De geschiedenis van een stenen woonhuis
Bij een aantal panden in de Zwolse binnenstad dateert de kern van het gebouw uit de middeleeuwen. Fragmenten of complete onderdelen zijn als zodanig te herkennen. Het gaat hier vaak om onderdelen als balklagen, kappen, kelders, vensters en muurrestanten. Daarnaast is er een aantal panden direct als middeleeuws herkenbaar. Het betreft hier de zogenaamde versteende huizen.
In Zwolle zijn in de 15de eeuw praktisch alle huizen nog van hout en voornamelijk met riet en stro gedekt. Alleen de rijken waren onder de pannen. De houten huizen waren zeer brandgevaarlijk. In oude Zwolse kronieken wordt vermeld dat de stad in 1324 bijna geheel zou zijn afgebrand. Bewijzen op grond van archeologisch onderzoek zijn echter nog nooit gevonden. Om stadsbranden tegen te gaan, wordt het rond 1400 in Zwolle verplicht bij nieuw te bouwen huizen een harde dakbedekking toe te passen. En wordt aanbevolen de gezamenlijke scheidingsmuur in steen op te trekken. In de Zwolse archieven wordt in 1463 voor het eerst melding van het gebruik van daktegels. Het beleid van het stadsbestuur heeft zijn vruchten afgeworpen. De ramp van een grote stadsbrand is aan Zwolle voorbijgegaan.

 

 

De versteende huizen worden bewoond door de adel, geestelijkheid en notabelen van de stad. In de winter maakt de adel graag gebruik van haar stadswoning. Op het platteland zijn de wegen dan niet begaanbaar en in de stad kan men elkaar ook in de winter gemakkelijk bezoeken. Zaken, politiek of sociale contacten kunnen gewoon doorgaan. Een ander reden voor de adel om een stadswoning te bezitten is de geborgenheid van de stad. In roerige tijden kon men zich verschansen. Enkele voorbeelden van stenen huizen in Zwolle zijn het Hof van Ittersum gelegen in de Sassenstraat naast de Bethlehemkerk, Melkmarkt 41 met traptoren, het zogenaamde Drostenhuis en het Hof van Suythem in de Praubstraat /Goudsteeg.
Een aantal van de meer dan 400 jaar geleden gebouwde stenen huizen hebben nog steeds een woonbestemming of hebben deze opnieuw gekregen. Een voorbeeld zijn de woningen in het Hof van Suythem aan de Praubstraat en Goudsteeg. Het oudste gedeelte van het complex ligt aan de Goudsteeg en dateert uit het midden van de 16de eeuw met nog een oudere kelder. De panden aan de Praubstraat hebben met gebouwen uit begin 17de tot begin 19de eeuw verschillende bouwfases. Het stramien van het oorspronkelijke stratenpatroon van Zwolle is in grote delen van de zuidelijke binnenstad nog steeds terug te vinden. Dat geldt ook voor de omgeving van de hof van Suythem.
Op 7 augustus 1338 verklaarden de deken en het kapittel van Sint Lebuines te Deventer grond in erfpacht te hebben gegeven aan Aelve van Suythem. De familie is welgesteld en afkomstig uit het buurtschap dat even ten noorden van Windesheim ligt en waar zij hun naam aan ontlenen. Op dat tijdstip is er nog geen sprake van een havezate te Zuthem maar zal daar een eenvoudige boerenhoeve gestaan hebben. Voor diensten verleend aan de bisschop van Utrecht, tevens landsheer van Overijssel, wordt de familie beloond. Ze krijgen goederen en worden tot de riddermatigen gerekend. De boerenhoeve wordt dan een havezate. Al in het begin van de 15de eeuw heeft de adellijke familie Van Suythem binnen de stad Zwolle een stenen huis in de Begijnenstraat ( nu Praubstraat ). Door huwelijk en vererving komt Alof van den Ruytenberg in het begin van de 16de eeuw in bezit van dat huis aan de Begijnenstraat. Hij is door huwelijk verwant aan belangrijke Utrechtse geslachten en een vurig aanhanger van de bisschop van Utrecht. Zwolle steunt in die tijd de hertog van Gelre in zijn strijd tegen de bisschop van Utrecht. In 1521 plunderen de Zwollenaren het huis te Zuthem. De bisschop van Utrecht draagt in 1528 zijn wereld gezag in Overijssel over aan Karel V. Er breekt een rustiger tijd aan en Van den Ruytenberg laat zijn havezate in Zuthem weer herbouwen. Ook in Zwolle wenst hij een beter onderkomen. In ieder geval wordt het oude huis van Van Suythem, aan de Praubstraat, afgebroken om er een groter, mooier maar vooral sterker huis op te bouwen. Het nieuwe huis , krijgt de bekende winkelhaak- of L-vorm als plattegrond. Net als de meeste andere adellijke huizen in Zwolle. Het gaat om de huidige panden Goudsteeg 10, 12 en 14. Vergelijkbaar met andere steden zijn deze huizen in Zwolle niet groot en ontbreekt vaak de tuin. De hoofdvleugel van het hof van Suythem staat bijna haaks op de Praubstraat. Een traptoren, in de inwendige hoek van de L, verbindt de verdiepingen met elkaar. De toren wordt bekroond met een uivormig dak. Uit dendrochronologisch onderzoek blijkt dat het constructiehout van de Hof van Suythem in 1557 gekapt is. Door dit jaartal te vergelijken met gegevens uit het archiefonderzoek is het zo goed als zeker dat Adolf , de kleinzoon van Alof, de bouwheer is van het Hof van Suythem.

