Opgewekte geschiedenissen: 8 Harmen ter Borch en het leven van alledag in Zwolle

Harmen ter Borch. Vrolijk gezelschap. 8 september 1647

Zwolle van oorlog naar vrede

Het is 8 september 1647 als de achtjarige Harmen ter Borch uit Zwolle er eens goed voor gaat zitten. Voor hem ligt een tekening van zijn twintig jaar oudere broer Gerard van een vrolijk gezelschap aan tafel. Je ziet aan de stevige potloodlijnen de inspanning die het Harmen gekost heeft de voor een beginner ingewikkelde compositie weer te geven. Toen de tekening af was vond zijn tekenleraar, vader Gerard ter Borch de Oude, hem goed genoeg om te bewaren. Het was de eerste van een lange reeks tekeningen, waarin Harmen Zwollenaren uit het leven van alledag tekent. Rechttoe, rechtaan, zonder verdere opsmuk. Nu eens een keer niet de dames en heren uit de betere standen, maar vooral mensen uit het volk: Hij ziet sjouwende werklieden, moeders en dienstmeiden met kinderen bij de hand, marktvolk, boeren met kippen en hanen in een mand, veedrijvers, koetsiers en spelende kinderen. Zij tekeningen zijn meestal niet meer dan ruwe schetsen, maar altijd raak getekend, zoals die van mensen die tegen de wind in lopen. Zijn meer dan tweehonderd bewaard gebleven tekeningen geven een uniek kijkje in het Zwolse straatleven in het midden van de zeventiende eeuw.

Harmen ter Borch. Portret van Gerard ter Borch de Oude. 1655.

Gerard ter Borch de Oude had al vele van zijn 13 kinderen leren tekenen, als was hij een verloskundige van de in de familiegenen verborgen schatten. In de jaren twintig had hij zijn zoon Gerard en zijn dochter Anna de kneepjes van het vak bijgebracht, de eerste met groot succes, de tweede een stuk minder, maar voor een meisje stak dat wat minder in die tijd. Over zijn andere dochter, Gesina, kon hij wat tevredener zijn, maar die was dan ook in hoge mate gemotiveerd. Midden jaren veertig, toen ze een jaar of vijftien, zestien was, kon ze het wel zonder de hulp van haar vader af. Zoon Gerard was al lang het huis uit. Vader Gerard kon zich nu helemaal richten op tekenlessen voor Harmen, de tweede zoon uit zijn derde huwelijk, met Wiesken Matthijs. Zijn geboortedatum is niet bekend; hij werd gedoopt op 11 november 1638 te Zwolle.

Bartholomeus van der Helst. Schuttersmaaltijd ter gelegenheid van de Vrede van Münster 1648

De tekenlessen vonden plaats toen de Tachtigjarige Oorlog bijna achter de rug was. Een jaar na die allereerste tekening van Harmen had de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met de Spanjaarden de Vrede van Münster gesloten. De oudste zoon van vader Gerard de Oude, Gerard de Jonge had de eervolle opdracht gekregen een schilderij te maken van de ondertekening. Dat was een familiefeestje waard. Maar ook in Zwolle ging het slotakkoord van de oorlog niet ongemerkt voorbij. De vrede werd met trompetgeschal bekendgemaakt. Op de avond van 31 mei 1648 verlichtten brandende teertonnen de Zwolse straten en pleinen. De kleine Harmen zal er met zijn neus bovenop hebben gestaan. Maar voorzichtigheid was geboden en daarom was er enige verontwaardiging in Zwolle toen twee maanden later een deel van de bezettingsmacht werd ontslagen, waaronder soldaten die meer dan twintig jaar in dienst waren geweest. Maar er stond geen vijand meer voor de deur en de met veel geld en inspanning aangelegde verdedigingsgordel van bolwerken, muren en grachten had zijn waarde verloren. Frontierstad Zwolle heeft nooit zijn waarde kunnen bewijzen. De kanonnen op de bolwerken maakten in de jaren die volgden plaats voor bomen.

Langzamerhand kon het gewone leven weer worden hervat. Zo konden onder andere de handelscontacten met Duitsland en tal van andere Europese landen weer worden aangetrokken. Werk aan de winkel dus voor Gerard de Oude, die als convooi- en licentiemeester verantwoordelijk was voor de belastingtechnische afwikkeling van de buitenlandse handel van Zwolle. Maar in de avonduren had hij tijd genoeg voor tekenlessen aan Harmen en niet lang daarna ook aan diens kleine broertje Moses (1645-1667).

