socialistische waren aan te prijzen: brochures met
titels als ‘Hoe ons land geregeerd wordt’ en ‘Hoe
moeten wij de drankpest bestrijden.’ Welbespraakt
vertelde hij ‘over den toestand van ’t volk en de
onhoudbaarheid daarvan, gekruid met snedige
histories uit zijn koopmansloopbaan.’ Iemand uit
het publiek maakte bezwaar en riep dat de koopman
staatsgevaarlijk was. Daar was de kastelein
van café de Zon aan de Grote Markt het niet mee
eens. Toen de koopman om een glas water vroeg,
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 139
Omslag Recht voor
Allen ter gelegenheid
van de eerste 1 meiviering,
1890. (Geheugen
van Nederland)
raad over de kwestie. In de eerste plaats moest
verdere escalatie worden voorkomen. Jhr. Willem
van Nahuijs (1820-1901), sinds 1867 burgemeester
van Zwolle, maakte nog diezelfde dag gebruik
van de mogelijkheden die de gemeentewet hem
bood.16 Hij verbood alle samenscholingen op
stoepen, openbare straten, wegen en wandelplaatsen.
Ook maakte hij bekend dat hij samenscholingen
zo nodig met geweld uiteen zou laten drijven.
Alle koffiehuizen, bierhuizen, tapperijen, kroegen
en andere plaatsen waar sterke drank werd verkocht,
moesten tussen negen uur ‘s avonds en zes
uur ’s morgens gesloten zijn. Hij waarschuwde dat
iedereen die zich uit nieuwsgierigheid bij kwaadwilligen
aansloot, letsel kon oplopen. Ondertussen
hielden dertig uit Deventer overgekomen
huzaren samen met de plaatselijke infanterie,
artillerie en politie de stad op strategische punten
bezet. Het werkte: De vele Zwollenaren die
’s avonds toch nog op straat waren, stoven bij
nadering van de militairen verschrikt uiteen. Na
het sluiten van de dranklokalen om negen uur
werd het rustig op straat en tegen half elf was de
gehele stad in volkomen rust.
Tijdens de raadsvergadering vertelde burgemeester
Van Nahuijs dat hij persoonlijk onderzoek
had gedaan naar de oorzaken van de onrust.
Zijn conclusie was ‘dat het voorgevallene enkel
aan brooddronkenheid moet worden toegeschreven.’
Hij legde dus geen verband met de revolutionaire
acties van de socialisten een week eerder
in Amsterdam, die met rode vlaggen en banieren
het gevecht met de politie aan waren gegaan. Er
valt iets te zeggen voor de zienswijze van de burgemeester.
In de vele krantenverslagen werd geen
melding gemaakt van socialistische uitingen.17
Ziezo, ik ga mijn vee eens voeren
Maar toch, het spoor van vernielingen dat de op hol
geslagen meute had aangericht, vond alleen plaats
in de straten waar de Zwolse notabelen woonden.
Hun ruiten werden met bakstenen ingegooid, wat
toch iets verder gaat dan de pruimen waarmee
baldadige jongeren de politie hadden bekogeld. De
Zwolse politie dacht wel degelijk aan een gevaar uit
socialistische hoek. In een brief van Liberté (een
schuilnaam) in Recht voor Allen lezen we:
kegracht, bij voorkeur daar waar het door de boomen
iets minder licht was, ruiten zijn ingegooid.’
Hetzelfde gebeurde op de Melkmarkt, in de Korte
Kamperstraat, de Kamperstraat, de Blijmarkt, de
Koestraat en de Walstraat. De politie was op haar
hoede, maar greep niet in. Pas tegen elf uur werd
het rustig. Dat er iets meer aan de hand was dan
een door drank uit de hand gelopen feest, bleek de
volgende dag:
‘Wel in mindere mate, doch in zeer opgewonden
stemming trok (…) een groote troep kwajongens,
mannen, vrouwen, meisjes en kinderen
door de stad. Schreeuwen en tieren geen gebrek.
Ditmaal scheen het bijzonder gemunt te zijn op de
spiegelruiten van de villa’s in het Groote Weezenland,
die dan ook dezen morgen de kenmerken
droegen van woeste baldadigheid.’ De politie,
versterkt door het in Zwolle gelegerde garnizoen
infanterie en artillerie, patrouilleerde door de
stad, verzamelde het oproerige volk op de Grote
Markt en liet het in kleine groepen naar huis gaan,
zodat tegen middernacht alles weer rustig was.
