Categorie

2017

Zwolse Historisch Tijdschrift 2017, Aflevering 2

Door 2017, Aflevering 2, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
150 jaar voortgezet onderwijs
aan de Bagijnesingel
34e jaargang 2017 nummer 2 850 euro
Suikerhistorie
Chinees Indisch Restaurant Wen Chow
Sassenstraat 26
Het hoekpand Sassenstraat 26 met zijn afgeronde
gevel is een product van de tijd Het is rond 1875
in eclectische stijl opgetrokken een bouwstijl die
zich kenmerkt door stijlelementen uit vroegere
tijden te combineren tot een nieuw geheel
An Pai Lau geb 1912 begon als eerste in
Zwolle een Chinees Indisch restaurant Hij was in
1937 in Nederland komen wonen en had aanvankelijk
met textiel gevent In 1945 streek hij neer
in Zwolle waar hij in de Walstraat op nr 58 een
klein Chinees restaurant begon Lau maakte zelf
bami en slachtte de kippen in de tuin De eerste
gasten waren vooral oudIndigangers en oud
KNILmilitairen maar al snel kwamen er ook veel
Zwollenaren over de vloer In 1951 verhuisde het
restaurant daarom naar de Sassenstraat en kreeg
de naam Wen Chow Het was nieuw dat je bij de
Chinees eten kon afhalen Je moest dan wel je
eigen pannetje meenemen De latere eigenaar veranderde
naam van het restaurant in Yang Zhing
De Chinees in de Sassenstraat werd in Zwolle
een begrip waar je zestig jaar lang lekker en goed
kon eten
Sinds 2014 is in het pand het Blauwdruck
Zwolsch Warenhuis gevestigd een winkel met een
multifunctionele ontmoetingsruimte waar onder
meer kunst sieraden en keramiek te koop zijn Je
treft er ook een lunchroom aan met huisgemaakte
taarten De Chinese tekens boven de ingang en
het Chinese plafond herinneren nog aan de vorige
bestemming Voor 2014 kon je er alleen maar
eten nu vind je er eten n kunst onder n dak
54 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
Collectie ZHT
Het pand Sassenstraat 26 in juli 2017
Foto Elske Bootsma
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 55
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 54
Van Rijks HBS tot Deltion Sprint Lyceum
150 jaar voortgezet onderwijs aan
de Bagijnesingel Jan Gulikers 56
Selma
een leven een tentoonstelling Ingrid Petiet 76
Hanzestad Zwolle
Het ontstaan van een nieuw imago
Frank Inklaar 86
Op zoek naar de verdwenen kaak
Jan van de Wetering 92
Bloemisterij Krajenbelt en Koldewee
Gerrit Banck en Geert Banck 97
Zwollerkerspel gordel en levensader
rondom de stad Wim Coster 103
Auteurs 109
Redactioneel
Het is dit jaar 150 jaar geleden dat in
Zwolle de Rijks Hogere Burgerschool
Rijks HBS of RHBS van start ging aan
de Bagijnesingel De Rijks HBS was de voorloper
van de huidige Van der Capellen Scholengemeenschap
De school verhuisde al in 1970 naar de
Lassuslaan maar het oorspronkelijke gebouw
functioneert nog altijd als onderwijsinstelling en
is daarmee het oudste schoolgebouw in Zwolle
dat nog als zodanig in gebruik is Jan Gulikers laat
150 jaar gebouw en gebruikers de revue passeren
Ingrid Petiet beschrijft hoe aan het leven van
de joodse Selma Wijnberg die als een van de weinigen
Sobibor overleefde in een expositie in de
synagoge vorm is gegeven
Vanwege de internationale Hanzedagen van
1518 juni dit jaar in Kampen zet Frank Inklaar
vraagtekens bij het gebruik van de Hanze als
merknaam terwijl er in onze stad maar bitter weinig
herinnert aan de Hanze van weleer
Jan van de Wetering neemt ons mee op bedevaart
naar Frankrijk niet naar Lourdes of Lisieux
maar naar de verdwenen kaak van Thomas a
Kempis die in de schrijn in de Onze Lieve Vrouwebasiliek
ontbreekt
De gebroeders Banck wier ouders in de
bloemen werkten zeggen het met bloemen Zij
beschrijven de bloemisterij van Krajenbelt en Koldewee
vlakbij de Van Karnebeekstraat
De zomer van 1967 staat bekend als Summer
of Love Voor inwoners van Zwollerkerspel gold
dat bepaald niet toen hun gemeente op 1 augustus
1967 werd opgeheven Wim Coster vertelt naar
aanleiding van zijn recent verschenen boek over
enkele aspecten uit de boeiende geschiedenis van
de ruim dertig dorpen en buurtschappen die gezamenlijk
Zwollerkerspel vormden
Wij wensen u weer veel leesplezier
Coverfoto Het Deltion Sprint Lyceum aan de
Bagijnesingel 2017 Foto Jan Gulikers
Inzet Eindexamenklas hbsb uit 1951 Voor namen
zie pagina 65
56 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
De omgeving van het gebouw van de voormalige
Rijks Hogere Burger School verder
Rijks HBS aan de Bagijnesingel is in
de afgelopen jaren drastisch veranderd De laatste
monumentale en beeldbepalende kastanjebomen
links van het gebouw bij de ingang van de fietsenstalling
zijn een paar jaar geleden verdwenen De
bloederziekte heeft deze oude paardenkastanjes
de das omgedaan Het is even wennen met de
nieuwbouw aan de Bagijneweide en de Rhijnvis
Feithlaan Het ziet er verzorgd maar een beetje
kaal uit en de jonge aanplant voor het gebouw
heeft nog wat tijd nodig Maar nog steeds heeft
het gebouw een onderwijsbestemming al 150 jaar
lang Op de gevel prijkt nu de aanduiding Deltion
Sprint Lyceum
Het aanzien van het neoclassicistische schoolgebouw
aan de Bagijnesingel ontworpen door
stadsarchitect B Reinders en in 1867 in gebruik
genomen1 is in hoofdlijnen intact gebleven Het
gebouw lag aan het einde van de negentiende
eeuw in een groene omgeving met bomen aan
weerszijden en een groene achtertuin Alleen het
middendeel van het gebouw ziet er anders uit
In 19511952 vond er een ingrijpende verbouwing
plaats waarbij dit deel werd voorzien van
een tweede verdieping Bij die verbouwing werd
tevens het trappenhuis vernieuwd en werd de
De Rijks HBS aan de
Bagijnesingel omstreeks
1900 Collectie HCO
Van Rijks HBS tot Deltion Sprint Lyceum
150 jaar voortgezet onderwijs aan de Bagijnesingel
Jan Gulikers
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 57
ingang aangepast De door de gemeente geschonken
oude klok boven de ingang oorspronkelijk
afkomstig van de BinnenDiezerpoort die in 1829
was afgebroken werd na de verbouwing in bruikleen
afgestaan aan de St Jozefkerk in de Assendorperstraat
2 Ook de klassieke ornamenten aan de
voorgevel zijn er niet meer
Thorbecke zou het schoolgebouw vast nog wel
herkennen Hij was als minister van Binnenlandse
Zaken tevens belast met de portefeuille onderwijs
en hij was nauw betrokken bij de totstandkoming
van de hbs in Nederland en de vestiging van een
rijkshbs in zijn geboortestad Zwolle
Ruim honderd jaar heeft de Rijks HBS gebruik
gemaakt van het gebouw Na invoering van de
Mammoetwet in 1968 verhuisde deze school in
1970 naar een nieuw gebouw aan de Lassuslaan
en ging verder als rijksscholengemeenschap
voor mavo havo en vwo in 1990 omgedoopt tot
gemeentelijke Van der Capellen Scholengemeenschap
In 2008 kreeg het gebouw aan de Bagijnesingel
de status van gemeentelijk monument omdat het
object niet alleen stedenbouwkundig en geschiedkundig
maar ook architectuurhistorisch van
waarde is De bouwstijl wordt aangeduid als eclecticisme
traditionalisme van de Delftse school3
Het ontstaan van de hbs in Nederland
De grondwet van 1848 verplichtte de regering al
het onderwijs in wetten te regelen Begin 1862
kort na het aantreden van een nieuw kabinet
onder leiding van de liberale voorman Johan
Rudolph Thorbecke werd een wetsvoorstel ingediend
dat een jaar later mei 1863 uitmondde in
de Wet op het Middelbaar Onderwijs4 Thorbecke
de geestelijke vader van de wet zorgde daarmee
voor een wettelijk geregelde opleidingsvorm die
in de ons omringende landen Duitsland Frankrijk
en Engeland al een tijd bestond De discussie
rond het wetsvoorstel spitste zich toe op het
thema wat diende onder middelbaar onderwijs
te worden verstaan Volgens Thorbecke hoorden
de gymnasia die de leerlingen voorbereidden op
het studeren aan de universiteit niet tot het middelbaar
onderwijs maar tot het hoger onderwijs
De universitaire opleiding en de school die daartoe
voorbereidde het gymnasium moesten een
eenheid blijven vormen Hij maakte daarmee het
principile onderscheid tussen het onderwijs voor
de kleine minderheid der samenleving die de
geestelijke leiding daarvan heeft en het onderwijs
voor de talrijke burgerij die voorbereid moest
worden om te werken in de nijvere maatschappij
5
De nieuwe opleiding Hogere Burgerschool
was bestemd voor dat deel van de burgerij dat
geen wetenschappelijke opleiding maar een brede
algemene ontwikkeling en maatschappelijk nuttige
kennis wenste Jongelieden uit de gezeten
burgerij konden daarmee worden voorbereid
op hogere functies in handel en industrie Het
vakkenpakket van de nieuwe opleiding omvatte
vakken als boekhouden handelskennis moderne
talen alsmede wiskunde natuurkunde en scheikunde
De hbs moest oorspronkelijk drie jaar
duren en was tevens bedoeld als onderbouw van
een aantal landbouwscholen Op enkele plaatsen
in het land moest een vijfjarige variant komen ter
voorbereiding op de te stichten Polytechnische
School in Delft
In 1864 stichtte het Rijk de eerste rijks hogere
burgerscholen Maar geheel volgens de denkwijze
van de liberaal Thorbecke moest de rol van de
staat beperkt blijven een paar modelscholen dat
was voldoende nieuwe scholen kwamen er dan
MMS
In het uiteindelijke wetsvoorstel uit 1863 werd ook nog plaats ingeruimd
voor de Middelbare School voor Meisjes mms bestemd voor meisjes uit
de meer gegoede en burgerklasse Voorschriften over de inrichting van het
onderwijs aan de mms werden niet gegeven24 Er werd lesgegeven in vele
vakken een brede en algemene vorming was het uitgangspunt Het examen
voor het mmsdiploma omvatte een vast vakkenpakket met daarin de
vakken Nederlands Frans Duits Engels aardrijkskunde en geschiedenis
Het diploma gaf geen toelating tot de universiteit maar wel tot een aantal
voortgezette middelbare opleidingen tegenwoordig hboopleidingen zoals
de kweekschool de kunstacademie en de school voor maatschappelijk werk
Ook werd de mms als een goede vooropleiding voor het beroep van secretaresse
gezien bijvoorbeeld bij Schoevers
58 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
vanzelf Voor het overige moest vooral de lagere
overheid de handen uit de mouwen steken6 Het
Rijk stichtte vijf rijks hogere burgerscholen met
een vijfjarige cursus en tien met een driejarige
opleiding en introduceerde daarmee tevens een
nieuw fenomeen in het onderwijsstelsel het Rijk
als scholenstichter Diverse gemeenten volgden
dit voorbeeld De eerste rijkshbsen kwamen in
Groningen en Roermond de eerst gemeentelijke
hbsen in Zutphen Leiden Delft Haarlem Sneek
Deventer en Maastricht7 In de praktijk ontstonden
twee soorten scholen namelijk de driejarige
en de vijfjarige hbs Ook is er enige tijd een zesjarige
cursus geweest met eenzelfde programma
als de vijfjarige Bij alle opleidingen lag de nadruk
op het onderwijs in wiskunde exacte vakken en
moderne talen Anders dan verwacht werd vooral
de vijfjarige hbs een succes de driejarige variant
werd grotendeels verdrongen door de mulo waar
in vier jaar dezelfde stof onderwezen werd
Aanvankelijk gaf het diploma van de hbs geen
recht tot toegang tot de universiteit Wie toch toegelaten
wilde worden moest een toelatingsexamen
doen en moest in een aantal vakken testimoniacolleges
aan de universiteit volgen Bij uitzondering
gaf de minister vrijstelling van de toelatingseisen
In de Wet op het Hoger Onderwijs 1876
werden de mogelijkheden voor hbsabiturinten
vastgelegd en in de decennia daarna werd de toegang
tot de universiteit voor gediplomeerden van
zowel hbsa als hbsb in een aantal etappes verder
vergemakkelijkt en in de Hoger Onderwijswet van
1937 opgenomen8
Dat heeft mede geleid tot de expansie van het
hoger onderwijs en daarmee heeft de hbs de facto
bijgedragen aan de emancipatie van de middenklasse
De Rijks HBS in Zwolle 1867
In het najaar van 1863 kwamen enige ingezetenen
van Zwolle in de Harmonie aan de Grote Markt
bijeen om het initiatief te nemen tot de oprichting
van een hoogere burgerschool met vijfjarigen
cursus9 Enkele maanden later besloot de gemeenteraad
aan het college van B en W te vragen een
verzoek aan de minister van Binnenlandse Zaken
te richten om een dergelijke school in Zwolle te
mogen vestigen Minister Thorbecke reageerde
instemmend op het verzoek maar stelde daarbij
wel de voorwaarden dat het Instituut voor Jongens
van de heer Elberts moest worden opgeheven
geen concurrentie en dat de gemeente een
financile bijdrage zou moeten leveren In juli
1864 stemde de gemeenteraad in met de voorwaarden
en in oktober van dat jaar volgde het
akkoord van de minister
Aletta Jacobs
In 1870 was Aletta Jacobs de eerste Nederlandse vrouw die als toehoorster
officieel werd toegelaten tot de hbs in haar geboorteplaats Sappemeer Zij
was als achtste van elf kinderen geboren in een Joods gezin Haar vader de
arts Abraham Jacobs maakte zich al vroeg sterk voor het recht op hoger
onderwijs voor vrouwen Een jaar later vroeg ze minister Thorbecke toestemming
om aan de universiteit te studeren Ze werd in 1871 toegelaten
als studente medicijnen aan de Rijksuniversiteit Groningen aanvankelijk
voor een proefperiode van n jaar
Elberts en Heimans
Willem Antonie Elberts en twee van zijn secondanten werden na de opheffing
van de kostschool benoemd tot leraar aan de Rijks HBS en de leerlingen
van het instituut werden ingeschreven op de hbs Elberts geboren in
1820 in Deventer was een gerespecteerd man die aan het einde van zijn
loopbaan in 1894 tijdelijk de functie van directeur aan de rijkshbs vervulde
25 Elberts is vooral bekend geworden door zijn publicatie Historische
wandelingen in en om Zwolle uit 1890 bij Waanders in 1973 herdrukt
Elberts overleed in 1903 en zijn graftombe staat op begraafplaats Bergklooster
Een van de leerlingen uit de beginperiode van de Rijks HBS was de in
1861 geboren Eli Heimans Het was de bedoeling dat hij na de hbs scheikunde
zou gaan studeren maar zover kwam het niet In de vierde klas
verliet hij de school omdat hij in het bedrijf van zijn vader een stoffenververij
het contact met de klanten moest onderhouden In zijn vrije tijd
studeerde hij voor hulponderwijzer en na enkele jaren hulponderwijzer
geweest te zijn in Zwolle werd hij hoofd van een lagere school in Amsterdam
26 Daar ontmoette hij Jac P Thijsse en samen propageerden zij de
natuurstudie en de veldbiologie Vele publicaties verschenen van zijn hand
waaronder het boekje Uit ons Krijtland uit 1911 De Heimansgroeve in
ZuidLimburg is naar hem genoemd27
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 59
Een andere voorwaarde was dat er een
lagere school zou komen die aansloot op de
hbs Dat was de aanleiding voor de oprichting
van School 1 een lagere burgerschool waar ook
de beginselen van het Frans en van wiskunde
aan de orde kwamen School 1 verhuisde in
1929 naar de huidige locatie aan de Westerlaan
In 1959 veranderde de naam van de school in
Parkschool Heel lang heeft de Parkschool de
reputatie gehad van opleidingsschool voor hbs
en gymnasium met een sterke nadruk op de
cognitieve aspecten van het onderwijs Voor
creatieve en sociale vorming kon je beter een
andere school kiezen In 2017 viert ook de
Parkschool het 150jarig bestaan
Aanvankelijk werd gedacht om de nieuwe school
te huisvesten in de lokalen van de Beurs eertijds
Wijnhuis aan het Grote Kerkplein maar Thorbecke
vond dat geen goed idee noch voldoende
noch doelmatig De Badhuiswal was een andere
optie maar dan zou de daar aanwezige molen
moeten worden afgebroken Uiteindelijk werd
gekozen voor de locatie aan de Bagijneweide De
bouwkosten van het Uvormige gebouw bedroegen
81250 waarvan het Rijk 20000 voor
zijn rekening nam de overschrijding van de
oorspronkelijk geraamde kosten10 Na twee jaar
bouwen was de school in 1867 gereed en op 10
september van dat jaar vond de officile opening
plaats
Zoals al opgemerkt is de school gebouwd naar
een ontwerp van stadsarchitect B Reinders11 De
concirgewoning 1909 en het gymnastieklokaal
1907 zijn van latere datum Architect Reinders
is in de tweede helft van de negentiende eeuw ook
betrokken geweest bij de ontwikkeling van de
paardentram in en rond Zwolle Een gedeelte van
de remise en de stallingen zijn nog terug te vinden
in de tuin van het voormalige Katerveerhuis
De eerste directeur dr Huberts mocht in het
openingsjaar 1867 jaar in totaal 74 leerlingen
begroeten ingeschreven in de klassen 1 tot en met
4 Het waren allen jongens De eerste vrouwelijke
leerling Gerritje Muijderman werd in 1876 toegelaten
In 1898 telde de Rijks HBS in Zwolle 76
leerlingen 67 jongens en 9 meisjes Bij het veertigjarig
bestaan in 1907 waren er 143 leerlingen
bijna een verdubbeling van het aantal van tien jaar
daarvoor In de Buitensociteit werd een renistenbijeenkomst
gehouden
Een eindexamenopgave
stelkunde uit 1875
voor de Hoogere Burgerscholen
Collectie
Hans van Lint
In 1903 bezocht Paul Kruger president van de ZuidAfrikaanse Republiek
Zwolle Voor de Rijks HBS kreeg hij bloemen aangeboden door enthousiaste
leerlingen Collectie HCO
60 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
De periode 1900 tot 1940
Bij het vijftigjarig bestaan in 1917 telde de school
197 leerlingen In de periode tussen de beide
wereldoorlogen nam het aantal leerlingen niet
verder toe In 1934 is het leerlingenaantal zelfs
gedaald tot 16512 Het zijn aantallen die in de huidige
tijd ondenkbaar zijn per jaar stroomden ook
maar enkele tientallen nieuwe leerlingen in Vaksecties
zullen er niet geweest zijn per vakgebied
was er doorgaans slechts n leraar Leraar Zijlstra
herinnerde zich in het gedenkboek uit 1967 dat hij
in 1934 werd benoemd onder de voorwaarde dat
hij alle lessen Frans op de hbs zou verzorgen aan
in totaal tien klassen
In dit gedenkboek uitgebracht naar aanleiding
van het honderdjarig bestaan van de Rijks
HBS halen leerlingen en leraren herinneringen
op aan hun schooltijd in de eerste helft van de
twintigste eeuw13 Dat is geen eenvoudige zaak
schoolherinneringen ophalen van een halve eeuw
geleden zo begint Henk Olland zijn bijdrage
over zijn schooltijd in de periode rond de Eerste
Wereldoorlog Natuurlijk herinnerde hij zich zijn
klasgenoten en hun eigenaardigheden En uiteraard
ook de leraren met hun bijnamen als de Sik
de Paf de Klont en de Zoere Directeur Wigman
Dr LWTh Wigman
directeur van de Rijks
HBS van 19091916
Collectie Hans van
Lint
De eindexamenklas
van de Rijks HBS uit
1905 Uit Honderd
Jaar RHBS Zwolle
Docenten en leerlingen van de Rijks HBS gefotografeerd op de binnenplaats aan de achterkant van de
school Omstreeks 1920 Foto Eelsingh collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 61
ging in die jaren in 1916 met pensioen en werd
opgevolgd door directeur Botermans Terugblikkend
concludeert Olland dat de school zeker heeft
bijgedragen aan zijn intellectuele ontwikkeling
maar geen aandacht besteedde aan recreatie
sport culturele uitingen of gezelligheidsleven
Met enige afgunst spreekt hij over het gymnasium
de enige andere middelbare school in die tijd in
Zwolle Daar hadden ze wel een eigen gymnasiastenbond
met onderlinge avonden met een eigen
leerlingenbestuur en een jaarlijkse feestavond met
bal in Odeon
Het aantal meisjes dat de hbs bezocht bleef
tot aan de Tweede Wereldoorlog ver achter bij
het aantal jongens Zo werden in het schooljaar
19271928 dertig jongens en acht meisjes aangemeld
Tijdens de pauze werden jongens en meisjes
streng gescheiden gehouden De jongens verbleven
op de binnenplaats de meisjes liepen wat
door de tuin die als een parkje was ingericht
Mogelijk is de daling in leerlingenaantal in het
interbellum mede veroorzaakt door de start van
een christelijke hbs in 1919 Vanaf 1925 is deze
school gevestigd aan de Veerallee en staat sinds
1971 bekend als het Carolus Clusius College Het
CCC maakt tegenwoordig onderdeel uit van de
Landstede Groep
De Rijks HBS in de oorlogsjaren
Jan Louwen de bekende Zwolse schrijverjournalist
deed in 1937 toelatingsexamen Destijds
werden er wekelijks 32 lessen gegeven Nederlands
Frans Duits aardrijkskunde geschiedenis
natuurlijke historie wiskunde tekenen en lichamelijke
oefening Pas in de tweede klas kwamen
daar Engels scheikunde en natuurkunde bij
Achter de voorgevel aan twee zijden afgesloten
door de zijvleugels van het hoofdgebouw was een
ruimte die ook weer in twee delen was gesplitst
Het eerste gedeelte met grint bedekt was bestemd
voor de jongens Daarachter lag een romantische
tuin waar de meisjes konden wandelen In
de praktijk werkte dat wonderwel Het hoorde
gewoon zo precies zoals het niet was toegestaan
dat in de tweepersoons banken in de klas een
jongen en een meisje naast elkaar plaatsnamen
W Zijlstra werd aangesteld
in 1934 en bleef
jarenlang docent Frans
aan de Rijks HBS Uit
Honderd Jaar RHBS
Zwolle
Luchtfoto van de Rijks HBS van vlak na de oorlog waarop de groene omgeving van de school duidelijk
zichtbaar is De tuin rechtsvoor hoorde bij het Sophia Ziekenhuis Collectie HCO uitsnede
Dr AJ Botermans
directeur van de Rijks
HBS van 19161934
Collectie HCO
62 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
Leerlingen mochten niet roken de leraren wel
ook gedurende de les Velen deden dat ook zeker
de leraar aardrijkskunde die vanwege zijn eeuwige
sigaar de bijnaam de Paf had14
In het gedenkboek naar aanleiding van het
125jarig bestaan van de Rijks HBSRSG Van der
Capellen blikt oudleerling Wil Cornelissen terug
op zijn schoolperiode tijdens de oorlogsjaren15
Een van de belangrijkste gebeurtenissen voor de
school uit die tijd is het ontslag en de arrestatie
van directeur Baumann in juli 1941 De directeur
werd door de bezetter verweten dat hij niet op
de hoogte was van het insigneverbod dat er een
verboden boek op school in gebruik was en vooral
dat de uit zijn ambt ontheven leraar Salomon
Sam Elte herhaaldelijk de school bezocht Ook
lerares Van Zanten mocht vanwege haar joodse
achtergrond niet langer lesgeven Zij heeft de oorlog
niet overleefd De joodse leraar J Polak werd
De jongens in de pauze
vr op de binnenplaats
de meisjes daarachter
in de tuin Uit
Honderd Jaar RHBS
Zwolle
Leerlingen van de Rijks HBS op 29 juni 1940 de verjaardag van prins Bernhard Daarom dragen de scholieren
allemaal een witte anjer als teken van protest tegen de bezetter Bovenste rij vlnr Jan Horseling
Hennie Rijk Cor Romijn tweede rij staand Diny van Aalderen Yta Jonkers Annie Bep Mulder
Rike Ruiter Mien Mulder zittend Jopie Tielbaard Jaap Stoffer Benno Levie Henk de Jager Piet Poelstra
Han Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 63
met ziekteverlof gestuurd en ging enkele jaren
later met pensioen
De taak van de directeur werd overgenomen
door inspecteur De Bruijn maar ook hij werd aan
het einde van dat jaar uit zijn functie ontheven In
1942 werd de directeur vervangen door PA van
Rossem de man die belast was geweest met het
onderzoek naar de gedragingen der leerkrachten
Hij was sinds 1931 leraar Frans aan het Christelijk
Lyceum aan de Veerallee Van Rossem was in 1894 in
het Belgische Temsche geboren en tijdens de Eerste
Wereldoorlog een zeer actief flamingant geweest
Na zijn aanstelling begon er een waar schrikbewind
te heersen Kort na zijn benoeming werd
er aandacht besteed aan het 75jarig bestaan
van de school maar de tijd leende zich niet voor
feestelijkheden Na de bevrijding verdween Van
Rossem in een gevangenenkamp en directeur
Baumann en inspecteur De Bruijn keerden op
hun posten terug
Op 15 augustus 1941 ontving de burgemeester
van Zwolle van de Duitse bezetter de opdracht
om alle joodse leerlingen per 1 september te laten
verwijderen van de Nederlandse openbare en
particuliere scholen en hen onder te brengen in
joodse scholen met joodse leerkrachten Voor de
Rijks HBS betekende dit dat er 13 leerlingen van
school verwijderd werden en voortaan les kregen
op het Joods Lyceum in het gebouw van de protestantenbond
aan de Thorbeckegracht Ook joodse
leerlingen uit regiogemeenten als Deventer Meppel
Steenwijk Kampen en Coevorden bezochten
in de periode 19411943 het Joods Lyceum in
Zwolle Van de 58 ingeschreven leerlingen zijn er
zeker 33 in de concentratiekampen omgekomen16
Na de grote razzias in oktober en november 1942
heeft het Joodse onderwijs in Zwolle bijna niet
meer gefunctioneerd
In een artikel in het Zwols Historisch Tijdschrift in
2001 beschrijft oudleerling Willem Boxma een
bijzonder incident dat zich afspeelde in december
194216 De leraar Duits B de Jong vanwege
zijn gelijkenis met een traditionele kelner statige
