On(t)roerend goed: de Statenzaal

Naast het neoclassicistische Provinciale Griffie of Gouvernementsgebouw uit 1874 ( nu de winkel van Zara ) begon men in 1895 met de bouw van en nieuwe Provinciehuis en Statenzaal. Het pand is in neogotische stijl opgetrokken en gesitueerd op de hoek van de Diezerstraat en de Rode Haanstraat. Wat is de geschiedenis van dit prachtige Zwolse pand?

De Franse architect Violet-Le-Duc zorgde in het midden van de 19de eeuw voor een vernieuwde belangstelling in de bouwkunst van de Gotiek. In Nederland speelde Koning Willem II een belangrijke rol bij de herontdekking van de Gotiek. Hij gaf opdracht een Gotische zaal (bouw 1840) aan te leggen achter het paleis aan de Kneuterdijk te Den Haag. In Nederland kan men architect P.J.H. Cuypers (1827 tot 1921) als grondlegger van de Neogotiek zien. Cuypers liet zich inspireren door de ambachtelijkheid en de vormen van de middeleeuwse bouwkunst, hoewel hij de toepassing van eigentijdse materialen en technieken niet achterwege liet.

In 1875 werd jonkheer mr. Victor De Steurs tot hoofd benoemd van de nieuwe afdeling Kunsten en Wetenschappen van het ministerie van binnenlandse zaken, een functie die hij tot 1901 zou bekleden. In deze periode oefende hij samen met P.J.H. Cuypers grote invloed uit op het bouwen en de monumentenzorg in Nederland. De Steurs wordt gezien als de grondlegger van de ‘moderne’ monumentenzorg. Bij de minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen drong De Steurs er op aan civiel architecten te benoemen voor het beheer van rijksgebouwen. Een van die architecten was Jacobus Van Lokhorst ( 1844-1906). Bij zijn benoeming was de in Utrecht geboren Van Lokhorst 33 jaar oud. Bij de Stadsschool van Teken- en Bouwkunst in Utrecht had hij een opleiding gevolgd. Van Lokhorst was van mening dat een hogere opleiding alleen maar een overlast aan wiskunde gaf en dat het vak bouwkunde bij hogere opleidingen voor hem weinig meerwaarde had. De autodidactische architect noemde zich zelf ‘ een bloempje van de koude grond’.

 

 

De geschiedenis van de provinciale bestuursgebouwen in de Diezerstraat begint in 1803. Toen kocht het rijk de voormalige woning van Baron Sloet tot Tweenijenhuizen. Daarvoor was het provinciebestuur enige jaren gehuisvest in de Koestraat in het pand wat wij nu kennen als de Groote Sociëteit. Al gauw was de behuizing aan de Diezerstraat te klein en werden tot 1865 verschillende panden aangekocht. In 1874 werden de aangekocht panden gesloopt en volgde een algehele vertimmering aan de zijde van de Diezerstraat en kwam de kolossale voorgevel van het Gouvernementsgebouw (later bibliotheek en nu de winkel van Zara) tot stand. Op de 19de–eeuwse Zwollenaar maakte de sobere neoclassicistische architectuur niet veel indruk.
In 1892 werden in de Diezerstraat op de hoek met de Haansteeg twee leegstaande panden gesloopt. De weg is dan vrij voor de bouw van een nieuwe Statenzaal. Van Lokhorst krijgt nadat hij een plan van de Zwolse architect F.C. Koch had afgewezen de opdracht een nieuwe Statenzaal te ontwerpen. De gevels zijn opgetrokken in een rode gladde Friese baksteen, met in Bentheimer zandsteen uitgevoerde vensterbanken en waterlijsten. Beeldhouwwerken op en aan de gevel is in de Franse kalksteen Savonniere uitgevoerd. Het hoofdblok is gelegen aan de Diezerstraat en biedt op verdiepingshoogte plaats aan de ‘Nieuwe’ Statenzaal met publieke tribune.