Het was duidelijk dat het zo niet langer kon
doorgaan. Woensdag 2 september vergaderde de
140 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Politieagent uit Zwolle,
1880. (Collectie Nederlandse
politie toen en
nu)
omdat hij met enkele vrienden zo luidkeels had
staan zingen in de Diezerstraat dat de rust van de
omwonenden was verstoord. Omdat de regionale
kranten nadrukkelijk vermeldden dat de gebroeders
Hartdorff socialisten waren, was de kwestie
voer voor socialistenhaters, zoals blijkt uit een
brief in de Opregte Steenwijker Courant, onder de
kop ‘Arbeiders, wilt gij dit eens lezen?’:
‘Het grootste deel onzer burgerij zal wel overtuigd
zijn dat de socialisten menigeen die een
weinig zwak van karakter is, door hun opruiende
taal ’t hoofd op hol brengen en tot slechte daden
verleiden. (…) Een sprekend voorbeeld hiervan
kwam dezer dagen in Zwolle voor. (…) De lessen
van hen, die onder het voorwendsel van het lot van
de arbeiders te willen verbeteren, brachten nooit
aan eenig sterveling geluk, maar helaas (…) dat vele
onnoozelen luisteren naar de verleidelijke stem van
mannen, in wier ziekelijke verbeelding, onuitvoerbare
hersenschimmen en misdadige plannen een
hoofdrol spelen. Moge het lot van dezen knaap nog
menigeen in tijds de oogen openen.’19
De strijd om het algemeen kiesrecht
De nog steeds ongeorganiseerde Zwolse socialis-
‘Den volgenden dag [na Prinsesjesdag] werden
er verschillende personen in verhoor genomen
bij de politie. (…) De inspecteur van politie
informeerde belangstellend naar de socialisten in
de werkplaatsen en wie of er lid was en hoe en wie
de leden uit den Stemrechtbond waren, waarop,
zooals zeer begrijpelijk is, de goede man weinig
antwoord kreeg. De socialisten krijgen er dus de
schuld van. (…) Als ’t waar was wat de kommissaris
van Nieuwland heeft gezegd, dat de socialisten
de hand in ’t spel hadden, dan nog waren de maatregelen
voor rustbewaring bespottelijk en het doet
ons denken aan de woorden van Cavour: Met den
staat van beleg kan elke ezel wel regeeren.’
Liberté ventileert ook zijn woede tegen het
Zwolse politiecorps. Zo citeert hij een Zwolse
politieagent, die de arrestanten wat te eten moest
brengen: ‘Zie zoo, ik ga mijn vee eens voeren.’
Erger nog zijn twee voorbeelden van seksuele
intimidatie. Hij zag een agent die een jonge vrouw
in de borst greep en haar al vloekend op een
stoel wierp. Weer een andere agent zei tegen een
gehuwde vrouw met een kind op de arm: ‘Gooi dat
maar weg, ik zal je wel een ander maken.’
Waar of niet waar, zeker is dat de kersverse
socialisten en de politieagenten elkaar van meet
af aan niet verdroegen. Een week later stelde de
burgemeester vast dat de rustverstoringen waren
gestopt en hief hij de sluiting van koffiehuizen,
bierhuizen, tapperijen en kroegen op. Zwolle
mocht weer aan het bier en de jenever.18
Arbeiders, wilt gij dit eens lezen?
Ook de lokale pioniers van het socialisme waren
geschrokken van de drie wilde augustusdagen in
1885. Ze organiseerden voorlopig geen bijeenkomsten
meer. Door die ingegooide ruiten van de
notabelen hadden ze de schijn tegen. Het imago
van de socialisten werd er niet beter op toen op
Sint Nicolaasavond van dat jaar enkele jongens
onder aanvoering van de negentienjarige W.F.
Hartdorff, medewerker van de Centrale Werkplaats
en socialist, nabij het station straatlantaarns
stukgooide en, wat niet al te handig was, ook nog
eens een ruit van een kantonrechter. Zijn broer,
ook socialist en eveneens werkzaam bij de Centrale
Werkplaats, was diezelfde avond gearresteerd
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 141
Arbeiders Thorbeckegracht,
circa 1900.
(Collectie HCO)
142 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
ten mochten dan een pas op de plaats maken, in
het westen van het land was het hek van de dam.
Socialistische voormannen als Domela Nieuwenhuis
en Jan Fortuyn trokken volle zalen. Eén
strijdpunt kreeg de meeste aandacht: het kiesrechtvraagstuk.
Zolang het overgrote deel van het
volk niet mocht stemmen, viel er aan verbetering
van het lot van de arbeidersklasse niet te denken
vonden de socialisten. Een eerlijke manier van
volksvertegenwoordiging was alleen mogelijk
door afschaffing van het censusstelsel: alleen
mannen met een bepaald inkomen – vele malen
hoger dan dat van arbeiders – mochten stemmen.
Met dat doel voor ogen werd in 1882 de Nederlandsche
Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht
opgericht. Het Werkliedenverbond ging er
schoorvoetend in mee.
In Zwolle hadden zich tot dan toe alleen
enkele liberalen ingezet voor algemeen kiesrecht.
Maar in arbeiderskringen begon de kwestie eindelijk
ook te leven. De tuinzaal van Hille aan de
Veemarkt zat bomvol tijdens een bijeenkomst in
het najaar van 1884 van de Nederlandsche Bond
voor Algemeen Kies- en Stemrecht. Spreker was
de in Zwolle al bekende Th. de Rot uit Rotterdam.