houding platvoeten en een vlinderstrikje door
de leerlingen aangeduid als Herr Ober was tot
aan de meidagen van 1940 een redelijk populaire
leraar Maar spoedig na de inval van de Duitsers
ontpopte hij zich als een NSBer Met zijn openlijke
sympathie voor het nazisme hij kwam al in
de meidagen van 1940 in zwart uniform op school
verspeelde hij de sympathie van de leerlingen
Aan een van de eindexamenklassen had hij een
repetitie gegeven met een stukje tekst uit Hitlers
Mein Kampf Overrompeld en bevreesd voor
eventuele represailles hadden de leerlingen de
opgave morrend gemaakt Tijdens de pauze kregen
de leerlingen van de parallelklas te horen wat
er was gebeurd Zij spraken met elkaar af dat ze
zouden weigeren om de repetitie te maken Herr
Ober schreef de tekst met een krijtje op het bord
terwijl de spanning in de klas was te snijden Toen
de leraar klaar was stond klassenvertegenwoordiger
Gjalt Spijkstra op en deelde mede dat de klas
de opgave weigerde te maken Dat wordt dan een
onvoldoende voor jullie allemaal zei Herr Ober
en verliet het lokaal om zijn beklag te doen bij
directeur Van Rossem Volgens Jan Louwen een
van de klasgenoten ging de klas uiteindelijk toch
overstag en maakte de repetitie De dag daarna
werd Spijkstra uit de klas gehaald en afgevoerd
naar het Huis van Bewaring in Arnhem Pas na
vier weken kwam hij vrij
De eerste klas in oktober
1943 Uit Vijfmaal
zilver
64 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
Het onderwijs ging zo goed en zo kwaad als mogelijk
was tijdens de oorlogsjaren verder maar in
1944 moest de school geheel worden ontruimd
omdat de Duitsers het gebouw opeisten De
leerlingen vonden onderdak in schoolgebouwen
in de Bloemendalstraat en op het Assiesplein
Na de slag bij Arnhem en tijdens de winter van
19441945 voelde men zich niet veilig meer en
de lessen werden onregelmatig gegeven Gedurende
enkele maanden was er zelfs helemaal geen
onderwijs meer totdat op 1 mei 1945 de school
weer werd opgestart Pas in de herfst van 1945 kon
het gebouw aan de Bagijnesingel weer in gebruik
genomen worden Het was direct na de oorlog
ernstig vervuild achtergelaten en er moest een
vlooienplaag bestreden worden Het heeft wel tot
1950 geduurd voordat het onderwijs weer echt
normaal was Leraren beklaagden zich erover dat
het moeilijk was om leerlingen na die turbulente
jaren weer tot een gedisciplineerde werkhouding
te bewegen
Onstuimige groei in de jaren vijftig en zestig
en de terugloop daarna
In 1949 werd JH Co van Lint directeur van de
Rijks HBS In die tijd stonden samenwerking en
wederopbouw van ons land op de voorgrond Het
gezag van een directeur werd als iets vanzelfsprekends
beschouwd de directeur was schoolleider
in de letterlijke zin van het woord Hij gaf leiding
zorgde voor rust en orde binnen de school en voor
een strakke organisatie Hij nam beslissingen en
verwachtte van zijn medewerkers volledige toewijding
en volgzaamheid Van Lint was tevens een
zeer gewaardeerd leraar wiskunde en mechanica
aan de school Leraren genoten respect van hun
leerlingen en het beroep van leraar had status
Jonge leraren die zich bij de voornaam lieten
noemen werden door hun collegas er op geattendeerd
dat dit niet de bedoeling was Een bepaalde
afstand tot de leerling was zeker gewenst
Na de oorlogsjaren bloeide de school als nooit
tevoren Dat was mede te danken aan de komst
van de Rijks MMS in 1950 Op initiatief van
directeur Van Lint werd het middelste gedeelte
en de ingang van het schoolgebouw in 195152
vernieuwd en met een extra verdieping uitgebreid
Een ingrijpende verbouwing waarbij wel het
oorspronkelijke aanzien van het schoolgebouw
intact bleef Maar het ruimtegebrek was daarmee
niet opgelost Ondanks de start van een roomskatholieke
hbs in Zwolle in 1950 de voorloper
van het huidige Thomas a Kempis College kon
het gebouw aan de Bagijnesingel de grote toeloop
van leerlingen het effect van de naoorlogse
geboortegolf niet verwerken In het jaarverslag
over schooljaar 19571958 staat vermeld dat het
gebouw te klein is geworden
Een practicum uit
1950 Aan witte jassen
deed men toen nog niet
Uit Vijfmaal zilver
Hoe ingrijpend de verbouwing
in 195152
was laat deze foto goed
zien het hele middengedeelte
van de school
werd afgebroken en
opnieuw opgebouwd
Foto Dolf Henneke
collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 65
Eersteklassers begin jaren vijftig met juffrouw Reinders docent
Frans Collectie Hans van Lint
De eindexamenklas hbsb uit 1951 Voorste rij vlnr Juffrouw Velthuizen lerares wis en natuurkunde Han Zimmerman Hans van
Lint A Geerdes tweede rij van der Most Willy Broekhart Riet Koning Van Bekkum Betty Siebzehner derde rij Jan Burks
H van der Bosch M Muller Maureau A Visser achterste rij H van de Velde Henk de Lange Collectie Hans van Lint
Een van de eerste mmsklassen medio jaren vijftig Collectie
Hans van Lint
66 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
In de jaren vijftig gingen
er nog steeds minder
meisjes dan jongens
naar de hbs bovendien
was de mms toen net
opgericht Alle meisjes
die zich aanmeldden in
een leerjaar werden in
dezelfde klas geplaatst
zodat er parallelklassen
ontstonden met alleen
maar jongens Hier
zon jongensklas met
de heer Postma docent
Duits Collectie Hans
van Lint
Groepsfoto van de leraren in de lerarenkamer in de jaren vijftig Staand vlnr Noorman Nederlands Bos wis en natuurkunde
Postma Duits Goedemoed boekhouden Goor gymnastiek Harry Tarzan wiskunde Engels Nijenhuis geschiedenis
De Vries aardrijkskunde Smit wiskunde Hubert biologie Douwes Frans Vegter economie zittend Van Nifterik aardrijkskunde
Frans De Kok geschiedenis Sennema geschiedenis Van Lint directeur tevens wiskunde en mechanica Caspers tekenen
Op de foto ontbreken een aantal docenten onder meer Elte Nederlands Entjes Nederlands Van der Ende Nederlands Van Went
scheikunde Zijlstra Frans Van der Veen tekenen Meijer Engels Van Soldt Duits Collectie Hans van Lint
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 67
Het aantal klassen 23 is groter dan het aantal
leslokalen 22 Het ontbreken van een tweede
gymlokaal een aula een overblijflokaal en een
kamer voor de onderdirecteur wordt als een ernstig
gemis ervaren Bij de start van dat schooljaar
zijn er 572 leerlingen 330 jongens en 142 meisjes
voor de hbs en bovendien 70 leerlingen voor de
mms18
Op het hoogtepunt in 1962 telde de Rijks HBS
MMS meer dan 900 leerlingen verdeeld over 36
klassen In 1961 kreeg de school toestemming
voor het bouwen van een achtklassige noodschool
Die lokalen werden geplaatst in de tuin
rechts van het hoofdgebouw schuin achter de
concirgewoning19 Later werden ook nog enkele
noodlokalen achter het hoofdgebouw bijgeplaatst
waarin onder meer tekenles werd gegeven
In 1955 was al een aanvraag ingediend voor een
gymnastieklokaal maar dat is er nooit gekomen
De school moest zich behelpen met een veel te
krappe gymzaal en een kippenhok als kleedruimte
Vanwege dit gebrek aan ruimte werd er
ook druk gebruik gemaakt van het Stilobad op de
Turfmarkt vooral in de winter Jongens kregen
gymles en meisjes zwemles en de week daarna was
het omgekeerd En als de weersomstandigheden
het maar enigszins toelieten werd er gymles gegeven
op de grasvelden van wasserij de Boschbleek
nu de plek van het Gerechtsgebouw en later op
de sportvelden aan de Ceintuurbaan
De school stond in de jaren vijftig en begin
jaren zestig van de vorige eeuw bekend als een
conservatieve en strenge school Rust orde en
discipline waren belangrijke uitgangspunten bij
de organisatie van het onderwijs passend bij het
heersende tijdsbeeld Maar de opkomende jeugdcultuur
vrijere opvattingen over seksuele moraal
en de democratiseringsbeweging in de jaren zestig
zou grote veranderingen in de schoolcultuur
teweeg brengen
Na de snelle groei in de jaren vijftig volgde er
in het begin van de jaren zestig een scherpe daling
van het aantal leerlingen In het jaarverslag over
schooljaar 19641965 de terugloop is dan al
enkele jaren gaande staat vermeld Deze voortdurende
achteruitgang was mede het gevolg daarvan
dat de gemeente Zwolle voortdurend melding
maakte van het feit dat er aan de gemeentelijke
HBSA een Bafdeling zou worden gecreerd
Dat hierdoor de Rijks HBS in een zeer ongunstige
positie is komen te verkeren behoeft geen nadere
uitleg Een jaar later wordt gesproken over een
moeilijk jaar vooral ten gevolge van de ongezonde
concurrentie die in deze stad is ontstaan door de
oprichting van een gemeentelijke HBS B afdeling
En verder Door het voortdurend dalen van
het leerlingenaantal ontstond grote onrust binnen
het lerarencorps
Hans van Lint zoon van de toenmalige directeur
en zelf zowel oudleerling als leraar aan de
Rijks HBS en conrector van de Van der Capellen
Gymnastiekles bij de
Boschbleek jaren vijftig
Collectie Hans van
Lint
68 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
Scholengemeenschap tot 1996 vertelt over die
periode De start van de gemeentelijke hbsb
afdeling in 1961 gebeurde zonder toestemming
van het ministerie De gemeente heeft toen fors
genvesteerd in praktijklokalen voor vakken als
natuurkunde en scheikunde terwijl er in die
tijd geen behoefte was aan uitbreiding van het
onderwijsaanbod Het is schandelijk dat de kosten
voor deze uitbreiding destijds in de gemeentelijke
begroting zijn weggemoffeld
Maar behalve met terugloop in leerlingenaantallen
en onrust onder de leraren had de school
nog een ander probleem zo lezen we in het jaarverslag
over schooljaar 19661967 Wat het zeer
grote probleem der sexuele voorlichting aangaat
de waarnemend directeur is van oordeel dat
hierbij de ouders ten nauwste betrokken dienen
te zijn Een arts heeft een causerie bij een film
gehouden en voor de leerlingen van de eerste
en tweede klassen zijn onder deskundige leiding
Der alte Kameraden
Lerarencabaret op een
schoolfeest in 1964
Collectie Hans van
Lint
Een voetbalwedstrijd tussen teams van de eindexamenklassen 5a en 5b in
1965 Scheidsrechter is wiskundeleraar Hans van Lint Collectie Hans van
Lint
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 69
gespreksgroepen gevormd De roerige jaren zestig
hadden dan toch ook de Rijks HBS niet onberoerd
gelaten al waren de leraren en de schoolleiding
door de snelle veranderingen en de nieuwe tijdgeest
misschien enigszins overrompeld
Op de teldatum in september van 1967 honderd
jaar na de start was het leerlingenaantal
naar een dieptepunt gezakt Wel stonden er voor
het eerst meer meisjes 249 dan jongens 229
ingeschreven In totaal zijn er dan 478 leerlingen
369 voor de hbs en 109 voor de mms Het leerlingenaantal
was in vijf jaar bijna gehalveerd De
stemming aan de vooravond van de viering van
het honderdjarig bestaan is dan ook in mineur
zo valt op te maken uit het jaarverslag van waarnemend
directeur Noorman Wij zullen slechts
met moeite het hoofd kunnen bieden aan de
krachtige reclame die de gemeente voert voor
haar gemeenschap van scholen Daarmee werd
de samenwerking tussen het Gymnasium Celeanum
en de gemeentelijke hbs bedoeld een soort
openbaar lyceum En nu hebben ze ook nog de
beide gemeentelijke uloscholen geannexeerd
waardoor de Rijks HBS gesoleerd is komen te
staan20 De oude Rijks HBS had inmiddels toestemming
gekregen voor de bouw van een nieuwe
school maar was het nog wel nodig
In 1968 werd de Mammoetwet ingevoerd en daarmee
kwam er na ruim honderd jaar ook een einde
aan het schooltype hbs Co van Lint werd in dat
jaar officieel opgevolgd door Roel Noorman die
al enkele jaren waarnemend directeur was omdat
de eerste door ziekte zijn taak niet meer kon
uitoefenen Noorman was bij zijn medewerkers
niet direct geliefd maar hij werd gewaardeerd
vanwege zijn onvoorstelbare energie en doorzettingsvermogen
21 Hij had door zijn bestuurservaring
binnen de NGL Nederlands Genootschap
van Leraren en de Rijks Leraren Vereniging in de
loop der jaren goede relaties met het ministerie
opgebouwd en kon daarmee veel voor het landelijke
onderwijs en de school betekenen Zowel
Van Lint en Noorman hadden beide veel hart voor
de zaak het waren mannen van de naoorlogse
opbouwperiode ze werkten hard en waardeerden
dat ook bij de docenten en leerlingen
In 1970 verhuisde de Rijks HBS naar de Lassuslaan
In het nieuwe gebouw was eindelijk ruimte
voor een behoorlijke sportaccommodatie met
twee gymzalen uitgebreide douchegelegenheden
en naast de school een groot sportveld De school
Een eersteklas eerste
helft jaren zestig met
gymnastiekleraar Goor
Collectie Hans van
Lint
Geslaagde hbsa leerlingen poseren met hun diplomas op de trap in de hal Van
de 35 leerlingen slaagden er 34 Midden jaren zestig Collectie Hans van Lint
70 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
ging als gevolg van de Mammoetwet herstructurering
van het Voortgezet Onderwijs verder
als rijksscholengemeenschap met de opleidingen
mavo havo en vwo Er kwam weer nieuw leven in
de school de verhuizing naar een nieuw gebouw
en de komst van nieuwe opleidingen legden de
school geen windeieren
Toen de rijksoverheid eind jaren tachtig
besloten had om het rijksonderwijs af te stoten
werd de RSG per 1 januari 1990 omgedoopt en
omgevormd tot de gemeentelijke Van der Capellen
Scholengemeenschap Tegenwoordig heeft de
school ook vestigingen in Wijhe Dedemsvaart
en Elburg De school maakt onderdeel uit van de
koepelorganisatie Stichting Openbaar Onderwijs
Zwolle en Regio OOZ Deze stichting heeft 41
scholen onder haar hoede varirend van primair
onderwijs speciaal onderwijs tot voortgezet
onderwijs De voormalige gemeentelijke hbs werd
in 1969 onderdeel van de Thorbecke Scholengemeenschap
momenteel ook behorend tot de koepel
organisatie OOZ
Dependance van het TaK 1970 1992
Enkele maanden na het vertrek van de Rijks HBS
had het gebouw aan de Bagijnesingel al weer
nieuwe bewoners Als gevolg van de invoering
van de Mammoetwet vonden er samenvoegingen
van scholen plaats De Sint AntoniusMulo voor
jongens tot dan gevestigd aan de Grote Baan in
de wijk Kamperpoort en de Heilige Theresia van
Avilo Mulo vooral voor meisjes aan de Blekerstraat
gelegen bij het voormalige katholieke
ziekenhuis nu verdwenen werden in 1970 onderdeel
van de Stichting Thomas a Kempis Scholengemeenschap
Daarmee kreeg het TaKlyceum er
circa 600 leerlingen bij In de jaren tachtig van de
vorige eeuw werd de naam van de school gewijzigd
in Thomas a Kempis College Sinds 1 oktober
1970 werd bovengenoemde stichting huurder van
het gebouw Bagijnesingel 4 en 622 In het gebouw
werden de brugklasleerlingen en de mavoleerlingen
ondergebracht De havo en vwoleerlingen
kregen les in het nabijgelegen hoofdgebouw aan
de Schuurmanstraat
Drs JH Co van Lint
directeur van de Rijks
HBS van 19491968
Collectie Hans van
Lint
Het schoolgebouw aan
de Bagijnesingel vlak
voor de verhuizing van
de Rijks HBS naar de
Lassuslaan Docenten
mochten hun autos
voor het gebouw zetten
Collectie HCO
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 71
Peter Zweerink 1946 in 1971 begonnen als
leraar Lichamelijke Opvoeding herinnert zich
de krappe gymzaal maar al te goed Omdat het
in die tijd gewoonte was dat jongens en meisjes
apart gymles kregen was er maar n kleedkamer
nodig maar die was veel te krap bemeten Een
kippenhok Een groep meisjes van mavo4 was
de kleedkamer zo beu dat ze geheel spontaan de
verfkwast ter hand namen en mij zo volledig prettig
verrasten met een vers geschilderde kleedkamer
Gelukkig kon er ook op de sportvelden van
SV Zwolle aan de Marslanden gesport worden
maar door de verplaatsing heen en terug bleef er
van de les niet veel over Later kon het TaK ook de
grasvelden achter het Provinciehuis gebruiken
Hoogtepunten voor de sectie lichamelijke oefening
waren onder meer de tweedeklaskampen
naar Ansen vwo Hellendoorn mavo en Zuidwolde
havo
Hessel Nieuwenhuis 1947 kwam in 1974
vanuit Den Haag naar Zwolle om Nederlands te
geven aan het TaK Hij herinnert zich dat collegas
van het hoofdgebouw het toch enigszins beneden
hun stand vonden om aan de mavoleerlingen
en de brugklassers aan de Bagijnesingel les te
geven De gang naar de vrijdagmiddagborrel aan
de Bagijnesingel maakten de meeste leraren echter
zonder problemen Maar daar werd door de
directie een einde aan gemaakt Het liep een beetje
uit de hand en in de jaren zeventig werd nog wat
losser gedacht over de combinatie van alcohol en
autorijden
Maar na een bloeiperiode in de jaren zeventig
liepen de leerlingenaantallen in de jaren tachtig
bij het TaK drastisch terug Het aantal brugklassen
was eind jaren tachtig gehalveerd Het was niet
langer vanzelfsprekend dat katholieke basisscholen
uit de omgeving hun leerlingen adviseerden
om naar een katholieke school voor voortgezet
onderwijs te gaan Bijkomend probleem was dat
de school een slechtere reputatie had gekregen
de leerlingen zouden te veel in de stad rondhangen
Dat betrof overigens niet de leerlingen aan
de Bagijnesingel de brugklassers mochten tijdens
schooluren het schoolterrein niet verlaten
maar de leerlingen van de hogere klassen aan de
Schuurmanstraat Bakker Bart beleefde gouden
tijden Het gebouw aan de Bagijnesingel was door
de terugloop van leerlingen overbodig geworden
Bovendien had het TaK toestemming gekregen
om een dependance in ZwolleZuid te openen
een relatief jonge wijk met veel potentile leerlingen
Het IJsselcollege en het Deltion Sprint Lyceum
1992 heden
In 1992 kreeg het IJsselcollege in 1971 gestart
als een scholengemeenschap voor voortgezet
onderwijs aan volwassenen zijn eigen schoolgebouw
in de voormalige rijkshbs aan de
BagijnesingelEindelijk verzuchtte de toenmalige
rector Fred Revet we hoefden niet meer les te
geven in achteraf lokaaltjes verspreid over de stad
Voor mij was het betrekken van het gebouw aan
Leerlingen vertrekken
per fiets vanaf de Bagijnesingel
naar hun tweede
klaskamp 1978
Foto Peter Zweerink
Kader Abdolah leerling
van de Taalschool
omstreeks 1993 ontvangt
op 14 april 2000
een koninklijke onderscheiding
uit de handen
van burgemeester Jan
Franssen Uit Van
Ambachtsschool tot
campus
72 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
de Bagijnesingel een bekroning van de ontwikkeling
van het volwassenenonderwijs23 In de jaren
negentig van de vorige eeuw vond ook de Taalschool
Nederlands als tweede taal er onderdak
een snel groeiende afdeling omdat Zwolle een
centrum voor asielonderzoekers werd Op een
bepaald moment volgden cursisten van wel tachtig
verschillende nationaliteiten onderwijs op de
Taalschool Ook de afdeling Basiseducatie van het
IJsselcollege kreeg een plek aan de Bagijnesingel
maar de meeste cursisten van die afdeling volgden
onderwijsprogrammas in vestigingen in de regio
Basiseducatie is een vorm van onderwijs waar
volwassenen met een beperkte of onafgewerkte
schoolloopbaan hun basisvaardigheden op het
gebied van taal wiskunde ICT of maatschappelijke
vorming kunnen opfrissen en versterken
Het oude schoolgebouw vertoonde in die tijd de
sporen van achterstallig onderhoud Beter gezegd
het gebouw was behoorlijk uitgewoond maar wie er
door heen kon kijken zag de grandeur van weleer
In 1996 ging het IJsselcollege onderdeel uitmaken
van het ROC Deltion College Rond de
eeuwwisseling werden plannen gesmeed voor de
bouw van de huidige campus aan de Mozartlaan
om daarmee de verschillende onderwijslocaties te
centraliseren op n locatie Het winkelcentrum
aan het Sweelinckplein en garage Pouw moesten
wijken voor de nieuwbouw In 2003 presenteerden
vijf architectenbureaus hun plannen Het
winnende ontwerp van bureau AGS uit Heerlen
was gebaseerd op het idee van een overdekte
straat mede genspireerd door het Crystal Palace
in London gebouwd voor de wereldtentoonstelling
in 1851 In 2009 vond de officile opening
plaats en alle opleidingen van het Deltion College
vonden er onderdak Alle Toch niet Het volwassenenonderwijs
koesterde zijn eigen gebouw aan
de Bagijnesingel en kon voorlopig aan de Bagijnesingel
blijven Enkele jaren geleden leek het pleit
beslecht ook het VAVO Voortgezet Algemeen
Vormend Onderwijs zou onderdak vinden op de
Deltion Campus Maar het beoogde gebouw het
voormalige Grafisch Lyceum moest aangepast
worden en dat bleek een te kostbare aangelegenheid
De knoop werd doorgehakt en met de
gemeente Zwolle werd afgesproken dat het VAVO
nog zeker tien jaar het gebouw aan de Bagijnesingel
mocht blijven gebruiken
Directeur Jan Drentje Binnen het Deltion
College heeft het VAVO altijd een aparte plaats
ingenomen Vanaf dag n voelden wij een match
met het gebouw Dit gebouw straalt rust veiligheid
en structuur uit Het is overzichtelijk en kleinschalig
en onze leerlingen varen er wel bij Hier wordt
onderwijs tot zijn essentie teruggebracht en dat
is het volgen van lessen Onze doelgroep wordt
gevormd door leerlingen die binnen het reguliere
onderwijs zijn uitgevallen en bij ons een tweede
Dr Jan Drentje rector
van het Deltion Sprint
Lyceum aan de Bagijnesingel
Uit Van
Ambachtsschool tot
campus
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 73
kans krijgen om alsnog een diploma te halen op
vmbo havo of vwoniveau Onze leerlingen zijn
ook vaak al wat ouder twee derde van onze 800
leerlingen is boven de achttien Daarom kunnen wij
hen ook op een meer volwassen manier tegemoet
treden Het gebouw wordt ook optimaal benut
omdat wij zowel dagonderwijs als avondonderwijs
verzorgen Een aparte doelgroep vormt de groep
van ongeveer veertig havovwoleerlingen met
autistische trekken De leerlingen worden begeleid
door mensen van De Ambelt en de lessen worden
verzorgd door de VAVOdocenten
Zo heeft het oude onderkomen van de voormalige
Rijks HBS weer een nieuwe passende functie
gekregen Er wordt ook weer genvesteerd in het
gebouw Elk lokaal is voorzien van een beamer
alle krijtborden worden vervangen door whiteboards
en zelfs de oude vloer in de gymzaal nog
steeds met de belijning van het basketbal wordt
vervangen door een exemplaar dat past bij de huidige
functie van overblijfruimte Alle noodlokalen
zijn verdwenen en vervangen door nieuwe en nu
in gebruik bij de basisschool aan de Turfmarkt
Aan de achterzijde van het gebouw is een grote
nieuwe studieruimte geplaatst voor zelfstandig
leren Vanaf de binnenplaats aan de achterzijde is
nu vrij uitzicht op de nieuwbouw aan de Bagijneweide
en de gebouwen van het voormalige Sophia
Ziekenhuis nu gebruikt door ArtEZ de hogeschool
voor de kunsten
Tot op de dag van vandaag maken leerlingen de
gang naar het statige gebouw aan de Bagijnesingel
Ze gaan nu niet meer naar de hbs maar proberen
hun vmbo havo of vwo diploma te behalen
Omdat ook in de komende jaren het Deltion
Sprint Lyceum hier gevestigd blijft wordt er ook
weer gesproken over nieuwe investeringen Met
de gemeente Zwolle de eigenaar wordt overlegd
om het gebouw te verduurzamen vooral op
gebied van isolatie Het vervangen van de enkelglasramen
in de gietijzeren sponningen heeft
daarbij prioriteit
Thorbecke zou er trots op zijn dat zijn
gebouw honderdvijftig jaar na de ingebruikname
nog steeds een onderwijsfunctie heeft
Renies
In 1992 kwamen oudleerlingen van de Rijks HBSMMS voor een renie
bijeen in hun oude gebouw dat toen weer tijdelijk het oorspronkelijke
opschrift boven de hoofdingang kreeg Ter gelegenheid van het 125jarig
bestaan van de Rijks HBS en haar rechtsopvolgers werd in dat jaar het
gedenkboek Vijfmaal zilver uitgegeven Nog n keer konden de oudleerlingen
de geur van hun oude school opsnuiven alvorens de nieuwe
bewoners hun intrek namen in het gebouw Het 125jarig bestaan werd
afgesloten met een groots slot in de Buitensociteit
Een gedenkboek ter gelegenheid van het 150jarig bestaan zal niet verschijnen
Voor de huidige medewerkers en schoolleiding is het gebouw aan de
Bagijnesingel buiten beeld geraakt Wel wordt op 7 oktober 2017 door de Van
der Capellen Scholengemeenschap een renie georganiseerd aan de Lassuslaan
ter gelegenheid van het 150jarig bestaan Op die dag is ook de renie van de
Parkschool Het Deltion Sprint Lyceum onderdeel van het Deltion College
organiseert op 9 november 2017 een renie ter gelegenheid van 25 jaar gebruik
van het gebouw aan de Bagijnesingel door het IJsselcollegeVAVO
Dit jaar is het ook 600 jaar geleden dat naamgever Joan Cele van het
Gymnasium Celeanum is overleden hier wordt aandacht aan besteed op
20 en 21 april 201828
Deltion weggevlogen
een van de drie schilderijen
die dit jaar werden
vervaardigd door
Bard Sloven als cadeau
