On(t)roerend Monumentaal 10: De Fundatie

Door 26 november 2018Artikelen

Gerechtshof begin twintigste eeuw

In de publicatie wandelingen in en om Zwolle ( 1890) door W.A. Elberts omschrijft hij het Paleis van Justitie aan de Blijmarkt als ‘een der fraaiste gebouwen der stad’. Dat is nu in de 21ste eeuw volgens velen nog steeds zo. Het voormalige Paleis van Justitie is een ontwerp uit 1838 van de Haagse architect Eduard Louis de Coninck (1808-1840). Over deze jonggestorven architect is nagenoeg niets bekend. Volgens het Haagse bevolkingsregister was hij op 5 juni 1837 vanuit Havelbeck naar Den Haag gekomen. Uit onderzoek blijkt dat Havelbeck niet bestaat en het vermoedelijk om Havelberg in het toenmalige Pruisen gaat. Verder is bekend dat De Coninck voor het leerjaar 1837-1838 als hoofdonderwijzer werd aangesteld aan de Haagse Tekenacademie. Hier gaf hij les in het bouwkundig ornament en was hij ‘onderinstructeur’ bij het vak doorzichtkunde (leer van het perspectief). Tot zijn onverwacht vroege dood in 1840 bleef hij deze functie uitoefenen. Zowel in de Staatscourant als in de Overijsselsche Courant van 26 april 1838 werden de eisen en voorwaarden genoemd waaraan het ontwerp voor het Zwolse justitiepaleis diende te voldoen. Het gebouw zou met de voorgevel naar de Blijmarkt en met de achtergevel naar de ‘Stadswandelingen’ (het bastion van de Suikerberg) worden gericht. Elf architecten en of bouwkundigen dienden een plan in. Er werd voor het plan van De Coninck gekozen. De geraamde bouwkosten bedroegen 75.000 gulden. Aannemer P. van Limburg uit Ameide nam de bouw aan. Het classicistische gebouw is tweezijdig symmetrisch en ligt op de grens van de middeleeuwse binnenstad met zijn gesloten sfeer en de oude stadswal die in de 19de eeuw verbouwd is tot een landschapspark, de Potgietersingel, met een vloeiende open sfeer.

Gerechtshof, jaren dertig twintigste eeuw

In zijn opzet en vormgeving sluit De Coninck’ s ontwerp aan bij de heimwee naar de klassieken. Het was een zoektocht naar een bovenregionale eenheidsstijl zoals die in die tijd niet alleen in Nederland maar ook in de rest van Europa plaatsvond. Het op de pure vormentaal van Grieken en Romeinen gebaseerde Neoclassicisme leidde tot de bouw van het paleisachtige overheidsgebouw met tempelfronten. Dat De Coninck les gaf in het bouwkundig ornament is aan het gebouw te zien. In 1977 verloor het gebouw de functie van rechtbank. Er was aan de Luttenbergstraat een nieuw justitiegebouw gerealiseerd naar een ontwerp van architect J. Kruger. Het gebouw aan de Blijmarkt werd het nieuwe onderkomen voor de Rijksplanologische Dienst. Omstreeks 1990 verliet deze dienst het gebouw. Van 1994 tot begin 2004 was het voormalige gerechtsgebouw onderkomen voor ‘De Stadshof, Museum voor Naieve en Outsiderskunst’. In 2003 werd duidelijk dat in het gebouw Museum De Fundatie zou worden gevestigd. Architect Gunnar Daan maakte de plannen voor een noodzakelijke verbouwing. Naast enkele ingrepen in het interieur en het dak was de opvallendste wijziging het vervangen van oorspronkelijke toegangsdeuren door glazendeuren met er in de geprinte versie van de oude deuren. In opdracht van de gemeente Zwolle voerde Bert Jonker in 2009 een kleurenonderzoek uit. Door dit onderzoek kreeg het wit geschilderde gebouw in 2010 de oorspronkelijke zandsteenkleur terug. Bij het museum ontstond behoefte aan uitbreiding.

Maquette Biermanhenket architecten

Het ontwerp van de uitbreiding is van architect Hubert Jan Henket. Bij de planvorming zijn tal van voorbesprekingen geweest met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Welstands-/monumentencommissie.

Proefopstelling tegels, hangend aan de kraan

Eerste aanzet staalconstructie (richting Sassenpoort)

Staalconstructie vorm ‘wolk’ wordt zichtbaar

De futuristische uitbreiding oogstte enthousiasme en bewondering. Inspraakvergaderingen met belangengroeperingen zoals de Vrienden van de Stadskern, buurtbewoners, ondernemers en andere belanghebbenden werden gehouden. Al deze bijeenkomsten liepen voorspoedig en positief ten aanzien van het plan. Uitbreiding aan de zijde van de Blijmarkt was voor alle deskundigen onbespreekbaar en volgens architect Hubert Jan Henket zou een aanbouw aan de zijde van de Potgietersingel de symmetrie van het bouwvolume verbreken. Een ondergrondse uitbreiding was technisch niet haalbaar en een uitbreiding naast het gebouw leverende een ongewenste routing op. Een opbouw op het dak zou uitkomst bieden, mits zeer zorgvuldig vormgegeven.

De Fundatie Potgietersingel

De Fundatie Blijmarkt

Het ontwerp bestaat uit een tweezijdig symmetrisch ellipsvormig volume dat door middel van een glazen tussenlid op het Paleis rust, dat daardoor visueel intact blijft. Aan de noord/ stadszijde kijkt een grote oogvormige glaspartij uit over de stad. De dakopbouw, ook wel de wolk genoemd, heeft een dekking van 3D-keramische tegels in een van wit naar lichtblauw verlopende kleur. Deze speciale tegels zijn gefabriceerd bij de Koninklijke Tichelaar Makkum. De ronde vorm van het nieuwe volume contrasteert met de klassieke opbouw van het bestaande gebouw en voegt zich naar het vloeiende karakter van Zochers parkontwerp voor de singels rond de stad. In het interieur wordt het atrium met een spectaculaire trap het bindend element tussen de twee verschillende museale werelden. Sinds de opening ontvangt Museum De Fundatie veel extra bezoekers en waardering en is de wolk op het dak een kenmerkend onderdeel geworden van de skyline van Zwolle.

Een kijkje over de stad vanuit de wolk

Tekst: Johan Teunis, Bron: Erfgoed Zwolle, Foto’s Erfgoed Zwolle, HCO, BiermanHenket architecten, Jeroen Drost, Geheugen van Nederland, Johan Teunis