Ont(roerend) monumentaal 13: De historische buitenplaats Windesheim

Door 6 juni 2019Artikelen, Nieuws

Even ten zuidoosten van Zwolle aan de weg naar Deventer ligt de buurschap Windesheim. Vanaf Zwolle vallen als eerste de korenmolen en de kerk op.

 

Het dorp heeft een interessante geschiedenis. Aan het einde van de veertiende eeuw vestigden de Broeders des Gemenen Levens zich hier. Hun klooster werd op 17 oktober 1387 ingewijd. Vanuit dit moederklooster heeft de beweging van de Moderne Devotie zich over Noordwest-Europa verspreid. De orde was toonaangevend in die tijd en kende in 1511 haar hoogtepunt. Op dat ogenblik was een honderdtal kloosters bij de Congregatie van Windesheim aangesloten. Tijdens de reformatie en de opstand tegen Spanje is het klooster door oranjegezinde watergeuzen verwoest. Het klooster heeft waarschijnlijk ten zuiden van de Dorpstraat gelegen. De kerk, vroeger de brouwerij van het klooster, is het enige gebouw dat aan die tijd herinnert. Ook kelders van omliggende boerderijen kunnen restanten van het klooster zijn.

De havezathe

Even ten westen van het dorp Windesheim ligt landgoed Windesheim. Deze buitenplaats ligt in het stroomgebied van de IJssel, gescheiden door de spoorlijn van Zwolle naar Deventer. De oppervlakte van het totale landgoed is ongeveer 570 hectare, waarvan 470 hectare in gebruik is als landbouwgebied. Het gebied omvat akkers, weilanden, grienden en bos. Het centrale deel van het landgoed, ongeveer 80 hectare, is een beschermde buitenplaats en heeft daarmee de status van rijksmonument. Hier ligt het restant van de havezate Windesheim.

Vanouds werd deze gerekend tot de riddermatige havezaten van Salland (de eigenaar mocht plaatsnemen in de Provinciale Staten van Overijssel). Hendrik Schaep was in 1408 de eerste eigenaar. Hij was proost van St. Lebuïnus te Deventer. Door vererving bleef de havezate tot 1727 in handen van de familie Schaep. In dat jaar werd het oude familiegoed te koop aangeboden en verkocht aan Gijsbert van Dedem. Een heel kleurrijke bewoner kreeg het huis in 1740. Het was de Amsterdamse koopman Paulus Benelle, die zijn vader in 1725 voor 18.000 gulden had opgelicht. Zijn vrouw was eerder, op negentienjarige leeftijd, getrouwd met een zeer gefortuneerde schepen van Amsterdam. Maar omdat zij een al te intieme verhouding had met één van haar lakeien, moest zij na tien jaar scheiden en kwam zij in een ‘verbeterhuis’ terecht. Zij wist daaruit te ontsnappen en in 1742 trouwde zij met de avonturier Paulus Benelle, die zich in de trouwakte ten onrechte de titel jonkheer aanmatigde. Het huis Windesheim lieten zij vergroten en verfraaien. Onder andere met stucwerk dat door de Italiaanse kunstenaar Manoli werd aangebracht. Ook leefden ze buitengewoon royaal. Zo hielden zij er bijvoorbeeld vier knechten, drie meiden en diverse koetsen op na. Het duurde dan ook niet lang of Benelle kon zijn schulden niet betalen. Hij vluchtte naar het buitenland en bleef spoorloos.

Na vele wisselingen van eigenaar werd het buiten in 1813 eigendom van de familie de Vos van Steenwijk genaamd Van Essen. Nog steeds is de buitenplaats in het bezit van deze familie. De nieuwe eigenaren verfraaiden en moderniseerden het huis. Daarnaast breidden ze het omringende landgoed uit en pasten het naar hun wensen aan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op 20 oktober 1944, werd de havezate geheel verwoest door een precisiebombardement van de Royal Air Force. De naastliggende bouwhuizen bleven gespaard. Het doel van het bombardement was het Commando van de Duitse troepen, dat in de havezate gelegerd was, te elimineren. Dit Commando was echter drie dagen tevoren vertrokken.
Na het bombardement werd de voormalige havezate enigszins aan de verwildering prijsgegeven.

De havezate is niet meer herbouwd. De restanten van het oude huis zijn nog zichtbaar op een bebost eilandje, omgeven door de oorspronkelijke gracht. De ruïne heeft nog een kelderverdieping en een bakstenenbrug die het verbindt met het voorplein.
In 1980 werd het rechter bouwhuis gerestaureerd. In die periode zijn ook de rozentuin en het voorplein opgeknapt. Enige jaren later volgde het linker bouwhuis. In 2016 kreeg de voormalige veeschuur met hooiopslag en de naast gelegen mestopslag die westelijk achter het linker bouwhuis ligt een woonbestemming. Markant is het monumentale toegangshek, in Lodewijk de zestiende stijl, aan de Windesheimerweg. Brug en hek staan in de as van de voormalige havezate en geven toegang tot het voorplein. Plannen voor historische herbouw of eigentijdse nieuwbouw van de havezate waren de afgelopen decennia niet haalbaar en zijn ook nu niet aan de orde.

Parkaanleg

De basis van het huidige landgoed stamt uit de periode van het echtpaar Van Plettenberg, dat de havezate in 1778 kocht. Van Plettenberg had diverse belangrijke functies bij de V.O.C. In opdracht van deze familie stelde architect Jacob Otten Husly in 1789 een advies op voor een grootschalige tuin- en parkaanleg die tot op de dag van vandaag de structuur van de buitenplaats bepaalt. Het was in die tijd gewoon dat de eigenaar zich intensief bemoeide met het ontwerp, al dan niet geholpen door een architect. Husly ontwierp een tuin volgens de ‘Engelse’, landschappelijke tuinstijl, die in de achttiende eeuw opkwam. De parkaanleg kende een losse, natuurlijk ogende opzet met slingerpaden en kronkelvijvers. In het begin van de 20ste eeuw kreeg landschapsarchitect Leonard Springer de opdracht de directe omgeving van het huis te veranderen. Springer ontwierp een neo-barokke rozentuin en een geometrische bloementuin met zandstenen vijverbassin. Het park is voor Overijssel een vroege aanleg in deze stijl en het is vrij gaaf bewaard. Het park biedt dan ook een wisselend beeld van slingerlanen die voeren langs weiden, vijvers, watergangen en door bospercelen. De historische buitenplaats is met dit alles echt een bezoekje waard.

 

 

Tekst: Johan Teunis
Bron: Erfgoed Zwolle
Foto’s: Angelique Neef – Kok en Jan van de Wetering (foto nr. 3)