voor drie afscheidnemende
leraren met een
lange staat van dienst
Particuliere collectie
74 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
Noten
1 Informatieblad Monumentenzorg en archeologie in
Zwolle
Zie ook BrinkmanHameete
2 Louwen J en Han Prins p 269
3 De Stentor 19 juni 2008
4 Boekholt en De Booy p 179
5 Idem p 181
6 Boekholt en De Booy p 183
7 Idem p 185
8 Jansma en De Vries p 2023
9 Laan ea p 12 ev
10 BrinkmanHameete p 138
11 Informatieblad Monumentenzorg en archeologie in
Zwolle
12 Idem p 21
13 Laan p 51
14 Louwen
15 Borghgraef ea p 1226
In het Zwols Historisch Tijdschrift 12 1995 nr 1
p 412 is een artikel van Wil Cornelissen gepubliceerd
De Zwolse Rijks HBS in de oorlogsjaren Dit
is een bewerking van zijn bijdrage aan het gedenkboek
Vijfmaal Zilver
16 VierstraeteErdtsieck
17 Boxma
18 Rijks HBS te Zwolle Jaarverslagen 1957 tot 1967
HCO toegangsnr 03443 Inventarisnr 9
19 HCO toegang 07021 Gemeente Zwolle secretarie
bouwvergunningen Inventarisnr 373
20 Rijks HBS te Zwolle Jaarverslag 1967 HCO toegangsnummer
03443 Inventarisnr 9
21 Borghgraef p 58
22 HCO toegang 07021 Gemeente Zwolle secretarie
bouwvergunningen Inventarisnr 6515
23 Gulikers en Noordermeer p 93 ev
24 Boekholt p 184
25 Witt Huberts pag 199
Wetering Jan van de Willem Antonie Elberts
26 Laan p 119 ev
27 Voor meer informatie over Eli Heimans zie Wetering
Jan van de In het spoor van Eli Heimans
28 Informatie van Theo van Buren
Literatuur
Boekholt PThFM en EP de Booy 1987 Geschiedenis
van de School in Nederland vanaf de middeleeuwen
tot aan de huidige tijd Van Gorcum Assen
Maastricht
Borghgraef Marijke Theo van Buren Henk Grobben
Henk Helsloot Jan Meijer en Roeland Walsarie
Wolff red 1992 Vijfmaal zilver RHBS MMS
RSG Van der Capellen Scholengemeenschap Zwolle
Boxma Willem Herr Ober in Zwols Historisch Tijdschrift
18 2001 nr 1 p 1217
BrinkmanHameete Danielle Berend Reinders 1825
1890 stadsarchitect in Zwolle van 1855 tot 1875
in Zwols Historisch Tijdschrift 20 2003 nr 4 136
142
Gemeente Zwolle Sector Stadsbeheer 1997 Informatieblad
Monumentenzorg en archeologie in Zwolle
Nr 21 september 1997
Gulikers JMEH en JAGM Noordermeer 2009
Van Ambachtsschool tot Campus Zwolle Deltion
College
Jansma G en H de Vries 1997 Veranderingen in het
hoger onderwijs in Nederland tussen 1815 en 1940
Hilversum Verloren
Laan HH vd KAW Stutterheim en W Zijlstra red
1967 Honderd jaar Rijks HBS Zwolle
Louwen Jan en Han Prins 1980 Ach Lieve Tijd deel
11 750 jaar Zwolsen Zwollenaren en hun onderwijs
Waanders Zwolle
Louwen Jan 2000 Zwolse herinneringen aan de jaren
19381945 Zwolse Historische Reeks nr 1 ZHV
IJsselacademie
Parkschoolgeschiedenis deel 1 18671985
Rijks HBS te Zwolle Jaarverslagen 1957 tot 1967
VierstraeteErdtsieck G 1983 Het Joodse onderwijs
in Zwolle 19411943 Scriptie geschiedenis mo 2
Noordelijke Leergangen
Wetering Jan van de 2017 Willem Antonie Elberts
wwwzwolsehistorischeverenigingnl
Wetering Jan van de In het spoor van Eli Heimans
Natuurbescherming en educatie in Zwols Historisch
Tijdschrift 29 2012 no 3 p 92119
Witt Huberts WJA de Levensbericht van WA Elberts
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
1903
Aanvullende informatie werd verkregen van
Theo van Buren leerling Rijks HBS van 19641969 en
sinds 1975 tot heden leraar geschiedenis aan de Van
der Capellen Scholengemeenschap
Jan Drentje rector Deltion Sprint Lyceum
Hans van Lint 1934 eindexamen Rijks HBSB 1951
vanaf 1958 leraar wiskunde Rijks HBS en conrector
Van der Capellen Scholengemeenschap tot schooljaar
19951996
Hessel Nieuwenhuis 1946 docent Nederlands aan het
Thomas a Kempis College locatie Bagijnesingel
vanaf 1974 en later ook aan het VAVO van het Deltion
Sprint Lyceum
Peter Zweerink 1945 docent lichamelijke oefening
aan het Thomas a Kempis College locatie Bagijnesingel
vanaf 1971
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 75
Het Deltion Sprint Lyceum aan de Bagijnesingel 2017 met rechts de oorspronkelijke concirgewoning Foto auteur
76 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
Selma
een leven een tentoonstelling
Ingrid Petiet In het oosten van Polen stroomt de rivier de
Boeg Aan de andere kant van de meanderende
rivier ligt Oekrane De uitgestrekte
en verstilde bossen aan weerszijden van de Boeg
maken deel uit van nationale parken Het land is
kalm en lijkt er al eeuwen zo te liggen Zondoorstoofd
en groen in de zomer ijzig en besneeuwd
in de winter Altijd dunbevolkt Altijd ver van de
bewoonde wereld
Aan een van de smalle wegen ligt het dorp
Sobibor Het telt nog geen 400 inwoners Eerder
al en je moet er op letten om het op te merken
passeer je het voormalige stationnetje en daar
tegenover de restanten van het vroegere vernietigingskamp
En je moet er echt op letten want
voor je het weet gaat de weg over in een zandpad
dat zulke imposante kuilen heeft dat een gewone
personenauto er makkelijk een as op kan breken
Het pad is bedoeld als fietspad en het is aangelegd
met behulp van subsidie van de provincie Gelderland
Dat althans vertelt een groot bord aan het
begin van het pad
Het gebied dat zich uitstrekt tot zeker
Zamoscmeer in het zuidoosten van Polen en
Lviv in Oekrane was ooit vooral moerassig Dat
was het nog toen in 1941 begonnen werd met
Aktion Reinhardt een nauwgezet uitgewerkt
plan om efficint en snel zo veel mogelijk Joden
te vermoorden Met dat doel werden de kampen
Treblinka Belzec en Sobibor gebouwd In Sobibor
zouden in 1942 en 1943 zon 170000 Joden
worden vermoord 34313 van hen kwamen uit
Nederland 168 uit Zwolle
Drie jonge vrouwen uit Zwolle overleefden
op bijna ongelofelijke wijze hun dodenreis naar
Sobibor De zusjes Veterman werden er geselecteerd
om te werken Zij vertrokken meteen naar
een kamp bij Lublin om via onder meer Trawniki
Auschwitz en BergenBelsen Jetje en Trawniki
Auschwitz Buchenwald Lippstadt en Kaunitz
Sientje na de oorlog weer in Nederland aan te
komen De derde jonge vrouw was Selma Wijnberg
Familie Wijnberg
Selma of Saartje Wijnberg werd in 1922 in Groningen
geboren Ze was het vierde kind van
Samuel en Alida WijnbergNathans Het kleine
zusje van Abraham Maurits of Mozes en
Marthijn In 1929 verhuisde het gezin naar Zwolle
waar hotel Pinas aan de Beestenmarkt werd overgenomen
Toen de veehandel verhuisde naar de
dan nieuwe Veemarkt bouwde Samuel daar hotel
Wijnberg Dat was een goed besluit Hotel Wijnberg
werd het koshere en stralende middelpunt
van Joods Zwolle Maar niet alleen van Joods
Zwolle ook menig Joodse handelsreiziger wist het
koshere hotel te vinden als een prima plek om tijdens
de reizen te verblijven Bovendien mochten
de vele Joodse veehandelaren die tot in de oorlog
op de Veemarkt vee kochten en verkochten graag
Sobibor de plaatsaanduiding
bij het voormalige
stationnetje
Dit bord stond er in de
jaren veertig ook al
Collectie auteur
zwols historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 77
gebruik maken van het hotel Overigens was hotel
Wijnberg ook voor nietJoodse mensen een graag
bezochte plek Selmas oudste broer Bram gaf er
dansles
Na de lagere school School I later de Parkschool
bezocht Selma de huishoudschool Ze
zegt later van zichzelf dat ze niet goed kon stilzitten
dus de theorievakken waren niet aan haar
besteed Bovendien ging ze als dochter uit een
orthodox Joods gezin vier dagen per week naar de
Joodse school in de Voorstraat Er werd op haar
stilzitten dus nogal een beroep gedaan Op school
leed ze onder pesterijen van meisjes uit NSBgezinnen
Na de huishoudschool ging Selma werken
in de keuken van het Sophia Ziekenhuis Daar
bereidde ze maaltijden voor de Joodse patinten
Oorlog
Selma was nog net zeventien toen de oorlog uitbrak
Haar vader overleed in 1941 en haar moeder
nam de leiding over van het hotel Dat duurde tot
het moment waarop een Zwolse herensociteit
het gebouw opeiste voor de eigen activiteiten We
hebben nog niet kunnen achterhalen om welke
sociteit dat ging Het was er een waar advocaten
lid van waren vertelt Selma later Selma en haar
broer Maurits en hun moeder moesten intrekken
bij de familie Walg die in een klein huisje aan de
Voorstraat 24 woonde Het was er verstikkend en
armoedig Het huisje bestaat niet meer
Door de week woonde Selma inmiddels in
Apeldoorn waar ze bij een ouder echtpaar werkte
Maurits trouwde in die tijd met Betje Jakobs1
Omdat Joden niet meer mochten verhuizen bleven
ze beiden in hun ouderlijk huis wonen Betje
was graag in het gezelschap van haar schoonmoeder
en ze was dan ook regelmatig aan de Voorstraat
te vinden
In 1942 werd Selma gewaarschuwd door een
priester in de buurt vermoedelijk uit de pastorie
Aankondiging voor een
Nieuwjaarsbal in hotel
Wijnberg Zwolse Courant
31 december 1938
Links Selma en broer
Bram als dansinstructeurs
Selma met haar broers
Bram Maurits en
Marthijn Van de broers
Wijnberg overleefde
alleen Bram de oorlog
Maurits en Marthijn
werden in januari
1943 omgebracht in
Auschwitz
78 jrg 34 nr 2 zwols historisch tijdschrift
op de hoek van de Voorstraat en de Drostenstraat
dat ze beter kon onderduiken Hij hielp haar in
september onder te duiken in Utrecht Korte tijd
later moest ze verhuizen naar een adres in De Bilt
Op 18 december 1942 werd Selma gearresteerd
door de Nederlandse politieman Smorenburg een
beruchte Jodenjager
Ze werd gevangen gezet en belandde uiteindelijk
via de kampen Vught en Westerbork in het
dodentransport van 6 april 1943 naar Sobibor
samen met 2019 anderen Op 9 april kwam het
transport aan in Sobibor Daar leek het allemaal
erg mee te vallen Aan de overkant van het stationnetje
stonden vrolijke huisjes die zo uit Tirol
leken te zijn gekomen en zelfs namen hadden als
Schwalbennest De reis was vreselijk geweest maar
de bestemming leek alles goed te maken En zo
was het ook bedoeld De huisjes in het Vorlager
waar de SSers en de Oekraense bewakers woonden
waren vermomd als een vakantieoord om
ervoor te zorgen dat de tienduizenden mensen
die op weg waren naar de gaskamer niet in paniek
zouden raken Dat ze niet door zouden hebben
dat hun laatste station bereikt was Het was een
dubbele misleiding want bij aankomst werden de
oude mensen en de zieken in kiepkarretjes gesmeten
die regelrecht naar de gaskamer reden
Altijd toch zon geluk gehad
Het was niet de bedoeling dat Selma de volwassen
leeftijd van eenentwintig jaar zou halen Maar
zoals ze zelf zegt ze heeft altijd toch zon geluk
gehad Dat moet wel want als een van de weinigen
werd zij uit de trein vol mensen geplukt om
te gaan werken Selma moest kleding sorteren
Bovendien moesten de davidsterren en de namen
eruit getornd worden De mensen in Duitsland
die deze kleding via Kraft durch Freude zouden
ontvangen mochten niet weten waar deze vandaan
kwam In de kleding en in de bagage van de
getransporteerden zat nog wel eens geld sieraden
of eten verborgen Natuurlijk moest dat ingeleverd
worden maar soms lukte het iets te verbergen
Als er geen kleding te sorteren viel moest er
gewerkt worden in het bos of aan de spoorlijn De
spoorlijn dankzij welke op deze afgelegen plek dit
vernietigingskamp was gebouwd
s Avonds moesten de Joden dansen voor de
SSers Tijdens die eerste dansavond was een van
haar danspartners de Poolse Jood Chaim Engel
Selma en Chaim werden al snel gezien als een stelletje
Hij verbleef al een half jaar in Sobibor en hij
was broodmager Hij zag er een beetje bizar uit
omdat hij altijd twee broeken over elkaar droeg
Dat was om minder pijn te hebben als hij werd
geslagen Hoe het ook zij de liefde tussen Selma
en Chaim hielp beiden om de ontberingen aan te
kunnen En ook praktisch hielpen zij elkaar door
het gestolen voedsel te delen Toen Selma tyfus
kreeg zorgde Chaim voor haar Zij zorgde dat hij
extra kleding kreeg
Het was heel gevaarlijk om te stelen uit de
bagage Berucht is het verhaal over de jongen die
een blikje sardines opende om eruit te eten Hij
werd betrapt en moest deze misdaad met zijn
leven bekopen Een andere jongen werd gedood
omdat hij niet snel genoeg wakker was Een
vluchtpoging werd altijd met de dood bestraft en
altijd te midden van de andere gevangenen Maar
ook pure willekeur kon het einde betekenen Frenzel
de kampcommandant had er gewoon zin in
iemand dood te schieten en dat deed hij dan ook
Of een Oekraense bewaker raakte gerriteerd en
sloeg met zijn zweep iemand dood De dood stond
altijd net om de hoek
Opstand
Half oktober 1943 waarschuwde Chaim zijn
vriendin dat zij op een bepaalde dag klaar moest
staan met zoveel mogelijk kleren aan Hij was zijdelings
betrokken bij de opstand die voorbereid
werd onder leiding van Alexander Petsjerski een
krijgsgevangen soldaat uit het Rode Leger en Leon
Feldhendler Men kwam tot de voorbereidingen
van een opstand omdat het gerucht ging dat het
kamp zou worden opgeheven Wat dat betekende
was de gevangenen onder meer gebleken uit
briefjes uit de kleding van de laatste gevangenen
uit Belzec Daarin werden zij gewaarschuwd voor
hetzelfde lot als deze gevangenen hadden ondergaan
het kamp werd opgeheven en de laatste
gevangenen werden naar Sobibor vervoerd om
daar vergast te worden Ze wisten dat dit hun lot
zou zijn en ze lieten zich niet zomaar naar de gaszwols
historisch tijdschrift jrg 34 nr 2 79
kamer voeren Ze werden op het perron van het
stationnetje doodgeschoten
Toen een van de jonge gevangenen het toch
niet aandurfde een bewaker te doden zoals de
afspraak was nam Chaim zijn taak over Later
zegt hij daarover Het was afschuwelijk maar het
moest nu eenmaal gebeuren
In de verwarring tijdens het appl na de
opstand wisten Selma en Chaim te vluchten Ze
zwierven een paar dagen rond in de bossen in de
buurt van het kamp kwamen andere opstandelingen
tegen van wie een deel zich later aansloot
bij lokale partizanengroepen Het stel trok verder
en wist onderdak te vinden bij een boer Het
grote geluk was dat Chaim Pools sprak Zonder
hem zou Selma opnieuw reddeloos verloren zijn
geweest
Via deze boer kwamen ze terecht bij een eenvoudig
boerenechtpaar met een kleine boerderij
Adam en Stefka leken niet over te lopen van hartelijkheid
maar zij verschaften dit jonge Joodse stel
negen maanden onderdak op een klein zoldertje
boven de paardenstal De omstandigheden waren
beroerd Het eerder verborgen geld en de sieraden
maakten het leven bij tijden iets dragelijker
Ondanks het schijnbare gebrek aan vriendelijkheid
bij Adam en Stefka kan niet voldoende
gewaardeerd worden wat zij hebben gedaan In
het zeer antisemitische Polen hebben zij hun eigen
leven en dat van hun hele dorpsgemeenschap in
de waagschaal gesteld door onderdak te bieden
aan Chaim en Selma Toen het dorp later ontdekte
wat het echtpaar had gedaan waren de reacties
dan ook niet bepaald vriendelijk
Dagboek en bevrijding
Selma hield in de periode van de onderduik een
dagboek bij Een deel daarvan is bewaard gebleven
Er valt in te lezen dat ze zich ervan bewust
was dat ze waarschijnlijk de enige overlevende was
van het gezin waar ze in geboren was Toch was ze
gelukkig met haar man Ze schrijft zelfs Ik wist
niet dat het zo heerlijk was getrouwd te zijn Dat
geluk sloeg om in paniek toen ze ontdekte dat ze
zwanger was Ze vreesde dat dit het begin van het
einde zou zijn Toen ze zes maanden zwanger was
werd het oosten van Polen echter bevrijd door het
Rode Leger Emiel werd in vrijheid geboren
Zo gauw het enigszins mogelijk was ging
het gezin via Odessa met de boot naar Marseille
Onderweg overleed baby Emiel Terug in Zwolle
konden Selma en Chaim in hotel Wijnberg gaan
wonen bij haar broer Bram zijn vrouw Jettie en
hun inmiddels vier kinderen Ze werkten mee in
het hotel Na verloop van tijd begonnen ze hun
eigen stoffen en modezaak
In Nederland had geen mens van Sobibor
gehoord en men was er ook niet in genteresseerd
Bovendien was Chaim hier niet welkom Hij was
een Pool en moest terug naar zijn eigen land
Selma was door haar huwelijk met hem Poolse
geworden en moest ook weg Chaim moest zelfs
een tijdje onderduiken in Amsterdam De brieven
van minister van Justitie Kolfschoten en van politiecommissaris
Lettinck liegen er niet om Het is
pijnlijk en beschamend om te lezen dat zij na de
oorlog nog steeds spreken over een nietArir
In 1951 vertrokken Selma en Chaim en hun
kinderen Lidy en Freddy naar Isral Chaim kon
daar niet wennen onder meer omdat hij het leger

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2017, Aflevering 3

Door 2017, Aflevering 3, Afleveringen, Jaartal, Overig, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
30 jaar archeologie
in Zwolle
34e jaargang 2017 nummer 3 – 8,50 euro
Suikerhistorie
Eindhoven en Zn., houthandel
Houthandel Eindhoven werd rond 1785 in Blokzijl
opgericht. Nadat de houtzaagmolen daar door
brand was verwoest, vestigde Lambert Eindhoven
zich in 1825 aan het Zwartewater in Zwolle. Dit
had alles te maken met de aanleg van de Willemsvaart
in 1819. Zwolle kreeg daardoor een verbinding
met de IJssel, waardoor de aanvoerroute voor
hout aanzienlijk werd verkort.
De eerste molen van Eindhoven was een windhoutzaagmolen,
die in 1857 vervangen werd door
een molen die gebruik maakte van stoom, later – in
het begin van de vorige eeuw – van elektriciteit.
Men importeerde het hout grotendeels uit het
buitenland. De bomen werden vaak gebundeld tot
enorme houtvlotten, die met sleepboten naar het
terrein aan het Zwartewater werden gebracht. Rond
het bedrijf lagen vele pas gekapte bomen in het
water om de kwaliteit van het hout te verbeteren.
De oprichting van Houthandel voorheen
Eindhoven en Zoon N.V. (zoals vermeld op het
suikerzakje uit ca. 1960) vond plaats in 1900.
Leden van de familie Eindhoven zaten toen al niet
meer in het bedrijf.
Eindhoven werd in 1973 overgenomen door
The Southern Evans Ltd, een grote Engelse houthandel.
De aandelen van de Nederlandse dochter
kwamen in 1989 in handen van de Stichtsche
Houthandel (Stiho), met meerdere vestigingen in
Nederland. De Zwolse vestiging aan de Gasthuisdijk
46 biedt een compleet assortiment aan hout-,
bouw- en plaatmaterialen. Met kennis, plezier en
passie wordt de klant er geholpen. En nog steeds
is – ook volgens de website – de klant welkom om
een kop koffie te komen drinken. De naam houthandel
Eindhoven is echter van het suikerzakje
verdwenen.
114 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
(Collectie ZHT)
Luchtfoto uit het begin van de jaren zestig van bedrijventerrein Voorst-A (huidige
naam), met houthandel Eindhoven prominent op de voorgrond, gelegen op
een punt tussen het Zwartewater en het Zwolle-IJsselkanaal (net niet zichtbaar
op de afbeelding). Achter de houthandel stond nog de Blokmelkfabriek, rechts
voor is de opvallende haloverkapping te zien van de toen recent gebouwde staalgroothandel
IJzerleeuw. De rij bomen markeert de loop van de Gasthuisdijk.
De olietanks zijn verdwenen. Op dit terrein verrijst momenteel een bouwmarkt.
(Collectie HCO)
APELDOORN
telelooft: 12795
DEVENTER
T .a.fooa: 39 64
:J,fo.ult Cl.( a.u leo11t,
~oflW leo1d ,,u:at Mt jo1o&t .
11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 115
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 115
Uit Zwolse klei getrokken
Team Archeologie bestaat 30 jaar
Hemmy Clevis en Michael Klomp 116
VV Edon, kroniek van een bedrijfsclub
Harry Bouwhuis 137
Willem Elberts, een wandelaar door
de Zwolse geschiedenis
Jan van de Wetering 148
De kaak aan de kaak gesteld …
een vervolgverhaal
Annèt Bootsma – van Hulten 162
Vernieuwde website Zwolse Historische
Vereniging Jan van de Wetering 166
Mededelingen 168
Auteurs 169
Redactioneel
In dit nummer alles over de vuile handen die
je soms moet maken wanneer je het verleden
naar boven wilt halen. En dat mogen we letterlijk
nemen. Het hoofdartikel vertelt het verhaal
van dertig jaar archeologisch bodemonderzoek in
Zwolle.
Harry Bouwhuis plaatst ons in gedachten op de
tribune van voetbalvereniging Edon, een club
tachtig jaar geleden ontstaan uit de activiteiten
van de personeelsvereniging van de IJsselcentrale.
Voetbal met vallen en opstaan.
Jan van de Wetering beschrijft, boeiend als altijd,
het leven en werken van de vroegere schoolmeester
en geschiedschrijver Willem Elberts. Zijn
Historische wandelingen in en om Zwolle (1865) is
nog steeds het lezen meer dan waard en vormt de
basis voor een serie filmpjes over de geschiedenis
van Zwolle, die de komende maanden te zien zullen
zijn op de website van de Zwolse Historische
Vereniging. En nu we het toch over de website
hebben. Die is grondig vernieuwd en biedt een
schat aan informatie over de vereniging en de
Zwolse geschiedenis. Een aanrader. In dit nummer
zetten wij de belangrijkste veranderingen op
een rij.
Tot slot is er opmerkelijk nieuws over de onlangs
teruggevonden kaak van Thomas a Kempis. Veel
leesplezier, en lees vooral ook aandachtig, want
binnenkort kunt u uw historische en verdere kennis
van Zwolle testen in de Grote Zwolle Quiz
2018, zie de ‘Mededelingen’.
Coverfoto: Team Archeologie van de gemeente
Zwolle aan het werk op het Rodetorenplein, met
op de achtergrond de fundamenten van de Jan
Baghstoren, 2005.
■■■■
11
@cii@[]o~@cmu~
~w-~
11-
116 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Op 1 januari 2017 bestond het team Archeologie
van de gemeente Zwolle maar liefst dertig jaar.
In deze dertig jaar hebben verschillende spraakmakende
onderzoeken plaatsgevonden die de
landelijke media hebben gehaald. In Van Gewest
tot Gewest kwam al eind 1987 het onderzoek in de
Broerenkerk uitgebreid aan de orde. Later volgde
een pikant interview in de laatste ontbijtshow van
Dieuwertje Blok.
De periode vóór 1987
Het eerste bericht in de media dat betrekking
had op archeologie stamt al uit 1959. Het ging
over vondsten die gedaan waren tijdens de grootscheepse
verbouwing van schouwburg Odeon
aan de Blijmarkt en leidde tot een ware rel op
archeologisch gebied. Directeur J. Schotman van
het toenmalige Provinciaal Overijssels Museum
sprak van een ‘bulldozermentaliteit’ en hekelde
het verdwijnen en verkopen van gevonden voorwerpen
in de kranten. Het college van B en W en
de gemeenteraad sprongen in de verdediging. De
wethouder van Openbare Werken gaf aan dat het
een zaak betrof die alleen de gemeente aanging
en dat er correct gehandeld was. Hij had immers
de gemeentearchivaris op de hoogte gebracht van
de vondsten, maar deze gaf aan dat het allemaal
van weinig betekenis was. Ook de directeur van
Openbare Werken bemoeide zich met de zaak en
rapporteerde dat er geen prehistorische vondsten
waren gedaan en dat goed was gelet op menselijke
skeletresten. Het geheel illustreert dat met
betrekking tot archeologische zaken de gemeentearchivaris
de belangrijkste persoon was en dat het
ontbrak aan daadkracht en enige vorm van archeologische
kennis. Het doel was om de verbouwing
zo snel mogelijk af te ronden. Het inschakelen van
een archeoloog zou een te grote vertraging betekenen
en hoge kosten met zich meebrengen.
De aanstelling van een provinciaal archeoloog
van Overijssel, Ad Verlinde, in 1969 zorgde voor een
belangrijke kentering. Onder zijn leiding werden in
Zwolle door een handvol amateurs de eerste gestructureerde
archeologische onderzoeken in de binnenstad
van Zwolle uitgevoerd. We spreken dan over het
jaar 1973 en doelen op het onderzoek in de kelder
van het zogenoemde Celehuisje in de Papenstraat
en de opgravingen in de bouwput van het nieuwe
stadhuis aan het Grote Kerkplein. Tijdens dit onderzoek
werd voor het eerst aangetoond dat de stad veel
ouder was dan 1230, het jaar waarin Zwolle stadsrechten
kreeg. Het materiaal dat onder het stadhuis
te voorschijn kwam is enkele jaren geleden opnieuw
gedetermineerd aan de hand van de nieuwste
inzichten. Het dateert uit de periode 825-875. Menig
onderzoek door de amateurs, vaak onder leiding van
de vermaarde Zwolse amateurarcheoloog Ruud van
Beek, volgde en in 1986 werd dan ook gepleit voor
het aanstellen van een gemeentearcheoloog.
Uit Zwolse klei getrokken
Team Archeologie bestaat 30 jaar
Hemmy Clevis en
Michael Klomp
Het zeven van de
vondsten uit de Celekelder,
vlnr. Ruud van
Beek, Ger Oostingh en
Dirk de Vries, 1973.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 117
De aanstelling in 1987
Op 1 januari 1987 werd archeoloog Hemmy
Clevis aangesteld voor de gemeenten Zwolle
en Kampen samen voor respectievelijk 11,4 en
7,6 uur per week. De gemeentearcheoloog werd
ondergebracht bij Monumentenzorg en viel onder
de afdeling Bouwkunde en Monumentenzorg.
