Wat nou VOC… wij hebben een Hanze-mentaliteit!

Door 23 oktober 2020Artikelen, Nieuws

In de eerste uitzending van het televisieprogramma De Vooravond, de opvolger van De Wereld Draait Door, was een rubriek waarin drie geschiedenisdocenten vertelden over de verschillen tussen stad en platteland in historische perspectief. Volgens hen bestond er nogal wat wantrouwen in het land jegens de Randstad. Verder stelden ze dat het standaard Nederlandse geschiedverhaal sterk vanuit een Hollands perspectief werd verteld. Zo is de term Gouden Eeuw in ons nationale verhaal opgenomen, terwijl het eigenlijk gaat over de bloeiperiode van Holland. In dezelfde periode waren het voor grote delen van de Republiek helemaal geen gouden tijden waren.

Veel mensen in ‘de provincie’ zullen zich in deze opmerkingen herkennen. Er bestaat nogal wat ressentiment tegen ‘het westen’, ‘de randstad’, ‘Den Haag‘ en ‘de grachtengordel’. Zo wordt in oost-Nederland zeker een oost-west tegenstelling ervaren, maar dan in Nederland. In Overijssel speelt dit sentiment bijvoorbeeld recentelijk op wanneer er nauwelijks cultuursubsidies voor podiumkunsten naar deze provincie gaan, of wanneer de wegen tussen Zwolle en Enschede, of Zwolle en Kampen voor de zoveelste keer niet kunnen worden verbreed, met als argument dat de file’s er te kort zijn. En dan hebben we het nog helemaal niet over boerenprotesten. De naam Overijssel zegt trouwens al genoeg, hoewel Achterhoek nog gekker is. Oud-burgemeester van Zwolle, Henk Jan Meijer merkt dit ook op: “Overijssel is geen goede naam. Je kiest het oriëntatiepunt verkeerd. Overijssel is in de 16de eeuw vanuit Utrecht bedacht. Wij, in Overijssel, hebben óók een ‘over de IJssel’, maar dat heet Gelderland. De beeldvorming van een provincie, van een stad, wordt enorm beïnvloed door paradigma’s die al bestaan. Het is de kunst die om te buigen.“[2]

Meijer is niet de persoon om in een slachtofferrol te gaan, of zich verongelijkt te voelen. Economisch is de regio Zwolle opgeklommen tot de vierde regio in het land en er is alle reden om trots te zijn op wat er bereikt is. Desondanks blijft het zeker noodzakelijk om de paradigma’s van beeldvorming om te buigen. In dit kader is het opvallend hoezeer in Noordoost Nederland, maar vooral ook in de IJsselstreek, de term ‘Hanze’ populair is geworden. Dat is zeker het geval in Zwolle.

In 1980 vierde Zwolle zijn 750ste verjaardag als stad. Het hoogtepunt in het feestprogramma was de heroprichting van de Hanze, het middeleeuwse verbond, eerst van kooplieden en later van handelssteden in noordoost Europa. Op uitnodiging van Zwolle kwamen 40 oude Hanzesteden naar de stad om de Nieuwe Hanze (Hanse der Neuzeit) op te richten. De bedoeling was om een nieuw Europees elan aan te wakkeren, nu niet gedragen door landen die vast zaten in oude patronen van de Koude oorlog, maar door samenwerking van steden. Zo’n samenwerking was flexibeler en kon makkelijker inspelen op concrete problemen waar steden mee geconfronteerd werden. Economische samenwerking lag voor de hand, evenals bevordering van het toerisme. Bij oprichting werd besloten om elk jaar in een van de lidsteden de internationale Hanzedagen te houden. Hier kon men elkaar ontmoeten en zich presenteren op toeristisch, maar ook op cultureel terrein. En elk jaar was dit een gelegenheid om op een congres een actueel thema te bespreken. De Nieuwe Hanze werd een groot succes. In 2020 zijn 194 steden uit 16 landen lid en zijn de 40ste internationale Hanzedagen gehouden, weliswaar online vanwege corona.

Vanaf de jaren negentig werd de nieuw gevonden Hanze-identiteit bewust uitgevent door Hanzesteden Marketing, een organisatie opgetuigd door de VVV’s van eerst zeven en later negen steden uit de IJsselregio. Het voornaamste doel was om toeristen te trekken. Het profiel van Hanzestad bleek aan te slaan. ‘Hanze’ is een aantrekkelijk thema met een grote en positief-geladen naamsbekendheid, bijvoorbeeld omdat het is opgenomen in de canon van Nederland en daardoor ingebed in het Nederlandse geschiedenisonderwijs. Bovendien is ‘Hanze’ iets unieks dat de Hanzesteden onderscheidt van het overgrote deel van de Nederlandse steden. Geschiedenis wordt zo in de vorm van een gethematiseerd verhaal ingezet als toeristische trekker. Er kwamen Hanzewandelpaden, Hanzefietsroutes, Hanzestadswandelingen en Hanzevaarroutes. Een gezamenlijke website toont alle evenementen en verblijfsmogelijkheden van de aangesloten Hanzesteden. Het Hanzeverleden is het unique selling point voor de regio. Landelijk is het Hanzestedeninitiatief opgepakt door het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). Deze organisatie promoot de Hanzestedenroute als een van de alternatieven voor het toeristisch overspoelde westen van het land. De Hanzestedenroute is zelfs Europees gegaan, als een van de 33 culturele routes van de Raad van Europa. ‘Hanze’ als trekker voor historisch toerisme werkt.

