On(t)roerend monumentaal 17: De Wheeme

 In on(t)roerend monumentaal zijn al eerder ‘Het Oude- en het Nieuwe Stadhuis’ besproken. Nu als laatste De Wheeme. Dit gebouw was tot voor kort een aantal decennia onderdeel van het bestuurlijk centrum van Zwolle.

Het laatgotische gebouw met zijn noordgevel aan de Lombardstraat bestaat uit drie vleugels. Een eerste vluchtige indruk kan zijn dat we met dit L-vormige gebouw met traptoren te maken hebben met een Zwolse adellijke stadswoning zoals het Drostenhuis aan de Melkmarkt. Dat is echter niet het geval. We kunnen haast met zekerheid aannemen dat het gebouw de voormalige pastorie van de Grote- of St. Michaëlskerk is geweest. Al kan een relatie met het Arme-Fraterhuis volgens bouwhistorici op enig moment niet worden uitgesloten. De grote zaal van De Wheeme zou de refter van het Arme-Fraterhuis zijn geweest, waar in 1496 naar aller waarschijnlijkheid een verbouwing heeft plaatsgevonden.

De drie vleugels en een traptoren zijn gelegen aan een semi-openbare binnenplaats die omsloten is door het ‘nieuwe Stadhuis’ en de achtertuinen van de panden gelegen aan de Praubstraat. Aan de oostzijde bevindt zich een trappenhuis van het ‘nieuwe Stadhuis’. Dit trappenhuis met veel glaswanden geeft op de begane grond en verdiepingen toegang tot de Wheeme. De noord-, zuid-, en westgevel liggen vrij aan Lombardstraat en het binnenterrein. De vleugels aan de Lombardstraat en die van de zuidelijke vleugel zijn onderkelderd. Moerbalken met laatgotische sleutelstukken en kinderbalken zijn evenals de kapconstructies voor een groot deel nog oorspronkelijk. De gevels van de Wheeme zijn hard gerestaureerd. Toch lijkt het merendeel van de huidige gevelopeningen zich nog op de plaats van de oorspronkelijke gevelopeningen te bevinden.

Interessant om te melden is een bijna vergeten feit. W.A. Elbers maakt in ‘historische wandelingen in en om Zwolle’ melding van:   ‘Het holle en hooge lokaal, de beide wenteltrappen naar de zolders, de zware muren, de in lood gezette ruitjes der bovenramen spreken van lang vervlogen eeuwen.’  Er waren dus volgens deze bron twee trappenhuizen in of aan de Wheeme. Als men het kadastrale minuutplan uit 1832 en de hulpkaart uit 1868 bestudeert was er ook een oostelijke traptoren. Van deze traptoren zijn nu geen restanten meer te zien.

De Wheeme werd  in de eerste helft van de 16de eeuw omringd door de bebouwing van het Arme Fraterhuis. In 1636 werd het gebouw in gebruik genomen als Lombard of Bank van Leening. De Lombard of lommerd herinnert aan de Lombarden ( Italianen uit Lombardije), die in de 17de en 18de eeuw doorgaans als pachters of bankiers van de bank van lening optraden. Vanaf 1826 werd de Lommerd door de stad beheerd. In 1923 kwam daar een einde aan. Een jaar later in 1924 werd het gebouw verbouwd en uitgebreid en kreeg het pand een nieuwe bestemming. Het bureau van de gemeentepolitie nam toen  intrek in het gebouw.