Tekenles

Harmen ter Borch. In de wind. januari 1642.

Harmen had inmiddels de smaak te pakken gekregen en tekende ijverig door. Zo te zien kreeg hij gerichte opdrachten van zijn vader. Hij moest eerst maar eens figuren leren tekenen – staand, lopend, zittend. Blijkbaar was hij een snelle leerling, want hij was nog maar negen jaar toen hij op één vel negen mannen en vrouwen tegen de wind in lopend tekende. Lang niet eenvoudig. Ook als het te koud of te donker was, hoefde hij niet stil te zitten, zijn broertje was een geduldig model. Op de volgende tekening zien we de vierjarige Moses tekenend, zijn voeten verwarmend op een stoof, want het was hartje winter, een paar dagen voor kerstmis. Zelfs in de huizen van de elite was niet in alle vertrekken een haard aanwezig. ‘Naet leven’ (naar het leven), schreef zijn vader eronder om duidelijk te maken dat Harmen zelf de tekening had gemaakt en niet nagetekend.

Moses ter Borch. De vierjarige Moses aan het tekenen. 23 december 1649

Twee weken later tekende Harmen zowel zittend als vioolspelend, want dat hoorde in de kringen van de Ter Borchs bij een goede opvoeding. Een mooi tijdsbeeld is het rokje dat de kleine Moses draagt. Het was in die tijd nog gebruikelijk dat jongens tot hun zesde levensjaar rokjes droegen.

Harmen ter Borch. Moses zittend en viool spelend. 13 januari 1650.

Een mooi voorbeeld van zijn lessen in figuurtekenen is onderstaande afbeelding. Als kind van zijn tijd ging Harmen geen onderwerp uit de weg. Hij tekent frank en vrij een pissende jongen, ontegenzeggelijk in een fraaie houding, te midden van een aantal vrouwen.

Harmen ter Borch. Diverse figuren, met pissend jongetje. 1650.

Huiselijk leven

Samen met het hele gezin verbleef Harmen afwisselend in hun huis aan de Sassenstraat 21 en in buitenhuis de Ramshorst in Dieze. In Zwolle tekende hij vooral mensen op straat en op de markt; in of bij de Ramshorst legde hij de boerenbevolking, veedrijvers en herders met hun kudde vast. Maar af en toe gunt hij ons een kijkje in de huizen van zijn ouders. Voor een vollediger beeld laat ik twee schilderijen van zijn broer Gerard de Jonge zien, die al vrij vroeg het huis uit was, maar af en toe op bezoek kwam. De volgende tekening is, omdat het een zolder is, vermoedelijk in de Ramshorst gemaakt. We zien een dienstmeid over een kist gebogen. Het zou haar klerenkist kunnen zijn, die dienstmeisjes meenamen van de ene betrekking naar de andere. Het is een van de schaarse tekeningen van Harmen met een wat meer uitgewerkt interieur.

Harmen ter Borch. Dienstmeid bij kist. Ca. 1651

De volgende tekening is voor het bordes van de Ramshorst gemaakt. Een dienstmeid is bezig water te putten. Nog maar weinigen vermoedden in die tijd dat onbedorven water van levensbelang is. Een kentering kwam toen het Zwolse stadsbestuur maatregelen nam na de pestepidemie van 1636. Het verving de middeleeuwse waterputten door pompen, waarvan er in Zwolle nog een paar bewaard zijn gebleven. Bovendien kregen veel grote huizen, zoals de Ramshorst, spoelputten.

Harmen ter Borch. Dienstmeid haalt water uit een put. 25 februari 1651. 

De moeder van Harmen was Wiesken Matthijs, de derde vrouw van Gerard ter Borch de Oude. Hoewel de familie er het nodige personeel op na kon houden, speelde zij een belangrijke rol in het huishouden. Dat moest ook wel, want vanaf haar huwelijk met Gerard de Oude in 1628 had zij maar liefst negen kinderen ter wereld gebracht, van wie er vier op heel jonge leeftijd zouden overlijden. Van veel van die kinderen zijn portretten bewaard gebleven, van Harmen voor zover bekend niet een. Van de jongste van het stel, Moses, des te meer. Met name Gerard ter Borch de Jonge (1617-1681) de oudste zoon van Gerard de Oude, heeft vele tekeningen en schilderijen van hem gemaakt. Vaak ook samen met diens moeder. Op de volgende afbeelding leert moeder Wiesken haar zoontje Moses lezen.