De uitwerking en restauratie van de gevonden
voorwerpen vond plaats in de kelder van het Celecomplex
(Domus Parva). De ondersteuning vond
vanaf het prille begin al plaats met de inzet van
vrijwilligers, circa twaalf personen. Deze vrijwilligers
kwamen op de maandag- en woensdagavonden
bijeen. Ze kregen van de gemeentearcheoloog
uitgebreide instructies op het gebied van restauratie
en het tekenen van aardewerk. Ze richtten
zich op een groot deel van het vondstmateriaal
dat uit de onderzoeken van zowel vóór als na 1987
afkomstig was.
Het eerste archeologisch onderzoek vond
plaats in de periode van 16 tot 24 februari 1987,
toen het extreem koud was en de grond bijna een
halve meter bevroren. Het onderzoek was gericht
op het lokaliseren van het klooster in Windesheim.
Deze opgraving kwam meteen al vaak in
het nieuws en zorgde voor felle discussies. Een
klooster werd niet gevonden, maar wel een halve
boerderijplattegrond uit de Midden Bronstijd.
Het eerste stadskernonderzoek vond nog datzelfde
jaar plaats in de bouwput van het Gasthuisplein.
Helaas mocht de archeoloog pas
graven na de diepsloop. En dan zijn natuurlijk
alle grondsporen al vernield. Het was duidelijk
dat de gemeente Zwolle nog moest wennen aan
gedegen archeologisch onderzoek, net zo goed als
de archeoloog moest wennen aan het feit dat hij
hierin eerst een stuk opvoedingswerk te doen had.
Dat gebeurde in oktober 1987 met de spectaculaire
opgraving in de Broerenkerk. Deze opgraving
zorgde niet alleen voor een hoop publiciteit,
maar legde ook de basis voor een grote groep
vrijwilligers. Het tv-programma Van Gewest
tot Gewest besteedde een documentaire aan de
opgraving. Meer dan 30.000 mensen hebben op
beperkte openingstijden de opgraving kunnen
bezoeken.
Hoornen bril van een
van de monniken van
het klooster in Windesheim,
1987.
‘Opgraven’ in de modder
op het Gasthuisplein,
1987.
Twee vrijwilligers, Ruud van Beek en Harriët Wevers, begin jaren negentig in
gesprek in het restauratieatelier in de Oranjeschool aan de Jufferenwal, dat daar
toen gevestigd was.
■ ■■■
11 11-
118 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Nog steeds nemen vrijwilligers van het eerste
uur deel aan de opgravingen en de uitwerking
daarvan en er zijn zelfs toenmalige vrijwilligers als
professional in de archeologie werkzaam geraakt.
De periode na 1987 zorgde voor een groei van
de Zwolse archeologie. De deeltijdbaan werd
uiteindelijk een fulltimebaan. De voorraad werk
nam toe en er werd een vast team geformeerd
met een archeoloog, veldtechnicus en een aantal
ondersteuners. Grote opgravingen op het Eiland
en Ittersumerbroek passeerden de revue en menig
nieuwsitem verscheen in de lokale en zelfs landelijke
media. Ook werden internationale congressen
georganiseerd en ontstonden samenwerkingsverbanden,
zoals bijvoorbeeld de samenwerking
met de Clwyd-Powys Archaeological Trust in
Wales.
In 2002 kwam er door de groei van de werkzaamheden
behoefte aan een tweede archeoloog
en vanaf dat moment is er sprake van een volwaardig
team dat opereert binnen de gemeentegrenzen
van Zwolle. Ook zijn samenwerkingsverbanden
aangegaan met de gemeenten Zwartewaterland,
Kampen en Hattem.
Het begin: de Broerenkerk
Het skeletonderzoek naar aanleiding van de
opgraving in de Broerenkerk in 1987 was spectaculair
voor Nederland. Van de honderden
opgegraven skeletten kon een vijftigtal gekoppeld
worden aan een persoon, aan de hand van de
grafboeken. Alle onderzoekers moesten blind hun
onderzoek doen en na afronding daarvan kregen
ze de gegevens van deze vijftig personen. Dit was
nog nooit eerder gebeurd en de verschillende
onderzoeksmethoden moesten naar aanleiding
hiervan bijgesteld worden. Clevis regelde ten tijde
van het onderzoek twee lesbrieven, een vijftal brochures
en een expositie, alles met sponsorgelden.
Later volgde het boek De doden vertellen. Eind
dit jaar zal in een publicatie over stedelijke begra-
Archeologie
Praat je over geschiedenis, dan komt je kennis van geschreven bronnen.
Praat je over archeologie, dan komt je kennis uit opgravingen en de analyse
van de sporen en het vondstmateriaal. Daar waar de geschreven bronnen
ophouden, ben je uitsluitend afhankelijk van archeologisch onderzoek.
Maar ook in de historische tijd vormt archeologie een onmisbare aanvulling
op het geschreven woord. Neem bijvoorbeeld de stadsbrand in Zwolle
in 1324. De eerste schriftelijke bron daarover dateert van driekwart eeuw
later. In geen enkele opgraving die in Zwolle heeft plaats gevonden, is echter
bewijs voor een stadsbrand gevonden. Elk spoor daarvan ontbreekt.
Een ander voorbeeld waarin archeologie een onmisbare aanvulling
vormt op de historische gegevens zien we bijvoorbeeld bij de industriële
keramiek die aangetroffen is in de gracht van de havezate Kranenburg of in
de Kleine Aa. Tot circa 1840 is alles geïmporteerd uit Engeland, waarbij de
keramiek eerst uit het westen kwam (Staffordshire) en later uit het oosten
(Sunderland). Zelfs als we nu stortplaatsen uit het begin van de twintigste
eeuw zouden gaan opgraven, komen we zaken tegen waarvan het historisch
bronnenmateriaal al verloren is gegaan. Neem bijvoorbeeld het hele
vormenspectrum van geëmailleerd goed. Kortom, archeologisch onderzoek
vult niet alleen de geschiedenis aan, maar verrijkt deze ook.
Links: Vrijwilligers aan
het werk in een van de
sleuven in de Broerenkerk,
1987.
Rechts: Tijdens de
opgraving in de Broerenkerk
in 1987 was
publiek op bepaalde
dagen welkom. Meer
dan 30.000 mensen
hebben de opgraving
bezocht.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 119
ving een update verschijnen van het skeletonderzoek
in de Broerenkerk en de resultaten daarvan.
En op dit ogenblik vindt er nog verder onderzoek
plaats aan de Universiteit Leiden, maar nu op
DNA-gebied.
Na dit spectaculaire begin volgde een periode
die iets rustiger was, waarin opnieuw gegraven
moest worden in Ittersumerbroek naar de restanten
van het Windesheimer klooster (de archeoloog
had het nog niet helemaal voor het zeggen),
er kleine onderzoekjes plaats vonden zoals in de
Waterstraat, waar de restanten van de werkplaats
van een geelgieter (bewerker van (geel)koper)
zijn opgegraven, of aan de Zalnéweg waar een
waterput uit de eerste eeuwen na Christus aan het
licht kwam en aanwijzingen voor een complete
nederzetting op het aangrenzende grasland. Dit
zijn slechts enkele kleine grepen uit een groter
aantal onderzoeken. De archeologie was nog
niet gevestigd waardoor het kon gebeuren dat er
geen archeologisch onderzoek plaats vond in de
bouwput voor de Xenos waar de restanten van
de Kleine Aa onder lagen. Sterker nog: ze werden
door de aannemer met opzet vernietigd zodat de
archeoloog geen onderzoek meer kon doen. Maar
in 1990 kwam de grote verandering.
1990: de omslag
Er zou op het Eiland een parkeergarage komen
en de archeoloog moest aan de slag. En dat moest
nog vóór de bouwvak, want daarna zou met de
bouw begonnen worden. Later bleek dat er nog
zeker tien jaar op die bouw gewacht moest worden,
een geluk, want daardoor konden later grote
delen van het Eiland opgegraven worden die van
enorm belang waren voor de geschiedenis van de
stad Zwolle. Terwijl de opgravingen op het Eiland
plaats vonden, ontdekte een amateur in Ittersumerbroek
bij de aanleg van cunetten (uitgravingen
in de ondergrond) voor de straten verkleuringen
in het zand en prehistorische scherven. Dit
gebeurde op zaterdag 21 april 1990. De volgende
dag, zondag, stonden om half negen ’s ochtends
al zestien amateurs en de gemeentearcheoloog in
het veld om de sporen in te tekenen. Het waren
sporen die hoorden bij een bronstijd- en ijzertijdnederzetting.
Het college van B en W reageerde
heel alert en in grote delen van de wegcunetten en
aangrenzende terreinen kon opgegraven worden,
gevolgd door later heel belangrijke opgravingscampagnes.
Ook deze opgraving haalde het landelijke
nieuws op het journaal. Ittersumerbroek
werd een begrip in de Nederlandse archeologie,
maar daar komen we later op terug.
Het Eiland
De opgraving in 1990 op het Eiland werd gevolgd
door een tweede campagne in 1994/95 en daarna
door opgravingen in 1996 en 1999. De opgraving
in 1994 leverde een sensationele ontdekking op:
de wijk ‘de Smeden’ was ommuurd geweest met
een heuse stadsmuur. Allerlei theorieën over de
vroegste ommuringen van de stad Zwolle konden
overboord gegooid worden. Dat werd helemaal
duidelijk bij de opgraving ‘Achter de Broeren’ in
2003, toen hier twee stadsmuren gevonden werden
waarbij de oudste uit de periode 1230-1300
dateerde.
Gestaag werden grote delen van het Eiland
opgegraven en in 1996 werd er een vondst gedaan
die jaren later de ontbijtshow van Dieuwertje
Blok zou halen. Aanvankelijk werd besloten om
deze vondst niet in de openbaarheid te brengen
om te voorkomen dat Zwolle ‘voor lul’ zou staan.
Prachtige plattegrond
van drieschepige bronstijdboerderij
in Ittersumerbroek.
■ ■■■
11 11-
120 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De vondst betrof namelijk een natuurgetrouw
handgesneden houten kunstpenis met balzak. Het
geheel had een vloeistofreservoir dat geledigd kon
worden door middel van een zuigerstang zoals bij
een fietspomp. Daarnaast werd nog een kleiner,
meer stilistisch exemplaar gevonden. Natuurlijk
werd gelijk gedacht aan seksspeeltjes, uit de zeventiende
eeuw, maar onderzoek, onder andere bij
het Museum Boerhaave in Leiden, wees uit dat het
hier ging om voorwerpen die werden als een soort
voorbehoedsmiddel. Het was de bedoeling om na
de geslachtsdaad de vagina schoon te spoelen met
een vloeistof uit zo’n kunstpenis.
De reden waarom de vondst niet direct openbaar
gemaakt werd, was het feit dat Zwolle net
in het nieuws geweest was door een bezoek van
twee burgemeesters van gemeenten uit Drenthe
en Friesland aan een bepaald etablissement waar
dames van lichte zeden verkeerden.
Clevis stemde later toe om bij de ontbijtshow
van Dieuwertje Blok deze bijzondere vondst te
tonen, op voorwaarde dat hij het voorwerp niet
in zijn handen hoefde te nemen om te demonstreren
hoe het werkte. Hij wilde niet voor de
eeuwigheid te boek staan als ‘die archeoloog met
de houten kunstlul’. Dieuwertje hield zich niet aan
de afspraak. Maar de schade viel gelukkig mee. De
enige polemiek die ontstond was dat sommigen
vonden dat het toch seksspeeltjes waren en geen
voorbehoedsmiddel. De Zwolse archeologen hebben
zich hier echter niet verder in verdiept. Dat
zou een aparte monografie tot gevolg gehad kunnen
hebben. De Zwolse vrouwenspuit heeft heel
wat landen bezocht en kon daar bekeken worden
in de reizende expositie ‘100.000 jaar seks’. Het
was een expositie die georganiseerd was door het
Drents museum in Assen.
Grondboog op twee poeren
bij de opgraving op
‘Het Eiland’. Het eerste
bewijs van een tot dan
toe onbekende stadsmuur
om ‘De Smeden’, 1994.
Onder: Opgraving op
‘Het Eiland’. Naast de
veldtechnicus die tekent
zijn er twee vrijwilligers
te zien die nu archeoloog
zijn, 1994.
De in 1996 gevonden ‘vrouwenspuit’, een natuurgetrouwe
houten kunstpenis uit de zeventiende eeuw,
met het meer stilistische exemplaar ernaast.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 121
De opgravingen op het Eiland leverden echter
veel meer gegevens op, zoals de restanten van een
glashuis aan de Klokkensteeg, de aanwijzingen
voor een klokkengieter en de restanten van het
proveniershuis van de Dominicanen van het
Broerenklooster aan de hand van vondsten uit
een beerput. De kroon op de opgravingen van
het Eiland vormde de opgraving onder de Aldi,
tussen Eiland, Pijpenbakkerstraat en Drie Pistolengang.
Hoewel deelonderzoeken reeds gepubliceerd
zijn, moet een publicatie van het totaalbeeld
nog even op zich laten wachten.
De Aldi en de Kleine Aa
Voor de archeologen was bekend dat de Aldi gelegen
was op de Kleine Aa. Zij wilden in 1999 derhalve
dit terrein koste wat kost onderzoeken. Dat
kon, maar het budget was veel te klein, evenals
de periode waarin opgegraven kon worden. Er is
toen met man en macht met veel vrijwilligers alles
aan gedaan om zoveel mogelijk informatie aan
deze opgraving te ontrekken. Er werd gewerkt met
twee ploegen en alle gelden werden ingezet op de
opgraving. Daarna zouden we wel zien hoe we een
en ander zouden uitwerken en publiceren. Zo was
de tijdgeest. Het terrein kon daarom maar tot een
beperkte diepte worden onderzocht.
Deel van de inhoud van
beerput 17-4 op het
Eiland uit 1996, met op
de voorgrond de inmiddels
beroemde twee
zeventiende-eeuwse
houten kunstpenissen.
Zware erfscheidingsmuur
voor de huizen
aan de buitenzijde
van de Kleine Aa bij
de opgraving onder de
Aldi. Op de voorgrond
de bedding van een
oude fase van de Kleine
Aa, 1999.
■ ■■■
11 11-
122 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De grootste aandacht ging uit naar de Kleine
Aa. En dat leverde een enorme bron aan gegevens
op. De Kleine Aa was in de loop der tijd van een
brede gegraven gracht steeds kleiner geworden
tot een smalle, gekanaliseerde watergang, die uiteindelijk
gedicht werd en vervangen is door een
gesloten ondergronds riool. Voorafgaand aan die
laatste fase is enorm veel afval van de aangrenzende
panden in die laatste open Kleine Aa gedumpt
en kunnen we onder andere herleiden dat er een
school is geweest en Joodse bewoning. De veelal
negentiende-eeuwse vondsten werden gepubliceerd
en dat was voor Nederland een novum,
omdat tot dan toe aan deze periode weinig aandacht
besteed was. Men ging er altijd van uit dat
archiefonderzoek voldoende was om huisraad uit
deze periode te beschrijven. Niets bleek minder
waar te zijn. Het was pionierswerk.
Eén vraag werd bij deze opgraving nog niet tot
tevredenheid beantwoord: was de Kleine Aa een
natuurlijke watergang of gegraven? Dit werd pas
duidelijk bij de opgraving op de Smeden in 2007.
De Kleine Aa was gegraven.
Ittersumerbroek
Ittersumerbroek is een opgraving die heeft plaats
gevonden over meerdere jaren en zowel nationaal
als internationaal heel wat stof heeft doen opwaaien.
Zowel voor de vondsten uit de Bronstijd en de
IJzertijd betrof het boerderijen met bijgebouwen:
een boerenerf dus. De vorm van de boerderijen
heeft in de loop der tijden een ontwikkeling doorgemaakt,
waardoor gesproken wordt van verschillende
typen.
Wat Ittersumerbroek nu zo bijzonder maakte
is dat Ruud van Beek de boerenerf-theorie ontdekte.
Als je een boerderij hebt, dan ligt daar een
beperkte lege ruimte omheen en daarachter krijg
je het hele scala aan bijgebouwen. Dit geldt dus
ook andersom. Als je een scala aan bijgebouwen
hebt, dan ligt op zeer betrekkelijke afstand daarvan
de boerderij, het hoofdgebouw. We hebben
deze theorie mogen toetsen op verschillende locaties
en het klopte. Revolutionair.
Er waren in het Overijsselse nog twee fenomenen
waargenomen. De provinciaal archeoloog
Ad Verlinde en Ruud van Beek stonden
hier achter. Dat waren driepalige hooibergen
en schaapskooien, een ronde structuur met een
slurf als ingang. Voorheen werden deze structuren
verguisd, maar in Ittersumerbroek kon men
er niet omheen omdat verschillende van deze
grondsporen vrij in het zand te zien waren, zon-
Hemmy Clevis bekijkt
de houten zijkanten
van de jongste bedding
van de Kleine Aa, bij
de opgraving onder de
Aldi, 1999.
Ruud van Beek (1915-1997)
In zijn werkzame leven was Ruud van Beek in dienst van het kadaster.
Daardoor was hij voornamelijk buiten aan het werk en kreeg hij oog voor
het landschap, de details en de veranderingen. Hij zag scherven op het land
liggen en wilde weten hoe oud ze waren. Vervolgens ging hij zich verdiepen
in de literatuur en werd correspondent van de Rijksdienst Oudheidkundig
Bodemonderzoek. Ruud werd de belangrijkste amateurarcheoloog in deze
regio en hij ontpopte zich ook als amateurhistoricus. Hij dook de archieven
in op zoek naar gegevens over de vroegste landindelingen en gegevens over
de marke. Westerheem, het tijdschrift voor amateur archeologen, was zijn
belangrijkste medium, maar artikelen van hem zijn ook opgenomen in een
bundel over Windesheim of in de Kamper Almanak. Dat Ruud gewaardeerd
werd bleek wel uit het feit dat hij bij zijn zeventigste verjaardag een
feestbundel kreeg, ‘Van Beek en land en mensenhand’ waaraan niet de
minste beroepsarcheologen hun bijdrage leverden. Bij de opgravingen in
Ittersumerbroek ontwikkelde hij de boerenerf-theorie, die in de praktijk
getoetst kon worden. Zijn verdiensten voor de geschiedenis van Salland en
speciaal Zwolle zijn groot.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 123
der ruis van andere grondsporen. Zo verdwenen
heilige huisjes.
Maar toen, toen ontdekte Jan de Jong, destijds
hoofd Monumentenzorg en gepromoveerd op
de gulden snede in de Griekse bouwkunst, dat
een van die ronde structuren onderdeel geweest
moest zijn van een zogenaamde zonnekalender.
In Nederland was dit vloeken in de kerk, maar
in Engeland was men uitermate geïnteresseerd,
temeer omdat De Jong niet alleen via een mathematische
analyse de zuivere kunstmatige aanleg
kon aantonen, maar ook door middel van kansberekening
kon bewijzen dat deze structuur geen
toeval was. Zwolle had een heuse houten Stone
Henge.
Dit was volgens velen onmogelijk. De weerstand
was enorm binnen Nederland. Maar
Engeland omarmde Ittersumerbroek. Engeland
was het land van de Stone Henges en de Wood
Henges. Er werd een congres georganiseerd over
het fenomeen in de Buitensociëteit. Ongeveer 700
belangstellenden hebben dit congres bijgewoond,
waarbij een vooraanstaand Engels archeoloog als
Alex Gibson sprak.
Uit deze tijd dateert de uitwisseling tussen
leden van de archeologische dienst van Wales en
de archeologische dienst van Zwolle, wat resulteerde
in een tweetal projecten die gefinancierd
zijn door de Europese Unie. Niet om het een of
ander, maar geen enkele archeologische dienst van
een Nederlandse stad heeft dit ooit gerealiseerd.
De Vrouwenlaan
In 1994 vond opnieuw een toevalsvondst plaats
in de wegcunetten die werden aangelegd voor
nieuwbouw in deze buurt. Er werden vele tientallen
haardkuilen gevonden uit het Mesolithicum
(9000-5300 vóór Chr.), voornamelijk uit de periode
tussen 7300 en 5700 vóór Christus. Jagers/
verzamelaars hebben dit gebied vele eeuwen
aangedaan en er vuren gestookt. Ouder nog was
een vuursteenwerkplaats in dit gebied die in de
periode 8800-7100 vóór Christus gedateerd moet
worden. Later werden op veel meer vindplaatsen
in Zwolle mesolithische haardkuilen gevonden.
Deze grondsporen horen tot de oudste resten van
menselijke activiteit in het Zwolse gebied.
Bikkenrade
Het terrein achter Bikkenrade aan de Hollewandsweg
kwam in aanmerking voor beplanting
met bos. Nu lag dit terrein op een dekzandrug
Reactie in de Zwolse
Courant op de ontdekte
zonnekalender in Ittersumerbroek.
Om de mesolitische
haardkuilen aan de
Vrouwenlaan in te
meten en te bemonsteren
werd op volle
sterkte gewerkt, 1994.
■ ■■■
11 11-
124 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
tussen de nederzettingen in Ittersumerbroek en
de Aalvangersweg/Vrijhof. Reden om in 2002 te
kijken of er prehistorische sporen aanwezig waren
en wat de aanplanting van bos voor invloed zou
hebben op deze sporen. Een van de vondsten
was een nederzetting uit de tweede helft van de
tweede eeuw tot het begin van de vijfde eeuw, een
zogenaamde Germaanse nederzetting. Er werd
in deze nederzetting aan ijzerwinning gedaan.
Oerslakken werden in de beekdalen verzameld en
in smeltovens opgestookt om ijzer te winnen. Met
hout konden de hoge temperaturen niet gehaald
worden die nodig waren, waardoor er houtskool
geproduceerd werd. In het gebied zijn dan ook
veel ijzersmeltovens en houtskoolmeilers (constructie
om houtskool te maken) gevonden. Het
ijzer werd waarschijnlijk als grondstof verhandeld
naar het stedelijk gebied van het Romeinse rijk.
De nederzetting van Bikkenrade maakte onderdeel
uit van een heel netwerk van kleine nederzettingen
die slechts op enkele kilometers afstand
van elkaar gelegen waren en zich bezig hielden
met ijzerwinning. Toch hebben ze waarschijnlijk
ook voor eigen gebruik ijzeren voorwerpen
gemaakt. De grondsporen die voor een deel uit
standgreppels van huizen bestonden, duiden op
houten wanden die gemaakt waren van planken.
Om planken aan elkaar te bevestigen heb je spijkers
nodig… En die contacten met het Romeinse
rijk? Er zijn enkele scherven gevonden van import
Romeins aardewerk en glas. Dat wil dan niet zeggen
dat de Romeinen hier geweest zijn, maar wel
dat de mensen van hier bij de Romeinen (in Nijmegen)
geweest zijn.
Veenbos
Een losliggende veeneik die langs de weg lag en
waargenomen werd door een collega archeoloog
uit Lelystad vormde de aanleiding voor de archeologische
dienst Zwolle om een nader onderzoek
te verrichten in de laag gelegen nieuwbouwwijk
Stadshagen, onderdeel van de polder Mastenbroek.
Het bleef die dag niet bij één boom. Er
lagen er meer en een eerste datering wees uit dat
deze boom dateerde uit het begin van de jaartelling.
Enige tijd later bleek bij het bouwrijp maken
van een nieuw stuk woonwijk dat er vele tientallen
stammen te voorschijn kwamen. Tijd voor actie.
Samen met de onderzoeksinstituten Ring,
Biax en Alterra werd besloten een inventariserend
onderzoek te doen. Dit gebeurde in het jaar 2000.
Op twee stukken van 15 x 80 meter werden 167
bomen bemonsterd voor houtsoort determinatie.
Van 34 eiken en 3 essen zijn monsters genomen
voor dendrochronologisch onderzoek. De resultaten
waren veelbelovend en in onderling overleg
werd besloten een stuk bos officieel op te graven.
Dit was nog nooit eerder gebeurd in Nederland.
De opgraving zou veel informatie opleveren over
Restanten van een
ijzersmeltoven uit de
inheems Romeinse tijd
achter Bikkenrade, 2002.
Grondsporen van
huizen en ijzersmeltovens
(de donkergrijze
verkleuringen) van
een inheems Romeinse
nederzetting achter
Bikkenrade, 2002.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 125
het landschap van Nederland in de eerste eeuwen
van de jaartelling.
Duidelijk was al dat het een veenbos was met
een datering tussen 150 voor en 600 na Christus.
Er werden nog vier terreinen gekozen waar
opgravingen zouden plaatsvinden. Van de in totaal
520 opgegraven bomen zijn 60 eiken en 40 essen
bemonsterd voor dendrochronologisch onderzoek.
Dit toonde onder meer aan dat de oudste eik 343
jaar is geworden, de oudste es 245 jaar en de laatste
eik doodging in 586 na Christus. De bomen hebben
in natte omstandigheden gestaan waardoor ze heel
dunne groeicirkels hebben. Een eik met een kleine
diameter kan daardoor toch heel oud zijn. Duidelijk
is dat dit typische veenbos door verdrinking
aan zijn einde is gekomen. Dat vond plaats in een
tijd dat in Noordwest-Europa hetzelfde bij andere
veenbossen gebeurde. Dat was ook het geval met
groeidepressies die soms wel 20 jaar duurden en
om de 20 tot 40 jaar voorkwamen. Rond 300 was er
een opleving, een minder natte periode en kiemden
vele nieuwe eiken en essen uit, tot de definitieve
teloorgang die rond 530 na Christus inzette. Het
verhaal van het veenbos in Stadshagen is in verschillende
internationale vaktijdschriften gepubliceerd.
Onlangs werd bij toeval op het landgoed de
Treek in Amersfoort eveneens een oerbos gevonden.
Ook hier was veel landelijke publiciteit voor.
Rij je met de auto van Stadshagen naar Hasselt, dan
zie je anno 2017 nog altijd stapels veeneiken bij de
zandwinningsplassen liggen.
Opgravingsput van het
veenbos in de Mastenbroekerpolder,
2000.
Rondleiding bij de
opgraving van het veenbos
in Mastenbroek
voor de verschillende
vakdisciplines en de
pers, 2000.
■ ■■■
11 11-
126 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
De POMtuin
De eerste opgraving in het hart van de stad vond
plaats in 1995 in de tuin van het POM (Provinciaal
Overijssels Museum), tegenwoordig de plek onder
de nieuwbouw van het Stedelijk Museum tussen
Voorstraat en Melkmarkt. Voor de geschiedenis
van Zwolle waren de resultaten enorm belangrijk.
Zo kon aangetoond worden dat de perceelsindeling
zoals die vooral op de kadastrale minuut van
1832 terug te vinden is, zijn oorsprong al had in
de dertiende eeuw en aantoonde dat het hier ging
om individuele erven. Daarnaast bleek dat deze
locatie onderdeel uitgemaakt heeft van de haven
van Zwolle. De woningen lagen op de zandrug
die de Voorstraat vormde, maar de achtererven
kwamen uit op de Grote Aa. De vroegste vondsten
dateerden uit de Pingsdorf-periode, ca. 900-1200.
