On(t)roerend monumentaal 16: Het nieuwe stadhuis

Foto hierboven: nieuwe stadhuis (foto Hans Westerink)

Het ‘nieuwe Stadhuis’ is een ontwerp van architect Konijnenburg. De in 1921 in Rotterdam geboren architect had zijn bureau in Parijs. Van het oeuvre van deze oud-leerling van architect Gerrit Rietveld is weinig bekend. In Marokko had hij het Stadhuis van Agadir ontworpen en in Nederland het Administratiegebouw en het Stadhuis in Arnhem. Het Stadhuis in Arnhem heeft tegenwoordig de status van gemeentelijk monument.

Stadhuis Arnhem

Stadhuis Agadir (foto internet)

In Zwolle zal men destijds onder de indruk van de uitgevoerde plannen in Arnhem zijn geweest.  De Zwolse gemeenteraad keurde dan ook In 1964 een schetsplan van Konijnenburg voor een nieuw stadhuis goed. In dit voorlopig ontwerp zou de omliggende bebouwing, waaronder De Wheeme, moeten wijken voor nieuwbouw. In 1969 kreeg hij groen licht van de raad om zijn ontwerpbestek gereed te maken. Niet iedereen in de stad was enthousiast. Onder leiding van De Vrienden van de Stadskern en Bond Heemschut werd felle oppositie gevoerd. Ook bij de behandeling van het ontwerp in mei 1972 in de Zwolse raad was er een flinke discussie op gang gekomen. PSP raadslid Gerrit van de Brug werd van zijn ziekbed naar de raadszaal gehaald om bij de stemming aanwezig te zijn.

Het nieuwbouwplan werd in eerste instantie verworpen. In oktober 1972 werd een gewijzigd ontwerp van Konijnenburg unaniem door de raad aangenomen. Het aangepaste en uitgevoerde ontwerp was ten opzichte van zijn eerste plan aanzienlijk gereduceerd. Zo werd de Wheeme behoed voor sloop en als onderdeel van het stadhuiscomplex opgenomen. Ook werd beter rekening gehouden met het historische verloop van de Praubstraat. De bouw kon uiteindelijk in 1973 beginnen en op 15 mei 1976 werd het ‘nieuwe Stadhuis’ officieel geopend.

Konijnenburg schrijft ter gelegenheid daarvan in een liber amicorum een artikel waarin hij een bekende uitspraak ‘A camel is a horse designed by a committee’ van Frank Lloyd Wright aanhaalt. Verder schrijft hij dat : ‘Iedere architect die zijn werk met commissies wordt geconfronteerd , weet hoeveel overtuigingskracht er nodig is ten einde intenties te rechtvaardigen, zijn inzichten te verdedigen, kortom zijn ontwerp intact te houden en te perfectioneren tot in alle details en tot het einde. Zwolle vormde hierop geen uitzondering. Zelden hebben zoveel mensen zich met een zo beperkt aantal m3 bezig gehouden vanaf 1963 tot de voltooiing in 1976. Dat het paard desondanks geen kameel is geworden, is uiteindelijk te danken aan een zekere kwaliteit van het beleid ten aanzien van een aantal voorwaarden, beslissend voor het welslagen van voorbereidings- en bouwprocedure Ter herinnering aan de openingsdag werd door de gemeente Zwolle een bronzen penning geslagen. Zwolle kreeg met het gewijzigde plan van Konijnenburg een eigen, uniek, identiteitsbepalend en specifiek op de Zwolse situatie toegesneden stadhuis.

Nieuwe stadhuis, de patio (foto Hans Westerink)

Ondanks een aantal verbouwingen geeft het stadhuis in 2020 in het exterieur als in het interieur het tijdsbeeld van begin jaren ‘70 van de vorige eeuw goed weer. De gebroken voorgevel, met zijn kenmerkende betonnen schijven, is bekleed met Ceppo di Gré, een natuursteensoort afkomstig uit Noord-Italië , in de buurt van Bergamo. Ook de overige gevels zijn bekleed met dezelfde natuursteensoort. Het dak van de Raadzaal bestaat uit hypparschalen. Het zijn 24 prefab vervaardigde houten onderdelen. Ze lijken te zweven en geven door de bijzonder vorm een dynamiek aan het gebouw.

Trappenhuis met burgerzaal (foto Hans Westerink)

Toiletgroep met tegelwerk (foto Hans Westerink)

Het interieur van de hal bestaat uit fraaie plafonds, hoge ramen aan de patiozijde en een travetin-scuro-Cipresso tegelvloer. De Burgerzaal wordt gekenmerkt door zijn oranje cirkelvormige ornamenten in het plafond. De Raadszaal heeft gelamineerde houten liggers. Het voormalige restaurant is voorzien van fraaie houten plafonds en het trappenhuis heeft nog steeds de oorspronkelijke verlichting en toiletten met fraai tegelwerk. In dit alles is nog steeds de hand van Konijnenburg te zien. Een unicum in het gebouw is de schuilkelder, de bomvrije noodbestuurspost waar het stadbestuur in tijden van oorlog of oorlogsdreiging de stad kon blijven besturen.

  

Bronzen herinneringspenning (foto Johan Teunis)

De kelder herinnert aan de ‘koude oorlog’ en de vrees in de jaren ’70 voor de atoombom. Architect Konijnenburg wist elk onderdeel van zijn ontwerp te plaatsen. Als hij vanuit Parijs naar Zwolle kwam, om het in aanbouw zijnde stadhuis te bezoeken, bekeek hij nauwelijks de bouwtekeningen. Een afwijkend of niet goed uitgevoerd bouwdetail merkte hij echter direct op. Bij een dergelijk gebouw gaat het dan al snel om honderden details. Nu in 2020 past het in 1976 voltooide ‘nieuwe Stadhuis’ nog steeds in het stedelijk weefsel van de Zwolse binnenstad met zijn oudere bebouwing. Het gebouw wordt dan ook door de Zwollenaren gewaardeerd. Ook het stadsbestuur zal trots op haar stadhuis zijn, niet voor niets vormde de gevel aan het Grote Kerkplein jarenlang het logo van de gemeente. Het gebouw is opgenomen in de Wederopbouwbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Door dit alles verdient het stadhuis in Zwolle net als het stadhuis in Arnhem een plaatsje op de gemeentelijke monumentenlijst.

Tekst: Johan Teunis
Geraadpleegde bronnen:
– Erfgoed gemeente Zwolle
– Vigilate et Orate, Liber amicorum Hemmy Clevis