Gerard ter Borch de Jonge. Moeder Wiesken Matthijs leert Moses lezen.

Ook van Gerard ter Borch is het schilderij waarop we moeder Wiesken de kleine Moses zien vlooien. Dat vlooien kwam in de beste families voor. Al was je eigen huis nog zo schoon, een wandeling door de stad of een bezoekje aan de markt kon al voldoende zijn om met ongedierte thuis te komen.

Gerard ter Borch de Jonge. Moeder Wiesken vlooit haar zoontje Moses.

Naar de markt

De rolverdeling van een gezin uit de stedelijke elite was glashelder: de man verdiende de kost, de vrouw zorgde voor de kinderen en het huishouden, meestal aanzienlijk geholpen door personeel. Bij grote gezinnen – en dat waren er nogal wat – had de moeder alleen al een dagtaak aan het verzorgen van haar kinderen, vaak geholpen door de oudere kinderen van het gezin. Ging moeder de deur uit, dan moesten de kinderen mee. De uitdrukking ‘aan moeders rokken hangen’ is hier treffend door Harmen verbeeld. Naast haar lopen twee jongens (met de hoeden) en een meisje. De baby op haar rug is stijf ingebakerd, wat in die tijd zeer gebruikelijk was als de moeder even de handen vrij moest hebben. Harmen liet de omgeving weg, zodat niet te zien is waar dit in Zwolle is. Gezien de boodschappenmand is het gezin misschien op weg naar de markt en die was voor elke Zwollenaar die binnen de binnen de stadsmuren woonde, op loopafstand.

Harmen ter Borch. Moeder met kinderen. 19 oktober 1650.

Juist in de tijd dat Harmen zijn tekeningen maakte, werd op de vroegere Bethlehemshof de Nieuwe Markt aangelegd. Daar was ruimte ontstaan toen na de Zwolse beeldenstorm van 1580 de kloosterlingen het Bethlehemsklooster hadden moeten verlaten. Een mooie ruimte voor de boeren en tuinders uit Assendorp om hun melk, boter en groenten uit te stallen. Op de volgende twee tekeningen – op twee achtereenvolgende dagen gemaakt – zien we de groentemarkt in vol bedrijf. De marktvrouw (van voren en van achteren gezien) zit in een hokje dat bescherming biedt aan wind en regen.

Harmen ter Borch. Groentemarkt te Zwolle. 28 februari 1651

Harmen ter Borch. Groentemarkt. 1 maart 1651

De marktvrouwen moeten potige dames zijn geweest. De boerin op de onderstaande tekening draagt een juk met twee zware melkemmers en een mand met groente op haar hoofd. Let ook op de blote voeten.

Harmen ter Borch. Vrouw met juk met melkemmers. 1648. 

Op welke plek dan ook, de Zwolse markten waren (en zijn) een levendige bedoening. Hier volgt een kleine greep uit de markttekeningen van Harmen.

Harmen ter Borch.  20 juni 1649. Twee vrouwen op de markt. De vrouw links draagt een ‘Dietse muts’, dat in de 17e eeuw wel werd gedragen door boerenvrouwen. In de grote mand zit een haan. De vrouw rechts draagt een kindje en een haan.  

Harmen ter Borch. Een marktkramer stalt zijn mand met linten uit voor twee kooplustige vrouwen. Ca. 1650.

Harmen ter Borch. Een borstelventer draagt borstels in alle maten en soort met zich mee. Ca. 1650.

Harmen ter Borch. Ketelventer. Ca. 1650.

Harmen ter Borch. Markthandelaren. 12 februari 1651 en 7 januari 1652.

Zakkendragers en sjouwermannen

Tot ver in de negentiende eeuw was zakkendrager een volwaardig beroep. Zwolle had zelfs een zakkendragersgilde. In de haven aan het Rode Torenplein sjouwden ze zakken met meel, graan, turf van en aan boord van de schepen. Zoals Harmen laat zien in zijn tekeningen droegen ze nog veel meer.

Harmen ter Borch. Zakkendrager. 18 januari 1651.

Harmen ter Borch. Drager met mand. 1649.

Harmen ter Borch. Man die een rek of ladder draagt. Ca. 1650.

Harmen ter Borch. Sjouwerman die een ton draagt. Het zou een biervat kunnen zijn. Zwolle had net als andere steden eigen bierbrouwerijen. Ca. 1650.

