Categorie

Aflevering 1

Zwolse Historisch Tijdschrift 2020, Aflevering 1

Door 2020, Aflevering 1, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
37e jaargang 2020 nummer 1 850 euro
Z
w
o
l
l
e
i
n
j
a
r
e
n
v
a
n
o
o
r
l
o
g
1
9
4
0

1
9
4
5
2 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Suikerhistorie
Hotel Peters Grote Markt 11
Al eeuwenlang heeft Grote Markt 11 een horecafunctie
Tot 1887 stonden er op deze plek twee
panden die toen werden samengevoegd Het stond
bekend als Het Heerenlogement In 1937 kwam het
pand in bezit van PH Peeters die de naam wijzigde
in Hotel Peters Het behoorde tot de betere hotels
van de stad Het was dan ook niet verwonderlijk
dat het hotel in de Tweede Wereldoorlog gevorderd
werd door de Duitse Wehrmacht en dienst ging
doen als Wehrmachtheim voor het hogere Duitse
militaire kader Ook Nederlandse jongemannen
die wilden toetreden tot de Waffen SS werden hier
ter keuring opgeroepen Andere Wehrmachtheime
waren gevestigd in de Groote Sociteit Koestraat
8 en in cafrestaurant Centraal Sassenstraat 39
nu caflunchroom AnneMax In de oorlog bleef
Peeters zo goed en zo kwaad als dat ging zijn zaak
runnen Er vonden onder meer vergaderingen plaats
van organisaties die door de Duitsers niet verboden
waren zoals een waterschap Peeters verschafte zelfs
in het hol van de leeuw op zolder af en toe onderdak
aan onderduikers
In Wehrmachtheime konden Duitse militairen
in hun vrije tijd genieten van een hapje en een
drankje van muziek en soms van films Andere
deutschfreundliche cafs trof men aan in de Broerenstraat
op nr 10 onder de naam Deutsche Bierstube
nu Brasserie Dunnik en aan de Oude Vismarkt
op nr 38 naast het oude postkantoor Daar
kon men in cafrestaurant Victoria terecht
voor Gepflegte Biere en een Prima Kche
Peeters overleed in 1948 Het hotel werd achtereenvolgens
overgenomen door H Snijder en in
1968 door de heer Dijkstra Het werd toen Hotel
Dijkstra Tegenwoordig huisvest het de broodjeszaak
Vitos en restaurant La Meridiana genoemd
naar de achttiendeeeuwse zonnewijzer op het dak
Wim Huijsmans
Collectie ZHT
Hotel Peters tijdens de
Tweede Wereldoorlog
als Wehrmachtheim
voor Duitse officieren
Er stonden permanent
schildwachten voor de
deur Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 3
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 2
Dagelijks leven in Zwolle tijdens de oorlog
In doorlopende lijn Frank Inklaar en
Jan van de Wetering 4
De bevrijding bracht de burgemeester van
Zwolle geen verlossing Sander van Walsum 5
Chaim en Selma EngelWijnberg getuigen over
vernietigingskamp Sobibor Piet den Otter 12
De deportatie van Zwolse Joden
Foto Keersluisbrug
Annt Bootsma van Hulten 22
Het levensverhaal van een vondelingetje
Hetty Hulshof leefde in twee werelden
Annt Bootsma van Hulten en Steven ten Veen 25
Zwolle gezien door Duitse ogen
De fotos van Gerhard Sandmann
Annt Bootsma van Hulten 33
Militair erfgoed in Zwolle en omgeving
Michael Klomp 44
In de schaduw van Leo Major drie Canadese
bevrijders die sneuvelden bij Zwolle
Jan Braakman 56
In memoriam Ger Dekkers Joos Lensink 65
Auteurs 66
Redactioneel
We leven in een oorlog kun je horen
in deze barre tijden anno 2020
Wat daar ook van zij en hoe anders
ook de oorzaken en omstandigheden ze brengen
de beleving van angst en onzekerheid van willekeur
en het gevoel overgeleverd te zijn misschien
wel dichterbij dan ooit Ook nu is het gewone bijzonder
en het bijzondere al bijna gewoon Ook nu
75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog
is vrijheid geen vanzelfsprekendheid
Het geeft dit eerste nummer van 2020 van het
Zwols Historisch Tijdschrift een andere lading
En de dag waarop het in de brievenbus of op de
deurmat kan vallen is op het moment van schrijven
van dit redactioneel nog ongewis Zeker is in
ieder geval dat het niet meer vr 14 april de dag
waarop Zwolle in 1945 werd bevrijd kon verschijnen
Zeker is ook dat enkele artikelen niet konden
worden opgenomen omdat bronnen en personen
niet of moeilijk bereikbaar waren
De inhoudsopgave hiernaast laat heel uiteenlopende
soms onvoorstelbare verhalen en
beelden zien van strijd moed leed wanhoop
toeval pech geluk macht en onmacht alledaagsheid
dat alles in jaren van oorlog de periode
19401945 Jaren ook van hoop En van verlangen
naar Vrijheid
Cover Met waterverf ingekleurde tekening
anoniem Particuliere collectie
4 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Dagelijks leven in Zwolle tijdens de oorlog
In doorlopende lijn
De dramatische gebeurtenissen in Zwolle
tijdens de Tweede Wereldoorlog steken
schril af tegen het leven van alledag dat
in aangepaste vorm gewoon doorging De Zwollenaren
gingen al na een paar dagen weer naar
hun werk naar de markt naar de winkels naar
de bioscoop naar de kermis of naar een voorstelling
In de zomer sprongen ze in het water en in de
winter trokken ze hun schaatsen aan Kortom ze
probeerden waar mogelijk al die dingen te doen
die ze vr de oorlog ook al deden
Als contrast met het oorlogsleed in de artikelen
in dit tijdschrift hebben we een willekeurige
keuze gemaakt uit de nietoorlogsgerelateerde
berichten in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche
Courant Zwolse Courant De berichten
staan in chronologische volgorde onderaan de
bladzijden en lopen in een doorgaande lijn door
het hele tijdschrift heen het eerste bericht is van
de dag vr de invasie het laatste bericht is van
een dag vr de bevrijding Tot ver in 1944 zijn er
berichten over dagelijks vertier Langzaam maar
zeker verdwijnen die evenals de advertenties
waarin winkels hun waar aanprijzen De oorlogsgebeurtenissen
gaan de steeds dunner wordende
krant domineren Toch gaat ook dan onder moeilijke
omstandigheden het leven door met zijn
jubilea begrafenissen openingstijden verhuisberichten
aanbod van zelfgemaakte kledingstukken
en huizenverkoop
Nog volop advertenties hier in de
Zwolse Courant van 2 oktober 1941
Wel al veel surrogaatproducten
of producten op de bon Delpher
1940 9 mei Tamse heeft een beeldige sorteering Moederdagcadeautjes 10 mei Huisvrouwen Er is noodig een groot aantal scho Frank Inklaar en
Jan van de Wetering
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 5
De bevrijding bracht de burgemeester
van Zwolle geen verlossing
Hij was de eerste burgemeester in Nederland die
tijdens de Duitse bezetting werd ontslagen Maar
na de bevrijding werd dat ontslag niet ongedaan
gemaakt vijf jaar eerder had hij kritiek geuit op
de vlucht van de koningin Dat was een vorm van
heiligschennis in het Nederland van 19451
In het stadhuis van Zwolle aan het Grote Kerkplein
zal het op zaterdagmiddag 14 april 1945
niet hebben gegonsd van de bedrijvigheid
Buiten werden de Canadese bevrijders hartstochtelijk
door de Zwollenaren begroet Elders in de
stad maakten burgers voortvarend een begin met
de verwijdering van de Duitse verkeersborden
Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten BS
van wie velen pas net tot de illegaliteit waren
toegetreden brachten NSBers moffenmeiden en
andere verdachte elementen over naar het Huis
van Bewaring aan de Menno van Coehoornsingel
Tezelfdertijd voltrok zich in de beslotenheid
van het stadhuis een kleine tragedie Oudburgemeester
Arnoldus van Walsum 55 had zich te
voet van zijn huis aan de Wipstrikkerallee naar
zijn oude werkplek begeven in de verwachting
daar als waarnemend burgemeester te worden
begroet Kort tevoren had de plaatselijke leiding
van de BS hem verzocht na de bevrijding het
burgemeesterschap tijdelijk op zich te nemen
Maar eigenlijk verwachtte Van Walsum de eerste
burgemeester in Nederland die op 26 juni 1940
wegens zijn antiDuitse houding was ontslagen
dat hij definitief in zijn ambt zou worden hersteld
Van die illusie werd hij meteen beroofd
Althans van de illusie dat zijn herbenoeming een
uitgemaakte zaak was Bij het betreden van zijn
werkkamer bleek namelijk dat hij niet de enige
was die aanspraak maakte op het burgemeesterschap
van de hoofdstad van Overijssel Achter het
bureau trof hij jonkheer Maurits van Karnebeek
aan de man die hem in 1940 na een kort interregnum
van waarnemend burgemeester jonkheer
Strick van Linschoten was opgevolgd
Van Karnebeek was een typische burgemeester
in oorlogstijd In een poging de stad voor een
NSBburgemeester te behoeden had hij contrecoeur
met de bezettingsautoriteiten moeten
samenwerken Om in september 1944 na de
deportatie van bijna 500 van de circa 800 Zwolse
Joden en de gedwongen tewerkstelling van veel
Zwolse mannen alsnog tot het inzicht te komen
dat de Duitsers niet tot compromissen geneigd
waren Hij verliet zijn post en dook onder
Van Walsum die in februari 1938 in Zwolle
was benoemd had dit hellende vlak niet willen
betreden Al na de zogenoemde Kristallnacht
in november dat jaar waarbij 92 Joden in nazi
Duitsland om het leven waren gebracht en Joodse
Arnoldus van Walsum
1890 1957 Collectie
HCO
one leege fleschen blikken trommels en weckglazen in te leveren aan de Huishoudschool Emmastraat 23 mei De voetbal begint weer
Sander van Walsum
6 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
eigendommen op grote schaal waren vernield
kwam hij tot de slotsom dat mocht Nederland
ooit worden bezet geen vruchtbare samenwerking
met de Duitsers mogelijk was
Die houding leidde meteen op 10 mei 1940
de eerste dag van de bezetting tot een aanvaring
met de nieuwe machthebbers Een Duitse officier
verlangde van hem dat hij burgers de opdracht
zou geven een wegversperring op te ruimen die
het Nederlandse leger bij zijn overhaaste terugtocht
had achtergelaten Van Walsum verwees de
officier naar de spierkracht van zijn eigen manschappen
Als die in staat waren geweest Zwolle
in enkele uren te bereiken zouden ze zeker een
simpele barricade kunnen verwijderen
Op 12 mei kwam het opnieuw tot een botsing
een Duitse officier informeerde naar de plaats
van het meest nabijgelegen vliegveld De burgemeester
liet hem weten deze inlichtingen niet te
kunnen verstrekken En daarmee was de toon
gezet voor het restant van zijn burgemeesterschap
Van Walsum verzette zich tegen de vestiging van
Duitse instanties in Zwolle hij maakte bezwaar
tegen feesten van Duitsers na de sluitingstijden
van de horeca hij probeerde het ontslag van een
Joodse kelner ongedaan te maken en hij weigerde
de Duitsers meerdere keren inzage te verschaffen
in het bevolkingsregister in de gegronde
verwachting dat hun belangstelling vooral uitging
naar Joodse Zwollenaren Hij was hooguit bereid
gegevens zonder vermelding van godsdienst te
verstrekken en nodigde de Duitsers uit daartoe
een schriftelijk verzoek bij het college van B en W
in te dienen
De Duitsers gingen daar niet op in Zij arresteerden
de burgemeester en brachten hem over
naar de koepelgevangenis in Arnhem Na zijn
vrijlating op 26 juni 1940 deelde de commissaris
van de koningin in Overijssel Alexander Eppo
baron van Voorst tot Voorst hem mee dat hij
eervol was ontslagen Twee dagen later informeerde
het college van B en W bij Karel Johannes
Frederiks secretarisgeneraal van Binnenlandse
Zaken of aan de Duitse autoriteiten inzage moest
worden verleend in de bevolkingsregisters om
toekomstige misverstanden te voorkomen Frederiks
beantwoordde die vraag per omgaande
bevestigend
De minachting der natie
Op 14 april 1945 trof de Zwolse burgemeester in
oorlogstijd zijn voorganger die geen burgemeester
in oorlogstijd had willen zijn in een werkkamer
die beiden als de hunne beschouwden Het
gesprek tussen de twee pretendenten is niet genotuleerd
maar het moet Van Walsum duidelijk zijn
geworden dat zijn opvolger niet van plan was voor
hem te wijken Hij maakte daarop demonstratief
een wandeling door de binnenstad Mogelijk om
de Zwollenaren te laten zien dat hij er nog was
Of om te kijken of hem op straat nog tekenen van
aanhankelijkheid ten deel vielen
Van Walsum werd op
zaterdag 17 februari
1938 in Zwolle feestelijk
ingehaald en genstalleerd
als burgemeester
Hij werd daarvoor
met een open rijtuig
opgehaald bij Wientjes
waar hij op dat moment
verbleef Collectie
auteur
Het echtpaar Van Karnebeek
Van Wijnbergen
in 1942 met tussen
hen in de commissaris
van de koningin in
Overijssel AE baron
van Voorst tot Voorst
Collectie HCO
Zondag as ZAC I Zwolsche Boys I ten bate van het Roode Kruis 30 mei Sterk door werk Zwollenaren Juist NU moet ge uw repa
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 7
Hoe het ook zij Van Walsum keerde niet terug
in zijn oude ambt Sterker hij moest voor een zuiveringscommissie
verschijnen Die erkende weliswaar
dat hij een juist begrip voor de goede zaak
had getoond maar dit woog niet op tegen een
vergrijp dat hem zwaar werd aangerekend het feit
dat hij op 15 mei 1940 op de plaatselijke draadomroep
uiting had gegeven aan zijn ontroering over
de vlucht van de koninklijke familie naar Engeland
Dat de prinses met de twee kleine kinderen
Beatrix en Irene red vlucht is niet verdedigbaar
maar begrijpelijk zei hij tot de luisteraars Doch
dat de koningin met de regering vlucht terwijl er
nog jongens voor haar door het vuur gaan is misdadig
Deze handelwijze is mij onbegrijpelijk
voor een vorstin uit het Huis van Oranje Degenen
die haar het advies hebben gegeven zo te handelen
verdienen de minachting der natie
Van Walsum zei in het openbaar wat velen in
mei 1940 dachten Ook de zuiveringscommissie
erkende dat het vertrek van de koningin naar
Engeland destijds door vele goede Nederlanders
niet aanstonds is begrepen Maar ze meende dat
hij als burgemeester niet op deze wijze uiting had
mogen geven aan zijn gevoelens De commissie
concludeerde dat Van Walsum in zeer ernstige
mate was tekortgeschoten in het betrachten van
de juiste houding in verband met de bezetting
Hiermee had hij zichzelf gediskwalificeerd voor
het burgemeesterschap van Zwolle en voor elk
vergelijkbaar ambt
De burgemeester sprak
geregeld voor de lokale
radioomroep hier de
aankondiging van zon
praatje in de Zwolse
Courant van 5 mei
1938 Delpher
De letterlijke tekst van de toespraak voor de lokale radio in Zwolle op woensdag
15 mei 1940 van burgemeester Van Walsum Collectie HCO
raties en karweitjes laten uitvoeren JA Ruberg aannemer 7 juni Zwolles markt was hedenmorgen buitengewoon levendig Naarmate de
8 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Het geval van Arnoldus van Walsum was
in meerdere opzichten uniek Hij was de eerste
Nederlandse burgemeester die door de Duitse
bezetter werd ontslagen de enige die volgens
Loe de Jong de Duitsers geen toegang heeft
willen verlenen tot het bevolkingsregister en de
enige wiens ontslag na de oorlog niet ongedaan is
gemaakt Met dit laatste zondigde het ministerie
van Binnenlandse Zaken tegen zijn eigen richtlijn
dat een door den bezetter ontslagen burgemeester
er recht op heeft dat thans officieel wordt vastgesteld
dat dit ontslag ten onrechte is verleend
en dat zijn ambtsvervulling als niet onderbroken
kan worden beschouwd
De Zwolse elite maakte echter geen bezwaar tegen
de gang van zaken Integendeel in 1938 was ze
tegen de benoeming van Van Walsum destijds
burgemeester van Vlaardingen gekant geweest
Van Walsum behoorde evenmin tot de veelal
adellijke kandidaten die commissaris der koningin
Van Voorst tot Voorst in gedachten had Maar
minister van Binnenlandse Zaken Van Boeijen
net als Van Walsum lid van de CHU beschikte
anders Hij meende dat het armlastige Zwolle op
dat moment meer behoefte had aan een noeste
werker dan aan een representatieve figuur Bij
zijn installatie op 19 februari 1938 gaf locoburgemeester
Treep nadrukkelijk uiting aan zijn ongenoegen
over het feit dat de minister geen nota had
willen nemen van de Zwolse voorkeuren
De gemeente spande zich in 1945 dan ook
allerminst in voor de terugkeer van Van Walsum
op zijn oude post Ze aanvaardde wel het ontslag
van de burgemeester maar niet de financile
verplichtingen die daar uit voortvloeiden In
1946 vorderde ze zelfs het geld terug dat sinds de
bevrijding aan hem was uitgekeerd als onderdeel
van de ontslagregeling die in 1940 was getroffen
Die uitkering vloeide zo redeneerde de
gemeente voort uit een besluit uit bezettingstijd
dat nu zijn rechtsgeldigheid had verloren Daaraan
verbond ze net de gevolgtrekking dat het
ontslag van Van Walsum dus ook moest worden
teruggedraaid
Na 1945 correspondeerde de gemeente Zwolle
nog lange tijd met de minister van Binnenlandse
Van Walsum probeerde
in een open brief in de
Zwolse Courant van
12 juni 1940 de schade
aangericht door zijn
eerdere emotionele
woorden nog te beperken
tevergeefs zoals na
de oorlog zou blijken
Delpher
tijd voortschrijdt blijkt het economische leven zich snel te herstellen 21 juni Vroom Dreesman Vacantieherinneringen bewaart men het
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 9
Zaken over de vraag of het wel billijk was om haar
met de uitbetaling van wachtgeld aan de oudburgemeester
te belasten Zoo wordt eervol ontslag
een strafmaatregel voor de gemeente wier bestuur
destijds bij de benoeming evenwel geenerlei
invloed heeft kunnen uitoefenen
Van Walsum legde zich niet voetstoots neer bij
zijn verwijdering uit het openbaar bestuur Hij
vroeg om een onderhoud met de minister van Binnenlandse
Zaken maar die verwees hem wegens
drukte door naar de waarnemend chef van de afdeling
Binnenlands Bestuur Tegenover hem uitte Van
Walsum zijn spijt over de radiorede maar voerde
hij ook aan dat zon emotionele oprisping hem toch
niet eeuwig mag blijven schaden
In november 1945 solliciteerde hij naar zijn
oude positie die na het onverwachte vertrek van
Van Karnebeek was vrij gevallen Daarbij verwees
hij naar diverse steunbetuigingen uit de Zwolse
bevolking Zijn jongere broer Gerard PvdA die
in 1952 burgemeester van Rotterdam zou worden
beijverde zich voor zijn rechtsherstel Maar
het mocht allemaal niet baten De rest van zijn
leven zou Arnoldus zich met ereambten tevreden
moeten stellen Afgezien van een positie als waarnemend
burgemeester van Waarder Bartwoutswaarder
en Rietveld gemeenten die bij Woerden
en Bodegraven zouden worden gevoegd Die
functie legde hij neer in 1956 Een jaar later overleed
hij op 67jarige leeftijd
Geen frivoliteiten
Arnoldus van Walsum was mijn grootvader
Hij stierf in mijn geboortejaar Ik heb hem dus
nooit gekend Maar hij figureerde geregeld in de
verhalen over vroeger van mijn vader een van
zijn acht kinderen Er werd meer met respect dan
met liefde over Arnoldus gesproken Hij moest
het meer van zijn doorzettingsvermogen hebben
dan van flair waarmee hij niet was behept of van
intellectuele brille
Wipstrikkerallee 157
in 2020 Van Walsum
bewoonde dit huis van
eind maart 1938 tot
eind 1949 Foto Elske
Bootsma
best door fotos Fotografeer dus veel het is nu voordelig 29 juni Het Zwolsche Lingeriehuis Koopt nu zomerstofjes zonder stamkaart
10 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Thuis en in het gemeentehuis hij debuteerde
op 25jarige leeftijd als burgemeester in Krimpen
aan den IJssel was hij een rechtvaardig humaan
chef Hij was een trouwe kerkganger Maar geen
man van frivoliteiten Mijn grootmoeder romantischer
aangelegd dan hij wekte hem eens s nachts
om hem op een prachtige volle maan te attenderen
Daarin stelde hij geen enkel belang De nacht is om
te slapen sprak hij alvorens naar een andere zij
te wentelen De ingetogen viering van Oudejaarsavond
placht hij ook toen zijn kinderen volwassen
waren af te sluiten met de mededeling Jelui
mag uitslapen tot half negen
Hij zag er op toe dat hij aan al zijn kinderen evenveel
geld had besteed op het moment dat zij in het
huwelijk traden En hij hield er soms een naar
hedendaagse maatstaven curieus eergevoel op na
Kort voor zijn overlijden woonde hij in de Deventer
schouwburg een optreden van Wim Sonneveld
bij In een van diens sketches werd zo ervoer
mijn grootvader het althans het Leger des Heils
belachelijk gemaakt Met die onbetamelijkheid kon
hij nog wel leven Maar hij vond het onbegrijpelijk
eerloos dat beneden in het foyer een heilsoldaat
stond te collecteren Die zou toch niet naar giften
moeten hengelen van mensen die hem kort tevoren
nog hadden uitgelachen Zelfs zijn kinderen konden
de redenering maar moeilijk volgen
Maar Arnoldus kon dus ook impulsief en
emotioneel zijn Mijn in 2012 overleden vader
herinnerde zich nog goed hoe aangedaan hij
was over de Kristallnacht de nacht van 9 op 10
november 1938 Hij was verdrietig en woedend
Hij stampte op de grond Hij begreep niet hoe
zich in een land als Duitsland dat hij altijd nog
Arnoldus van Walsum
en zijn echtgenote Josina
Schoon Tim in 1943
met hun acht kinderen
en een schoondochter
De foto werd gemaakt
ter gelegenheid van hun
25jarig huwelijk
Collectie HCO
25 oktober De PEClinksbuiten Doorneweerd die wegens onbehoorlijk optreden van het veld werd gestuurd is door den NVB voor
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 11
vrij hoog had zulke barbaarse taferelen konden
afspelen Op 15 mei 1940 reageerde hij dus ook
emotioneel op het bericht dat koningin Wilhelmina
naar Engeland was gevlucht met noodlottige
gevolgen voor hemzelf
De gemeente Zwolle heeft in 1983 alsnog een
straat naar hem vernoemd een strook asfalt aan
de zuidkant van het spoor die wordt omzoomd
door onderwijsgebouwen van de Hogeschool
Windesheim en kantoorpanden Burgemeester
in oorlogstijd Maurits van Karnebeek is met een
straat even buiten het stadscentrum ook in dit
opzicht beter bedeeld
Met medewerking van Anne Floor Lanting kenniscommunicatiemedewerker
bij de Hanzehogeschool
te Groningen
Noot
1 Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Volkskrant
van 15 april 2020 en werd hier overgenomen
met toestemming van de auteur
Literatuur en bronnen
Wil Cornelissen Arnoldus van Walsum de ontslagen
burgemeester in Zwols Historisch Tijdschrift 10
1993 nr2 p 4551
Kees Ribbens Bewogen Jaren Zwolle in de Tweede Wereldoorlog
Zwolle 1995
Peter Romijn Burgemeesters in oorlogstijd Besturen onder
Duitse bezetting Amsterdam 2006
Andere Tijden Burgemeester in oorlogstijd 7 mei
2006 httpswwwanderetijdennlaflevering390
Burgemeesterinoorlogstijd
Diverse stukken uit het archief van het Provinciaal Bestuur
van Overijssel en het Nationaal Archief Den
Haag
Een deel van de
Burgemeester van
Walsumlaan in Zwolle
Zuid Links gebouwen
van Hogeschool Windesheim
Foto Elske
Bootsma
lopig geschorst 30 november Elken dag moeten de aardappels geschild worden Met een schilmachine is t maar een oogenblik bovendien
12 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Chaim en Selma EngelWijnberg
getuigen over vernietigingskamp Sobibor
Semjon Rosenfeld was de laatste overlevende
van het vernietigingskamp Sobibor In
juni 2019 overleed hij in zijn woonplaats
Tel Aviv 96 jaar oud Selma EngelWijnberg de
laatste Nederlandse Sobiboroverlevende was
kort daarvoor op 4 december 2018 eveneens op
96jarige leeftijd in East Haven VS gestorven
Selma Saartje Wijnberg is geboren in
Groningen op 15 mei 1922 als jongste kind van
Samuel Asser Wijnberg en Alida Nathans Ze
had drie oudere broers Abraham Marthijn en
Mozes1 Het gezin verhuisde in 1929 naar Zwolle
en betrok in 1932 het koosjere hotel Wijnberg
aan de Zwolse Veemarkt 23 In Selma de vrouw
die Sobibor overleefde beschrijft journalist en historicus
Ad van Liempt het dramatische verhaal
van haar onderduik en deportatie haar verblijf als
dwangarbeidster in Sobibor de ontmoeting daar
met haar Poolse medegevangene en latere echtgenoot
Chaim Engel de opstand van de gevangenen
en hun ontsnapping uit het kamp de onderduik
samen met Chaim in Polen tot de bevrijding door
de Russen in juli 1944 hun terugkeer naar Zwolle
de kille ontvangst hier en hun uiteindelijke emigratie
eerst naar Isral later naar de Verenigde
Staten2
Piet den Otter
Selma omstreeks 1938 met haar drie broers Links Bram Abraham rechts boven Marthijn en rechts onder
Maurits Mozes Van de broers Wijnberg overleefde alleen Bram de oorlog Maurits en Marthijn werden in
januari 1943 omgebracht in Auschwitz Collectie Familie Selma EngelWijnberg
zuinig Fa H Oldenhof Diezerstraat 5052 24 december De Vereniging IJsbaan Spoolde heeft haar banen in het Engelsche Werk voor het
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 13
Spreken namens de doden
Driekwart eeuw leefden Selma en Chaim met de
herinneringen aan hun verblijf in de hel op aarde
Hun geluk Sobibor overleefd te hebben betekende
ook een zware en blijvende emotionele last Hun
hele leven lang voelden zij de plicht telkens weer te
vertellen wat zich had afgespeeld Om nabestaanden
te vertellen wat het lot van hun geliefden
vrienden kennissen was geweest Om namens de
tienduizenden die het kamp niet hadden overleefd
de daders aansprakelijk te stellen Om de wereld te
waarschuwen voor herhaling In 1983 verwoordde
Selma het bij het tweede proces tegen kampbeul
Frenzel in de Duitse stad Hagen als volgt Het is
elke keer weer gruwelijk we zijn weer terug in
het kamp en iedere keer zeggen we we gaan niet
meer zo komen we nooit van onze nachtmerries
af Maar als het zover is gaan we natuurlijk wel
Wij meten namens de doden spreken3
Er leeft niemand meer die nog uit eigen ervaring
de herinnering aan de verschrikkingen en de
ontmenselijking in Sobibor levend kan houden
De verhalen van de overlevenden liggen vast in
boeken films interviews en documenten Het
duurde in Nederland enkele decennia voordat de
eerste grote wetenschappelijke historische studies
over de Holocaust verschenen Jacob Presser
voelde in zijn monumentale studie Ondergang
De vervolging en verdelging van het Nederlandse
Jodendom uit 1965 dezelfde plicht tegenover
de slachtoffers als Selma Wijnberg Zij hadden
niemand anders in deze wereld dan de geschiedschrijver
die hun boodschap kon doorgeven4
Veel overlevenden van de Holocaust tekenden
hun herinneringen meteen na 45 op veelal in
de vorm van egodocumenten Ook justitie legde
uit oogpunt van opsporing van oorlogsmisdaden
al vroeg herinneringen van overlevenden vast
Daarom werden op 22 juni 1946 Selma Wijnberg
en haar man Chaim Engel verhoord door twee
rechercheurs van de Zwolse afdeling van het
Bureau Opsporing Oorlogsmisdaden over wat
hen in het vernietigingskamp Sobibor was overkomen
Hun verklaring behoort tot de vroegste Nederlandse
getuigenissen over Sobibor en de Holocaust
Een begrip dat overigens pas vanaf de jaren
vijftig in gebruik kwam Selma en Chaim putten
in 1946 uit recente herinneringen nog niet benvloed
door latere kennis en verhalen van anderen
het geheugen nog niet gefilterd en vertekend door
de werking van de tijd Het geheugen was nog
vers de gebeurtenissen nog onverwerkt de kennis
Selma en Chaim
omstreeks 1980
Bing images
Selma en Chaim met hun in oktober 1944 in Polen
geboren baby Emiel Het jongetje overleefde de
zware tocht terug naar Nederland via Odessa en
Marseille niet en overleed in mei 1945 In 1946 en
1948 werden in Zwolle nog een dochter en een zoon
geboren Collectie Familie EngelWijnberg
publiek opengesteld Het ijs is van uitstekend gehalte en volkomen betrouwbaar 30 december In verband met den Nieuwjaarsdag zal het
14 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
nog fragmentarisch Het procesverbaal van hun
verhoor wordt hierna in zijn geheel afgedrukt
Het is een zeer indringend verhaal
Sobibor
Het vernietigingskamp Sobibor lag in een dun
bevolkt moerasgebied in het huidige OostPolen
niet ver van het huidige drielandenpunt tussen
Polen Oekrane en WitRusland Andere grote
vernietigingskampen in deze omgeving waren
Belzec Chelmno en Treblinka Het grootste kamp
was Auschwitz deels vernietigingskamp deels
werkkamp evenals Majdanek
Slechts enkele tientallen gevangenen overleefden
Sobibor waar in de korte tijd tussen mei
1942 en oktober 1943 circa 170000 mensen zijn
vermoord Onder hen bevonden zich 148 Joodse
Zwollenaren Mirjam Chaja van Zwaanenburgh
uit de Schoutenstraat was de jongste ze werd
maar zes maanden oud Judikje van Esso uit de
Zeven Alleetjes was de oudste 87 jaar oud Negentien
treinen met aan boord 34313 mannen vrouwen
en kinderen arriveerden tussen 2 maart en 20
juli 1943 vanuit het doorgangskamp Westerbork
in Sobibor De meesten werden binnen enkele
uren na aankomst vermoord in de gaskamers hun
stoffelijke resten verbrand hun as gestort in de
omgeving
Vernichtung durch Arbeit vernietiging door
zware arbeid in combinatie met slechte verzorging
en mishandeling was een tweede moordmethode
van de nazis Ongeveer duizend Nederlandse
mannen en vrouwen zijn op het perron van Sobibor
geselecteerd voor dwangarbeid in Sobibor zelf
en in werkkampen in de omgeving als Dorohucza
LublinMajdanek en LublinAlter Flugplatz Van
deze groep Nederlanders keerden na de oorlog
slechts drie mannen en vijftien vrouwen terug
Selma Wijnberg en de Utrechtse Ursula Stern
verbleven langere tijd in Sobibor zelf De zestien
anderen onder wie ook de Zwolse zussen Jetje en
Sientje Veterman uit de toenmalige Bitterstraat
werden enkele uren na aankomst vanuit Sobibor
naar andere kampen doorgezonden5
Onder leiding van Alexander Petsjerski een
RussischJoodse krijgsgevangene en officier in het
Rode Leger kwamen op 14 oktober 1943 de werkgevangenen
in Sobibor in opstand tegen de SS en
hun Oekraense helpers Ongeveer 300 gevangenen
weten te ontsnappen van wie er 47 het
einde van de oorlog zouden halen Na de opstand
hebben de Duitsers op bevel van ReichsfhrerSS
Heinrich Himmler alles in het werk gesteld om
alle sporen uit te wissen door de achtergebleven
gevangenen te vermoorden het kamp te ontmantelen
alle documentatie te verbranden en het
terrein met bomen te beplanten Alle bewijsstukken
moesten verdwijnen elke herinnering aan de
slachtoffers uitgewist De nazis zijn in deze opzet
niet geslaagd Het handjevol overlevenden van de
opstand waar onder Petsjerski heeft de wereld
kunnen vertellen hoe de systematische vernietiging
zich in Sobibor heeft voltrokken
Sobiboroverlevende Jules Schelvis 1921
2016 heeft uitvoerig wetenschappelijk onderzoek
gedaan naar de geschiedenis van het kamp Hij
interviewde overlevenden en kon gebruik maken
van de informatie die door de Duitse justitile
autoriteiten sinds 1960 was verzameld ter voor
Tot 2019 waren er geen
fotos bekend van Sobibor
Een kleinzoon van
de plaatsvervangend
commandant Johann
Niemann stelde in
dat jaar een album en
fotos ter beschikking
Niemann overleefde
de opstand niet Hier
een waarschijnlijk
gensceneerde foto van
hem te paard op het
perron waar de treinen
in Sobibor aankwamen
Op de achtergrond een
woonbarak van kampbewakers
Zomer 1943
US Holocaust Memorial
Museum collectie
Niemann
huisvuil dat anders Woensdag werd opgehaald Dinsdag worden opgehaald 1941 17 januari Hotel Wijnberg Thdansant Zondagmiddag
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 15
bereiding van de Sobiborprocessen Zijn boek
Vernietigingskamp Sobibor is ht internationale
standaardwerk6
Chaim en Selma getuigen op 22 juni 1946
Al ver voor het einde van de oorlog hadden de
geallieerden besloten dat de Duitse oorlogsmisdaden
niet onbestraft mochten blijven Ook Nederland
nam deel aan de opsporing van oorlogsmisdadigers
binnen en buiten het Koninkrijk Op 29
mei 1945 werd daarvoor het Bureau Opsporing
Oorlogsmisdrijven BOOM opgericht Onderzoek
in Duitsland liep via de Nederlandse Missie
tot Opsporing van Oorlogsmisdrijven Op 22 juni
1946 leggen Selma en Chaim EngelWijnberg ten
overstaan van twee rechercheurs van het BOOM
te Zwolle getuigenis af over wat hen tijdens de
oorlogsjaren is overkomen Het verslag berust in
het Historisch Centrum Overijssel7
Selma vertelt gedetailleerd hoe zij in Sobibor
terecht is gekomen en hoe de selecties bij
aankomst verliepen Ze geeft een nauwkeurige
beschrijving van de inrichting van het kamp en
beschrijft hoe de massamoord werd uitgevoerd
Ook verhaalt zij over de dwangarbeid die ze
moest verrichten en de gruwelijkheden waarvan
ze getuige was Tot slot doet ze verslag van de
opstand en haar vlucht uit het kamp De verklaring
van haar man Chaim is beknopter maar ook
hij geeft details over zijn dwangarbeid en de terreur
van de SS en hun helpers tegen de gevangenen
Tot slot portretteert hij een aantal in Sobibor
werkzame SSers
In juni 1946 nog maar een jaar na de bevrijding
was in Nederland de kennis over de massamoord
in de vernietigingskampen nog tamelijk
fragmentarisch Niemand had het brede overzicht
Nabestaanden en instanties tastten veelal
nog in het duister over het precieze individuele lot
van veel gedeporteerden Het Informatiebureau
van het Nederlandse Rode Kruis kreeg opdracht
hiernaar onderzoek te doen Sterk leunend op verklaringen
van de schaarse overlevenden schetste
het Rode Kruis begin 1947 in het rapport Sobibor
voor het eerst een omvattend beeld van de aard en
de omvang van de tragedie die zich in Sobibor had
voltrokken8 Wat velen al vreesden en vermoedden
werd met zekerheid vastgesteld de naar Sobibor
gedeporteerden zouden niet meer terugkeren
De minister van justitie stelde mede op basis van
het rapport de vermoedelijke sterfdatum van de
slachtoffers vast zodat de uitgifte van formele
overlijdensakten kon beginnen en erfeniskwesties
of andere juridische zaken konden worden afgewikkeld
Ook voor 148 Joodse Zwollenaren
Later minutieus onderzoek van Jules Schelvis
heeft uitgewezen dat de verklaringen van Selma en
Chaim grotendeels juist zijn De constructie van
de gaskamers is in werkelijkheid anders geweest
dan Selma en Chaim dachten Dat waren de plekken
in het kamp waar zij niet zelf zijn geweest
Chaims schatting van 1000000 slachtoffers is op
basis van later teruggevonden nazidocumenten
bijgesteld tot iets meer dan 170000
Opvallend is de zakelijke toon en het ontbreken
van emoties Daar is ongetwijfeld de
techniek van onderzoek en verslaglegging van de
rechercheurs debet aan Justitile waarheidsvinding
vergt verifieerbare koele feitelijkheid Het
ging erom letterlijk op te schrijven wat er precies
gebeurd was Tegelijkertijd kan zakelijk vertellen
voor getuigen ook een manier zijn om demonen
uit het verleden in bedwang te houden en het
onbevattelijke in woorden uit te drukken
Joodse medeburgers moesten verdwijnen louter
om wie ze waren omdat ze Joods waren Sobi
Registratiebewijs van
Selma EngelWijnberg
van het Consulaat
Generaal van Polen in
Amsterdam Collectie
Familie Selma Engel
Wijnberg
met medewerking van The Merry Swingers 23 januari Bioscoop Buitensociteit Van vrijdag tot en met donderdag OPERABAL een film
16 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
bor en de andere vernietigingskampen vormden
het eindpunt in een lang proces van stigmatisatie
en discriminatie van registratie economische en
fysieke segregatie en uiteindelijk deportatie en
massamoord op Joodse medeburgers Het verhaal
uit eerste hand van deze planmatig en industrieel
georganiseerde massamoord volgt hierna alleen
met aangepaste spelling
Procesverbaal 9
Op zaterdag 22 juni 1946 verscheen voor ons NN
en NN respectievelijk hoofdagentrechercheur en
agentrechercheur der gemeentepolitie te Zwolle
beiden tevens onbezoldigd rijksveldwachter
Saartje Wijnberg geboren 15 juni 1922 te Groningen
echtgenote van C Engel wonend aan de Veemarkt
23 te Zwolle die ons als volgt verklaarde
In december 1942 werd ik als jodin in Bilthoven
waar ik ondergedoken was gearresteerd
Eerst werd ik ingesloten in het huis van bewaring
te Amsterdam en eind januari of begin februari
1943 met een groot transport joden overgebracht
naar het concentratiekamp Vught Op 1 april 1943
werd ik overgebracht naar het kamp Westerbork
en op 6 april 1943 met een transport van ongeveer
2000 joden vandaar naar Sobibor gevoerd Sobibor
ligt in Polen op een afstand van ongeveer 40
kilometer van Chelm en 200 kilometer ten oosten
van Warschau Het bleek mij weldra dat het kamp
Sobibor geheel was ingericht als vergassingslager
Onmiddellijk bij aankomst aldaar dit was op 9
april 1943 werden de vrouwen van de mannen
gescheiden De kinderen werd vrij gelaten met wie
zij mee wilden gaan Om een beeld te geven van
de indeling van het kamp het volgende Het kamp
bestond uit drie lagers en wel Lager I bestemd
als verblijfs en werklager Lager II waarin zich
magazijnen en ontkleedruimten bevonden en
Lager III waarin zich de vergassingsbarak en het
crematorium bevonden De bewaking bestond uit
Oekraners dit waren oorspronkelijk Russische
krijgsgevangenen die zich gemeld hadden bij de
Selma achter de kassa
en Chaim geheel
rechts in hun modezaak
in de Thomas a
Kempisstraat in Zwolle
omstreeks 1950 Collectie
Familie Selma
EngelWijnberg
van het stralende onvolprezen Weenen charmant vroolijk en ondeugend 5 februari Griep heerscht in Zwolle vooral onder de schooljeugd
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 17
SS Duitse SSlieden waren belast met de algehele
leiding in het kamp
Nadat de mannen en vrouwen van ons transport
na aankomst van elkaar gescheiden waren
werd een 30tal jonge vrouwen en een 70tal mannen
uitgezocht en aangewezen voor werkzaamheden
in het kamp Ook ik werd hierbij uitgezocht
en aangewezen voor werkzaamheden in Lager II
De overigen van het transport werden in groepen
van 500 600 overgebracht naar de ontkleedruimte
in Lager II Daar werden zij toegesproken
door de Oberscharfhrer Michels die hen meedeelde
dat zij eerst zouden worden ontluisd en
daarna voor tewerkstelling zouden worden overgebracht
naar de Oekrane Dit alles geschiedde
met het doel de slachtoffers zonder moeite naar
de vergassingsbarak te krijgen Hierna werden de
haren van de vrouwen geknipt en moesten zij zich
geheel ontkleden De vrouwen moesten zich in de
barak ontkleden de mannen buiten Vervolgens
werden zij met de kinderen onbewust van het lot
dat hen wachtte overgebracht naar de vergassingsbarak
in Lager III Deze barak bestond uit
een grote ruimte waarin douches waren aangebracht
Uit deze douches kwam echter geen water
doch gas waardoor allen de verstikkingsdood
stierven Vanuit Lager II zag ik de slachtoffers de
vergassingsbarak binnengaan Buiten hoorde men
dan het bekende geluid wanneer een groot aantal
mensen in een beperkte ruimte samen zijn hetgeen
weldra overging in gejammer en geschreeuw
Korte tijd later werd alles stil Het is mij bekend
dat de vloer van de vergassingsbarak uit twee
delen bestond Deze gingen dan vaneen en de lijken
der slachtoffers werden in trollys welke onder
deze barak doorliepen opgevangen en daarmee
getransporteerd naar het crematorium Enige
uren later zag men dan in Lager III een groot vuur
branden en hing er een verschrikkelijke stank over
het kamp Het crematorium bestond uit een in de
grond ingebouwde oven
Wat het werk van de uitgezochte mannen en
vrouwen betreft het volgende een gedeelte van de
vrouwen en mannen werd tewerk gesteld in het
Lager I waar zich werkplaatsen bevonden zoals
bakkerij en smederij kleermakerij enz Een ander
deel waaronder ook ik werd tewerk gesteld in
Een schijnbaar rustiek
dorpje de eerste aanblik
van Sobibor US
Holocaust Memorial
Museum collectie
Niemann
8 februari Het laat zich aanzien dat ook in deze gemeente melk op school zal worden verstrekt 6 maart Het is een gelukkig verschijnsel
18 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Lager II en belast met het sorteren van de kleding
van de vergaste gevangenen Deze kleren werden
na sortering opgeslagen in magazijnen en later
naar Duitsland verzonden Aangezien de meeste
joden hun kostbaarste bezit op transport hadden
meegenomen waren hierbij dingen van grote
waarde Ook het afgeknipte haar werd verzameld
en naar Duitsland gezonden Levensmiddelen
voor zover het conserven betrof kwamen ter
beschikking van de bewaking
Een deel van de uitgezochte mannen werd
bestemd voor de arbeid in Lager III Zij waren
belast met het transport van de lijken van de vergassingsbarak
naar het crematorium en tevens belast
met het verzamelen van de kostbaarheden zoals
ringen en dergelijke Door deze gang van zaken
kwam het voor dat sommigen hun eigen familieleden
naar het crematorium moesten brengen en
verbranden Geen van de in Lager III tewerkgestelden
verliet dit Lager levend Waren op deze wijze
enige transporten opgeruimd dan omsingelden de
Duitsers plotseling Lager III en schoten alle daar
tewerkgestelden dood Uit een nieuw transport of
uit Lager I en II werden dan weer nieuwe arbeiders
voor Lager III gezocht die na enige tijd aldaar te
hebben gewerkt op hun beurt ook weer op dezelfde
wijze werden afgemaakt
Bij de transporten van Nederlandse joden
leverde de vergassing voor de Duitsers geen moeilijkheden
op daar zij totaal onbewust waren welk
lot hun wachtte Bij de transporten van Poolse
joden was dit echter anders gesteld Het bestaan
van het kamp en de gang van zaken was blijkbaar
in Polen uitgelekt Indien er transporten Poolse
joden kwamen verzetten deze zich tegen het bevel
zich te ontkleden omdat zij wisten dat dit het
voorspel was van hun dood Zij werden dan door
de bewaking met behulp van bloedhonden naar
de vergassingsbarak gedreven waarbij de Duitsers
dan lukraak met hun pistolen of geweren in de