Uit zijn woorden sprak duidelijk de, vanuit socialistisch
perspectief gezien, gematigde opstelling
van de Bond:
‘Welnu, opdat de wensch naar algemeen
stemrecht langs niet gewelddadigen weg vervuld
worde, is aaneensluiting noodig, want, wat men
ook zegge, de tijd om tot algemeen stemrecht te
komen is rijp, al kan betwijfeld worden of het volk
in zijn geheel daartoe eveneens rijp is.’ En daarom
stelde hij voor dat ook in Zwolle een afdeling van
de Bond opgericht zou worden. Zijn advies werd
opgevolgd: op 22 september 1884 werd hier, onder
andere door Helmig van der Vegt, een afdeling
van de Bond opgericht.20 Maandenlang hield de
Bond de arbeidersklasse in kranten, vlugschriften
en lezingen voor dat het einde van de ellende nabij
was. Het draagvlak voor de invoering van het
algemeen kiesrecht was zo groot dat de regering
de volkswil niet langer naast zich neer zou kunnen
leggen. Dacht men.
Het jaar daarop werd in Den Haag, op 20 september
1885, een grote landelijke kiesrechtdemonstratie
gehouden. De verwachtingen waren hoog
gespannen. Voor het eerst werkten de drie grote
landelijke arbeidersorganisaties samen: de Nederlandsche
Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht,
het gematigde Werkliedenverbond van B.H. Heldt,
Demonstratie algemeen
kiesrecht in
Amsterdam, circa 1910.
(Stadsarchief Amsterdam)
Rechts: Palingoproer
Amsterdam, 1886.
(Wikimedia)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 143
en de SDB van Domela Nieuwenhuis. Uit Zwolle
was alleen de afdeling van de Bond voor Algemeen
Kies- en Stemrecht vertegenwoordigd.21 De samenwerking
van de drie bonden bracht problemen met
zich mee. Wat de gematigde deelnemers vreesden
gebeurde: Een deel van de socialisten, voornamelijk
uit de kring van de SDB, droeg rode vlaggen met
zich mee, sommige met ‘de phrygische muts’ (het
symbool van de Franse revolutie) op de spits en lieten
in hun spreekkoren en liederen duidelijk horen
welke plannen ze hadden. Dat werd ook begrepen
door de conservatief-liberale regering Heemskerk:
die legde de motie van de drie organisatoren voor
invoering van het algemeen kiesrecht naast zich
neer. En zo kwamen de deelnemers uiteindelijk met
een kater weer thuis. Wat nu, verzuchtten ze, samen
met hun achterban. De arbeidersbeweging bleek
een tandeloze tijger te zijn.
Het ergste moest nog komen. De relatie tussen
overheid en socialisten kwam op scherp te staan
na een volksopstand in de Jordaan tijdens het
Palingoproer op 25 en 26 juli 1886. Toen de politie
een eind wilde maken aan een verboden volksspel,
waarbij een paling van een touw moest worden
getrokken, sloegen alle stoppen bij het publiek
door. De politie werd in het nauw gedreven en
gemolesteerd. In de straten en aan de bruggen
werden hier en daar rode vlagen opgehangen. De
volgende dag werd het leger ingezet, zevenhonderd
man infanterie, artillerie en huzaren. De
militairen schoten na aanhoudende gevechten
met scherp op de volgestroomde straten. Er vielen
26 doden en meer dan honderd gewonden. De
Zwolsche Courant berichtte:
‘Dat was een tooneel om nooit te vergeten
(…). Het vuren hield geregeld aan, weerklonk
door de straten en overstemde bijna het luide
weeklagen en geschreeuw der woestelingen. Toch
werd voortgegaan met het werpen van steenen.
Hier en daar vielen gekwetsten en dooden neder,
die op straat achterbleven, terwijl de menigte in
een onbeschrijflijke verwarring wegvluchtte. Een
oogenblik daarna werden de lijken en gekwetsten
door vrienden in handkarren naar het politiebureau
op de Noordermarkt gebracht en telkens
weer zag men menschenlichamen wegdragen, die
vreeselijk verminkt en bebloed waren.’22 In het
grootste deel van de pers, ook in de Zwolsche Courant,
kregen de socialisten de schuld, geen krant
vergat de rode vlaggen te vermelden. Het ingrijpen
van de politie en de militairen werd geroemd,
terwijl die verzuimd hadden het oproer in te dammen
en willekeurig het vuur hadden geopend op
het volk. Uiteindelijk bleek dat slechts één van de
slachtoffers socialist was. Deze zwarte bladzijde
uit de Nederlandse geschiedenis leidde zelfs niet
tot vragen in het parlement.
Oranje boven!
Door de mislukking van de grote kiesrechtdemonstratie
in 1885 en het Palingoproer een jaar
later waren de socialisten razendsnel uit de gunst
geraakt van hun tot dan toe snel groeiende aanhang
in de grote steden. In de pers verschenen
dag in dag uit smalende berichten: Ondanks alle
grote woorden stonden de socialisten machteloos
tegenover de regering. Het Palingoproer had
laten zien dat leiders zoals Domela Nieuwenhuis
lafaards waren, die het volk gebruikten om voor
zich de kastanjes uit het vuur te halen.23 De antisocialistische
opvattingen van conservatieven,
maar ook liberalen, kregen vrij spel en werden
al gauw door het volk overgenomen. Een nooit
verdwenen nationalistisch gevoel werd nieuw
leven ingeblazen: het orangisme. De ontsporingen
tijdens de Oranjefeesten van de afgelopen jaren
kwamen in een nieuw daglicht te staan. Het kon
toch niet anders of ook daar waren de socialisten
voor verantwoordelijk geweest. Het gevolg bleef
Advertentie Zwolsche
Courant een paar
dagen voor Prinsesjesdag.