Kinderspelen

Harmen ter Borch. Jongen aan het touwtjepringen. 31 mei 1649

Homo Ludens, de spelende mens. Huizinga schreef er een heel boek over, spelen is een wezenskenmerk van de mens. Harmen, zelf nog maar nauwelijks de kinderschoenen ontgroeid, maakte een aantal tekeningen van spelende kinderen. Het was een populair genre in de zeventiende eeuw. Je vindt ze vaak afgebeeld op tegeltjes. Veel van deze spelen zijn in onze tijd nog steeds bekend, zoals touwtjespringen en knikkeren. Andere zoals tiepelen zijn verdwenen. De tekening hierboven is mede interessant omdat het een jongen is die touwtjespringt. Niet alleen in Zwolle, maar overal in ons land was touwtjespringen toen een jongensspel. Er zijn uit deze tijd geen afbeeldingen bekend van touwtjespringende meisjes. Hoewel… Op de tekening hieronder helpt zo te zien toch een meisje mee.

Harmen ter Borch. Touwtjes springen. 15 april 1651

Harmen ter Borch. Kruip door, sluip door. 27 januari 1650

Op de tekening hierboven en hieronder wordt het spel ‘kruip door, sluip door’ gespeeld. De jongens zijn in de meerderheid.

Harmen ter Borch. Kruip door, sluip door. 22 april 1652. 

Harmen ter Borch. Het spel Jonas in de walvis. 26 februari 1649. 

Hier spelen jongens het wilde spel ‘Jonas in de walvis’, ontleend aan het bijbelverhaal, waarin Jona overboord wordt gezet en opgeslikt door een walvis.  In de tijd van Harmen werd er het volgende liedje bij gezongen: ‘Jona in de wallevis, die vannacht gevangen is, van je één, twee, drie.’ Twee jongens slingeren een kind stevig heen en weer en gooien het na het ‘één, twee, drie’ naar twee andere jongens, die het moesten opvangen. Ook tegenwoordig wordt het spel nog wel gespeeld.

Harmen ter Borch. Jongen met hoepel en stok. 30 januari 1651

Harmen ter Borch. Jongen gaat bal gooien. 21 februari 1651.

Harmen ter Borch. Knikkerende jongens. 4 januari 1648. Hij maakte deze tekening toen hij nog maar net negen jaar oud was. 

Ik geeft twee voorbeelden van tegenwoordig onbekende spelen. Op de volgende tekening zijn twee jongens aan het ‘tiepelen’. Met een wat langere stok slaat de linker jongen een korte stok (de tiepel) naar een andere jongen. Die moet proberen de tiepel met zijn hoed op te vangen.

Harmen ter Borch. Twee jongens spelen ‘tiepelen’. 7 februari 1650.

Op de tekening hieronder zijn drie jongens aan het ‘koten’. De linker jongen probeert met ‘de koot’ één of meer van de vier rechtopstaande houtjes te raken. Het is een soort bowlen avant la lettre.

Harmen ter Borch. Jongens spelen het spel ‘koten’. 29 december 1649.

Karren en rijtuigen

Bij alle werk waar tegenwoordig een vrachtauto, busje of ander gemotoriseerd vervoer bij te pas komt, gebeurde dat vroeger met karren, paard-en-wagen of voor personenvervoer met een rijtuig. In de tijd dat Harmen opgroeide, waren de meeste soldaten uit de stad verdwenen, zodat de gewone orde weer een beetje was hersteld. Harmen tekende daarom in tegenstelling tot zijn oudere broer (Gerard de Jonge) en zuster (Gesina) geen stoere militairen op paarden, maar eenvoudige werklieden die dag in dag uit op de markt, de haven of gewoon op straat  onverstoorbaar hun werk deden. Eén van die bescheiden werkzaamheden was het opruimen van de mest, waar aan het eind van de dag de straten mee vollagen.

Harmen ter Borch. Mestkar. 31 januari 1652

Herman ter Borch. Kar met vracht en uitgespannen paarden. 21 januari 1653

Harmen ter Borch. Huifkar met passagiers. 26 januari 1651

Vee

Eeuwenlang  is Zwolle een stad geweest met een bloeiende veehandel. De oudste min of meer vaste beestenmarkt lag vanaf de Zwolse Beeldenstorm van 1580 aan de markt. Zoals de naam al aangeeft, lag de nadruk op de handel in ossen. Ossen, gecastreerde stieren, werden aangevoerd vanuit Duitsland. Ze waren erg in trek als slachtvee, hoewel boeren op het land ossen ook wel gebruikten als trekkracht voor op het land. Het is zeer waarschijnlijk dat Harmen zijn tekeningen in en om de Ossenmarkt heeft gemaakt. Op de tekening hieronder zien we hoe een lange rij ossen naar de markt wordt gevoerd. Harmen maakte de tekening op 3 oktober 1651. Oktober en november waren de slachtmaanden, zodat de beesten waarschijnlijk aan de laatste wandeling van hun leven bezig zijn.