De ouderdom van deze site ging niet verder terug
dan de elfde eeuw.
Aplein
De opgravingen aan het Aplein in 1999 waren
belangrijk in verband met de ouderdom van ‘het
Eiland’, het gebied buiten de stadsmuren, die gelegen
waren aan binnenzijde van de Kleine Aa. Hier
kwamen niet veel nieuwe gegevens te voorschijn,
vooral omdat de afstand van het opgravingsterrein
tot de oorspronkelijke bedding van de Kleine
Aa nog te groot was. Het meest interessante was
de vondst van een verlaagde keuken waarvan de
muren nog tot circa een halve meter bewaard
gebleven waren. Deze muren waren bekleed met
deels blauw geschilderde tegels en rondom de
haard met blauw geschilderde bijbeltegels.
Achter de Broeren
Opnieuw vond in 2003 een opgraving plaats op
een voor de geschiedenis van de stad cruciale
plek. De archeologen vonden hier muurwerk dat
behoorde tot twee stadsmuren uit verschillende
perioden. De oudste stadsmuur die in de periode
1230-1300 gedateerd moet worden, lag aan de
voet van een dekzandhoogte, een hoger gelegen
plateau. Er heeft echter afkalving van deze zandhoogte
plaats gevonden door de Kleine Aa waardoor
de effectiviteit van de stadsmuur onbetrouwbaar
werd. Er moest een nieuwe muur gemaakt
worden. Deze nieuwe muur werd feitelijk in de
bedding van de Kleine Aa gebouwd met allerlei
bouwtechnische aanpassingen. Deze tweede
stadsmuur moet tussen 1324 en 1378 gebouwd
zijn. Aan de Bitterstraatzijde is ook muurwerk
en afval aangetroffen dat bij de werkplaats van
een pottenbakker hoorde. Afval van deze pottenbakker
is gevonden in een beerkelder bij de al
genoemde opgraving van de Aldi in 1999.
Palenrij die de scheiding
aangeeft tussen
twee individueel opgehoogde
percelen onder
de nieuwbouw van het
Stedelijk Museum aan
de Melkmarkt, 1995.
Verlaagde keuken aan
de Waterstraat (Aplein
opgraving), met blauw
geschilderde tegels.
Links de haardplaats
met blauw geschilderde
bijbeltegels, 1999.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 127
Rodetorenplein
Het terrein naast café-restaurant de Belgische Keizer
op de hoek van de Melkmarkt en het Rodetorenplein
was een van de vele buitenkansen om in
2005 meer over de vroegste stedelijke verdediging
van de nederzetting Zwolle te weten te komen. Al
vrij snel kwamen de muurfunderingen van de Jan
Baghstoren en van de Rodetoren tevoorschijn,
evenals een heel grote beerput die tegen de Jan
Baghstoren was aangebouwd. Er kon slechts een
deel van de Rodetoren opgegraven worden en het
muurwerk daarvan bestond uit meerdere fasen.
Deze toren moet vóór 1334 gebouwd zijn en de
Jan Baghstoren vóór 1482-83. Van de stadsmuur
resteerde alleen de uitbraaksleuf. Onder die uitbraaksleuf
kwamen rechthoekige kuilen tevoorschijn
die mogelijk wijzen op spaarbogen. Maar
ook de sporen van houten huizen met gedateerd
hout uit 1243. En dat plaatst de archeologen voor
een raadsel. Heeft de oudste stadsmuur nu net
buiten de opgravingsput gelegen? Vragen nog
voor de toekomst.
Ook van deze opgraving is een monografie
verschenen.
Links de oudste stadsmuur die gebouwd is tussen
1230 en 1300. Rechts de jongere stadsmuur die
dateert uit de periode tussen 1324 en 1378, opgraving
2003.
Boven: Slieten (houten palen) fundering van steenbouw op het Rodetorenplein,
met op de achtergrond de fundamenten van de Jan Baghstoren, 2005.
Onder: De fundamenten van de ronde Jan Baghstoren, met daartegenaan
gebouwd een beerput, 2005.
■ ■■■
11 11-
128 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Pannekoekendijk
In de periode 2008-2011 heeft op de parkeerplaats
van de Pannekoekendijk een opgraving in fasen
plaats gevonden. Naast de woonhuizen die hier
gestaan hebben, sprongen drie zaken in het oog.
In de eerste plaats werden de funderingen gevonden
van de blekerij met zijn stookketels die hier
gestaan heeft. Het was nog een geluk dat de hoogbejaarde
heer De Vries met zijn zoon kon komen
kijken. Hij was hier beheerder geweest en kon aan
de hand van zijn herinneringen en de funderingen
precies beschrijven hoe de blekerij er uit had
gezien.
Op het diepste niveau waren talloze afvalkuilen
van een pottenbakker, Godeken Potman, die
hier tot uiterlijk 1410 zijn bedrijf uitoefende. Hij
woonde aan de Mussenhage, maar helaas kon
niet tot aan de straatzijde opgegraven worden.
Godeken Potman voerde hier minder dan twee
decennia zijn bedrijf uit. Zijn bedrijfsafval, de
misbaksels, is helemaal geanalyseerd. Hij heeft
zowel roodbakkend als grijsbakkend aardewerk
geproduceerd, maar veelal ongeglazuurd, of bij de
grapen, kookpotten op drie poten, spaarzaam. Hij
heeft met glazuur en gele slib geëxperimenteerd,
maar het bleef daarbij. Er waren ook bijzondere
vormen onder de vondsten, zoals een kaarsentrekbak.
Deze was wellicht voor de inwoners van
het naast hem gelegen witte vrouwenklooster
bedoeld. Ook werd er een alambiek (destilleertoestel)
aangetroffen om sterke drank te maken,
alsmede een tweetal keramische kolven met ronde
bodem. Bijzonder was ook de vondst van meer
dan twintig potten met een spongat. Deze potten
moeten een industriële functie gehad hebben, om
bijvoorbeeld een troebele vloeistof te laten bezinken
waarbij de heldere vloeistof via het spongat
boven het bezinksel afgetapt kon worden. Dit is
in heel Zwolle op één andere plek aangetroffen,
namelijk aan de Hoogstraat waar ook een schoenmaker
en eventueel een leerlooier hun bedrijf
hadden.
Aardewerk van Godeken is goed herkenbaar. Op
verschillende plekken in Zwolle is dit materiaal
Bij de opgraving aan
de Pannekoekendijk
in 2008 werd ook een
zeldzame gemarmerde
Italiaanse veldfles uit
het begin van de zeventiende
eeuw gevonden.
Muurwerk van onder
andere de blekerij aan
de Pannekoekendijk,
2008.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 129
gevonden, onder andere in kuilen in een ophogingspakket
tegen de ommuring van de Smeden
die we op het Eiland zijn tegengekomen.
Het derde bijzondere vondstcomplex heeft
toebehoord aan de vrouwen in het Wytenhuis
(begijnhuis) aan de Mussenhage. Een beerput met
huisraad is hier geledigd, waarbij onder andere
een houten klepper is gevonden. Waarschijnlijk is
deze gebruikt om de vrouwen op te roepen voor
het gebed.
Havezate Werkeren
Voorafgaand aan de opgraving in 2001 zijn door
Hemmy Clevis en vele vrijwilligers de nodige
zaterdagen besteed aan het maken van een hoogtelijnenkaart
van het gebied. Dat gebeurde in deze
tijd nog met een waterpas, baak en meetlinten.
De hoogtepunten werden ingemeten in een 3×3
meter grid (rooster). Daaruit kwamen redelijk
duidelijk de hoogte en de beide grachten naar
voren, wat bij de opgraving bewezen werd. De
opgraving startte met een aantal lange zoeksleuven.
Er werd niets gevonden, ja toch, in het profiel
van één zoeksleuf waren nog net een paar lagen
baksteen te zien. Hier vond uitbreiding plaats
naar een eerste put, die uiteindelijk leidde tot de
opgraving van de complete havezate. Het oudste
gedeelte bestond uit een zaalburcht met in de
fundering brokken tufsteen en kloostermoppen
met een formaat van 32x16x7 cm. Via een brug
kon men op de voorburcht komen en vandaar uit
via een brug bij de zaalburcht. Van de brug naar
de voorburcht kon een paal gedateerd worden
Roodbakkende pot met spongat van Godeken
Potman uit ca 1400.
Houten klepper uit
de beerkelder van het
Vrouwenklooster aan
de Mussenhage,
ca. 1400.
■ ■■■
11 11-
130 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
uit het jaar 1367. Dit geeft een datering voor de
zaalburcht die een paar jaar na de verwoesting
van de burcht van de heren Van Voorst in 1362
is gebouwd. Een van de zonen van Zweder van
Voorst heeft, na zich verzoend te hebben met de
landsheer, de bisschop van Utrecht, in het hart van
de familiebezittingen in de Mastenbroekerpolder
een nieuwe burcht gebouwd. Nieuw historisch
onderzoek van Jan ten Hove kon de Van Voorsten
koppelen aan de Van Ittersums, die in de vijftiende
eeuw de zaalburcht overnamen en uitgebreid hebben
tot een fors kasteel. Er werden vele vondsten
gedaan en in 2005 verscheen een monografie over
de havezate Werkeren.
Havezate Kranenburg
Een tweede havezate kon door Michael Klomp in
2004/5 opgegraven worden vanwege de bouw van
een nieuw uitvaartcentrum op de Kranenburg.
Het was een spectaculaire opgraving, waarbij de
complete plattegrond blootgelegd kon worden en
het de moeite waard was om luchtfoto’s te laten
maken. Droons waren er nog niet, dus vond dit
plaats met een klein vliegtuigje. Jan ten Hove werd
ingehuurd voor het historisch onderzoek waardoor
vondstmateriaal aan bewoners gekoppeld
kon worden. Daarbij springt de spilzieke Hoyko
Overzicht van de funderingen
van het muurwerk
van de havezate
Werkeren (2001).
Medewerkers legen de
inhoud van de beerkelder
die bij het zaalgebouw
van de havezate
Werkeren hoorde
(2001).
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 131
Manninge tot Pewsum naar voren die in 1565
de Kranenburg verwerft. Prachtige vloertegels
en majolicategels uit Antwerpen versierden de
vertrekken, alsmede een zogenaamde tegelkachel
met reformatorische symbolen.
Niet alleen de havezate, maar ook het tweede
bouwhuis en de grachten konden opgegraven
worden. In de buitenste gracht kwam een vracht
keramiek uit de negentiende eeuw te voorschijn
die duidde op enerzijds het verblijf van de familie
gedurende de zomer en anderzijds op de werkers
die het landgoed moesten verzorgen. Van havezate
en de grachtvondsten zijn twee monografieën
verschenen in 2008.
Hermen
In 2010 werd bij een opgraving aan de Spinhuis/
Bredehoek op het terrein waar de ‘twaalf apostelen’
(kleine huisjes voor arme, oudere alleenstaanden)
hebben gestaan, een bijzondere vondst
gedaan. In het zand kwam een skelet tevoorschijn.
Omdat dit hier niet thuis hoorde, is direct een
fysisch antropoloog ingeschakeld. Bijzonder aan
het skelet was dat de handen aan de voorzijde van
het lichaam, ter hoogte van de schenen, bijeen
gebonden waren met een leren band om de polsen.
Tussen de elleboog- en kniegewrichten door
was een houten staak geplaatst. Duidelijk was dat
het hier om een moord ging. Voor deze moordzaak
werd een cold case team samengesteld.
Duidelijk werd dat het om een 22- à 24-jarige
jongeman ging uit Zwolle of uit de buurt, die
leefde tussen 1316 en 1440. Hij was door een klap
op het hoofd om het leven gebracht.
Luchtfoto van de havezate
De Kranenburg.
Midden boven zijn
restanten te zien van de
ringmuur met kantelen
rondom het hoofdgebouw,
2005
Links: De vondst van
‘Hermen’ in 2010.
■ ■■■
11 11-
132 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
Er werd een driedimensionale gezichtsreconstructie
gemaakt en uiteindelijk kwam de
complete reconstructie van ‘Hermen’ terecht bij
Waanders In de Broeren waar hij voor iedereen
te zien is. Zijn reconstructie ligt in een kist op de
bovenste verdieping. Met dank aan Wim Waanders
die dit mogelijk heeft gemaakt.
Kraanbolwerk
In 2013 kon er gegraven worden op het voormalige
Schaepmanterrein op het Kraanbolwerk. Eerst
moest er een en ander aan verontreiniging verwijderd
worden, maar toen konden de archeologen
aan de slag. De oudste sporen dateren van een
dijklichaam aan de buitenzijde van de Thorbeckegracht,
ergens tussen 1325 en 1375. Daarna is er
twee eeuwen niets gebeurd, tot de aanleg van het
Kraanbolwerk kort na 1620. De oudste gebouwen
op het Kraanbolwerk dateren van ongeveer 1650.
Het betreft onder andere een blauwververij. Ook
heeft er een factorijgebouw gestaan dat op exact
dezelfde manier gefundeerd is als het Hopmanshuis
(uit 1663) aan de andere kant van de gracht.
Het Hopmanshuis is in oorsprong ook een factorijgebouw
geweest. Het gebouw op het Kraanbolwerk
heeft meerdere fasen gekend, waarbij
De gereconstrueerde
‘Hermen’ bij Waanders
in de Broeren.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 133
vooral de vloer met extra zware poeren (steunen)
is versterkt. Tussen de bakstenen poeren werd veel
gruis van Bentheimer zandsteen gevonden. Mogelijk
is dit factorijgebouw gebruikt voor de opslag
van Bentheimer zandsteen.
Melkmarkt
Voorafgaand aan het onderzoek aan de Melkmarkt
in 2015 heeft een herwaardering plaats
gevonden van de archeologische sporen en
vondsten onder het oude stadhuis aan de Sassenstraat.
Daaruit kwam naar voren dat het oudste
materiaal uit de periode 825-850 moet dateren.
Het materiaal wees op een ‘nederzetting’ met
een landelijk karakter. Hierbij moet aangetekend
worden dat de archeologen met twee of drie boerderijen
al een ‘nederzetting’ bedoelen. Meer sporen
uit deze tijd zijn in de stadskern van Zwolle
niet gevonden. Daaruit moeten we concluderen
dat dit een gebied was met hier en daar een boerderij.
Geen wonder dat er geen Noormannen
zijn geweest, want er viel hier niets te halen. De
vondsten aan de kop van de Melkmarkt wijzen
duidelijk op havenactiviteit en internationale
handel. Scheepssintels en keramiek uit Duitsland
(Pingsdorf) en de zuidelijke Maasstreek
(Andenne) wijzen hierop. Dat betekent dat er
nog een eeuw overheen gegaan is voordat je van
een kleine ‘handels’nederzetting kunt spreken.
Zo’n nederzetting kan snel groeien, vooral als
De bakstenen fundering
van een factorijgebouw
op het Kraanbolwerk
die identiek is aan die
van het oudste deel
van het Hopmanshuis,
2013.
■ ■■■
11 11-
134 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
van hogerhand (de kant van de landsheer, de bisschop
van Utrecht) de groei gestimuleerd wordt,
bijvoorbeeld door de bouw van een kerk. Bewijs
dat er een kerk was is er in 1040. Hoe lang de kerk
er toen al stond is onduidelijk. Daarvoor moeten
de archeologen in de kerk gaan opgraven. De
opgravingssporen en vondsten moeten nog uitgewerkt
worden. Maar zovéél is al duidelijk. De
Grote Aa heeft hier ook een aftakking gehad. Hoe
moeten we dit gaan interpreteren. En hoe oud
zijn de oudste vondsten hier precies? Die eerste
nederzetting is niet groot geweest, want de oudste
sporen onder de nieuwbouw van het Stedelijk
Museum dateren uit de eerste helft van de elfde
eeuw en naast café-restaurant de Belgische Keizer
op het Rodetorenplein is sprake van houtbouw
uit het midden van de dertiende eeuw.
Diezerstraat/Spoelstraat
In de jaren zeventig zijn hier door amateurs
grondsporen waargenomen. Deze zouden mogelijk
tot de Karolingische periode teruggaan. Dit
was een van de redenen waarom hier archeologisch
onderzoek noodzakelijk was. Er werden
echter helemaal geen grondsporen die ouder
waren dan de dertiende eeuw aangetroffen.
Maar de opgraving in 2015 achter de bibliotheek
aan de Diezerstraat leverde wel interessante
gegevens op. Eén daarvan is wel héél bijzonder.
Het betreft fragmenten van enkele wijnflessen.
Het is een bijzonder type wijnfles die in Engeland
‘ladies leg’ wordt genoemd, omdat de hals langer
is dan het lichaam. Het is een fles die vooral
gebruikt is voor Constantia wijn uit Zuid Afrika.
De fles heeft een inhoud van ongeveer 1/3 liter.
Een pakket grondverbetering,
zogenaamde
speklagen, bij de opgraving
aan de kop van de
Melkmarkt, 2015.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 135
De fles had een glaszegel met de naam Constantia
en kon zo verbonden worden met de Constantia
plantage in Zuid Afrika. Er waren maar liefst drie
glaszegels. En hier begint het verhaal.
De Constantia plantage werd gesticht door
Simon van der Stel in 1684. Hij was door de VOC
in 1679 benoemd als gouverneur van Kaap de
Goede Hoop. De wijnplantage werd gerund met
slaven uit allerlei landen. Van der Stel heeft waarschijnlijk
met de VOC een overeenkomst gehad
om elk jaar een aantal vaten van deze exclusieve,
zware wijn te leveren.
Deze wijn werd in Zwolle gedronken door
Arend, baron Sloet van Tweenijenhuizen (1722-
1786). Hij was drost van Salland en voorzitter
van de Staten. Als zodanig had hij invloed op
benoemingen in verschillende commissies voor
de Raad van State, onder andere die van de VOC.
Hij had verder veel familierelaties met adellijke
geslachten, onder andere de Bentincks die in die
tijd op de havezate Werkeren woonden. Tijdens de
opgraving van deze havezate is een zelfde type fles
gevonden, zonder glasmerk.
Het is duidelijk dat deze exclusieve wijn alleen
in de hoogste kringen werd gedronken. De Constantia
plantage bestaat nog steeds.
Links: Drie zogenaamde
‘Ladies Legs’ zonder
zegel, uit de achttiende
eeuw.
Rechts: Deel van een
van de drie flessen met
het glaszegel Constantia
wijn, tweede helft
achttiende eeuw.
Glaszegel Constantia
wijn, tweede helft achttiende
eeuw.
■ ■■■
11 11-
136 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
En de toekomst?
Dertig jaar professionele archeologie in Zwolle
betekent dat de eerste archeoloog reeds op leeftijd
moet zijn. Dat klopt. Hemmy Clevis die vóór zijn
Zwolse periode al tien jaar bij de Rijksdienst Oudheidkundig
Bodemonderzoek heeft gewerkt met
langdurige opgravingen in Dordrecht, Deventer
en Nijmegen gevolgd door een promotieonderzoek,
is reeds 64 jaar. Jaren geleden heeft hij het
buitenwerk al overgedragen aan Michael Klomp,
die inmiddels sinds een tweetal jaren ook de leiding
van het team overgenomen heeft. Saillant
detail is dat Michael als twaalfjarige in hetzelfde
jaar als Hemmy Clevis bij archeologie Zwolle
begonnen is, maar dan als vrijwilliger bij de Broerenkerk
opgraving. Je zou kunnen zeggen dat
Michael, wiens roots in de Kamperpoort liggen,
bij zijn pensionering dan 55 jaar archeologie in
Zwolle bedreven heeft.
De samenwerking met de gemeenten Kampen,
Zwartewaterland en Hattem bieden een solide
basis voor een professioneel team. Het archeologisch
team van Zwolle verstrekt advies en doet
vooral de uitvoering: het opgraven en uitwerken
van de vondsten.
In 2016 en 2017 is veel werk verricht aan de
certificering van het team archeologie. Dit houdt
in dat het team overal opgravingen mag verrichten.
Die certificering is gerealiseerd. In 2017 is het
team ook versterkt met een derde deeltijd archeoloog,
Sanne van Zanten. Hoewel het team slank is,
is het uitgerust voor de toekomst.
Voor het team archeologie breken spannende
tijden aan. Er zal een oplossing gevonden moeten
worden voor de huisvesting. En in Zwolle zelf liggen
nog enkele heel grote projecten op uitvoering
te wachten, waarvan er hier slechts één genoemd
wordt: de Papenstraat.
* Alle afbeeldingen bij dit artikel zijn afkomstig van
het team Archeologie.
Publicaties van het team Archeologie Zwolle
Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle deel 1-5 (1993-
2005).
Overijssels Erfgoed. Archeologische en Bouwhistorische
kroniek (2002-heden).
Clevis, H. en A.D. Verlinde. 1991. Bronstijdboeren in
Ittersumerbroek. Opgraving van een Bronstijdnederzetting
in Zwolle-Ittersumerbroek.
Clevis, H. en T. Constandse-Westerman (eds.) 1991.
De doden vertellen. Opgraving in de Broerenkerk te
Zwolle 1987-88.
Clevis, H. 2000. Zwolle ondergronds. Zeven blikvangers
van archeologische vondsten in Zwolle.
Clevis, H. en M. Klomp. 2005. Havezate Werkeren. De
Heren van Werkeren en hun kasteel.
Clevis, H. e.a. 2007. Gevonden verhalen. Archeologische
speurtochten in Zwolle: Het verhaal achter de vondst.
Clevis, H. 2007. Opgeruimd staat netjes. Keukengoed
en tafelgerei van een bouwhuis van de Kranenburg
(1840-1865).
Klomp, M. 2008. Een Steenhuijs ontmanteld. Archeologisch
en historisch onderzoek van de havezate Kranenburg
in Zwolle.
Hove, J. ten en M. Klomp. 2011. Aan de monding van de
Grote Aa. Het havenfront van Zwolle.
Vries, D.J. de en H. Kranenborg. 2015. Onzichtbaar
Zwolle. Archeologie en bouwhistorie van de stad.
Verder zijn er inmiddels meer dan tachtig Archeologische
Rapporten Zwolle verschenen.
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 137
VV Edon, kroniek van een bedrijfsclub
Edon bestaat tachtig jaar. Oorspronkelijk was de Harry Bouwhuis
club onderdeel van de op 10 november 1937 opgerichte
personeelsvereniging van de IJsselcentrale.
Lang rekruteerde men haar leden uit het werknemersbestand
en directe familie van het energiebedrijf.
Door onder meer bedrijfsfusies kwam de
vereniging uit onder de namen Electra, IJC, IJsselmij
en Edon en stond (en staat) in de regio vooral
bekend als ‘de club met de houten palen’.
Officieel begint het in restaurant Beenen aan de
Grote Markt in Zwolle. Daar wordt op 10 november
1937 door middel van hand opsteken de
‘Personeelsvereniging der IJsselcentrale Zwolle’
opgericht. Het ontstaan van de PV vloeit feitelijk
voort uit de onderlinge voetbalwedstrijdjes tussen
de technische dienst/administratie en de werknemers
van IJC (IJsselcentrale) aan de Weteringkade.
Na contacten met de voetballers Van
’t Blik, Mojet, Mooij en Zegeling wordt binnen het
bedrijf een enquête gehouden of er behoefte is aan
een personeelsvereniging. De uitslag is dusdanig
positief dat snel daarna de oprichtingsvergadering
wordt gehouden, gevolgd door een feestavond
in de Pius-Sociëteit aan de Oude Vismarkt. Er
worden vrolijke cabaretliedjes gezongen, er is een
uitvoering door eigen personeel van de eenakter
‘Voor de derde maal’ en Joop Louwen heeft een
speciaal IJC-lied gecomponeerd waaruit een grote
genegenheid voor zijn werkgever blijkt:
De entree naar het voetbalveld
vanaf de Weteringkade,
oktober 2017.
(Foto Annèt Bootsma)
■ ■■■
11 11-
138 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
‘Des avonds wordt het scheemrig en duister om ons heen
en onwillekeurig gaat er je hand naar ’t knopje heen.
En dra schijnt er een zee van licht tot in de diepste nis.
Was het vroeger soms een helse toer, nu grijp je nimmer
mis
Refrein
Druk op de knop en het licht is daar,
druk op de knop en het is voor elkaar.
’t gaat zo makkelijk, ’t gaat toch zo goed.
Daar de IJC al het werk voor u doet.’
De hommage is kenmerkend voor het ‘wij gevoel’
bij de werknemers van de in 1911 opgerichte NV
Electriciteitsfabriek IJsselcentrale. Na de totstandkoming
van de PV worden er allerlei activiteiten
ontwikkeld. Er komen onder meer een tennis-,
klaverjas- en bridgeclub en ook een toneelgroep.
De voetbaltak, eigenlijk toch de bakermat van de
personeelsvereniging, raakt daardoor een beetje
de identiteit kwijt. Daarom wordt al snel besloten
om de voetballers onder te brengen in een zelfstandige
afdeling.
Bedrijfsvoetbal
Maar vóór de officiële oprichtingsdatum van
10 november 1937 wordt er dus al gevoetbald
door de mannen van IJC aan de Weteringkade,
waar in 1915 een kolencentrale in gebruik wordt
genomen. ‘Het huidige sportcomplex ontstond
toen er voor die oude centrale een afvoerkanaal
noodzakelijk was om een goede koelwaterafvoer
te bewerkstelligen’, weet Paul Benning, vanaf 1961
tot 2003 werkzaam bij het bedrijf en voetballend
lid tot midden jaren zeventig. ‘De gemeente
Zwolle had geen bezwaar tegen het graven van het
kanaal, links van het clubhuis achter de dijk, mits
de laaggelegen strook grond tussen het nieuwe
afvoerkanaal en het Almelose Kanaal wel benut
zou worden voor recreatieve doelen. Het aangelegde
sportveld was erg zompig. Gelukkig functioneerde
de sloot achter de kleedkamers als een
perfect en dubbel draineringssysteem, zowel bij
droogte als regenval. Er kwamen twee tennisbanen
en rondom het veld werd een sintelbaan aangelegd
waar getraind werd voor de sportdagen en
die we ook gebruikten voor onze touwtrekploeg.
Het was een prachtig sportparkje, een mooi visitekaartje
waardoor het “IJC gevoel” alleen maar
werd versterkt. Want die onderlinge band was
toch wel uniek.’
Oud-speler en ex-secretaris Albert Veld
onderschrijft dat. ‘De personeelsverenigingen
waren vroeger de kurk waar bedrijven op dreven.
Het kweekte een collectiviteits- en collegialiteitsgevoel.
De bedrijfsleiding, ook bij IJC, wist dat
donders goed. Dat was zo bij de vestiging Hengelo
waar ik ben begonnen en in Zwolle was het niet
anders. De sportdagen waren heilig. Niets was te
gek. Het welbevinden van de werknemer stond in
die tijd voorop. Dat is intussen wel veranderd.’