(POZC, 11 augustus
1890)
144 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
niet uit: het volk liet Domela Nieuwenhuis en zijn
medestanders als een baksteen vallen en ging als
vanouds voluit achter het koningshuis staan. In
heel het land werden vanaf 1886 antisocialistische
liederen gezongen als:
‘Hop, hop, hop; hop, hop, hop!
Hangt de socialisten op!
Oranje boven, Oranje Boven,
Leve Willem drie.
Weg met alle socialen,
Leve Willem drie!
Nieuwenhuis moet zakkies plakken,
Hi, ha, ho!’
Dat Nieuwenhuis zakkies moest plakken, verwees
naar de verwachte gevangenisstraf voor hem.
Hij was in 1886 in opspraak gekomen toen in
Recht voor Allen, het artikel De koning komt werd
gepubliceerd. In dat artikel werd koning Willem
III stevig aangepakt, omdat hij op geen enkele
manier blijk gaf van compassie voor het volk. Wat
hebben we aan zo’n koning, was de teneur. Later
kwam aan het licht dat Domela Nieuwenhuis niet
de auteur was. Maar, hij nam wel de verantwoordelijkheid
op zich en werd tot woede van de socialisten
veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf
wegens majesteitsschennis. Gezien de stemming
in het land deed Nieuwenhuis er beter aan zich
even stil te houden. Maar zo zat hij niet in elkaar.
Domela Nieuwenhuis in de Bierton
Ook de socialistische beweging in Zwolle stagneerde
na de mislukking van de kiesrechtdemonstratie
en het Palingoproer Hoewel er ook hier
inmiddels voldoende socialisten waren die een
hardere koers wilden varen dan het Werkliedenverbond,
lukte het maar niet een afdeling van de
SDB op te richten. Er was niet alleen gebrek aan
voormannen, maar ook aan vergaderruimte. Helmig
van der Vegt herinnert zich: ‘In heel Zwolle
was voor de socialisten geen vergaderzaaltje
te krijgen, daar de eigenaars van zalen door de
politie werden gedreigd met intrekking van het
De Bierton, Schellerbergweg 27 Zwolle.
In dit vroegere café kwamen de eerste Zwolse
socialisten bij elkaar. Domela Nieuwenhuis hield er
onder toezicht van de politie een lezing en Helmig
van der Vegt richtte er met zijn partijgenoten de
Zwolse afdeling van de Vereniging voor Algemeen
Stem- en Kiesrecht op. (Foto Jan van de Wetering,
september 2021)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 145
vergunningsrecht en met intrekking van de vergunning
tot het later sluiten der zaak bij feestelijke
gelegenheden.’24
Daarom kozen de eerste socialisten voor lokalen
net buiten de gemeentegrenzen: daar had de
Zwolse politie niets te zeggen. Eén van die noodonderkomens
voor vergaderingen was de woning
van Gerrit van de Berg, een kleermaker met socialistische
opvattingen. Hij woonde in een van de
arbeiderswoningen in het achterste gedeelte van
de voormalige boterfabriek aan de Schellerweg.25
‘Veel ruimte bood het niet’, merkte een journalist
droog op. ‘Op dezen weg stonden toen nog geen
lantaarns en daar de politie toch wilde weten
welke onverlaten naar de socialistische bijeenkomsten
gingen, plaatsten de politieagenten zich
achter de boomen en staken een lucifer aan zoo
gauw men passeerde. De namen der boosdoeners
werden den volgenden dag bij de patroons bekend
gemaakt en het gevolg daarvan was heel vaak ontslag.’
26
De spanning was dus groot toen Domela
Nieuwenhuis aankondigde dat hij naar Zwolle zou
komen. Van der Vegt en zijn kompanen hadden
hem bereid gevonden een lezing te houden in de
Bierton, een café aan de Schellerbergweg (nr. 27),
net buiten de gemeentegrens. Maar dat was letterlijk
buiten de waard gerekend. Eigenaar Maten
weigerde zijn zaal vrij te geven omdat hij anders
de politie op zijn dak zou krijgen, zodat het ontvangstcomité
uitweek naar de bescheiden woning
van Gerrit van den Berg. Uiteraard was Helmig
van der Vegt erbij aanwezig: ‘Het bericht van zijn
komst deed de ronde en reeds des morgens was
burgemeester Van Nahuijs, de commissaris Van
Nieuwland en een groote politiemacht op het
perron aanwezig. Den geheelen dag werden alle
treinen uit de richting Amersfoort nagekeken.
Eindelijk, daar was Domela. Op den voet werd hij
gevolgd door een cordon agenten en door honderden
nieuwsgierigen, die naar het station waren
gelokt door het groote politievertoon.’ Onder politiebegeleiding
wandelde het gezelschap naar het
huis van Van den Berg.