Bij die verbouwing en restauratie ontdekte schilder Jacob Por van het toenmalige Rijksbureau voor de Monumentenzorg in de noordelijke wand van de grote zaal muurschilderingen. Het is mogelijk dat deze uit 1496 stammen en bij de eerder genoemde verbouwing van het Arme-Fraterhuis zijn aangebracht. De grote zaal op de begane grond meet 6 bij 14 meter. In de noordelijke wand bevonden zich oorspronkelijk zes nissen. Al vóór 1924 zijn de twee oostelijke van de zes nissen geheel weggebroken. Op een foto van de RCE is te zien dat in deze twee oostelijke nissen in het verleden lichtopeningen moeten zijn geweest.  De vier ander nissen zijn gedeeltelijk beschadigd en dichtgemetseld. De afbeeldingen van de muurschilderingen werden door Por in 1924 gefotografeerd  en overgetekend op transparant papier. De nissen zijn 1.5 m breed en 4 m hoog en zijn in het bovenste gedeelte op ongeveer 2.5 m hoogte beschilderd. Boven in de velden van de spitsbogen zijn borstbeelden van de profeten met banderoles waaronder een horizontale wolkenkrans geschilderd. De beschildering is op kalk gezet, met zwart en donkergrijs. In  zwart zijn de contouren getekend en met grijs de schaduwen ingewerkt.  Eeuwenlang waren de schilderingen verborgen in dichtgemetselde spitsboognissen. Waarschijnlijk door het constante klimaat verkeerden de muurschilderingen toen nog in redelijke staat. In vier van de zes muurnissen zijn in de boogtrommels borstbeelden van profeten en op de velden apostelen afgebeeld.

In de eerste meest westelijk gelegen en eerste nis is alleen nog het borstbeeld van Jesaja overgebleven, die met zijn rechterhand wist naar de tekst op een banderol een tekst uit Jesaja 7:14:  ‘Ecce virgo concipiet et pariet filiu(m) ; vocabit(ur) no(men) ei(us) em(m)anuel’ (‘Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een zoon baren, en zijnen naam Emmanuel heten.’)

In de tweede nis van af het westen gerekend is het borstbeeld van de profeet Mischa afgebeeld met een tekst uit Mischa 2:12: ‘Congregaciones congregabo Jac(ob), in unim scivi coduca(m)’. (‘Ik zal Jacob samen vergaderen, Ik zal U geheel tot één samenbrengen.’). Daaronder staan de apostelen Thomas met lans en Jacobus met staf.

In de derde nis van af het westen gerekend zien we het borstbeeld van de profeet Amos met een spreuk uit Amos 9:6: ‘Qui edificat in celo asce(n)s(ionem) ; fasciculu(m) suu(m) terra(m) (fundavit). (‘Zijn opgang bouwt Hij in de hemel en op aarde heeft Hij zijn beste benden gevestigd.) Hieronder de apostelen Bartholomeus met mes en Mattheus met zijn zwaard.

In de vierde nis vanaf het westen gerekend is het borstbeeld van de profeet Tobias weergegeven met de spreuk uit Tobias 13. ‘Benedictus d(e)us qui exaltavit eam et sit regnu(m) eius in s(e)c(u)la  s(e)c(u)lo(rum) sup(er) ea(m)’. (‘Gezegend zij de Heer, die haar verhoogd heeft; blijve over haar zijn heerschappij in alle eeuwigheid.’ Daaronder zijn de apostelen Simon en Judas met zijn hellebaard afgebeeld.

Bij de apostelen zijn ook  spreuken toegevoegd zij vormen een doorlopende tekst. ‘ Descendit ad i(n)ferna: t(er)cia die resurrexit a mortuis (Thomas) … (onleesbaar Jacobus) Credo on spiritum sancum ( Bartholomeus) Sanctam ecclesiam catholicam sanct(am) com(m)unione (m) ( Mattheus) carnis ressurectionem ( Simon) et vitam eternam amen (Judas)’ (Vertaling is nog niet beschikbaar).

In de twee meest oostelijk gelegen nissen zullen vermoedelijk ook schilderingen aanwezig zijn geweest. Maar in 1924 werden hier twee nieuwe vensters aangebracht De overige nissen werden weer dichtgezet en daarmee verdwenen de muurschilderingen  weer uit het zicht en het geheugen van de Zwollenaren.