Terug naar de beginjaren van de voetbaltak
waar clubveteranen en andere bedrijfsteams doorgaans
de tegenstanders van IJC zijn. In mei 1937
vindt de eerste wedstrijd plaats op het roemruchte
ZAC-complex aan de Oude Veerweg. Er wordt
met 2-1 van de ZAC-veteranen verloren. Na de
oprichting is IJC, een tijd spelend onder de naam
Electra, prominent deelnemer aan de Zwolse
Bedrijfscompetitie die van 1938 tot en met 1940
wordt georganiseerd door Zwolsche Boys. Op
Sportpark De Vrolijkheid nemen onder andere
teams als Tilia (Tijl) en de Blazende Veiligheid,
de spoorhazen van de NS, het tegen elkaar op.
Het voetbalveld van
Edon, gelegen tussen
het Almelose Kanaal en
het voor de oude elektriciteitscentrale
gegraven
afvoerkanaal, met
rondom het veld een
sintelbaan, afgebeeld op
een kaart van Zwolle
uit 1964. Rechts onder
het voetbalveld de oude
IJsselcentrale. (Collectie
HCO)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 139
Na de Tweede Wereldoorlog worden de bedrijfscompetities
hervat en wordt er vier keer op rij de
titel binnengehaald. Tijdens de kampioensfeesten
wordt er flink uitgepakt. Het bedrijfsvoetbal is
mooi met veel successen maar vooral ook erg kort,
namelijk uitsluitend in de maanden mei en juni.
Dankzij secretaris Willem Nijmeijer, die in zijn
functie als telefonist bij het bedrijf veel contacten
had, worden er wedstrijden georganiseerd tegen
collega’s van andere bedrijven zoals de Provinciale
Utrechtse Elektriciteitsmaatschappij N.V. en
het Gemeentelijke Energiebedrijf Enschede. De
KNVB had nooit veel bezwaar tegen dat ‘wilde
voetbal’, als er maar geen eerste elftalspelers van
KNVB-verenigingen bij betrokken waren
Transfer
Bij IJC groeit dan langzaamaan de behoefte om
mee te gaan doen aan de reguliere competitie in
het zaterdagamateurvoetbal. Op 17 oktober 1953
gaat er een brief uit naar de heer De Roos van de
KNVB-afdeling Zwolle met het verzoek over te
gaan van de bedrijfscompetitie naar het officiële
zaterdagvoetbal. In het verzoekschrift wordt hoog
opgegeven over de accommodatie. Het nieuwe en
nog steeds markante kleedkamercomplex is voor-
Eén van de eerste IJC teams in de jaren dertig, met
staand derde van links Joop Zegeling Sr.
De selectie van IJC met op de achtergrond de oude IJsselcentrale aan de Weteringkade. Staand tweede van
links Cees Spanhaak, vierde van links grensrechter Bernard van Nee, vijfde van links Wezenberg, zesde van
links Joop Zegeling sr. Eerste van rechts Van Heerde, tweede van rechts secretaris Wim Nijmeijer. Zittend,
eerste van links Steven Spanhaak.
■ ■■■
11 11-
140 | jrg. 34 – nr. 3 zwols historisch tijdschrift
zien van twee badcellen en in beide kleedlokalen
zijn langs de hele lange zijde tevens wastafels aangebracht.
De tijd van de pomp is definitief voorbij.
IJC directeur ir. G.H. Rietveld is zo trots op het
onderkomen dat hij aan zijn wekelijkse ronde
langs het bedrijf op zaterdag het sportcomplex
toevoegt. De voetbalbond is ‘om’. De club gaat uitkomen
in de derde klasse van de KNVB-afdeling
Zwolle.
De promotie naar de tweede klasse is er snel,
gevolgd door een titel, maar met het jaar daarop
alweer degradatie. Naast de sportieve ontwikkeling
laat men zich ook sociaal van zijn beste
kant zien. Dat blijkt wel uit de ‘verkoop’ van
toptalent Hennie van Nee, zoon van Bernard van
Nee die zich lange tijd verdienstelijk maakte als
clubgrensrechter. Hennie stapt in 1957 op achttienjarige
leeftijd over naar Zwolsche Boys, dat
in de tweede divisie acteert. Het is het begin van
een imposante profcarrière die hem naar onder
andere Heracles, PEC, Kickers Offenbach, Cercle
Brugge en Haarlem zou brengen. Van Nee debuteert
op 30 september 1964 in Oranje en komt tot
vijf interlands. De in 1996 overleden spits brengt
door zijn transfer naar Zwolsche Boys 450 gulden
in de clubkas, voor die tijd toch een aardig bedrag.
Door het bestuur wordt daarvan grootmoedig 250
gulden geschonken aan de ‘Vrienden van de Buitenschool’,
het huidige De Ambelt.
Het vertrek van het grootste talent ooit van IJC
is een sportieve aderlating maar men vult de leemte
snel in door Ben Spanhaak over te nemen van
PEC, een jaar later gevolgd door Jan Kattenberg.
Opmerkelijk is wel een in het overschrijvingsformulier
opgenomen passage dat als Kattenberg
weer voor PEC wil voetballen er geen transfersom
bedongen zal worden.
In 1960 kan de vlag uit. In eigen huis wordt
concurrent SVM uit Marknesse met 4-0 verslagen,
de titel wordt uitbundig gevierd in zaal Urbana.
Scribent ‘Toone de Skierder’, het pseudoniem voor
A. Volkers, is present en verhaalt in het Zwols in
personeelsblad ‘IJC Schakel’ dat aanvoerder en
pro Deo trainer Remmelt Wagenaar een bon voor
een paar voetbalschoenen cadeau krijgt.
Na het succes blijft IJC lang op het hoogste
(afdelings)niveau, ook door de komst van een
aantal spelers die niet altijd zelf werkzaam waren
bij de IJC maar via familieleden wel een band
hadden met het bedrijf. Casper Kamp wordt lid
omdat zijn vader als portier bij de IJC werkte. Zijn
zwager en sterkhouder (drijvende kracht in team)
Eef Wink, die eerder als semiprof voor PEC had
gespeeld, kon in dienst komen van IJC en kwam
over van Be Quick ’28. Als de lidmaatschapsregels
wat losser worden is IJC in die periode ook een
toevluchtsoord voor de nodige ZAC’ers en voormalige
PEC semiprofs zoals de bij IJC werkzame
Wannie Sterken, Jan ’de kriele’ Horst, Hennie
Goudbeek en Harry Schakelaar, maar ook Jan
Tielbaard en Harrie Kornelis.
Vooral qua accommodatie timmert de club in
de jaren zestig flink aan de weg. In 1965 wordt een
lichtinstallatie in gebruik genomen, uniek voor
die jaren want kunstlicht beperkte zich doorgaans
tot hooguit twee houten lichtmastjes met wat
‘peertjes’ om toch in het donker nog een beetje te
trainen. ‘De masten kwamen van de opgeheven 10
KV (kilovolt) hoogspanningslijn Haaksbergen-
Eibergen’, herinnert Benning zich. De heuglijke
gebeurtenis wordt opgesierd met een wedstrijd
tegen Kabel-Boys, een elftal samengesteld uit personeel
van de firma Van Gelder. Het wordt onder
Hennie van Nee, het grootste talent ooit van IJC, in zijn PEC-tijd, seizoen
1962/63. Staand vlnr. Hennie van Nee, Wannie Sterken, Gerrit van der Kreeft,
Gerrit Voges, Adri Jansen, Adri van Gorp, Leo Koopman. Gehurkt vlnr. John
Abma, Bert Teunissen, Gerrit Kerkhof, Wout Pelzer. (Foto Jan Drost)
■ ■■■
11 11-
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 3 | 141
erbarmelijke weersomstandigheden 1-5. In 1966
besluit de directie van de IJC tot de plaatsing van
een kantine op het complex. Maar eerst wordt in
1967 op 10 november nog het dertigjarig jubileum
gevierd. De receptie is in de Voordrachtzaal van
het IJC gebouw aan de Zeven Alleetjes.
De ‘Zegelingen’
Joop Zegeling sr., al dertig jaar preses, ontvangt
van de voorzitter van de KNVB-afdeling Zwolle Jo
van Marle de zilveren bondspeld, een hoge onderscheiding
voor een clubbestuurder. De naam
Zegeling is door de jaren heen onlosmakelijk met
de IJC verbonden. Op de elftalfoto’s, vooral in de
eerste decennia, prijkt altijd wel een Zegeling.
‘Mijn vader Joop was doelman bij PEC. Hij werkte
vanaf zijn dertiende 49 jaar voor het bedrijf en
heeft sinds de oprichting zijn hele ziel en zaligheid
in de club gelegd’, zegt Joop Zegeling jr. ‘Hij was,
met een onderbreking van enkele seizoenen in de
beginjaren zeventig, voorzitter vanaf het oprichtingsjaar
in 1937 tot 1994. Tamelijk uniek lijkt mij.’
Op de Algemene Ledenvergadering op 8 november
1994 worden Joop Zegeling sr. en zijn vrouw
Pietje in het zonnetje gezet door zijn opvolger
Frans Kwakman. Als dank voor bewezen diensten
krijgt het clubicoon na een voorzitterschap van
ruim vijftig jaar onder meer keeperhandschoenen
en knielappen cadeau. Het stond op zijn verlanglijstje,
zo wisten zijn zonen. ‘Mooi ak nog eens
mut invall’n.’
Joop Zegeling jr. zelf speelde van 1978 tot 2000
bij de club en trad in de voetsporen van zijn vader.
Hij was voorzitter van 200

Lees verder

Zwolse Historisch Tijdschrift 2017, Aflevering 4

Door 2017, Aflevering 4, Afleveringen, Jaartal, Zoek in ons tijdschrift

Zwols Historisch Tijdschrift
De Reformatie in Zwolle
Werelden van verschil
34e jaargang 2017 nummer 4 – 8,50 euro
ZHT4 2017.indd 1 23-1-2018 16:24:10
Suikerhistorie
Café Van Limburg, Van Karnebeekstraat 125
Het pand is in 1909 gebouwd als café in opdracht
van G.W. van Dun, zoon van een horeca-ondernemer, en ontworpen door de bekende Zwolse
Jugendstilarchitect G.G. Post (1877-1928). Het is
het laatste huis in de (toen nog geheten) Deventerstraat vlak bij de Hoge Spoorbrug. Kort na de
oorlog werd de straat omgedoopt in Van Karnebeekstraat, naar jonkheer mr. M.P.M. van Karnebeek, burgemeester van Zwolle tijdens de Tweede
Wereldoorlog.
G.W. van Dun woonde zelf vanaf 1910 op villa
Vijverberg aan de Beukenallee en verhuurde het
café. De pachters, onder meer B. Hoff en S. Zwiers,
komen in de Zwolse adresboeken voor als zetkastelein, koffiehuishouder en verlofhouder. Het
pand stond bekend als het Stations-koffiehuis,
waar op zaterdagavond kon worden gedanst
Op zaterdag 5 december 1936 opende de
nieuwe eigenaar, Engelbertus van Limburg (1877-
1957), het ‘van ouds bekende, geheel naar de
eischen des tijds’ her-ingerichte café. Er waren
volgens de Zwolse Courant prima consumpties te
verkrijgen en het biljart was van een uitstekende
kwaliteit. Zijn zoon Bernardus (1911-1980) volgde hem als eigenaar op. De naam van het pand
was na de oorlog veranderd in café Van Limburg
of Limburgia. De periode Van Limburg werd afgesloten rond 1975. Daarna kon men er pannenkoeken eten. Bovendien bood het onderdak aan de
Chr. HEAO-studentenvereniging Oikos Nomos.
Al geruime tijd is nu in het pand restaurant
La Terra Italiana gevestigd met een uitgebreide
Italiaanse keuken, waar je niet alleen pizza’s en
pasta’s kunt eten maar ook allerlei andere gerechten. Buon appetito.
174 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Wim Huijsmans
(Collectie ZHT)
Het pand van het voormalige café Van Limburg bij de Hoge Spoorbrug, tegenwoordig restaurant La Terra Italiana. (Foto Annèt Bootsma)
ZHT4 2017.indd 2 23-1-2018 16:24:15
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 175
Inhoud
Suikerhistorie Wim Huijsmans 174
De Reformatie in Zwolle
Werelden van verschil Jan Bijlsma 176
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 15: Hi-Ha-Happening
Jan van de Wetering 195
Evert en Marie Hartman en hun speelen theetuin Harry Koopman 208
Recent verschenen 219
Auteurs 221
Redactioneel
Vijf eeuwen geleden spijkerde Maarten
Luther zijn 95 stellingen op de deur van
de kapel in Wittenberg. Reden voor het
uitroepen van een herdenkingsjaar: ‘500 jaar
Reformatie’. Het Zwols Historisch Tijdschrift
besteedt in dit laatste nummer van 2017 aandacht
aan de Reformatie in Zwolle. Auteur Jan Bijlsma
schetst een boeiend beeld van de vele vormen die
de Reformatie in vijf eeuwen (en zelfs een beetje
meer) in Zwolle heeft gekregen.
Jan van de Wetering is in zijn tocht door de
jaren zestig inmiddels aangekomen in het jaar
1967. Zwolle droomt van grootse uitbreidingen en
er wordt geducht gesloopt in de binnenstad. Park
de Wezenlanden wordt aangelegd met de hulp
van werklozen die het verboden wordt machines
te gebruiken. Men vreest de moderne jeugdcultuur die in de grote steden in het westen van het
land opkomt. Door het oprichten van clubhuizen
hoopt men alles in goede banen te leiden. Het
verhindert niet dat ook wat Zwolse jeugd zich
buiten de voor hen gebaande paden ging treden.
De eerste Zwolse hippies worden gesignaleerd op
een boot in Frankhuis en bij een happening in het
Engelse Werk.
Hoe anders was de Zwolse jeugd aan het begin
van de twintigste eeuw. Die speelde in speeltuin
Hartman aan de Wipstrikkerallee. Auteur Harry
Koopman, nakomeling van de naamgever van de
speeltuin, vertelt over zijn familiegeschiedenis en
de geschiedenis van speel- en theetuin Hartman.
Geïnspireerd op theetuin Thijssen aan de Willemsvaart begon het echtpaar Hartman in de jaren
tien van de vorige eeuw een soortgelijke uitspanning aan de andere kant van de stad. Diverse zelfgemaakte attracties, versnaperingen en prieeltjes
waren een succesvolle formule voor een goedlopend familiebedrijf .
De redactie wenst u weer veel leesplezier.
Cover: Zwolle begin zeventiende eeuw, gezien
vanaf het Zwartewater. Anoniem. (Collectie
Stedelijk Museum Zwolle)
ZHT4 2017.indd 3 23-1-2018 16:24:16
176 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
I
n 1924 beweerde Albert Hyma, een Amerikaanse protestant met Nederlandse roots,
dat de Moderne Devotie voor het keerpunt
in de Europese geschiedenis heeft gezorgd. Geert
Grote (1340-1384) komt volgens hem de eer toe
de grondlegger te zijn geweest van wat hij de
christelijke renaissance noemt. Hij mag als de
spirituele vader van grote geesten als Thomas a
Kempis, Wessel Gansfort, Erasmus, Hegius, Agricola, Luther, Zwingli, Calvijn en Loyola worden
beschouwd.1 Deventer en Zwolle zouden dus de
bakermat van de Reformatie zijn geweest. Voor de
citymarketing van deze steden zou dat natuurlijk
geweldig zijn geweest. Maar helaas, de vlag kan
binnen blijven. Door de kerkhistoricus R.R. Post
is dit boek eind jaren zestig van de vorige eeuw
grondig gefileerd.2
L.J. Rogier had er eind jaren veertig al op
gewezen dat er vaak op erg simplistische wijze een
relatie tussen de Moderne Devotie en de Reformatie wordt gelegd. Zo van: ‘Geert Grote werkte aan
een hervorming, Luther werkte aan een hervorming; dus werkten beiden aan de hervorming.’3
Er zitten zeker enkele aanrakingspunten tussen Moderne Devotie en Reformatie, maar in de
kern blijft de eerste een echt rooms-katholieke
beweging. De devoten waren trouw aan de paus,
ze waren hartstochtelijke Maria-vereerders, ze
verleenden aflaten, geloofden in de verdiensten
van heiligen en hun tussenkomst bij God en, zoals
de negentiende-eeuwse kerkhistoricus Acqouy
dat formuleert, heeft de beweging ‘nooit de minste
overhelling tot het protestantisme getoond.’4
De brief aan de Romeinen
Niet met de Moderne Devotie maar met Luther
begon de Reformatie. Vaak wordt het publiceren
in 1517 van de 95 stellingen over de aflaatpraktijk
als het begin gezien. Dat is niet helemaal juist.
Naar hij zich later herinnerde, heeft Luther in de
herfst van het jaar 1515 of 1516 zijn fundamenteel
inzicht na intensieve studie en ingespannen peinzen gekregen dat de verhouding tussen God en
mens niet in de sfeer van het straffen en belonen
ligt, maar bepaald wordt door genade. In de brief
van de apostel Paulus aan de Romeinen was hij
getroffen door de zin dat God vrijspraak schenkt
aan allen die in Jezus Christus geloven. God eist
geen goede werken, maar vraagt om persoonlijk
vertrouwen in de vergeving der zonden.
Maarten Luther (1483-1546) was professor
aan de pas opgerichte universiteit van Wittenberg.
Hij was een man die enorm geworsteld had met
zijn geloof. Hij werd een tijdlang volledig in beslag
genomen door de vraag of hij ooit wel gered zou
worden. Als monnik had hij zich met grote ijver
geworpen op alle mogelijke goede werken. Maar
al dat vasten, waken en bidden had voor zijn
De Reformatie in Zwolle
Werelden van verschil
Jan Bijlsma
Maarten Luther met
zijn echtgenote Katharina von Bora in 1529.
Olieverf op paneel
door Lucas Cranach de
Oude. (Internet)
ZHT4 2017.indd 4 23-1-2018 16:24:17
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 177
gevoel geen enkel effect. Hij kwam in een grote
crisis terecht. Hoe heiliger Luther probeerde te
worden, des te meer werd hij zich zijn verlorenheid bewust. Hij vreesde dat God hem voor eeuwig verworpen had. Al die inspanning was dus
zinloos geweest. Hij ging God haten.
Grondige bijbelstudie leidde, zoals gezegd, uiteindelijk tot een verlossend inzicht. Voor Luther
was de consequentie van dit nieuwe inzicht dat
alle kerkelijke praktijken opnieuw vanuit het licht
van het Woord van God in de Bijbel doordacht
moesten worden.
Als we de rooms-katholieke kerk van rond
1500 vergelijken met een imposant gebouw waar
in de loop der tijden van alles verbouwd is en bijgebouwd dan kan Geert Grote gezien worden als
iemand die bouwvallige onderdelen wil slopen en
andere delen restaureren. Luther daarentegen ziet
herbouw op basis van de oude fundamenten als
enige mogelijkheid.
Met Luther breekt een nieuwe fase aan in
het christelijk denken. Niet goede werken, maar
alleen het geloof (sola fide) kan de relatie met God
herstellen. De praktijk om het leven van heiligen
na te volgen, heeft dan ook geen enkele betekenis
meer. Het geloof is dan ook niet een persoonlijke
prestatie, maar de vrucht van genade (sola gratia)
en het enige geschrift dat echt telt is de bijbel (sola
scriptura).
Binnen deze visie is er in het geheel geen ruimte meer voor de aflaat.
Aflaat
Volgens een definitie op de site van de KRO is
een aflaat een kwijtschelding van straffen die de
gelovige in het hiernamaals moet uitboeten.5 Deze
praktijk is in de vroege Middeleeuwen ontstaan
en wordt nog steeds gepraktiseerd. Vergeving van
zonden is duidelijk niet alleen een kwestie van
geloof zoals Luther meende. In de Katholieke Kerk
worden zonden vergeven in het sacrament van de
biecht. Daarmee is de kous nog niet af. Om voor
kwijtschelding in aanmerking te komen, moet
er boete worden gedaan. Men zou bijvoorbeeld
kunnen denken aan deelname aan een bedevaart,
het doen van vrijwilligerswerk of het doneren aan
een goed doel. De aflaat wordt verkregen na de
boetedoening en deelname aan de Heilige Mis en
het ontvangen van de communie en wanneer het
Onzevader is opgezegd en er is gebeden voor de
‘intenties van de paus’. Pas dan krijgt de gelovige
kwijtschelding van de louteringen in het hiernamaals.
Voor Luther vormde de aflaatpraktijk een
bewijs dat er veel mis was in de katholieke kerk.
Om van zijn schulden bij de paus af te komen
kreeg aartsbisschop Albrecht van Mainz van de
paus toestemming om een grote aflaathandel te
organiseren. De helft van de opbrengst mocht hij
voor afbetaling aanwenden, de andere helft zou
voor de bouw van de Sint Pieterskerk bestemd
zijn. Het ergerlijke was dat Albrecht er veel reclame voor maakte. Het zou gaan om een echte ‘aanbieding’. Echt berouw was niet nodig en omdat
de aflaatbrief ook in het stervensuur kon worden
ingelost was hij in de ogen van het volk praktisch
een vrijbrief om te zondigen.6 Dit was niet anders
dan lichtvaardige koophandel met de hemel.
Luther besloot daarom van dit onderwerp een
theologisch dispuut te maken. De 95 stellingen
vormden hiertoe een aanzet.
Simon Corver en Gerardus Listrius
Volgens de negentiende-eeuwse Franse schrijver
Victor Hugo is de uitvinding van de boekdrukkunst de grootste gebeurtenis in de geschiedenis
geweest. Het is de moeder van alle revoluties. Dit
geldt zeker in het geval van de Reformatie. Binnen
enkele weken waren de 95 stellingen van Luther
door heel Duitsland verspreid. De boekdrukkers hebben de kwestie tot een zaak van het volk
gemaakt.
M.E. Kronenberg, die onderzoek heeft gedaan
naar opstandige drukkers in de hervormingstijd,
stelt dat Zwolle destijds een uitstralingscentrum
van grote betekenis is geweest.7 In 1519 vestigde
Simon Corver zich in de stad. Hij noemde zijn
bedrijf Officina Corveriana. Over zijn leven is
nauwelijks iets bekend. In het Latijnse gedicht
Elegia vertelt hij dat hij als kloosterling vanwege
zijn lutherse opvattingen uit Amsterdam verdreven was. Na omzwervingen tot in Rusland toe
komt hij uiteindelijk in bona Suolla (het goede
Zwolle) terecht. Hij is erg enthousiast over de stad.
ZHT4 2017.indd 5 23-1-2018 16:24:17
178 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Waarom hij kort na maart 1523 Zwolle verlaat en
zich in Hamburg vestigt, is niet bekend.8 Bij de
Officina verschenen boeken van Erasmus. Van
Luther verschenen onder andere diens geschrift
over de vrijheid van een christenmens.
Het is niet uitgesloten dat Simon Corver op
verzoek van Gerardus Listrius, de rector van de
Latijnse school, naar Zwolle is gekomen. Gerardus Listrius (Gerrit Lijster) werd in 1490 in Rhenen geboren en was van 1516 tot 1523 rector van
de Zwolse Latijnse school. Het was een man die
toen hij in Zwolle werd aangesteld al een behoorlijke staat van dienst had. Na in Deventer en Leuven te hebben gestudeerd, ging hij naar Bazel,
waar hij met de toen al overal bekende humanist
Desiderius Erasmus kennis maakte. Op diens
verzoek verrichtte Listrius allerlei correctiewerkzaamheden en schreef een commentaar op de
Lof der Zotheid. Eenmaal in Zwolle zag hij het als
zijn taak om de Zwolse jeugd voor de opvattingen van Erasmus enthousiast te maken. Hij stond
in een nauwe betrekking tot de Officina Corveriana. Voor Corver keurde en selecteerde hij de te
drukken boeken. In tegenstelling tot de stedelijke
overheid die er trots op was om een dergelijk
geleerd man in haar stad te hebben, waren de
broeders van het Dominicanenklooster buitengewoon argwanend. Dat Listrius zo enthousiast
het denken van Erasmus propageerde, was hen
een doorn in ’t oog en dat hij ook nog eens goede
contacten onderhield met die ketterse Luther
werd door de broeders als hoogst gevaarlijk
beoordeeld. Het duurde dan ook niet lang of
Listrius werd vanaf de kansel door de prior van
het klooster van ‘lutherije’ beticht. De dominicanen waren geharnaste tegenstanders, maar
Listrius liet zich niet onbetuigd en reageerde in
de tweede helft van 1520 met een opmerkelijke
theologische brief (Epistula theologica adversus
Dominicanos Suollenses) gericht aan de prior.
Afgaande op zijn toon, moet Listrius een strijdbare man zijn geweest:
‘Jij bent hier in Zwolle degene die het eerst de
strijdtrompet geblazen heeft. Jij hebt in je preekjes,
die overigens alleen door vrouwtjes bezocht worden die er toch niets van begrijpen, de zaak van
Luther ter sprake gebracht. Wanneer er iemand is
Een uitgave van een
werk van Listrius door
Corver. Tekst op het
titelblad: Gerardi Listrii
Rhenensis, De figuris
et tropis opusculum.
Onderaan het wapen
van Zwolle. (Internet)
Desiderius Erasmus
(1466/69-1536),
olieverf door Lucas
Cranach de Oude.
(Collectie Boijmans
Van Beuningen)
ZHT4 2017.indd 6 23-1-2018 16:24:18
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 179
die de werken van Luther leest, dan hebben we dat
alleen aan jou te danken, want jij hebt zijn naam
hier bekendgemaakt. Door voor diens geschriften
te waarschuwen en ze te verbieden, heb jij bij allen
de nieuwsgierigheid opgewekt om ze wel te lezen,
want de mens streeft altijd naar het verbodene.’9
In de brief wordt uitgebreid ingegaan op theologische kwesties als de rechtvaardiging door
het geloof, de biecht, de mis en de macht van de
paus. Voor Listrius is de bijbel de enige bron van
waarheid en kan de zondaar alleen gered worden
door het geloof. En het is dit geloof dat de kerk
zou moeten uitdragen. De dominicanen zullen
zich ongetwijfeld diep beledigd hebben gevoeld,
toen Listrius onomwonden stelde dat allen die dit
weigeren te belijden geëxcommuniceerd moeten
worden. Uiteraard bleven de dominicanen bij
hun gelijk en het was uiteindelijk Listrius die het
in Zwolle te heet onder de voeten werd en naar
Amersfoort vertrok. Over zijn verdere levensloop
is niets bekend.
Wat het optreden van Listrius zo interessant
maakt, is dat de gangbare opvatting als dat het
lutheranisme alleen in grote handelscentra als
Antwerpen, Brugge en Amsterdam voet aan de
grond had gekregen, aan herziening toe is. Er
moet in Zwolle een kring van mensen zijn geweest
die open stond voor de nieuwe radicale opvattingen van Luther. De drukkerij van Corver en een
publicatie als Listrius’ Epistola Theologica getuigen
hiervan. Het is de historicus Bart Jan Spruyt die
deze tekst na het nodige speurwerk op basis van
een achttiende-eeuwse editie heeft uitgegeven.
Het zou de moeite waard zijn dat deze tekst middels een vertaling voor een breder publiek toegankelijk wordt gemaakt.
Een schuilkerk aan de Blijmarkt
Het lutheranisme heeft vanaf het begin slechts
een marginale rol in de Nederlandse gewesten
gespeeld. In tegenstelling tot Duitsland en de
Scandinavische landen moest ze het zonder de
steun van de landsheer stellen. Het Habsburgse
gezag dat vanuit Brussel regeerde wist door drastische maatregelen de groei van de ‘secte luteriaen’
te frustreren.