mensenmenigte schoten waarbij ettelijke slachtoffers
vielen Velen werden dan op deze wijze
gewond en dan rechtstreeks naar het crematorium
getransporteerd en daar levend verbrand
Ik kan mij herinneren dat er eens een transport
Poolse joden aankwam Dit transport had reeds
acht dagen per trein door Polen gezworven In
elke veewagen waarin deze joden waren opgesloten
zaten soms 250 joden samengepakt Deze
waren reeds in een ander kamp ontkleed en bij
aankomst geheel naakt Ook hadden zij gedurende
deze tijd geen eten of drinken gehad Elke
wagon bevatte bij aankomst reeds een groot aantal
doden terwijl van de overlevenden verschillende
krankzinnig waren In het kamp was een perron
gebouwd waar de trein voorreed Trollys werden
dan voor de wagons gereden en zowel de lijken
als de levenden werden op deze wijze naar Lager
III gebracht Op deze wijze werden ook bij andere
transporten ouden van dagen of gebrekkigen zonder
onderscheid tussen levend of dood naar Lager
III getransporteerd Deze wijze van overbrengen
heb ik meerdere malen gezien doordat de trollys
onze barakken passeerden Men zag dan soms
gedeeltelijk ontvleesde lichaamsdelen boven de
trollys uitsteken
Op een dag werd het kamp Belchitz dat in de
buurt van Sobibor lag opgeheven10 Ook dit
was een vergassingslager Het overgebleven personeel
allen gevangenen was meegedeeld dat
zij in ons Lager tewerk gesteld zouden worden
Toen zij bij aankomst in Sobibor opdracht kregen
zich te ontkleden weigerden zij dit daar zij toen
begrepen welk lot hun wachtte Wat er toen precies
gebeurde kon ik niet zien doch ik hoorde
schieten Enige uren later kregen ik en andere
medegevangenen opdracht de kledingstukken
van deze gevangenen te sorteren en het bleek dat
deze geheel met bloed doordrenkt waren en verschillende
kogelgaten vertoonden Hieruit kon
dus worden afgeleid dat deze gevangenen waren
doodgeschoten Naar schatting waren dit ongeveer
30 personen
Zelf ben ik getuige geweest van het volgende
In het kamp werden enige varkens gehouden
die werden verzorgd door een Poolse jodenjongen
Een der varkens werd ziek De SS Oberscharfhrer
Frenzel verweet dit aan de Poolse
jongen Frenzel zei dat hij voor straf naar Lager
III zou worden gebracht De jongen die zeer goed
begreep dat dit het einde van zijn leven betekende
dat er in deze onzekere dagen veel belangstelling bestaat voor een literairen avond De grote zaal van hotel Peters was tot in den hoeken
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 19
liep toen uit de nabijheid van Frenzel weg Frenzel
schoot toen de jongen neer Hierop liep hij op de
jongen die slechts gewond was toe Hij greep
een voorwerp dat in zijn nabijheid lag wat dit
was weet ik niet en gaf de jongen hiermede enige
verschrikkelijke slagen waardoor diens buik werd
opengereten en beide armen werden gebroken De
jongen die ondanks zijn verwondingen nog bij
kennis was werd hierna op last van Frenzel op een
plank gelegd waarna Frenzel de jongen door vier
joden door het kamp liet dragen Frenzel zei dat
een ieder die trachtte te vluchten dit lot te wachten
stond Over het zieke varken werd door hem niet
meer gesproken De gewonde jongen die reeds
stervende was vroeg aan zijn medegevangenen
om hem te wreken Op het voorplein voor Lager
III trok Frenzel zijn pistool en maakte de jongen
met een pistoolschot af
Omstreeks september 1943 kwamen er enige
transporten Russische joodse krijgsgevangenen
Ook hiervan werd een aantal uitgezocht voor
werkzaamheden in het kamp Deze beraamden
met een aantal Poolse joden een plan om uit te
breken Reeds meerdere malen waren dergelijke
plannen voorbereid doch steeds weer verraden
Het gevolg hiervan was dat een groot aantal
tewerkgestelden werd doodgeschoten Om deze
reden was het plan der Russen en Polen slechts
aan weinigen bekend gemaakt Op 14 oktober
1943 werd des middags het sein gegeven voor een
algemene opstand Een gedeelte van de kampleiding
was afwezig Van de bewakers werden
16 Duitsers en Oekraners door de gevangenen
afgemaakt Daarna begon de stormloop op de
prikkeldraadomheining van het kamp Van de 600
gevangenen die toen nog in het kamp waren zijn
er voor zij de omliggende bossen hadden bereikt
nog honderden in de omliggende mijnenvelden
terecht gekomen en verongelukt Ik had in het
kamp kennis gekregen aan een Poolse jongen die
ook als gevangene in Lager II werkte met wie
ik thans getrouwd ben Ik ben met mijn man en
ongeveer 40 anderen Polen ingetrokken Later
hebben mijn man en ik ons afgescheiden en zijn
wij ondergedoken bij een Poolse boer in Rakoduby
In juli 1944 werden wij bevrijd door de Russen
Wij zijn toen nog een tijd in Polen gebleven en
hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om
nog een bezoek te brengen aan het kamp Sobibor
Het bleek ons toen dat het kamp in het geheel niet
meer bestond en dat de plaats bezaaid was met
rogge In de omgeving werd ons verteld dat na
onze vlucht de achtergebleven gevangenen door
de Duitsers waren afgemaakt en dat het kamp
daarna door de Duitsers was platgebrand In juni
1945 zijn wij via Czernowitz Odessa en Marseille
naar Nederland gereisd
Ik kan mij nog herinneren dat tijdens mijn verblijf
in het kamp Sobibor een zeer hoge Duitse officier
een bezoek bracht aan het kamp Blijkbaar was dit
reeds enige dagen tevoren bekend want al het in
het kamp door de kampleiding gehouden pluimvee
en de varkens werden verstopt in de omliggende
bossen Tijdens het bezoek van deze officier
werd er juist een aantal gevangenen vergast en
verbrand De officier sloeg de vergassing gade
door een kijkglas in de wand van de vergassingsbarak
Wie deze officier was weet ik niet en ik kan
u ook geen beschrijving van hem geven
Mijn man die reeds een half jaar voor mij in
het kamp was gekomen zal u omtrent de bewakers
wel nadere bijzonderheden kunnen geven
Voor zover mij bekend is behalve mijn man en
SSofficieren vermaken
zich in hun kantine
in Sobibor een bizar
tafereel als je je realiseert
wat zich daar
vlakbij afspeelde US
Holocaust Memorial
Museum collectie Niemann
gevuld met belangstellenden die gekomen waren om den heer K Norel uit Enkhuizen te hooren over Nationale veerkracht vroeger en nu
20 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
ik uit het kamp Sobibor alleen nog in Nederland
teruggekeerd een zekere Ursula Stern wonende
Haagstraat 13 te Utrecht
Vervolgens hoorden wij Chaim Engel geboren te
Brudzew Polen 10 januari 1916 vertegenwoordiger
wonende aan de Veemarkt 23 te Zwolle die
verklaarde
In oktober 1942 werd ik bij een razzia in Izbich
Polen opgepakt en met een transport joden
vervoerd naar het kamp Sobibor Met 28 andere
mannen werd ik uitgezocht en in het kamp tewerk
gesteld De rest van het transport met uitzondering
van een aantal joodse vrouwen die ook
tewerk werden gesteld werd hierna vergast en
verbrand op de reeds door mijn vrouw beschreven
wijze bij wiens verklaring ik mij geheel aansluit
Onder andere was ik belast met het knippen
van het hoofdhaar van de vrouwen voordat zij de
vergassingsbarak binnengingen Gedurende de
winter werkte ik aan een graafmachine Hiermede
werden de lijken opgegraven van de slachtoffers
die in de beginperiode van het kamp waren vergast
en begraven aangezien men toen nog niet
over een crematorium beschikte De opgegraven
lijken werden hierna alsnog verbrand Hiermee
zijn vele maanden gemoeid geweest
In aansluiting van de verklaring van mijn
vrouw wil ik nog enkele voorbeelden van de
behandeling in het kamp aanhalen Voor het minste
vergrijp werd men onmiddellijk doodgeschoten
Persoonlijk ben ik er van getuige geweest dat
de SS Oberscharfhrer Wagner een jood doodschoot
die bij het sorteren van levensmiddelen
afkomstig van vergaste joden een blikje sardines
openmaakte om de sardines op te eten
Er werd vermoed dat de Nederlandsche
gevangenen een plan tot opstand hadden voorbereid
Op last van den SS Oberscharfhrer Frenzel
werden toen 72 Nederlandsche tewerk gestelde
gevangenen doodgeschoten als afschrikwekkend
voorbeeld11
Het is mij bekend dat blijkens mededeling van
tewerkgestelde gevangenen in de Schreibstube
op de reeds door mijn vrouw omschreven wijze
ongeveer 1000000 mensen in het kamp zijn vermoord
of vergast en daarna verbrand
Op 14 oktober 1943 bij de door mijn vrouw
beschreven opstand ben ik met haar gevlucht In
Polen heb ik na de bevrijding nog vele nasporingen
gedaan naar overgebleven lotgenoten Het
staat voor mij vast dat slechts een veertigtal personen
de ontvluchting hebben overleefd De rest is
of omgekomen in de mijnenvelden rond het kamp
of door hun onbekendheid in Polen weer in handen
der Duitsers gevallen
Tijdens mijn verblijf in het kamp Sobibor zijn mij
verschillende namen van de Duitsers die de leiding
in het kamp hadden bekend geworden12 De
naam van de kampcommandant kan ik mij niet
meer herinneren Ik herinner mij de namen van
de volgende personen
De SS Oberscharfhrer Wagner deze is afkomstig
uit Wenen Zijn signalement luidt als volgt oud
thans ongeveer 33 jaar lang ongeveer 180 m zeer
flink postuur donker blond haar spreekt Italiaans
en Engels Wagner was een groot sadist en heeft
onder andere meerdere malen de zieken uit de
barakken naar Lager III laten brengen
SSOberscharfhrer Frenzel dit was een slager
afkomstig uit Berlijn Signalement oud ongeveer
38 jaar lang ongeveer 170 175 m geweldig dik
blond haar
Oberscharfhrer Michels signalement oud
ongeveer 32 jaar middelmatige lengte smal postuur
donker haar donkere ogen Hij was degene
die de gevangenen voor hun vergassing meedeelde
dat zij ontluisd zouden worden
SSScharfhrer of Oberscharfhrer Gomersky
een bekend bokser uit Silezi oud ongeveer
34 jaar lang 165 168 m blond haar echt bokserstype
Gomersky heeft er zich tegenover ons
op beroemd dat hij in Lager III een jood met 12
zweepslagen had doodgeslagen
SSUnterscharfhrer Wolff was van beroep
fotograaf Had een fotozaak gehad in Oostenrijk
vermoedelijk in Wenen Signalement oud ongeveer
40 jaar lang 165 m zwart grijzend haar
Maakte zich veel aan mishandeling van vrouwen
schuldig
Nowak van beroep kapper oud ongeveer 28
jaar klein gezicht donker haar Hij had de rang
van Unterscharfhrer
1942 1 juli De leerlingen van het Gymnasium trokken er gisteren onder leiding van enkele leeraren op uit Eenige klassen gingen per trein
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 21
Weiss oud ongeveer 30 jaar licht blond haar
smal gezicht Nauwkeurig signalement niet
bekend
Verder zijn mij nog de namen bekend van
bewakers waarvan ik echter geen signalement kan
opgeven en wel de Obersturmfhrer Ross een
zekere Buhr een zekere Van der Kamp Laatstgenoemde
heeft vroeger in Polen gewoond en heeft
daar nog een broer wonen
Waarvan door ons op afgelegde ambtseed is opgemaakt
getekend en gesloten dit proces verbaal
Zwolle 7 juli1946
NN get
NN get
Noten
1 Samuel Asser Wijnberg Leek 06021882 Zwolle
02041941 Alida WijnbergNathans Vries
10041887 Auschwitz 12101942 Abraham
Wijnberg Leek 14051916 Toronto 28051977
Mozes Wijnberg Leek 11011918 Auschwitz uiterlijk
31011943 Marthijn Wijnberg Groningen
32121919 Auschwitz uiterlijk 31011943
Op maandag 4 mei 2020 stond de onthulling op
Veemarkt 23 van Stolpersteinen voor Alida Mozes
en Marthijn Wijnberg gepland maar vanwege de
coronacrisis is deze onthulling vooralsnog uitgesteld
2 Ad van Liempt Selma de vrouw die Sobibor overleefde
Laren 2010 Zie ook Ingrid Petiet Selma
een leven een tentoonstelling in Zwols Historisch
Tijdschrift 34 2017 nr 2 p 176181
3 Van Liempt p 121122
4 J Presser Ondergang De vervolging en verdelging
van het Nederlandse Jodendom 19401945 sGravenhage
1977 oorspr 1965 dl I p IX
5 Mirjam Blits beschrijft in Auschwitz 13917 Hoe ik
de Duitse concentratiekampen overleefde Meppel
2012 het lot van de groep vrouwen waartoe ook
de zussen Veterman behoorden evenals de omgekomen
Annie TroostwijkHijmans uit de Bilderdijkstraat
6 Jules Schelvis Vernietigingskamp Sobibor Amsterdam
1997 4e druk
7 Historisch Centrum Overijssel Archief 0726
Politieke Opsporingsdiensten POD en Politieke
Recherche afdelingen PRA te Zwolle en Kampen
invnr 628
8 Informatiebureau van het Nederlandsche Roode
Kruis Sobibor Tweede verbeterde en aangevulde
uitgave Den Haag 1947 Online op
httpswwwgeheugenvannederlandnlnlgeheugen
viewsobiborhaaslandsbergerselowskycoll
ngvnmaxperpage36page1querySobibo
ridentifierEVDO023ANIOD05_7880 Laatst
geraadpleegd op 5 maart 2020
9 Het originele document is getypt De tekst is in zijn
geheel letterlijk overgenomen alleen de spelling
is licht gemoderniseerd De alineaindeling is gehandhaafd
10 De laatste dwangarbeiders van het vernietigingskamp
Belzec werden waarschijnlijk in juni 1943
afgevoerd naar Sobibor Van Liempt p 7274
11 Onder hen ook de Zwollenaren Menno Troostwijk
en Mozes Gerrit Zeehandelaar Schelvis p 169
170 Van Liempt p 62 65 38
12 Uitgebreid over de in Sobibor werkzame SSers
Schelvis p 282347
Met dank aan Ad van Liempt voor de afbeeldingen
op p 13 onder 15 en 16
Selma WijnbergEngel in 2010 Foto Marcel Antonisse
naar Hulshorst om daar te genieten van de natuurrijkdom van de Veluwe 4 juli Wasscherij De Boschbleek Uw goed gaat langer mee als
22 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
De deportatie van Zwolse Joden in beeld
Sinistere foto Keersluisbrug
Annt Bootsma
van Hulten
t meegaat met Wasscherij De Boschbleek Groot Weezenland 29 16 juli Uitgaande van den Kring Zwolle van Christelijke Zang en
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 23
Foto JA Eelsingh
collectie HCO
Oratoriumvereenigingen werd gisteren nabij het theehuis Urbana een zangconcours gehouden waarvoor groote belangstelling bestond
24 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
De Duitse bezetter startte in de zomer
van 1940 een systematisch proces van
identificeren registreren discrimineren
stigmatiseren en isoleren van de Nederlandse
Joodse bevolking Dit proces culmineerde vanaf
juli 1942 in de deportaties naar doorgangskamp
Westerbork en vandaar verder naar de vernietigings
of werkkampen in het Oosten Zo werden
107000 Joden uit Nederland weggevoerd Van de
deportaties naar Westerbork bestaat nauwelijks
beeldmateriaal alleen uit Amsterdam zijn er fotos
bekend en er is een heel kort filmfragment uit
Leeuwarden
Het was dus een bijzondere vondst toen in
november 2019 een foto van een Zwolse deportatie
opdook De deportatie van de Zwolse Joodse
bevolking voltrok zich op drie momenten op 2 en
3 oktober 1942 18 en 19 november 1942 en 8 en
9 april 1943 De foto is vermoedelijk genomen op
2 oktober 1942 Verdeeld over drie groepjes zie je
zeventien Zwolse Joden herkenbaar aan hun op
de borst gedragen ster lopen op de toenmalige
Keersluisbrug over de Willemsvaart Het eerste
groepje drie mannen duwt een kar met bagage en
bevindt zich al op de Willemskade De anderen
vrouwen en kinderen lopen nog op de brug De
groep wordt begeleid door drie Nederlandse politiemannen
Ze waren ongetwijfeld op weg naar
het Gymnasium Celeanum aan de Veerallee waar
de Joden die nacht in de gymnastiekzaal genterneerd
werden tot hun transport de volgende dag
naar Westerbork Het is met de kennis van nu
wrang te zien dat Zwollenaren er bij stonden en
keken hoe hun stadsgenoten afgevoerd werden
Zelf hadden deze waarschijnlijk ook nog geen idee
wat hen boven het hoofd hing
De foto werd ontdekt door HCOmedewerker en
Tweede Wereldoorlogspecialist Paul Harmens
Hij zat tussen negatieven van de destijds bekende
Zwolse fotograaf Jan Anthonie Eelsingh 1866
1949 Eelsingh heeft de foto clandestien gemaakt
vermoedelijk door het raam van Willemskade 9
waar nu Chinees Restaurant Sozing gevestigd is
De foto zat aan het eind van een filmrol waarop
Eelsingh officile portretten van Duitse officieren
had gemaakt Het was strafbaar als je dit soort
taferelen fotografeerde Deze deportatie vond
overdag plaats later gebeurde het vooral s avonds
of s nachts
De onscherpte van de foto draagt bij aan het sinistere
karakter Je weet dat er 450 Zwolse Joden zijn
weggevoerd en nooit teruggekeerd maar met zon
beeld erbij krijgen de kille cijfers meteen een heel
andere en indrukwekkender inhoud
Literatuur
Niek Megens Uniek beeld eerste foto van deportatie
Joden buiten Amsterdam duikt op in Zwolle in de
Stentor 23 november 2019
Dammis Baan ea Jodenvervolging in twaalf portretten
Stichting Judaca 2016
Wim Coster Van Zwolle naar Westerbork en verder
Historisch Centrum Overijssel 2009
Dezelfde plek waar de
foto in 1942 genomen
werd Op de plaats
waar de Keersluisbrug
tot 1965 lag ligt nu het
kruispunt Emmawijk
Willemskade Foto
Elske Bootsma
18 juli Reederij Koppe NV Salonstoombootdienst ZwolleKampenAmsterdam Dagelijksch ook Zondags Vertrek Diezerkade 820
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 25
Het levensverhaal van een vondelingetje
Hetty Hulshof leefde in twee werelden
Hetty Hulshofvan Gelder 77 jaar oud
vertelt haar levensverhaal ogenschijnlijk
zonder emoties Er verschijnt zelfs regelmatig
een gulle lach op haar gezicht Maar achter
die pose gaat een intense tragedie schuil die zij
mede dankzij een jarenlange therapie zo ver heeft
weggestopt dat zij een normaal leven kan leiden
In kort bestek ziet haar levensverhaal er als
volgt uit Geboren op 17 oktober 1942 in Hengelo
wordt Frederika van Gelder twee maanden oud
op zaterdag 19 december op de stoep van een
kleine kruidenierswinkel aan de Vlasakkers in
Zwolle te vondeling gelegd De bewoners Klaas
en Hennie van der HorstSchurink brengen de
baby naar het Sophia Ziekenhuis aan de Rhijnvis
Feithlaan Het vondelingetje gaat op 20 januari
1943 naar een broer en schoonzus van de kruidenier
het kinderloze echtpaar Frits en Roelie
van der Horstvan der Hulst die tegenover de
Jeruzalemkerk aan de Molenweg in Assendorp
wonen Zij worden met instemming van de Voogdijraad
de pleegouders van het meisje en noemen
haar Hetty Haar geboortedatum wordt door de
bekende Zwolse huiskinderarts Betsy Hengeveld
zeer accuraat geschat op 15 oktober slechts twee
dagen voor de werkelijke datum Als Hetty negentien
jaar oud is haar HBSdiploma heeft behaald
en bibliothecaresse is geworden verlaat zij Zwolle
om in dienst te treden bij de bibliotheek in Zaandam
In 1967 trouwt zij met Hans Hulshof die uiteindelijk
hoogleraar Moedertaal en Didactiek in
Leiden wordt Het echtpaar krijgt twee kinderen
en woont in Bergen NoordHolland
Joodse ouders
Afgezien van het feit dat Hetty een vondeling was
lijkt er verder weinig bijzonders aan de hand met
haar levensverhaal Maar dat gegeven komt in
een totaal ander perspectief te staan als we weten
dat haar biologische ouders Joods waren en vermoord
zijn door de Nazis Isral van Gelder geb
1898 kantoorbediende bij Stork in Hengelo en
zijn vrouw Saartje van GelderMooij geb 1901
hebben drie kinderen als de oorlog uitbreekt
de zoons Benjamin geb 1927 en Hartog geb
1935 en dochter Leentje Antje geb 1931 Als
Frederika in oktober 1942 wordt geboren zijn de
Joodse inwoners van ons land verplicht om een
ster op hun kleding te dragen en zijn de eerste
treinen al vanuit Westerbork richting het oosten
vertrokken Isral en Saartje besluiten in december
1942 om onder te duiken Het gezin zal over
vijf adressen verspreid worden Frederika zal te
vondeling gelegd worden bij het bevriende echtpaar
Meenks dat een slagerswinkel heeft aan de
Hetty van Gelder als
bibliothecaresse 1961
Annt Bootsma
van Hulten
Steven ten Veen
Aankomst Amsterdam 1630 15 augustus De Volkstuinders die een tuintje van de gemeente hebben gepacht kunnen een vervoersbewijs
26 jrg 37 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Krabbenbosweg in Hengelo Maar vlak voor hun
geplande onderduik wordt op de Spoelsterstraat
in Hengelo al een ander eveneens Joods meisje
te vondeling gelegd Daarop vindt er bij de familie
Van Gelder een controle plaats om te kijken of
dit niet toevallig baby Frederika betreft Maar
zij ligt nog prinsheerlijk in haar wiegje Het is nu
echter te riskant om de baby bij de familie Meenks
neer te leggen De slager en zijn vrouw brengen
het meisje daarom naar Zwolle Kruidenier Klaas
en zijn vrouw Hennie worden als een veilig adres
beschouwd want de Meenksen kennen een uit
Hengelo afkomstige schoonzus van Hennie Zo
treffen de Van der Horsten op de avond van zaterdag
19 december 1942 de baby op de stoep voor
hun huis aan en ze weten niet beter te doen dan
haar naar het Sophia Ziekenhuis te brengen
Politiebericht
Een paar dagen later staat in de Provinciale Overijsselsche
en Zwolsche Courant het politiebericht
dat voor een woning aan de Vlasakkers te vondeling
is gelegd een kind van het vrouwelijk geslacht
Het wordt beschreven als circa drie maanden
oud met een gewicht van ongeveer vier kilogram
een lengte van 57 centimeter donkerbruine
ogen blond haar en dopneus gevolgd door een
beschrijving van de kleertjes die de kleine droeg
Verder stond bij het kind een kartonnen doos
waarin kinderkleertjes en luiers zaten een doosje
Zwitsal kinderzalf een aangebroken zakje Zwitsal
kinderpoeder en een zuigfles met speen inhoudende
160 gram melk Opvallend detail in het
politiebericht is de kleur van het haar blond De
familie Van der Horst weet wel beter het haar van
de baby is heel donker Men vermoedde dat ze
Joods was en dat wilden ze niet te veel benadrukken
vertelde de emerituspredikant Hans Pieter
van der Horst in een interview dat in december
2016 in het Zwols Historisch Tijdschrift stond1
Hans is een zoon van het echtpaar Van der Horst
Schurink Hij werd drie maanden eerder dan
Hetty geboren en voor hem werd zij en is zij nog
steeds zijn Joodse nichtje
Hettys biologische
ouders Isral van
Gelder en zijn vrouw
Saartje van Gelder
Mooij met hun oudste
twee kinderen Benjamin
en Leentje Antje
omstreeks 1938
voor aardappelen bemachtigen 24 augustus Zoojuist verscheen VLOOIEN en LUIZENPLAAT met toelichtend geschriftje Deze plaat leent
zwols historisch tijdschrift jrg 37 nr 1 27
Bitter lot
Zo groeit Frederika op als Hetty bij een vader en
moeder die niet haar biologische ouders zijn en
in een stad die zestig kilometer van haar geboortehuis
aan de Johannaweg in Hengelo ligt Het
zal negen jaar duren voor zij dat te horen krijgt
Maar nog altijd wel onwetend van het bittere lot
dat haar ouders en haar zus Leentje trof Door verraad
werden haar ouders al snel opgepakt en naar
het doorgangskamp Westerbork gebracht In de
trein op weg naar Polen werpen Isral en Saartje
van Gelder een briefkaart naar buiten gedateerd
17 maart 1943 en geadresseerd aan den Heer B
Meenk Krabbenbosweg 14 Hengelo O Saartje
schrijft Mijn man en ik zitten in de trein op weg
naar Polen We konden ons noodlot niet ontlopen
maar we verliezen de moed niet en hopen dat we
weer met alles was ons lief is vereenigd worden
Op de voorkant van de kaart heeft Isral geschreven
Ook van mij een laatste groet Wij zijn vol
goeden moed en gaan met vertrouwen de toekomst
tegemoet Wij hebben pech gehad maar als
Drie vondelingetjes in Zwolle
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Zwolle naast Hetty Hulshofvan Gelder nog twee babys te
vondeling gelegd en ook in deze beide gevallen ging het om Joodse meisjes Op donderdagavond
14 januari 1943 vonden Jo Hagedoorn en zijn vrouw in het tuintje voor hun woning aan de Zonnebloemstraat
19 een baby van naar schatting zes weken oud Bij het meisje stonden twee flessen met karnemelk
en een doos waarin luiers lakens sloopjes watten spenen en kleertjes zaten De baby werd
net zoals bij Hetty het geval was naar het Sophia Ziekenhuis gebracht De Voogdijraad wees haar toe
aan de familie Hagedoorn en ze werd in het bevolkingsregister ingeschreven als Sophia Hagedoorn
Dat het meisje bij de familie Hagedoorn op de stoep werd gelegd was geen toeval Johannes Jo
Hagedoorn bureauchef op het advocatenkantoor van mr H Bouman was actief in het verzet Zo was
hij betrokken bij de verspreiding van het illegale blad Trouw en bij de Ordedienst die zich onder meer
bezighield met sabotage en spionage Dat er een vondeling zou worden gebracht wist hij al De ouders
van de baby op zoek naar een betrouwbaar adres hadden hem in het complot betrokken Zelf zaten zij
en hun andere kinderen

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2018, Aflevering 1

Door 2018, Aflevering 1, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
Zwolle tijdens de
Eerste Wereldoorlog
35e jaargang 2018 nummer 1 850 euro
Suikerhistorie
Van Orsouw Grote Markt 6
In 1943 dus precies 75 jaar geleden kwam de
28jarige Gerard van Orsouw uit Brabant naar
Zwolle en nam een banketbakkerszaak in de Diezerstraat
over Na achttien jaar in 1961 opende
hij op de hoek van de Grote Markt en Oude Vismarkt
een nieuwe zaak in het pand waar voor
die tijd de IJmuider vishandel gevestigd was Na
gedeeltelijke afbraak van het oude pand duurde
het nog maanden voordat de vislucht eruit verdwenen
was
Van Orsouw had zich met zijn banketbakkerszaak
annex lunchroom geen betere plek kunnen
wensen in het hart van de stad met prachtig
uitzicht op de Grote Markt In de lunchroom op
de eerste etage bracht Teun van der Veen twee
schilderingen aan die het verhaal vertellen hoe de
Zwollenaren aan de naam Blauwvingers gekomen
zouden zijn net als het suikerzakje Op 26 oktober
1961 was de feestelijke opening met als speciale
aanbieding een Turko Taart van 2 gulden voor
fl 150 zo genoemd vanwege de Turkse hazelnootjes
die erin verwerkt waren Later verkocht
Van Orsouw deze hemelse lekkernij als gebakje of
taart onder zijn eigen merknaam Orsolino een
begrip in Zwolle en wijde omgeving
In 1978 vond er een interne verbouwing plaats
waarbij de zaak grondig werd opgeknapt Latere
eigenaren van de zaak handhaafden de naam Van
Orsouw Na Polman werd Max van Dijk de eigenaar
Ondanks de mooie locatie en alle verkrijgbare
lekkernijen kwam in april dit jaar het bericht dat
Van Orsouw failliet verklaard is en overgenomen
wordt door de eigenaren van restaurant Vitos aan
de Grote Markt Er wordt een doorstart gemaakt
onder de naam Maxims De Orsolino zal straks in
het nieuwe concept een blijvende herinnering aan
de oude zaak vormen
2 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
Collectie ZHT
Van Orsouw in april 2018 Na 75 jaar zal deze vertrouwde naam op
de Grote Markt binnenkort tot het verleden behoren Foto Annt Bootsma
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 3
Suikerhistorie Wim Huijsmans 2
Zwolle tijdens de Eerste Wereldoorlog
Aflevering 4 en slot 19171918
De revolutie schijnt tot nader order afgelast
Jan van de Wetering 4
Late zijn ziel gebundeld worden
in het Eeuwige licht
De dood van Jozeph Troostwijk in 1943
Patric van Aalderen 29
De Zwolse lente
Dertig jaar wederopbouw door de camera
van Dolf Henneke Herman Aarts 35
Recent verschenen 45
Mededelingen 47
Auteurs 49
Voor u ligt het eerste nummer van de
35ste jaargang van het Zwols Historisch
Tijdschrift Ja de Zwolse Historische
Vereniging bestaat al weer 35 jaar En het gaat de
vereniging goed we hebben een kleine achthonderd
leden we leveren nu al decennialang een
wezenlijke bijdrage aan de Zwolse geschiedschrijving
in ons prachtige ZHT we hebben een hele
mooie website met nieuws fotos tekeningen
artikelen gedichten films en niet te vergeten een
quiz en we participeren in het Erfgoedplatform
het cultuurhistorische samenwerkingsverband
in Zwolle Wij bieden al 35 jaar de ruimte om historisch
onderzoek over Zwolle te publiceren en
wij hopen dat ook te blijven doen want wij willen
in de eerste plaats via tijdschrift en website die
steeds belangrijker zal gaan worden een podium
zijn waar dit mogelijk is
Zoals in dit nummer het schokkende en tragische
relaas over de Joodse onderduiker Jozeph
Troostwijk die het in 1943 niet meer uithield in
zijn onderduik en dat met de dood moest bekopen
Eerste luitenant Patric van Aalderen van de
Bergings en Identificatiedienst van de Koninklijke
Landmacht kwam dit verhaal op het spoor en
heeft het verder onderzocht
De ellende van de oorlog zelfs als je er niet
direct bij betrokken was wordt ook uitvoerig door
Jan van de Wetering beschreven in het vierde
en laatste deel van zijn serie over Zwolle tijdens
de Eerste Wereldoorlog Verder aandacht door
Herman Aarts voor de prachtige fotos van persfotograaf
Dolf Henneke geplaatst in de context
waarin ze gemaakt zijn Net als Aarts samen met
Adri van Drielen doet in het net verschenen boek
De Zwolse lente En tenslotte nog de rubrieken
Recent verschenen en Mededelingen Wij wensen
u veel leesplezier
Cover Gemobiliseerde soldaten in 19141918 in
het cafeetje van Elsemeuje met smokmuts van
Munster in Frankhuis Particuliere collectie
Redactioneel Inhoud
4 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Zwolle tijdens de Eerste Wereldoorlog
Aflevering 4 en slot 19171918
De revolutie schijnt tot nader order afgelast
Jan van de Wetering
De eerste twee jaren van de oorlog was de
aandacht van de Zwollenaren vooral naar
buiten gericht geweest De komst van
honderden Belgische vluchtelingen en genterneerde
militairen had hen de ogen geopend voor
wat een oorlog teweeg kan brengen Het gevolg
was een explosie van hulpvaardigheid maandenlang
hadden ze met grote toewijding gezorgd
voor onderdak voeding kleding ja zelfs voor
vermaak en onderwijs voor de kinderen Maar
toen de Belgen in 1915 merendeels weer naar hun
woonplaatsen terug waren gekeerd en de genterneerde
militairen in grote kampen ver buiten
Zwolle waren ondergebracht veranderde het blikveld
van buiten naar binnen Vooral in de wintermaanden
die met name begin 1917 extreem koud
uitvielen steeg de nood onder het armere deel van
de bevolking Er was gebrek aan eten brandstoffen
kleding en ook aan iets vanzelfsprekends als
klompen voor de kinderen Wie geld had redde
zich nog wel Maar rijk of arm de stemming van
de Zwollenaren was eind 1916 in mineur
Wie bij de jaarwisseling hoopte op betere
tijden in het nieuwe jaar kwam bedrogen uit
Op 4 januari 1917 stelde de regering tot in detail
maximumprijzen vast voor levensmiddelen
pronksnijbonen kluiven gort eieren melk turf
petroleum zeep zout ja zelfs maatjesharing geen
product bleef onvermeld Dat was op zich een
prima maatregel omdat het de woekerprijzen die
sommige winkeliers voor hun producten vroegen
aan banden legde Maar niet alleen de prijzen werden
aan banden gelegd ook de hoeveelheden die
de Nederlanders konden kopen Zo mochten de
slagers maximaal 1 kilo vers gerookt of gezouten
De oorlog ging het vierde jaar in de slachting op de slagvelden was met geen pen te beschrijven Miljoenen
mannen werden in de kracht van hun leven opgeofferd als kanonnenvoer Maar al was Nederland er met
kunst en vliegwerk in geslaagd neutraal te blijven de strijd bleef ook hier niet zonder gevolgen Het Zwolse
echtpaar Teding van Berkhout1 schreef begin januari 1917 in een brief aan de Zwolse Courant Niet alleen
de oorlogvoerende landen zijn het die in hoogen nood verkeeren Ook in de meeste neutrale staten ook
in Nederland dringt de nood telkens sterker en zal de duurte de werkloosheid de ondervoeding en algemeene
levensinzinking met den dag sterkere afmetingen aannemen 2 Dat waren profetische woorden zoals
al spoedig zou blijken Duurte en schaarste van levensmiddelen zouden de Zwollenaren de laatste twee
oorlogsjaren in de greep houden En toen dan eindelijk in november 1918 de vrede kwam was Nederland
niet ver af van een revolutie zoals die zich in Rusland en Duitsland had voorgedaan De Zwolse socialisten
bliezen een stevig partijtje mee November 1918 zou een van de meest verbazingwekkende maanden uit de
geschiedenis van Zwolle worden
Niet alleen de prijzen
maar ook de hoeveelheden
die de burgers
mochten kopen werden
aan banden gelegd
Zwolse Courant
4 januari 1917
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 5
spek aan hun klanten verkopen daarmee werd
hamsteren tegengegaan Die hoeveelheden zouden
al gauw drastisch verder omlaag gaan Dat
was nu al te zien aan de lange rijen voor de winkels
als er weer een voorraad was aangevuld
Ingrijpend was de nieuwe broodregeling waarover
de Zwolse bakkers in januari vergaderden
De vrije verkoop van witbrood was beperkt omdat
door het gebrek aan veevoeder heel wat graan in
de voerbakken van de koeien en paarden terecht
kwam De bakkers legden zich neer bij de regeling
dat hun klanten slechts 4 ons brood per dag kregen
en dan alleen tegen afgifte van een broodbon
Ze moesten een hele administratie bijhouden
voor de op broodkaarten geplakte broodbonnen
De bakkers kregen namelijk net zoveel meel als
voor de bij hen ingeleverde bonnen nodig was3
Arbeiders konden omdat ze zware handenarbeid
verrichtten extra bruin of roggebrood bijslagbrood
krijgen Maar dat ging niet zomaar Ze
moesten met een door hun werkgever ondertekend
formulier naar huize Eekhout waar de uitreiking
van de aanvullingsbroodkaarten plaatsvond
Ze waren niet de enigen Uren en uren moesten de
aanvragers daar te midden van enorm gedrang in
de rij staan Zelfs de politie moest er af en toe aan
te pas komen om de orde te handhaven4
Schaatsen tegen de verveling
Wekenlange vorst van januari tot april 1917 leidde
even af van de dagelijkse zorgen De Zwollenaren
gingen massaal aan het schaatsen Naast wedstrijden
op de korte en lange baan was er veel belangstelling
voor een gekostumeerde historische
hardrijderij op de baan aan het Groot Weezenland
met onder andere een wedstrijd tussen zeeheld
Michiel de Ruyter zijn matrozen en vier statige
burgemeesters De bronzen medaille was beschikbaar
gesteld door Hare Majesteit de Koningin
Het waren andere tijden Zo organiseerde IJsclub
Zwolle op 12 februari een hardrijderij op schaatsen
voor dames en heren met als voorwaarde
Elke heer die wenscht mee te doen moet tevens
een dame aangeven terwijl later bij loting zal
worden uitgemaakt met welke dame moet worden
gereden De prijzen bestonden uit kunstvoorwerpen
5
Het ijsvermaak kwam erg gelegen voor het in
Zwolle gelegerde bataljon van de Landweer De
militairen verveelden zich mateloos Elk jaar weer
kwam er een nieuwe lichting bij om het land te
verdedigen tegen een vijand die nooit zou komen
Op alle strategische plekken langs de grenzen
maar ook langs rivieren als de IJssel waren manschappen
gelegerd
De legerleiding was creatief in het vinden van
een combinatie van militaire oefeningen en sport
Zo rukte op zaterdagmorgen 27 januari het gehele
bataljon uit voor een schaatswedstrijd over het
Apeldoorns Kanaal Het woord schaatswedstrijd
Schaatsen op het Klein
Wezenland nu Burgemeester
van Roijensingel
een paar jaar na de
oorlog Foto Eelsingh
collectie HCO
Aankondiging van
een schaatswedstrijd
Zwolse Courant eind
januari 1917
6 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
dekte de lading maar nauwelijks Eerst moesten
de soldaten van Zwolle via Hattem naar Vaassen
marcheren bijna 30 kilometer om na een uur
rust zo snel mogelijk terug naar Zwolle te schaatsen
Daar deden ze anderhalf uur over De tocht
kende nogal wat hindernissen Heen en terug
werden niet minder dan 46 bruggen en eenige
sluizen gepasseerd Om door omloopen geen
tijd te verliezen kropen de patrouilles op hun buik
liggend onder de bruggen door Om goed half
vier was de laatste van de vier patrouilles weer
binnen De manschappen zullen van dezen tocht
nog menige aangename herinnering behouden
schreef de verslaggever van de krant optimistisch6
De militaire schaatswedstrijden bleven niet
onopgemerkt Zelfs koningin Wilhelmina was
genteresseerd en vroeg waar die wedstrijden
gehouden werden omdat ze wel eens een kijkje
wilde nemen Maar ze behoorde tot teleurstelling
van de Zwolse Courant niet tot de toeschouwers
bij de wedstrijden van de Zwolse Landweer op de
ijsbaan aan het Groot Weezenland Het leidde tot
hilarische taferelen
Het opmarcheeren in meer gelederen het liggen
het opstaan en t zwenken zijn oefeningen die
men gemakkelijker op t land dan op t ijs uitvoert
Interessant was ook het opwerpen van stellingen
uit ijsblokken gebouwd door niet schaatsenrijdenden
Met pikhouwelen en lintzagen waren
hier telkens groepen van plusminus 15 man bezig
het materiaal voor den bouw te verzamelen en
daarna de blokken op te stapelen De schaatswand
kreeg een dikte van 125 meter Deze dikte is
namelijk voldoende om geweervuur af te weren
Na de koffie waren de brancardoefeningen
van de hospitaalsoldaten aan de beurt Twee paren
van hospitaalsoldaten reden eerst een baan om
het snelst verbonden daarna elk een gewonde op
een brancardslede De beenen van dezen moesten
gespalkt worden en vervolgens vloog men er van
door met de gewonden op de slede Vooral in de
baanbochten zwierde de brancard soms wel wat
bedenkelijk maar de gewonden kwamen toch
best over7
Er waren meer initiatieven om de verveling
onder de militairen te verdrijven Vier in Zwolle
gelegerde compagnien kregen zangles Er moest
een eind komen aan het zingen van verminkte
operettedeuntjes tijdens het marcheren vond de
legerleiding
Het werd serieus aangepakt Honderd propagandisten
uit het leger volgden een cursus in Den
Een damescoup tussen Zwolle en Kampen
Volgens een Reiziger moesten de in 1917 door de NederlandscheCentraal
SpoorwegMaatschappij afgeschafte damescoups op het lijntje Zwolle
Kampen weer in ere worden gesteld Want schreef hij Wij zouden het zr
gewenscht achten indien de autoriteiten eens een kijkje gingen nemen aan
den trein die Zondagavonds 950 van hier vertrekt Wat toch is het geval
Met dezen trein gaan militairen die in Kampen een cursus volgen weer
naar hun pensions terug geregeld zijn deeze heeren in een zr jolige stemming
bijvoorbeeld na afloop van een voetbalwedstrijd en wij zagen dikwijls
de overvolle coups z vol dat wij ons niet kunnen voorstellen dat vrouwen
en meisjes daar tusschen geplaatst kunnen worden POZC 16 mei 1917
De eeuwige post aan
de grenzen in deze
oorlogsprent van Jan
Sluijters parodieerde
hij de verveling van de
Nederlandse landstormers
tijdens de Eerste
Wereldoorlog De
Nieuwe Amsterdammer
14 augustus 1915
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 7
Haag om het geleerde vervolgens in praktijk te
brengen met behulp van de Zangbundel voor het
Nederlandsche Leger Het resultaat was ernaar
Enkele dagen geleden hebben de Zwollenaren
zich hiervan kunnen overtuigen toen de troep
opgewekt door de straten trok In pittigen marsch
terwijl de liederen tusschen de huizen opschalden
en de menschen verbaasd maar met een lach om
den mond het vreemde het leuke ervan genoten8
Zwolle in de kou en in het donker
Tijdens de laatste twee oorlogsjaren ontstond een
steeds nijpender gebrek aan kolen De toevoer uit
andere landen liep terug en de Limburgse mijnen
konden niet voldoende aan de vraag voldoen De
bevolking werd iedere winter weer gewaarschuwd
kolen te sparen om voorbereid te zijn op nog
strengere kou Eind 1917 werd de kolenvoorraad
kritiek De regering voerde daarom een distributiesysteem
in dat afhankelijk was van de grootte
van de woning Er waren onder de bevolking veel
klachten over de kwaliteit van de kolen Ze waren
groter en grover dan men gewend was De Brandstoffencommissie
te Zwolle vond dat men in deze
moeilijke tijd de kachel moest aanpassen aan de
brandstof en niet andersom zoals in normale tijden
gebruikelijk was Met enige aanpassingen van
de kachelpijpen konden de Zwollenaren prima
grove kolen of zelfs turf gebruiken schreef de
commissie9
Omdat de Elekriciteitsfabriek IJsselcentrale
aan het Almelose Kanaal de Zwolse Gasfabriek
en de Watertoren steeds grotere tekorten aan
steenkolen kregen moesten de Zwolse burgers
winkeliers en bedrijven ook bezuinigen op het
gebruik van elektriciteit gas en water Het meest
ingrijpend was de bezuiniging op het gebruik
van kook en lichtgas In februari 1917 voerde
de regering de verplichte lichtbesparing in De
gemeente Zwolle gaf nadere voorschriften Om te
beginnen werd de straatverlichting gaslampen
met een kwart ingekrompen en na tien uur zelfs
geheel gebluscht Verder werd de verlichting van
uitstalramen etalages verboden en de winkels
mochten na tien uur s avonds nog maar n licht
laten branden Hetzelfde gold voor koffiehuizen
cafs kroegen slijterijen en kapsalons In fabrieken
kantoren en werkplaatsen uitgezonderd
bakkerijen mocht geen licht branden vr zeven
uur s morgens en na zeven uur s avonds10
Deze maatregelen zetten Zwolle zeker in de wintermaanden
in het duister Een verslaggever van
de Zwolse Courant ging een paar dagen later naar
de gevolgen kijken In beeldende bewoordingen
gaf hij een prachtig kijkje in het Zwolle van honderd
jaar geleden
Indien er n ding in staat is om te bewijzen
dat de mensch aan alles went dan is het zeker deze
door den kolennood verordonneerde duisternis
die sinds eenige avonden over den stad hangt Had
men enkele jaren geleden een voorstel durven
doen om in een stad als Zwolle des avonds geen
enkele straatlantaarn te laten branden en bovendien
van zes uur af geen gloeikousje of electrisch
peertje te laten schitteren in de winkels men zou
u in meer of minder beleefde termen onder t oog