Naast deze ontwikkelingen gebeurde er nog iets opmerkelijks. Overal in de regio, maar vooral in de oude Hanzesteden zelf,  verschenen vanaf de jaren tachtig aanduidingen met het voorvoegsel ‘Hanze’. Dat was het geval bij aanduidingen uit de overheidskoker, zoals in Zwolle waar een buurt de naam Hanzeland kreeg met straatnamen van andere Hanzesteden. De spoorlijn door de polders werd Hanzelijn genoemd en de nieuwe spoorbrug over de IJssel de Hanzeboog. Maar daarnaast kwamen er vele Hanzeverenigingen en Hanzebedrijven. Waar bijvoorbeeld in Zwolle het Hanzeverleden lange tijd geen rol in de stad speelde, was er nu ineens wel belangstelling. ‘Hanze’ gaf klaarblijkelijk een goed gevoel bij de bevolking en werd als iets positiefs gezien. De vraag rijst waarom dat zo is. Het verleden bewust inzetten voor marketing is één ding, iets anders is het wanneer er spontaan door de bevolking gebruik wordt gemaakt van ‘Hanze’  Waarschijnlijk heeft het te maken met de wens voor een eigen identiteit en hierbij komt de gevoelde tegenstelling oost – west om de hoek kijken. ‘Hanze’ verwijst naar een concreet verleden van de eigen streek, een verleden om trots op te zijn. Zoals in De Vooravond opgemerkt is het dominante geschiedbeeld van Nederland vooral vanuit Holland geredeneerd. De Nederlandse Gouden Eeuw is een Hollandse Gouden Eeuw. De IJsselsteden hadden hun bloeiperiode tussen 1450 en 1550, hun Gouden Eeuw is een eeuw eerder. Zowel op economisch gebied met de Hanze, als op cultureel gebied, onder meer met de Moderne Devotie, was de IJsselstreek een toonaangevend gebied, waarvan de materiёle overblijfselen in de IJsselsteden nog steeds getuigen. Anders dan binnen de Republiek was de oriëntatie van de IJsselregio meer in oostelijke richting dan in westelijke. De ‘Hanze’ is zo een middel om een eigen identiteit te vormen, een anders-zijn dan Holland. ‘Hanze’ is iets waarmee je voor de dag kunt komen. Bovendien is het een identiteit die niet is aangetast door de discussie over kolonialisme, of slavernij. Nee, met de Hanze heeft de IJsselregio een redelijk onbezoedeld verleden met hardwerkende, internationaal gerichte handelslieden, met een culturele bloei die fraaie kerken, kloosters en andere bouwwerken heeft opgeleverd, een verleden waar je trots op kunt zijn, een aantrekkelijk alternatief voor het Hollandse discours.

Dat ‘Hanze’ steeds meer als identiteitsvormend element wordt gezien blijkt bijvoorbeeld uit de Zwolse cultuurnota 2016-2020. Hierin werd ‘het Verhaal van Zwolle’ gelanceerd als uitgangspunt voor gemeentelijk beleid. Naast de Moderne Devotie en de democratie (met als hoogtepunten de patriot Van der Capellen tot den Pol, Thorbecke en de oprichting van de SDAP) is het Hanze-verleden een speerpunt. Uitdrukkelijk wordt hierbij het verleden aan het heden gekoppeld. In de woorden van oud-burgemeester Meijer: ‘In 1980 heeft Zwolle alle Hanzesteden bij elkaar geroepen om samen dit oude verbond te vermarkten. Ik voel me verplicht aan deze traditie, en aan het Zwols initiatief. In elke toespraak in Hanzeverband wordt hiernaar verwezen. Ik vind het mooi om het oude Hanzeverleden te koesteren. Het past bij de geschiedenis, het DNA, van Zwolle, samen met de Moderne Devotie. In hoe we vandaag opereren, vind je sporen uit het verleden terug.’[3] Hij stelt zelfs dat de Hanze en de Moderne Devotie de Zwolse volksaard hebben gevormd, waarbij de Moderne Devotie de gerichtheid op het persoonlijk leven en de gemeenschap heeft gekleurd en de Hanze de gerichtheid naar buiten.[4]

‘Hanze’ is meer geworden dan een middel in de citymarketing om toeristen te trekken. Zelfs meer dan de oorspronkelijke opzet van de Nieuwe Hanze. Het blijkt dat ‘Hanze’ een element van de Zwolse identiteit is geworden, een deel van het DNA van de Zwollenaren. Er is sprake van een geconstrueerde identiteit, want voor 1980 speelde ‘Hanze’ geen enkele rol in de Zwolse beleving. Maar het is een geconstrueerde identiteit die aanslaat en een deel van de verklaring daarvoor ligt in het gegeven dat deze identiteit zich impliciet afzet tegen het dominante discours in Nederland. In het westen hebben ze de VOC, maar in het oosten hebben ze een Hanze-mentaliteit. [1]

Frank Inklaar

Zwolle, 2020

[1] Zie ook: F. Inklaar, ‘De Hanze nu. Van historische periode tot marketinginstrument’, Overijsselse Historische Bijdragen, 132e stuk 2017, De Hanze, 93-107 en F. Inklaar, ‘Hanzestad Zwolle. Het ontstaan van een nieuw imago.’, Zwols Historisch Tijdschrift 34e jrg. 2017 nummer 2, 82-91.

[2] L. Lijkendijk, Lange lijnen. Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle (Zwolle 2019), 101.

[3] L. Lijkendijk, Lange lijnen. Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle (Zwolle 2019), 222.

[4] L. Lijkendijk, Lange lijnen. Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle (Zwolle 2019), 189.