Lutheranen hebben een zeer bescheiden rol
gespeeld in het reformatieproces in de Nederlandse gewesten. Het zijn uiteindelijk de calvinisten
die het karakter van de Reformatie in Nederland
zullen bepalen. Na 1580 deelden zij op kerkelijk
terrein de lakens uit. Het was de lutheranen niet
toegestaan om openlijk hun geloof te belijden. In
Zwolle werd het hun pas in 1649 toegestaan aan
de Blijmarkt een kerk te openen, maar deze werd
kort na de opening op last van de gereformeerde
kerkenraad alweer gesloten. In het jaar daarop
kregen ze zelfs een boete, omdat ze illegaal in het
nieuwe gebouw bijeenkomsten belegden. Pas
sinds 1661 mochten de lutheranen van de stedelijke overheid ‘met ogenluickinge hun religie in
vrijheid uitoefenen’.10
Deze kerk aan de Blijmarkt is aanmerkelijk
bescheidener van opzet dan de tussen 1406 en
1466 gebouwde Sint Michaëlskerk (Grote Kerk)
aan de Grote Markt, met een toren die met zijn
bijna 120 meter de hoogste van Nederland was.
De luthersen hadden zo’n ruimte niet nodig.
Luther had immers afstand genomen van de
rooms-katholieke opvatting dat de kerk het
Lichaam van Christus is. In de Michaëlskerk stond
het altaar centraal. Het altaar waar Christus zich
in de eucharistieviering door het geconsacreerde
brood, de hostie, aan de gelovigen geeft die daardoor met het Mystieke Lichaam van Christus, de
kerk, verenigd worden. Voor Luther stond niet het
De uit 1649 daterende
lutherse kerk, rechts,
aan de Blijmarkt
omstreeks 1910. Links
schouwburg Odeon.
(Collectie HCO)
ZHT4 2017.indd 7 23-1-2018 16:24:18
180 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
altaar centraal, maar de kansel. Vanaf de kansel
werd het Woord verkondigd.
Gemeente zonder vlek of rimpel
In de Zwolse Wolweverstraat staat de doopsgezinde kerk, een kerk die evenals de lutherse kerk
oogluikend werd toegestaan. Het huidige gebouw
stamt uit het midden van de negentiende eeuw.
Het oorspronkelijke, heel bescheiden gebouw was
onopvallend achter een rijtje bestaande huisjes
gebouwd. Net als de lutherse kerk was het een
schuilkerk, dat wil zeggen een kerk die van buiten
niet echt als kerk herkenbaar mocht zijn. In geen
geval mocht het gebouw bij de calvinisten (gereformeerden) ergernis opwekken. Klokgelui was
verboden en gezang mocht buiten niet hoorbaar
zijn.
De doopsgezinde gelovigen die in 1639
het pand betrokken, streefden er naar om een
‘gemeente zonder vlek of rimpel’ te zijn. Ze wilden
terug naar de praktijk van de eerste christengemeente. Ze wilden een heilige kerk zijn en die
intentie moest in daden tot uiting komen. Alles
wat niet in de bijbel stond, moest verwijderd worDe St. Michaëlskerk
(Grote Kerk) met de
destijds hoogste toren
van Nederland, midden
zeventiende eeuw. Tekening door Abraham
Beerstraaten. (Collectie
Stedelijk Museum
Zwolle)
ZHT4 2017.indd 8 23-1-2018 16:24:19
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 181
den. Ze verwierpen daarom de kinderdoop. De
doop was slechts voorbehouden aan mensen die
als volwassenen belijdenis hadden gedaan. Voor
de doopsgezinden vormde de Bergrede (Mattheüs
5-7) de kern van de Bijbel. Op basis van die tekst
weigerden ze een eed af te leggen, een zwaard
te dragen en een functie in het stadsbestuur te
bekleden. In Zwolle respecteerde de magistraat
de weigering van de doopsgezinden om wapens te
dragen. Als vervangende opdracht werd van hen
verwacht een eigen brandspuit te onderhouden
en te bedienen.11 ‘Stillen in den lande’; zo werden
ze vaak genoemd. De uitdrukking is ontleend aan
psalm 35, 20 en duidt op rustige, vreedzame burgers die graag een stil leven zouden leiden en niet
deelnemen aan daden van geweld.
Toch hadden hun doperse geestverwanten
honderd jaar eerder voor een geweldige onrust
weten te zorgen toen in 1533 het bericht de ronde
deed dat in Münster, in Westfalen, het Nieuwe
Jeruzalem uit de hemel zou nederdalen en aan
de wederdopers daar de heerschappij over alle
landen zou geven. De uit Holland afkomstige
Matthijs de Bakker en Jan van Leyden hadden
daar de macht gegrepen en oefenden een waar
schrikbewind uit. Toen een poging van de bisschop om de stad te heroveren op een fiasco
uitliep, werd dat als een groot wonder geduid. Er
werden zendboden naar de Nederlanden gestuurd
met een brief die repte van ‘een groot wonder dat
in Münster had plaatsgevonden’. In dezelfde brief
werden Nederlandse broeders en zusters opgeroepen zich in Genemuiden en bij het Bergklooster
nabij Zwolle te verzamelen om van daaruit naar
de beloofde stad op te trekken.12 Voor het stadsbestuur was het ronduit alarmerend wat er allemaal
gebeurde. Men bleek echter goed op de hoogte te
zijn. Toen er namelijk bij Genemuiden 27 schepen
met strijdlustige wederdopers die goed voorzien
waren van trommels, slagzwaarden, spietsen en
hellebaarden aanmeerden, werden ze opgewacht,
ontwapend en weer naar huis gestuurd. Het bleken vaak simpele zielen te zijn. De leiders werden
gearresteerd en berecht.13
Er was echter ook een grote groep – een
‘untellicke mennichvoldicheit van man, wijf ende
kinder’– die op 24 maart 1534 door stedelijke
troepen bij Bergklooster in de boeien werd geslagen. Uiteindelijk werden alleen de aanvoerders
duchtig aan de tand gevoeld en geëxecuteerd. Hun
lichamen werden in ongewijde grond bij de Sassenpoort begraven.14
De verdreven bisschop stelde ondertussen een
nieuw leger samen en belegerde Münster. In juni
1535 kwam een eind aan het beleg. Twee mannen
wisten op een nacht te ontsnappen en gaven informatie over zwakke plekken in de verdedigingswal.
In de nacht van 24 juni 1535 lanceerden de belegeraars een verrassingsaanval, drongen de stad binnen en wisten het verzet te breken.
Bij de overwinning van de bisschop heeft
Zwolle samen met Deventer en Kampen een,
weliswaar bescheiden, bijdrage geleverd. In de
geschiedenis van het beleg wordt dit namelijk speciaal vermeld. Het gaat dan om de Zwolse ‘slange’,
een soort kanon dat namens de drie steden door
de Zwolse schepen Geert van Yrthe naar het
De doopsgezinde kerk
in de Wolweverstraat 9,
1925. (Collectie HCO)
ZHT4 2017.indd 9 23-1-2018 16:24:19
182 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
strijdperk werd gebracht. Of men daar veel met
het wapen heeft gedaan is nog maar de vraag. Een
hele lading ongebruikte kanonskogels werd geretourneerd.15
Haat tegen het oude geloof
Voor Nederland is het hele proces van hervorming
onlosmakelijk verbonden met de Opstand, de strijd
tegen het Spaanse streven om de Nederlanden
in het Habsburgse Rijk te integreren. Vanaf het
moment in 1566 wanneer Alva door de Spaanse
koning Philips II naar Nederland wordt gestuurd
om orde op zaken te stellen, escaleerde het conflict.
De drijvende kracht achter de Opstand is Willem
van Oranje geweest. Hoewel zijn moeder luthers
was en hij aan het hof van Karel V een katholieke
opvoeding had genoten, was hij er snel achter gekomen dat zijn strijd alleen kans van slagen had als
hij hulp zou krijgen van de calvinisten. Deze calvinisten waren volgens Jan Romein ‘zózeer overtuigd
én van de rechtvaardigheid van hun haat tegen het
oude geloof én van de waarheid van het nieuwe
geloof waarvan hun lippen overliepen, dat alle
vervolging de voortgang daarvan niet alleen kon
stuiten, maar zelfs bevorderen moest.’ 16
Haat tegen het oude geloof. Inderdaad, en de
haat was groot. Het is Johannes Calvijn (1509-
1564) geweest die de basis heeft gelegd voor die
vorm van protestantisme, die het grootst mogelijke contrast met de rooms-katholieke kerk vormde. In het calvinisme vond een grote schoonmaak
plaats. Door het leerstuk van de predestinatie was
er geen enkele basis meer voor de leer der goede
werken. Je was gered of niet. De roomse mis werd
als afgodendienst aan de kant geschoven. De eredienst werd beperkt tot preek, gebed en het zingen
van oudtestamentische psalmen. Beelden, kruisen, kaarsen en altaren werden verwijderd en de
orgels verkocht.
De haat tegen het oude geloof kwam heel duidelijk tot uiting in de Beeldenstorm uit 1566. Een
preek van de predikant Sebastiaan Matte op 10
augustus in het West-Vlaamse Steenvoorde liep
uit op een orgie van vernielzucht. In Mattes preek
zal ongetwijfeld het oudtestamentisch gebod dat
de mens zich ‘geen gesneden beeld’ mag maken
een rol hebben gespeeld. Het waren de leiders van
de calvinisten die mensen uit de onderste bevolkingslagen betaalden om kerkinterieurs te vernielen. De Beeldenstorm was een samengaan van
weloverwogen handelen van overtuigd calvinistische leiders en tot nog toe onderdrukt gebleven
volkssentimenten.17
Voor deze leiders was dit ‘stormen’ van kerken
gelegitimeerd door een beroep op artikel 36 van
de in 1562 verschenen Nederlandse geloofsbelijdenis van Guido de Brès. Artikel 36 gaat over de
overheid. De overheid, zo gaat de tekst, staat niet
alleen voor de taak om acht te geven op de openbare orde maar ‘ook de hand te houden aan de heilige kerkdienst, alle afgoderij en valse godsdienst
te weren en uit te roeien, het rijk van de antichrist
te vernietigen.’ De paus was de antichrist en zijn
kerken bolwerken van afgoderij. Uitroeien daarvan was dus geboden.
De Beeldenstorm raasde als een wervelwind
in noordelijke richting, maar nam, hoe verder die
kwam, af in verwoestende kracht. In Zwolle bleef
het bij een aan diggelen geslagen beeld op een zuil
op het St. Michaëlskerkhof.18 Veertien jaar later
zou echter ook het interieur van die parochiekerk
aan de vernielwoede ten prooi vallen.
Johannes Calvijn
(1509-1564). (Internet)
ZHT4 2017.indd 10 23-1-2018 16:24:19
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 183
Voor Willem van Oranje betekende deze
‘storm’ een grote teleurstelling. Wat hem voor
ogen stond was een brede protestantse kerk naast
de katholieke. Hij beleed een algemeen christendom dat los stond van de verschillende kerken.19
Die gedroomde harmonie was nog ver te zoeken.
Veeleer kwamen door de Opstand protestanten
en katholieken onverzoenlijk tegenover elkaar te
staan. In 1580 liep het in Zwolle finaal uit de hand
en er dreigde even een regelrechte burgeroorlog.
Eenige twijspalt
Dat de harmonie in Zwolle in de zomermaanden
van 1580 verder weg was dan ooit komt duidelijk
aan het licht als een tamelijk onschuldig voorval
tot een enorm conflict met ettelijke doden blijkt te
kunnen escaleren.20
De aanleiding tot de ongeregeldheden was
tamelijk onschuldig. Op 15 juni maakte een
katholieke inwoner een ommetje. Op de markt
werd hem door een viertal gereformeerde stadgenoten de weg versperd. Omstanders gingen zich
er mee bemoeien en er ontstond een vechtpartij.
Om de orde te herstellen kwam de wacht in actie.
De kleine kanonnen die op de markt stonden werden door hen in stelling gebracht en de ruziemakers namen positie in. De gereformeerden bleven
bij de wacht en de katholieken verschansten zich
in de Diezerstraat. Het conflict ontwikkelde zich
tot een heuse strijd. De gereformeerden deden
een beroep op medestanders in Amsterdam om
hulp te bieden. De Amsterdammers riepen op hun
beurt ook Enkhuizen en Hoorn te hulp. Met succes. Op 19 juni staken twee compagnieën van in
totaal 225 man voetvolk uit die steden de IJssel bij
Oldeneel over. Bij de Sassenpoort kwamen ze stad
binnen. Het verzet van de katholieke Spaansgezinden werd nu gebroken. Ook steden als Kampen en
Hattem waren met soldaten en burgers de Zwolse
gereformeerden te hulp geschoten. Voor een
aantal burgers uit Kampen had de poging om de
Zwollenaren te helpen fatale gevolgen gehad. Ter
hoogte van ’s-Heerenbroek waren ze in de armen
van katholieke boeren gelopen. Twaalf Kampenaren werden vermoord. De schermutselingen
binnen de stadsmuren hadden aan gereformeerde
zijde een viertal doden en aan katholieke zijde
een zestal geëist. Er vielen niet alleen doden te
betreuren. Huizen van katholieke burgers werden
geplunderd en ook de St. Michaëlskerk moest het
ontgelden.
‘In de Michaelskerke wierden ook, hetzij in
het begin, hetzij in het einde deser oploop, alle de
beelden gestormd, de autaren ter aarde nedergeworpen en alle cieraden en frajigheden vernielt.
Het pragtige tabernakel van het hoge Autaar,
schoon eenige 1000 cronen waardig, wierdt mede
niet gespaard en geheellijk in stukken geslagen en
verbrijselt.’
Aldus Burchard Joan van Hattum in zijn
geschiedenis van Zwolle.21 Er kan nog aan worden
toegevoegd dat de geuzen op de Grote Markt drie
vuren aanstaken en het kerkelijk goed uit de kerk
verbrandden.
Later, in 1614, toen Zwolle al een protestantse
stad was geworden, moest de sacristie wijken
voor het nieuwe gebouw van de Hoofdwacht.
Met de op de gevel aangebrachte tekst Vigilate et
Orate (waakt en bidt) werd door de magistraat
aangegeven dat de burgerlijke overheid er voor de
publieke zaken van de burgers was en de kerk voor
geestelijke zaken.
De Hoofdwacht met het
voor de scheiding tussen
staat en kerk symbolische opschrift Vigilate
et Orate, waakt en bidt.
Foto uit 1948. (Collectie
HCO)
ZHT4 2017.indd 11 23-1-2018 16:24:20
184 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Gezicht op Zwolle van
over het Zwartewater.
Op de voorgrond twee
geknielde mannen die
tot God smeken: miserere mei Deus, Heer
ontferm U over mij.
1629. (Collectie HCO)
ZHT4 2017.indd 12 23-1-2018 16:24:20
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 185
ZHT4 2017.indd 13 23-1-2018 16:24:21
186 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Weerbarstige praktijk
Het calvinisme heeft de Nederlanden vanuit
Frankrijk veroverd. In Frankrijk waren veel
mensen in de ban geraakt van de opvattingen
van Johannes Calvijn die in 1559 in Genève een
academie had opgericht die tot een internationaal centrum was uitgegroeid. De vorming van
een vroom en strijdbaar geslacht was het doel
van deze instelling. Wat echter voor veel mensen
het meest tot de verbeelding sprak, was de wijze
waarop Calvijn de stad had gereorganiseerd. Hij
had er een theocratie van gemaakt, wat inhield
dat alle terreinen van het maatschappelijk leven
aan de Soevereiniteit Gods onderworpen moesten
worden. Ook de overheid was aan het Woord van
God onderworpen.
Calvijn had in Genève de strijd aangebonden tegen alles wat hij als zedeloosheid zag. Het
bezoek aan herbergen werd verboden. Er stonden
strenge straffen op dansen, kaartspelen, echtbreuk, ontucht, godslastering. Er werd op gelet of
kinderen wel hun ouders gehoorzaamden en of
kerkdiensten niet werden verzuimd. Ouderlingen
hadden elk een eigen wijk en hadden het recht om
elke woning binnen te gaan om te controleren of
de bewoners zich wel aan Gods geboden hielden.
Voor veel calvinistische predikanten was de
Geneefse praktijk een lichtend voorbeeld dat tot
navolging inspireerde. Ook in Zwolle was dat
het geval. Zo verwachtte de kerkenraad van de
burgerlijke overheid medewerking om het maatschappelijk leven te hervormen. Het bestuur ging
hierin ten dele mee. Het was bereid om toe te zien
op het naleven van de zondagsrust en het verbieden van herbergbezoek tijdens de preek.
De kerkenraad kon de magistraat er evenwel niet toe overhalen om een jaarlijks festijn
als de Johannes-bieren af te schaffen. Dit waren
buurtfeesten. De oproep tot matigheid en een
christelijke levenswandel vond weinig gehoor.
De praktijk bleek erg weerbarstig te zijn. Allerlei
gewoonten en gebruiken, vaak eeuwenoud, bleken
moeilijk uit te roeien. In februari 1666 achtte het
stadsbestuur het nog nodig om een plakkaat uit
te vaardigen ‘tegens de insolenties voor dese in de
vastelavontsdage (= Carnaval) met ganse-trecken,
hoender-smiten, mommeriën, sweertdansen en
anders gepleget.’22 Wel was het gelukt om in 1644
een eind te maken aan de St. Nicolaasmarkt op de
huidige Oude Vismarkt, waar men tot ’s avonds
laat koeken, zoetigheden en andere lekkernijen
kon kopen. Sinterklaas was een rooms feest en
daar moest een einde aan worden gemaakt.
Op het punt van de zondagsviering werden
veel overtredingen geconstateerd. De plaatselijke
herberg was een geduchte concurrent. Andere
vormen van vermaak waren: tonnensteken, ganstrekken, papegaaischieten, hanengevechten, danspartijen, kaatsen. Ook de elite werd berispt als er
bij festijnen gedanst werd.
Toch was er een duidelijke tegenstelling tussen predikanten en regenten. Predikanten vonden
conform artikel 36 dat alle andere religies uitgebannen moesten worden. Regenten moesten daar
niets van hebben. Zij neigden op praktische en
politieke gronden tot een beleid van leven en laten
leven. Zij wensten eenvoudig geen onrust.23
Alle arbeid is ter ere Gods
In zijn Geschiedenis van Zwolle geeft Jan ten Hove
een overzicht van het aantal lidmaten van de gereformeerde kerk in 1621.24 Het aantal mensen dat
lidmaat was, dat wil zeggen mensen die belijdenis
hadden gedaan, bedroeg 833. Interessant is de
informatie die Ten Hove over de achtergrond van
deze mensen geeft. Onder de lidmaten bevonden
zich mensen van alle rangen en standen, van welgestelde regenten tot onbemiddelde textielarbeiders. De middengroep van gevestigde ambachtslieden lijkt evenwel het best vertegenwoordigd te
zijn. Wat de beweegredenen van deze mensen is
geweest om zich bij de gereformeerde kerk aan
te sluiten, valt natuurlijk niet meer te achterhalen. Maar dat het calvinisme onder de gevestigde
ambachtslieden aantrekkingskracht heeft, is niet
toevallig. Het calvinisme heeft namelijk een specifieke kijk op beroep en arbeid geïntroduceerd
die bevorderlijk is geweest voor de economische
ontplooiing .
Met andere protestantse richtingen deelt het
calvinisme de opvatting dat de ware vroomheid
niet bestaat uit een vlucht uit de wereld, maar
gezocht moet worden in het alledaagse werk, in
gezin, in beroep, maatschappij, school en staat.
ZHT4 2017.indd 14 23-1-2018 16:24:21
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 187
Uiteindelijk dient alle arbeid verricht te worden
ad majorem dei gloriam, tot meerdere eer en glorie van God. Een mens moet woekeren met zijn
talenten en succes hebben is een teken van uitverkoren zijn. Deze kijk op arbeid met zijn nadruk
op het zakelijke, nuchtere en beheerste sloot naadloos aan bij het opkomend kapitalisme. Van de
ondernemer wordt verwacht dat hij de gemaakte
winst weer in het bedrijf investeert; er goede sier
mee maken is zonde. Verder is belangrijk geweest
dat Calvijn afstand heeft genomen van het in
het canonieke (kerkelijke) recht geformuleerde
verbod om rente te nemen. Volgens hem is er van
een algemeen renteverbod in de bijbel ook geen
sprake. Het rentepercentage mocht echter niet
boven de 5 procent uitkomen. Samenvattend kan
gezegd worden dat door Calvijn aan het menselijk
beroep in het algemeen en aan de handel in het
bijzonder adeldom is gegeven. Het calvinisme
heeft door deze andere visie op arbeid en geld verdienen een stimulerende invloed op de ondernemingszin kunnen uitoefenen. Het is ook zeker een
van de factoren geweest die het ontstaan van het
moderne kapitalisme hebben gestimuleerd.
Een kosmische rangorde
Het protestantisme is verre van een eenheid. Er
zijn lutheranen, doopsgezinden, calvinisten,
remonstranten, christelijk gereformeerden,
Nederlands gereformeerden, en ga zo maar door.
Ondanks alle onderlinge verschillen hebben ze
gemeen hun afstand tot het rooms-katholicisme.
Anders gezegd: het protestantisme heeft radicaal
gebroken met het wereldbeeld dat eeuwenlang,
tot aan de dag van vandaag, aan de basis van de
rooms-katholieke mens- en wereldbeschouwing
heeft gelegen. Anders dan protestantse stromingen gaat het rooms-katholicisme namelijk uit
van het bestaan van een kosmische hiërarchie of
rangorde.
Zwolle begin zeventiende eeuw, gezien vanaf
het Zwartewater. Anoniem. (Collectie Stedelijk Museum Zwolle)
ZHT4 2017.indd 15 23-1-2018 16:24:22
188 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Er is een hemelse en er is een aardse hiërarchie. God staat aan de top en is de schepper van
het geheel. De katholieke leer gaat ervan uit dat
de hemelse hiërarchie uit negen engelenkoren
bestaat. Aan de top van de aardse rangorde staat
de paus, die de plaatsvervanger van Christus op
aarde is. Hij is het hoofd van de kerk, van het mystieke lichaam van Christus. De kerk is van bovennatuurlijke oorsprong en heeft bovennatuurlijke
verlossingsmacht.
Anders dan in het protestantisme is de individuele gelovige opgenomen in een bovennatuurlijk
netwerk. Zo heeft ieder mens een persoonlijke
engelbewaarder die volgens de katholieke traditie
door God is aangesteld om de mens te verlichten,
te beschermen, te geleiden en te besturen. Deze
engelbewaarders horen tot de laagste rang van
de hemelse hiërarchie.25 En dan zijn er ook nog
de heiligen die aangeroepen kunnen worden als
voorsprekers bij God. Zij kunnen proberen God
mild te stemmen als een gelovige iets verzoekt.
Ook de kloosters spelen een grote rol in deze
kosmische orde. De kerkhistoricus J.A. Mol
bestempelt de kloosters heel treffend als dienstverlenende instellingen, bij wie men zich kon
verzekeren tegen de risico’s van het hiernamaals.
De monniken en nonnen vormden het spiegelbeeld van de hemelse engelen door met een niet
aflatende cyclus van koordiensten aan God eer te
bewijzen. Zij smeekten voortdurend Gods zegen
af voor de christenheid, zichzelf en hun begunstigers. Door geld en goederen aan het klooster
te doneren konden gebeden worden gefinancierd
om het verblijf in het vagevuur te bekorten. De
gedachte was dat hoe strenger de monniken leefden, des te succesvoller de gebeden zouden zijn.26
Ook de heilige maagd Maria speelt een cruciale rol in dit bovennatuurlijke netwerk. Zij is middelares en mede-verlosseres.
Dat katholieken een andere visie op arbeid
hadden dan lutheranen, doopsgezinden en calvinisten heeft alles te maken met het achterliggende
mens- en wereldbeeld. Voor het rooms-katholieke
denken gold, en geldt, dat hoe hoger iets in de
rangorde stond, hoe dichter dat bij de zuiver geestelijke lichtwereld was. Hoe dichter bij het laagste,
hoe meer materie. Des te hoger in de rangorde,
des te dichter bij God. De hoogste maatschappelijke stand, de geestelijkheid, stond dichter bij
de wereld van de zuivere geest dan de adel, die
op zijn beurt weer in rangorde boven boeren en
ambachtslieden stond. Voor Calvijn gold daarentegen dat elke arbeid uiteindelijk dient tot meerdere eer en glorie van God.
In dit verband mag nog even worden opgemerkt dat de fraters van de Moderne Devotie nog
helemaal binnen de gangbare katholieke kaders
dachten. Elke keer namelijk als zij er in slaagden
een leerling van de Latijnse school af te houden
van een wereldlijke carrière dan waren ze zeer verheugd en dan was het of ze net op tijd een ziel uit
de klauwen van de duivel hadden gered.27
Algemeen priesterschap der gelovigen
In zijn in 1520 gepubliceerd geschrift Aan de
christelijke adel van de Duitse natie over de verbetering van de christelijke samenleving bepleit Luther
een einde te maken aan de tot dan toe geldende
heilshiërarchie. Volgens hem zijn ‘paus of bisschop niet meer dan de geringste priester en deze
is niet meer dan een gewoon christenmens, al
was het vrouw of kind, want ieder die uit de doop
gekropen is, is priester en kan de naaste, die hem
zijn schuld belijdt, in naam van God de zonde
vergeven.’28
Dat er tussen de gelovige en God geen priester
meer staat, heeft er toe geleid dat er binnen het protestantisme een grote nadruk op de persoonlijke
geloofsverantwoordelijkheid kwam te liggen. Het
leidde ook tot andere machtsverhoudingen. De
kerk is dan niet meer het Lichaam van Christus
waarin alle gezag van boven komt en waar Rome
altijd het laatste woord heeft. De kerkvader Augustinus kon in één van zijn preken nog zeggen: Roma
locuta, causa finita (Als Rome gesproken heeft, dan
is de zaak besloten). Voor een protestant is dat vloeken in de kerk. Het is niet het hoofd van de kerk
die beslist, maar de kerk die niets anders is dan ‘de
vergadering der gelovigen’ en binnen die vergadering is een predikant niets anders dan een ‘dienaar
des Woords’. Predikanten worden niet van boven af
aangewezen, maar door de gemeenteleden.
Het afscheid van de katholieke gezagsstructuur had ook een keerzijde: er ontstond een voeZHT4 2017.indd 16 23-1-2018 16:24:22
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 189
dingsbodem voor allerlei scheuringen en afscheidingen. Het begon al in het begin van de zeventiende eeuw met de strijd tussen de ‘rekkelijken’ en
‘preciezen’ over Calvijns leer van de predestinatie.
In de zogenaamde ‘nadere reformatie’ die zich
concentreerde op het innerlijk leven was er kritiek op de lakse praktijk van de publieke kerk. Er
was veel strijd en de door Willem van Oranje zo
gewenste harmonie was ver te zoeken.