hebben gebracht dat in een maatschappij als de
onze alleen verstandige voorstellen de moeite van
het aanhoren waard zijn Thans draaien wij
De Zwolse sigarenwinkeliers waarschuwden hun klanten behalve op zaterdag
waren de sigarenmagazijnen voortaan vanaf negen uur s avonds gesloten De
Zwolse banketbakkers sloten zich hierbij aan maar gaven er wel een iets andere
draai aan De wat vroegere sluiting was ten eerste ter besparing van brandstoffen
ten tweede in het belang van het personeel en ten derde ter bevordering van
de zondagsrust Zwolse Courant 10 februari 1917
8 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
om zes uur s avonds gehoorzaam de lichten in
de winkels uit thans laveeren wij door donkere
straten waar voorbijgangers langs ons schuiven
als ships that pass in the night en toch stort de
wereld niet in elkaar toch gaat de handel voort
toch beweegt een menschenstroom door de winkelstraten
als voorheen en zelfs verliezen wij ons
goed humeur niet als wij in de duisternis struikelen
over een vergeten vuilnisbak die omgekeerd
op het trottoir ligt
We hebben er gisteravond bij onze rondwandeling
eens in t bijzonder op gelet hoe men zich in
de winkels weet te behelpen en daarbij deden we
dadelijk al n ondervinding op dat er een verbazingwekkende
verscheidenheid bestaat in het artikel
petroleumlamp We hebben ze zien hangen
groote koperen lampen met dikbuikige glazen
waarin een breede gele vlam zoo rustig te schitteren
stond als ware het een vuurtorenlicht dat
zijn stralen uitzendt in donkeren nacht maar ook
kwamen we winkels voorbij waar een sputterend
schemerlampje schaduwen deed spelen in alle
hoeken en t geheel overgoot met een Rembrandtiek
licht waarin de voorwerpen vervaagden tot
dingen die men meer raden dan zien kon
Maar er zijn ook straten waar geen winkels zijn en
daar hangt grauwe somberheid tusschen de huizen
en vreemd doet dan aan de lichtplek van een
venster waardoor de neergelaten gordijnen nog
een lichtschemer naar buiten wordt geworpen In
de verte hoort men een handwagen aan komen
ratelen en de lantaarn die de bestuurder in de
hand draagt geeft door zijn schommelende beweging
den indruk als dobberde er een scheepje met
een licht in den mast op de golven De voetgangers
gaan u voorbij donkere gedaanten als waren zij
allen gehuld in zwarte dominos een lange zwarte
mantel jvdw11
Kindervoeding
Ondertussen werd de situatie van de kinderen uit
behoeftige gezinnen er niet beter op De Commissie
Kindervoeding deelde mee dat er in gebouw
Concordia aan de Ossenmarkt vroeger de Atlas
Een gaarkeuken waar
kinderen in de rij
staan voor wat eten
een aquarel van Pieter
Dupont gemaakt voor
1911 Internet
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 9
dagelijks aan gemiddeld honderdvijftig kinderen
eten werd verstrekt met een afwisselend menu
van meelspijs gestampte pot erwten en bonensoep
De commissie had geen geld genoeg om
de kinderen in de wintermaanden klompen te
kunnen geven en dat was ellendig Men kijke de
klompen maar eens na die bij t binnenkomen in
t lokaal worden uitgetrokken en op de klompenrekken
een plaats krijgen Ja het is het bestuur ter
oore gekomen dat er kinderen zijn die niet aan de
maaltijden kunnen deelnemen omdat zij geen
klompen hebben12
Doelstelling van de commissie was het verstrekken
van een warm maal in de koudste wintermaanden
aan het schoolgaande kind van den
arme om daardoor het onderwijs beter te doen
gedijen De commissie weerlegde het bezwaar
dat de maaltijden aan de kinderen van armen
buitenshuis werden verstrekt en dat daardoor de
gezinnen uit elkaar gerukt werden Met het bonnensysteem
was immers misbruik mogelijk zodat
het eten niet bij de kinderen maar bij de volwassenen
terecht kon komen Door huisbezoek kon de
commissie ervoor zorgen dat uitsluitend kinderen
die het nodig hadden de maaltijden ook werkelijk
kregen13 Eind 1917 ging de Commissie Kindervoeding
gebruik maken van de Centrale Keuken
van de gemeente zie verderop in dit artikel14
Vleesloze dagen
Door de oorlog gingen steeds meer boeren zich
richten op de export van landbouwproducten
naar het buitenland omdat ze daar grotere winsten
mee konden behalen Maar de schuld lag ook bij
de Nederlandse overheid de regering was met
de tegen elkaar strijdende partijen Engeland en
Duitsland overeengekomen dat in ruil voor onder
andere brandstof beide landen elk een kwart van
de Nederlandse aardappeloogst kregen15 Voor
Nederland zelf was deze ontwikkeling desastreus
Brood vlees en aardappelen werden schaars en
voor arbeidersgezinnen onbetaalbaar In 1917
riep de regering de bevolking op om zelf gewassen
te gaan verbouwen Eigen grond was niet strikt
noodzakelijk volkstuintjes voetbalvelden en
zelfs bermen waren ook geschikt Een paar weken
Ook in de overdekte
vishal op het Rodetorenplein
werd tijdens de
Eerste Wereldoorlog het
in de Centrale Keuken
op de Nieuwe Markt
bereide eten uitgedeeld
Collectie HCO
10 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
later moest de Commissie inzake Voedselverbouw
waarschuwen dat sommige Nederlanders
het advies wat al te enthousiast hadden opgevat
Zelfs in bloemperken en onder de bomen van
kleine stadsparken werden bonen en aardappelen
gepoot op plekken die zo beschaduwd waren dat
er niets wilde groeien Elke gemeente in Nederland
kreeg afhankelijk van het aantal inwoners een
bepaald quotum aan aardappelen toebedeeld Het
was vervolgens aan de gemeenten om die aardappelen
op eerlijke wijze onder de bevolking te verdelen
door de uitgave van aardappelbonnen
De oplossing moest zo lang de oorlog duurde
in een andere hoek gezocht worden In de Zwolse
Courant verschenen wekelijks artikelen onder
de titel Bezuiniging in de Keuken van Martine
Wittop Koning zodat de Zwolse huisvrouwen
konden leren hoe ze met bescheiden middelen
een voedzame maaltijd op tafel konden zetten
Dat wilde zeggen minder aardappelen in die tijd
volksvoedsel nummer n en minder vlees Zo
schreef zij We zijn daarmee reeds z ver dat we
3 4 dagen per week den aardappel schrappen
namelijk n dag omdat we er een voedzame soep
voor in de plaats stellen n dag omdat we ons
met bruine boonen capucijners of groene erwten
behelpen n twee dagen omdat we tot een rijstgerecht
onze toevlucht nemen16
Vooral in arbeidersgezinnen was de weerstand
tegen het verminderen van aardappelen en vlees
groot De Amsterdamse wethouder Wibaut citeerde
een paar volksvrouwen die hij adviseerde rijst
in plaats van aardappelen te eten Rijst mijnheer
Als ik mijn vent s middags rijst voorzet krijg ik
op mijn donder Ik ook zei een tweede vrouw17
De Centrale Keuken aan de Nieuwe Markt
Er moest iets gebeuren aan de voedselschaarste
In februari 1917 nam de Zwolse afdeling van de
Vereeniging van Huisvrouwen het initiatief tot
het oprichten van een Centrale Keuken De vereeniging
stelt zich voor op ruime schaal te kunnen
bevorderen de vervanging van den aardappel als
hoofdbestanddeel der warme maaltijden door
In mei 1918 verscheen
het OorlogsKookboek
Eenvoudige handleiding
van smakelijke
voedzame gerechten en
vleeschloze schotels uit
de thans beschikbaar
zijnde levensmiddelen
met praktische ervaring
samengesteld door
een Hollandsche huisvrouw
Hier een recept
voor het maken van
schijngehakt Collectie
auteur
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 11
andere voedingsmiddelen zoals rijst en bonen
jvdw die minder schaarsch zijn op dit oogenblik
De Centrale Keuken was bestemd voor gezinnen
van kleine ambtenaren weduwen en gepensioneerden
Dat wil zeggen niet voor de chte
armen van Zwolle Die konden al vanaf de jaren
zeventig van de negentiende eeuw gebruik maken
van de maaltijden en onderdak van de Zwolsche
Gaarkeuken aan het Bethlehems Kerkplein
34 Dat de Centrale Keuken noodzakelijk werd
geacht laat zien dat armoede zich ten gevolge van
de oorlog niet meer beperkte tot de onderste laag
van de samenleving Al in de eerste week na opening
werden 1244 porties warme spijs uitgereikt
tegen inlevering van voedselbonnen De maaltijden
konden worden opgehaald of tegen 3 cent
per persoon extra door loopers worden thuisbezorgd
Er was ook een afhaalplek in Volkskoffiehuis
de Ster aan de Vechtstraat 27 Het eten werd
aangevoerd in grote ketels die weer in hooikisten
geplaatst werden een beproefde manier om eten
warm te houden18
Op 8 juni werd de Centrale Keuken om onbekende
redenen gesloten Maar niet lang daarna
nam de gemeente Zwolle het tot dan toe particuliere
initiatief over Daar was ook alle reden toe
De levering van kookgas was inmiddels dusdanig
beperkt dat het voor arbeidersgezinnen bijna
onmogelijk was nog op gas te koken De gemeente
nam geen halve maatregelen Er kwam een
nieuwe locatie op de Nieuwe Markt de vroegere
Botermarkt werd de markthal die nauwelijks
meer werd gebruikt voor de verkoop van boter
en eieren van wanden voorzien Gunstige bijkomstigheid
was de nabijheid van de kelders van
het Reventer het Refter waar de voedingsmiddelen
en brandstoffen konden worden opgeslagen
Voor de keuken schafte de gemeente twee
enorme ketels van 1500 liter aan zodat dagelijks
4000 maaltijden konden worden gekookt In de
toekomst zou zelfs het dubbele mogelijk zijn De
koks in vaste dienst gingen gebruikmaken van
stoom geproduceerd door de oude ketel van een
bemalingsmachine in Katwolde De grootschalige
opzet blijkt ook uit het vele personeel Naast twee
koks nam de gemeente twaalf medewerkers in
dienst die dienstkleding kregen en eigen werkruimten
Mej CG Weenink werd als directrice
aangesteld Zes dagen per week werd er gekookt
op twee dagen soep twee dagen aardappelen met
vlees en groente en twee dagen zonder vlees maar
wel met extra vet Kortom in grote lijnen conform
de aanbevelingen van de oorlogskookboeken De
maaltijden kostten 125 cent per portie
Een weekmenu van de
Centrale Keuken in mei
1917 drie dagen per
week geen vlees en voor
veel Zwolse gezinnen
kennismaking met producten
als rijst Zwolse
Courant 6 mei 1917
De overdekte boterhal
op de Nieuwe Markt
rond 1905 Collectie
HCO
12 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Op 30 oktober 1917 werd de Centrale Keuken
geopend door burgemeester Van Roijen in aanwezigheid
van raadsleden en de besturen van de
Zwolse vakorganisaties De Zwollenaren konden
de drie volgende dagen de keukens bezichtigen
Iedereen realiseerde zich dat er iets bijzonders in
Zwolle was gerealiseerd Of zoals de verslaggever
van de Zwolse Courant het verwoordde Nog
staan wij enigszins vreemd tegen een inrichting
als deze Het eigen potje koken is iets heiligs voor
de Hollandsche huismoeder en slechts uit nood
gaat zij ertoe over dit aan anderen over te laten
Het is echter te voorzien dat deze nood in den
aanstaanden winter over breede linie aanwezig zal
zijn en het zou wel eens kunnen als het met den
brandstoffenvoorziening eens niet naar wensch
ging dat een groot deel der bevolking op de keuken
was aangewezen19
De bezichtiging van de Centrale Keuken trok
drommen nieuwsgierigen die volgens de krant aanvankelijk
argwanend maar absoluut overtuigd naar
huis gingen Vanaf de eerste dag stonden er lange
rijen op de Nieuwe Markt om een pan erwtensoep
in ontvangst te nemen tegen inlevering van een
distributiekaart Het was voor veel Zwollenaren een
bezienswaardigheid die ze niet wilden missen In
stipte orde kwamen de afnemers binnen werden
vlug bediend en verdwenen door een andere deur
De lange rij van vrouwen mannen en kinderen
giechelende dienstmeisjes die nog wat onwennig
rondkeken kortte vlug in de bediening verliep vlot
van stapel De Zwollenaren die van deze goedkope
maaltijden gebruik wilden maken konden de maaltijden
ophalen aan de Nieuwe Markt of in n van de
drie schoollokalen in de wijken20
Steeds nijpender werd het gebrek aan levensmiddelen
ten gevolge van de Engelse blokkade van
schepen in de Noordzee en door de duikbotenoorlog
van de Duitsers die ook niet militaire
schepen torpedeerden De Zwollenaren werden
gemaand zelfs zuinig te zijn met de overblijfselen
van maaltijden zoals aardappelschillen en
koolbladeren Want Vroeger konden wij ons de
weelde van deze verspilling veroorloven doch
thans nu er zon nijpend tekort is aan veevoeder
Bij de reconstructie van
de Nieuwe Markt in
2011 is ter herinnering
aan de boterhal die ooit
op deze plaats stond een
transparante ijzeren
constructie geplaatst
Foto Jan van de Wetering
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 13
en alles in het werk moet worden gesteld om
daarin te voorzien is het teloorgaan van al deze
nog zoo goed bruikbare resten ontoelaatbaar De
gemeentereiniging ging twee maal per week met
karren door de stad rijden om dit afval te verzamelen
Uitsluitend voor veevoeder stond er met
grote letters op de wagens De opbrengst werd
aan de veehouders in de omgeving van Zwolle
verkocht21
Het voedselgebrek was overal merkbaar Centrale
Keuken of niet iedereen deed zijn uiterste
best aan levensmiddelen te komen Als er een
lading aardappelen in Zwolle aankwam dan werden
de karren bestormd door huisvrouwen en
dienstmeisjes Hetzelfde was het geval bij melk
De boeren verkochten veel meer melk dan vroeger
aan de boterproducenten omdat dat door
de export naar Duitsland veel meer opbracht
Het gevolg was dat de Zwolse melkventers hun
klanten niet meer konden bedienen Als ze met
de ene klant bezig waren haalde de andere achter
hun rug om melk weg In februari 1918 gingen
De voedselschaarste was een landelijk probleem in de jaren 19141918 Hier een
cynische verbeelding van de stokkende voedseltoevoer naar Nederland door Albert
Hahn in het politieksatirische weekblad De Notenkraker de zondagsbijlage van het
door de SDAP opgerichte dagblad Het Volk juni 1916 Collectie auteur
Het gebrek aan graan voor de productie van brood
was om het zo te zeggen koren op de molen van
het Zwolsch Drankweer Comit Tijdens een vergadering
in januari 1918 werd fijntjes naar voren
gebracht hoe het graan in de stokerijen verspild
werd terwijl de honger voor de deur stond Erger
nog een gezonde drank als melk werd door de regering
streng gerantsoeneerd terwijl de alcohol onbelemmerd
voortging de volkskracht te vernietigen
Site Geheugen van Nederland
14 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
de melkventers van de Eendracht in staking door
het steeds verder stijgende melktekort In januari
was het tekort nog 1100 liter een maand later al
1800 liter Aan de staking kwam pas een eind toen
de directie van de melkfabriek erin slaagde extra
melk van boeren uit de omgeving van Hasselt aan
te voeren22
De arbeidersbeweging
Vanaf de jaren negentig van de negentiende eeuw
was de arbeidersbeweging sterk in opkomst
In zijn algemeenheid was de verbetering van
de levensomstandigheden van de arbeiders de
belangrijkste doelstelling Om dat te realiseren
maakten de socialisten zich sterk voor de invoering
van het algemeen kiesrecht Arbeiders en
andere minvermogenden konden hun stem
namelijk niet uitbrengen omdat het stemrecht
gekoppeld was aan een bepaald inkomen Pas eind
1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen
ingevoerd Daarna ging het snel de belangrijkste
socialistische partij de SDAP Sociaal Democratische
Arbeiders Partij groeide fors ook in Zwolle
In 1913 waren er nog maar twee raadsleden van
de SDAP maar in 1917 werd winst verwacht en
terecht zoals zal blijken Fractieleider en woordvoerder
van de Zwolse afdeling van de SDAP was
JE Jos Vogt 18821954 de eigenaar van een
electrische drukkerij in de Sassenstraat23
De socialisten ook in Zwolle waren sterk
gekant tegen het militarisme Door de vreselijke
uitwassen van de Eerste Wereldoorlog werden
ze alleen maar bevestigd in hun mening dat het
kapitalistische systeem dat volgens hen oorzaak
was van de oorlogsvoering omver moest worden
geworpen De vraag was op welke manier De
SDAP was daarin sterk verdeeld maar had nog
voor de oorlog nadrukkelijk de weg van de parlementaire
democratie gekozen Partijgenoten
die het daar niet mee eens waren hadden zich in
1909 afgescheiden en de SDP opgericht waar later
de Communistische Partij Holland en nog weer
later de Communistische Partij Nederland uit zou
voortkomen SDAP en SDP vlogen elkaar tijdens
de oorlog voortdurend in de haren zeker toen in
Rusland in 1917 de revolutie uitbrak moest de
Nederlandse arbeidersbeweging het Russische
voorbeeld volgen of niet Maar eerst hadden de
socialisten en met hen de vakbonden iets
anders om zich mee bezig te houden de slechte
economische toestand en de vooral de ontoereikende
levensmiddelenvoorziening
Fractieleider Vogt ging voorop in de strijd hij
was niet op zijn mondje gevallen en schuwde zelfs
Verkiezingsaffiche
voor de SDAP door
Albert Hahn jr uit
192021 Het affiche
werd gebruikt bij de
verkiezingen van 1922
Internet
Wat gebeurde er nog meer in 1917
Het jaar 1917 was in Zwolle niet anders dan in de andere steden van ons
land verzuchtte de Zwolse Courant Ook hier stond alles in het teken van
distributie distributie en nog eens distributie en in dat soort tijden was alles
gericht op het behouden van onze volkskracht Dat het vertrouwen in de toekomst
niet verloren was bleek uit de plannen voor de bouw van een brug over
het Katerveer die inmiddels door de Eerste en Tweede Kamer waren goedgekeurd
Ook was er zowel in november als in december een grote overstroming
geweest maar de krant deed dat laconiek af als business as usual ondanks
dat de lage delen van de stad blank stonden vijf bruggen onbegaanbaar
waren en talloze Zwollenaren met bootjes door de straten voeren
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 15
demagogische middelen niet onder het motto
alles voor de goede zaak Op 26 maart 1917 kreeg
hij een groot aantal arbeidersvrouwen zover om
op de tribune in de raadszaal plaats te nemen
Daar behandelde de raad een voorstel van het
Zwolse Duurtecomit om de prijzen van rijst en
aardappelen te verlagen Vogt had de vrouwen
aangeraden Ga naar de publieke tribune en zie
wie je belangen behartigt en hoe er over je wordt
beslist Met succes de tribune zat vol tot ontsteltenis
van de burgemeester Van Roijen en de conservatieve
partijen Maar bij nader inzien vond
de burgemeester de aanwezigheid van de arbeidersvrouwen
nog niet zo slecht want hij had de
indruk dat ze wel wat eenzijdig waren voorgelicht
door Vogt Die kreeg vervolgens de volle laag van
de burgemeester U moet die menschen niet hier
sturen ook niet naar Den Haag Stuur ze maar
naar Berlijn en naar Londen dr zit de knoop
Vogt gaf geen krimp en betoogde dat de toestand
met de dag hopelozer werd De normale prijs
voor aardappelen was zestig zeventig cent per
hectoliter en ze kostten nu al vier gulden vijftig
Bovendien waren ze zo slecht dat de boeren ze nog
niet eens aan hun vee zouden willen geven De
vrouwen op de tribune begonnen zich te roeren
toen de voorzitter van de levensmiddelencommissie
Potasse opmerkte dat het met die prijzen wel
mee zou vallen want dat was volgens hem met de
brandstoffen ook het geval geweest Niemand in
Zwolle heeft in de kou gezeten zei hij Wel waar
wel waar riepen de vrouwen op de tribune Door
alle tumult kwam het die middag niet tot een
besluit24
Op 16 april stond de verlaging van de aardappelprijzen
voor de tweede keer op de agenda
En weer zat de tribune van de raadszaal vol met
arbeidersvrouwen en weer ging Vogt in de aanval
Hij wees erop dat directeur van het levensmiddelenbedrijf
Potasse de goede aardappelen doorverkocht
aan zijn personeel terwijl de arbeiders
aardappelen kregen die stonken Het antwoord
van Potasse maakte de stemming er niet beter op
Wat zou dat dan nog zei hij En zo verschoof
de verhitte discussie naar de eetbaarheid van de
aardappelen Burgemeester Van Roijen sloot af
met de woorden Alles wat eetbaar is moet gegeten
worden Gebeurt dat niet dan komt men voor
absoluut gebrek te staan Het voorstel voor verlaging
van de aardappelprijzen werd met 16 tegen
6 stemmen afgewezen Een nederlaag voor Vogt
maar achteraf gezien ook weer niet De harten van
de vrouwen op de tribune had hij veroverd25
Jos Vogt 18821954
in 1929 Collectie Tini
van der LaanVogt
Mededeling in de Zwolse
Courant van het
Bureau van Levensmiddelen
december 1917
16 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
De Zwolse aardappelkwestie kwam niet uit de
lucht vallen In juli 1917 vond in Amsterdam het
zogenoemde aardappeloproer plaats Al dagenlang
waren er geen aardappelen in de winkels
meer te krijgen terwijl die wel naar het buitenland
werden vervoerd Het verpauperde deel van het
volk nam het recht in eigen hand Hele wagonladingen
aardappelen werden door woedende
Amsterdammers leeggeroofd En ook hier waren
het arbeidersvrouwen die zich lieten horen Nog
meer plunderingen volgden en de actievoerders
wierpen barricaden in de straten op Het leek op
een revolutie Het leger werd ingeschakeld om
de volksopstand neer te slaan in twee dagen tijd
waren er vijf doden en meer dan honderd gewonden
te betreuren Hoofdcommissaris Roest van
Limburg noemde drie oorzaken voor de uitbarsting
van de volkswoede de gebrekkige voeding
het zedelijk verval ten gevolge van de oorlogssituatie
en het opruien door revolutionaire en anarchistische
stromingen De gebeurtenissen bleven
in het achterhoofd zitten van de gevestigde orde
maar ook van de socialisten Het was een eerste
waarschuwing van wat er kon gebeuren als het tij
niet keerde26
Het was in deze maanden dat Vogt op verkiezingstournee
ging niet alleen in Zwolle maar
ook in Zwollerkerspel Hij had samenwerking
gezocht met de VrijzinnigDemocraten een partij
van progressieve liberalen die net als de SDAP
voorstander was van algemeen kiesrecht voor
mannen en vrouwen Samen met vertegenwoordigers
van deze partij sprak Vogt op 15 juli dus
slechts twee weken na het aardappeloproer op
een openluchtvergadering op het Rodetorenplein
Hij wees onder andere op de verdrukking van het
openbaar onderwijs en op de ongelooflijk treurige
woningtoestanden in de Waterstraat en buiten de
Kamperpoort De tijd was rijp voor een grote verkiezingswinst
Die maand veroverde de SDAP 5
van de 23 zetels en in september werd Vogt aangesteld
tot wethouder van Publieke Werken Hij zou
nog vele jaren leider van de Zwolse afdeling van de
SDAP blijven27
Ook in 1918 organiseerde de SDAP in Zwolle
bijeenkomsten over de schaarste en duurte van
de levensmiddelen meestal in Concordia aan
de Ossenmarkt en bij goed weer op het Vogeleilandje
in het Engelse Werk Onder druk van de
partijleden groeide de actiebereidheid De woordvoerders
waaronder weer Jos Vogt stuurden
meer en meer aan op een klassenstrijd Tijdens
een duurtebetoging in Zwolle op 17 februari
1918 riep de socialistische gewestelijke voorman
Dijkgraaf uit Almelo dat het armelijke volk lijdt
terwijl de bourgeoisie zich van alles kan permitteren
Een daverend applaus klonk op Hij hekelde
Vrouwen in de rij voor
een aardappelhandel in
Amsterdam juli 1917
Internet
Het aardappeloproer in
Amsterdam juli 1917
Internet
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 17
het standpunt van de bezitters Ze dringen aan
op vermindering van voedselgebruik noemen
vleesch en melk luxeartikelen en zeggen onder
meer dat arbeiders hun geld verdrinken De toon
was gezet De heersende klasse zou in de Tweede
Kamer de SDAP tegenover zich vinden en de partij
zou in de toekomst geen enkel middel schuwen
om te krijgen wat nodig was desnoods met een
algemene werkstaking zo sloot Dijkgraaf met een
daverend slotakkoord af Het waren omineuze
woorden zoals aan het eind van de oorlog zou
blijken28
Wij vragen meer eten
In juni 1918 gingen de Zwolse socialisten tot
actie over Ondanks alle maatregelen bleef het
voedsel te duur en te schaars De Zwolse afdeling
van de SDAP de Socialistische Vrouwenclub
het Duurtecomit en de afdeling Zwolle van de
Metaalbewerkers organiseerden op 17 juni een
grote demonstratie voor een betere levensmiddelenvoorziening
De oproep tot de demonstratie
ging niet via een oproep in de krant maar zoals
gebruikelijk via het interne circuit van de deelnemende
partijen Om elf uur verzamelde zich een
menigte van vierduizend Zwollenaren voor het
stadhuis waaronder zevenhonderd arbeiders van
de Centrale Werkplaats van de Spoorwegen De
politie verbood de demonstranten hun borden
met de leuze Wij vragen meer eten omhoog te
houden Een afvaardiging van het Duurtecomit
Tekening van Albert Hahn voor het algemeen kiesrecht
voor mannen en vrouwen in De Notenkraker
van september 1916 Collectie auteur
Advertentie in de
Zwolse Courant van
23 januari 1917
18 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
en twee raadsleden mochten naar binnen voor
een gesprek met locoburgemeester Franssen Van
Roijen was afwezig en SDAPwethouder Jos
Vogt Het resultaat was dat de arbeiders die week
een extra rantsoen rijst kregen twee keer gratis
avondeten uit de Centrale Keuken en een aanzienlijke
verlaging van de gasprijzen Zonder al te veel
commotie ging de menigte weer naar huis
Nog diezelfde dag organiseerde de SDAP een
discussieavond over de gebeurtenissen De zaal
zat zo vol dat vele belangstellenden er niet in konden
De vergadering werd geopend door Helmich
van der Vegt n van de Twaalf Apostelen die
samen met Troelstra in 1894 in de Atlas aan de
Ossenmarkt de SDAP had opgericht en dus een
Zwolse socialist van het eerste uur was De discussie
was fel Ook Dijkgraaf sprak de menigte toe en
wreef de christelijke partijen in dat zij de arbeiders
van het socialisme probeerden af te houden alsof
het gaat voor of tegen den Christus Voor alle aanwezigen
was duidelijk dat de demonstratie van die
dag een voorbode was voor nog veel meer actie29
Een mannenregering loopt uit op een catastrofe
Tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog
werd nog een geheel andere strijd gevoerd
die voor het algemeen vrouwenkiesrecht Ook in
Zwolle was een afdeling van de Vereniging voor
Vrouwenkiesrecht die regelmatig propagandaavonden
organiseerde Bijvoorbeeld op 14 juni
1917 Een schitterende lenteavond in het Katerveerhuis
een vroolijk strijkje openden de gelegen
Helmich van der Vegt
18641944 Internet
Zwolse Eenheidsworst
In 1918 was vlees zo schaars geworden dat de regering ingreep
Op 25 maart 1918 werd de rantsoenering van vlees ingevoerd
Iedere Nederlander had nog slechts recht op drie ons vlees per
persoon per week voor wie dat kon betalen tenminste Maar daar
bleef het niet bij Alle vlees ging door de gehaktmolen 10 procent
varkensvlees en 90 procent rundvlees waaronder veel slachtafval
Na toevoeging van suiker zout en kruiden werd daar worst van
gemaakt en omdat de samenstelling altijd gelijk was kreeg het de
naam eenheidsworst Het product kreeg al gauw een slechte naam
onder de bevolking en al bestaat de worst tegenwoordig niet meer
de uitdrukking eenheidsworst heeft nog steeds een negatieve
betekenis
Maar slechte naam of niet voor Zwolle was de invoering van
de eenheidsworst goed nieuws want door het eerder door de regering
ingestelde slachtverbod alleen met een ontheffing van de
burgemeester mocht er nog geslacht worden hadden de Zwolse
slachterijen minder te doen Door de nieuwe maatregel kon een
vijftigtal slagers en gezellen aan het werk in de slachterij van de
firma Letter en De Munnink aan de Ketelkolk in Frankhuis en
in de tijdelijke slachterij aan de Friese Wal Voordeel was ook dat
alle afval van de geslachte dieren voor consumptie in de gemeente
Zwolle was bestemd de worsten zelf kwamen in het hele land
terecht Het bloed dat bij de slacht vrij kwam ging naar de Centrale
Keuken op de Nieuwe Markt waar de koks het verwerkten
tot een deugdelijk voedingsmiddel Ook Joodse Zwollenaren
aten eenheidsworst de Joodse broers Abraham en Izaac Marcus
produceerden in hun slagerijslachthuis koshere eenheidsworst
De slagerij was sinds 1908 gevestigd aan de Diezerstraat 22 het
slachthuis in een oud pand genaamd Yn it Fryscke Slachthuws
aan de Oude Vismarkt 1348
Spotprent in De Notenkraker van Albert Hahn op de eenheidsworst
mei 1918 Collectie auteur
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 19
heid het nuttige met het aangename te vereenigen
en het ontbrak dan ook niet aan belangstelling
Spreekster die avond was niemand minder dan
Aletta Jacobs de eerste vrouw in Nederland die
toegang kreeg tot een universiteit en n van de
belangrijkste activisten in de strijd om het vrouwenkiesrecht
Tijdens haar lezing in Zwolle legde
ze een direct verband tussen de oorlog en de vrouwenstrijd
Toch heeft die oorlog dit lichtpuntje
dat vele voormalige tegenstanders van het vrouwenkiesrecht
jvdw vooral onder de mannen
erkennen dat een eenzijdige mannenregeering
niet goed is en noodzakelijk moet uitlopen op een
catastrophe 30
In november organiseerde de vereniging een
bazaar in de Harmonie aan de Grote Markt De
verslaggever van de Zwolse Courant verloor in zijn
enthousiasme de doelstellingen van de vereniging
een beetje uit het oog Er werd gekegeld dat t een
lust was over de werptafel vlogen de ringen naar
de te verwerven prijzen gretige armen woelden
in de grabbelton het rad van avontuur stond niet
stil en bij den versierden hoepel verdrongen de
liefhebbers elkaar om geblinddoekt te worden en
met de schaar hun geluk te beproeven Door de
dichte menigte bewogen zich bevallige ventsters
Aletta Jacobs 1854
1929 Internet
In 1917 werd het passief kiesrecht voor vrouwen in de
grondwet opgenomen Maar de strijd ging door voor
het actief kiesrecht Prent uit De Notenkraker van september
1918 door Albert Hahn jr Collectie auteur
Aletta Jacobs is in de
strijd voor het vrouwenkiesrecht
meerdere
keren in Zwolle geweest
Hier op een bijeenkomst
van de Zwolse afdeling
van de Vereeniging voor
Vrouwenkiesrecht in de
Grote Zaal van de Buitensociteit
op 14 mei
1916 Aletta Jacobs is
de derde van links aan
de tafel op het podium
Foto Vereenigde Fotobureaux
Amsterdam
20 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
met allerlei zoetige waren en wie al den aanblik
van taart of gebakjes of appelbollen mocht
kunnen weerstaan moest bezwijken voor de
onweerstaanbaarheid van haar die ze aanboden en
aanprezen31 Datzelfde jaar nog werd het passief
stemrecht voor vrouwen in de grondwet opgenomen
In 1919 verwierven ze eindelijk het actief
stemrecht
Zwolle onder dreiging van een revolutie
1918 Het was het vijfde oorlogsjaar Miljoenen
soldaten waren inmiddels gedood als kanonnenvoer
herhaalden de socialisten telkens weer
Dag in dag uit had de Zwolse Courant over de
ontwikkelingen van de oorlog bericht vaak gellustreerd
met getekende kaarten van de frontlinies
in Belgi Frankrijk en Rusland In 1918 verscheen
steeds vaker het woord vrede in de kolommen
Iedereen hunkerde ernaar niet alleen in de landen
die nu al jaren lang slachtingen aanrichtten
of ondergingen maar ook in neutrale landen als
Nederland Het Duitse leger leek aan de verliezende
hand maar de berichtgeving verliep in die tijd
traag en was lang niet altijd op feiten gebaseerd
Ook de redactie moest gissen naar het verloop
van de oorlog Wanneer men gelooven mag wat
de correspondenten van Reuter aan t slagfront
vertellen dan heerscht in de aftrekkende Duitsche
leegers de grootst mogelijke verwarring32
Maar het klopte wat de krant schreef Op 8
augustus hadden de geallieerden de Duitsers
bij Amiens een grote nederlaag bezorgd en het
Duitse leger trok zich massaal terug Tijdelijk
stelde opperbevelhebber Ludendorff Maar ook hij
moest uiteindelijk op 29 september toegeven dat
de oorlog niet meer te winnen viel Die mededeling
veroorzaakte een niet meer te stoppen golf
van defaitisme onder de Duitse bevolking Vanaf
dat moment begonnen de onderhandelingen over
een wapenstilstand terwijl de strijd onverminderd
doorging De terugtrekkende Duitse legers
pasten in Frankrijk en Belgi de tactiek van de
verschroeide aarde toe ze bliezen stations bruggen
en gebouwen op en lieten voedselvoorraden
en brandstoffen verdwijnen om de opmars van de
geallieerden te vertragen De bevolking sloeg op
de vlucht naar veiliger oorden
Zo kon het gebeuren dat de oorlog in 1918
net als in 19141915 Zwolle binnenkwam Op 26
oktober reed een trein met achthonderd vluchtelingen
het station binnen uit Frankrijk dit keer
Er waren veel kinderen bejaarden zieken en
gewonden bij In allerijl werden vier scholen voor
de opvang ingericht de Celeschool in Assendorp
de Rijks HBS aan de Bagijneweide en de scholen
in de Hoogstraat en de Praubstraat De bewaarschool
aan het Assiesplein werd een noodziekenhuis
De Zwolse hulpverleners van drie vier jaar
geleden zorgden weer voor eten drinken kleding
kinderondergoed zuigflessen enzovoort De leslokalen
veranderden in slaapzalen met stro om op
te slapen voor de volwassenen en in de bewaarschool
aan het Assiesplein sleepten de hulpverleners
ledikanten en wiegjes voor de kinderen aan
De weken daarna kregen de lezers van de Zwolse
Courant de aangrijpende belevenissen van de
Franse vluchtelingen te horen33
Maar er was die dagen meer dat de Zwollenaren
naast de dagelijks sores over voeding en
brandstof met de oorlog confronteerde Eind
oktober hadden de soldaten in legerkampen
overal in Nederland er schoon genoeg van Ze
hadden honger wilden naar huis en liefst meteen
In plaats daarvan trok de legerleiding de verloven
in omdat niemand wist welke gevolgen de onrust
van de naderende vrede in Belgi Frankrijk en
Schaamarmen
In juli 1917 werd in Odeon een avond georganiseerd om geld in te zamelen
voor de oorlogsvluchtelingen Dat jaar waren er naar een schatting van
de regering nog tussen de 30000 en 40000 Belgische vluchtelingen in ons
land Het overgrote deel van hen was ondergebracht in grote kampen buiten
de steden Bij Nunspeet bijvoorbeeld bevond zich een kamp met bijna
zevenduizend vluchtelingen In Zwolle verbleef nog een klein aantal vluchtelingen
bij particulieren in huis Dat had een navrante reden Wie geen
geld had werd naar een vluchtelingenkamp getransporteerd Maar er was
nog een andere groepBij vluchtelingen van een stand in de maatschappij
die zich boven de gewone verheft bleek een verklaarbare tegenzin
tegen opname in een vluchtoord te bestaan Zij werden pauvres honteux
genoemd schaamarmen Tegen vergoeding van zeventig cent per dag konden
zij elders worden ondergebracht POZC 10 juli 1917
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 21
Duitsland zou kunnen hebben Op 25 oktober
kwamen de soldaten in legerkamp de Harskamp
op de Veluwe in opstand Ze staken de kantine en
enkele barakken in brand er vielen schoten en een
paar honderd soldaten deserteerde Ook in andere
legerkampen ontstonden ongeregeldheden Een
dag later kwam een troep van honderd honderdvijftig
gedeserteerde soldaten uit de Harskamp in
Zwolle aan De stationswacht was tijdig gewaarschuwd
en kreeg de opdracht niemand uit de trein
te laten Nadat onschuldige passagiers uit de trein
waren gehaald werden de soldaten gearresteerd
en naar Leeuwarden vervoerd in afwachting van
verdere maatregelen34
Er was die nerveuze dagen ook in de soldatenbarakken
aan de Turfmarkt onrust ontstaan
Na een aantal vechtpartijen met leidinggevenden
werden de soldaten overgebracht naar de Broerenkazerne
waar op dat moment ook al een dertigtal
uit de Harskamp gedeserteerde soldaten was
ondergebracht Het maakte de stemming er niet
beter op Op 28 oktober maakte een achttal soldaten
voor de poort van de Broerenkazerne amok
onder invloed van een flinke hoeveelheid alcohol
Uit alle hoeken en gaten kwamen Zwolse burgers
aangehold ruiten gingen aan diggelen waarop
de politie de gummistok en sabel trok en op de
onruststokers begon in te slaan Die lieten zich
niet kennen en sloegen terug De stemming bleef
nog uren dreigend en bedaarde pas toen de politie
zich door de woedende menigte liet overhalen een
gearresteerde soldaat vrij te laten35
Veertien dagen later kwam dan eindelijk het bericht
dat Nederland ging demobiliseren De soldaten
konden naar huis36 De aankondiging van de
demobilisatie was vanuit het perspectief van de
regering gezien net iets te voortijdig Het papier
van de aankondiging was nog niet droog of er ontstond
groot tumult in het land De socialisten en
Gemobiliseerde soldaten
in 19141918 in het
cafeetje van Elsemeuje
met smokmuts van
Munster in Frankhuis
Particuliere collectie
22 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
met name SDAPleider Pieter Jelles Troelstra wilden
gebruik maken van tijdsomstandigheden De
voortdurend slechte economische omstandigheden
het gebrek aan levensmiddelen en brandstoffen
en de revolutionaire gebeurtenissen in Rusland
en Duitsland op 10 november was de Duitse keizer
naar Nederland gevlucht schiepen een situatie
die kansen bood voor de arbeidersklasse Tegen
de adviezen van zijn partijgenoten in liet Troelstra
in een debat met de regering van ministerpresident
Ruijs de Beerenbrouck op 12 november
doorschemeren dat de tijd was gekomen voor een
machtsovername door de socialisten weliswaar
geweldloos zoals hij benadrukte maar toch Hij
verwoordde het als volgt Thans is de tijd aan
ons gekomen niet om te vragen tachtig gram brood
meer niet om afgescheept te worden met kleine
sociale hervormingen die intusschen altijd zoo
verschrikkelijk lang in dit Parlement duren en zoo
droevig zijn het onderwerp van het politieke geharrewar
der partijen maar om thans nu de politieke
macht aan ons is de sociale verbeteringen die wij
met de macht kunnen krijgen niet te vragen in een
verlanglijstje maar zelf met behulp van hen die met
ons willen samenwerken wie zij ook mogen zijn
zoo spoedig en zoo afdoend mogelijk tot stand te
brengen37
De toespraak van Troelstra veroorzaakte grote
opwinding onder voor en tegenstanders in het
hele land In steden als Amsterdam wilde een deel
van de bevolking in de geest van Troelstra tot actie
overgaan Het Landelijk Revolutionair Comit
aldaar ging nog heel wat verder dan hun voorman
wilde Het Comit eiste Directe aftreding van de
regeering en de gemeentebesturen Instelling van
een volksregeering op den grondslag van de raden
van arbeiders en soldaten38 De liberalen conservatieven
en de aanhangers van de christelijke
partijen wisten genoeg
De volgende dag nog liet de regering in alle
kranten een proclamatie plaatsen Alleen met
inspanning van alle krachten kan het tijdperk
waarvoor wij thans staan voorbijgaan zonder de
meest ernstige rampen met zich mee te brengen
Mochten onlusten of erger den richtigen gang
van zaken belemmeren dan moet het ergste worden
gevreesd Het voorbeeld van Rusland is een
onmiskenbaar baken Volk van Nederland
Gij hebt uw positie zelf in handen39
Het land hield de adem in De liberale burgemeester
van Zwolle mr dr IA van Roijen bleef
niet achter en koos in de Zwolse Courant duidelijk
partij tegen de revolutie van het proletariaat
Allen die zich wenschen te organiseren tot handhaving
van orde en gezag worden uitgenoodigd
zich ten spoedigste aan te sluiten bij de Zwolsche
Pieter Jelles Troelstra
18601930 Tekening
van Albert Hahn in De
Notenkraker Collectie
auteur
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 23
Burgerwacht Door aansluiting in grooten getale
kan ordeverstoring voorkomen worden Gelegenheid
tot aansluiting bestaat ten stadhuize van
s morgens 9 tot s avonds 9 uur40 Ondertussen
probeerde de landelijke regering de gemoederen
tot bedaren te brengen te meer omdat ze wisten
dat het merendeel van de SDAPers niet achter
de woorden van Troelstra stond en helemaal niet
zat te wachten op een revolutie De regering had
ook een zoethoudertje in petto ze liet weten de
hoeveelheden brood aanmerkelijk te vergroten
en bovendien vaart te zetten achter n van de
belangrijkste wensen van de SDAP de invoering
van het actief vrouwenkiesrecht41
Troelstra was zelf ook verbijsterd over het
tumult dat hij op 12 november had veroorzaakt
Twee dagen later kwam hij in de Tweede Kamer
op zijn woorden terug Toen kwam het groote
moment De heer Troelstra vloog op bleek driftig
en riep uit Ik heb het woord staatsgreep niet
Landelijke oproep in de
Zwolse Courant tot het
bewaren van de rust
november 1918
24 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
gebruikt Men debatteert hier opgewonden sedert
eenige dagen over een voorstelling van zaken die
volstrekt niet door mij bedoeld is Het was of er
een bom in de Tweede Kamer ontplofte De revolutie
in Nederland schijnt tot nader order afgelast
kopte de Zwolse Courant42
De woorden van Troelstra veroorzaakten opnieuw
grote opschudding in het land Wat wilde hij nu
eigenlijk een revolutie of niet Er waren veel
SDAPers die wel degelijk wat voor een revolutie
voelden En van hen was de Zwolse wethouder Jos
Vogt De dag tussen beide optredens van Troelstra
in de Tweede Kamer in organiseerde de afdeling
Zwolle van de SDAP een vergadering over de
kwestie De zaal waarschijnlijk Concordia zat
stampvol Daartoe uitgedaagd door een gematigd
partijlid betoogde Vogt nadrukkelijk dat de SDAP
haar eischen een machtsovername door de sociaaldemocraten
jvdw moest doorvoeren ook als
enkel demonstreren niet meer helpt Ten slotte