Onder een van de gewelfaanzetten van het kruisgewelf van het kruisgewelf in het voorportaal achter de hoofdingang aan de Diezerstraat is de beeltenis van Van Lokhorst vereeuwigd. Het was niet zijn eerste bouwwerk in Zwolle. Tussen 1890 en 1892 bouwde hij de Gouverneurswoning aan het Ter Pelkwijkpark. Het gebouw in neorenaissance stijl met neogotische elementen werd in 1985 gesloopt om plaats te maken voor het gebouw de Genverberg. Van Lokhorst was ook de ontwerper van de al eerder gerealiseerde Statenzaal in Leeuwarden. De gelijkenis valt dan ook op. In oktober 1895 stuurt Van Lokhorst zijn ontwerp naar de minister. Al op 29 november van het zelfde jaar wordt de bouw aanbesteed. Laagste inschrijvers met een prijs van 90.980 gulden waren de Zwolse aannemers Blocks en de Herder. Voor het beeldhouwwerk was Bart van Hove verantwoordelijk, decoraties zijn een ontwerp van Jan de Quack en de gebrandschilderde ramen komen van atelier Nicolas uit Roermond.

 

 

In november 1898 werd de nieuwe Statenzaal plechtig geopend. De Zwolse burger reageerde enthousiast op de neogotiek van architect Van Lokhorst. Wanneer we naar de neogotiek kijken moet je je realiseren dat wat je ziet niet altijd is wat je denkt dat je ziet. Zo zijn bijvoorbeeld de kloeke moerbalken in de Statenzaal niet van massief eiken maar bestaan ze uit omtimmerde stalen balken. Dat geeft aan dat de architecten in de neogotiek ook van ‘nieuwe’ materialen en constructie gebruik maakten. De muren zijn in polychromie (veelkleurig) uitgevoerd met figurale beschilderingen. De gebrandschilderde glas-in-loodramen bepalen in hoge mate de veelkleurigheid in de zaal. In de ramen zijn de wapens van ridderschappen, Twente, Vollenhoven en 61 verschillende Overijsselse gemeente opgenomen. Drieëntwintig gemeenten beschikten destijds niet over een officieel wapen en voor tien gemeenten was het wapen nog niet officieel vastgesteld. Speciaal voor deze zaal zijn deze toen ontworpen door Jhr. Mr. Victor de Steurs. De lichtarmaturen (oorspronkelijk graskronen) zijn een ontwerp van Jan de Quack. Het meest toegespitst op Overijssel zijn zeven afbeeldingen geschilderd door kunstschilder Van de Laars naar een ontwerp van de Weense kunstenaar George Sturm. Het zijn afbeeldingen uit de vroege geschiedenis van Overijssel. Zo is er een voorstelling van Thomas a Kempis, die de religieuzen van Windesheim onderricht. Een andere Zwolse voorstelling toont hoe de Zwollenaren Karel van Gelre in 1524 gevangen zetten.

Maar niet alleen de Statenzaal met de commissarisstoel en de banken voor de statenleden zijn een lust voor het oog. Ook de overige vertrekken als gangen en werkkamers met meubilair zijn rijkelijk gedecoreerd. Zo vragen in de gangen de fraai betegelde lambriseringen en vloeren de aandacht. Dit alles maakt de Statenzaal tot een Gesamtkunstwerk waar Zwolle trots op kan zijn. De Statenzaal is dan ook een architectonisch en cultuurhistorisch hoogtepunt in Oost Nederland. De Statenzaal staat momenteel gedeeltelijk leeg. Een monument vraagt voor zijn reis door de tijd om een goede bestemming. Naar dat laatste is de gemeente Zwolle voor de Statenzaal al enige tijd naar opzoek.

Tekst Johan Teunis
Bron: Gemeente Zwolle, Monumenten Magazine 2010

Foto’s: Hans Westerink
– hal met trappenhuis,
– de gebeeldhouwde vrouw in de voorgevel stelt gerechtigheid voor,
– gebrandschilderde ramen in de Statenzaal met wapen van Zwolle

Foto Statenzaal: Jan van de Wetering

 

 

 

Uit de categorie : Artikelen
footerbackground