Na 1600 wordt het huis korte tijd bewoond door burgemeester Helmich van Twenhuysen. Hij bouwt in deze periode een stal bij het huis. De stal ligt aan de Koestraat en is de voorloper van het huidige pand Praubstraat 29. In 1611 koopt Derk Dorenbosch, griffier der Staten, het huis van Helmich van Twenhuysen. De griffier wordt in 1616 schuldig bevonden aan kindermoord , echtbreuk, verduistering van gelden en van vernieling van ambtelijke stukken, De zaak rond de kindermoord en de echtbreuk is door de magistraat van Zwolle geseponeerd. Wellicht speelt mee dat de vrouw van een der Zwolse burgemeesters bij de zaak betrokken is. Door intriges van anderen en door zijn eigen malversaties raakt Dorenbosch aan lager wal en is hij genoodzaakt het huis te verkopen. Jacobus Vriezen bouwt rond 1650 tussen de stal en het grote stenen huis een ruimte voor stalknechten en de tuigkamers, het huidige Praubstraat 27. Dit pand grenst aan de zuidgevel van Goudsteeg 14 welk laatste onderdeel is van het stenen huis. In 1770 wordt Dirk Willem van Raesvelt de nieuwe eigenaar van de Hof van Suythem. Hij verbouwt het huis naar de mode van die tijd. Kruisvensters, trapgevels en de traptoren verdwijnen. Rond 1787 wordt het huis weer verder uitgebreid en wordt de overgebleven vrije ruimte aan de Praubstraat bijna geheel volgebouwd en ontstaat het huidige pand Praubstraat 25 Het oude stenenhuis wordt nu in plattegrond bijna vierkant. Begin 19de eeuw vinder er nog een aantal verbouwingen plaats. In de jaren 80 van de vorige eeuw is het Hof van Suythem met zijn rijksmonumenten gerestaureerd en hebben de verschillende panden een woonbestemming gekregen. Het hof van Suythem kan met deze bestemming verder in zijn reis door de tijd. Dat er rond 1557 een sterk stenenhuis gebouwd is mag duidelijk zijn.

 

Tekst: Johan Teunis
Bron: Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle 2 (ABZ 2 1994)
Foto’s: Angelique Neef-Kok