wekte spreker nogmaals op tot ernst en vastberadenheid
als na de grote steden ook Zwolle aan de
beurt komt om een nieuwen gang van zaken door
te voeren Daarmee sprak Vogt zich dus onomwonden
uit voor het grijpen van de macht wat volgens
de voorzitter van de bijeenkomst betekende de vestiging
van de proletarische dictatuur in Nederland
Onder het zingen van de Internationale ging de
vergadering uiteen43
Op zaterdag en zondag 1617 november
bezocht een afvaardiging van de Zwolse SDAP
onder aanvoering van wethouder Vogt een groot
arbeiderscongres in Rotterdam waar ook Troelstra
zou spreken De verwachtingen waren hoog
gespannen Psychisch aangeslagen als hij was door
de impact van zijn optredens in de Tweede Kamer
sprak Troelstra het congres pas op zondag toe Hij
gaf toe dat hij in aanvang de kracht van de partij
overschat had maar dat alles gedaan zou worden
om de eisen van het partijprogramma op zo kort
mogelijke termijn ingevoerd te krijgen desnoods
met een werkstaking Dat klonk al een stuk minder
revolutionair Die zondagavond nog reisden
de Zwolse congresgangers met de trein weer naar
huis Op het station werden ze opgewacht door
een enorme menigte Om ordeverstoringen te
voorkomen was veel politie op de been en op de
Stationsweg patrouilleerden enkele leden van
de burgerwacht Een steeds aangroeiende stoet
arbeiders begeleidde de afgevaardigden onder het
zingen van socialistische liederen naar het Assendorperplein
middenin het socialistenbolwerk
Assendorp het Rode Dorp zoals het genoemd
werd Daar klom Vogt op een viskraampje om
de menigte te vertellen wat er op het congres was
besproken Onder luid gejuich vertelde hij dat de
schrik er in Rotterdam goed in zat het stadhuis
was omringd met hoog opgestapelde zandzakken
waartussen mitrailleuses stonden opgesteld Al
die maatregelen wezen volgens Vogt op de angst
voor de arbeidersklasse die er echter niet aan
denkt geweld te gebruiken Na zijn uitroep Leve
het socialisme ging de menigte kalm en ordelijk
uiteen44
Wedergeboorte van Oranjeliefde
De dagen daarna bedaarden de gemoederen
enigszins in de grote steden en ook in Zwolle
Maar de gebeurtenissen rondom wat later de
vergissing van Troelstra werd genoemd zouden
een onverwacht vervolg krijgen In heel het land
kwam volk op de been om haar liefde voor het
huis van Oranje te betuigen Tijdens een demon
Tijdsbeeld
Welke bron een geschiedschrijver ook gebruikt veel blijft verborgen met
name datgene wat niet het nieuws haalt Waar het leven van gewone
Zwollenaren alleen al door de sociale media tegenwoordig bijna letterlijk
op straat ligt blijft dat van onze stadsgenoten van honderd jaar geleden
onzichtbaar Bij gebrek aan fotos of persoonlijke documenten blijven ze op
grotere afstand dan ons lief is Een schamel maar toch intiem beeld tonen
de verloren en gevonden voorwerpen uit die tijd Tussen 12 en 19 januari
1918 waren dat bijvoorbeeld een gouden broche met een rood steentje
een zilveren broche met damesportret een rozenkrans een gouden bril
een linker glachandschoen een lederen spatlap een militair portret
een fluwelen mutsje een bruine astrakan handschoen een portemonnaie
inhoudende tien broodzegels en zeventig cent een lorgnet een grijze
handschoen met polsmof vier koffie en theekaartenook koffie en thee was
op de bon een kinderoverschoen een bruine boa een lombardbriefje en
een broodkaart POZC 19 januari 1918
zwols historisch tijdschrift jrg 35 nr 1 25
stratie van Oranjegezinden op het Malieveld in
Den Haag werd het rijtuig met koningin Wilhelmina
en prinses Juliana in triomf rondgereden
De paarden werden uitgespannen waarna de
koets door de aanhangers zelf werd voortgetrokken
De grote opkomst en de aanwezigheid van
het koningshuis werden gezien als een grote
nederlaag voor de SDAP Ook in Zwolle gingen
Oranjeaanhangers de straat op
Onze stad heeft zich in feestgewaad gestoken
overal wapperen de nationale kleuren het aloude
roodwitblauw en t oranje De burgerij heeft hier
als overal in den lande na de dagen van spanning
opgelucht uiting willen geven moeten geven aan
haar vreugde over de overwinning van Nederlandsche
nuchterheid gezond verstand burgerzin
en trouw En hoe kon zij dat beter doen dan de
huizen te tooien met de vroolijke driekleur het
symbool der nationale eenheid en het oranje dat
een blijden gloed werpt over heel onze historie
sedert t vreemd juk werd afgeworpen en wij een
vrij volk werden in een vrij land Het was voor en
na hier steeds Oranje boven en altijd in dagen
van groote beroering deed de Nederlandsche
burgerij klaar en duidelijk hooren haar t Blijft
Oranje Zoo ook nu45
Zo groeiden deze dagen uit tot een ware
wedergeboorte van het Oranjegevoel behalve
dan onder de socialisten De Zwolse Courant
memoreerde dat de laatste Koninginnedag met
zijn optochten fakkellicht bevlagde straten en
vaderlandse liederen al weer enige jaren sic
achter ons ligt Maar nu was dat gevoel weer terug
Een wegglippende herinnering is opnieuw werkelijkheid
geworden schreef de krant De Zwolse
protestantschristelijke en roomskatholieke partijen
riepen met strooibiljetten de bevolking op
tot een feestelijke omgang door de stad Daaraan
werd massaal gehoor gegeven
Voorop ging een aaneengesloten rij politieagenten
die de lastige taak hadden om den
voorstoet een troep van honderden die zich
gewoonlijk niet te veel aan het tempo laat gelegen
liggen in gang te houden Op een flinken
afstand volgde daarop de stoet geopend door
het stedelijk muziekcorps dat bij het rossige
flakkerende licht van een zestal fakkels den eenen
marsch na den anderen het ene lied na het
andere speelde en zodoende het pittige tempo
en de geestdriftige stemming erin hield Vlak
achter het muziekcorps marcheerde het Comit
en daarachter kwamen de veldgrauwen Honderd
honderdvijftig militairen liepen mee in
den stoet een oranje vlag met zich voerend en
de borst getooid met oranje en roodwitblauw
Ook waren vaandels te zien van St Joseph
de rk timmerlieden en metaalbewerkers het
Kruisverbond de rk Rederijkerskamer De
rk spoor en tramwegmannen en de rk schildersgezellen
De stoet eindigde voor het huis
van burgemeester Van Roijen aan het Klein
Weezenland Die sprak zijn vreugde erover
uit dat bevolking haar liefde voor de koningin
en trouw aan de regering had laten blijken en
hoopte dat hij bij herhaling van deze gebeurtenissen
weer een beroep op de christelijke partijen
mocht doen Daarna werd de stoet onder
gezang en gejuich ontbonden en trokken de
verschillende groepen zingende huiswaarts46
Landelijke oproep in
de Zwolse Courant
tot steun aan koningin
en regering november
1918
26 jrg 35 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Het contrast met de menigte die met wethouder
Vogt naar het Assendorperplein was getrokken
kon niet groter zijn Nog nooit was de politieke
verdeeldheid zo zichtbaar en hoorbaar geweest
De tegenstellingen tussen de Zwolse socialisten en
de Oranjegezinden van diverse pluimage zouden
nog tientallen jaren aanhouden In veel huisgezinnen
gold voortaan je vierde de verjaardag van de
koningin f de dag van de arbeid op 1 mei maar
niet allebei
Epiloog
The Great War zoals de Engelsen de Eerste
Wereldoorlog vaak noemen was dan eindelijk
voorbij De gevolgen van de oorlog in Nederland
waren niet te vergelijken met die in de oorlogvoerende
landen ma

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2016, Aflevering 1

Door 2016, Aflevering 1, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
Koninklijke
bezoeken
aan Zwolle
33e jaargang 2016 nummer 1 850 euro
Suikerhistorie
Grand Hotel Wientjes
In een nummer grotendeels gewijd aan koninklijke
bezoeken aan Zwolle kan Hotel Wientjes niet
ontbreken Steevast streek de koninklijke familie
in Zwolle neer in Wientjes om een defil dat in
een lange stoet over de Stationsweg voorbijtrok
vanaf het terras in ogenschouw te nemen
Het pand ligt vlakbij het station De eerste
trein reed in 1864 Zwolle binnen Het station
kwam in 1868 gereed Tussen het station en het
centrum verrezen grote en voorname panden
Stationsweg 7 het latere Wientjes werd in 1867
gebouwd als woning voor jhr WCTh van
Nahuijs toen hij als burgemeester in Zwolle aantrad
Na hem bewoonden vooraanstaande en rijke
Zwollenaren de wit gepleisterde villa Hotelier
Frans Wientjes kocht het in 1928 aan voor 34000
gulden en liet het tot hotel verbouwen Het pand
werd daarbij meer dan verdubbeld Het was een
chique hotel met veel luxe en van alle gemakken
voorzien Het viel in de smaak bij de gegoede burgerij
Rond 1980 werd het hotel van top tot teen
gerenoveerd en flink uitgebreid De capaciteit
werd ongeveer verdubbeld maar het oorspronkelijke
front bleef in tact Na drie generaties Wientjes
maakt het hotel sinds 1992 deel uit van de Bilderberggroep
onder de naam Grand Hotel Wientjes
Van de historische grandeur heeft het hotel wel
iets verloren maar nog steeds straalt het een zekere
voornaamheid uit Het hotel is niet alleen een
begrip in Zwolle en omstreken maar gezien alle
koninklijke bezoeken ook bij de Oranjes
2 jrg 33 nr 1 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
Collectie Rudi Neplenbroek
Koningin Juliana en prins Bernhard bezochten ter gelegenheid van hun
vijfentwintigjarig huwelijk in 1962 alle provincies Op 5 mei 1962 deden ze
Zwolle aan samen met hun dochters de prinsessen Beatrix Irene Margriet
en Christina Het koninklijk gezelschap nam vanaf een speciaal hiervoor
opgerichte tribune voor het bordes van Wientjes een defil af van praalwagens
en delegaties uit heel Overijssel Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 33 nr 1 3
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 2
Wij stellen Ons veel voor van Ons bezoek aan Zwolle
Koninklijke bezoeken aan Zwolle vanaf 1811 Frank Inklaar 4
Koning Willem III en een dominee in april 1862 Wim Coster 8
De jonge Koningin betreedt thans Neerlands troon
De Kroningsfeesten te Zwolle in 1898 Frank Inklaar 11
Zwolle bejubelt vorstenpaar Harry Stalknecht 15
Koningin Juliana en de miljoenste naoorlogse woning
Een defil aan de Hogenkampsweg in 1962 Frank Inklaar 20
Een stop bij het gebouw Eben Hazer van de Keiezen
Het bezoek van koningin Juliana in 1970 aan Holtenbroek Frank Inklaar 24
David Wijnbeek de Zwolse Oranjekenner 19151975
Aranka Wijnbeek 27
Matchfixing avant la lettre PEC beschuldigd van omkoping in 1936
Onze menschen zijn aan de schandpaal genageld Steven ten Veen 35
De kaak van Thomas a Kempis Lydie van Dijk 44
Relicten en relieken
Omzwervingen van Thomas gebeente Ton Hendrikman 46
Twee eeuwen de krant van Tijl
Aflevering 10 Verandering van hoofdredacteur viel niet mee
Willem van der Veen 56
Recent verschenen 62
Mededelingen 64
Auteurs 65
Redactioneel
Coverfoto Mei 1921 koningin Wilhelmina heeft net het Vrouwenhuis bezocht
aan de Melkmarkt 53 Collectie HCO
4 zwols historisch tijdschrift
Wij stellen Ons veel voor van Ons bezoek
aan Zwolle
Koninklijke bezoeken aan Zwolle vanaf 1811
Hunne Majesteiten Koning Willem
Alexander en Koningin Mxima zijn
woensdag 27 april 2016 aanwezig
bij de viering van Koningsdag in de gemeente
Zwolle in de provincie Overijssel De keuze voor
Zwolle is in overleg met de burgemeester tot stand
te komen Zo luidde nieuwsbericht 331 van de
Rijksvoorlichtingsdienst op 10 december 2015
WillemAlexander en Mxima zijn zeker niet de
eerste majesteiten die naar Zwolle komen Een rij
bezoeken is hieraan vooraf gegaan Dat zijn zowel
officile als nietofficile bezoeken Dit artikel gaat
vooral over de officile bezoeken van regerend
vorsten Dus niets over de overnachtingen van
Bernhard in de villa Frisia State aan de Ruiterlaan
in de jaren dertig of het bezoek van Beatrix
en Claus in 1971 of de vele andere nietofficile
bezoeken van leden van het koninklijk huis aan
Zwolle En zelfs de officile bezoeken zullen niet
allemaal aan bod komen
Lodewijk Napoleon
Het eerste koninklijke bezoek aan Zwolle was
niet van een Oranje maar van Lodewijk Napoleon
Koning van Holland Hij maakte tijdens
zijn koningschap meerdere rondreizen door het
koninkrijk Bij zijn rondreis door Overijssel in
1811 deed hij ook Zwolle aan De overnachting
van de koning overviel de Zwolse autoriteiten
wat want het bleef tot zeer kort voor de dag een
verrassing wanneer Lodewijk zou komen Dat hij
in Zwolle bleef overnachten had waarschijnlijk te
maken met de status van Zwolle als provinciale
hoofdstad Dat feit gaf en geeft tot op de dag van
vandaag Zwolle een voorsprong Immers officile
kennismakingsbezoeken van nieuwe monarchen
of provinciale herdenkingen worden meestal in de
provinciehoofdstad gehouden
Na Lodewijk Napoleon zijn alle Oranjevorsten
met uitzondering van koning Willem I een
of meerdere keren in Zwolle geweest Koning
Willem II bezocht de stad tijdens een rondreis
door Overijssel in 1842 Zijn opvolger Koning
Willem III deed hetzelfde in 1862 In beide
gevallen bleven de vorsten meerdere dagen in de
stad waardoor ze ook uitgebreid kennis konden
maken met Zwolle en haar inwoners Er was geen
specifieke reden voor de bezoeken van Lodewijk
Napoleon en de beide Willems Als vorst diende je
je zo af en toe te vertonen aan je onderdanen in de
provincie Een vorst wilde ook nog wel eens langskomen
na een grote ramp maar daar bleef Zwolle
Nadat koning Willem II tijdens een reis door de noordelijke provincies op
23 juli 1846 in Kampen de derde Overijsselsche Nijverheid en Kunsttentoonstelling
had bezocht voer hij met zijn stoomjacht van Kampen naar het Katerveer
bij Zwolle waar hij aan boord overnachtte De volgende dag hield de koning in
Zwolle een intocht en audintie en was er een lintjesregen Op de achtergrond de
kerk van Hattem Lithografie door SH Sern Collectie HCO
Frank Inklaar
zwols historisch tijdschrift 5
gelukkig van verschoond Een andere reden kon
de opening van een belangrijk infrastructureel
object zijn een kanaal een spoorlijn of een brug
maar in het geval van het negentiendeeeuwse
Zwolle kwamen daar geen vorsten voor Wel voor
tentoonstellingen Willem II deed de stad nog aan
in 1846 nadat hij in Kampen de derde Overijsselsche
Nijverheid en Kunsttentoonstelling aldaar
met zijn aanwezigheid had opgeluisterd
Koninklijke bezoeken konden ook ingezet worden
om de populariteit van het koningshuis te vergroten
Met de benoeming van koninginweduwe
Emma als regentes in 1890 was zon publiciteitsoffensief
zeer welkom want er waren enige
twijfels over een vrouw als vorst en de positie van
de Oranjes in een constitutionele eenheidsstaat
Daarom reisde Emma met haar jonge dochter
Wilhelmina de toekomstige koningin systematisch
het hele land af Deze bezoeken trokken
voor het eerst massale aandacht van het publiek
Zo ook in 1895 in Zwolle bij het bezoek van beide
vorstinnen Sedertdien heeft een koninklijk
bezoek altijd veel publieke belangstelling gehad
In de twintigste eeuw stierf het meerdaagse vorstenbezoek
uit In 1921 kwamen koningin Wilhelmina
prins Hendrik en de twaalfjarige Juliana
nog drie dagen naar Zwolle Het is het eerste
koninklijk bezoek aan Zwolle waarvan filmbeelden
zijn Het laatste meerdaagse bezoek was dat
van koningin Juliana en prins Bernhard in 1949
Daarentegen nam de frequentie van bezoeken toe
Dat had ongetwijfeld te maken met de verbeterde
transportmogelijkheden Zeker na de Tweede
Wereldoorlog werd het simpel om even een paar
uurtjes langs te komen Overigens werd op een
ander terrein een bezoek alleen maar moeilijker
Beveiliging is een factor geworden waar zeker de
laatste decennia Zwolse bestuurders steeds meer
grijze haren van kregen
Het programma voor het koninklijk bezoek in 1895
van koninginregentes Emma en het jonge koninginnetje
Wilhelmina Het kostte tien cent maar omvatte
ook maar liefst 78 paginas Alle hoogwaardigheidsbekleders
feestcommissies koor en orkestleden aan
de optochten deelnemende verenigingen praalwagens
en versierde boten stonden er in met heel veel
advertenties van Zwolse bedrijvenCollectie auteur
Emma en Wilhelmina
in de Luttekestraat tijdens
hun rondrit door
Zwolle in 1895 Op de
achtergrond is de fraai
in Moorschen stijl versierde
Nieuw Havenbrug
nog zichtbaar
Collectie Wijnbeek
6 zwols historisch tijdschrift
Provinciehoofdstad
Waarom komen vorsten en vorstinnen eigenlijk
naar Zwolle Een belangrijk punt blijft dat de
monarchie met enige regelmaat gezien moet worden
Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de zogenaamde
kennismakingsbezoeken Het bezoek van 1921 was
voor prinses Juliana een soort van kennismakingsbezoek
Maar zeker zodra er een nieuwe vorst op
de troon komt reist hijzij het land door om kennis
te maken met de bevolking Zwolle heeft dan het
voordeel om provinciehoofdstad te zijn want juist
die steden worden in de kennismakingstournee
bezocht Het genoemde bezoek in 1949 van Juliana
die een jaar eerder de troon besteeg valt in deze
categorie Maar ook Beatrix in 1980 en Willem
Alexander en Mxima in 2013 bezochten bij hun
rondreis door Nederland de stad
In de rol van provinciehoofdstad staat Zwolle
ook vaak in het middelpunt bij herdenkingen
En die zijn op hun beurt weer vaak reden voor
het koninklijk huis om een bezoek te brengen
Zo vierde in 1970 koningin Juliana 25 jaar
bevrijding mee in Zwolle Bij jubilea werkt het
precies zo Dat kunnen jubilea zijn die direct te
maken hebben met het koninklijk huis zelf zoals
Koningin Wilhelmina
bezocht tijdens het
meerdaags koninklijk
bezoek in mei 1921
ondermeer het Vrouwenhuis
aan de Melkmarkt
53 In het houtwerk
boven de deur
staat de spreuk Praestant
Aeterna Caducis
het eeuwige gaat boven
het vergankelijke
Collectie HCO
Het kersverse koningspaar
Beatrix en Claus
ingehuldigd op 30
april is op 9 mei 1980
aanwezig bij de opening
van een door de Centrale
Commissie Oranje
georganiseerd twee
dagen durend oranjecongres
in de Nieuwe
Buitensociteit
Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift 7
het bezoek in 1962 vanwege de viering van het
25jarig huwelijksjubileum van koningin Juliana
en prins Bernhard Ook de functie van monarch
kan centraal staan in jubilea zoals bij de viering
van het 25jarig regeringsjubileum van koningin
Beatrix in 2005 of vorig jaar nog bij de viering
van 200 jaar Koninkrijk met WillemAlexander
en Mxima Maar ook jubilea van organisaties
en verenigingen kunnen aanleiding zijn voor een
koninklijk bezoek zoals bij de viering van 150 jaar
Odeon 1989 150 jaar VORG Vereeniging tot
beoefening van Overijselsch Regt en Geschiedenis
2008 tot zelfs 1000 jaar Russisch Orthodoxe
kerk 1988 Speciale evenementen trekken ook
koninklijke belangstelling Zo verschenen koningin
Wilhelmina en prins Hendrik bij de tentoonstelling
PONT Provinciale Overijsselsche Nijverheidstentoonstelling
in 1913 terwijl koningin
Beatrix acte de prsence gaf op het landelijke
Oranjecongres van de Stichting Centrale Commissie
in 1980 En tenslotte zijn er de gewone of
werkbezoeken zoals het bezoek van Juliana aan
Overijssel en Zwolle in 1979
Core business
Op 13 oktober 1999 meldde prins Claus bij de opening
van het hoofdkantoor van de ABN AMRO in
Amsterdam Ik ben de bank heel dankbaar voor
de uitnodiging Ik kan teruggaan naar mijn core
business het doorknippen van een lint Dat heb
ik heel lang niet gedaan En inderdaad openingen
vormen de core business van koninklijke personen
ook in Zwolle Zo kwam koningin Juliana om de
miljoenste naoorlogse nieuwbouwwoning te openen
1962 en het nieuwe Provinciehuis 1973 Het
stokje of misschien beter gezegd de schaar werd
overgenomen door Beatrix voor de opening van
Hogeschool Windesheim 1987 De Spiegel 2006
en de Hanzespoorlijn 2012 terwijl kort geleden
2013 koningin Mxima de nieuwbouw van de
Isala Klinieken heeft geopend en koning Willem
Alexander het nieuwe distributiecentrum van
Wehkamp 2015
Herdenkingen jubilea evenementen en openingen
dat waren de voornaamste redenen voor
koninklijk bezoek Soms bestond de behoefte
de band met de bevolking nader aan te halen en
de plaats van de monarchie te versterken In alle
gevallen had Zwolle het voordeel van de status
als provinciehoofdstad Hierdoor is Zwolle goed
bedeeld geweest bij bezoeken van regerende vorsten
En dan nu Koningsdag 2016 De bekroning
van al die prinsesse koninginne en koningsdagen
die al vanaf het eind van de negentiende eeuw
enthousiast in Zwolle zijn gevierd En dat enthousiasme
past helemaal in het plaatje dat je bij al die
koninklijke bezoeken steeds weer ziet Nog steeds
kunnen de koninklijke bezoekers met recht zich
veel voorstellen van een bezoek aan deze stad
Koningin Wilhelmina bij het bezoek aan Zwolle in
1921 httpskoninklijkebezoekenzwollemijnstadmijndorp
nlverhalen1921koninginnefeesteneen
punterendeprinses
De feestelijk vlaggende
en versierde Oude
Vismarkt ter gelegenheid
van het koninklijk
bezoek van 2729 mei
1921 Collectie HCO
Links Koningin Juliana
bezocht op 18 oktober
1979 WestOverijssel
en Zwolle Tijdens een
stadswandeling bekeek
ze de vorderingen met
de renovatie van het
oude stadscentrum
Hier wandelt ze met
burgemeester Drijber
over het Pelserbrugje
Collectie HCO
8 zwols historisch tijdschrift
Koning Willem III en een dominee in april 1862
Wim Coster In april 1862 mocht Zwolle zich vereerd voelen
met een bezoek van koning Willem III Over
de persoon van deze vorst bestonden toen
hij in 1849 werd ingehuldigd na het plotselinge
overlijden van zijn vader Willem II veel zorgen
Hij stond niet bekend als bijzonder tactvol wel
om zijn reactionaire opvattingen en zijn erotische
escapades Zijn huwelijk met Sophie van Wrttemberg
een volle nicht van hem gold als dramatisch
slecht Desondanks kregen zij drie kinderen
voordat zij vanaf 1855 na zestien miserabele
jaren gescheiden van elkaar verder gingen leven
Erg veel trek om zijn vader op te volgen had de
in 1817 geboren Willem III niet gehad Van zowel
minister Thorbecke als diens Grondwet van 1848
had hij een hartgrondige afkeer Het laatste omdat
zijn bevoegdheden als soeverein vorst daardoor
werden beperkt In zijn ogen was Nederland niet
alleen zijn land maar ook zijn persoonlijk bezit
waarover hij naar eigen inzichten mocht regeren
De praktijk was anders Zelfs zijn positie als
kroonprins had hij om die reden formeel willen
opgeven ten behoeve van zijn zoontje Willem
maar dat was staatsrechtelijk niet mogelijk In de
jaren vijftig dreigde hij verschillende keren de brui
aan het koningschap te geven maar noodgedwongen
bleef hij morrend en wel op de troon
Willems geringe populariteit kreeg in 1861 een
duwtje in de goede richting door zijn optreden bij
een grote watersnoodramp Het jaar daarop zou
zijn optreden leiden tot een nieuwe ramp maar
dat gebeurde geheel buiten zijn schuld Op 1 mei
1862 had hij Enschede bezocht De textielstad was
nog in feesttooi gehuld toen er op 7 mei in het
huis van een fabrieksarbeider brand uitbrak Toen
er ook nog een stevige wind begon te waaien
bood het verdorde groen volop brandstof voor het
gretige vuur waardoor een groot deel van de stad
in de as werd gelegd
Uit ieders borst de juichtoon
Maar dat gebeurde allemaal n het achtdaagse
koninklijk bezoek aan Overijssel dat op woensdag
23 april was begonnen in Zwolle Liefst vijf
dagen verbleef de koning in de provinciehoofdstad
van waaruit hij overigens ook de nabije
omgeving bezocht Volgens de Provinciale Overijsselsche
en Zwolsche Courant was het n groot
feest vol van gelukzalige momenten voor zowel de
stad als de koning zelf De banden tussen vorst en
volk zouden daardoor nauw zijn aangehaald
Koning Willem III
omstreeks 1865
Internet
zwols historisch tijdschrift 9
Minder dan twee weken had Zwolle gehad om
zich voor te bereiden op het bezoek van koning
Willem Maar toen hij de 23ste om vijf uur s middags
vanuit Apeldoorn van over de IJssel arriveerde
bij het Katerveer stond iedereen paraat
Een jonge vrouw schreef een gedicht dat door de
krant van uitgever Tijl werd opgenomen als een
uitdrukking van de situatie en de stemming
Laat de driekleur vrij nu wappren
Tooi Oranje iedereen
Laat het groen de huizen sieren
Willem III zal binnentren
Willem Willem van Oranje
Heel het volk verheff zijn zang
Klinke uit ieders borst de juichtoon
Koning Willem leve lang
Tijdens de vijf dagen waarop de koning in de stad
verbleef waande Zwolle zich als een ster die volop
en onophoudelijk schitterde Versierd en wel vol
van illuminaties recepties diners bals audinties
rondritten en toejuichingen Op de Grote
Markt stond een erepoort met in het Latijn aan de
ene kant de tekst Die wij zo lang hebben gewenst
en aan de andere kant Hier zult U met genoegen
ondervinden Vader en Vorst genoemd te worden
Op zaterdagavond was de gehele stad verlicht Het
was allemaal ongekend schreeuwde de krant Het
schitterendst gezicht leverde de Grote Markt waar
behalve de ereboog en de Hoofdwacht de sociteit
De Harmonie met haar schone illuminatie en
de duizend lichten aan de guirlandes die langs de
huizen prijkten een betoverend schouwspel leverden
Het werd nog groter door de sierlijk verlichte
tempel aan het eind van de Melkmarkt Overal
wedijverde men in schone verlichting getuige het
Gouvernementsgebouw de Waag het Raadhuis
het Gerechtshof het Odon de Kamperpoortenen
Vispoortenbrug en ook bijna alle woningen in
de voornaamste straten De Kamperstraat was in
een lichtberceau herschapen de Koestraat prijkte
met een aanzienlijk aantal Chinese lampions de
Bloemendalstraat was een sierlijk verlicht prieel
de Roggenstraat werd door bogen en lichtkronen
versierd en De Dijk nu Thorbeckegracht bood
het schoonste gezicht door de overgrote dubbele
rij van lichten
Galgenmaal
De zondagochtend voor zijn vertrek woonde
de koning in de Grote of Sint Michalskerk een
dienst bij En zo verscheen hij onder het gehoor
van dominee Johannes Gerrit van Rijn de in
dienstjaren minst ervaren van de zes predikanten
Een aantal gemeenteleden vooral afkomstig
uit de kleine burgerij had zich sterk gemaakt voor
het orthodoxe geluid dat deze nieuwkomer verkondigde
Met het oog op de Heer alleen vind ik
vrijmoedigheid om in het besef van de geringheid
mijner krachten de gewichtige en moeilijke taak
te aanvaarden die mij bij u wacht had hij nederig
geschreven aan de kerkenraad Doordrongen
door de liefde van Christus was hij bereid de
moeilijke strijd aan te gaan met de zonde in welke
vorm die zich ook zou voordoen Hoe moeilijk
die strijd tegen de zonde zou worden en op welke
manier hij die aan moest gaan zal de dominee wel
niet hebben vermoed
In september 1858 had Van Rijn zijn intree
gedaan en vanaf het begin had hij indruk gemaakt
Toneelspelers uit den lande kwamen naar Zwolle
Het Katerveer
omstreeks 1860 De
koning reisde vanaf Het
Loo in Apeldoorn over
land naar Hattem en
stak vanaf de Gelderse
kant met het veer de IJssel
over De veerlieden
die hem en zijn gevolg
overzetten kregen veertig
gulden fooi Tekening
door W Hekking
jr Collectie SMZ
10 zwols historisch tijdschrift
om te zien hoe deze predikant zijn publiek in zijn
ban wist te krijgen Bijna 185 meter lang was hij
ongeveer twintig centimeter meer dan de gemiddelde
man in die tijd Ook zijn neus was opvallend
Fors Hij had bruin haar dito wenkbrauwen
een ovaal gezicht een rond voorhoofd en bruine
ogen
Zo stond hij daar op 26 april 1862 36 jaar oud
hoog op het preekgestoelte met aan zijn voeten
de koning en zijn gevolg bestuurders van provincie
stad kerk en rechtbank hoge militairen
voorname burgers en anderen die erbij wilden
horen Na een korte voorbede hield de dominee
opnieuw volgens de krant een hartelijke en
gepaste toespraak tot de koning en daarop sprak
hij een zegenbede over Zijne Majesteit uit waarop
de gemeente in staande houding naar de koning
gekeerd het vierde enigszins gewijzigde vers van
psalm 121 zong Hierop volgde de leerrede over
Openbaring XXII17b Als tussenzang werd nog
gezongen Gezang 43 vers 1 en als nazang Gezang
152 vers 3 De gehele godsdienstoefening werd bij
de duizenden toehoorders gekenmerkt door
grote orde en eerbiedige stilte wat zeker ten dele
ook was toe te schrijven aan de gepaste maatregelen
van heren kerkvoogden Het moet een groot
moment zijn geweest voor een predikant die tien
jaar eerder als zoon van een eenvoudige kaarsenmaker
nog stond te preken in een gemeente in
een klein plaatsje in de provincie Utrecht s Middags
mocht hij op persoonlijke uitnodiging van
de koning nog deelnemen aan een diner ten huize
van de Commissaris des Konings
Maar Johannes Gerrit van Rijn had ook zorgen
grote zorgen Hij mocht zich afvragen of deze
maaltijd in een letterlijk schitterende stad voor
hem niet ook het begin van het einde markeerde
Het einde van zijn carrire als man van aanzien
als predikant Of het luisterrijk diner niet een
galgenmaal was geweest Hoe is het met je rug en
zij en hoofd en lijf en keel Hoe is het met de misselijkheid
had hij op 14 april geschreven aan de
jonge weduwe Pruimers Heb je goed geslapen
Ook nog misselijk Hoe is het met het verwachte
vroeg hij haar twee weken later
De koning was toen net weer uit Zwolle vertrokken
maar nog een paar jaar lang kon hij in de
pers berichten volgen over de barones en de dominee
en hun verboden liefde
Zie verder Wim Coster De barones en de dominee
Een verboden liefde in de negentiende eeuw in de
rubriek Recent verschenen op p
Literatuur
Zie voor koning Willem III
Dik van der Meulen Koning Willem III 18171890
Amsterdam 2013
RE van Ditzhuysen OranjeNassau Een biografisch
woordenboek Haarlem 1992 244245
Jacqueline Doorn Willem III Emma en Sophie Geluk
en ongeluk in het Huis van Oranje Zaltbommel
1986
Zie voor Johannes Gerrit van Rijn
J Erdtsieck en W Faber Een aanzienlijke gemeente
met eerlijke verdraagzaamheid Verkenning in de
Zwolse Hervormde Gemeente gedurende de Jaren
18301940 Zwolle 1989 4246
Zie voor het bezoek van Willem III
Gert van der Horst Koninklijk bezoek Willem III
in Zwolle In Zwols Historisch Tijdschrift 10 1993
nr 3 7680
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 16
26 28 en 30 april 1862
De preekstoel in de
Grote Kerk omstreeks
1880 Vanaf deze kansel
ging dominee Van Rijn
voor in de door koning
Willem III bijgewoonde
dienst Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift 11
De jonge Koningin betreedt thans
Neerlands troon
De Kroningsfeesten te Zwolle in 1898
In 1890 stierf koning Willem III Het koningschap
onder het huis van Oranje bestond een
kleine honderd jaar maar nu was er een groot
probleem De opvolgster van Willem III prinses
Wilhelmina was nog maar tien jaar oud De acht
jaar tot haar meerderjarigheid moest overbrugd
worden Dat gebeurde door Emma van Waldeck
Pyrmont de weduwe van Willem III als regentes
uit te roepen Zoals Bank en Van Buuren aangeven
Emma had te kampen met twee uitdagingen
Zij moest als vreemdeling bewijzen de Nederlandse
constitutionele verhoudingen te respecteren
en als vrouw daarin haar gezag te kunnen
doen gelden Bovendien moest ze het koningschap
in Nederland trachten te nationaliseren
overeenkomstig het algemeen streven in Europa
om de van huis uit internationaal georinteerde
dynastien sterker in de natiestaat te verankeren
Monarchie zichtbaar
Emma kweet zich uitstekend van haar taak Door
middel van bezoeken in het land maakte zij de
monarchie zichtbaar als samenbindend nationaal
symbool Stelselmatig liet ze zich met haar
dochter in de provinciehoofdsteden door het hele
land zien Hun bezoek was overal voornamelijk
symbolisch van aard Om het maar weer in de
woorden van Bank en Van Buuren te zeggen Het
Versieringen op de
Melkmarkt ter gelegenheid
van het bezoek
van koninginregentes
Emma en koningin
Wilhelmina in 1895
Collectie Wijnbeek
Frank Inklaar
12 zwols historisch tijdschrift
beeld van een jong koninginnetje met hangend
haar tezamen met haar moeder werd een dierbaar
gekoesterde herinnering werd als het ware
met een scherpe naald in het nationale geheugen
getst Zo bezochten beide vorstinnen in september
1895 een enthousiast Zwolle Opvallend was
de participatie van vrijwel alle bevolkingsgroepen
aan de feesten Klaarblijkelijk werd de monarchie
een echt nationaal symbool voor liberalen hervormden
gereformeerden en katholieken En dat
was met name voor de laatste groep nieuw Slechts
de net georganiseerde arbeidersbeweging ontbrak
in het feestgedruis De verjaardag van Wilhelmina
werd al vanaf het eind van de regeerperiode van
Willem III ingezet als promotiemiddel voor de
monarchie Vanaf haar vijfde jaar werd haar verjaardag
als Princessedag gevierd Dit veranderde
na de dood van Willem III in 1890 in Koninginnedag
Deze dag ontwikkelde zich vooral als
een feestdag voor kinderen Maar het stond ook
uitdrukkelijk in het teken van nationale eenheid
onder de Oranjemonarchie
Inhuldiging
In 1898 was het dan zover de achttienjarige Wilhelmina
mocht de troon bestijgen Ze kwam wat
betreft de nationale acceptatie van de constitutionele
monarchie in een gespreid bedje Of in de
woorden van Bank en Van Buuren Onder liberale
leiding en met confessionele instemming werd
in Nederland de monarchie per feestelijk plebisciet
opnieuw vastgeklonken in het natiebesef
Toen ook werd de verjaardag van Wilhelmina 31
augustus van prinsessefeest een koninginnedag
een feestdag van staatswege die in naam van de
Oranjedynastie tegenstellingen voor 24 uur kan
doen vergeten al bleven overtuigde socialisten
aan de kant staan
De inhuldiging van Wilhelmina als koningin
vond plaats op 6 september 1898 in Amsterdam
een week na haar achttiende verjaardag Het
werd een grootse gebeurtenis die in de collectieve
herinnering van de tijdgenoten is opgeslagen
Deels kwam dat door nieuwe media als fotografie
en film die ruimschoots aanwezig waren Deels
kwam het ook door de jeugdige koningin Het
nationale feest van de inhuldiging was bij uitstek
een burgerlijk feest met allerlei manifestaties door
het hele land Hoewel Amsterdam en Den Haag de
centra van viering van het nationale zelfvertrouwen
waren vormden zich overal burgercomits
die plaatselijke kroningsfeesten of andere manifestaties
organiseerden En overal was een nieuw
orangisme prominent aanwezig De geschiedenis
van ons land werd vereenzelvigd met de geschiedenis
van het huis van Oranje een historische
gang van Willem van Oranje tot Wilhelmina Zo
werd in de officile aubade voor het paleis het
Wilhelmus gezongen op een aangepaste tekst van
Nicolaas Beets Het lied verwijst uiteraard naar
Wilhelmus van Nassauwe Willem van Oranje
maar in de tweede en derde strofe gaat het over
Wilhelma van Nassauwe Wilhelmina
Wilhelma van Nassauwe
Tot Koningin gekroond
U blijft het volk getrouwe
Dat u zijn liefde toont
In u zien wij herleven
Wat ons herleven doet
Ten top van eer verheven
Oranjes Naam en Bloed
Kroningsfeesten
In Zwolle was men vroeg met de Kroningsfeesten
De verjaardag van Wilhelmina en de dag erna
werden aan feestelijkheden besteed Dus een
paar dagen voor de officile inhuldiging Voor de
organisatie was er een feestcommissie geassisteerd
door maar liefst elf subcommissies De tien leden
van het hoofdbestuur van de feestcommissie
waren bij de feestelijkheden te herkennen aan een
Strik in de Zwolsche kleuren waarop Oranjecocarde
met knoop in de nationale kleuren en
eenige kroningsattributen
Een groot deel van de feestelijkheden bestond
uit muziekuitvoeringen in diverse soorten en
maten Het begon al op woensdag 31 augustus
om 7 uur met het luiden der klokken van 830 tot
10 uur gevolgd door een rondgang door de stad
van het Stedelijk Muziekkorps Datzelfde korps
hield van 12 tot 14 uur op de Grote Markt een
Matine met kroningsmarsen jubelouvertures
en dergelijke In de Grote Kerk was van 14 tot 15
uur het Feestconcert met orgelspel en liederen
zwols historisch tijdschrift 13
van vrolijk nationale aard s Avonds werd er weer
verder gemusiceerd Om 20 uur speelde het Stedelijk
Muziekcorps weer op de Grote Markt terwijl
in de Buitensociteit een concert van Eduard
Strauss met zijn voltallige orkest uit Wenen plaatsvond
Na afloop was er een Balchamptre een
openluchtbal waar achtereenvolgens de volgende
dansen konden worden uitgevoerd de Polonaise
Polka de Wals de KreuzPolka weer een Wals
een Pas de quatre een Quadrille des Lanciers en
nog een Wals de WashingtonPost een Mazurka
en als afsluiting een Wals
De volgende dag begon weer met een rondgang
van twee uur van het Stedelijk Muziekcorps door
de stad Om 11 uur was het de beurt aan de Zwolse
kinderen Een koor van 750 kinderen trad op in de
Grote Kerk begeleid door het Stedelijk Muziekkorps
Ze voerden daar onder meer de Oranje
NassauCantate uit voor de gelegenheid gecomponeerd
door Catharina van Rennes En ook daar
met een fier nationaal gevoel zoals blijkt uit de
Slotzang
Ons Neerland is een vurig land
Het heeft een leeuw met klauwen
En wie aan t vuur zijn vingers brandt
Die zal t nog lang onthoun
Want l die geestdrift l die gloed
Door nen naam wordt leeuwenmoed
Wilhelma van Nassauwe
Ons Neerland is een krachtig land
Al is zn vorst een Vrouwe
En wie t er ooit heeft aangerand
Die moet het bloedig rouwen
En t krachtig Neerland n van zin
Staat pal voor Neerlands Koningin
Wilhelma van Nassauwe
s Middags was er weer een concert in de Grote
Kerk nu van een aantal vocale solisten en koor
met kinderkoor en strijkorkest Zij brachten onder
meer de KoninginneCantate en een feestzang van
Beets ten gehore En de avond werd besloten met
een concert in de Buitensociteit van het Stedelijk
Muziekcorps gevolgd door een zelfde openluchtbal
als de vorige avond Het Stedelijk Muziekcorps
wist klaarblijkelijk niet van ophouden want dit
muziekgezelschap speelde van 1030 tot 12 uur
nog verder op de Grote Markt
Concours van versierde voertuigen
Muziek in overvloed dus Maar er waren gelukkig
voor de Zwollenaren die niet zo genteresseerd
waren in muziek ook andere feestelijke activiteiten
Op de verjaardag van de toekomstige koningin
was de belangrijkste nietmuzikale activiteit
het concours van versierde voertuigen in de Wipstrikkerallee
Voor dit evenement dat van 1415
uur s middags duurde waren maar liefst 13 verguld
zilveren 13 zilveren en 21 bronzen medailles
uitgeloofd De voertuigen waren ingedeeld in
diverse categorien Er waren rijtuigen reclamewagens
onder meer van de slagersgezellen en de
meubelmakerspatroonsvereniging ezel en bokkenwagens
sportkarren en fietsen of rijwielen in
de toenmalige terminologie Hierbij werden als
categorie onderscheiden heren rijwielen dames
Het programma van de
kroningsfeesten in 1898
in Zwolle Collectie
auteur
14 zwols historisch tijdschrift
rijwielen jongens rijwielen meisjes rijwielen
en groepen waaronder twee of meerpersoons
rijwielen voor volwassenen en kinderen En dan
was er nog de categorie degenen die het rijwiel
in de uitoefening van enig beroep gebruiken Dat
fietsen vooral een bezigheid van de elite was blijkt
uit deelname van baron van Voorst tot Voorst bij
de heren en mej Lycklama verwant aan de commissaris
van de koningin bij de dames Na afloop
trok de stoet van voertuigen als bloemencorso
naar het Stationsplein
Volksspelen en vuurwerk
Op de eerste september waren er meer nietmuzikale
evenementen Een hiervan doet sterk denken
aan de ons welbekende koninginnedagen de
volksspelen op de Turfmarkt Deelnemers hieraan
vertrokken om 1330 van het Rodetorenplein naar
de Turfmarkt waar van 14 tot 17 uur allerlei wedstrijdjes
werden gehouden Er waren tien onderdelen
ringrijderij te paard hoepellopen mastklimmen
wedloop met hindernissen stroophappen
zaklopen hardlopen op drie benen tonsteken
rollopen en de nieuwe rutschbaan Anders dan wij
gewend zijn konden bij al deze onderdelen geldprijzen
gewonnen worden Vijf onderdelen waren
speciaal bestemd voor jongens onder zestien jaar
En de andere onderdelen lijken ook vooral voor het
mannelijke geslacht bedoeld te zijn
s Avonds waren er nog twee grote evenementen
Op de stadsgracht tussen de Nieuwe Havenbrug
en het Kerkbrugje was een waterfeest met
een wedstrijd van verlichte vaartuigen De mooist
verlichte vaartuigen in de categorien zeilvaartuigen
roeivaartuigen en andere vaartuigen konden
weer prijzen winnen Na afloop voeren de boten
door de stadsgracht En dat alles in een decor van
verlichte oevers De gemeente zorgde ervoor dat
de Nieuwe Havenbrug en de Sassenpoortenbrug
waren verlicht en de feestcommissie nam het
Kerkbrugje en de oevers tussen de beide bruggen
voor haar rekening Bengaals vuur en watervuurwerk
maakten het waterfeest compleet O ja er
was ook nog muziek op het water
De finale van de feestdag komt ook welbekend
voor vanaf 2130 uur vuurwerk op de Turfmarkt
De Koninklijk Nederlandsche Pyrotechnische
fabriek zorgde voor een waar spektakel met
Bengaals vuur vuurkardoezen Chinese bomen
Romeinse kaarsen draaiende sterren een pyrotechnische
fluitende telegraaf een draaiende
bloemvaas vuurpijlen luchtslangen bommen en
zwermpotten Aan het begin was er een decoratie
van de koningin temidden van vuurwerk De slotdecoratie
bestond uit Twee medaillons waarin
de letters W en R Wilhelmina Regina gedekt
door de Koninklijke Kroon waarboven een rijzende
zon alles in diamantvuur omgeven door
een lauwertak groen licht en door guirlandes