Omdat het een openbare bijeenkomst was,
vonden de politieagenten dat ze ook mee naar
binnen mochten. Domela sprak daar zijn verwondering
over uit, maar hield toch een lezing van een
half uur, waarbij hij zich beperkte tot ‘een algemeene
opwekking tot vereeniging ter bekoming
van algemeen stemrecht en verder zijn bekende
theorieën verkondigend over een meer evenredige
verdeeling der aardsche goederen en een billijke
tegemoetkoming in de nooden van den werkman.’
27 Om kwart over tien was de bijeenkomst
afgelopen. Domela overnachtte in de woning van
Van den Berg en werd de volgende ochtend door
een zestal personen ‘uit den werkenden stand’
naar het station begeleid.28 Het Zwolse avontuur
van Domela haalden de kolommen van kranten
in heel het land. En uiteraard was het koren op de
molen van Recht voor Allen, dat op cynische toon,
onder de kop ‘Het Zwolsche schandaal’, het vuurtje
aanwakkerde:
Domela Nieuwenhuis
spreekt tijdens een
vredesdemonstratie in
Amsterdam, circa 1900.
(Geheugen van Nederland)
146 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
‘Hoe belachelijk stellen de machthebbers zich
aan! Hoe blijkt uit al hun daden de ontzaggelijke
vrees die zij koesteren voor onze beweging! (…)’
Al op het station was Domela Nieuwenhuis opgewacht
door ‘de kommissaris van politie, ja zelfs de
burgemeester, de geadelde Nahuys, de onderdrukker
van het oproer te Zwolle in het vorige jaar.’
Recht voor Allen wees erop dat de politie zonder
enige machtiging een privéwoning was binnengetreden.
29 De kwestie werd zelfs aan de minister
van justitie voorgelegd – alles wat met Domela te
maken had, lag dat jaar uiterst gevoelig. Maar de
minister wees de klacht af, omdat Van den Berg
niet diezelfde avond had geklaagd, maar pas daarna.
Ook was hij van mening dat de Schellerbergweg
niet in Zwollerkerspel lag maar in Zwolle.30
Met twee lege handen op één lege buik
In de jaren na zijn terugkeer naar Zwolle had
Helmig van der Vegt een netwerk opgebouwd van
gelijkgezinden. Hij ontmoette hen bij de spreekbeurten
van de socialistische voormannen, bij de
bijeenkomsten van het Werkliedenverbond en tijdens
de grote kiesrechtdemonstraties in de grote
steden. Al die tijd zocht hij naar mogelijkheden
om in Zwolle een vereniging op te richten die zich
kon aansluiten bij de SDB. Dat was niet eenvoudig.
Wie in de jaren tachtig van de negentiende
eeuw propagandist was van het socialisme moest
sterk in zijn schoenen staan. Maar, de onderlinge
solidariteit van de eerste socialistische propagandisten
was groot. In zijn memoires schrijft Van der
Vegt: ‘Zij waren vrienden, broers en zusters, met
twee leege handen op één leege buik.’ (…) ‘Wij
hadden toen nog geen edelachtbaren of hoogedelachtbaren
in onze kringen, geen gezeten burgers,
maar burgers die gezeten hadden. Het was een
partijtje van gesjochten jongens, onder leiding
van een gesjochten partijbestuur, dat in zijn vergaderingen
voorschreef dat géén kwast (citroenlimonade),
enkel melk gedronken mocht worden,
omdat kwast een dubbeltje en melk slechts een
stuiver kostte.’ (…) ‘Trad een spreker van bijvoorbeeld
Amsterdam te Zwolle op, dan was soms zijn
eerste vraag of wij wel reisgeld voor hem hadden,
want hij moest weer om zijn werkzaamheden
naar zijn woonplaats terug. Bleef een socialistisch
spreker van elders een nacht over, dan ging dit nog
wel in de steden waar wel een partijgenoot een
slaapplaats beschikbaar had, maar op het platteland
was soms niemand die een spreker durfde of
kon herbergen. Dat ondervond het tegenwoordige
kamerlid Schaper, die na afloop van een openbare
vergadering met den pas gehuwden voorzitter en
diens bruid in één vertrek te ruste ging.’31 Toch
vond het socialisme in Zwolle een rijke voedingsbodem:
‘In de achterbuurten heerschten verschrikkelijke
toestanden: lage loonen, ellendige krotten,
lange werktijden, onmenschelijke behandeling.