Harmen ter Borch. Met ossen naar de Ossenmarkt (?). 3 oktober 1651.

Harmen ter Borch. Koeiendrijver. Ca. 1650

Naast de Ossenmarkt had Zwolle ook een varkensmarkt en wel op de tegenwoordige Blijmarkt. In 1631 kwamen daar ook paarden bij. Die markt was zo groot dat hij zich uitstrekte van de Blijmarkt tot rondom de Ossenmarkt. In de tekeningen van Harmen is geen varken te bekennen. Wel maakte hij een opmerkelijk aantal tekeningen van herders met een kudde schapen. Zwolle had geen afzonderlijke schapenmarkt. Hattem wel en dat was ook de dichtstbijzijnde plaats in de omgeving met heidevelden waar schapen zoals gebruikelijk was gehouden werden. We moeten dus gissen waar hij de onderstaande tekeningen maakte.

Harmen ter Borch. Heder en herderin met een kudde schapen. 1 november 1651. 

Harmen ter Borch. Heder met kudde schapen. Ca. 1650.

Harmen ter Borch. Herder met kudde schapen naast een sloot. 1651.

Tot slot

In een opmerkelijk korte periode – ruwweg tussen 1647 en 1655 – , dat wil zeggen van zijn achtste jaar tot zijn veertiende jaar maakte Harmen een groot aantal schetsen van het gewone leven in Zwolle. Slechts zelden werkte hij een schets uit tot een wat meer gedetailleerde tekening  of schilderij. Als ze er zijn geweest dan zijn ze verloren gegaan. Talent had hij zeker. Zijn schetsen doen niet onder bij de tekeningen van zijn broers en zuster op die leeftijd. Maar vrij plotseling stopt hij ermee. In 1661 nam hij de (zeer) goedbetaalde functie van zijn vader over, die van meester van licenten en convooien van Zwolle. In 1664 trad hij in het huwelijk met Maria Croesen van Enkhuizen (voortkomend uit zijn handelscontacten?) en betrok hij een huis naast de van zijn ouders aan de Sassenstraat 21. Ze kregen drie kinderen. Harmen overleed in september 1677.

Jan van de Wetering
Zwolle, in tijden van corona, 14 mei 2020

 

 

Meer artikelen over de tekeningen van de familie Ter Borch
Opgewekte geschiedenissen: 4 De Grand Tour van Gerard ter Borch de Oude
Opgewekte geschiedenissen: 6 Een Zwolse pastorale

Geraadpleegde literatuur:
Ach Lieve Tijd
Elberts, W.A., Historische wandelingen in en om Zwolle
Geesink, J. Uit Zwolle’s verleden; Schetsen van stad en omgeving
Hattum, B.J. Geschiedenissen der stad Zwolle
Heideveld, Henk, Rembrandt in Zwolle; Verkenningen van een kunstenaar
Hove, Jan ten, Geschiedenis van Zwolle
Kettering, Alison Mc Neill, Drawings from the Ter Borch Studio Estate 1 en 2
Streng, J.C., Zwols biografisch woordenboek; Een draagbaar mausoleum
Streng, J.C., Stemme in staat; De bestuurlijke elite in de stadsrepubliek Zwolle 1579-1795
Pot, C.W., Zwolle’s omgeving omstreeks 1900
Vries, Thom. J. de, Geschiedenis van Zwolle, deel 1 en 2
Wetering, Jan van de, De Zwolse canon; Geschiedenis van Zwolle in vijftig vensters
Wetering, Jan van de, Opgewekte geschiedenissen: 4 De Grand Tour van Gerard ter Borch de Oude
Wetering, Jan van de, Opgewekte geschiedenissen: 6 Een Zwolse pastorale
Zwols Historisch Tijdschrift

Afbeeldingen
Tenzij anders aangegeven zijn alle afbeeldingen van het Rijksmuseum Amsterdam, waarvoor mijn grote dank.