van gekleurd licht verbonden aan de flankeering
mozaiekvuur en schuine batterijen van Romeinsche
kaarsen Frontbreedte 30 M In de guirlandes
de woorden Leve onze Koningin De eind
negentiendeeeuwse variant van de eenentwintigste
eeuwse lasershow
Zin uit de Koninginnecantate op 1 september 1898
uitgevoerd door het Oranjekoor in de Grote Kerk
Literatuur
J Bank en M van Buuren 1900 Hoogtij van burgerlijke
cultuur Den Haag 2000
Feestwijzer voor de Kroningsfeesten te Zwolle 31 Augustus
1 September 1898 Zwolle 1898
Tekst van aubade van Nicolaas Beets httpwww
dbnlorgtekstbeet005gedi07_01beet005gedi07_
01_0372php
Optocht en versieringen
op de Grote Markt voor
de kroningsfeesten in
1898 Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift 15
Zwolle bejubelt vorstenpaar
Op maandag 6 september 1948 werd
prinses Juliana in de Nieuwe Kerk in
Amsterdam ingehuldigd als koningin In
de periode daarna legde het nieuwe vorstenpaar
kennismakingsbezoeken af in alle provincies
Overijssel werd aangedaan op 11 en 12 oktober
1949 Koningin en prins arriveerden op dinsdag
11 oktober in Zwolle Ze bleven overnachten in de
ambtswoning van de commissaris van de koningin
aan de Roopoort en trokken de volgende dag
de provincie in
De Centrale Commissie
De organisatie van de feestelijkheden ter gelegenheid
van dit bezoek lag in de vertrouwde handen
van de CC de Centrale Commissie voor Nationale
Feesten of kortweg de Centrale Commissie
Oranje die al sinds haar oprichting in 1903 zich
de organisatie van Oranjefeesten tot doel gesteld
had Daarin vormden de bezoeken van leden
van het koninklijk huis aan Zwolle natuurlijk een
hoogtepunt Want zo vaak gebeurde het niet dat
de Oranjefamilie de Blauwvingerstad aandeed
De laatste keer dat Zwolle die eer te beurt viel was
in 1928 geweest goed twintig jaar geleden Toen
bezochten Wilhelmina Hendrik en Juliana de
landbouwtentoonstelling Zwolland De periode
van onthouding had de dorst naar de vorstin
alleen maar versterkt En zeker na de moeilijke
jaren van de Duitse bezetting was de populariteit
van het huis van Oranje gestegen tot ongekende
hoogte
Onnodige spanning
De Centrale Commissie had het er druk mee
Gehoopt werd dat de meeste Zwollenaren de dag
van het bezoek vrij zouden krijgen Misschien zo
suggereerde men konden de werknemers alvast
dagelijks een half uurtje extra werken om de snipperdag
mogelijk te maken In ieder geval riep de
CC de werkgevers op de dag van het koninklijk
bezoek vrijaf te geven Dit tot groot verdriet van
de Nijverheidsraad Volgens de leden van die raad
leidde de oproep bij sommige bedrijven tot onnodige
spanning Er werden verwachtingen gewekt
die niet altijd beantwoord konden worden Beter
was het als de CC zich voortaan niet meer over
dergelijke zaken zou uitspreken voordat er met
het bedrijfsleven overleg was geweest
Ondertussen maakte de stad zich op voor
de komst van het koninklijk paar En niet alleen
Zwolle Vanuit de wijde omgeving zouden groe
De omslag van het
feestprogramma voor
het koninklijke bezoek
aan Zwolle in oktober
1949 Collectie Wijnbeek
Harry Stalknecht
16 zwols historisch tijdschrift
pen en mensen naar de Overijsselse hoofdstad
komen om een glimp van Hare Majesteit op te
vangen Delegaties uit Urk Staphorst en Haerst
hadden hun komst al aangemeld
Feestverlichting
De organisatie wilde niets aan het toeval overlaten
Zo werd op de avond voor het bezoek de door
particulieren aangebrachte feestverlichting gecontroleerd
Daarbij werd vooral gelet of er geen
lampen waren die de verschillende optochten
zouden hinderen Ook moesten verkeersmaatregelen
worden genomen De gehele binnenstad zou
worden afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en
bespannen wagens Ook de stadsdienst ontkwam
niet aan dit gebod De Veerallee was tijdens de
doorkomst van de koningin voor fietsers taboe
Rond de Roopoort waar de majesteit en haar
gemaal in de ambtswoning van de commissaris
van de koningin zouden overnachten was geen
publiek toegestaan
Aan de oproep om de stad uitbundig te versieren
werd massaal gehoor gegeven s Avonds
brandden duizenden lichtjes Vooral Hotel
Wientjes had er veel werk van gemaakt De
Westerstraat om de hoek van de Roopoort zag
er ook prachtig uit net als vele andere straten
Overal waar men keek zag men bloemen slingers
vlaggen en erepoorten In het hartje van de stad
stond een fraaie muziektent ontworpen door de
Zwolse kunstenaar Teun van der Veen In het licht
van de vele speciaal voor het bezoek opgestelde
schijnwerpers bood de stad een betoverende aanblik
Het was de avond voor het bezoek van het
koninklijk paar dan ook enorm druk in de stad
Duizenden waren gekomen om van de sprookjesachtige
verlichting te genieten
Massaal onthaal
De ochtend van de elfde oktober brak aan In
alle vroegte klonken de klanken van de reveille
door de stad Op de Turfmarkt werd die ochtend
door leden van rijvereniging Rijden is Kunst
uit Ittersum een ruiterdemonstratie gegeven Op
het Grote Kerkplein verzamelde zich de jeugd uit
de verschillende wijken voor de grote kinderoptocht
Ondertussen voerden bussen voortdurend
bezoekers van buiten aan Vooral uit de kop van
Overijssel waren velen gekomen Het was iets
over half drie s middags toen de koninklijke stoet
van over de IJsselbrug arriveerde een juichkreet
ontlokkend aan de duizenden die daar op het
grondgebied van de toenmalige gemeente Zwollerkerspel
het paar opwachtten Onder de tonen
van het Wilhelmus stapten Juliana en Bernhard
over in een gereedstaande landauer Aan de wachtende
burgemeester van Zwollerkerspel C Slager
vroeg de koningin nog vlug Burgemeester zien
wij u vandaag nog waarop Slager antwoordde
ik hoop vanavond mevrouw waarna Juliana met
een dan tot ziens richting Zwols grondgebied
Sssst
In de nacht van 11 op 12 oktober 1949 wapperde de koninklijke standaard
van huize Roopoort 1 Koningin en prins logeerden naar oud gebruik in
de woning van de Commissaris der Koningin Op dat moment was dat ir
JBGM ridder de van der Schueren Voor de oorlog was het gouverneurshuis
in het Ter Pelkwijkpark de ambtswoning Het werd ook wel het hotel
van de Commissaris der Koningin genoemd In 1895 had de toen vijftienjarige
Wilhelmina er met haar moeder overnacht Omdat het Gouverneurshuis
midden in de stad lag werd destijds aan de posterende agenten
gevraagd er voor te zorgen dat er s avonds niet te veel lawaai op straat zou
worden gemaakt Dat hoefde men de Zwollenaren niet twee keer te zeggen
Ssst het koninginnetje slaapt werden gevleugelde woorden
Aankomst van
koningin Juliana en
prins Bernhard in de
toenmalige gemeente
Zwollerkerspel waar
zij in de gereedstaande
landauer overstapten
Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift 17
vertrok De koninklijke stoet reed over de Veerallee
de stad binnen toegejuicht door het enthousiaste
publiek Kinderen zwaaiden fanatiek met
oranje en roodwitblauwe vlaggetjes Voor de
stoet uit reden drie vrachtwagens van de gemeentereiniging
Ze waren gevuld met zand Dit zand
werd op de weg gestrooid om te voorkomen dat de
paarden zouden uitglijden op de toch wat gladde
stenen van het wegdek Duizenden mensen waren
op de been om een glimp van het koninklijk paar
op te vangen Aangekomen op het Stationsplein
werd de koningin een vaandelgroet gebracht
Sportverenigingen en allerlei andere Zwolse
organisaties stonden daartoe in gelid opgesteld
Spontaan begonnen enkele meisjes het lied Voor
Koningin en Vaderland te zingen Binnen een
paar seconden galmde het uit duizenden kelen
Een koninklijk besluit
Vorstin en prins bezochten aansluitend het katholieke
ziekenhuis aan het Groot Weezenland en het
Provinciehuis toen nog in de Diezerstraat Maar de
officile ontvangst was in de mooiste zaal van het
stadhuis de Schepenzaal Daar kreeg de koningin
van de kleine Elly Alferink een tuiltje bloemen
Ondertussen wachtte buiten een grote menigte
Want daarna zou op het Grote Kerkplein door de
Zwolse kinderen een zanghulde worden gegeven
Langs de gevels van de huizen waren oplopende
Koningin en prins
maakten een rijtour
door de stad hier rijden
ze langs het Sophia Ziekenhuis
aan de Rhijnvis
Feithlaan Collectie
HCO
Bij de officile ontvangst
in de Schepenzaal
kreeg de koningin
van de kleine Elly Alferink
bloemen aangeboden
Collectie HCO
18 zwols historisch tijdschrift
houten verhogingen gemaakt zodat de Melkmarkt
wel wat weg had van een amfitheater Toen tegen
zessen het koninklijk paar weer buiten verscheen
barstten de vele wachtende kinderen uit in een
daverend gejuich Na de muzikale hulde had de
koningin voor de kinderen een verrassing in petto
Bij koninklijk besluit gaf zij alle kinderen de volgende
dag vrijaf van school Opnieuw gejuich De
koningin fluisterde schertsend in de oren van de
heer Wansink de voorzitter van de CC Hoe zou
het toch komen dat de kinderen zo graag vrij van
school hebben Zouden ze het erg naar vinden
Polonaise
Na de zanghulde vertrok het koninklijk paar naar
hun gastenverblijf in het huis van de commissaris
van de koningin om zich wat op te frissen
Daarna was het tijd voor een kleine rijtoer door de
stad Groot was de teleurstelling van het publiek
toen het paar in een gesloten wagen snel voorbij
suisde Vanwege de regen had men namelijk
afgezien van de open landauer s Avonds was er
voor de koninklijke gasten een soiree met genodigden
in Hotel Wientjes Daar zagen zij ook een
indrukwekkende lichtoptocht voorbij trekken
Veertig fraai verlichte wagens passeerden het
hotel Thema van de stoet was Zwolle als stad van
industrie en nijverheid Vervolgens ging het naar
de Bollebieste Blijkbaar had Juliana gehoord van
de eerdere teleurstelling want ondanks een fijne
motregen werd nu toch de landauer genomen De
bewoners van de Bollebieste werden door vorstin
en prins wel wat overvallen Niemand had gedacht
dat ze al zo vroeg zouden arriveren De buurt had
zich juist overgegeven aan een oerHollandse
polonaise Even was er verwarring maar al snel
wist men de juiste toon weer te vinden De meisjes
Tineke ter Zweege en Mini Lindeboom boden de
koningin gelukkig weer geheel conform het zorgvuldig
opgestelde programma bloemen aan Na
een kort onderhoud met enkele buurtbewoners
vertrok Juliana weer naar de woning van de commissaris
van de koningin
Iedereen tevreden
De volgende dag maakte het koninklijk paar zich
op voor een rondtocht door Overijssel Het ver
Zwolse taartjes
Voor banketbakker Chris Lindeboom was het bezoek van de koningin Juliana
in 1949 extra spannend Vier weken had hij aan een taart voor de koningin
gewerkt Het resultaat was een meesterwerkje dat de belangrijkste gebouwen
van Zwolle liet zien De taart werd eerst officieel aangeboden in de Schepenzaal
maar twee dagen na het koninklijk bezoek mocht de familie Lindeboom
samen met een delegatie van de CC het zoete kunststuk afleveren op paleis
Soestdijk De vier prinsesjes stonden al met smart te wachten en toonden
zich dolenthousiast We hebben nog nooit zon mooie taart gehad meende
prinses Beatrix En na het aansnijden van het lekkers Ik wist niet dat Zwolle
zo lekker smaakte ik krijg er kleefvingers van De sfeer op het paleis was
kinderlijk ongedwongen Gerrit en Fietje Lindeboom genoten van een groot
glas limonade Bij het afscheid liet het wijsneuzerige Beatrixje nog weten We
weten nu waar we in Zwolle gebakjes moeten gaan eten
De taart met de prominentste gebouwen van Zwolle Collectie HCO
Met de taart in de tuin van paleis Soestdijk Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift 19
trek was in overeenstemming met de wens van de
koningin in alle stilte Maar natuurlijk waren er
toch een paar honderd Zwollenaren gekomen om
haar uit te zwaaien De inwoners van Berkum kregen
nog een mazzeltje Hoewel een goederentrein
uit de richting Zwolle nog ruim een kilometer van
de overweg was verwijderd wilde de rijkspolitie
geen enkel risico nemen De koninklijke stoet
moest voor de overweg wachten Hierdoor kregen
de Berkummers onverwacht een prachtig zicht op
vorstin en prins
En wat kostte dat nou allemaal is een vraag
die de Nederlander graag mag stellen En gewoontegetrouw
wordt daar dan geheimzinnig over
gedaan Een tip van de sluier kan hier toch opgelicht
worden de begroting telde in totaal een
bedrag van achtduizend gulden waarvan de post
onvoorzien er duizend voor zijn rekening nam
Want zo zijn de Hollanders per slot ook ze gaan
graag op zeker
Dit artikel licht aangepast verscheen eerder in 100
jaar CCO Zwolle Zwols Historisch Tijdschrift 20
2003 nr 3 p 108112
Banketbakker Chris Lindeboom maakte ter gelegenheid van het koninklijke bezoek een fraaie taart die hij tijdens de officile ontvangst
in de Schepenzaal samen met zijn kinderen aan het koninklijk paar mocht aanbieden Collectie HCO
20 zwols historisch tijdschrift
Koningin Juliana en de miljoenste
naoorlogse woning
Een defil aan de Hogenkampsweg in 1962
Frank Inklaar In november 1962 haalde Zwolle het nationale
nieuws met de opening van de miljoenste
naoorlogse nieuwbouwwoning Op de televisie
was er een speciaal programma en in het
achtuurjournaal viel er van alles te zien uit Zwolle
In de bioscoop kon je in het Polygoonjournaal
hiervan genieten De karakteristieke stem van
Philip Bloemendaal ondersteunde de beelden van
het bezoek van koningin Juliana aan de portiekflat
aan de Hogenkampsweg Hierbij vielen de
onthulling van een kunstwerk een kopje thee bij
de bewoners van de flat en het afnemen vanaf het
balkon van het defil van bouwers en hun bouwmaterieel
haar ten deel
Naoorlogse nieuwbouw
Woningbouw en woningnood waren hot items in
naoorlogs Nederland Tot in de jaren zestig scoorde
de woningnood in NIPOenqutes hoog op
de lijst van de grootste problemen in Nederland
In de troonrede van 1956 verklaarde koningin
Juliana Het woningtekort is de zwaarste nood
waaronder ons volk lijdt De wederopbouwtaak
was ook enorm Nederland had lang te kampen
met de naween van de oorlogsschade Er was
schaarste aan bouwmaterialen en dan groeide de
bevolking ook nog explosief Een ware cocktail
van problemen die elkaar versterkten Er moest
gebouwd worden en onder regie van de Rijksoverheid
gebeurde dat ook met de nodige bergen en
dalen De woningnood vergde snel en goedkoop
bouwen industrieel bouwen waardoor in de jaren
vijftig en zestig massaal woningen uit de grond
werden gestampt En elke minister die voor de
volkshuisvesting verantwoordelijk was voorspelde
dat binnen tien jaar de woningnood verleden tijd
zou zijn Ondanks de enorme inspanningen lukte
dat maar steeds niet In 1947 werd feest gevierd
vanwege de 50000ste nieuwbouwwoning in Tiel
In 1957 was er feest in Groningen vanwege de
halfmiljoenste nieuwbouwwoning In 1962 was
het dan de beurt aan Zwolle met de miljoenste
naoorlogse woning En nog becijferde het Economisch
Instituut voor de Bouwnijverheid een
tekort van 280000 woningen 50000 meer dan in
1945 was begroot
Mijlpalen
Het was gezien het belang van de woningbouw
volstrekt logisch dat er ruim aandacht werd
besteed aan mijlpalen van de woningbouw in
Nederland In 1962 was de miljoenste naoorlogse
woning klaar Dat deze woning in Zwolle
stond was natuurlijk enigermate toevallig En
dat Hogenkampsweg 139 uitverkoren werd was
al helemaal toeval Op 22 augustus meldde de
Zwolse Courant nog dat er sprake van zou zijn dat
er koninklijk bezoek kwam bij de opening van het
miljoenste huis in Zwolle Al maanden zou het
insiders bekend zijn dat Zwolle was uitverkoren
om het miljoenste huis te hebben De opening zou
in oktober plaatsvinden en de woning zou een van
de huizen van het complex etagewoningen aan de
rijksweg ZwolleMeppel zijn En wellicht zou dat
gebeuren in aanwezigheid van een van de leden
van het koninklijk huis Het werd allemaal wat
anders
Dat een lid van het koninklijk huis naar Zwolle
kwam voor de miljoenste naoorlogse woning
bleek geen loos gerucht Sterker nog het was niet
zo maar een lid van het koninklijk huis het was de
koningin zelf De Zwolse Courant presenteerde op
7 november het programma van de feestelijke dag
Om circa 1415 zou de koningin verwacht mogen
worden aan de Zwolse stadsgrens Onder politiebegeleiding
werd dan het gezelschap van de IJsselbrug
rechtstreeks naar Odeon gebracht Voor het
gerechtsgebouw tegenover Odeon stonden vijfzwols
historisch tijdschrift 21
honderd kinderen met Jong Jubal ter begroeting
Wie de bloemen aan de koningin zou geven was
ook al bekend Het was het tienjarige dochtertje
van de minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid
mr J van Aartsen De minister zou
vervolgens in Odeon een redevoering houden
waarna er een film werd vertoond over de naoorlogse
woningbouwinspanningen Vervolgens zou
dan het hele gezelschap worden verplaatst naar
de locatie Hogenkampsweg 139 Daar moest dan
rond 1630 uur de plechtigheid bij de miljoenste
woning van start gaan De route van Odeon naar
Dieze via Luttekestraat Diezerstraat Diezerkade
Thomas a Kempisstraat Meppelerstraatweg Paulus
Buysstraat en Radewijnstraat was natuurlijk
afgezet en het Zwolse publiek moest ook rekening
houden met gesloten straten in Dieze Oost De
Zerboltstraat de Isac van Hoornbeekstraat en de
Casper Fagelstraat waren gereserveerd voor het
opstellen van een grote optocht van bouwers met
hun gereedschappen en bouwmaterialen die aan
de koningin voorbij zouden trekken
Hoge gast
De volgende dag was het dan zover Volgens het
verslag van de Zwolse Courant stopte de grote
zwarte limousine met koningin Juliana om drie
minuten over half drie voor Odeon Iets te laat
Dat kwam omdat de stoet na het passeren van de
Zwolse stadsgrens vaart moest minderen vanwege
het enthousiaste welkom van duizenden op het
trottoir Dit spontane welkom kreeg zijn hoogtepunt
voor Odeon waar de honderden schoolkinderen
opgetogen met vlaggetjes zwaaiden en luid
juichten Juliana werd bij Odeon officieel welkom
geheten door minister Van Aartsen de commissaris
van de koningin JBGM ridder de van der
Schueren en burgemeester Roelen Onder het
schelle licht van de televisiefilmers ging de hoge
gast de hal van de stadsschouwburg binnen waar
de tienjarige Wilma van Aartsen haar een boeket
gele rozen aanbood De koningin die gekleed
was in een deuxpices van fijn lilapaars met een
bijpassend hoedje werd hierop naar het balcon
geleid waar zij op de eerste rij plaats nam Staande
Het defil van bouwers
met hun gereedschappen
en materialen dat
op de Hogenkampsweg
aan de koningin voorbijtrok
Foto Henneke
collectie HCO
22 zwols historisch tijdschrift
applaudisseerden de genodigden in de zaal uit
alle schakeringen die bemoeienis hebben met de
bouwnijverheid bij het binnenkomen van de
vorstin In Odeon was de belangrijkste spreker
minister Van Aartsen Hij hield een uitgebreid
verhaal over de naoorlogse woningbouwinspanningen
Hoewel tevreden met het bereikte resultaat
van de naoorlogse woningbouw was de strijd
tegen de woningnood nog niet gewonnen Of in
de woorden van de minister Er is reden tot een
zekere dankbaarheid voor het bereikte resultaat in
kwantiteit en kwaliteit En toch is er geen reden tot
feestvreugde Er is nood en daarom moet er
hard gewerkt worden zo mogelijk nog met meer
inspanning dan tevoren Na deze toespraak werden
enige onderscheidingen uitgedeeld en voerden
anderen waaronder Anton van Duinkerken
het woord Tenslotte kreeg het gezelschap nog een
film te zien gemaakt door het ministerie over de
woningbouw tot aan de miljoenste woning
Op de thee
Hoewel de minister geen reden zag tot feestvreugde
was de rest van het programma toch
behoorlijk feestelijk Het hele gezelschap werd
in bussen geladen en vertrok naar de plek van de
heugelijke gebeurtenis Hogenkampsweg 139
De koningin volgde even later met haar gevolg
in gesloten autos Aangekomen bij de miljoenste
woning gingen de plechtigheden weer verder
Er waren toespraken van burgemeester Roelen
van JAP Nelissen van het gelijknamige bouwbedrijf
en van ir K van der Pols voorzitter van het
Metaalpensioenfonds Na de woorden kwamen
de daden Voor de ingang van de portiekflat stond
al een sokkel gereed Een kraandrijver liet hierop
een grote kist zakken Met een druk op een knop
beduidde de koningin dat de kist omhoog getrokken
kon worden waarmee zij het kunstwerk Het
gezin van Henk Krijger onthulde Even wankelde
het plastiek nog vervaarlijk maar de toegeschoten
hoogwaardigheidsbekleders hoefden niet in te
grijpen Het voorval versterkte de symboliek van
het kunstwerk alleen maar Immers het kunstwerk
staat voor een huis dat beschutting geeft aan het
gezin De ouderen heffen het dak op waaronder
de jongere generatie veilig kan opgroeien Zelfs als
alles even wankelt
Hierna was het tijd voor de koningin om de burger
te ontmoeten In dit geval was dat een wel
heel huiselijk bezoek namelijk aan de bewoners
van Hogenkampsweg 139 Want zoals in het programma
stond het echtpaar Hendriks zal haar
thee offreren geholpen door een bewoonster van
de er beneden gelegen vrijgezellenflat mej Keller
Er werd thee geschonken en gedronken waarbij
de zeven maanden oude dochter Marion lekker
in haar kinderwagen lag en de vierjarige zoon des
huizes Erik de koningin een doosje Zwolse lekkernijen
aanbood Afhankelijk van welke krant je
openslaat waren dat Zwolse biscuits Leeuwarder
Courant of Zwolse balletjes Nieuwsblad van
het Noorden De Leeuwarder Courant maakte
veel werk van het verslag van het verblijf van
de koningin bij de familie Hendriks Koningin
Juliana vertoefde geruime tijd in de woning van
het gezin Hendriks Ze gebruikte daar ook de
Het kunstwerk Het
gezin van Henk Krijger
Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift 23
thee Het zoontje Eric van de familie bood de
vorstin ietwat ongenteresseerd een blikje Zwolse
biscuits aan om vervolgens weer gauw de hoge
bezoekster de rug toe te keren om voor het raam
naar al die mensen te kijken Koningin Juliana
bekeek vol belangstelling de vertrekken van deze
nieuwe woning en had bijzondere aandacht voor
het feestgeschenk dat de minister van Volkshuisvesting
en Bouwnijverheid de bewoners van de
miljoenste woning had aangeboden een tekening
van beide kinderen van de familie Hendriks
En daarna was er een volgend hoogtepunt De
koningin verplaatste zich naar het balkon van de
woning om vandaar de bonte stoet van 64 wagens
met modern bouwmateriaal aan zich voorbij te
laten gaan En hoewel de koningin gewend was
aan defils is het de vraag in hoeverre ze van dit
defil gecharmeerd zal zijn geweest In ieder geval
deed ze haar best en wuifde enthousiast de deelnemers
toe Het Nieuwsblad van het Noorden sloot
af met Met een gebaar van schrik snel omslaand
in nieuwsgierigheid en hilariteit reageerde de
vorstin op het fel knallende vuurwerk dat boven
het flatgebouw losbarstte en het eindsignaal betekende
van deze plechtigheid
Na afloop vertrok koningin Juliana via de Hogenkampsweg
naar de Rondweg waarvandaan ze
naar Soestdijk terugreed De overige gasten
keerden met de bus terug naar Odeon Daar was
minister Van Aartsen ten spijt een feest met een
koud buffet een filmvertoning en een speciaal
optreden van Wim Kan Tot negen uur werd dit
feestje gevierd En na afloop klonk er nog muziek
op de Blijmarkt en de Grote Markt
Literatuur
H van der Cammen en L de Klerk Ruimtelijke ordening
Van grachtengordel tot Vinexwijk 2e druk
Utrecht 2006
Zwolse Courant 228 711 en 811 1962
Leeuwarder Courant 911 1962
Nieuwsblad van het Noorden 911 1962
Op het Youtubekanaal van het Oversticht is een fragment
te zien van de plechtigheden bij Hogenkampsweg
139
Erik Hendriks biedt
koningin Juliana een
doosje met waarschijnlijk
Zwolse balletjes
aan Collectie HCO
24 zwols historisch tijdschrift
In 1970 werd het heugelijke feit gevierd van de
vijfentwintigste verjaardag van de bevrijding
van Nederland Reden voor koningin Juliana
om alle provincies te bezoeken om de provinciale
bevrijdingsfeesten mee te maken Zo kon zij haar
medeleven met het Nederlandse volk een belangrijk
aspect van haar functie uiten De tournee
voerde haar op 14 april naar Overijssel Hiervoor
had ze respectievelijk Limburg NoordBrabant
Zeeland en Gelderland al aangedaan In Overijssel
bezocht de koningin drie locaties De dag begon
in Markelo waar Juliana een krans legde bij het
verzetsmonument Vandaar liep de reis naar Holten
waar de Canadese begraafplaats werd bezocht
Het grootste deel van de dag bracht de koningin in
provinciehoofdstad Zwolle door
Grote Kerk en Odeon
Het programma in Zwolle begon vrij voor de hand
liggend Om 1200 uur werd de koningin verwacht
bij de Grote Kerk voor het bijwonen van de provinciale
herdenking van de 25jarige bevrijding
De Zwolse Courant meldde De vorstin arriveerde
ongeveer een kwartier later dan was gepland bij de
Grote Kerk waar ze door een grote schare vooral
jonge Zwollenaren hartelijk werd toegejuicht Bij
de Grote Kerk werd ze ook alweer geheel traditioneel
ontvangen door burgemeester Drijber en
mocht ze het onvermijdelijke boeket bloemen in
ontvangst nemen Dit keer kreeg ze bloemen van
de zesjarige Doutzen Langkamp de kleindochter
van een gevallen verzetsman De herdenking in de
Grote Kerk had als hoogtepunt de rede van ds J
Buskes waarvan gemeld werd dat alle aanwezigen
zeer onder de indruk waren Ook de Commissaris
van de Koningin jhr mr dr OFAH van Nispen
tot Pannerden mocht nog een woordje zeggen
Het programma werd muzikaal omlijst door het
Groot Mannenkoor Zwolle
Na deze plechtigheid liep het gezelschap door
de Luttekestraat naar de Blijmarkt Ook hier weer
veel met name jonge juichende Zwollenaren in
een feestelijk vlaggende stad Op de Blijmarkt
werd men vergast op een optreden van de Canadese
drum en bugelband La Clique Vervolgens
ging men naar Odeon voor een informele bijeenkomst
Hier ontmoette Juliana naast de onvermijdelijke
notabelen van stad en provincie ook
diverse verzetshelden Die waren ter gelegenheid
van de 25jarige bevrijding in Zwolle voor een
renie bijeen
Een stop bij het gebouw Eben Hazer
van de Keiezen
Het bezoek van koningin Juliana in 1970 aan Holtenbroek
Koningin Juliana krijgt
onder het goedkeurend
oog van burgemeester
Drijber bloemen aangeboden
door de zesjarige
Doutzen Langkamp
Zwolse Courant
14 april 1972
Frank Inklaar
zwols historisch tijdschrift 25
Schoolkinderen
Koninklijke bezoeken worden vaak opgevrolijkt
met schoolkinderen Zo ook nu De dag werd
besloten met een bezoek aan het Doefeest In de
veilinghal in Berkum waren zeshonderd scholieren
uit de zesde klas van de lagere school uit heel
Overijssel bijeengebracht voor een creativiteitsspel
Hierin konden de scholieren hun creativiteit
en hun speellust ontdekken zoals dat in het
programma omschreven werd Kostuums maken
met decors werken zelfgemaakte spelen opvoeren
schilderen versieren met allerlei materialen
werken het moest een fontein van creativiteit
worden Het betekende een feestelijk zij het zeer
lawaaiig slot van de Overijsselse bevrijdingsviering
volgens de Zwolse Courant Maar ondanks
het oorverdovende lawaai vermaakte Juliana zich
zeer De koningin werd omstuwd door jongeren
moest over hopen afval stappen bukkend onder
kleurig geverfde zeildoeken door En ze deed het
allemaal met zichtbaar veel plezier en zei na afloop
tegen de artistieke leider van het Doefeest de
heer JP Franssen uit Enschede dat zoiets eigenlijk
iedere week zou moeten gebeuren
Holtenbroek
De dag was eigenlijk een bezoek zoals je dat kunt
verwachten Met een serieus deel voor de herdenking
en met lawaaiige schoolkinderen als een
vrolijke eindnoot Tussen beide onderdelen zat
nog een route die afgelegd moest worden tussen
de Grote Kerk en de veilinghal in Berkum In de
Zwolse Courant valt te lezen Het was de wens
van de Koningin om tijdens de rijtoer iets van de
nieuwbouw in Zwolle te zien waardoor het grootste
deel van deze tocht door de wijk Holtenbroek
loopt En een staartje van de route ging door de
allernieuwste woonwijk Aalanden Daar werd
sinds een paar jaar driftig gebouwd Kom er nu
nog eens voor dat een lid van het koninklijk huis
als speciale wens opgeeft om door Holtenbroek te
mogen rijden Het zegt veel over de status die de
wijk toen had Geen probleem kracht of prachtwijk
maar een toonbeeld van een bloeiende nieuwe
woonwijk het Zwolse antwoord op de strijd
tegen Volksvijand nr 1 de woningnood Een wijk
waarmee de stad Zwolle zich kon presenteren aan
de buitenwereld In 1970 bestond Holtenbroek
ruim tien jaar De eerste paal was op 17 september
1958 door minister Witte van Volkshuisvesting en
Bouwnijverheid geslagen De wijk waarin ruim
14000 mensen woonden was vrijwel voltooid
Een echte Wederopbouwwijk met oorspronkelijk
een kleine 4400 woningen waarvan ruim 80 procent
midden en hoogbouw Zeker in 1970 was het
een wijk met veel gezinnen met kleine kinderen
Verder kende de wijk een doorsnee Zwolse bevolkingsopbouw
En hoewel er hier en daar best wat
kritiek was op al die hoogbouw en rechtlijnigheid
toch was de teneur vooral die van tevredenheid
met een wijk met goede voorzieningen en een
behoorlijk wooncomfort Een wijk met een homogene
bevolking witte gezinnen merendeels met
een redelijk en stijgend inkomen die groeiden
in omvang De homogeniteit uitte zich in een veelgeprezen
saamhorigheid
De Keiese gemeenschap
De route door Holtenbroek was vol met schoolkinderen
die een half uurtje vrij van school hadden
gekregen om te juichen en met vlaggetjes te
zwaaien Juliana zag in Holtenbroek het toonbeeld
van nieuwe woningbouw in Zwolle Maar er was
nog een tweede reden om naar Holtenbroek te
gaan Want Holtenbroek was niet helemaal een
wijk met een homogene witte bevolking Dat uitte
zich in een stop onderweg bij het gebouw Eben
Hazer aan de Lassuslaan De Zwolse Courant
meldde De rondrit door Holtenbroek duurde
langer dan was voorzien omdat de Koningin vrij
lang temidden van de Keiezen bij het gebouw
Eben Hazer vertoefde De vorstin werd door de
in Holtenbroek wonende Keiezen begroet met het
in t Maleisch gezongen Wilhelmus De genoemde
Keiezen waren oorspronkelijke inwoners van de
Keieilanden een eilandengroep in de Molukken
Samen met andere bewoners van de Molukken
bijvoorbeeld van het eiland Ambon waren zij
in 1951 naar Nederland gekomen Zon 12500
Molukkers veelal KNILsoldaten met hun gezinnen
maakten deze reis In Nederland aangekomen
werden ze ondergebracht in woonoorden
Deze huisvesting gescheiden van de Nederlandse
samenleving was bedoeld als tijdelijk Eind jaren
26 zwols historisch tijdschrift
vijftig veranderde het regeringsbeleid Terugkeer
van de Molukkers naar Indonesi werd niet
realistisch geacht en daarom was het tijd om de
Molukkers te laten integreren in de Nederlandse
samenleving Dat zou het best groepsgewijs kunnen
gebeuren Daarom moesten er in dorpen
en steden woonwijken worden gebouwd voor
groepen Molukkers Dat kon in de vorm van een
geheel eigen wijk of als onderdeel van een grotere
nieuwbouwwijk Door te wonen en werken midden
in de Nederlandse samenleving zou er meer
contact met Nederlanders komen In 1960 ontstond
zo de eerste Molukse wijk in Appingedam
In de jaren daarna volgden er nog meer dan zestig
Vaak kwamen de woonwijken in de buurt van de
oude woonoorden soms speelde werkgelegenheid
een doorslaggevende rol in de vestiging van een
wijk
Ook de gemeente Zwolle kreeg een verzoek van
de Rijksoverheid om Molukkers te huisvesten
In 1964 besloot Zwolle veertig Keiese families uit
woonoord Laarbrug bij Ommen op te nemen Ze
werden ondergebracht in de nieuwbouwwijk Holtenbroek
Aangezien d

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2021, Aflevering 1

Door 2021, Aflevering 1, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift 38e jaargang 2021 nummer 1 – 8,50 euro De opkomst van het socialisme in Zwolle Hoe de Stads Armeninrichting de armoede probeerde op te lossen verried dat Henke wel van een grapje hield. Beroemd en misschien ook wel berucht was zijn act met een briefje van tien gulden. Die maakte hij aan een touwtje vast en liet hij vanuit zijn raam aan de Oude Vismarkt naar beneden zakken. Als een voorbijganger het tientje zag liggen en het wilde oppakken, trok Henke het snel naar boven en klonk een bulderend gelach naar beneden. Op een dag dat hij die grap weer eens uithaalde, greep een stel jongens het tientje en ging er snel vandoor. Henke haastte zich naar beneden en ging achter hen aan, maar was natuurlijk te laat. Met zijn sigaar aan de onderlip liep hij vloekend en tierend weer naar huis. Tijdens een dienst in de later afgebroken Michaëlkerk in de Roggenstraat haalde Henke op een keer een briefje van honderd tevoorschijn dat hij boven zijn hoofd hield, van alle kanten bekeek en daarna heel demonstratief en voor iedereen zichtbaar in de collectebus stopte. Maar na de mis wist hij niet hoe snel hij in de sacristie moest komen om zijn briefje van honderd terug te krijgen. Het is lang niet de enige anekdote die oudere Zwollenaren zich nog van ‘de kolde sigare’ weten te herinneren. Bijvoorbeeld zijn gewoonte om soms een jurk aan te trekken en zo gekleed naar zijn werk te gaan waar tot grote hilariteit van iedereen de jurk door zijn collega’s met nietjes aan de vloer werd vast gemaakt. Of de keer dat hij verkleed als Arabier met een soort van sluier voor zijn gezicht, wat een stuk vitrage bleek te zijn, door de Warmoesstraat reed. In die sluier had hij een gaatje gemaakt waardoor zijn sigaar naar buiten stak. Hij werd immers niets voor niets ‘de kolde sigare’ genoemd… zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 3 Inhoud ‘Kleurrijke Zwollenaren’ 2 Steven ten Veen De opkomst van het socialisme in Zwolle Deel 1: Hoe de Stads Armeninrichting de armoede probeerde op te lossen (1815-1848) Jan van de Wetering 4 Oud Nieuws – Juffrouw Hermance: minnares van het boek Kiekès Agterom 31 De Romaanse voorganger van de huidige Sint Michaëlskerk Michael Klomp 38 Eli Heimans en de Zwolse kievitsbloemen Jan van de Wetering 44 Igor Cornelissen was nog lang niet klaar met schrijven Steven ten Veen 47 Een voetbalinterland in 1899 aan de Veerallee Wim Coster 50 Van de website Gerrit Barbé en Sanne van Zanten 54 In memoriam Albert Mensema 56 Auteurs 57 Redactioneel Een modieus zelfsturend team van oude en nieuwe redactieleden van ons tijdschrift neemt na het afscheid van Annèt Bootsma en Wim Huijsmans de fakkel over. De vaste rubriek ‘Suikerhistorie’ is vervangen door ‘Kleurrijke Zwollenaren’. Als eerste in de reeks vertelt Steven ten Veen over Hendrik Burgman, ook wel bekend als ‘De kolde sigare’. Jan van de Wetering is bezig met een serie artikelen over de opkomst van het socialisme in Zwolle. De eerste aflevering gaat over de Stads Armeninrichting van Zwolle in de periode 1815-1848. De armoede, rechteloosheid en bevoogding in deze tijd vormen samen de voedingsbodem van het latere socialisme. Kiekès Achterom neemt ons terug naar 1918 voor een geanimeerd gesprek met juffrouw Hermance, de eerste directrice van de Openbare Bibliotheeek in Zwolle. Michael Klomp, stadsarcheoloog van Zwolle, doet verslag van zijn ontdekking van een eeuwenoud overblijfsel uit de hoge Middeleeuwen: een deel van een muur van de oorspronkelijke romaanse kerk, die zich binnen de Sint Michaëlskerk bevindt. Wie in voorjaarsstemming wil komen kan het artikel lezen van Zwollenaar Eli Heimans (1861- 1914) over kievitsbloemen in het Wezenland in 1897. Bijna even oud is het artikel dat Wim Coster tegenkwam in de Zwolsche Courant met een amusant verslag van de interland voetbalwedstrijd Nederland – Engeland (1899). Gerrit Barbé en Sanne van Zanten praten u bij over de website van onze vereniging. In dit nummer besteden we verder aandacht aan twee overlijdensgevallen. Steven ten Veen herdenkt het bijzondere leven van schrijver en levenskunstenaar Igor Cornelissen. Johan Seekles heeft een in memoriam geschreven naar aanleiding van het overlijden van Albert Mensema, bekend oudmedewerker van Historisch Centrum Overijssel. 2 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift De kolde sigare ‘De kolde sigare’ werd hij genoemd, Hendrikus Johannes Maria Burgman (1918-1987) die geboren werd in de Hofstraat in de Dieze en later op de eerste etage van een schoenenwinkel aan de Oude Vismarkt woonde. Henke had altijd een dikke gematteerde sigaar in zijn mond, brandend of niet brandend. Het was het handelsmerk van de ongetrouwde huisschilder die op zijn brommertje door Zwolle reed. Zijn olijke, bijna clowneske gezicht ‘Kleurrijke Zwollenaren’ Zwolle heeft veel kleurrijke figuren gekend die een onmisbare plaats in het dagelijks leven van de stad speelden en bij vrijwel iedereen bekendheid genoten. In een nieuwe rubriek, als opvolger van de suikerzakjes, stellen wij ze aan u voor. De foto’s komen uit het archief van P.L. Keuzekamp en de kennis is verzameld door Jan Bouwmeester. Wie leuke anekdotes, foto’s of andere informatie heeft over personen zoals de man waarmee deze rubriek van start gaat, kan die doorgeven naar ons redactieadres. Steven ten Veen Rangen en standen Waar te beginnen met dit verhaal over de opkomst van het socialisme in Zwolle? Met de oprichting van de Algemeene Zwolsche Werkliedenvereeniging op 1 november 1874 misschien? Het was een van de eerste pogingen de krachten van arbeiders te bundelen, maar van grote invloed zou de vereniging niet zijn. Dan ligt de befaamde bijeenkomst op zondag 26 augustus 1894 meer voor de hand. Die dag werd in ‘danslokaal’ de Atlas de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht. Twee Zwollenaren, Helmich 4 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 5 De opkomst van het socialisme in Zwolle Deel 1: Hoe de Stads Armeninrichting de armoede probeerde op te lossen (1815-1848) Zwolle, Blijmarkt, maandag, 19 juli 1830, kwart voor acht. De dagelijkse klompenparade is in volle gang. Uit alle straten en stegen van Zwolle komen kinderen aangelopen, de kleinsten hand in hand met hun moeder of grotere broer en zus. Om acht uur gaat het eenvoudige houten gebouw van de Stads Armeninrichting open. Op het voorplein van de inrichting gaan de kinderen uit elkaar, de kleinsten naar de twee jaar eerder ‘aangetimmerde’ bewaarschool, de grotere kinderen naar de leerscholen op de tweede verdieping en een ander deel naar de werkplaatsen van de ‘Kousenfabriek’ in het oudste deel van het gebouwencomplex, het Renovatum. Er hangt opwinding in de lucht: vandaag komt Zijne Majesteit, koning Willem (I) op bezoek. De onderwijzers en onderwijzeressen bereiden hun klas alvast voor op het koninklijk bezoek: zit rechtop, wees stil en ga door met wat je altijd doet, alsof het een gewone dag is. Voor de gelegenheid is nog even een liedje ingestudeerd uit de bundel Volksliederen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen: ‘Hoe sober ook de spijze zij, ze smaakt den werkman goed, daar de alleredelste lekkernij geen rijkaarts tong voldoet.’ De les kon beginnen. Het was een bijzondere dag, het was een gewone dag.1 van der Vegt en Louis Cohen waren er nauw bij betrokken. Samen met tien andere socialisten uit alle windstreken, waaronder Pieter Jelles Troelstra, zouden zij al gauw de geuzennaam ‘De twaalf apostelen’ verwerven. De oprichting van de nieuwe partij markeerde de breuk met de Sociaal- Democratische Bond (SDB), die bleef streven naar een rechtvaardiger maatschappij door middel van revolutie. De SDAP wilde gaan proberen langs de parlementaire weg de socialistische doelstellingen te verwezenlijken. De twaalf apostelen hadden die zondag hun twijfels over de goede afloop, nu ze van hun vrienden van de SDB vijanden hadden gemaakt. Maar de nieuwe partij zou in de jaren die volgden een geweldig succes worden. De socialisten waren in amper twintig jaar tijd – in Zwolle pakweg tussen 1874 en 1894 – een politieke factor geworden om rekening mee te houden. Hoe is deze snelle opkomst van het socialisme, bijna vanuit het niets, te verklaren? Daarvoor gaan we terug naar de jaren dat arbeiders nog niet georganiseerd waren in partijen of verenigingen. Niet dat ze toen tevreden waren met hun lot, verre van dat, maar het was ondenkbaar dat daar ooit verandering in zou komen. Even leek het erop, met het credo ‘vrijheid, gelijkheid, broe- Koning Willem I met zijn hand op de grondwet van 1815. (Uit: Geheugen van Nederland). derschap’ van de Franse Revolutie en de daaropvolgende Napoleontische periode, maar die woorden zouden een loze belofte blijken te zijn. Na de Restauratie van 1815 waren al onze landgenoten weer terug in hun eigen stand. De maatschappij was in drie standen (of ‘klassen’) verdeeld: de hoogste stand (de adel en de notabelen), de middenstand (zelfstandige burgers en boeren) en de laagste stand, de arbeiders, soms ook wel ‘het volk’ genoemd. In percentages telde de hoogste stand ongeveer 5 procent van de bevolking, de middenstand ongeveer 45 procent en de resterende werkende stand 50 procent. Die drie standen speelden in de negentiende eeuw een belangrijke rol. Er was een duidelijke ordening van hoog naar laag, waarbij iedereen zijn eigen plaats kende. Elk kind, uit welk milieu ook, kreeg dat van jongs af aan ingeprent. Moeilijk te begrijpen was het niet, want elke stand was herkenbaar aan zijn kleding, taalgebruik en manieren. Zo liepen bijvoorbeeld de kinderen uit de eerste en tweede stand op schoenen, de meeste arbeiderskinderen op klompen. Het standsverschil zat diep. Een gehuwde vrouw uit het volk was een juffrouw, geen mevrouw. De treinen en de wachtkamers op de stations waren nog tot het begin van de twintigste eeuw verdeeld in een eerste, tweede en derde klasse. De voedingsbodem Het meest bepalende onderscheid tussen de drie standen waren de erbarmelijke levensomstandigheden van de derde stand en daar zou nog heel lang geen verandering in komen. Helmich van der Vegt vatte in zijn memoires samen hoe het er in Zwolle ten tijde van de oprichting van de SDAP aan toeging: ‘In de achterbuurten heerschten verschrikkelijke toestanden: lage loonen, ellendige krotten, lange werktijden, onmenschelijke behandeling.2 Waarom kwamen de arbeiders pas in de jaren zeventig tegen hun lot in opstand? Er was immers ‘geen tragischer lot denkbaar dan dat der arbeidersklasse vóór het bestaan der arbeidersbeweging’, zoals één van de twaalf apostelen, SDAP-voorman Willem Vliegen, het formuleerde. 