Wanneer ik de proletariërs sprak over de blijde
boodschap van het socialisme, dan ging hun hart
open. Evenwel ging de schriftelijke propaganda
beter dan de mondelinge, omdat voor de mondelinge
in vergaderlokalen geen gelegenheid werd
gegeven. Ik had kennis gekregen aan een Bijbelcolporteur,
Epstein genaamd, een doodarme man,
die mij zijn nood geklaagd had. En ik gaf hem grif
gewonnen dat het wachten op een zalig hiernamaals
op den duur niet meevalt als men op aarde
voortdurend aan alles gebrek heeft. Hij droeg
een tasch bij zich, aan de eene zijde gevuld met
socialistische lectuur, waaronder het blad Recht
Helmig Jan van der
Vegt, een van de pioniers
van het socialisme
in Zwolle. (Uit Vliegen,
De dageraad der volksbevrijding,
deel 2,
p. 186)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 147
voor Allen, dat in 1879 onder redactie van Domela
Nieuwenhuis was verschenen en aan de andere
zijde met stichtelijke blaadjes.’32
De zaal zat vol agenten
Helmig van der Vegt had lering getrokken uit het
gedenkwaardige bezoek van Domela Nieuwenhuis
aan Zwolle in 1886. Je kon zaaleigenaren
maar beter niet wijs maken voor welk doel een
vergadering werd gebruikt. Toen hij in de zomer
van 1889 een zaaltje in de Bierton wilde reserveren,
had hij Maten, de eigenaar, dan ook niets
verteld over het politieke karakter van de bijeenkomst.
En zo gebeurde het dat daar
De Zwolse afdeling van de Bond voor Algemeen
Kiesrecht werd opgericht. Het ging om een
doorstart, want in 1884 was die vereniging ook al
opgericht. De oprichting van de vereniging was
het eerste politieke succes van Helmig, hij werd
meteen voorzitter. Om een eind te maken aan de
illegale bijeenkomsten buiten de gemeentegrenzen,
bleef hij onvermoeibaar naar oplossingen
zoeken. ‘Zijn’ vereniging moest ook in de stad
kunnen vergaderen. Maar dat was makkelijker
gezegd dan gedaan, zoals bleek toen Geert van
der Zwaag, een varkenskoopman uit Friesland,
naar Zwolle kwam voor een spreekbeurt. Drie
keer probeerde Helmig een zaal te huren: in café
Brandehof (Melkmarkt), in hotel de Atlas (Ossenmarkt)
en in Odeon (Blijmarkt). De eigenaren
weigerden allemaal, omdat ze gehoord hadden
dat Van der Zwaag een volbloed socialist was, nog
erger dan de duivel. Uiteindelijk was caféhouder
Leinweber in de Veerallee bereid zijn café af te
staan. Hij was voor de duvel niet bang, had hij bij
zijn toezegging opgeschept. Maar het liep anders:
‘Een talrijke schare toog er op den bewusten
Zondagochtend heen, doch de gordijnen waren
dicht, en jawel, de zaal zat vol agenten.’ Van der
Vegt bedacht dat hij nog een oude tante had, wier
overleden man zangmeester was geweest. Hij kreeg
van haar den sleutel van de oude Zangschool op
het Eiland en daar werd onder grote belangstelling
dan toch nog de bijeenkomst gehouden. De politie
noteerde iedereen die binnenkwam, maar toen de
toeloop van publiek steeds groter werd, hielden de
agenten er maar mee op.33 De bijeenkomst was een
groot succes, de vereniging schreef vijfentwintig
nieuwe leden in.
Links: Affiche voor
Algemeen Kiesrecht,
ontwerp Albert Hahn,
1911. (Wikimedia)
Pieter Jelles Troelstra
tijdens een manifestatie
voor Algemeen kiesrecht.
(Collectie Wikimedia)
148 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Komt Zwollenaars, de slaapmuts afgerukt
De bijeenkomst in de Zangschool had de Zwolse
pioniers moed gegeven. Nu was de tijd gekomen
om door te zetten en hier eindelijk een afdeling
van de SDB op te richten. Textielhandelaar Marcus
Spits, een Zwollenaar met familiebanden in
Enschede, zette de eerste stap.
Hij schreef twee open brieven in Recht voor
Allen ‘Aan de arbeiders en geestverwanten te
Zwolle’, waarin hij hen opriep lid te worden van
de Zwolse afdeling van de SDB. ‘Voorzitter’ zet hij
achter zijn naam. Omdat de strekking nagenoeg
gelijk is, geef ik hier een samenvatting de brief van
11 februari 1890. Hij is geheel geschreven in de
typerende socialistische stijl van die dagen.
‘Het socialisme is ook binnen Zwolle’s muren
gedrongen en heeft reeds in tal van harten wortel
geschoten. Arbeiders! Sluit u bij de afdeeling
Zwolle van den S.D. Bond aan, die vrijheid, recht
en brood voor allen in haar vaandel voert. Het
kapitalisme moet bestreden en overwonnen
worden, opdat gij als een vrij mensch een nieuw
leven kunt intreden. Treedt in onze gelederen
om gezamenlijk recht te eischen; laat uw vrouw
en kinderen niet langer van gebrek wegkwijnen,
maar eischt werk, opdat gij in hunne behoeften
kunt voorzien. Zult gij u nog langer laten plagen
met touwpluizen voor een paar dubbeltjes daags?