Grote scheuringen vonden plaats in de negentiende eeuw. Zo was er de Afscheiding van 1834
en de Doleantie van 1886. In Zwolle getuigen de
Plantagekerk en de Oosterkerk daar nog van. Een
voor veel kerkmensen traumatische ervaring was
de kerkscheuring in 1944, die tot het ontstaan van
de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt zou leiden.
De erfenis van de Reformatie in Zwolle
Hemelsbreed liggen de Plantagekerk aan de Ter
Pelkwijkstraat en de Oosterkerk aan de Bagijnesingel een paar honderd meter van elkaar verwijderd. Het zijn fraaie gebouwen en ze staan op de
monumentenlijst. De Plantagekerk werd in 1875
in gebruik genomen en de Oosterkerk in 1888. De
Plantagekerk is aan de oostzijde op een houten
paalconstructie gefundeerd op de plek waar ooit
de Aa de stad binnen stroomde. Het is zonder
meer een markant gebouw.
De Oosterkerk wordt ook wel de kerk van
de Doleantie genoemd. De doleantie was de
kerkscheuring die in 1886 had plaats gevonden
onder leiding van dominee Abraham Kuyper.
De Plantagekerk was de kerk van de christelijk
gereformeerden, die een combinatie waren van
twee groeperingen die na de Afscheiding uit 1834
waren ontstaan. Nadat in 1892 de christelijk gereformeerden met de Nederduitsch gereformeerden
van Kuyper herenigd waren, werd de PlantageDe Plantagekerk aan
de Ter Pelwijkstraat,
1976. (Collectie HCO)
ZHT4 2017.indd 17 23-1-2018 16:24:23
190 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
kerk heel prozaïsch Gereformeerde Kerk A en
de Oosterkerk Gereformeerde Kerk B genoemd.
Niet iedereen was even content met dit huwelijk.
In 1895 blies een kleine groep nieuw leven in de
christelijk gereformeerde kerk. Ze vestigden zich
aan de Thorbeckegracht, in de Noorderkerk, ook
wel klumpieskerk genoemd.
Plantagekerk en Oosterkerk gingen weer uit
elkaar toen in 1944 de Kampense hoogleraar
Klaas Schilder met zijn ‘Vrijmaking’ de relatie met
de gereformeerde kerk verbrak. Het ging inhoudelijk om de visie op het leerstuk van de predestinatie, waarover in de zeventiende eeuw remonstranten en contraremonstranten ook al strijd hadden
geleverd. Onenigheid over de te volgen procedure
om tot een oplossing te komen heeft eveneens
bijgedragen tot een escalatie van het conflict. De
scheuring liep dwars door families heen. Van de
ene op de andere dag konden mensen diametraal
tegenover elkaar komen te staan.
De relatie tussen de nieuwe Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk verhardde doordat de vrijgemaakten zich als de enige
legitieme voortzetting van de gereformeerde kerk
beschouwden.29 De vrijgemaakten wilden van
geen enkel compromis iets weten. Zij vormden de
ware kerk. Wie naar de Oosterkerk ging, ging naar
de valse kerk en betrad daar het voorportaal naar
de hel. Heil of hel, daar ging het om.30
In de Plantagekerk en al die andere vrijgemaakte kerken ontstond de roep om een zogenaamde ‘doorgaande reformatie’. De vrijgemaakten kregen een eigen krant, het Nederlands Dagblad, en een eigen politieke partij, het GPV, het
Gereformeerd Politiek Verbond. In het jaar 2000
besloot het GPV om samen met de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) verder te gaan als
ChristenUnie. Verder werden er tal van gereformeerde scholen opgericht, zoals in 1959 in Zwolse
het Greijdanus College dat tegenwoordig ook
vestigingen in Hardenberg, Meppel en Enschede
heeft. Kars Veling en Arie Slob, oud-fractievoorzitters van de ChristenUnie, zijn beiden werkzaam
geweest op het Greijdanus College.
De Oosterkerk aan de
Bagijnesingel. (Collectie
HCO)
ZHT4 2017.indd 18 23-1-2018 16:24:25
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 191
Nederlands Gereformeerd en
Gereformeerde Kerk Hersteld
Het duurde niet lang of er kwam verzet tegen de
gedachte dat de vrijgemaakten de enige ware kerk
vormden en dat elke vorm van samenwerking met
leden van andere kerken in scholen en politieke
partijen werd uitgesloten. In een Open Brief van
25 kerkleden werd in het midden van de jaren zestig kritiek geleverd op het wantrouwen tegen alles
wat van buiten de eigen kring kwam. Wat volgde
was een grootscheepse zuivering, wat er toe leidde
dat tal van kerken buiten het kerkverband kwamen te staan (de Vrijgemaakten buiten Verband).
In 1979 ging deze groep verder onder de naam
Nederlands Gereformeerde Kerken. ‘Opnieuw
,’aldus Agnes Amelink in haar boek over de gereformeerden, ‘was door een kleine gemeenschap
een spoor van tranen getrokken, met verbroken
vriendschap, gescheurde familiebanden en psychisch gebroken mensen.’31
Kenmerkend voor de Nederlands gereformeerden was de ruimte die gegeven werd aan een
evangelische geloofsbeleving met groeiende aandacht voor het werk van de Heilige Geest. De bijeenkomsten werden gehouden in de Zuiderkerk.
Het wordt een beetje eentonig, maar in 1983
kwam het tot een breuk in de Nederlands Gereformeerde Kerk, en wel in Zwolle. Er zijn weliswaar
allerlei pogingen ondernomen om de breuk te
herstellen. Er zijn verzoeningsvergaderingen
geweest, men erkent dat de naam van Christus
geschaad is, maar toch zijn er in Zwolle nog
steeds twee Nederlands gereformeerde kerken. De
ene groep komt bijeen in de Zuiderkerk, Zwolle II
houdt tot op heden haar diensten in het Carolus
Clusius College in de Veeralleebuurt.
En dan heeft er in de gereformeerde kerk vrijgemaakt in 2003 nog een scheuring plaatsgevonden. Deze ‘malcontenten’ waren van mening dat
de vrijgemaakten ruimte boden aan een ‘onschriftuurlijke leer’. Gods woord zou daar niet veilig
zijn en bovendien zouden daar vrouwen worden
toegelaten tot het ambt.. Binnen dit nieuwe kerkverband ging het ook niet van een leien dakje. In
december 2009 wist het Reformatorisch Dagblad
te melden dat er grote onrust was binnen de
Gereformeerde Kerken Hersteld. Er waren weer
ambtsdragers geschorst. De groep gereformeerden hersteld houdt zijn diensten in kerkgebouw
De Hoeksteen in de Aa-landen.
Het algemeen priesterschap der gelovigen
heeft duidelijk een keerzijde.
God in Zwolle
Getuige het onderzoek God in Nederland uit 2016
van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
gaat het proces van ontkerkelijking in Nederland
gestaag verder.32 Iets meer dan de helft van de Nederlanders is geen lid meer van een kerkelijke groepering. Het aantal mensen dat nooit de kerk bezoekt
is gestegen van 47 procent in 2006 tot 59 procent in
2016. Er is sprake van minder geloof, ook binnen de
kerk. Traditionele christelijke geloofsvoorstellingen
en uitingsvormen verliezen terrein. Ruim 45 procent
van de bevolking weet niet dat Pasen een christelijke
feestdag is. De meeste Nederlanders associëren
Pasen met eitjes en chocola.
Als we de cijfers van het CBS wat nader bekijken, dan blijkt dat het kerkbezoek in Zwolle nog
tamelijk hoog is. 22 procent van de bevolking hier
brengt ’s zondags een bezoek aan een kerk tegen
een landelijk percentage van 16,9.
De Zuiderkerk aan de
Zuiderkerkstraat. (Foto
De Koning, collectie
HCO)
ZHT4 2017.indd 19 23-1-2018 16:24:25
192 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Voor katholiek Nederland zijn de resultaten
opmerkelijk. Nog maar 13 procent gelooft in het
bestaan van een hemel en 17 procent in een persoonlijke God. Paus Franciscus wordt overigens
wel als iemand met een inspirerende boodschap
beschouwd. Dat veel katholieken hun eigen
kerk nog als het Mystieke Lichaam van Christus
beschouwen, lijkt dan ook hoogst onwaarschijnlijk.
Binnen protestantse kerken is de secularisatie
minder sterk. Voor Zwolle geldt dat bijna 25 procent van de bevolking tot een protestants kerkelijke
richting (Nederlands hervormd, gereformeerd,
PKN) behoort. Vooral het hoge percentage gereformeerden is opvallend; 8,9 procent tegen 3 procent
landelijk. Ook in de politieke verhoudingen zien
we dit terug. Met acht zetels is de ChristenUnie
de grootste fractie in de Zwolse raad. In enigszins
omfloerste bewoordingen heeft de ChristenUnie
afstand genomen tot het beruchte artikel 36 van de
Nederlandse Geloofsbelijdenis, om daarmee ook
voor katholieken aantrekkelijk te kunnen zijn.33
Dat aan de traditie van de zondagsheiliging
nog altijd veel waarde wordt gehecht, bleek toen
in 2002 Kars Veling dit onderwerp in een tv-programma aan de orde stelde. Volgens Veling, van
1988 tot 2002 verbonden aan het Greijdanus College in Zwolle en lijsttrekker voor de pas opgerichte ChristenUnie, moest je mensen die ’s zondags
een ijsje eten niet de maat nemen. Bij een groot
deel van de achterban viel dit verkeerd. Op zondag
hoort geen ijs te worden verkocht. Alle commotie
zou er uiteindelijk toe leiden dat Veling de politiek
vaarwel zei en in 2003 rector van het openbare
Johan de Wittcollege in Den Haag werd.
Veling is overigens ook jarenlang verbonden
geweest aan de Gereformeerde Sociale Academie
te Zwolle, de voorloper van de huidige Hogeschool Viaa aan de Grasdorpstraat die het altijd zo
goed doet in de landelijke rankings.
Ook genoemd mag worden de stichting Present dat als een initiatief van de Christelijk Gereformeerde Kerk in Zwolle is uitgegroeid tot een
indrukwekkende vrijwilligersorganisatie.
Hoewel protestantse groeperingen een belangrijk stempel op de Zwolse samenleving drukken,
is Zwolle niet te vergelijken met nabijgelegen
gemeenten op de Veluwe waar raadsvergaderingen nog met een ambtsgebed geopend worden en
strikt wordt vastgehouden aan de zondagsrust. In
Zwolle vormen de koopzondagen geen probleem
en verder wordt in het protestantse Zwolle uitbundig carnaval gevierd en wordt sinds 2007 op 15
augustus ter gelegenheid van Maria Hemelvaart
een processie rond de Onze Lieve Vrouwebasiliek
gehouden.
Van St. Michaëlskerk tot Academiehuis
Ook in Zwolle is het kerkbezoek de laatste
decennia drastisch terug gelopen wat kerkbesturen er toe dwong kerkgebouwen af te stoten.
Sinds enkele jaren wordt de Grote of St. Michaëlskerk niet meer voor zondagse vieringen
gebruikt en heeft nu een andere functie gekregen. De kerk is nu Academiehuis geworden. Het
is, aldus de fraai vormgegeven site, ‘een plek om
te leren en te innoveren. Om te luisteren en te
kijken. Om te ontdekken en te verwonderen
en jezelf te verrijken. Het Academiehuis biedt
plaats aan vernieuwing en verinnerlijking van
Kars Veling (Internet) jong en oud.’
ZHT4 2017.indd 20 23-1-2018 16:24:25
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 193
Afgaande op de programmering voor het najaar
van 2017 is er ruimte voor een breed scala aan activiteiten. Kunstenaars exposeren er hun werk, er
worden cantates van Bach uitgevoerd en een boeddhistische monnik denkt samen met de stadspastor
na over het thema geluk. Er valt dus veel te kijken, te
luisteren en te leren. De vraag dient zich echter aan
of je van een academiehuis ook niet mag verwachten
dat er ruimte zal zijn voor onderzoeken en discussiëren – toch de kernactiviteiten van een academie.
Grote Kerk: Academiehuis. (Foto Elske
Bootsma)
ZHT4 2017.indd 21 23-1-2018 16:24:29
194 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
Aan onderwerpen geen gebrek. Denk maar
aan het vraagstuk van de vrije wil. In tegenstelling
tot Luther dachten rooms-katholieke theologen
dat de mens een vrije wil heeft. Ze waren niet de
eersten die over deze kwestie de degens kruisten
en ook niet de laatsten. Het is ook niet louter een
theologisch en wijsgerig probleem. Denk maar
aan neurowetenschappers als Victor Lamme en
Dick Swaab die stellen dat ons brein bepaalt wat
we doen en de reacties die dat weer losmaakt. Het
zijn vragen die ertoe doen.
Literatuur
Ameling, A. (2002), De gereformeerden. Amsterdam:
Bert Bakker
Berkhof, H. en O.J. de Jong (1967), Geschiedenis der
kerk. Nijkerk: Callenbach
Elte, S. (1936), ‘Godsdienstige conflicten in Zwolle in
het tijdvak van 1530-1580’, in: VMORG 52, p.1-70
Engen, J. van (2008), Sisters and Brothers of the Common Life. The devotio Moderna and the World of
the Later Middle Ages. Pennsylvania: University of
Pennsylvania Press
Groenveld, S. en H.L.Ph. Leeuwenberg (2008), De Tachtigjarige Oorlog. Opstand en consolidatie in de Nederlanden (ca. 1560-1650). Zutphen: Walburg Pers
Groenveld, S., J.P. Jacobszn, S. L. Verheus (1993).
Wederdopers, menisten, doopsgezinden. Zutphen:
Walburg Pers
Hansen, M.L. ‘Het oproer te Zwolle in 1580’, in: Zwols
Historisch Tijdschrift 13 (1996) p.48-53
Heussi, K. (1971), Dreizehnte Auflage. Kompendium
der Kirchengeschichte. Tübingen: J.C.B. Mohr (Paul
Siebeck)
Hove, J. ten (2005), Geschiedenis van Zwolle. Zwolle:
Waanders
Hyma, A. (1924), The Christian Renaissance. Grand Rapids: The Reformed Press
Kronenberg, M.E. (1948), Verboden boeken en opstandige drukkers in de Hervormingstijd. Amsterdam:
P.N. van Kampen en Zn
Mol, J.A., ‘Bemiddelaars voor het hiernamaals. Kloosterlingen in middeleeuws Frisia’, in: E. Knol, J.M.M.
Hermans e.a. (red.), Hel en hemel. De Middeleeuwen
in het Noorden. Catalogus van de tentoonstelling in
het Groninger Museum 13 april-2 september (Groningen, 2001), 152-164
Panhuysen, L. (2000), De beloofde stad. Opkomst en
ondergang van het koninkrijk der wederdopers. Amsterdam/ Antwerpen: Atlas
Post, R.R. (1968), The Modern Devotion. Leiden: E. J. Brill
Rogier, L.J. (1947), Geschiedenis van het katholicisme
in Noord-Nederland in de 16e en 17e eeuw (2 dln).
Amsterdam Urbi et Orbi
Romein, J. en A. (1973, vijfde, geheel herziene druk), De
lage landen bij de zee. Amsterdam: Em. Querido’s
uitgeverij
Spruyt, B.J. (1998). Listrius (Lyster), Gerardus (Geryt)
1485-1522) In: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme. Deel 4, p.316
Noten
1. Hyma 5
2. Post 16-17
3. Rogier I, 105
4. Acquoy II, 268
5. https://www.kro.nl/katholiek/abc/aflaat
6. Berkhof 142
7. Kronenberg 70
8. Ten Hove 229
9. Spruyt 316
10. Ten Hove 279
11. Ten Hove 342
12. Panhuysen 169
13. Elte 19
14. Elte 21
15. Elte 26
16. Romein 310
17. Groenveld e.a. 82
18. Elte 47
19. Groenveld e.a. 93
20. Hansen 48-53
21. Elte 70
22. Ten Hove 274
23. Groenveld e.a. 185
24. Ten Hove 276
25. https//www.kro.nl/katholiek/abc/engelen
26. Mol 156
27. Van Engen 278
28. www. Digibron
29. Amelink 197
30. Amelink 199
31. Amelink 203
32. http://www.cbs.nl/nl.nl/publicatie/2016/51
33. Bespreking Notitie Uniefundering. https:/www.
christenunie.nl/library
ZHT4 2017.indd 22 23-1-2018 16:24:29
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 195
Zwolle in de jaren zestig
Aflevering 15: Hi-Ha-Happening
Jan van de Wetering (70) verplaatst zich vijftig jaar
terug in de tijd. Hij laat zich verrassen door wat hij
in de kolommen van de Zwolse Courant tegenkomt
over de stad van zijn jeugd. Het is het jaar 1967.
Met hun lied ‘All you need is love’ brandmerken
The Beatles met slechts één toverwoord – Love –
een geheel tijdperk, al wist niemand toen nog wat
daaronder verstaan moest worden. Er was maar
één ding zeker: er hing verandering in de lucht.
Een kleine groep Zwolse jongeren begon zich af
te zetten tegen de gezeten burgerij, waarbij ze het
gedrag imiteerden van hun leeftijdsgenoten uit het
Amsterdam dat al gauw het zelfbenoemde ‘magisch
centrum van de wereld’ zou worden.
Voetje voor voetje trad Zwolle in het spoor
van de nieuwe tijd die in Amsterdam en
de andere grote steden allang was begonnen – uitgebroken moeten we misschien zeggen.
Er ging geen week voorbij of de Zwollenaren
zagen met woede, verbazing en nieuwsgierigheid
naar wat de jongeren in de grote steden nu weer
hadden bedacht om zand in de machine van de
overheid te strooien. Het leek op een virus. Een
jaar eerder, in 1966, lieten de eerste Zwolse provo’s
van zich horen, maar die zongen wel een toontje
lager dan in de hoofdstad. Heel beschaafd namen
ze deel aan een discussie met de kloosterlingen
van het Dominicanenklooster. Datzelfde jaar
probeerden aanhangers van de PSP een optreden
van de Nederlandse Luchtmachtkapel te verstoren
omdat ze vonden dat ‘militaire muziekkorpsen
oneerlijke instellingen zijn, die ter opluistering
dienen van een in wezen ontluisterend apparaat.’
De woorden waren wat dreigender dan de middelen: een bootje met een protestspandoek in de
Zwolse grachten.1
De vraag is in hoeverre de berichten in de Zwolse
Courant uit die tijd een maatstaf zijn voor wat zich
werkelijk in de stad afspeelde. De Zwollenaren die
het beeld zouden bepalen van wat we tegenwoordig
‘de jaren zestig’ noemen, waren in 1967 twintigers.
Dat waren niet de journalisten die dag in dag uit de
kolommen van de krant vulden. De vooroorlogse
generatie had het roer nog stevig in handen. Hooguit
hadden de babyboomers het in die tijd geschopt tot
leerling-journalist. De oudere generaties bepaalden het beeld van een stad in verandering. Door
de gekleurde bril van de journalisten uit die tijd
én de hedendaagse gekleurde bril van mij, leest u
achtereenvolgens over twee verschillende soorten
veranderingen in 1967: een materiële, de stedenbouwkundige veranderingen; en een immateriële, de
verandering van de tijdgeest.
Dromen van Groot Zwolle
Zwolle maakte stedenbouwkundig gezien schoon
schip met het verleden. Verwaarloosde huizen uit
sloppenbuurten werden gesloopt, de binnenstad
verloor voor een groot deel zijn woonfunctie, de
oude infrastructuur uit de tijd dat auto’s nog van
marginaal belang waren, maakte plaats voor autovriendelijke aanpassingen. En niet te vergeten:
er moest ruimte gemaakt worden voor industrie,
want Zwolle moest groot worden, heel groot zelfs.
Zwolse nieuwigheden
– Twee Staphorster boerinnen kregen een parkeerbon op de Nieuwe Markt.
Ze hadden de daar pas geplaatste parkeermeter aangezien voor een weegschaal.
– ‘Computer is ongelooflijk stom apparaat’ zette de Zwolse Courant boven
het verslag van een lezing van een ingenieur van het Philips Rekencentrum
voor de afdeling Zwolle van de Volksuniversiteit. Daar dacht de krant een
paar maanden later anders over toen de uitslagen van de Zwolse gemeenteraadsverkiezingen razendsnel door een computer werden verwerkt.
Jan van de Wetering
ZHT4 2017.indd 23 23-1-2018 16:24:29
196 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
In zijn nieuwjaarstoespraak herhaalde burgemeester Roelen nog eens zijn plannen voor wat
de beleidsmakers ‘Groot Zwolle’ noemden. Door
de opheffing van Zwollerkerspel (per 1 augustus
1967) kon Zwolle naar alle kanten uitbreiden,
vooral met de vestiging van nieuwe industrieën.
Wel merkte Roelen wat beteuterd op dat de
gehoopte nieuwe vestigingen van buitenlandse
bedrijven (in navolging van Scania) waren uitgebleven.2 De Zwolse gemeenteambtenaren dachten
met hun burgemeester mee. Eén van hen had al
een slogan bedacht voor advertenties om industrieën over te halen zich in Zwolle te vestigen:
‘Ruimer dan de randstad is de Zwolse stadsrand’.3
Het idee van Groot Zwolle bleef in de kringen
van het gemeentebestuur rondzingen. Tijdens een
bijeenkomst voor het plaatselijke bedrijfsleven in
november benadrukte burgemeester Roelen dat
Zwolle alles in zich had om uit te groeien tot een
stad van een kwart miljoen inwoners. Tijdens de
bijeenkomst ging ir. Krijtenburg van Openbare
Werken in op de ruimtelijke aspecten van de
uitbreiding van Zwolle. Hij achtte een concentrische uitbouw mogelijk, die echter gevolgd moest
worden door lineaire uitbouw, ‘om de stad – wil
zij contact houden met de natuur – niet een steenmassa te laten worden.’ Zijn, in eigen woorden,
‘futuristische ideeën’ voorzagen in 26.000 woningen langs de Vecht en een groot aantal woningen
langs de bestaande spoorlijnen. Alleen al langs
de spoorlijn naar Almelo kon ruimte gemaakt
Burgemeester Roelen
presenteert op 11 oktober het Structuurplan
voor een groot Zwolle.
(Collectie HCO)
Het nieuwe Zwolle: de gemeentegrenzen na de opheffing van Zwollerkerspel.
Het besluit om de gemeente Zwollerkerspel op te heffen werd op 7 maart 1967
goedgekeurd door de Eerste Kamer. Op 8 maart kwam de Zwolse Courant met
een extra editie, waar onder meer de vergroting van het grondgebied van de
gemeente Zwolle uitvoerig belicht werd.
ZHT4 2017.indd 24 23-1-2018 16:24:31
zwols historisch tijdschrift jrg. 34 – nr. 4 | 197
worden voor 36.000 woningen volgens Krijtenburg.4 Ja, futuristisch waren deze ideeën zeker, of
moeten we eerder zeggen utopisch: Zwolle had in
1967 nog maar net de 60.000ste inwoner mogen
begroeten, al zou dat aantal door de opheffing van
Zwollerkerspel al gauw stijgen tot 73.000.5
Vijftig jaar terug in de tijd
De bespiegelingen over een Groot Zwolle strookten niet altijd met de aanpak van de gemeente in
het hier en nu. In de winter van 1965/1966 waren
werkloze arbeiders verplicht tewerkgesteld voor
de aanleg van park de Wezenlanden.6 Dat ging
maandenlang door tot er vileine artikelen over
dit door het ministerie van Volkshuisvesting
gesubsidieerde project in de landelijke dagbladen verschenen. De arbeidsomstandigheden in
Zwolle waren volgens het Nederlands Katholiek
Vakverbond onnodig zwaar. Een verslaggever
van de Zwolse Courant stapte er op af en wond er
geen doekjes om: ‘Wie het park De Wezenlanden in aanleg betreedt, stapt vijftig jaar in de tijd
terug.’ De ongeveer honderd arbeiders moesten
er werken met de schop, de kruiwagen en een met
handkracht voortgeduwde kiepkar. En dat, stelde
de verslaggever vast, ‘terwijl binnen een straal van
enkele kilometers vele draglines werkloos en renteloos staan te verroesten. (…) Niemand zal het in
zijn hoofd halen om een plafond te witten met een
tandenborstel als er een flinke kwast binnen zijn
bereik ligt.’ De arbeiders kwamen niet alleen uit
Zwolle en Zwollerkerspel, maar ook uit plaatsen
als Staphorst en Nieuwleusen. De meesten van
hen waren twaalf uur per dag van huis voor een
loon dat nauwelijks meer was dan hun uitkering
van de Werkloosheidswet.
Vooral het niet benutten van beschikbare
machines stak de verslaggever. ‘Als het Ministerie machines laat roesten, laat het ook daarin
gestolde arbeid roesten.’ Of deze verwijzing naar
het gedachtegoed van Karl Marx – dat in de jaren
zestig in linkse kringen weer grote populariteit
genoot – het Zwolse gemeentebestuur over de
streep heeft getrokken is niet bekend, maar zeker
is dat de met de hand voortgeduwde kiepkarretjes al enkele dagen later werden vervangen door
diesel-locomotiefjes. Dat was een waagstuk, want
De laatste stalhouder van Zwolle
Jaar na jaar verdween het Zwolle van weleer. Op 3 april 1967 maakte de
Zwolse Courant melding van het overlijden van een Zwols monument:
Gait Mulder. Wie kende hem niet? Gait Mulder werd in 1893 geboren in de
stalhouderij annex café ‘Het zwarte Paard’ aan de Thomas a Kempisstraat
van zijn ouders. In 1919 opende hij een eigen stalhouderij aan het Diezerplein nr. 4, die hij (vermoedelijk in 1922) kon uitbreiden door de aankoop
van een oude herenstal van baron Van Pallandt aan het Klein Grachtje.
‘Met de dood van “Gait” Mulder is een kleurrijke figuur heengegaan.
Sinds 1919 reed hij duizenden paartjes naar het stadhuis in zijn door
schimmels getrokken bruidskoets, de zweep met bloemen versierd, zelf
een grote bloem in het knoopsgat dragend. Hij was ongetwijfeld één van
de bekendste figuren, zeker tot in 1956 zijn stalhouderij werd opgeheven.
Dagelijks zag men zijn imposante gestalte – 265 pond – op de bok, niet zelden een vierspan of een zesspan mennend.’
Gait Mulder.
(Collectie HCO)
Artikel in de Zwolse Courant van 1 februari 1967.
ZHT4 2017.indd 25 23-1-2018 16:24:33
198 | jrg. 34 – nr. 4 zwols historisch tijdschrift
het ministerie had gedreigd de subsidie in te trekken: afspraak was dat het werk voor 80 procent
met de hand gedaan zou worden en 20 procent
machinaal. In oktober ging het ministerie na een
dringend verzoek van de gemeente Zwolle door de
bocht. De verdeling van menskracht en machines
voor de aanleg van park de Wezenlanden werd
omgekeerd: het werd nu 80 procent machines
en 20 procent mankracht (de tijd van het woord
‘menskracht’ was nog niet aangebroken).7
Zwollenaren tussen het puin
Zwolle hield de vaart erin met het opruimen van
oude gebouwen in de binnenstad en de oude wijken daarom

Lees verder