3 Maar hoe tragisch dat lot ook was, pas in de modern-kapitalistische tijd, na de industriële Spotprent ‘de drie standen’ uit de tijd van de Franse Revolutie Nog gewend aan de drie middeleeuwse standen van de geestelijkheid (die inmiddels was weggevallen), de adel en de derde stand, bestaande uit burgers en boeren, onderscheidden de negentiende-eeuwers nog een tot dan toe ongenoemde stand, die van het werkvolk. Dat werkvolk – de arbeiders dus – werd dan ook vaak als ‘de vierde stand’ aangeduid, terwijl het feitelijk gezien de derde stand was geworden. Jan van de Wetering 6 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 7 revolutie, ontstond een arbeidersklasse die zich ook als klasse voelde en zich ging afzetten tegen de klasse waartoe de ondernemers behoorden. Dat had te maken met het karakter van de arbeiders vóór de jaren zeventig van de negentiende eeuw, zoals treffend wordt uitgedrukt door I.J. Brugmans in zijn destijds baanbrekende werk De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw: ‘Beschouwen wij (…) de persoonlijkheid van den arbeider in haar geheel, dan zien wij iemand voor ons, die zich in zijn armoedige bestaan in doffe berusting schikt; wien de lichamelijke en geestelijke kracht ontbreekt om zich op te werken; wiens ontwikkeling te gering is om zelfs aan de mogelijkheid van lotsverbetering te denken; in het algemeen: iemand die nog volslagen onmondig was.’ Tijdens de in dit artikel besproken periode (1815- 1848) begon de haast onzichtbare transitie van onmondige werklieden naar strijdbare arbeiders aan het eind van de negentiende eeuw. Er deden zich ontwikkelingen voor die het zaad plantten waaruit het socialisme uiteindelijk is voortgekomen. Het waren ontwikkelingen ‘die onze kracht ontwaken deed’ en zouden leiden tot ‘de dageraad der volksbevrijding’, zoals Willem Vliegen zijn twee omvangrijke delen over de geschiedenis van de SDAP noemde.4 De eerste belangrijke ontwikkeling waren de verslechterende levensomstandigheden voor de arbeiders gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw. De steden groeiden razendsnel, ook in Zwolle: van 12.220 inwoners in 1797 tot 20.408 in 1870, terwijl het aanbod van werk gelijk bleef omdat Zwolle niet of nauwelijks meeging in de industrialisatie. Het gevolg was dat de armoede groter was dan ooit tevoren. In diezelfde periode, vanaf het begin van het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815, gingen representanten van de twee hogere standen ingrijpen in het leven van de arbeiders. Het armoedeprobleem kwam hoog op de politieke agenda te staan. Over de oplossing liepen de meningsverschillen hoog op. Eén oplossing kreeg in Zwolle de overhand: wie niet werkt zal niet eten. Achtergrond was dat de bedeling door kerkelijke en particuliere armenkassen zo langzamerhand onbetaalbaar werd. Wie de publicaties over dit onderwerp uit die tijd leest, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de gegoede burgerij zich meer bekommerde om de impact van de armoede op de stad en de armenkassen dan om de armen zelf. De bevoogding van de arbeiders moet langzaam maar zeker kwaad bloed hebben gezet. Een voorbeeld: wie in Zwolle als ‘arme’ geregistreerd was, moest bij een verhuizing binnen de stad eerst toestemming hebben van de wijk waarheen hij wilde gaan wonen. Een andere ontwikkeling was er dat in de eerste helft van de negentiende eeuw kosteloze scholen voor arbeiders werden opgericht. Het beestje werd onbekommerd bij de naam genoemd: armenscholen. Die scholen waren een ware doorbraak in de volksontwikkeling: de ‘gewone’ scholen waren onbetaalbaar voor gezinnen die in structurele armoede leefden, in Zwolle tussen de 10 en 25 procent van de bevolking. Het gevolg was dat hele generaties arbeiderskinderen gealfabetiseerd werden en dat hun ontwikkeling steeg. Toen de eerste socialisten in de jaren zeventig actie gingen voeren, bijvoorbeeld door eigen bladen en vlugschriften, was een groot deel van hun doelgroep inmiddels in staat daar kennis van te nemen. Groeiende werkloosheid, armoede en bevoogding door de hogere standen zijn te zien als de voedingsbodem van het latere socialisme. Het kosteloos onderwijs zorgde jaren later, onbedoeld, voor het gereedschap om uit de ellende te komen. Al deze ontwikkelingen komen tezamen in de opmerkelijke geschiedenis van de Stads Armeninrichting van Zwolle. De ouders en grootouders van Helmich van der Vegt, onze in Zwolle geboren twaalfde apostel, zullen hem gevoed hebben met hun herinneringen aan deze inrichting. De verheffing van het volk Eerst en vooral was er de armoede. Over de omvang ervan bestond geen twijfel: meer dan een kwart van de bevolking was deels of geheel afhankelijk van bedeling door kerken en particuliere instellingen. Eeuwenlang werd het bestrijden van armoede, indachtig de zeven werken van barmhartigheid van het christendom, gezien als een morele verplichting. Voor het eerst ontstond een fundamentele discussie over armenzorg. De liberalen – het meest verlichte deel van de hogere standen – vonden dat een staat niet echt welvarend genoemd kon worden zolang een groot deel van de bevolking in armoede leefde. Armoede veranderde van een morele plicht in een staathuishoudkundige uitdaging. Een soort maakbare samenleving dus, hoewel die uitdrukking toen nog niet bestond. De liberalen sloegen daarbij twee wegen in. In de eerste plaats wilden ze ‘de nationale welvaart’ verbeteren, zonder daarbij het (kapitalistische) economisch stelsel te veranderen. Onder andere door industrialisatie, grote werkgelegenheidsprojecten van de overheid, zoals het aanleggen van kanalen, het verbeteren van wegen en de ontginning van de woeste gronden, zou een vrije, open maatschappij ontstaan met verantwoordelijke en nuttige burgers, nadrukkelijk met inbegrip van ‘brave, oppassende werklieden.’ Meer welvaart was meer werk en dus minder armoede was de gedachte. In de tweede plaats moest de bestaande armenzorg op de schop. De idee was dat er velen waren die wel kónden werken, maar niet wílden werken. Het ergst van allemaal waren de bedelaars, die stad en platteland afstruinden om geld en eten. Er ontstond in brede kringen een communis opinio: wie bedeling wilde moest daarvoor werken. Dat werd dan ook vastgelegd in de Frans georiënteerde grondwet van 1798, die aangaf dat de staat de ‘nijveren’ arbeid behoort te verschaffen en de ‘onvermogenden’ (de mensen die niet in staat waren te werken) onderstand. ‘Moedwillige lediggangers’ daarentegen, zoals de bedelaars, hadden geen enkel recht op steun. De in 1784 opgerichte Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (hierna ’t Nut) ging met deze ideeën aan de slag, ook de vijf jaar later opgerichte afdeling in Zwolle.5 Het doel was het volk te ‘verheffen’ door beter onderwijs en een betere opvoeding. De verbetering van het onderwijs was meer dan nodig. De scholen waren vaak erbarmelijk slecht: onopgeleide schoolmeesters, overvolle klassen met alle leeftijdsgroepen door elkaar, verouderde leerboeken en een Twee arbeiders, J.J. Aarts. (Collectie Rijksmuseum). De Armenkamer zat in een verdwenen pand tussen het Reventer en de Bethlehemskerk. (Collectie HCO). De bedelares. (Tekening Tjerk Bottema in de Notenkraker 1910, nr. 6). 8 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 9 pedagogische aanpak die gebaseerd was op angst en straf. Voor de werklieden was het probleem nog groter: veel arbeidersgezinnen konden het schoolgeld niet betalen, zodat hun kinderen geen enkel onderwijs genoten. Gingen de kinderen wel naar school, dan haalden hun ouders ze er vaak voortijdig af, omdat ze mee moesten helpen de kost te verdienen. Ook de armenzorg had de aandacht van de Zwolse afdeling van ’t Nut. Een Commissie van Onderstand zorgde omstreeks 1800 voor werk (spinnen en breien voor een daartoe opgerichte kousenfabriek) en bovendien voor ondersteuning in natura: soep uit de soepkokerij in het Fraterhuis, kleding en turf, met als doel dat de Zwolse armen ‘niet door honger verteerd, noch door koude verkleumd werden.’6 Het project mislukte al na twee jaar, maar in de opzet zijn duidelijk de contouren te zien van de bijna twintig jaar later opgerichte Armeninrichting, die in dit artikel centraal staat. Als je voor een dubbeltje geboren bent Ondertussen waren de Zwolse arbeiders ondanks de inspanningen van ’t Nut de wanhoop nabij. Ze dachten niet aan verheffing of aan onderwijs, het ging hen om het leven van alledag: eten, kleding en turf voor de kachel. Armoede was de daagse realiteit. Het is een navrante constatering dat de woorden ‘arme’ en ‘arbeider’ in teksten uit die tijd vaak synoniem waren. De ouders en grootouders van de latere socialisten waren opgegroeid met de gedachte dat er nooit verandering zou komen in de bestaande orde. Een fatalistisch denkbeeld, dat muurvast in het collectieve arbeidersgeheugen zat. De onder het volk geliefde cabaretier en volkszanger Louis Davids maakte nog in 1935 furore met zijn lied ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, bereik je nooit een kwartje’. In de eerste helft van de negentiende eeuw hadden de arbeiders zich nog niet georganiseerd, niet in vakverenigingen en al helemaal niet in politieke partijen, want die waren er toen nog niet. 7 Pas op 13 juli 1849 verscheen voor de eerste keer het woord ‘socialist’ in de kolommen van de Zwolsche Courant met de quote ‘De heillooze leerstellingen der socialisten, dragende op iedere bladzijde het stempel van Godsverzaking, kweekt (…) in het hart niet dan afgunst, eigenbaat en woonhoop!’ De toon voor de komende jaren was gezet. Een bevlogen stadssecretaris Het was in de jaren onder het bestuur van burgemeester Arnoldus Vos de Wael (1787-1859) dat Zwolle ernst begon te maken met het armoedeprobleem en dus ook met de benarde levensomstandigheden van de arbeiders in de stad. Vos de Wael, de eerste burgemeester van Zwolle na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815, had een zekere affiniteit voor het liberale gedachtengoed, zoals bleek in 1848 toen hij voor de grondwet van Thorbecke stemde. Ook was hij met zijn college de initiator van de sloop van de bolwerken uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, wat ruimte bood voor ‘verfraaijing van de stad’ door het aanleggen van parken en ‘wandelingen’ (met bomen omzoomde wandelpaden). Belangrijker voor de hier vertelde geschiedenis is dat hij de ideeën van zijn stadssecretaris Gerrit Luttenberg (1793-1847) over de armoedebestrijding ondersteunde. De in Zwolle geboren Gerrit Luttenberg kwam uit een onbemiddeld gezin en had dan ook geen hoger onderwijs genoten. Maar hij was het schoolvoorbeeld van een autodidact, al kreeg hij daarbij hulp van de in Zwolle hoog aangeschreven Jan Ter Pelkwijk. Hij leerde meerdere talen en raakte thuis in kwesties van wetgeving en staathuishoudkunde (een vorm van economie). Niet alleen zijn kennis vermeerderde, maar ook zijn verzameling juridische geschriften. In 1841 begon hij met de periodieke publicatie van zijn Chronologische Verzameling der wetten, besluiten, arresten enz. betrekkelijk het openbaar bestuur in de Nederlanden sedert de herstelde orde van zaken in 1813. Dit voorzag in een behoefte omdat het raadplegen van wetten of regelingen voor negentiende- eeuwse juristen niet eenvoudig was. 8 De ontwikkeling van Luttenberg tot een erudiet man bleef niet onopgemerkt. In 1832 werd hij aangesteld als stadssecretaris en daarmee vaste steun en toeverlaat van burgemeester Vos de Wael. In 1839 werd hij bovendien benoemd tot procureur bij het provinciaal gerechtshof in Overijssel en de arrondissementsrechtbank te Zwolle. Maar naast zijn juridische activiteiten was er meer wat zijn belangstelling had: het armoedeprobleem. Mogelijk had dat te maken met zijn eenvoudige afkomst: hij wist waarover hij het had. De Stads Armeninrichting Het begon allemaal op 14 juli 1820, toen vier Zwolse notabelen – P.L. den Beer, P, van Hoboken, T.E.F. Heerkens, Ant. Assz. Doyer – én de 27-jarige Gerrit Luttenberg, een advertentie in de liberale Overijsselsche Courant lieten plaatsen waarin ze hun stadsgenoten opriepen om bij te dragen aan de oprichting van een inrichting die de nood van armen kon verlichten en de bedelarij bestrijden. De oprichters, allen lid van ’t Nut, waren geschrokken van berichten over kinderen die nauwelijks kleren hadden ‘om hunne naaktheid te bedekken’ en dat het aantal Zwolse bedeelden was opgelopen tot ruim twintig procent van de bevolking. Een jaar later, op 8 juli 1821, werd de Stads Armeninrigting opgericht met als doel ‘De verbetering en opbeuring van den stand der armen en behoeftigen, door middel van het verleenen van arbeid en onderwijs.’ Het bleek te gaan om een school- en werkinrichting voor kinderen en volwassenen (merendeels vrouwen). Het was de bedoeling dat wie voor bedeling in aanmerking wilde komen daarvoor moest werken en dan niet alleen volwassenen, maar ook kinderen tussen de zes en twaalf jaar. De inrichting kreeg de beschikking over een voormalige kazerne aan de Blijmarkt (het Renovatum genaamd) op de plaats waar tegenwoordig museum de Fundatie is gevestigd. Aan de start van de inrichting ging een hele publiciteitscampagne vooraf. De Zwollenaren werden in de kranten opgeroepen geen geld meer te geven aan bedelaars, maar dat geld beschikbaar te stellen aan de Armeninrichting. De wijkmeesters – Zwolle Burgemeester A.J. Vos de Wael. (Collectie HCO). Gerrit Luttenberg (internet). Gerechtsgebouw aan de Blijmarkt, circa 1850. Op deze plek stond tot 1839 de Stads Armeninrichting. (Litho W. Hekking, collectie Erfgoed Zwolle). 10 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 11 was verdeeld in zeven, later twaalf wijken – kregen opdracht werklozen op te sporen en naar de Armeninrichting te sturen. Weliswaar op vrijwillige basis, maar voor de armen was het bij gebrek aan werk of geldgebrek kiezen of delen: óf volstaan met de zuinige giften van de armenkassen óf zich melden bij de Armeninrichting. Aanvankelijk keken de Zwolse arbeiders de kat uit de boom, het voordeel van de inrichting moest zich eerst maar eens bewijzen. De eerste vijf jaar werkten ongeveer 250 volwassenen voor de werkinrichting; de aanmelding van de kinderen ging moeizaam: pas toen de inrichting gratis broodjes uitdeelde, meldden zich vijftig kinderen voor de leer- en werkscholen.9 Het overgrote deel van de kinderen uit arme gezinnen bleef in deze jaren dus verstoken van onderwijs omdat hun ouders het schoolgeld van de gewone scholen niet konden betalen. De wollenkousenfabriek De Armeninrichting was een samenwerkingsverband aangegaan met de gemeente, die een jaarlijkse subsidie verstrekte, en de Zwolse ondernemer Antonie Cierenberg, die in de Papenstraat een ‘Fabrijk van Saaijetten- en Saaijetten Wollen Kousen’ had. Het werk bestond uit spinnen van sajet en het breien van kousen. Daar was voor gekozen omdat dat werk was waarin veel huisvrouwen al geoefend waren. Bovendien konden die het werk doen naast hun huishoudelijk werk. De vrouwen kregen de materialen thuisbezorgd, zodat de productie grotendeels een vorm van huisarbeid was. De beloning was minimaal: gemiddeld verdienden ze er tussen de een en twee gulden per maand mee, terwijl een gezin minimaal twintig gulden per maand nodig had voor de meest elementaire levensbehoeften.10 Het geld wat in de Armeninrichting verdiend kon worden, was dus slechts een aanvulling van het gezinsinkomen. Toch waren de bijverdiensten blijkbaar erg welkom: in 1828 was het aantal thuiswerkers al gestegen tot 780. 11 De kinderen werkten ook voor de wollenkousenfabriek van Cierenberg. Niet thuis, maar in de werkscholen van de inrichting aan de Blijmarkt zelf. Om te beginnen moesten ze het vak leren. Voor de jongens was er een spinschool, voor de meisjes een breischool en een naaischool. Om voor wat afwisseling te zorgen, konden de jongens (vanaf 1827) in de mattenmakerij van de inrichting werken. Belangrijk was de ‘school voor praktikale meetkunde’. Die was bestemd voor wat oudere jongens die al een ambacht uitoefenden, bijvoorbeeld als timmerman, metselaar of loodgieter. Deze opleiding is te zien als de Zwolse voorloper van de latere ambachtsschool. Het waren pittige dagen voor de kinderen. Eerst moesten ze ‘s morgens en ’s middags leren en werken op de spin- en brei- en naaischolen, daarna kregen ze van ’s avonds onderwijs in lezen, schrijven, rekenen en zingen. Ondanks dit stevige programma sloeg de formule van afwisselend leren en werken enorm aan. In 1828 telde de Stads Armeninrichting al 342 lerende en werkende kinderen. 12 Kinderarbeid stond in de jaren twintig van de negentiende eeuw nog nauwelijks ter discussie. Zelfs de ouders waren er niet op tegen, want de verdiensten van de kinderen waren een maar al te welkome aanvulling op het gezinsinkomen. Pas door het ‘kinderwetje’ van minister Van Houten uit 1874 werd kinderarbeid in fabrieken en werkplaatsen onder de twaalf jaar verboden en nachtwerk onder de veertien jaar. De beloning voor hun werk werd ’s zaterdags aan de ouders uitbetaald. De gedachte achter dit onderwijs was dat de kinderen nadat ze de school hadden verlaten makkelijker een ambacht (voor de jongens) of een dienst (voor de meisjes) konden krijgen. De stad was trots op zijn leer- en werkinrichting en liet dat merken ook. Aan het eind van elk kalenderjaar was er, meestal in de Bethlehemkerk, een feestelijk openbaar examen, waarbij de kinderen lieten zien wat ze allemaal geleerd hadden. Daar waren naast het bestuur van ’t Nut ook burgemeester Vos de Wael en zijn wethouders bij aanwezig en zelfs de Gouverneur van Overijssel, die na afloop de prijzen aan de beste leerlingen uitreikte. Bovendien kwamen verheugend veel ouders opdagen, merkte het bestuur van de inrichting op. De kinderen van de leerscholen kregen na een proeve van bekwaamheid boekwerkjes cadeau en die van de werkscholen kledingstukken. Ook werden ze na afloop soms onthaald op bier en brood.13 Een bevlogen onderwijzer Inmiddels had Gerrit Luttenberg de gerenommeerde onderwijzer Jan Ter Pelkwijk (1769-1834) zo ver weten te krijgen leiding te geven aan het onderwijs van de Armeninrichting. Waar Gerrit Luttenberg het schoolvoorbeeld van een autodidact was, was Jan ter Pelkwijk een erudiet, die zijn kennis op de bij zijn milieu gebruikelijke wijze had verworven. Hij was in 1769 in Heino geboren als zoon van een predikant, volgde de Franse school te Barneveld, de Latijnse school in Zwolle en het Atheneum in Deventer, om zijn studie te voltooien aan de universiteit van Harderwijk, waar hij promoveerde tot meester in de vrije kunsten en doctor in de rechten en filosofie. In de tijd van de Bataafse revolutie koos hij de kant van de patriotten. Mede omdat hij de Franse taal goed Meisje leert haar zusje breien, P.J. Arendsen. (Collectie Rijksmuseum). Lofdicht De inrichting kreeg steeds meer lof toegezwaaid. In 1827 plaatste de Overijsselsche Courant14 een lofdicht (van een anonieme dichter) op de Stads Armeninrichting, waarin nog wel even fijntjes werd opgemerkt dat werken loont en luiheid niet: Jan ter Pelkwijk. (Collectie Rijksmuseum). 12 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 13 beheerste, bekleedde hij in die tijd tal van belangrijke functies, zoals die van griffier der Staten Generaal van Overijssel. Zijn naam was gemaakt en hij kreeg aanstellingen bij bijvoorbeeld de Provinciale Rekenkamer en de Provinciale Raad van Financiën. In het landelijk bestuur bracht hij het tot buitengewoon lid van de Staatsraad (de latere Raad van State). Tussen zijn politieke bezigheden door ontwikkelde hij zich tot een deskundige op onderwijskundig gebied. Hij gaf huisonderwijs aan leerlingen met bijzondere talenten, waaronder zijn stadsgenoten Luttenberg en Johan Rudolf Thorbecke. Hij schreef een aantal boeken voor het onderwijs, zoals de Handleiding tot het herleiden der oude maten en gewigten in Overijssel tot de Nederlandsche (1822) en de Handelwijs om al de regelen der rekenkunde op te lossen door het gebruik van één enkelen algemene regel (1834). In 1816 richtte Ter Pelkwijk namens de Zwolse afdeling van ’t Nut een school op die voldeed aan de nieuwste onderwijskundige inzichten. De school moest al gauw stoppen omdat het schoolgeld een te hoge drempel voor arbeidersgezinnen was. Daarom deed hij een tweede poging, ditmaal bij de Stads Armeninrichting. Luttenberg en Ter Pelkwijk zouden een nauwe samenwerking aangaan en zo ontstond een succesvol team: Gerrit Luttenberg als organisator van de Armeninrichting als oplossing voor het armoedeprobleem en Jan Ter Pelkwijk voor de verbetering van het onderwijs aan arbeiderskinderen.15 Een nieuw soort onderwijs Luttenberg noemde Ter Pelkwijk de vader van de Armeninrichting. Hij kende alle leerlingen bij naam, bezocht de school bijna dagelijks, gaf zelf les en zorgde voor de opleiding van toekomstige onderwijzers (mannen en vrouwen). Hij richtte het onderwijsprogramma in naar de opvattingen van de Zwitserse onderwijshervormer Pestalozzi (1746-1827), die voorstander was van aanschouwelijk onderwijs en naast kennis veel aandacht had voor gevoel en motivatie. Als snel na de komst van Ter Pelkwijk was het aantal leerlingen van de Armeninrichting zo snel gestegen dat een dependance van de leerschool werd geopend aan de Nieuwe Haven, hoek Kalverstraat (1826). Ook op deze School voor de kinderen der Armen en Minvermogenden, in de volksmond ‘de Armenschool’ genoemd, werd kosteloos onderwijs gegeven.16 In zijn voordracht ter gelegenheid van de opening van de Armenschool wees Ter Pelkwijk erop dat kinderen nog niet zo lang geleden werden toevertrouwd aan onkundige onderwijzers, die de kinderen bovendien ‘met eene gestrengheid behandelden, welke hen verbitterde, met haat tegen den onderwijzer vervulde en hun eenen afkeer van de school en het onderwijs deed opvatten. Deze toestand was waarlijk ongelukkig, vooral voor de lagere klassen der Maatschappij.’ Voor alle zekerheid had het bestuur van de Armeninrichting in haar reglementen laten opnemen dat de kinderen met de meest mogelijke zachtheid behandeld moesten worden ‘en meer door vermaningen en belooningen dan door straffen zoekt (…) aan te sporen.’17 De arbeiderskinderen waren op de armenscholen beter af dan op de reguliere Zwolse scholen voor lager onderwijs. Op ‘gewone’ scholen werd vaak op ze neergekeken omdat ze afweken van de kinderen uit de midden en hoge klasse: ze waren armoedig gekleed, liepen bij geldgebrek op blote voeten en konden stinken door gebrek aan hygiëne. Bovendien waren er volgens Ter Pelkwijk nogal wat mensen ‘die de lagere volksklassen gaarne geheel in domheid en bijgeloof zouden verzonken zien. Die schijnen te wanen dat de Godheid het grootste deel des menschdoms enkel tot een weinig boven het redelooze vee verhevene lastdieren geschapen heeft (…). ’ Problematisch was ook dat de kinderen van arbeiders en boeren alleen Zwols spraken en geen Nederlands. In het eerste jaar moesten ze daarom eerst spraakoefeningen doen.18 De bewaarschool voor minvermogenden Door de komst van Jan Ter Pelkwijk kwam de Stads Armeninrichting tot grote bloei. Het aantal leerlingen steeg tussen 1826 en 1834 van 248 naar 857. Het bestuur van de inrichting merkte op dat inmiddels ‘al de kinderen der armen van het schoolonderwijs geregeld gebruik maken’. Dat was wat overdreven, maar het succes was onmiskenbaar. De leer- en werkscholen telden dat laatste jaar vijftien leerkrachten, naast de echtgenoten van de bestuursleden, die naailessen gaven. Met de komst van Ter Pelkwijk sloeg het onderwijs in de Armeninrichting geheel nieuwe wegen in. In oktober 1828 werd in Zwolle de eerste bewaarschool van de noordelijke Nederlanden opgericht: ‘De wel-ingerigte kleine-kinderschool voor behoeftigen’. Hij had het idee opgedaan in Brussel, waar een paar jaar eerder een bewaarschool naar het model van Pestalozzi ( de voorganger van Fröbel) was opgericht. De Zwolse bewaarschool was voor kinderen van twee tot zes jaar. En dat was volgens het bestuur van de Armeninrichting vooral nuttig voor de behoeftige klasse, omdat de moeders nu de handen vrij hadden om wat geld te verdienen, bij voorkeur bij de kousenfabriek van de inrichting natuurlijk. Het stadsbestuur was blij met de bewaarschool omdat deze als voorbeeld kon dienen voor de 39 particuliere ‘matressenscholen’ in de stad. Daar werd toezicht gehouden door oudere vrouwen, ‘matressen’, zonder enige onderwijskundige kennis. Les gaven ze niet; ze hadden de handen vol aan het houden van orde in een benauwde, overvolle kamer.19 De triomf bereikte zijn hoogtepunt op 19 juli 1830 toen koning Willem I zich verwaardigde een bezoek te brengen aan de Armeninrichting: J.H. Pestalozzi, 1746- 1827, C.W. Mieling. (Collectie Rijksmuseum). Onderwijzer voor de klas, Willem Steelink, (collectie Rijksmuseum). Matressenschooltje circa 1800. (Uit: Geheugen van Nederland). 14 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 15 ‘Zijne Majesteit bezigtigde, met blijkbare tevredenheid, de onderscheidene scholen enz., zag en hoorde met welgevallen eenige proeven van de wijze waarop de kinderen, ook zelfs die der school van de zoodanige beneden de zes jaren, werden onderwezen en onderhield zich daarover in het bijzonder met den heer Burgemeester en den heer mr. J. ter Pelkwijk, welke laatste mede zoo bijzonder veel aan den bloei der inrigting toebrengt. Er bevonden zich als toen in de onderscheidene lokalen der Inrigting ongeveer 500 kinderen die allen over ‘s Konings minzaamheid en de eer welke hun door Zijne Majesteit werd aangedaan, opgetoogen waren.’ 20 Twee jaar later benoemde de koning Gerrit Luttenberg tot gemeentesecretaris van Zwolle en dat terwijl hij als laatste op de voordracht van het gemeentebestuur stond. De inspanningen van Luttenberg voor de Armeninrichting waren de koning blijkbaar niet ontgaan.21 Een nieuw gebouw voor de Armeninrichting In de jaren na het koninklijk bezoek werd het gebouw van de Armeninrichting door het toenemend aantal leerlingen te klein. Door tal van ‘aantimmeringen’ en renovaties werd het krakkemikkige gebouw eerst nog zo goed mogelijk bruikbaar gehouden. Maar eind 1838 kondigde Luttenberg aan dat er een nieuwe huisvesting zou komen op de oude wal van de Genverberg (bij het tegenwoordige Kerkbrugje), waar voorheen een militaire manege had gestaan. Het gebouw aan de Blijmarkt werd afgebroken om plaats te maken voor het monumentale gebouw van het provinciaal Gerechtshof. Architect B. Looman uit Deventer kreeg opdracht een nieuw gebouw voor de Armeninrichting te ontwerpen. Het werd twee verdiepingen hoog, 24 meter lang en 9 meter breed. De voorzijde, met de ingang, keek uit op de stadsgracht.22 Luttenberg kon zijn trots nauwelijks onderdrukken: ‘Het [gebouw] staat alzoo dáár als een blijvend gedenkteeken van den vooruitgang, die de ware beginselen op het stuk van het Armwezen, onder de Regering van Z. M. den Koning, in ons Vaderland hebben gemaakt en van de verlichte zorg der Stedelijke Regering van Zwolle, om in hare Armeninrigting het eerste voorbeeld te geven van de wijze waarop (…) eene duurzame verbetering van den staat onzer behoeftige natuurgenooten kan bereikt worden, door het vaststellen en in werking brengen, namelijk, van een vast en aaneengeschakeld plan van opvoeding.’ 23 De ene arme is de andere niet De vraagt rijst wat de Zwolse arbeiders van de Armeninrichting vonden. Onmondig en vaak ongeletterd als ze waren, is het verklaarbaar dat geen enkele getuigenis van hen is overgeleverd. Maar omdat het niet verplicht was voor de Armeninrichting te werken of er kinderen naartoe te sturen, geven de jaarlijkse verslagen met de aantallen leerlingen en thuiswerkers toch een indicatie. De ‘welingerigte kinder-school’ begon met 40 kinderen en was zo succesvol dat er tien jaar later al meer dan 400 kleuters op zaten, verdeeld over twee locaties. Ook het aantal oudere kinderen (6-12 jaar) dat gratis lager volgde op de scholen van de Armeninrichting en de Armenschool aan de Nieuwe Haven steeg jaar na jaar, van 250 in 1825 naar 1.038 in 1856. Een ruwe berekening leert dat in 1836 bijvoorbeeld 76% van de leerlingen uit arbeidersgezinnen gratis onderwijs volgde in de Armeninrichting en de Armenschool.25 Een soortgelijke stijging is te zien bij het aantal volwassen thuiswerkers (merendeels vrouwen) voor de kousenfabriek van Cierenberg: van 250 in 1821 steeg het aantal breiende en spinnende vrouwen tot bijna duizend, naar schatting ongeveer de helft van de vrouwen uit Zwolse arbeidersgezinnen. Stads Armeninrichting op de Genverberg, circa 1840, gravure F.A.C. Hoffmann. (Uit: Geheugen van Nederland). Muziek en vuurwerk bij de armenschool Ter gelegenheid van de verjaardag van koning Willem I op 24 augustus 1839 werd de twee maanden eerder geopende armenschool aan de Genverberg in de feestvreugde betrokken. ‘Des middags werd eene groote parade door het garnizoen gehouden en des namiddags werden de kinderen van de Armenscholen van stadswege onthaald. (…) De regering [het stadsbestuur] had het nieuwe fraaije gebouw der Stads Armeninrigting doen illumineren. De stadsschool voor de instrumentale muzijk, onder directie van den meer dan gewoon bekwamen en ijverigen tweede stads-Muzijkdirecteur Crönert, na in den vooravond eenige gepaste stukken op de bovenzaal van dat locaal te hebben uitgevoerd, had zich later, in een daartoe gereed gemaakt vaartuig begeven ten einde op het water verder muzijk te geven, terwijl in de nabijheid, op een in de stadsgracht vervaardigd stellaadje vuurwerken werden afgestoken. Allerheerlijks was de uitwerking die door dit alles werd teweeggebracht: de verlichting der Armeninrigting, het afsteken der vuurwerken, terwijl de muzijk langzaam en statig over het water zweefde, midden door de aan wederzijdsche oevers der gracht geschaarde duizenden van aanschouwers. Dit alles, begunstigd door het heerlijks weder, leverde een alleraangenaamst en treffend schouwspel op.’24 De spinster, Ferdinand Oldewelt. (Collectie Rijksmuseum). 16 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 17 Volgens het bestuur namen omstreeks 1840 al nagenoeg alle kinderen en volwassenen die daar gezien hun armoedige staat voor in aanmerking kwamen deel aan de leer- en werkscholen en de kousenfabriek van de Armeninrichting. Het is nagenoeg onmogelijk deze bewering te toetsen, alleen al omdat het begrip ‘arme’ toen en nu een diffuus begrip is. In de negentiende eeuw behoorde ongeveer vijftig procent van de bevolking tot ‘de arbeidende of werkende stand’. Naar onze hedendaagse maatstaven waren de arbeidersgezinnen allemáál arm: ze konden financieel gezien het hoofd amper en vaak helemaal niet boven water houden. Afhankelijk van periodieke problemen als gebrek aan werk, weersomstandigheden en epidemieën, daalde en steeg het aantal bedeelden.26 Veel armoede bleef buiten beeld omdat veel gezinnen alles in het werk stelden om maar niet als ‘arm’ gestigmatiseerd te worden. Ze haalden liever hun kinderen van school om ze te laten werken bij de ‘werkbazen’ in de stad. Daar verdienden ze bovendien meer dan in de werkplaatsen van de Armeninrichting.27 De armen hebt gij altijd met u Naast zijn dagelijks werk als stadssecretaris bleef Gerrit Luttenberg zich samen met Ter Pelkwijk onvermoeibaar inspannen voor de Armeninrichting. Gesteund door burgemeester Vos de Wael schreef hij vele rapporten en verslagen over zijn oplossing voor het armoedeprobleem. Het onderwerp liet Luttenberg zijn werkzame leven niet meer los, zoals blijkt uit het motto waarmee hij een van zijn rapporten opende: ‘De armen hebt gij altijd met U, zijn de roerende woorden van den Zaligmaker en inderdaad geene menschelijke wijsheid heeft tot hiertoe de ongelijke verdeeling der goederen kunnen verhinderen.’ En, ging hij verder, om die ongelijke verdeling van goederen te verbeteren was ‘een godvruchtige opvoeding der kinderen’ de sleutel tot de oplossing van het probleem. 28 Gaandeweg werd Luttenberg bevangen door zendingsdrang. De Zwolse Armeninrichting verdiende navolging in het hele land: ‘Er bestaan op onderscheidene plaatsen, buiten de leerscholen, ook wel werkscholen, naaischolen, teekenscholen, maar niet altijd staan die inrigtingen met elkander in verband en geordende kleine kinderscholen, waarmede men eigenlijk moet beginnen, bestaan er helaas nog te weinig, en hetgeen men bij de Zwolsche Armeninrigting aantreft, dat namelijk al hare deelen met elkanderen in verband staan en een geheel uitmaken, zoo dat zij eene ware kweekschool is, dat vindt men, zoo ver bij ons bekend is, nog nergens.’29 De Armeninrichting krijgt navolging ‘Het Zwolse model’, de combinatie van leren, werken en opvoeden voor zowel kinderen als volwassenen, bleef niet onopgemerkt. Zeker na de start van de bewaarschool trok de inrichting de aandacht van geïnteresseerden uit heel Nederland. Velen kwamen zelf een kijkje nemen. In 1828 maakte Dokkum bekend armen werk te verschaffen, ‘zoveel mogelijk naar het plan van de Armeninrigting te Zwolle.’30 Nou ja, dat was Dokkum, maar er waren meer steden die volgden: Deventer, Groningen en ‘in het hart van Holland (…) den beroemde stad Rotterdam’. Die steden stuurden zelfs jonge meiden naar Zwolle om daar te worden opgeleid tot onderwijzeres.31 Toen Luttenberg ook nog de aandacht van het ministerie wist te trekken en koning Willem I in 1830 de inrichting met een bezoek vereerde, wist hij het zeker: zijn Stads Armeninrichting oversteeg verre het belang van Zwolle. Een landelijk uitgeschreven prijsvraag van ’t Nut om een artikel te schrijven over middelen die de staat kon inzetten om de armoede te bestrijden, bracht hem op het idee een ‘proeve’ (een essay of betoog) te schrijven om de opzet van de Zwolse inrichting te promoten. De 139 pagina’s dikke Proeve van onderzoek omtrent het armwezen in ons vaderland en naar de meest doeltreffende middelen die verder ter verbetering van het lot der armen zouden kunnen aangewend worden (hierna Proeve), verscheen in 1841 bij de Zwolse drukkerij Tjeenk Willink. Uiteraard deed Luttenberg in zijn boek uitvoerig uit de doeken wat de opzet was van de verschillende leer- en werkscholen. Maar voor dit artikel is met name zijn beschrijving van de oorzaken van het armoedeprobleem interessant. Die oorzaken waren namelijk niet alleen de fundering waarop de organisatie van de Armeninrichting berustte, maar ze laten tussen de regels door ook zien wat onder de gegoede burgerij het beeld was van ‘het volk’, de arbeiders, de armen en de bedelaars. De omstandigheden waaronder arbeidersgezinnen moesten leven zijn te beschouwen als de voedingsbodem van het opkomende socialisme in de laatste decennia van de negentiende eeuw. Luttenberg noemde in zijn Proeve zeven oorzaken van de armoede: – Toeneming der bevolking – Gebrek aan arbeid – Laagte der arbeidsloonen – Wangedrag – Verwaarloosde opvoeding der jeugd – Slapheid der polici – Kwalijk bestuurde weldadigheid Toeneming der bevolking In het hele land groeide de bevolking, voornamelijk door een geboorteoverschot. Alleen al tussen 1815 en 1840 was het aantal inwoners van het Koninkrijk met een vierde vermeerderd. Die aanwas in Zwolle zelfs nog groter: in 1815 telde de stad nog 12.877 inwoners, in 1849 waren dat er al 17.710 en in 1899 waren het er 30.560. Met enig cynisme merkte Luttenberg op dat ook in de bovenste klasse sprake was van ‘aanwas’, maar dan vooral ‘door de vermeerdering der kapitalen.’ Luttenberg stelde vast dat de bevolkingsgroei het grootst was in de laagste klasse, die van de werklieden en werklozen. En dat was volgens hem een onbedoeld gevolg van nieuwe wetgeving, omdat behoeftige personen voor het sluiten van een huwelijk geen administratieve kosten meer hoefden te betalen. Meer huwelijken binnen de arbeidersstand betekende meer kinderen en dus werd het aantal gezinnen dat in armoede leefde steeds groter.32 Als we even meegaan in de analyse van Luttenberg over die bovengemiddelde groei van het aantal arbeiders, dan zou dat het gestaag toenemende aantal leerlingen en thuiswerkers van de Armeninrichting kunnen verklaren. Gebrek aan arbeid In steden als Zwolle bleef de werkgelegenheid sterk achter bij de groei van de bevolking. Het gebrek aan arbeid was het grootst onder ‘slepers, kruijers, sjouwers en dergelijke’. Ze waren immers niet in vaste dienst, maar volledig afhankelijk van het aanbod aan seizoensgebonden werk op de markten en in de havens. Deze arbeiders balanceerden bijna voortdurend op de armoedegrens. Omdat hij zich in zijn Proeve op het hele vaderland richtte, liet Luttenberg een economisch probleem in Zwolle ongenoemd. Na de Bataafs- Franse tijd (1795-1813) gingen hier veel banen verloren doordat de voorheen zo bloeiende transitohandel van Zwolle tussen Duitsland en het westen van Nederland volledig instortte. Bovendien verloren traditionele bedrijven zoals linnenweverijen, speldenfabrieken, knopenfabrieken en de suikerraffinaderijen hun betekenis. Waar andere Overijsselse steden, zoals Deventer, Hengelo en Enschede, ruim baan gaven aan nieuwe industrieën, bleef Zwolle vasthouden aan het eeuwenoude kleinbedrijf. In 1853 waren de ijzergieterij van Wispelwey (42 arbeiders), de Azijnmakerij en Waschbleekerij van Schaepman en Heerkens (18 arbeiders) en de Zeepziederij van Parker (10 arbeiders) de grootste bedrijven. Alle andere bedrijven behoorden tot de kleinindustrie met minder dan tien arbeiders. Wat bleef, waren Omslag van ‘De proeve’ van Gerrit Luttenberg, 1841. (Collectie auteur). ‘Drieërlei keus’, tekening van Jan Visser. (Uit: De Notenkraker, 1910, nr. 4). 18 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 19 – net als overal in Nederland – de vele traditionele ambachten (bakkers, slagers, kleermakers, kruideniers, schoenmakers enzovoort). Achteraf gezien liet Zwolle een enorme kans liggen om aan te haken bij de industriële ontwikkelingen in ons land. In 1808 werkten meer dan duizend vrouwen voor zo’n tien Zwolse kousenfabrieken, waaronder die van Cierenberg in de Papenstraat, de latere werkverschaffer van de Armeninrichting.33 De Zwolse ondernemers gaven ook na de introductie van de stoommachine de voorkeur aan handenarbeid en stapten dus niet als elders in het land over op grootschalige mechanische productie in fabrieken. Ook toen Luttenberg al lang het tijdelijke met het eeuwige verwisseld had, bleef Zwolle wat de nijverheid betreft steken in een voorgoed voorbij verleden. Pas in 1939 liet het gemeentebestuur door prof. L. van Vuuren een onderzoek instellen ‘naar de welvaartsbronnen van de gemeente Zwolle’. Hij stelde vast dat Zwolle vóór en na 1850 geen deel had in de groeiende industriële ontwikkeling. Als lichtpuntje merkte hij op ‘dat Zwolle verschoond bleef van de vreugdelooze, slecht gebouwde arbeiderswijken, die zoo kenmerkend zijn voor dezen tijd.’34 Vreugdeloze arbeiderswoningen waren er overigens ook in Zwolle meer dan voldoende. Laagte der arbeidslonen: het huishoudboekje van een Zwolse arbeider Een belangrijke oorzaak van armoede was ‘de laagte der arbeidsloonen, in evenredigheid tot de prijzen der noodzakelijke levensbehoeften.’ In zijn Proeve schreef Luttenberg dat de bezoldigingen van bijvoorbeeld ambtenaren de afgelopen vijftig jaar waren verhoogd, maar de lonen van arbeiders in het geheel niet. En dat terwijl de prijzen van levensmiddelen hoger waren geworden en de huren waren gestegen.35 Luttenberg wees erop dat vooral gezinnen met veel kinderen in de problemen raakten: ‘Dan is het arbeidsloon van het hoofd des huisgezins niet voldoende om zoo vele monden te voeden en om aan vrouw en kinderen de vereischte kleeding en huisvesting te verleenen’. Dat dit geen loze woorden waren, toonde hij aan in een vervolg op de Proeve, waarin hij de lezer een blik gunde in het huishoudboekje van een doorsnee arbeidersgezin uit Zwolle.36 Het gezin van een timmerman met twee kinderen bijvoorbeeld, verdiende gemiddeld 4 gulden per week voor zes werkdagen van minimaal twaalf uur per dag. Dat was minder dan de gemiddelde wekelijkse uitgaven van het gezin: Huishuur f 0,70 Brand [turf] f 0,56 Licht f 0.42 Brood f 0,84 Middageten f 1,40 Koffie, cichorei en melk f 0,84 Vlees (alleen op zondag) f 0,30 Zeep f 0,17 Kleding f 0,50 Totaal per week: f 5,73 Het voorbeeldgezin kwam dus elke week fors tekort. Luttenberg benadrukte dat andere Zwolse arbeiders, zoals opperlieden, tuinlieden, aardewerkers, leerlooiers, mandenmakers en kleermakers nog aanmerkelijk minder verdienden dan een timmerman. Om het over de sjouwermannen maar niet te hebben. In arbeidersgezinnen stond de armoede, zeker in de wintermaanden, al gauw voor de deur. Wat te doen? Bezuinigen op de uitgaven was nauwelijks mogelijk. Wat overbleef was zich aanmelden bij de Armeninrichting om tegen een schamel loon kousen te breien of om bedeling vragen bij de traditionele armenkassen van kerken en particuliere instellingen. Door een commissie van ’t Nut werd bijna dertig jaar later, in 1872, weer naar het huishoudboekje van een Zwolse arbeider gekeken. Met hetzelfde treurigstemmende resultaat: De timmerman verdiende inmiddels gemiddeld zes gulden per week, maar zijn kosten voor levensonderhoud waren gestegen tot f 7,67.’37 In Zwolle was eigenlijk maar één groep arbeiders die min of meer rond kon komen. Dat waren vanaf 1864 de werklieden van de Centrale Werkplaats van de Staats Spoorwegmaatschappij. Zij verdienden het meest van alle Zwolse arbeiders: voor tien of twaalf uur werk verdienden ze zeven tot acht gulden per week. Toch zouden juist deze spoormensen zich nadrukkelijk roeren tijdens de opkomst van het socialisme in Zwolle. Niet voor niets zou Assendorp – waar de meesten van hen woonden – ‘het Rode Dorp’ worden genoemd. Wangedrag: de bedelaars De tot nu toe genoemde oorzaken – bevolkingsgroei, werkloosheid en lage arbeidslonen – lagen buiten de schuld van de armen/arbeiders. De vierde oorzaak was echter volgens Luttenberg wel degelijk aan de armen zelf te wijten: ze maakten zich schuldig aan wangedrag. Hij schreef: ‘De ledigheid en de ondeugd zijn de ware oorzaken der armoede en der misdrijven; de ledigheid is niet zoo zeer het gevolg van gebrek aan werk, maar van afkeer van den arbeid.’39 De uitspraken van Luttenberg lijken een sterk staaltje van wat wij tegenwoordig framing noemen, maar in feite had hij slechts een deel van de armen op het oog: de armen die per se niet wilden werken en dan vooral de bedelaars onder hen. Het platteland en de steden werden tot ver in de negentiende eeuw dag in dag uit overstroomd door bedelaars. Johannes Zeehuizen (1810-1863), kenner van de streek40, vertelde dat per dag wel honderd tot tweehonderd bedelaars het platteland rondom Zwolle afstruinden op zoek naar eten en wat geld. Hij zag er krachtvolle mannen en vrouwen, die in feite best tot werken in staat waren en meisjes van zeventien, achttien jaar met een onecht kind op de arm. Zeehuizen: ‘De huwelijken worden in de bosschen en korenvelden gesloten. De kleine kinderen worden zoodra zij spreken ‘Soepuitdeeling’, tekening van Albert Hahn (Uit: De Notenkraker, 1910, nr. 1). Aan tafel bij een Zwols arbeidersgezin Het werk van arbeiders was fysiek heel zwaar. Wie gedurende de lange werkdagen overeind wilde blijven moest goed eten, dat wil zeggen grote hoeveelheden koolhydraatrijk voedsel, zoals brood en aardappelen. Over de dag verdeeld at een gezin met drie kinderen ruim twee kilo brood (zwart brood of roggebrood). De mannen gingen tussen de middag naar huis voor de middagmaaltijd. Die bestond uit zo’n drie kilo aardappelen óf uit 750 gram bonen, rijst of gort, voor beide ‘keuzemenu’s’ aangevuld met 125 gram spek of ander vet. Voor het avondeten at het gezin karnemelkspap met brood. Die pap maakte de huisvrouw zelf uit twee liter karnemelk en een half pond meel. Groenten werden door arbeiders nauwelijks gegeten.38 Aardappelen waren in de achttiende eeuw in Nederland uitgegroeid tot volksvoedsel nummer 1. Toen in de jaren veertig van de negentiende eeuw veel aardappeloogsten mislukten, ontstond hongersnood onder de bevolking, met lokale aardappeloproeren tot gevolg. De bedelaar, Reinier Craeyvanger. (Collectie Rijksmuseum). 20 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 21 en loopen kunnen tot het vak opgeleid. De eerste formule die zij leeren is: mien voader is dood en mien moeder is ziek.’41 Zelfs Zeehuizen, die zich het lot van daghuurders en keuterboeren zeer aantrok, moest weinig hebben van de bedelaars. En hij was niet de enige. De liberale Zwolse baron Sloet tot Oldhuis (1807- 1884) bijvoorbeeld, vond het ergerniswekkend dat de ‘schaamteloze bedelaars’ zijn rust verstoorden, op de stoep van zijn huis, bij de ingang van de kerk, ja zelfs in zijn rijtuig.42 Hij stak zijn mening niet onder stoelen en banken. Er is in Nederland eene talrijke klasse menschen, die werken kunnen en niet willen, een bedelaarsstand, wier bedelbedrijf niet ongevallig aan de meeste armbesturen is, omdat de bedelpenning in korting van de wekelijksche bedeeling strekt. Armzalige berekening! In geen gering getal steden zijn, met verkrachting van alle wettelijke bepalingen op het stuk der bedelarij, aan den bedelaarsstand vrije bedeldagen toegestaan; deze klasse wordt goed gevoed; het bedelen is voor haar eene winstgevende zaak; de menigvuldige bedelaarsfamiliën, die uit gezonde menschen bestaan, planten sterk voort en niets staat haar voortplanting in den weg; de diaconie voorziet in eene kleine woning, de bedelaar heeft in de week zijne vaste inkomsten; des winters ontvangt het bedelaarsgezin verwarmende spijs en brandstof; het geniet kosteloos geneeskundige hulp; de stadsvroedvrouw komt in het geboorteproces te hulp; de moederlijke liefdadigheid voorziet in de behoeften van kraamvrouw en kind; [en] zij worden van stadswege begraven (…).43 Bedelaars en andere hopeloze gevallen werden in het hele land als een groot probleem gezien. Ongeveer gelijktijdig met de Stads Armeninrichting werden de befaamde (en beruchte) ‘Koloniën’ van de Maatschappij van Weldadigheid opgericht: vrije koloniën in Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord voor verbeterbare armen, en straf- en bedelaarskoloniën in Ommerschans en Veenhuizen. Honderden paupers uit Zwolle en omgeving werden die kant opgestuurd. De gevangenis aan de Menno van Coehoornsingel barste bijna uit zijn voegen door de opvang van bedelaars. In 1846 bijvoorbeeld zaten hier door het jaar heen 550 bedelaars (mannen, vrouwen en kinderen) op een totaal van 982 gevangenen.44 Dat waren bedelaars die in Zwolle waren opgepakt of die hier uit andere plaatsen naartoe waren gebracht om te verschijnen voor de Correctionele Rechtbank aan de Blijmarkt. Het onderhoud van de bedelaars in de gevangenis kostte de gemeente veel geld, zodat ze zo snel mogelijk werden getransporteerd naar Ommerschans of Veenhuizen. Velen ontsnapten daar of recidiveerden. Van de 523 bedelaars die in 1844 voor de rechtbank in Zwolle werden voorgeleid, hadden er al 311 eerder in Ommerschans gezeten.45 Wangedrag: drankmisbruik De standpunten van Luttenberg, Sloet en hun tijdgenoten getuigen in onze oren van weinig mededogen. Ze draaiden het om: de armoede was niet zozeer het probleem van de armen, maar van de gegoede burgerij. Die had er last van. Toch was er één vorm van wangedrag die de latere socialisten ook een doorn in het oog was: drankmisbruik. Luttenberg: ‘De kroeg is zonder tegenspreken de rampzaligste plaats voor den arme of minvermogende, zoowel uit hoofde van de verzoeking waarin hij daar geraakt, om tot buitensporigheden over te slaan, als uit hoofde van de gevaarlijke en ondeugende wezens, die hij er aan treft. (…) Er zijn er die van oordeel zijn dat ook de arbeidende volksklasse zonder schade het gebruik van den sterken drank kan ontberen, terwijl weder anderen vermeenen dat in ons vochtig klimaat de arbeidsman die van den ochtend tot den avond, dikwerf in guur weder, in het zweet zijn aangezigts, zwaar werk moet verrigten, voor zijne gezondheid weldoet eene matige teug sterken drank te gebruiken. Daarlatende in hoever de eene of andere partij in dit opzigt wel ziet, zoo is echter dit zeker dat er voor de welvaart der maatschappij in het algemeen en voor die der bijzondere huisgezinnen en personen geen meer verderfelijk kwaad is , dan het onmatig gebruik van sterken drank, die zoo wel het ligchaam als de ziel verwoest, en geheele huisgezinnen te gronde sleept.’ 47 Drankmisbruik was geen typisch Zwols probleem. Het was de grote ontregelende factor onder arbeiders waar dan ook. Tot ver in de negentiende eeuw werkte een arbeider ‘in het zweet zijns aangezigts’ zes dagen per week, tien, twaalf uur per dag, tot hij er bijna bij neerviel. Er ontstond een aanstekelijke gewoonte: na het ontvangen van het loon gingen de mannen de kroeg in, waar vele glaasjes jenever vergetelheid brachten. Daarna wankelden ze naar huis, waar ze hun vrouw het nog resterende geld in handen drukten. In zekere zin ging het in Zwolle ietsje beter: de lonen werden hier niet zoals elders op zaterdag, maar al op vrijdag uitbetaald, zodat veel arbeiders zich een beetje inhielden omdat ze de volgende dag weer moesten werken. Maar de verleiding was groot: In 1878 waren er in Zwolle naast de cafés, restaurants en logementen 86 tappers, 16 tapsters en ongeveer 10 slijters werkzaam.48 Mr. B.W.A.E. Baron Sloet tot Oldhuis, 1807- 1884. (Wikimedia). Plattegrond Maatschappij van Weldadigheid Frederiksoord (uit: Geheugen van Nederland). Luie horzels op de korven van nijvere bijen Baron Sloet tot Oldhuis maakte regelmatig zijn ongenoegen kenbaar over de aanpak van armen die niet wilden werken: ‘Wij zijn in het algemeen geen voorstanders van werkhuizen of gelegenheden om fabrijkmatigen arbeid aan de armen te verschaffen, tenzij om de zoodanigen buiten bedeeling te houden die het voorwendsel van geen arbeid te kunnen vinden, aangrijpen om ten koste van het vlijtige en gegoede deel hunner medeburgers te leven, de luije horsels, die op de korven van de nijvere bijen azen, en omtrent welke al te zeer de les van den grooten Apostel verwaarloosd wordt: die niet werkt, eet niet.’ 46 22 | jrg. 38 – nr. 1 zwols historisch tijdschrift zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 1 | 23 Verwaarloosde opvoeding der jeugd Ook voor de vijfde oorzaak van het armoedeprobleem lag volgens Luttenberg de schuld bij de ‘minvermogende en arbeidende volksklasse’ zelf: de verwaarloosde opvoeding van de kinderen. Want schreef hij: ‘Naarmate de opvoeding gebrekkig en verwaarloosd is, naar die mate zullen de kinderen der armen ook in ledigheid, losbandigheid en andere ondeugden opgroeijen, én tot een last der maatschappij worden.’50 Dit was al jarenlang het stokpaardje van Luttenberg. Hij stond niet alleen in zijn opvatting, iedereen wist het. Niet dat het ooit beter was geweest. Zelfs de invoering van de eerste onderwijswetten uit de Franse tijd (die van 1801, 1802 en 1806) bracht geen verbetering voor arbeiderskinderen. Wie om wat voor reden ook zijn kinderen thuis wilde houden kon dat doen: pas in 1901 werd de leerplicht ingesteld. In de praktijk gingen dan ook veel Zwolse kinderen uit de onderklasse niet naar school of werden er vroegtijdig door hun ouders weer afgehaald. Veel kinderen verdienden een centje bij als knechtje in de werkplaatsen of zwierven zonder toezicht op straat. Dat veranderde aanzienlijk na de oprichting van de Armeninrichting in 1821 en de School voor armen en minvermogenden in 1826. De kinderen kregen er niet alleen onderwijs, maar werden er ook in godvruchtige zin opgevoed. Maar dat was in Zwolle, schreef Luttenberg en nog lang niet overal in Nederland. Slapheid der policie Voor het beschrijven van de zesde oorzaak wond Luttenberg er ook al geen doekjes om. Het kan wat vreemd voor komen, schreef hij, maar het beginsel van de persoonlijke vrijheid van de ingezetenen was te ver gedreven en dat had een nadelige invloed op het armwezen. Als man van orde en tucht – hij was naast stadssecretaris ook procureur bij het Gerechtshof – had hij een luisterend oor voor de klacht van burgers ‘dat de policie in ons land over het algemeen te weinig klem zoude hebben’. Kleine overtredingen en de baldadigheden verstoorden de rust en veiligheid der ingezetenen.’ Vooral de jeugd moest in toom gehouden worden. Zijn standpunt was: ‘Wij achten het daarom van hoog belang dat het onderwijs op de scholen ook vooral de strekking hebbe om de jeugd eerbied en ontzag voor hunne ouders, overheden en andere personen die daarop aanspraak kunnen maken op alle gepaste wijze in te boezemen.’ En daarom was de methode van de Zwolse Armeninrichting zo aanbevelenswaardig, vond Luttenberg: ‘Zoo lang de jeugd op de Leer- of werkscholen is geplaatst, wordt zij in behoorlijke orde en tucht gehouden en gedurende eene reeks van jaren in welke wij met het opzigt over instellingen van onderwijs zijn belast geweest, hebben wij opgemerkt, dat de kinderen uit de behoeftige volksklasse, geleid door eenen verstandigen onderwijzer, al vrij gemakkelijk in toom zijn te houden en als het ware door eenen wenk zijn te besturen.’51 Zonder het gewenste effect aan de maatregelen van Luttenberg toe te willen schrijven, zeker is dat het in de tweede helft van de negentiende eeuw afgelopen was met de vermeende ‘slapheid der policie’. Socialisten en politie, ze zouden de komende jaren zijn als water en vuur. Kwalijk bestuurde weldadigheid Door het ontbreken van een deugdelijk stelsel van sociale wetgeving was er in de negentiende eeuw geen bevredigende oplossing voor de financiering van de bedeling. Een eerste, heel voorzichtige, stap werd gezet met de Armenwet van 1818. Daarin stond wel dat de bedeling een voortdurende zorg voor de regering moest zijn, maar dat de verantwoordelijkheid bleef liggen bij de kerken en particuliere armeninstellingen. Na invoering van de grondwet van 1848 deed Thorbecke een poging een eind te maken aan de willekeur en het paternalisme van de kerkelijke armenzorg. Hij stelde voor die zorg voortaan centraal te regelen, zodat de kerkelijke en particulieren instellingen in heel het land dezelfde uitgangspunten zouden hanteren. Zijn plan haalde het niet. Bedeling was dus nog steeds geen recht, maar een vorm van liefdadigheid. De strekking van de licht aangepaste armenwet uit 1854 hield stand tot in de twintigste eeuw. Pas de Bijstandswet van 1965 legde de verantwoordelijkheid bij de staat. De wijze van bedeling hield de gemoederen in de eerste helft van de negentie

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2021, Aflevering 2

Door 2021, Aflevering 1, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
38e jaargang 2021 nummer 2 – 8,50 euro
25 jaar
buurtbemiddeling
in Zwolle
houdster in dienst bij de artsenfamilie Sollewijn
Gelpke in de Terborchstraat. In 1947 werd Nel
Bannink bij het Leger des Heils ingeschreven als
heilsoldate en twee jaar later begon zij met het collecteren
in het Zwolse uitgaansleven. Eerst ging ze
bij de restaurants langs, daarna volgden de cafés.
Bang is ze nooit geweest, ook voor kroeglopers
met een kwaaie dronk ging zij niet opzij want
ze kon er op rekenen dat verder iedereen haar
beschermde. Bij de Harmonie op de Grote Markt
werd Nel altijd getrakteerd op een portie saté en
bij de Librije op koffie met wat lekkers erbij.
’s Avonds laat fietste ze in het donker met een volle
collectebus en een stapeltje niet verkochte Strijdkreten
in de fietstas naar haar huis in de Jacob
Catsstraat. De bankbiljetten die in de collectebus
waren gestopt, streek Nel met een strijdbout netjes
glad voor ze de opbrengst van haar rondgang door
de stad naar het gebouw van het Leger des Heils
bracht.
Tijdens haar rondgang door de uitgaanswereld
ontmoette tante Nel ook mensen die aan de zelfkant
van de maatschappij waren beland. Menigeen
stortte zijn hart bij haar uit en altijd had ze een
luisterend oor en een troostend woord. Vooral het
lot van de dak- en thuislozen trok tante Nel zich
aan. Het eerste opvanghuis dat in Zwolle voor hen
werd geopend, kreeg haar naam en ook werd in
Zuid een straat naar haar vernoemd. Bovendien
kreeg zij een koninklijke onderscheiding, die ze
trots op haar uniform droeg.
Op 1 mei 1997 overleed Nel Bannink, tachtig
jaar oud. ‘Niets is hier blijvend, alles, hoe schoon
ook, zal eenmaal vergaan. Maar wat gedaan werd
uit liefde voor Jezus: dat houdt zijn waarde en zal
blijven bestaan’, stond in de advertentie die het
Leger des Heils in de Zwolse Courant liet plaatsen.
Tante Nel werd op 6 mei onder grote belangstelling
op Bergklooster begraven.
Bronnen:
Anna C. Mulder, Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland
Anton G.M. Heijmerikx, Bekend, onbekend, plichtsgetrouw
en kleurrijk Salland
62 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Tante Nel
Nel Bannink sjouwde in de Zwolse binnenstad
van kroegie naar kroegie. Het inspireerde tekstschrijver
Fred van Dam om er een lied van te
maken, waarin de hoofdpersoon overigens niet
een zij maar een hij is. Zanger Marc de Wilde
maakte van ‘De heilsoldaat’ een hit. Iedereen die
binnen de Zwolse stadsgrachten wel eens een restaurant
of café bezocht kende Nel Bannink. Met
een vrolijk gezicht en een collectebus in de hand
stapte de heilsoldate van het Leger des Heils de
horecabedrijven binnen en het gebeurde slechts
zelden dat iemand niets gaf.
Tante Nel, zoals iedereen in de Zwolse uitgaanswereld
haar noemde, werd op 18 juli 1916
geboren in Kampen als oudste van een gereformeerd
gezin met vier kinderen, dat naar Zwolle
verhuisde toen ze zes jaar was. Ze bleef altijd
ongetrouwd en was meer dan vijftig jaar als huis-
Steven ten Veen
‘Kleurrijke Zwollenaren’
Fotocollectie:
P.L. Keuzekamp,
Onderzoek:
Jan Bouwmeester
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 63
‘Kleurrijke Zwollenaren’ 62
Steven ten Veen
‘Uiteraard zeggen wij dat het in Zwolle
begonnen is, maar hoe het precies zit?’
Buurtbemiddeling Zwolle 25 jaar
Frank Inklaar 64
‘Je liefhebbende Klaartje’
Schrijvende geliefden in oorlogstijd
Gerrit Barbé en Chris Contermans 73
In het spoor van Daniel Lako (1853-1918)
Een Zwolse pionier van het onderzoek
naar wilde planten in Overijssel
Theo de Kogel en Piet Bremer 87
Oud Nieuws – ‘De Stad als Theater’ tijdens
de Zwolse Zomerkermis van 1884
Kiekès Agterom 99
De opkomst van het socialisme in Zwolle
Deel 2: Patroons en werklieden: een relatie
onder druk (1848-1878)
Jan van de Wetering 101
In memoriam Aranka Wijnberg 124
Auteurs 125
Redactioneel
Van de onvoltooid verleden tijd tot de
onvoltooid tegenwoordige tijd, dat is wat
geschiedenis zo aardig maakt. In dit nummer
vindt u het allemaal. Frank Inklaar duikt in
de pas 25-jarige geschiedenis van buurtbemiddeling
in Zwolle en toont aan dat onze stad daar met
recht trots op kan zijn. Gerrit Barbé en Chris Contermans
geven in hun publicatie van fragmenten
uit brieven van de ‘liefhebbende Klaartje’ Walgien
aan haar verloofde in Duitsland een uniek kijkje
in het leven van alledag in Zwolle tijdens het oorlogsjaar
1943. Verrassend is de ontdekking van
een tot nu toe bij velen onbekende Zwollenaar
van betekenis: de botanicus Daniel Lako (1853-
1918). Theo de Kogel en Piet Bremer schreven
niet alleen een korte levensschets, maar zorgden
er ook voor dat Lako alsnog eer wordt bewezen
met een grafsteen op de Algemene Begraafplaats.
Jan van de Wetering vervolgt zijn serie artikelen
over de opkomst van het socialisme in Zwolle. In
dit artikel zoeken patroons en werklieden onder
rumoerige omstandigheden naar een nieuwe verstandhouding.
Over de verbinding tussen vroeger en nu
gesproken: Kiekès Agterom, een alter ego van
Wim Coster, maakt een tijdreis naar de Zwolse
kermis in 1884. Steven ten Veen schreef aflevering
2 van de serie ‘Kleurrijke Zwollenaren’. Met dit
keer tante Nel in de hoofdrol. Steven schreef ook
het in memoriam voor de ‘vaandeldrager van de
Zwolse cultuurhistorie’, Aranka Wijnbeek, die op
10 mei jl. overleed.
Coverfoto: Het beeld ‘Buurpraatje’ van
Meri Matacin staat aan de Boerhavelaan.
(Foto Jan van de Wetering 2021)
Inhoud
Mededeling van het bestuur: De jaarstukken
2020 van de Zwolse Historische Vereniging
kunt u vinden op onze website in het menu
ZHV/Jaarstukken.
64 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
‘Uiteraard zeggen wij dat het in Zwolle
begonnen is, maar hoe het precies zit?’1
Buurtbemiddeling Zwolle 25 jaar
Frank Inklaar Door de coronacrisis is het aantal burenruzies
fors toegenomen. In de eerste helft
van 2020 waren er al 89 aanmeldingen bij
Buurtbemiddeling Zwolle binnengekomen en dat
was anderhalf keer zoveel als het jaar ervoor.
Onder de kop Flinke groei burenruzies in Zwolle
in coronatijd: ‘Nu mensen thuiszitten, hoor je de
buren vaker’ verscheen vorig jaar in De Stentor
een artikel hierover.2 ‘Krijsende kinderen, een klussende
buurman of de buurvrouw die altijd onzuiver
meezingt met de radio. Ergernissen genoeg in elke
woonwijk en in coronatijden blijkt dat vaker uit
de hand te lopen. In Zwolle steeg het aantal overlastmeldingen
aanzienlijk; buurtbemiddeling heeft
haar handen vol aan burenruzies.’
Ongetwijfeld kent u het verschijnsel burenruzie.
Het is een populair onderwerp voor televisieprogramma’s
zoals De Rijdende Rechter, of
Mr. Frank Visser doet uitspraak. De populariteit
van deze programma’s komt door de herkenbaarheid;
veel mensen kennen burenruzies uit hun
eigen omgeving. Volgens het Centrum voor
Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) zegt
drie op de tien Nederlanders dat overlast door
buurtbewoners wel eens in hun buurt voorkomt
en zo’n vijf procent van de Nederlanders heeft
zelfs vaak overlast van zijn buren.3 Er is wel een
verschil tussen het citaat en de televisieprogramma’s.
Op televisie doen uiteindelijk rechters
uitspraak in een burenruzie, in het citaat is sprake
van buurtbemiddeling. Buurtbemiddeling is
een methode om conflicten tussen buren op te
lossen, voordat er een rechter aan te pas komt.
Het is een vorm van burgerparticipatie waarbij
getrainde bemiddelaars (vrijwilligers) ruziënde
buren helpen het contact te herstellen, problemen
bespreekbaar te maken en oplossingen te bedenken
voor hun conflict. Het is een vrij succesvolle
methode, want zo’n tweederde van de behandelde
zaken wordt positief afgesloten. Buurtbemiddeling
is beschikbaar in 85% van alle Nederlandse
gemeenten.4 Dit jaar is het 25 jaar geleden dat
buurtbemiddeling is gestart in Nederland. Het
jubileum wordt in september landelijk gevierd
met als episch centrum Zwolle. Dat is niet voor
niets, Zwolle heeft als pionier een speciale plaats
in de geschiedenis van buurtbemiddeling.
Wortels in de Verenigde Staten
Buurtbemiddeling is een variant van een veel bredere
stroming die in de jaren zestig van de vorige
eeuw is ontstaan in de Verenigde Staten. In de
context van de Burgerrechtenbeweging werden
nieuwe organisatievormen bedacht, die vallen
Rechts: Logo ter gelegenheid
van 25 jaar
buurtbemiddeling in
Zwolle.(archief Buurtbemiddeling
Zwolle)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 65
onder de noemer Community Mediation. Het gaat
er hierbij om dat buurtbewoners zelf problemen
in de buurt aanpakken om te voorkomen dat ze
uit de hand lopen of leiden tot langdurige juridische
conflicten. Vrijwilligers uit de buurt werpen
zich op om ruziënde partijen tot elkaar te brengen,
zonder dat er instanties van buiten nodig zijn.
Het idee is dat hierdoor meer gelijkheid in termen
van ras, etniciteit, klasse en gender kan worden
gegarandeerd.
Community Mediation werd verankerd in
nationale wetgeving en tot op de dag van vandaag
bestaan er allerlei varianten in de vaak grootstedelijke
praktijk. Zo ontstonden de Neighbourhood
Justice Centres waar binnen het bestaande juridische
systeem bemiddelaars uit de buurt betrokken
worden bij het oplossen van buurtconflicten
en vormen van kleine criminaliteit. Een meer
activistische variant, kenmerkend voor de jaren
zeventig, wenste principieel buiten het juridisch
systeem te blijven. Buurtbewoners konden best
hun eigen boontjes doppen, zonder hulp van
buitenaf. Dit idee paste perfect in een tijd van
democratisering en burgerparticipatie. Want niet
alleen konden buurtbewoners zelf oplossingen
bewerkstelligen, door dit proces kregen ze ook
het gevoel meer controle over het eigen leven te
hebben. De buurt werd er beter van, men leerde
naar standpunten van anderen te luisteren en die
in overweging te nemen. In San Francisco leidden
deze gedachten in 1967 tot de oprichting van de
Community Boards.
San Francisco Community Boards
De San Francisco Community Boards (SFCB)
vormen de directe inspiratiebron voor de Nederlandse
buurtbemiddeling. Het uitgangspunt
van de Community Boards is de overtuiging dat
sociale desintegratie de primaire oorzaak is van
criminaliteit. Sociale desintegratie los je niet op
via het formele rechtssysteem, dat vervolgens van
buitenaf oplossingen oplegt. Een meer duurzame
manier van conflicthantering is een vroegtijdige
interventie op buurtniveau, waardoor gevoelens
van boosheid in de kiem worden gesmoord in en
door de buurt zelf. Dat is precies wat de Community
Boards doen: het oplossen van conflicten op
buurtniveau door middel van bemiddeling en het
herstel van communicatie tussen de partijen. Deze
methode versterkt de sociale vaardigheden van
mensen om met onderlinge conflicten om te gaan,
zodat escalatie wordt tegengegaan. Ze intensiveren
sociale relaties op buurtniveau, zodat er een
vitale buurtgemeenschap ontstaat. Community
Boards doen niet aan juridische probleemoplossing,
maar aan gemeenschapsontwikkeling door
sociale bemiddeling, vooral door het zelf samen
creëren van regels en normen in een context van
een sterk pluralistische wijk.
De SFCB heeft een vaste kern van sterk gemotiveerde,
betaalde, medewerkers die het werk van
de honderden aan het project verbonden vrijwilligers
coördineren. Ze geven voorlichting over het
project, ze doen intakegesprekken, ze ontmoeten
individuele klagers en beklaagden en faciliteren de
uiteindelijke hoorzittingen. Vrijwilligers hebben
een essentiële plek in het daadwerkelijk conflictoplossende
werk. De achterliggende gedachte is
dat lokale conflicten het best aangepakt kunnen
worden door buurtbewoners zelf te trainen en
in te zetten. Hoe meer vrijwilligers gerekruteerd
kunnen worden, hoe beter. De opgeleide vrijwilligers
kunnen overal worden ingezet, van
voorlichting tot intake en de bemiddeling zelf.
Om professionalisering te vermijden rouleren de
vrijwilligers in de verschillende taken. Werven en
trainen van vrijwilligers is ook een doel op zich.
De vrijwilligers zijn immers ook buurtbewoners
en buren. Door veel buurtgenoten te trainen
wordt het vermogen van de buurt om zelfstandig
en vreedzaam conflicten op te lossen vergroot.
Zeker in buurten met een zeer diverse bevolkingssamenstelling
is het belangrijk dat vrijwilligers
uit de diverse groepen komen en dat men open
leert te staan voor andere leefstijlen. Maar ook op
individueel niveau leren vrijwilligers allerlei waardevolle
vaardigheden, die ook in het eigen leven te
gebruiken zijn. Ze worden tot meer verantwoordelijke
leden van de buurt gemaakt. De SFCB is
meer dan alleen een methode van conflictoplossing,
het is ook een middel van sociaal opbouwwerk
in de buurt.
Het concrete bemiddelingstraject begint bij
het melden van een conflict bij het kantoor van
66 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
de organisatie. Na aanmelding gaat een vrijwilliger
eerst naar de klager en vervolgens naar de
beklaagde. Hij moedigt de betrokkenen aan om
deel te nemen aan de bemiddeling. Als de partijen
het hierover eens zijn wordt een hoorzitting
gepland. Soms is het probleem al eerder door de
partijen opgelost of wordt geconcludeerd dat het
probleem elders beter opgelost kan worden. Centraal
in de bemiddeling staat de hoorzitting voor
een panel van drie tot vijf getrainde vrijwilligers
uit de buurt. De hearing is vooral gericht op het
herstellen van communicatie. Het panel probeert
de partijen te helpen om tot verheldering van het
conflict te komen en uiteindelijk tot overeenstemming
hoe verder te gaan. Deze overeenkomst
wordt opgeschreven en door de partijen en het
panel ondertekend. Vrijwilligers zorgen vervolgens
voor nazorg.
Interesse vanuit Nederland
Hoewel in de academische wereld de Community
Boards wel bekend waren, werden ze in Nederland
in de jaren zeventig van de vorige eeuw niet als
een nuttige oplossing voor een bestaand probleem
gezien. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig
veranderde dat. De grotestadsproblematiek met
werkloosheid, vandalisme, criminaliteit, subjectieve
onveiligheidsgevoelens en spanningen tussen
bevolkingsgroepen in wijken die meer etnisch
gedifferentieerd raakten, vroeg om nieuw beleid.
Dit nieuwe beleid werd ‘sociale vernieuwing’
genoemd. Uitgangspunt was dat de problematiek
in de wijk moest worden aangepakt door de bewoners
meer te betrekken. Met de komst van het
‘Grotestedenbeleid’ van het eerste Paarse kabinet
vanaf 1995 moesten zowel de stedelijke overheid
als private partijen, maar ook de rijksoverheid
actief aan de slag met de problemen van de grote
stad. Doelstelling was om de positie van de steden
te versterken en om een tweedeling binnen steden
langs sociaaleconomische, maatschappelijke en
etnische lijnen te voorkomen. Steden moesten
vitaal, veilig en leefbaar blijven.5 Op zoek naar
concrete oplossingen voor de grotestadsproblematiek
keek men ook naar het buitenland. Nu
werden de Community Boards wel als een nuttige
oplossing voor een urgent probleem ‘ontdekt’.
Pionier Rotterdam
In Rotterdam6 werd begin jaren negentig aan de
juridische faculteit van de Erasmus Universiteit
een onderwijsproject opgezet waarbij studenten
openbare instellingen op buurtniveau bestudeerden
wat betreft opvattingen over conflictbemiddeling,
zoals de SFCB. Deze activiteit werd
opgepikt door de Woningstichting Onze Woning
(nu gefuseerd tot Woonbron). Zij dacht dat dergelijke
vormen van conflictbemiddeling in de
eigen praktijk bruikbaar konden zijn. Bevordering
van wijkwelzijn was een van de taken van de
woningstichting. De universitaire onderzoekers
en de Woningstichting kwamen met elkaar in
gesprek en men concludeerde uiteindelijk dat het
niet moest blijven bij gesprekken, maar dat er een
praktisch wijkproject moest komen, de Buurtraad.
In 1995 was de verkennende voorfase afgerond,
waarin instemming van gemeente en deelraden,
politie en justitie werd verkregen. Tevens werd
besloten om met drie buurtraden te gaan werken
in drie wijken met een verschillende wijkopbouw.
Het experiment zou opgezet worden met een
Flyer Buurtbemiddeling.
(archief Buurtbemiddeling
Zwolle)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 67
groep die het praktische deel van het project zou
vormgeven en een groep onderzoekers die op
afstand en evaluerend een bijdrage kon leveren.
Financieel werd het project gedragen door de
woningcorporaties en de gemeente. Maar dat was
niet genoeg, er moesten aanvullende fondsen
worden geworven. Daartoe werd een subsidieaanvraag
ingediend, eerst bij het ministerie van
Justitie, later ook bij Binnenlandse Zaken voor de
aanstelling van een onderzoeker voor drie jaar. Bij
Justitie kregen de aanvragers tot hun verbazing
te horen dat er al een project buurtbemiddeling
was opgestart in Zwolle.7 De subsidieaanvraag
van de onderzoekers van de Erasmus Universiteit
voor een evaluatieonderzoek werd gehonoreerd,
op voorwaarde dat in de evaluatie ook het project
in Zwolle zou worden meegenomen, alsmede het
even later opgestarte experiment in Gouda. Voor
de onderzoekers was dit alleen maar een verbetering,
want de experimenten in Rotterdam en
Zwolle verschilden enigszins qua opzet, waardoor
een vergelijkend perspectief aan het onderzoek
kon worden toegevoegd.
Verspreiding in Nederland
Buurtbemiddeling sloeg in Nederland snel aan.
Op basis van het in 2000 verschenen gunstige
evaluatierapport van de drie experimentele projecten
die tussen september 1996 en september
1999 waren gevolgd,8 besloot het ministerie van
Justitie tot een stimuleringsregeling om nieuwe
initiatieven financieel mogelijk te maken. Tevens
kwam er in 2000 een Landelijk Expertisecentrum
Buurtbemiddeling (LEB) om kennis en vaardigheden
omtrent buurtbemiddeling beschikbaar te
maken. Dit expertisecentrum werd ondergebracht
bij Verdiwel, de vereniging van directeuren van
welzijnsorganisaties. Verdergaande institutionalisering
kwam in 2005 met de opname van het
landelijk expertisecentrum in het nieuw opgerichte
Centrum voor Criminaliteitspreventie en
Veiligheid (CCV). Het CCV biedt tot op heden
ondersteuning aan coördinatoren van buurtbemiddelingsprojecten
(bijvoorbeeld met een
uniform registratiesysteem), heeft een kwaliteitstoets
voor buurtbemiddelingsorganisaties, een
kwaliteitstoets voor diverse trainingsprogramma’s
en aanbieders van trainingen, verschaft voorlichtingsmateriaal
en heeft een leidraad ontwikkeld
voor nieuwe projecten.9 Nu heeft 85% van de
Nederlandse gemeenten een vorm van buurtbemiddeling.
Hoewel er door de diverse overkoepelende
organisaties een grote mate van uniformiteit
is bewerkstelligd, kan in principe elke buurtbemiddelingsorganisatie
zich zelfstandig aanpassen
aan de lokale omstandigheden.
Pionier Zwolle
Rotterdam mag dan de eerste zijn geweest met
plannen voor buurtraden, Zwolle was het eerst
met een werkende buurtbemiddeling. De weg van
San Francisco naar Zwolle liep via een studiereis
in 1994 van Aleid Wolfsen, toentertijd griffier bij
de rechtbank in Zwolle. Tijdens zijn verblijf stuitte
hij op de San Francisco Community Boards.10
Wolfsen beschrijft in een interview wat er toen
gebeurde:
‘Wauw, wat een mooi fenomeen!’, was de
eerste gedachte van Aleid Wolfsen toen hij in
Iedereen maakt wel eens minder prettige
situaties mee in de buurt: er is bijvoorbeeld
herrie, onenigheid over de tuin of rommel.
Door als buren met elkaar te praten vind je
vaak samen een oplossing. Maar dat lukt
niet altijd. Soms lopen de irritaties en emoties
hoog op en is het moeilijk om nog tot
afspraken te komen. In die gevallen kan
buurtbemiddeling helpen.
Twee goed getrainde vrijwilligers, de buurtbemiddelaars,
luisteren naar het verhaal
van beide buren apart. Als dan blijkt dat
beiden willen mee werken aan een oplossing
komt er een gezamenlijk gesprek onder
deskundige leiding van de buurtbemiddelaars.
In dat gesprek helpen zij de buren
om zelf een oplossing te bedenken waar ze
allebei tevreden over zijn. Vaak lukt dat al
met één gesprek!
◆Voor meer informatie en
het aanvragen van Buurtbemiddeling
TRAVERS-Buurtbemiddeling,
coördinator is Marianne Grooten
telefoon (038) 4216050,
e-mail:
buurtbemiddeling@travers.nl,
website www.travers.nl
Mevrouw ten Kate belt op naar buurtbemiddeling.
‘Ik ben het nu spuugzat. U moet onmiddellijk
iets tegen mijn buren doen. Ik kan
er niet meer tegen. Ze zijn gewoon a-sociaal.’
Mevrouw ten Kate vertelt dat ze in een flat
woont. Boven haar woont een gezin met vijf
kleine kinderen. De kinderen laten steeds hun
fietsen in de hal van de flat slingeren. Bovendien
maken de kinderen veel rumoer doordat
ze tot ’s avonds door de kamer rennen. En de
buurvrouw heeft iedere dag was aan de lijn
hangen. De lakens wapperen voor haar
woonkamerraam, zodat ze geen uitzicht
meer heeft.
Ze heeft al een paar keer geklaagd bij de buren,
maar die lachen haar alleen maar uit.
Met de buurvrouw kan ze al helemaal geen
woord wisselen, zij spreekt alleen Arabisch.
Kan buurtbemiddeling er niet voor zorgen dat
de overlast ophoudt en dat deze mensen
eens aangepakt worden? De buurtbemiddelaar
legt uit dat ze geen zedenpredikers zijn,
die mensen vertellen hoe ze zich moeten gedragen.
De bedoeling is dat de buren met elkaar
aan tafel gaan zitten en met de hulp van
twee bemiddelaars de ergernissen uitspreken.
En kijken hoe ze in de toekomst prettiger
met elkaar kunnen samenwonen. Nu
moet mevrouw Ten Kate even slikken. Hier
heeft ze niet op gerekend. Wordt het er niet
erger op als ze samen aan tafel gaan? Met
die mensen valt toch helemaal niet te praten?
De mevrouw van buurtbemiddeling vertelt
dat dat meestal wel meevalt. Als er neutrale
mensen bijzitten, verloopt het gesprek
meestal rustiger. Bovendien leven er vaak
misverstanden over en weer. Mevrouw ten
Kate besluit de gok te wagen. Ze wil in gesprek,
samen met haar man Willem.
Nu neemt buurtbemiddeling contact op met
de bovenburen. Mevrouw Ouhamed doet de
deur open. Als ze hoort dat het over de familie
ten Kate gaat, begint ze meteen heftig in
het Arabisch te praten. Haar oudste zoon van
twaalf vertaalt. ‘Ze zegt dat mevrouw ten Kate
niet aardig is. Ze slaat mijn zusjes en ze
heeft een keer mijn fiets op straat gegooid en
die was toen meteen kapot. Toen mijn moeder
niet thuis was, heeft mevrouw ten Kate
Komt u er niet uit
met de buren?
Buurtbemiddeling
kan helpen!
Buurtbemiddeling, waarom ook
niet? Dit vinden enkele Zwollenaren
ervan:
“Het gesprek is rustig verlopen.
Er was begrip van en
voor beide partijen.
Goede begeleiding!”
“De bemiddelaars hoefden
weinig in te grijpen omdat
het een constructief gesprek
was zonder ‘oude koeien’ uit
de sloot te halen. Heb blijkt
dat burenruzies ontstaan
door erg weinig communicatie
wederzijds.”
“De bemiddeling vond plaats
in ongedwongen sfeer.” via haar man dat ze het belangrijk vindt dat
haar was lekker buiten kan drogen. Maar ze
kan zich ook voorstellen dat de buren het niet
prettig vinden om tegen haar lakens aan te
kijken. Zijn er misschien dagen dat meneer
en mevrouw niet thuis zijn? Dan kan ze daar
rekening mee houden. Over en weer maken
de buren nu afspraken wanneer de was wel
en wanneer niet buiten kan hangen. Uiteindelijk
zijn ze er naar ieders tevredenheid uit.
Ook de geluidsoverlast komt ter sprake.
Meneer Ouhamed zal zijn kinderen wat meer
in toom te houden.
Met de bemiddelaars spreken de buren af om
twee maanden te kijken of de nieuwe afspraken
werken. Zo niet, dan gaan ze opnieuw in
gesprek.
Bij buurtbemiddeling bestaat geheimhouding.
Bovenstaand voorbeeld komt
uit een andere gemeente in Nederland.
De namen en omstandigheden zijn vanwege
de privacy veranderd.
Buurtbemiddeling is
◆Vertrouwelijk
◆Onpartijdig
◆Onafhankelijk
◆Gratis
onze lakens van de waslijn getrokken.’ Als de
buurtbemiddelaar uitlegt dat de buurvrouw
en haar man graag willen praten, reageert
mevrouw Ouhamed heel verbaasd. ‘Praten?
Ze schreeuwen alleen maar tegen mij en de
kinderen!’ Ze zal overleggen met haar man of
ze mee willen doen aan een bemiddelingsgesprek.
Een paar dagen later gaan ze akkoord.
Vooral omdat ze willen dat de kinderen niet
langer lastiggevallen worden. Meneer Ouhamed
spreekt voldoende Nederlands om voor
zijn vrouw te kunnen vertalen.
Een week later schuiven het echtpaar Ten Kate
en het echtpaar Ouhamed aan tafel. Wat
mevrouw ten Kate vooral dwarszit zijn de
rondslingerende fietsen in de hal. Waarom
zetten ze die niet gewoon in de schuur? Bovendien
waren ze blij met deze flat, omdat
het uitzicht zo prachtig is. ‘En nu zitten we
tegen gebloemde lappen katoen te koekeloeren!’,
zegt mevrouw Ten Kate verontwaardigd.
Meneer en mevrouw Ouhamed vallen het
meest over het feit dat mevrouw ten Kate
hun kinderen geslagen heeft. Dat vinden ze
onverteerbaar.
De bemiddelaar vraagt aan mevrouw Ten Kate
hoe dit zo gekomen is. ‘Nou ja, geslagen……..,’
pruttelt mevrouw ten Kate tegen.
‘Ik heb ze een pets om de oren gegeven, omdat
ze weigerden hun fietsen op te ruimen.’
Ze geeft nu toe dat ze hiermee te ver gegaan
is. “ik ging even door het lint, ik kon er niet
meer tegen,’ zegt mevrouw ten Kate tegen
meneer Ouhamed. Ze biedt nu haar excuses
aan. Door deze verontschuldiging ontspant
het echtpaar Ouhamed en ze kijken nu minder
boos.
De bemiddelaar vraagt nu aan het echtpaar
Ouhamed of ze zich kunnen voorstellen dat
de fietsen in de hal storend zijn voor hun buren.
‘Ja,’ zegt meneer Ouhamed. Ik kan me
dat voorstellen. Maar we hebben in totaal
zes fietsen en die passen niet in de box. Als
ik ze buiten de flat neerzet, worden ze natuurlijk
gestolen.’
Nu springt meneer ten Kate in. Hij vertelt dat
hij in zijn schuur een takelsysteem heeft gemaakt.
Hij hijst nu twee fietsen de lucht in.
Hij wil best met de buurman kijken of ze samen
zo’n systeem kunnen maken. Meneer
Ouhamed vindt dit een goed idee en stemt
toe. Hij is blij met de hulp van de buurman,
want hij is zelf niet zo handig.