(…) Is het niet ongehoord dat gij bijna van honger
omkomt, terwijl de kapitalisten in hunne canapé’s
rondwentelen, vermoeid als ze zijn van het harde
luieren? (…) Komt Zwollenaars, de slaapmuts
afgerukt en sluit u bij ons aan: één alleen kan niets,
maar gezamenlijk kunt gij alles!’34
Marcus Spits ging voortvarend te werk. Hij
riep in advertenties de Zwolse arbeiders op zich
als lid aan te melden van de SDB en hij vroeg
ook een colporteur om in Zwolle en omstreken
Recht voor Allen te venten. Niet geheel onnodig
voegde hij er aan toe: ‘Hij die vrij is tegenover het
publiek en niet bang is voor de politie, geniet de
voorkeur.’35 Net als zijn twee broers uit Enschede,
had Marcus een kort lontje. Hij was al eens wegens
mishandeling veroordeeld tot vijf dagen hechtenis
en nu, twee maanden na de oprichting van de
nieuwe partij, was hij betrokken bij een geruchtmakende
zaak. Hij kreeg bericht dat zijn jongste
broer, Flip, in Enschede zou worden opgepakt,
omdat hij weigerde dienst te doen als schutter.
Samen met een andere broer probeerde Marcus
’t Zweet des aanschijns
Marcus Spits liet er ook bij zijn zakelijke activiteiten geen twijfel over
bestaan dat hij de socialistische beginselen aanhing. In de advertenties
waarin hij zijn linnen, hemden en bedlakens aanprees, maakte hij cynische
opmerkingen over de Twentse textielindustrie: ‘Weer eenige rolletjes uit
’t Twentsch paradijs. In ’t zweet des aanschijns moeten ze werken.’
Advertentie Marcus
Spits in Recht voor
Allen, 29 januari 1890
Rechts: Oproep van
Marcus Spits aan de
Zwollenaren om lid te
worden van de Sociaaldemokratische
Bond.
(Recht voor Allen,
11 februari 1890)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 3 | 149
de arrestatie te voorkomen. Gewapend met een
lat en een steen stapten ze op de marechaussee af,
onder het roepen van ‘Blijf van onze broer af ’ en
‘Weg met de schutterij, leve de socialen’. Toen ze
ook nog de te hulp geschoten burgemeester van
Enschede belaagden, trok een marechaussee zijn
bajonet om de man te bevrijden. De gebroeders
Spits werden opgepakt en tot enkele maanden
gevangenisstraf veroordeeld.36
Door de arrestatie van Marcus Spits leek de
Zwolse afdeling van de SDB al na twee maanden
op sterven na dood. Het wachten was op nieuwe
inspiratie. Door de komst van de Groningse handelsreiziger
Pieter Menno Arnolli (1864-1931)
naar Zwolle kwam er weer leven in de brouwerij.
Met acht andere socialisten richtte hij op
12 december 1890 de Zwolsche Arbeidersbond
op.37 De bond telde bij de oprichting ongeveer 360
leden, die afkomstig waren uit de Vereeniging van
het Spoorwegpersoneel, de afdeling Zwolle van
de Nederlandsche Bond voor algemeen kies- en
stemrecht en de Zwolsche Timmerliedenvereniging.
Pieter Arnolli werd voorzitter en Helmig
van der Vegt vicevoorzitter. Beide mannen waren
nog maar 26 jaar oud.38 De toon waarmee de bond
zich aan het publiek presenteerde, leek op het
eerste gezicht nogal gematigd: ‘Zij stelt zich ten
doel langs wettigen weg en door gepaste middelen
de belangen van hare leden te bevorderen en hun
leven te veraangenamen. Dit doel zal zij trachten
te bereiken door te streven naar algemeen
kiesrecht, het oprichten van een eigen gebouw,
het houden van voordrachten, het opvoeren van
tooneel- en het uitvoeren van zangstukken.’ Dat
klonk niet al te revolutionair, maar al gauw werd
duidelijk dat het bestuur op één lijn zat met de
SDB van Marcus Spits. De voormannen van de
Zwolsche Arbeidersbond en die van de partij van
Spits zouden de komende vier jaar gezamenlijk
optrekken bij spreekbeurten en 1-meivieringen.
De Volksvriend
Na zijn vrijlating uit de gevangenis pakte Marcus
Spits de draad weer op. Hij kreeg al gauw steun
van de Amsterdammer Levi Cohen (1864-1933)
roepnaam Louis, die eind 1890 met zijn gezin naar
Zwolle was verhuisd (Tuinstraat). Net als Marcus
was hij joods en een uitgesproken socialist. Louis
Cohen verdiende een slecht betaalde boterham
met kleinhandel, nu eens in boter, dan weer in
bier. Louis Cohen werd secretaris van afdeling
Zwolle van de SDB. Spits wilde de socialistische
propaganda uitbreiden met een op de regio
gericht weekblad en vond Cohen bereid de rol van
uitgever/redacteur op zich te nemen. Op 27 juni
1891 verscheen het eerste nummer van De Volksvriend,
orgaan van de Volkspartij in de provinciën
Overijssel en Drenthe. Motto van het blad was:
‘De aarde is rijk genoeg om al hare kinderen te
voeden. Wij vragen geen gunsten, wij willen recht.’
De Volksvriend onderscheidde zich inhoudelijk
nauwelijks van Recht voor Allen. Het blad werd
een groot succes: de oplage steeg in enkele jaren
van zeshonderd naar tweeduizend exemplaren.