In 1974 werd het gebouw als onderdeel van het stadhuis gerestaureerd. Daarbij kwamen de muurnissen in de noordgevel met de afbeeldingen weer tevoorschijn. Direct was te zien dat het dichtzetten van de nissen voor de muurschilderingen dit keer wel grote gevolgen heeft gehad. Door een afsluiting van 50 jaar en een ander klimaat in het gebouw dan in de Middeleeuwen  verpoederde de toplaag van het stucwerk en daarmee grote gedeelten van de muurschilderingen.  Door de afdeling Monumentenzorg Zwolle werd advies ingewonnen bij Huub Kurvers van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg ( RDMZ) met de vraag hoe om te gaan met de aangetaste schilderingen. Op zijn advies werden de schilderingen geconserveerd en werden zeer terughoudend enige retouches aangebracht. De Zwolse kunstenaar Joop Eikenaar voerde de restauratie van de muurschilderingen uit. In 1988 schreef Kurvers  hierover lovend in zijn rapportage. Hij noemde de retouches zeer fraai , de mooiste van Nederland. Ook het pleisterwerk werd daarbij hersteld, waardoor  de herkenbaarheid van de muurschilderingen werd vergroot.

In 1988 waren de muurschilderingen er nog slechter aan toe. Het originele schilderwerk, maar ook de retouches kwamen los van het pleisterwerk. De pleisterlaag zelf, liet ook los van het metselwerk. Er was nog weinig over van de oorspronkelijke laatmiddeleeuwse schilderingen. Na overleg met de RDMZ werd duidelijk dat een restauratie niet meer mogelijk is. Uiteindelijk werd ervoor gekozen om de oorspronkelijke muurschilderingen met retouches te kopiëren en op panelen aan te brengen en die in de nissen voor de oorspronkelijke schilderingen aan te brengen. De bestaande schilderingen werden nauwkeurig opgemeten en samen met de foto’s uit 1924 bracht Eikenaar in 1989 voor de tweede keer de muurschilderingen tot leven. Dit keer op panelen.

 

In 1991 verscheen in het Zwols Historisch Tijdschrift een artikel van Jan de Jong met de titel; ‘Muurschilderingen Weeme, of de zin van het kopiëren’. De aanleiding voor het artikel was het kopiëren van  middeleeuwse muurschilderingen omdat de bestaande schilderingen niet meer gered konden worden. De Jong stelt dat een dergelijk besluit kan worden gekenmerkt als een laatste poging om de thematiek en de vormgeving van oude schilderingen te bewaren en staat daarmee bloot aan kritiek. Kopiëren is niet écht’ het resultaat is een ‘namaak’ schildering en bovenal ben je a-historisch, of misschien nog wel erger, historiserend bezig.

In november 2019 werd duidelijk dat de vraag uit 1924 om de blindnissen open te breken weer actueel is. Het pand staat leeg en de gemeente onderzoekt op dit moment de mogelijkheden voor  een herbestemming. Zicht op de Lombardstraat en meer licht in de grote zaal zullen dan vast te sprake komen. Voor een bouwhistorisch onderzoek is een paneel van Eikenaar uit de nissen genomen. Er werd geconstateerd dat de retouches van Eikenaar voor een belangrijk deel zijn weggevallen. Toch zijn er nog gave onderdelen te zien.

Gelukkig zijn de restanten van de oorspronkelijke muurschilderingen, hoe klein ook , nog steeds te zien. Zijn het de stoffelijke resten van de schilderingen of leven de schilderingen nog steeds? Hopelijk blijven de blindnissen met de restanten ook nu weer gespaard en kunnen ze de reis door de tijd voortzetten.

Tekst: Johan Teunis

Bronnen:

–  Klomp, Michael (red) Vigilate et Orate,  Spa uitgevers / Gemeente Zwolle 2020

–  Jong, Jan de, Muurschilderingen Weeme, of de zin van het kopiëre, in Zwols Historisch Tijdschrift, 1991

Foto’s:

–  RCE

–  Erfgoed Zwolle