Dan zijn er nog de lakens, die voor de ramen
van de familie Ten Kate wapperen. Is hier
niets aan te doen? Mevrouw Ouhamed zegt
‘De stereo van de buren staat dag en nacht op 10.’
‘De hond van de overkant loopt altijd in onze tuin.’
‘Die auto staat altijd voor ons raam, en ze staan er
de hele tijd aan te klussen.’
‘Je breekt bijna je nek over al die rommel in ons trappenhuis.’
Buurtbemiddeling helpt burenruzies oplossen
◆EEN PETS OM DE OREN EN WAPPERENDE LAKENS
Door Elly Rijnbeek
Buurtbemiddeling heeft weer plek
voor enkele vrijwillige bemiddelaars.
Interesse?
Bel coördinator Marianne
Grooten, tel. 038-4216050.



Publiciteit van buurtbemiddeling
Zwolle in
de Peperbus in 2008.
Op de foto zijn Zwolse
vrijwilligers in bemiddelingsgesprek.
(archief
Buurtbemiddeling
Zwolle)
de Verenigde Staten kennismaakte met buurtbemiddeling.
Wolfsen: ‘Een oude professor had
me op deze meest praktische en pure vorm van
conflictbeslechting gewezen. Ik had het geluk dat
ik mee kon doen met een training voor nieuwe
vrijwilligers en ik mocht mee op pad met bemiddelaars.’
Gelijk nam Wolfsen zich voor: ‘Dit mooie
juweeltje neem ik mee en dat ga ik in Nederland
introduceren.’11
Terug in Zwolle pakte hij de telefoon en belde
met burgemeester Franssen.
‘Hij was ook onmiddellijk enthousiast en
haalde het hoofd van de dienst Welzijn erbij. Binnen
korte tijd hadden we een praktisch pamfletje
gemaakt, andere partijen – woningcorporaties,
politie – erbij betrokken en zijn we aan de slag
gegaan.’ Het Zwolse initiatief kon op grote belangstelling
rekenen. Wolfsen: ‘Zelfs het Journaal
kwam erop af.’12
Geen initiatief van een van de direct betrokken
partijen dus, maar een idee dat gedropt
werd in de gemeentelijke organisatie en daar
met open armen werd ontvangen. Het initiatief
van Wolfsen was ‘een geschenk uit de hemel’,13
een kant-en-klaar concept dat een prachtige
invulling was voor de sociale vernieuwing waar
de gemeente mee aan de slag moest. Omdat het
concept eerst door de gemeente werd omarmd
kwam de organisatie meteen anders te liggen dan
in Rotterdam. In Zwolle werd buurtbemiddeling
via het gemeentelijke ambtelijke apparaat ondergebracht
in het pakket van de gemeentelijke
welzijnsorganisatie, Stad en Welzijn (nu Travers).
De schaal van het experiment was ook anders
dan in Rotterdam. In Zwolle werd buurtbemiddeling
georganiseerd op stadsniveau en niet op
wijkniveau. Voornaamste reden hiervoor was de
grootte van de stad, c.q. wijken. Ook anders dan
in Rotterdam was het tempo waarin het experiment
op poten werd gezet. In een vloek en een
zucht was er een ad hoc initiatiefgroep met vertegenwoordigers
van gemeente, rechtbank, politie
en de welzijnsorganisatie.14 Deze initiatiefgroep
kwam in de periode mei-september 1995 een
aantal keren bijeen en schreef uiteindelijk een
projectplan met een subsidieaanvraag dat in september
werd aangeboden aan de gemeente en via
de contacten van Wolfsen bij het ministerie van
Justitie. Waar de gemeente een mooie invulling
kreeg aangeboden voor de sociale vernieuwing,15
kreeg Justitie een concreet lokaal project binnen
het thema Veiligheid dat een belangrijke rol
speelden in het Convenant dat in oktober 1995
afgesloten was tussen de rijksoverheid en de vijftien
grote steden (G15). Het was dus geen wonder
dat in beide gevallen de subsidieaanvraag
succesvol was, zodat per 1 januari 1996 met het
project kon worden begonnen.
Het Zwolse model
Rotterdam en Zwolle hadden weliswaar dezelfde
inspiratiebron in de San Francisco Community
Boards, maar de praktische uitwerking was verschillend.
In de verspreiding over Nederland werd
het Zwolse model toonaangevend. Er kwamen
geen buurtraden in verschillende wijken (Rotterdam),
maar buurtbemiddeling op gemeentelijk
niveau (Zwolle).
68 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Aleid Wolfsen. Peetvader
van de buurtbemiddeling
in Zwolle. Nu
voorzitter van de Autoriteit
Persoonsgegevens.
(website Autoriteit Persoonsgegevens)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 69
In het boekje van het CCV ter gelegenheid van
10 jaar Buurtbemiddeling meldde de eerste coördinator
Buurtbemiddeling in Zwolle, Els Rodink:
‘Alles moest nog bedacht worden. Ja, er was
materiaal uit Amerika, van de Community Boards
uit San Francisco. Maar verder was er nog helemaal
niets. Het enige wat vast stond, is dat buurtbemiddeling
van start moest.’16
Dat is ook het beeld dat uit het archief van
Buurtbemiddeling Zwolle oprijst. Er was materiaal
uit San Francisco17 dat door Aleid Wolfsen was
meegenomen, er ontstond een initiatiefgroepje
dat op ad hoc basis bijeen kwam en een eerste
projectplan fabriceerde. De samenstelling van
het initiatiefgroepje toont waar het netwerk van
de initiatiefnemer lag en welke sectoren in de
samenleving geïnteresseerd waren in het concept
buurtbemiddeling. Wolfsen had korte lijntjes met
de gemeente en met Justitie. Vanuit de gemeente
kwamen twee beleidsmedewerkers en twee personen
vanuit de gemeentelijke welzijnsorganisatie.
Justitie leverde naast Wolfsen zelf, een rechter, die
tevens bestuurslid van de Welzijnsorganisatie was.
Daarnaast was de politie ook meteen vertegenwoordigd,
in tegenstelling tot woningcorporaties.
Het Zwolse projectplan toont een grote bereidheid
om het Amerikaanse model aan te passen:
‘De Amerikaanse samenleving verschilt
van de Nederlandse, dat maakt het zondermeer
transplanteren van daar succesvolle projecten
hachelijk. De Amerikaanse samenleving vertoont
ook overeenkomsten met de Nederlandse, dat
biedt mogelijkheden voor innovatie om – bij
voorkeur proefondervindelijk – een Nederlandse
bewerking uit te proberen van daar succesvolle
projecten. Een ‘experiment buurtbemiddeling’18
wil de eerste Nederlandse bewerking zijn van de
Amerikaanse ‘community board’.’19
Een eerste aanpassing betrof het buurtoverstijgend
stedelijk model. Deze keuze had consequenties.
De Amerikaanse ideologische inbedding van
buurtbemiddeling met de nadruk op ‘empowerment’
van de buurt verdween grotendeels. Er was
immers geen binding met een specifieke buurt. Er
was hooguit individuele ‘empowerment’ omdat
de bemiddelden zelf, met enige begeleiding, hun
conflict oplosten, terwijl de vrijwillige bemiddelaars
meer vaardigheden ontwikkelden. De
opmerking in het projectplan dat de gemeente
baat zou hebben bij buurtbemiddeling vanwege
‘verbetering van de kwaliteit van de stedelijke
samenleving, activerend burgerschap, en in een
aantal opzichten de herontdekking van de lokale
democratie’20 klinkt wel erg hoogdravend.
Typerend voor het Zwolse model was de
inbedding van buurtbemiddeling in de gemeentelijke
welzijnsorganisatie. De direct betrokken
directeur van Stad en Welzijn, Ronald van den
Berg, beklemtoonde in 2020 nog maar eens dat
volgens hem buurtbemiddeling ondergebracht
moest blijven bij welzijnsorganisaties, gefinancierd
door de gemeente en vooral niet tot een
commerciële onderneming moest worden omgevormd.
21 Buurtbemiddeling was in zijn visie een
nieuwe tool in het al bestaande arsenaal van de
welzijnsorganisatie. Zwolle koos voor een kleine
organisatie met slechts een deeltijd projectcoördinator
voor een halve formatieplaats. Deze persoon
kon bij Stad en Welzijn worden ondergebracht,
zodat deze organisatie ook de overheadkosten kon
bekostigen. Het takenpakket van de coördinator
Conciliation handbook
door Aleid
Wolfsen meegenomen
uit San Francisco. De
methode van de San
Francisco Community
Boards is hierin vastgelegd.
(archief Buurtbemiddeling
Zwolle)
Eindrapport van studie
van de Open universiteit
naar buurtbemiddeling
in Zwolle. Uit de
resultaten blijkt onder
meer dat buurtbemiddeling
bijdraagt aan het
gevoel van veiligheid
van de burgers. (Collectie
auteur)
gevarieerd vrijwilligersbestand worden opgezet
zodat het aantal bemiddelingen per vrijwilliger
beperkt bleef. Vrijwilligers, waarin trainingsuren
waren geïnvesteerd, moesten niet afhaken door
overbelasting. Bovendien was het belangrijk voor
het voortbestaan van het project dat de in de vrijwilligers
opgebouwde ervaring bleef. De werving
van vrijwilligers liep heel voorspoedig. Door de
publiciteit over het project kwamen de vrijwilligers
als ‘vanzelf ’. Bij de start van het project
waren zestien vrijwilligers inzetbaar. Gestreefd
was om een afspiegeling van de stadsbevolking te
bereiken. Dat lukte qua sekse, leeftijd, opleiding
en wijk. Vrijwilligers die specifiek zaken uit hun
eigen wijk begeleidden, zoals in het Amerikaanse
concept, zijn er in Zwolle niet geweest. In tegendeel,
volgens Marianne Huibers, een van de leden
van de initiatiefgroep, was het eerder omgekeerd,
omdat vrijwilligers bij voorkeur niet betrokken
wensten te raken bij geschillen in de eigen buurt.23
Zowel Els Rodink, als Marianne Huibers24 stelden
dat er veel moeite was gestoken in de werving van
niet-westerse Zwollenaren, maar dat dit vergeefse
moeite was geweest. Overigens kwam deze groep
ook bij de klagers weinig voor.
Werd in het projectplan nog gesproken van
panels van vier personen, al snel werd overgestapt
naar bemiddeling door twee personen. In de
woorden van Els Rodink:
‘In Amerika werd bijvoorbeeld met vier of
vijf mensen bemiddeld. Dat leek ons te veel. Wij
hebben toen besloten dat bemiddelaars altijd met
zijn tweeën op pad gaan, zodat ze elkaar kunnen
ondersteunen.’25
Voor de training van de vrijwilligers werd in
eigen kring rondgekeken. Er was het handboek
uit San Francisco, maar dat moest op Nederlandse
leest worden geschoeid. Uiteindelijk kwam men
in Zwolle terecht bij Hogeschool Windesheim, waar
een docent de training heeft opgezet.26 Onder de
vleugels van het CCV is een kwaliteitstoets voor de
verplichte basistraining voor vrijwilligers ontwikkeld,
terwijl erkende aanbieders van trainingen het
officiële logo van buurtbemiddeling mogen gebruiken
op hun trainingsdocumentatie.27
Het succes van buurtbemiddeling hangt
natuurlijk af van het aantal voorgelegde casuswas
behoorlijk omvangrijk. Als kerntaken werden
genoemd opbouwen en onderhouden van een
netwerk van verwijzers, verstrekken van informatie
over ‘buurtbemiddeling’, (mede) opzetten
van een trainingsprogramma voor vrijwilligers,
werven en selecteren van vrijwilligers, opzetten
en uitvoeren van een publiciteitsplan, verzorgen
van de intake van aangebrachte zaken, samenstellen
van de bemiddelingspanels, registreren
bemiddelingsresultaten, nazorg voor de bemiddelden,
opstellen van voortgangsrapportages en
verzorgen van het secretariaat van de Stuurgroep.
De eerste Zwolse coördinator Els Rodink was een
schaap met meer dan vijf poten.
Hoewel het projectplan een aantal keuzes bevatte,
moest er in de praktijk nog heel wat ‘uitgevonden’
worden. In de aanvangsfase werd veel aandacht
besteed aan de werving (en selectie) van vrijwilligers
en hun training. In het projectplan werden
ze omschreven als:
‘Vrijwilligers zijn inwoners van Zwolle, met
uiteenlopende (culturele) achtergronden, wonend
in diverse wijken en buurten, afkomstig uit diverse
lagen van de bevolking, die samen een afspiegeling
vormen van de lokale samenleving.’22
Hun enige functie was binnen het bemiddelingsproces
zelf. Er moest een voldoende groot en
70 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
Eindrapport van de
studie van de Open
universiteit wordt door
Frank Inklaar, een
van de onderzoekers,
aangeboden aan burgemeester
Snijders. (foto
Leah Kreiter, collectie
auteur)
derd. Buurtbemiddeling Zwolle is nog steeds
actief met een halftime coördinator, Marianne
Grooten, binnen de stadswelzijnsorganisatie
Travers. Nog steeds is een enthousiaste groep
vrijwilligers actief in de buurtbemiddeling en
nog steeds is het ‘makkelijk’ om vrijwilligers te
werven. Het aantal bemiddelingen is in de loop
van de jaren wel toegenomen, waarbij het aantal
successen rond tweederde blijft. Wel loopt men
tegenwoordig meer aan tegen gecompliceerde
casussen, die eigenlijk niet geschikt zijn voor
buurtbemiddeling. Nog steeds is buurtbemiddeling
afhankelijk van bekendheid in de stad
en van verwijzers als politie en woningbouwverenigingen.
En nog steeds liggen individuele
doorverwijzers soms dwars. Buurtbemiddeling
heeft laten zien dat het een succesvolle methode
is om burenruzies in een vroegtijdig stadium
aan te pakken, waarmee het een waardevolle
bijdrage levert aan gevoelens van veiligheid in
de buurt.29 En om nog terug te komen op de
titel van dit artikel: Zwolle mag met recht zeggen
dat hier de eerste werkende buurtbemiddeling
in Nederland is georganiseerd.
sen. In de startfase van het experiment werd veel
aandacht besteed aan publiciteit. Dat is zeker
gelukt: in het archief is een overdaad aan krantenknipsels
en kopieën van artikelen te vinden. Daarnaast
moesten er contacten worden gelegd met
potentiёle verwijzers. Daarbij dacht men is eerste
instantie aan gewone burgers, maar ook aan de
politie, buurtwerkers, medewerkers van woningbouwcorporaties,
advocatuur, onderwijsgevenden
en gemeente. Een aantal van deze groepen was
vertegenwoordigd in de initiatiefgroep en de
latere stuurgroep, zodat contacten met gemeente
en politie over het algemeen soepel verliepen.
Bij de politie was er hooguit het probleem dat
een individuele wijkagent vond dat het oplossen
van burenruzies in eerste instantie zijn taak was.
Moeizamer was het contact met de woningbouwcorporaties.
Volgens Marianne Huibers kostte het
veel tijd en inzet om die over de streep te trekken,
vooral ook omdat zij de problemen graag zelf
wensten op te lossen.28
25 jaar buurtbemiddeling in Zwolle
In 25 jaar is er eigenlijk niet zoveel veranzwols
historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 71
Regelmatig houden
organisaties voor
buurtbemiddeling
landelijke conferenties,
zoals in 2006 in
Zwolle, gekoppeld aan
het 10-jarig bestaan
van buurtbemiddeling.
(archief Buurtbemiddeling
Zwolle)
15. In het projectplan wordt hier ook direct naar verwezen:
‘De doelen en resultaten van de ‘community
boards’ in San Francisco ( …) zijn daarmee sterk
verwant aan de doelen en beoogde resultaten van de
Sociale Vernieuwing in Nederland.’ ABZ, Projectplan
voor een ‘Experiment buurtbemiddeling’ in de
gemeente Zwolle, 25-8-1995, ingediend door R v.d.
Berg, directeur Stad & Welzijn, 3
16. CCV, 10 jaar buurtbemiddeling, 23
17. Archief Buurtbemiddeling Zwolle (ABZ), The
Conciliation Handbook uit 1993 en het Community
Boards Training Manual uit 1982
18. De gebruikte terminologie is in Zwolle direct
‘buurtbemiddeling.’ In Rotterdam heeft men het
een tijdje gehad over een ‘buurtraad’.
19. ABZ, Projectplan voor een ‘Experiment buurtbemiddeling’
in de gemeente Zwolle, 25-8-1995, ingediend
door R v.d. Berg, directeur Stad & Welzijn, 3
20. Ibid 5
21. Interview Ronald van den Berg 15-3-2020
22. ABZ, Projectplan voor een ‘Experiment buurtbemiddeling’
in de gemeente Zwolle, 25-8-1995, ingediend
door R v.d. Berg, directeur Stad & Welzijn, 5
23. Interview Marianne Huibers 10-3-2020
24. Interview Els Rodink 10-12-2019, interview Marianne
Huibers 10-3-2020
25. CCV, 10 jaar buurtbemiddeling, 38
26. De methodiek en achtergronden van de training
zijn neergelegd in L. de Vries-Geervliet, Bemiddelen
(Utrecht 1997)
27. https://hetccv.nl/onderwerpen/buurtbemiddeling/
trainingen-buurtbemiddeling/
28. Interview Marianne Huibers 10-3-2020
29. Zie bijv. F. Inklaar, E. Kolthoff, I. Smulders,
Buurtbemiddeling als bron van sociaal kapitaal:
Een onderzoek naar de historie, werking en impact
(Heerlen 2021)
Noten
1. Zwolse pioniers. Interview Els Rodink, in: CCV,
10 jaar buurtbemiddeling (Den Haag 2006)
2. De Stentor 24-07-2020, https://www.destentor.nl/
zwolle/flinke-groei-burenruzies-in-zwolle-in-coronatijd-
nu-mensen-thuiszitten-hoor-je-de-burenvaker
3. hetccv.nl/onderwerpen/buurtbemiddeling/achtergrondinformatie-
buurtbemiddeling/
4. hetccv.nl/onderwerpen/buurtbemiddeling/buurtbemiddeling-
in-nederland/ (situatie per april 2021)
5. https://www.platform31.nl/wat-we-doen/kennisdossiers/
stedelijke-vernieuwing/zeventig-jaarstedelijke-
vernieuwing/grotestedenbeleid
6. Grotendeels gebaseerd op B. Peper e.a, Bemiddelen
bij conflicten tussen buren. Een sociaal-wetenschappelijke
evaluatie van experimenten met Buurtbemiddeling
in Nederland (Delft 1999), 43-45
7. S. Hogenhuis, M. van den Sigtenhorst, N. Temme,
Buurtbemiddeling (Den Haag 2010), 14
8. Evaluatierapport: B. Peper e.a, Bemiddelen bij conflicten
tussen buren. Een sociaal-wetenschappelijke
evaluatie van experimenten met Buurtbemiddeling
in Nederland (Delft 1999)
9. Zie https://hetccv.nl/onderwerpen/buurtbemiddeling/
10. Volgens Marianne Huibers, een van de leden van de
initiatiefgroep in Zwolle, was de ontdekking van de
Community Boards een min of meer toevallige ‘bijvangst’.
Interview met Marianne Huibers 10-3-2020
11. CCV, 10 jaar buurtbemiddeling, 14
12. Ibid, 14
13. Deze omschrijving is van Marianne Huibers, interview
10-3-2020
14. Volgens het projectplan een groep van zeven personen,
maar In Zwolse contreien staat de initiatiefgroep
bekend als de groep van vijf, vermoedelijk
naar het aantal sterk betrokken leden. Interview
Marianne Huibers; interview Ronald van den Berg.
72 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
‘Je liefhebbende Klaartje’
Schrijvende geliefden in oorlogstijd
In de jaren veertig van de vorige eeuw, in de
Zwolse buurt Dieze, woonde in de Gennestraat
op nr. 10 de familie Walgien. Ze bestond uit
vader, moeder, zoon Henk, dochter Harmke,
dochter Klaartje, zoon Jan en zoon Lefert (Leef).
Klaartje was verloofd met Bruin Roerig, die in het
kader van de Arbeitseinsatz (hierna te noemen:
arbeidsinzet) in 1943 in Duitsland tewerkgesteld
werd. Bruin is op 7 april 1943 vertrokken uit Zwolle
naar Maagdenburg, waar hij moest werken in een
schoenmakerij. Klaartje Walgien stuurde haar
verloofde vele brieven. Deze brieven zijn bewaard
gebleven en beschikbaar gesteld door haar zoon
Henk Roerig. Zij beschrijft aan haar verloofde de
toestand en wetenswaardigheden uit het bezette
Zwolle. Bewaard zijn honderd brieven van 17 april
1943 tot en met 26 december 1943. Voor dit artikel
is een selectie gemaakt uit de gebeurtenissen die
Klaartje beschrijft aan Bruin.
17 april 1943, eerste brief
‘Ik heb je brief goed ontvangen. Hij is 10 dagen
onderweg geweest, maar nu heb ik toch je adres.
De briefkaart die je stuurde uit Hengelo had ik
’s avonds om half zes al. Fijn dat je de jongen van
Stil ontmoette, tenminste een bekende. Gelukkig
ben je bij een schoenmaker terecht gekomen.
Heb je een goede reis gehad en heb je nog een
beetje kunnen slapen in de trein? Onze Henk mag
10 mei niet met verlof, vader is nog naar de N.A.F.
[Nederlandsche Arbeitsfront] geweest om iets te
regelen voor hem. Het eerste wat ze vroegen of we
ook van de partij waren! Nou dat was niet zo, dus
het gaat niet door.’
26 april 1943, tweede paasdag
‘Het is nu half elf dat ik begin te schrijven. Vandaag
hetzelfde weer als gisteren, regen en wind.
Eerste Paasdag ben ik om 6 uur opgestaan. We
Klaartje Walgien,
foto uit haar persoonsbewijs.
(Collectie
auteurs)
Rechts: Bruin Roerig,
foto uit zijn persoonsbewijs.
(Collectie
auteurs)
Gerrit Barbé en
Chris Contermans
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 73
74 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
moesten om kwart over zeven in de Grote Kerk
zijn om te zingen met nog drie andere koren en
een kinderkoor. Klaasje heeft van Henk een paar
foto’s gekregen, van hem zelf en een groepsfoto
voor de barak, maar hij staat er zo vreemd op, hij
lijkt in niets op onze Henk. Vredenburg zijn zusje
is overleden, ze was pas 24 jaar. Jammer dat je
niet bij de schoenmaker waar je werkt in de kost
kunt. De groeten van vader, moeder, Harmke,
Jan en Leef.’
28 april 1943
‘Dit is alweer de vijfde brief die ik je schrijf en mijn
gedachten zijn ieder ogenblik bij je. Vanmorgen
de was gedaan het is nog steeds geen mooi weer.
’s Middags zijn we op de Diezerkade gaan kijken
naar de begrafenis van Horreüs de Haas. Er waren
elf volgrijtuigen en achter de lijkwagen liepen
alle dominees en ouderlingen. Daarachter wel
duizend mensen van zijn gemeente en andere verenigingen.
Natuurlijk ook de geheelonthoudersvereniging,
de Haas was een vurig strijder voor
deze zaak. Gerit Broekhart uit de Warmoesstraat
en ook die jongens moesten ook om kwart voor
zeven weg, net zo laat als jij.
Ze moeten verder weg dan jij, helemaal naar
Litouwen, ze moeten vier dagen reizen. Ik heb
dinsdag 27 april een pakje voor je naar het postkantoor
gebracht met een roggebrood er in. Dat
heb je misschien al wel op. Lekker hè?’
2 mei 1943
‘Het is nu zondagavond half negen. Je zult wel
denken, zit je thuis? Ja dat zit zo, we moeten om
acht uur binnen zijn, dat is straf, omdat er zoveel
gestaakt hebben. Harmke en Jan hebben ook niet
gewerkt. Wij hebben helemaal een bewogen week,
er is een bom op het Zwarte Water gekomen, je
weet wel he. Het was woensdag morgen vijf over
acht, moeder, Leef en ik zaten aan het brood eten.
Moeder liet haar koffie uit de handen vallen. De
deuren vlogen bij ons allen open. Aan de andere
kant alle ramen eruit met sponningen en al en zo
is het door heel Zwolle. De volgende dag was het
weer luchtalarm, vader naar het gasfabriek met
zijn band om, maar na vijftien minuten was het
alweer sein veilig. Loos alarm, ze waren pas bij de
kust. Na het eten zijn we met vader, moeder, Leef,
Harmke en Klaasje naar de Hasselterdijk gegaan
om de schade te bekijken. Nou het ziet er daar verschrikkelijk
uit. Het was een eind lopen we waren
drie en een half uur onderweg. Jammer dat we om
acht uur binnen moeten zijn. Op 10 mei is opa en
opoe 60 jaar getrouwd. Bruin zoek de kracht vooral
bij God, dan slaan wij ons overal doorheen.’
Gerardus Horreüs de Haas (1879-1943) was een
socialistisch vrijzinnig hervormd predikant. Hij
pleitte voor het samengaan van christendom en
socialisme, waardoor hij ook wel de ‘rode dominee’
werd genoemd. Bij zijn begrafenis waren ruim
tweeduizend mensen aanwezig. Elk jaar worden
er op 5 mei nog bloemen gelegd bij zijn graf op
de begraafplaats Kranenburg te Zwolle. (Foto N.
Japikse, e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk
der Nederlanden in woord en beeld, 1938)
Bij de brief van 2 mei: De avondklok was ingevoerd als straf op de Aprilmeistaking
van 1943. Deze staking kwam vooral voort uit protest tegen de
gedwongen tewerkstelling in Duitsland, de eerder genoemde arbeidsinzet.
Men mocht zich van acht uur ’s avonds tot vier uur in de ochtend niet op straat
begeven. Verderop in de brief verwijst Klaartje naar het kruitschip dat op het
Zwarte Water lag en dat was ontploft na onder vuur te zijn genomen door een
geallieerd vliegtuig.
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 75
Fragment van een brief
die Klaartje Walgien
aan Bruin Roerig in
Duitsland schreef.
(Collectie auteurs)
76 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
4 mei 1943
‘Wat heb je mooie enveloppen, die blauwe en
gele. Van de zeven brieven die je stuurde, zijn er
maar twee geopend. Ze trekken wel de voering
uit de envelop, zijn natuurlijk bang dat er wat in
zit. Het is hier een dooie boel na acht uur, muisstil
buiten. Ze schieten er zo maar op los. Een
vrouw uit de Rembrandtlaan die haar man binnen
liet, hij is marechaussee, die vrouw ligt nu
in het ziekenhuis en is er slecht aan toe hoorde
ik van tante Griet. Daar was ik gisteren om de
bonnen te brengen voor de gebakjes voor opa en
opoe. Ook mijn ene zondagse schoen opgehaald.
Daar moest een gummi hak onder, die had hij
niet meer. Nu heb ik een leren hak met een ijzer,
koste 45 cent, duur hè.’
7 mei 1943
‘Met moeder over de Vondelkade gewandeld, daar
zijn ook veel ramen stuk. ’s Nachts om kwart over
twee werd ik wakker van de vele vliegmachines en
ging het luchtalarm. Er is een brandend vliegtuig
achter de centrale neergekomen en nog twee andere
verder uit de buurt. Gelukkig ben ik om drie uur
alweer in slaap gevallen. Morgenmiddag gaan we
een nieuw pakje voor onze Leef kopen, gisteren heb
ik de vergunning opgehaald. Zal mij benieuwen of
we nog een schier pak kunnen kopen.’
10 mei 1943
‘Zaterdag zijn wij een pak gaan halen voor onze
Leef. We hebben er negen punten bij gekregen, hij
had er zelf nog een en dertig. Voor een pakje heb
je er veertig nodig. Goed geslaagd, een donker
blauw pak met een pofbroek. Het koste 29,50 gulden,
veel voor zo’n kleine jongen. Maar je bent al
blij dat er wat te koop is. Alle jongens en mannen
van 18 tot 35 jaar moeten zich melden. Er blijven
alleen maar oude mannen over. Ik heb een pakje
voor je naar het postkantoor gebracht, de foto van
mij moest er uit, mocht niet zeiden ze. De thee
surrogaat is ook al op de bon gekomen en de maggiblokjes
en weet ik wat al niet. We mochten eens
te vet worden!’
12 mei 1943
‘De boeken waar je om vroeg mogen niet verstuurd
worden. Dat je geen nieuwe schoenen kunt
krijgen had ik wel verwacht. Vanavond stond in de
krant dat de jongens die in 1921 zijn geboren zich
moeten melden, het begint al, gelukkig is onze Jan
er niet bij. Om kwart voor 10 naar opa en opoe
gegaan. De kamer was te klein voor alle visite, ik
zal je vertellen wat ze allemaal gekregen hebben.
Zeventien bloemstukken, zeven pond boter van
de boeren uit de omtrek, een taartje, een cake, een
groot eierbrood, eieren, een ham, grote schaal met
vlees voor op de boterham, eigen gebakken brood
van een boer, van die lekkere grote plakken. We
hebben gesmuld. De burgemeester van Zwollekerspel
is ook nog geweest. Een leuk type, hij praatte
gewoon plat met opa en opoe. We hebben ook
nog gezongen. Van de baron de Vos van Steenwijk
hebben ze 60 gulden gehad, een gulden voor elk
jaar, leuk hè.’4
21 mei 1943
‘Met Harmke naar Derk geweest om melk te
halen. Vanavond stond in de krant dat alle jongens
geboren in 1922 en 1923 zich aan moeten melden.
Daar is onze Jan ook bij. Ze moeten een formulier
ophalen, invullen en meebrengen als ze zich
melden. Wat ze met die jongens willen weet ik nog
Toelichting brief 10 mei 1943
Het feit dat alle jongens en mannen van 18 tot 35 jaar zich moesten melden,
kwam voort uit een bekendmaking van 7 mei 1943. Alle mannen
geboren in 1922, 1923 en 1924 moesten zich melden bij de arbeidsbureaus,
om vóór 15 augustus in het kader van de arbeidsinzet naar Duitsland te
kunnen worden gezonden. De reden voor deze bekendmaking was dat er
te vaak vrijstelling voor de arbeidsinzet werd verleend. Om dit in te perken
werden de in deze jaarklassen geboren mannen gedwongen opgeroepen. 3
Rechts: Advertentie
POZC, 27 mei 1943.
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 77
niet. Onze Jan moet zich op zaterdag 29 mei melden.
Hou je sterk!’
25 mei 1943
‘Zaterdagmiddag gaan Harmke en ik altijd nog
met het busje, en een ijsco pikken bij Lino, een
lekkere wafel van 30 cent. ’s Avonds regende het
en zijn we thuis gebleven. Zondag lekker gegeten,
een groot stuk vlees dat we hadden(niet dus) we
moeten nu 4 weken met onze vleesbonnen doen,
en hebben maar een klein stukje, maar het andere
smaakte lekker, spinazie en aardappelen. Grote
eter als ik kan haast niet genoeg krijgen. Hoe het
zaterdag met onze Jan afloopt hoor je zo spoedig
van me. We zullen er maar het beste van hopen en
op God vertrouwen.’
31 mei 1943
‘Ik leg nu elke week twee kwartjes weg, ook voor
jou. Zaterdagmiddag zijn we maar weer eens
naar Leben gegaan, die had ook wafels maar niet
zo lekker. Alle jongens van 1924 moeten zich nu
melden.’
3 juni 1943
‘Jan heeft nog geen oproep gehad voor de keuring,
maar dat mag niet hinderen. Ze roepen nu de
regimenten 2, 3, 9 en 11 van de infanterie op. Zo
gaan ze allemaal. Roelof heeft een Ausweis, hij
heeft zich verbeurd en kan niet werken. We zijn
naar tante Mina geweest, Klaartje was aardbeisaus
aan het maken, toen het klaar was mocht ik de pan
uitlikken. Nou daar was ik niet vies van, heerlijk.’
6 juni 1943
‘Onze Jan is nog steeds niet gekeurd, ze vergeten
hem zeker. Die andere jongens zijn al weg, maar
we houden ons stil, hopelijk krijgen we er geen
last mee. Gefeliciteerd met je verjaardag. De fotostandaard
in het pakje heb je van vader, moeder,
Harmke, Jan en Leef gekregen. We wilden er nog
wat koek bij doen maar er was van de week niets.
We konden niets krijgen. Moeder heeft nog wel in
de rij gestaan bij Brunsting. Onze Jan moest ook
gekeurd worden, wat je keuren noemt. Ze moesten
langs de dokter lopen. Hij had een brief bij zich van
de dokter dat hij last van zijn maag had. Ze vroegen
om een foto van de maag, die had hij niet. Nou dan
ben je goedgekeurd. Jan moet vrijdag al weg, hij
Links: Jan Walgien, foto
uit zijn persoonsbewijs.
(Collectie auteurs)
Toelichting brief 3 juni 1943
Na de capitulatie van Nederland op 14 mei 1940, was de tactiek van de
Duitse bezetter gericht op versmelting met het stamverwante Nederlandse
volk. De Duitsers geloofden nog dat het Nederlandse volk voor
het idee van een groot Germaans Rijk gewonnen kon worden. Nederland
was volgens de Duitse propaganda dan ook slechts bezet om het Europese
vasteland te beschermen tegen Engelse imperialistische aspiraties. In
een verbroederend gebaar naar het Nederlandse volk toe, had de bezetter
besloten dat alle Nederlandse soldaten vanuit krijgsgevangenschap
mochten terugkeren naar huis. In 1942 kregen de beroepsofficieren en
onderofficieren echter al het bericht dat zij zich binnen drie dagen bij de
Duitse instanties moesten melden, waarop zij weer in krijgsgevangenschap
werden genomen. Op 29 april 1943 kregen alle dienstplichtigen de
oproep om zich te melden en zo weer terug te keren in krijgsgevangenschap.
Als reden werd aangehaald dat een aantal soldaten door hun vijandige
gedrag het vertrouwen dat in hun was gesteld, hadden geschaad.
In werkelijkheid had Duitsland door uiteenlopende redenen een tekort
aan arbeidskrachten. De krijgsgevangenen werden dan ook voor de
arbeidsinzet tewerkgesteld in Duitsland. 5
78 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
gaat naar Dortmund. Uitstel geven ze niet, maar
hij gaat met bekende jongens uit de buurt. Op het
ogenblik horen we weinig van de oorlog, alleen
aanmelden en krijgsgevangenen. Moeder heeft nog
een pakje roggebrood meegegeven voor je, ze vond
het zo sneu dat er geen koeken waren.’
8 juni 1943
‘Allerliefste schat, Gefeliciteerd met je verjaardag.
Na het eten naar Spoolde geweest om melk te
halen. Ik hoop dat je een prettige dag zult hebben.
Het taaihart is van moeder, en de map. Als je weer
bij ons bent krijg je van mij dat boek.’
9 juni 1943
‘Jan kwam vanmiddag thuis met twee pond aardbeien.
Ze kosten 55 cent per pond niet duur.
Er moeten alweer vier regimenten weg, het zal wel
niet lang meer duren voor ze allemaal weg gaan.
Ik heb thuis voor onze Jan koekjes gebakken
omdat hij al zo snel weg moet. Hebben we tenminste
nog wat bij de koffie, er is haast niets te
krijgen. Jan heeft een paar dagen uitstel gekregen.
Hij moet nu op woensdag 16 juni weg. De plaats
waar Jan heen moet heet Soest, daar gaan alle jongens
heen. Ik denk dat ze van daar uitgezonden
worden. Je hoort nog van mij waar hij heen moet.
Ik hoop dat moeder de kracht krijgt om het te dragen.
Jan is er zelf wel goed onder. Zijn baas maakt
voor hem een houten koffer, dezelfde als jij hebt.
Die jonge van Poppe de slager, je weet wel die
afgekeurd is, krijgt de baan van Jan.’
11 juni 1943
‘Jammer dat je misschien van je kamer moet.
Ik vind het een naar idee als je naar een barak
moet. Had maar eerder gevraagd om de veters,
dan had ik ze aan Treep mee kunnen geven. Jan
is achter een tweed jas aan geweest maar heeft er
geen gekregen. Wel heeft hij nog een koffertje erbij
gekocht van Stoter op de Assendorperstraat. Er
gaan toch zoveel jongens weg aanstaande woensdag,
ook die van 23 jaar. Vandaag moesten de kappers
zich aanmelden. De andere week de slagers
en zo gaat het maar door tot ze allemaal weg zijn.
Bruin houd goede moed.’
Rechts: Aanwervingsbevestiging
tewerkstelling
Jan Walgien. Via Soest
moest hij uiteindelijk in
Westfalen (Duitsland)
terecht komen. (Collectie
auteurs)
Detail van de houten
koffer die Jan Walgien
volgens de overlevering
voor zijn zwager Bruin
had gemaakt, toen
deze werd opgeroepen
om tewerk te worden
gesteld in Duitsland.
(Collectie auteurs)
zwols historisch tijdschrift jrg. 38 – nr. 2 | 79
11 juni 1943
‘Beste aanstaande zwager, Hopelijk heb je nog
een leuke verjaardag gehad. Hoe vond je de foto
van Klaartje, mooi he. Het heeft de fotograaf veel
moeite gekost om haar er goed op te krijgen, ze
kon haar handen niet naar zijn zin neerleggen.
Maar ze staat er mooi op hè. Hartelijke groeten
van Harmke.’
14 juni 1943, tweede pinksterdag
‘Zaterdagmiddag zijn we naar de stad geweest
om voor Klaartje haar verjaardag wat te kopen.
Moeilijk hoor om in deze tijd wat te kopen. Het is
uitgedraaid op een lijstje met een tekening van de
Sassenpoort, kostte 4,50 duur he. Zondagmiddag
zijn we naar Klaartje geweest om te feliciteren.
Na het broodeten zijn we naar het Engelse Werk
gewandeld, het was er niet druk. Je kunt merken
dat er veel jongens weg zijn. Al de boerenjongens
moeten nu ook al weg. Fijn dat je die schoenen
hebt gekocht, ook al zijn ze van papier. Gisteren
naar juffrouw Piek geweest, eerst een paar begonia’s
gekocht bij Lode 75 cent per stuk. En Mina
Goris heeft difterie daar ben je zo zes weken klaar
mee.’
16 juni 1943
‘Jans en Johan zijn gisteren in ondertrouw gegaan
en zullen eind augustus wel gaan trouwen. Vermoedelijk
komen ze bij Jans broer in te wonen, Albert
in de Frans Hals Straat. Ze gaat gewoon naar het
atelier want Johan moet dan toch weer weg.
Vanmorgen moest onze Jan om 6.20 uur al op
het station zijn. Vader en ik hebben hem weggebracht
met de fiets, ik de kleine en vader de grote
koffer. De trein vertrok om kwart voor zeven.
Jan was gelukkig goed te spreken. We zullen maar
hopen dat God hem de kracht geeft in deze zo
moeilijke dagen. Moeder vindt er veel kracht in.
Vanmiddag even naar Jans en Johan geweest
om te feliciteren .We hebben haar meubels gezien.
Ze hebben wat voor de slaapkamer en vier stoelen.
Ze verkopen nu geen meubels, de winkels moeten
14 dagen dicht. Veel zullen ze ook niet krijgen, een
dressoir kost 300 gulden. Ze zijn bang dat Peter
ook weg moet, hij is van het 20ste regiment en dat
zijn bijna allemaal Zwolschen.’
18 juni 1943
‘Die jongen van Rosekamp uit de Berkumstraat
is nu naar Hagen en is daar schoenmaker
geworden. Johan is in een fabriek terecht
gekomen. Onze Jan is naar Soest gegaan, vandaar
worden ze weer naar een andere plaats
gestuurd. Gisteravond zijn Harmke en ik naar
de Mastenbroekerpolder gefietst om koffiesurrogaat
te brengen naar een nicht van vader. Die
mensen gebruiken heel veel tijdens het hooien.
We waren om kwart over tien thuis met een fles
melk. Die mensen hun boerderij heeft heel wat
geleden door die bom op het schip. Het gebeurde
er vlak bij. Het hele dak is opgelicht en staat
er nu scheef op. Alle ramen stuk en binnen ook.
Gelukkig hebben ze het er zelf goed afgebracht.
Bij hun in de stal wonen nu mensen, die hebben
alles stuk, hun kinderen zijn bij familie ondergebracht.
Er liggen noch dertien mensen in het
ziekenhuis. Vanavond zijn er weer veel jongens
weggegaan, ze zeggen wel 700, ook verscheidene
boerenjongens uit Dieze, allemaal 19 jaar.
Ik heb een nieuwe jasbeschermer op de fiets
gekocht 2 gulden, hij is wel van papier maar
staat weer netjes.’
25 juni 1943
‘Gisteren kwam Visscher die gelijk met Jan is weggegaan,
hun zoon lag in Bochum en dat Jan naar
een andere plaats is gegaan. We weten nog niets
van Jan. Bij ons is het nu niet zo leuk. Als de Tommies
aan de kust zijn gaat er al alarm van de week
en twee keer ’s nachts, maar je ziet of hoort niets.
Het vervelende is dat vader dan naar de gasfabriek
moet midden in de nacht.’
4 juli 1943
‘Gisteren naar Kampen geweest om enveloppen
te kopen, hier is niets meer te krijgen. Ik heb
er 75 genomen. Vandaag naar de Jeruzalemkerk
geweest, er waren 19 dopen, een met twee
kinderen. Ali Bonthuis met Kees Scheffer uit
de Luttekestraat hebben ook een jongen laten
dopen. Maandagavond moeten we naar de
vergadering van de luchtbescherming. Dat is
verplicht van 15 tot 65 jaar. Om half acht in de
Nieuwe Ster.’
80 | jrg. 38 – nr. 2 zwols historisch tijdschrift
7 juli 1943
‘Het is slecht weer. Vanmorgen stond een oude
man te schuilen onder een boom op de Burgemeester
van Roijensingel en getroffen door de
bliksem, dood. Maandag avond zijn we naar de
vergadering van de luchtbescherming geweest.
Wat je moet doen als er een bom valt. Eerst sprak
een politieagent, toen een brandweerman en een
zuster met wat je moet doen bij gewonden. Het
was nog leerzaam. Jammer dat we zo lang op
bericht van Jan moeten wachten, noch niets. Van
vaders land hebben ze een hele hoek met winterwortels
gestolen.’
11 juli 1943
‘Wat er met de post is mag joost weten. Er komt
niets uit Duitsland. Iedereen die je spreekt
heeft in geen drie weken of veertien dagen post
gehad. Gisterenmiddag liep er een vrouwelijke
postbode in de Diezerstraat, er komen er steeds
meer.’
21 juli 1943
‘Ik hoop nog steeds dat je de 27ste op verlof komt.
We hebben nog steeds geen brieven van jullie ontvangen,
hoe is het met je? Ik weet niets meer van
je vanaf 25 juni. Krijg je wel genoeg te eten?’
28 juli 1943
‘Ik kreeg gisteren een brief van je van 27 juni, die
is een maand onderweg geweest. Van onze Jan een
brief van 2 juli. Hij is in Bochum. Gisteravond heb
ik met Harmke van kwart voor tien tot kwart voor
elf op het station op je staan wachten, maar wie er
kwam geen Bruin.’
1 augustus 1943
‘Ik kreeg je brief en heb even zitten huilen. Je zult
het verlof toch wel weer aangevraagd hebben?
Die jongen van Eikenaar uit de Warmoesstraat
is alweer op verlof, die is nog later dan jij weggegaan.
Rikie Spanhak haar ouders waren gisteren
30 jaar getrouwd. Vrijdagmorgen kregen we
de brief van Jan. Gisteren even naar Leben een
ijsco gegeten, lekkere wafel. Ook even naar tuin
Eekhout gewandeld. Er zijn op het moment veel
Brits-Indiërs met van die tulbanden op. De een
zegt krijgsgevangenen, de ander vrijwilligers, ik
denk het laatste. En ze zijn er ook weer met van
die rare groene pakken wat dat voor snoeshanen
zijn weet ik niet.’
7 augustus 1943
‘Vrijdag ging om één uur het luchtalarm. Er
gingen er aardig wat over we konden ze tellen in
koppels van vijftig. Ze schitterden zo mooi in de
zon. Om twee uur was het weer veilig. Vaders tuin
ligt er mooi bij. Vader heeft met zijn hand tussen
de knijper op het gasfabriek gezeten. Ik moet
elke dag zijn hand verbinden, hij kan alle vingers
bewegen. Alle

Lees verder