Voor de bezorging aan de abonnees en de colportage
op straat was de stad in wijken verdeeld. Elke
wijk had zijn eigen colporteur. Het succes was de
Zwolsche Arbeidersbond van Arnolli en Van der
Vegt niet ontgaan. De bond nam het blad over van
Cohen, die echter wel de belangrijkste redacteur
bleef. Na de overname werd de naam veranderd in
De Volksvriend, Socialistisch Weekblad, waardoor
voor iedereen duidelijk was uit welke hoek de
wind waaide.
De Zwolse socialist
Pieter Arnolli. Hij was
aanvankelijk medestander
van Helmig
Jan van der Vegt, maar
sloot zich niet aan bij
de SDAP. (Jaarboek
Handelsreizigers, circa
1910)
Louis Cohen, samen
met Helmig Jan van der
Vegt een van de oprichters
van de SDAP. (Uit
Vliegen, De dageraad
der volksbevrijding,
deel 2, p. 186)
150 | jrg. 38 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Geen enkele boekhandelaar in Zwolle zat in
die tijd te wachten op socialistische lectuur, zodat
de Volksvriend , net als Recht voor Allen vooral op
straat aan de man moest worden gebracht. Dat
deed Cohen zelf, samen met een snel groeiend
aantal andere colporteurs. Hoe dat eraan toeging
wordt beeldend beschreven in een aflevering van
Recht voor Allen uit 1892.
‘Sedert eenige weken wordt er Zaterdagavonds
druk gekolporteerd met de Volksvriend. Den eersten
keer kolporteerde onze partijgenoot Cohen alleen,
en liep op één avond acht bekeuringen op. Den volgenden
week kolporteerde Cohen en Van Harte, de
ontslagen arbeider van Eindhoven [de houtzagerij in
Frankhuis] en toen liepen ze beiden één bekeuring
op. (…) Doch jl. Zaterdagavond bekeurde de politie
maar weer raak. Cohen kreeg er drie, van Harte één,
en Stalenhoef één. Arnolli die met zijn zware stem op
een kwartier afstand hoorbaar was, werd o wonder
boven wonder niet bekeurd; hoe dat kwam begrijpen
wij niet, toch zeker niet omdat hij niet hard genoeg
schreeuwde.’ 39
De Zwolse politie lette niet alleen op het colporteren
van Cohen, maar ook op wat hij schreef.
In een van de afleveringen beledigde hij een politieagent.
Hij kreeg er in 1893 een maand gevangenisstraf
voor. Toen de cipier de deur van de gevangenis
aan de Menno van Coehoornsingel opende,
riep Cohen, onder hoerageroep van partijgenoten
‘Leve de sociale revolutie!’40
Zwolle en de Internationale
De socialistische beweging in Nederland is niet
los te zien van het socialisme buiten onze grenzen.
Een mijlpaal was de stichting op 28 september
1864 in Londen van de Eerste Internationale, een
internationaal verband van vakbonden. De rijen
van de socialisten waren allerminst gesloten. De
meningen bleven verdeeld, zodat er op 14 juli
1889 (honderd jaar na de bestorming van de Bastille)
in Parijs een Tweede Internationale werd
opgericht. De kwesties waarover de socialisten
discussieerden zouden nog lang de politieke agenda
bepalen: de keuze tussen de parlementaire weg
en revolutie, tussen vreedzame en niet vreedzame
politieke actie, maar ook de houding tegenover de
koloniale politiek en oorlogsvoering.
Tijdens de Tweede Internationale was besloten
1 mei te kiezen tot jaarlijkse Dag van de Arbeid, een
dag van internationale solidariteit van arbeiders.
Op donderdag 1 mei 1890 werd de dag op verschillende
plaatsen in Nederland gevierd, maar nog niet
in Zwolle.41 In de grote steden werd voor het eerst
de acht-urenleuze aangeheven en ook het achturenlied.
Van der Vegt die naast onderwijzer ook
zangmeester was, had het lied toch maar vast met
partijgenoten ingestudeerd. Het refrein luidde:
‘Acht uur! Acht uur!
Geen langer arbeidsduur!
Ten strijd! Komt allen op ten strijd!
Ten strijd voor acht uren arbeidstijd’ 42
Maar het ging om veel meer vond Van der Vegt:
‘Ons ideaal ging verder, wij wenschten den
opbouw van een nieuwe maatschappij, een maatschappij
van vrede, welvaart en broederschap,
doch niet tot stand gebracht met de waap’nen der
barbaren. Die maatschappij is niet bestaanbaar
zoolang de volk’ren in elkaar vijanden zien, zoolang
zelfs partijgenooten elkaar met alle ten dienste
staande middelen bestrijden.’43
De eerste Dag van de Arbeid in het Engelse Werk
In 1891 deden Louis Cohen, Marcus Spits, Pieter
Arnolli en M. Blankwater namens de Zwolsche
Arbeidersbond en de afdeling Zwolle van de
SDB een poging toestemming te krijgen voor een
Rechts: Adver

Lees verder